<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR99783_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Huisvesting van tijdelijke arbeidskrachten in de land- en tuinbouw</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Neder-Betuwe</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Neder-Betuwe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Rhenense Betuwse Courant 20-07-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Huisvesting van tijdelijke arbeidskrachten in de land- en tuinbouw</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=WET BASISREGISTRATIES ADRESSEN EN GEBOUWEN">Wet basisregistraties adressen en gebouwen, art. 6</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-06-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-07-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-07-28</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RAAD/11/01156</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Algemeen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Huisvesting van tijdelijke arbeidskrachten in de land- en tuinbouw</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> De gemeenteraad van de gemeente Neder-Betuwe stelt "Huisvesting van
                        tijdelijke arbeidskrachten in de land- en tuinbouw" vast. VOORWOORD</al><al> Deze beleidsnotitie “Huisvesting van tijdelijke arbeidskrachten in de land-
                        en tuinbouw” is een aangepaste versie van een handreiking die is opgesteld
                        door de Regio Rivierenland. De handreiking is aangepast omdat de situatie in
                        de gemeente Neder-Betuwe aanleiding geeft voor een specifiek beleid. Dit
                        heeft met name te maken met de sterke aanwezigheid van de
                        laanboomteeltsector die een meer permanente (jaarrond) behoefte heeft aan
                        tijdelijke arbeidskrachten in tegenstelling tot sectoren als de fruitteelt
                        waar die tijdelijke behoefte primair in de zomermaanden speelt.</al><al> Wel zijn de opbouw van de handreiking en de analysegegevens uit de
                        hoofdstukken 1 t/m 3 onverkort overgenomen omdat deze niet simpel zijn te
                        herleiden tot de Neder-Betuwse situatie.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>AANLEIDING</titel></kop><structuurtekst><al><plaatje><illustratie id="i1f90e3d2-07ad-4d44-8abb-13448b5424a8" naam="i68247i1f90e3d2-07ad-4d44-8abb-13448b5424a8.jpg" type="foto" breedte="5.7cm" hoogte="4.4cm"/></plaatje></al><al/><al><vet>Artikel 1</vet></al><al/><al> Agrarische bedrijven doen steeds vaker tijdelijk een beroep op
                            arbeidskrachten uit voornamelijk Midden- en Oosteuropa. Vooral in
                            arbeidsintensieve teelten zoals de fruit- en groenteteelt – die in het
                            Rivierengebied sterk vertegenwoordigd zijn – is de behoefte aan
                            arbeidskrachten groot. De verwachting is dat door de uitbreiding van de
                            EU en het verder openstellen van de binnengrenzen, het aantal tijdelijke
                            arbeidskrachten verder zal toenemen.</al><al> Doordat het budget van de arbeidskrachten beperkt is en zij in het
                            algemeen slechts gedurende een korte (aaneengesloten) periode werkzaam
                            zijn in Nederland, is op de reguliere woningmarkt voor hen onvoldoende
                            passende huisvesting beschikbaar. Een deel van de arbeidskrachten is
                            daardoor (illegaal) gehuisvest in onveilige panden of op campings wat in
                            een aantal gevallen leidt tot onveilige situaties voor arbeidskrachten,
                            overlast voor omwonenden en een verrommeling van het landschap.</al><al> - Om deze problemen te voorkomen en agrarische ondernemers
                            duidelijkheid te bieden over de wijze waarop zij in veilige en
                            kwalitatief goede huisvesting voor hun arbeidskrachten kunnen voorzien,
                            is het wenselijk dat de gemeente beleid formuleert omtrent het
                            huisvesten van arbeidskrachten.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>REIKWIJDTE EN LEESWIJZER BELEIDSNOTITIE </titel></kop><structuurtekst><al><plaatje><illustratie id="if32a9d24-9c8b-4c9b-8e4f-81e15135d7e7" naam="i68248if32a9d24-9c8b-4c9b-8e4f-81e15135d7e7.jpg" type="foto" breedte="7.9cm" hoogte="3.3cm"/></plaatje></al><al/><al><vet>Artikel 2</vet></al><al/><al> In deze beleidsnotitie wordt aangegeven welke mogelijkheden de gemeente
                            Neder-Betuwe kan en wil bieden voor het huisvesten van arbeidskrachten
                            die tijdelijk in de land- en tuinbouw werkzaam zijn. De notitie is als
                            volgt opgebouwd: in hoofdstuk drie wordt kort ingegaan op het aantal
                            arbeidskrachten dat tijdelijk in de land- en tuinbouw in het
