<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR99781_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de behandeling van bezwaarschriften en klachten gemeente Alblasserdam</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Alblasserdam</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Alblasserdam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Klaroen, 2008-04-09</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de behandeling van bezwaarschriften en klachten gemeente Alblasserdam</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005538&amp;g=2008-03-26">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;g=2008-03-26">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-03-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-04-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raad 2008/015</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de behandeling van bezwaarschriften en klachten gemeente
            Alblasserdam</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van
                        de gemeente Alblasserdam;</al><al>Ieder voor zoveel het hun bevoegdheden betreft;</al><al/><al>Gezien het feit dat Sociale Zaken per 1 januari 2007 is overgegaan naar de
                        Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) en dat het secretariaat van de
                        bezwaarschriften per 1 april 2008 overgaat naar het Servicecentrum
                        Drechtsteden (SCD); </al><al/><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 26 februari 2008,
                        registratienummer Raad 2008/015, m.b.t. de nieuwe “Verordening op de
                        behandeling van bezwaarschriften en klachten gemeente Alblasserdam”; </al><al/><al>Gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht en de
                        Gemeentewet;</al><al/><al/><al>B E S L U I T :</al><al/><al/><al>I – Met ingang van de datum waarop de hierna onder II te noemen verordening
                        in werking treedt in te trekken, de “Verordening op de behandeling van
                        bezwaarschriften en klachten gemeente Alblasserdam” d.d. 18 december
                        2003</al><al/><al>II – Vast te stellen, de navolgende: Verordening op de behandeling van
                        bezwaarschriften en klachten gemeente Alblasserdam<vet>.</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>I</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al><vet>Bezwaarschrift:</vet> een bezwaarschrift dat op grond van
                                    enige wettelijke regeling bij een gemeentelijk bestuursorgaan
                                    kan worden ingediend, met uitzondering van besluiten op grond
                                    van een wettelijk voorschrift inzake belastingen en/of de Wet
                                    waardering onroerende zaken en besluiten op grond van artikel
                                    125 van de Ambtenarenwet;</al></li><li nr="b."><al><vet>Bestuursorgaan:</vet> het gemeentelijk orgaan (gemeenteraad
                                    of burgemeester en wethouders of burgemeester), dat een besluit
                                    dient te nemen op een bezwaarschrift of een klacht;</al></li><li nr="c."><al><vet>Commissie:</vet> de vaste commissie van advies voor de
                                    bezwaarschriften, als bedoeld in artikel 2;</al></li><li nr="d."><al><vet>Indiener:</vet> degene die tegen een besluit van een
                                    gemeentelijk orgaan een bezwaarschrift heeft ingediend bij een
                                    administra­tief orgaan, dan wel degene die tegen een gedraging
                                    van een gemeentelijk orgaan een klacht heeft ingediend;</al></li><li nr="e."><al><vet>Klacht:</vet> een schriftelijk ingediende klacht als
                                    bedoeld in artikel 9:4 van de Algemene wet bestuursrecht.</al></li><li nr="f."><al><vet>Verwerend orgaan:</vet> het orgaan dat het bestreden
                                    besluit heeft genomen of waarvan de gedraging is uitgegaan
                                    waartegen de klacht is gericht;</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>II</nr><titel>Behandeling van bezwaarschriften en klachten</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>De Commissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Instelling commissie</titel></kop><al>Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op
                                bezwaarschriften welke op grond van enige wettelijke regeling bij de
                                gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de
                                burgemeester kunnen worden ingediend, alsmede ter voorbereiding van
                                de afdoening van klachten welke bij enig orgaan van de gemeente zijn
                                ingediend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling en benoeming, schorsing en ontslaan
                                    commissieleden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie bestaat uit een voorzitter, een
                                        plaatsvervangend voorzitter, alsmede maximaal drie overige
                                        leden. </al></li><li nr="2."><al> De voorzitter en de leden worden door burgemeester en
                                        wethouders, na raadpleging van het Presidium, benoemd,
                                        geschorst en ontslagen. </al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders zien erop toe dat de ingevolge
                                        het tweede lid voor benoeming aan te bevelen commissieleden
                                        voldoende juridische deskundigheid bezitten, alsmede
                                        beschikken over sectorale deskundigheid op het terrein van
                                        de kamer waarin zij zitting zullen hebben. </al></li><li nr="4."><al>Tot lid van de commissie zijn niet benoembaar personen die
                                        deel uitmaken van, of werkzaam zijn onder
                                        verantwoordelijkheid van de administratieve organen waarvan
                                        de besluitvorming en/of gedragingen ter behandeling aan de
                                        commissie kunnen worden voorgelegd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Samenstelling van de commissie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie is onderverdeeld in een tweetal kamers, te
                                        weten:</al><al>a. een Kamer Bezwaarschriften</al><al>b. een Kamer Klachtbehandeling </al></li><li nr="2."><al>De Kamer Bezwaarschriften bestaat uit een voorzitter en vier
                                        commissieleden. </al></li><li nr="3."><al>De Kamer Klachtbehandeling bestaat uit een voorzitter en
                                        vier commissieleden, waaronder de plaatsvervangend
                                        voorzitter van de commissie. De voorzitter van de Kamer
                                        Klachtbehandeling wordt door burgemeester en wethouders
                                        vanuit de kring der commissieleden gekozen. </al></li><li nr="4."><al>De Kamer Bezwaarschriften bereidt de besluitvorming voor ten
                                        aanzien van bezwaarschriften als bedoeld in de hoofdstukken
                                        6 en 7 van de Algemene wet bestuursrecht. </al></li><li nr="5."><al>De Kamer Klachtbehandeling bereidt de afdoening voor van
                                        klachten, als bedoeld in artikel 9:4 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht. </al></li><li nr="6."><al>De commissiekamers regelen de vervanging van de
                                        kamervoorzitters.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Secretariaat</titel></kop><al>De functie van secretaris van de commissie wordt bekleed door een
                                door burgemeester en wethouders aan te wijzen ambtenaar.