                            Rivierengebied werkzaam is; in hoofdstuk vier wordt ingegaan op de
                            uitgangspunten die centraal staan bij het bieden van mogelijkheden om
                            arbeidskrachten te huisvesten; in hoofdstuk vijf wordt aangegeven aan
                            welke wijze de gemeente medewerking kan en wil verlenen aan het
                            huisvesten van tijdelijke arbeidskrachten.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>TIJDELIJKE ARBEIDSKRACHTEN IN RIVIERENLAND</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel/></kop><al> Uit cijfers van LTO en NFO blijkt dat er in de regio Rivierenland in de
                            maanden augustus t/m oktober ongeveer 3.000 tijdelijke arbeidskrachten
                            aan het werk zijn in de land- en tuinbouw (zie ook figuur 1.1). In de
                            overige maanden is de vraag naar tijdelijke arbeidskrachten (nog)
                            relatief gering. De verwachting is dat agrarische bedrijven door het
                            verder openstellen van de binnengrenzen van de EU, in de toekomst (ook
                            buiten de piekperioden) steeds vaker een beroep zullen doen op
                            tijdelijke arbeidskrachten. Bij de cijfers moet overigens worden
                            opgemerkt dat het om indicatieve aantallen gaat. </al><al> Sectoren die in de regio Rivierenland sterk vertegenwoordigd zijn en
                            grote behoefte hebben aan tijdelijk buitenlands personeel zijn de
                            fruitteelt (in het plukseizoen, hardfruit, aardbeien en houtig
                            kleinfruit) en de glastuinbouw (bloemen en groenten). In de
                            champignonteelt (die sterk vertegenwoordigd is in de Bommelerwaard) en
                            de boomteelt (oostelijke Betuwe) is de behoefte aan tijdelijke
                            arbeidskrachten minder groot. <plaatje><illustratie id="if5f809d9-1028-4467-8aeb-7432ad57ee7b" naam="i68249if5f809d9-1028-4467-8aeb-7432ad57ee7b.jpg" type="foto" breedte="12.1cm" hoogte="7.9cm"/></plaatje></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>DOELSTELLLING EN UITGANGSPUNTEN BELEID</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel/></kop><al> Met het formuleren van beleid voor het huisvesten van arbeidskrachten
                            in de land- en tuinbouw wil de gemeente Neder-Betuwe: agrarische
                            ondernemers legale mogelijkheden bieden om in veilige en kwalitatief
                            goede (qua woon- en leefomstandigheden) huisvesting van hun
                            arbeidskrachten te voorzien; overlast voor omwonenden als gevolg van het
                            huisvesten van arbeidskrachten voorkomen; verrommeling van het landschap
                            als gevolg van het huisvesten van arbeidskrachten voorkomen. Om deze
                            doelen te bereiken liggen aan deze beleidshandreiking de volgende
                            uitgangspunten ten grondslag. Huisvesting op het agrarisch bedrijf</al><al> Uitgangspunt is dat arbeidskrachten die tijdelijk werkzaam zijn in de
                            land- en tuinbouw, zoveel mogelijk gehuisvest worden op het agarisch
                            bedrijf waar zij werkzaam zijn. Aan dit uitgangspunt ligt een aantal
                            redenen ten grondslag: voor de meeste werkgevers en werknemers is
                            huisvesting op het agrarische bedrijf een aantrekkelijke oplossing; de
                            werkgever zal zich – meer dan intermediaire partijen – verantwoordelijk
                            voelen voor kwalitatief goede en veilige huisvesting; een zekere mate
                            van toezicht op de kwaliteit van de huisvesting; overlast als gevolg van
                            de huisvesting van grote groepen tijdelijke arbeidskrachten op één plek
                            (waaronder begrepen huisvesting in kernen) wordt voorkomen. Huisvesting
                            in agrarische bedrijfsgebouwen</al><al> Een tweede uitgangspunt is dat arbeidskrachten zoveel mogelijk
                            gehuisvest worden in de agrarische bedrijfsgebouwen (waaronder ook
                            leegstaande gebouwen op het agrarisch bedrijf). Om twee redenen achten
                            wij het van belang dat arbeidskrachten in de bedrijfsgebouwen worden
                            gehuisvest. in het algemeen zal huisvesting in de agrarische
                            bedrijfsgebouwen comfortabeler en van een betere kwaliteit zijn dan
                            huisvesting daarbuiten; huisvesting in de agrarische bedrijfsgebouwen
                            leidt niet tot een verrommeling van het landschap als gevolg van
                            allerhande woonunits en caravans die in het buitengebied gestald worden.
                            Pieken in seizoensarbeid afvangen door tijdelijke huisvesting op het
                            eigen erf</al><al> In tegenstelling tot de boomteelt vertoont het aantal arbeidskrachten
                            dat werkzaam is in andere sectoren van de land- en tuinbouw sterke
                            pieken. Wij achten het niet reeel om van deze agrarische ondernemers te
                            verlangen dat zij in de piekmaanden voor alle arbeidskrachten inpandig
                            woonruimte inrichten, die de overige maanden van het jaar leegstaat.
                            Daarom willen wij het agrarische ondernemers die slechts te maken hebben
                            met piekmomenten ook toestaan om in de piekmaanden arbeidskrachten te
                            huisvesten in tijdelijke woonvoorzieningen op het eigen erf. De
                            piekmaanden verschillen sterk per sector en worden om die reden ook per
                            sector gedefinieerd in hoofdstuk vijf.</al><al> Agrarische ondernemers die te maken hebben met een min of meer
                            permanente behoefte aan tijdelijke arbeidskrachten, zullen geen gebruik
                            kunnen maken van (alleen) tijdelijke voorzieningen. Deze kunnen zorgen
                            voor huisvesting binnen de (bestaande) agrarische bedrijfsbebouwing.
                            Geen permanente bewoning van tijdelijke woonvoorzieningen</al><al> De tijdelijke woonvoorzieningen zijn nadrukkelijk bedoeld voor het in
                            de piekperiode huisvesten van arbeidskrachten die gedurende een korte
                            periode op een agrarisch bedrijf werkzaam zijn. Om permanente bewoning
                            en verrommeling van het landschap tegen te gaan, moeten de tijdelijke
                            voorzieningen buiten de piekmaanden verwijderd worden. Adequate en
                            veilige huisvesting voor tijdelijke arbeidskrachten</al><al> Woonruimte die permanent wordt ingericht voor arbeidskrachten moet
                            voldoen aan alle eisen uit het Bouwbesluit en de gemeentelijke
                            bouwverordening om de veiligheid en een minimum aan comfort te
                            garanderen. Dat betekent bijvoorbeeld dat naast slaapruimte ook
                            verblijfsruimte, sanitair en kookgelegenheid aanwezig moet zijn, het
                            gebouw aan minimale brandveiligheidseisen moet voldoen en geen sprake
                            mag zijn van overbewoning. Tijdelijke voorzieningen zullen nooit kunnen
                            voldoen aan alle eisen qua Bouwbesluit. Deze moeten voldoen aan de meest
                            essentiële eisen hieruit.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>BELEIDSREGELS </titel></kop><structuurtekst><al> Op basis van de hierboven geformuleerde uitgangspunten wil de gemeente
                            Neder-Betuwe agrarische bedrijven de mogelijkheid bieden tijdelijk
                            arbeidskrachten op het agrarisch bedrijf te huisvesten, mits zij daar
                            ook werkzaam zijn. Hieronder wordt verder ingegaan op de mogelijkheden
                            die de gemeente agrarische ondernemers kan en wil bieden om in de
                            huisvesting van hun tijdelijke personeel te voorzien. Dat laat overigens
                            onverlet dat arbeidskrachten ook in hotels, pensions, bed and breakfasts
                            [1] en – voorzover de bepalingen in het bestemmingsplan dat toelaten –
                            in individuele woningen (binnen en buiten de bebouwde kom) en in de
                            bedrijfswoning kunnen worden gehuisvest. Wegens te verwachten problemen
                            in woonwijken, wordt dit laatste in nieuwe bestemmingsplannen voor de
                            kernen onmogelijk gemaakt.</al><al> Vanwege de koppeling aan het agrarisch bedrijf is het niet mogelijk
                            gebruik te maken van het VAB-beleid of in huisvesting te voorzien op
                            recreatieterreinen. [1] Conform de bepalingen uit het
                            bestemmingsplan.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Huisvesting binnen agrarische bedrijfsgebouwen</titel></kop><al> Agrarische ondernemers wordt de mogelijkheid geboden tijdelijke
                            arbeidskrachten die tijdelijk op het eigen bedrijf werkzaam zijn, te
                            huisvesten binnen de (vrijgekomen) agrarische bedrijfsgebouwen. Om te
                            voorkomen dat elk agrarisch bedrijf eigen huisvesting moet creëren,
                            achten wij het ook acceptabel wanneer tijdelijke arbeidskrachten in de
                            panden van het direct aangrenzende agrarische bedrijf worden gehuisvest.
                            Wij vinden het echter niet gewenst om grootschalige
                            overnachtingsmogelijkheden te creëren in het buitengebied voor groepen
                            die niet ook op die plek werkzaam zijn. Het is mogelijk een bestaand
                            bedrijfsgebouw tot woonruimte te verbouwen. Wanneer een agrarische
                            ondernemer kan aantonen dat binnen de bestaande bedrijfsgebouwen geen
                            ruimte is voor het inrichten van huisvesting, kan hij onder strikte
                            voorwaarden (zie hieronder) ook nieuwe bedrijfsgebouwen oprichten ten
                            behoeve van huisvesting. De huisvesting mag het gehele jaar door
                            gebruikt worden maar is wel nadrukkelijk bedoeld voor het huisvesten van
                            arbeidskrachten die op het eigen, of direct naastgelegen, bedrijf
                            werkzaam zijn. Permanente bewoning wordt niet toegestaan. Daarop zal
                            (steekproefsgewijs) worden gecontroleerd.</al><al> De woonruimte moet voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit en de
                            gemeentelijke bouwverordening. Dat betekent bijvoorbeeld dat naast
                            slaapruimtes ook sanitair, badruimte, verblijfsruimte en kookgelegenheid
                            aanwezig moet zijn en dat per persoon een bepaald minimum aan
                            gebruiksoppervlakte beschikbaar moet zijn. Voorts is voor de meeste
                            initiatieven (vanaf 5 personen) een gebruiksvergunning vereist. Er kan
                            medewerking worden verleend aan het huisvesten van arbeidskrachten in de
                            bedrijfsgebouwen via een binnenplanse ontheffing (artikel 3.6 Wro). Op
                            die manier kan relatief snel en eenvoudig medewerking worden verleend
                            aan het huisvesten van arbeidskrachten, maar kan wel worden getoetst of
                            de voorzieningen geschikt en bedoeld zijn voor het huisvesten van
                            arbeidskrachten. Voorwaarde voor het volgen van een binnenplanse
                            vrijstelling is wel dat het bestemmingsplan op korte termijn wordt
                            herzien. Bij de regeling in het bestemmingsplan wordt bezien of er
                            specifieke eisen kunnen worden opgenomen qua maatvoering (bijvoorbeeld
                            aantal m2 per persoon en/of het minimaal/maximaal aantal m2 voor
                            gezamenlijke voorzieningen).</al><al> Tot die tijd kan aan een principeverzoek tot het huisvesten van
                            tijdelijke arbeidskrachten medewerking worden verleend via een separate
                            bestemmingsplanherziening. Waar een bestemmingsplanherziening aanstaande
                            is, kan ook medewerking worden verleend middels een projectbesluit (ex.
                            art. 3.10 Wro). Voorwaarde hierbij is wel dat er een concreet
                            bouw-/schetsplan voorligt. Bij het verlenen van ontheffing ten behoeve
                            van het huisvesten van arbeidskrachten wordt getoetst aan de volgende
                            beleidsregels: de huisvesting betreft uitsluitend werknemers die alleen
                            binnen het bedrijf waar ze gehuisvest zijn, danwel binnen het
                            naastgelegen bedrijf, werkzaamheden verrichten; de huisvesting betreft
                            uitsluitend werknemers die tijdelijk op het bedrijf werkzaam zijn.
                            Permanente bewoning is niet toegestaan, vergelijkbaar met het beleid
                            inzake recreatiewoningen. Ter controle (handhaving) kan de gemeente via
                            de loonadministratie nagaan voor welke periode tijdelijke
                            arbeidskrachten worden ingeschakeld en gehuisvest; het bedrijf kan
                            aantonen dat het aantal te realiseren wooneenheden is afgestemd op de
                            behoefte aan tijdelijke arbeidskrachten; de huisvesting voldoet aan alle
                            eisen uit het Bouwbesluit en de gemeentelijke bouwverordening; er is een
                            bodemonderzoek nodig gelet op het toevoegen van een woonvoorziening; er
                            wordt voldaan aan parkeernormen en het parkeren kan worden opgelost op
                            eigen terrein (binnen het agrarisch bouwperceel); voor initiatieven met
                            meer dan 5 logieseenheden is een gebruiksvergunning nodig; er is geen
                            sprake van zelfstandige wooneenheden [2] . Wanneer een bedrijf een nieuw
                            bedrijfsgebouw wil oprichten of een bestaand bedrijfsgebouw wil
                            uitbreiden ten behoeve van het huisvesten van tijdelijke arbeidskrachten
                            gelden – afgezien van de voorschriften in het vigerende bestemmingsplan
                            en de bovengenoemde beleidsregels – aanvullend de volgende
                            beleidsregels: het bedrijf kan aantonen dat binnen de bestaande
                            bedrijfsgebouwen geen ruimte is voor het huisvesten van arbeidskrachten;
                            het bedrijf kan aantonen dat het nieuwe bedrijfsgebouw of uit te breiden
                            bedrijfsgebouw alleen gebruikt zal worden voor het huisvesten van
                            tijdelijke arbeidskrachten en niet voor andere functies; nieuwe
                            bedrijfsgebouwen worden aansluitend op de bestaande bebouwing
                            gerealiseerd (ruimtelijke concentratie van bebouwing). <plaatje><illustratie id="i60c2363d-ec8e-4e1c-a3ac-90480b8effa9" naam="i68250i60c2363d-ec8e-4e1c-a3ac-90480b8effa9.jpg" type="foto" breedte="7.9cm" hoogte="3.5cm"/></plaatje> [2] Bij de toetsing wordt bekeken in hoeverre de wooneenheid
                            geschikt is voor zelfstandige bewoning. Wooneenheden die bijvoorbeeld
                            niet beschikken over eigen sanitair en kookgelegenheid zullen in de
                            praktijk beschouwd worden als onzelfstandige wooneenheden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Tijdelijke woonvoorzieningen op het eigen erf</titel></kop><al> Tijdens de piekperioden is het niet reëel om van agrarische ondernemers
                            te verlangen dat zij voor alle arbeidskrachten inpandige huisvesting
                            realiseren, die gedurende de overige maanden van het jaar leeg zou
                            staan. <plaatje><illustratie id="idebef83e-3ef0-4408-9b0c-a230dbe22e82" naam="i68251idebef83e-3ef0-4408-9b0c-a230dbe22e82.jpg" type="foto" breedte="10.6cm" hoogte="4.8cm"/></plaatje> Daarom wil de gemeente agrarische ondernemers in piekperioden
                            de mogelijkheid bieden arbeidskrachten die tijdelijk op het bedrijf
                            werkzaam zijn, te huisvesten buiten de agrarische bedrijfsgebouwen in
                            tijdelijke woonvoorzieningen [3] . Voorwaarde is wel dat de tijdelijke
                            woonvoorzieningen binnen het agrarisch bouwblok worden geplaatst (of
                            direct aansluitend daarop) en op een zorgvuldige wijze worden ingepast
                            in het landschap (door bijvoorbeeld beplanting). Om verrommeling van het
                            landschap te voorkomen en permanente bewoning tegen te gaan moeten de
                            tijdelijke woonvoorzieningen buiten de piekperiode verwijderd worden. De
                            piekperiode verschilt per sector. Om die reden achten wij het niet
                            wenselijk de piekperiode precies af te bakenen maar geldt de eis dat
                            tijdelijke woonvoorzieningen gedurende maximaal 4 maanden per jaar op
                            het erf aanwezig mogen zijn. In de praktijk is een periode van 4 maanden
                            afdoende om in de piek te voorzien. Onderstaand wordt een indicatief
                            overzicht gegeven van de pieken in de arbeidsbehoefte voor de in de
                            regio Rivierenland dominante tuinbouwsectoren. <plaatje><illustratie id="i24561c22-c2b5-47b9-a575-02fee1d89c9f" naam="i68252i24561c22-c2b5-47b9-a575-02fee1d89c9f.jpg" type="foto" breedte="13cm" hoogte="3.8cm"/></plaatje> Wanneer agrarische ondernemers arbeidskrachten willen
                            huisvesten in tijdelijke woonvoorzieningen op het agrarische erf zullen
                            zij ook moeten zorgen voor adequate voorzieningen zoals sanitair en
                            wasruimte, voorzover niet aanwezig in de tijdelijke woonvoorzieningen
                            zelf. De voorzieningen dienen te voldoen aan de meest essentiële eisen
                            van het Bouwbesluit (voornamelijk constructieve- en brandveiligheid; zie
                            bijlage 1). De gemeente kan medewerking verlenen aan het realiseren van
                            tijdelijke woonvoorzieningen via een binnenplanse ontheffing (artikel
                            3.6 Wro) en door het afgeven van een tijdelijke bouwvergunning voor
                            maximaal 5 jaar (ex. artikel 45 Woningwet). In de tijdelijke
                            bouwvergunning kan de precieze periode worden vastgelegd hetgeen de
                            controle en handhaving vergemakkelijkt. Op die manier kan medewerking
                            worden verleend aan het huisvesten van arbeidskrachten, maar kan wel
                            worden getoetst of er adequate voorzieningen aanwezig zijn (zoals
                            sanitair e.d.) en of de tijdelijke woonvoorzieningen op een goede wijze
                            in de omgeving zijn ingepast. Voorwaarde voor het volgen van een
                            binnenplanse ontheffing is wel dat het bestemmingsplan op korte termijn
                            wordt herzien. Tot die tijd kan de gemeente in dit geval medewerking
                            verlenen aan het huisvesten van arbeidskrachten via een tijdelijke
                            ontheffing (artikel 3.22 Wro) voor een maximale periode van 5 jaar,
                            waarbij dus in de tijdelijke bouwvergunning de precieze periode (met een
                            maximum van 4 maanden per jaar) wordt opgenomen.</al><al> Bij het verlenen van medewerking aan tijdelijke voorzieningen ten
                            behoeve van het huisvesten van tijdelijke arbeidskrachten wordt getoetst
                            aan de volgende beleidsregels:</al><al> de huisvesting betreft uitsluitend werknemers die alleen binnen het
                            bedrijf waar ze gehuisvest zijn, danwel binnen het naastgelegen bedrijf,
                            werkzaamheden verrichten; de huisvesting voldoet aan de meest essentiële
                            eisen uit het Bouwbesluit; de tijdelijke woonvoorzieningen worden
                            geplaatst binnen het agrarisch bouwblok of eventueel direct aansluitend
                            daarop; de tijdelijke woonvoorzieningen hebben een maximale nokhoogte
                            van 3,0 meter; de tijdelijke woonvoorzieningen zijn zodanig in de
                            omgeving ingepast dat omwonenden geen onevenredige hinder ondervinden
                            van de bebouwing en de bebouwing geen afbreuk doet aan de
                            karakteristieke landschappelijke kwaliteiten van het gebied; de
                            tijdelijke woonvoorzieningen mogen in een aansluitende periode maximaal
                            4 maanden per jaar op het erf aanwezig zijn, waarbij de precieze
                            toegestane periode in de tijdelijke bouwvergunning wordt vastgelegd.
                            Buiten die periode moeten de woonvoorzieningen verwijderd worden.
                            Wanneer de tijdelijke woonvoorzieningen niet tijdig verwijderd worden,
                            kan de gemeente als sanctie de (tijdelijke) ontheffing/ bouwvergunning
                            intrekken. [3] Onder tijdelijke woonvoorzieningen worden verstaan:
                            woonunits en stacaravans.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Handhaving</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel/></kop><al> Het beleid inzake seizoensarbeiders zal een groter tijdsbeslag leggen
                            op het aspect handhaving. Bij tijdelijke voorzieningen moet
                            gecontroleerd worden op het weghalen van de voorzieningen cf. de
                            tijdelijke bouwvergunning, bij permanente voorzieningen moet periodiek
                            geverifieerd worden of geen permanente bewoning plaatsvindt en op de
                            kwaliteit van de voorzieningen. De prioriteitstelling van dit onderwerp
                            wordt meegenomen in het Uitvoeringsprogramma Integraal Handhaven van de
                            afdeling Vergunningverlening &amp; Handhaving. De handhaving kan
                            steekproefsgewijs plaatsvinden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>OVERGANGSBELEID</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel/></kop><al> Het is bekend dat er binnen de gemeente Neder-Betuwe de afgelopen jaren
                            (illegaal) voorzieningen voor huisvesting van seizoensarbeiders zijn
                            gecreëerd. De eigenaren van deze voorzieningen krijgen de gelegenheid
                            een tijdelijke bouwvergunning (en tijdelijke ontheffing) aan te vragen
                            mits aan alle veiligheidsvoorschriften wordt voldaan en mits
                            schriftelijk wordt verklaard dat de voorziening binnen 5 jaar wordt
                            verwijderd danwel wordt aangepast aan de eisen uit de
                            beleidsnotitie.</al><al> Illegale situaties die voor legalisatie in aanmerking komen dienen
                            binnen 3 maanden na vaststelling van de beleidsnotitie te worden
                            gemeld.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al> Aldus vastgesteld op 9-12-2010.</al></slotformulering></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1</nr><titel>Essentiële eisen Bouwbesluit</titel></kop><al> 2.1 Algemene sterkte van de bouwconstructie</al><al> 2.2 Sterkte bij brand</al><al> 2.7 Elektriciteit en noodstroomvoorziening </al><al> Art. 2.53 Aanwezigheid voorziening voor elektriciteit</al><al> Art. 2.55 Voorziening cf. voorschriften NEN 1010 2.8 Verlichting Art. 65
                    Aangesloten op elektriciteit voorziening 2.11 Beperking van het ontstaan van een
                    brandgevaarlijke situatie</al><al> 2.12 Beperking van ontwikkeling van brand</al><al> 2.17 Vluchten binnen rookcompartiment</al><al> 2.20 Voorkoming en beperking van ongevallen bij brand</al><al> 2.21 Bestrijding van brand 3.6 Wering van vocht van buiten</al><al> 3.7 Wering van vocht van binnen</al><al> 3.8 Afvoer van afval water en fecaliën</al><al> 3.10 Luchtverversing van een verblijfsgebied, verblijfsruimte, toiletruimte en
                    badruimte</al><al> 3.11 Spuivoorziening</al><al> 3.65 Aanwezigheid beweegbare onderdelen in het bouwwerk</al><al> 3.13 Toevoer van verbrandingslucht</al><al> 3.14 Afvoer van rook</al><al> 3.18 Drinkwatervoorziening</al><al> 3.19 Warmwatervoorziening</al><al> 3.20 Daglicht 4.6 Verblijfsruimte</al><al> 4.7 Toiletruimte 4.41 min. 1 toilet aanwezig</al><al> 4.42 vloeropp. Min. 0,64 m2, breedte min. 0,6m en hoogte min 2m 4.8 Badruimte
                    4.52 Aanwezigheid</al><al> 4.53 Afmetingen 4.15 Opstelplaats aanrecht en kooktoestel</al><al> 4.16 Opstelplaats voor een kooktoestel</al></bijlage></regeling></body></cvdr>