                                Burgemeester en wethouders wijzen tevens één of meer
                                plaatsvervangers van de secretaris aan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Zittingsduur</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De leden van de commissie worden benoemd voor een periode
                                        van vier jaar. Na één jaar vindt er een evaluatie plaats.
                                    </al></li><li nr="2."><al> De leden van de commissie kunnen te allen tijde ontslag
                                        nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan
                                        burgemeester en wethouders. </al></li><li nr="3."><al> Aftredende leden blijven hun functie waarnemen totdat in
                                        hun opvolging is voorzien.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissiekamers vergaderen zo dikwijls als de voorzitter,
                                        tenminste twee van de overige leden of de secretaris dit
                                        nodig oordelen. </al></li><li nr="2."><al> De secretaris bepaalt plaats en tijdstip van de
                                        vergaderingen van de commissiekamers. Hij draagt zorg voor
                                        een tijdige oproeping van de leden onder mededeling van de
                                        voor elke vergadering vastgestelde agenda. </al></li><li nr="3."><al> Tegelijkertijd met de oproeping van de leden worden door de
                                        secretaris plaats, tijdstip en de agenda ter openbare kennis
                                        gebracht.</al><al/></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Procedure behandeling bezwaarschriften</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ingediend bezwaarschrift</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van
                                        ontvangst aangetekend. </al></li><li nr="2."><al>Het bestuursorgaan stelt het bezwaarschrift met de daarbij
                                        behorende enveloppe en voorzien van de daarbij eventueel
                                        door de indiener(s) overgelegde stukken onverwijld in handen
                                        van de secretaris van de commissie. Het bestuursorgaan voegt
                                        daarbij tevens schriftelijk haar initiële zienswijze op het
                                        bezwaarschrift, alsmede het volledige originele dossier dat
                                        aan het bestreden besluit ten grondslag ligt. </al></li><li nr="3."><al>De secretaris draagt zorg voor doorzending naar de
                                        betreffende commissiekamer.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vooronderzoek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter van de commissiekamer is in verband met de
                                        voorbereiding van de behandeling van een bezwaarschrift
                                        bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen
                                        of door de secretaris van de commissie te doen inwinnen.
                                    </al></li><li nr="2."><al> De kamervoorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen
                                        van de commissiekamer bij deskundigen advies of inlichtingen
                                        inwinnen en dezen zo nodig uitnodigen daartoe in de zitting
                                        te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is
                                        vooraf machtiging van burgemeester en wethouders vereist,
                                        tenzij het deskundigen betreft waarvan burgemeester en
                                        wethouders zich bij de voorbereiding van het bestreden
                                        besluit plegen te bedienen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Uitoefening bevoegdheden Awb</titel></kop><al>De bevoegdheden, welke op grond van de artikelen 2:1, tweede lid,
                                7:6, vierde lid van de Algemene wet bestuursrecht bij het
                                bestuursorgaan berusten, wordt ter uitvoering van deze verordening
                                uitgeoefend door de voorzitter van de commissiekamer.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Hoorzitting</titel></kop><al>De indiener(s), het verwerend orgaan en eventuele overige
                                belanghebbenden worden tijdens een hoorzitting in de gelegenheid
                                gesteld zich in persoon of bij gemachtigde door de commissiekamer te
                                doen horen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Oproeping belanghebbenden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De secretaris deelt de indiener(s), het verwerend orgaan,
                                        alsmede eventuele belanghebbenden ten minste twee weken voor
                                        de zitting schriftelijk mede, dat zij in de gelegenheid
                                        worden gesteld zich te doen horen tijdens deze zitting.
                                    </al></li><li nr="2."><al> Indien een indiener, het verwerend orgaan of een
                                        belanghebbende wijziging wenst van de datum of het tijdstip
                                        waarop de hoorzitting is vastgesteld, dient zulks binnen
                                        drie dagen na de in het eerste lid bedoelde mededeling,
                                        onder opgaaf van redenen te worden verzocht aan de
                                        secretaris. </al></li><li nr="3."><al> De beslissing van de secretaris, op een verzoek als bedoeld
                                        in het tweede lid, wordt zo spoedig mogelijk, doch in ieder
                                        geval een week voor het tijdstip van de zitting aan de
                                        betrokkenen bekendgemaakt. </al></li><li nr="4."><al> De secretaris is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te
                                        wijken of afwijking toe te staan van de termijnen, als
                                        genoemd in de voorgaande leden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Quorum</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor hoorzittingen van de commissiekamer, als bedoeld in
                                        arti­kel 11 worden telkens op basis van een roulatieschema
                                        drie leden ‑ waaronder de voorzitter ‑ opgeroepen. </al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Voor het houden van een zitting als bedoeld in artikel 11 is
                                        vereist, dat minimaal twee leden, waaronder in ieder geval
                                        de voorzitter of de plaatsvervangend voorzitter aanwezig is.
                                    </al></li><li nr="3."><al> Bij afwezigheid of ontstentenis van een lid roept de
                                        secretaris een ander lid op volgens een door hem vastgesteld
                                        rooster.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Niet‑deelneming aan de behandeling</titel></kop><al>De voorzitter of de leden van de commissiekamer nemen niet deel aan
                                de behandeling van een bezwaarschrift, indien daardoor hun
                                onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Indien de commissiekamer
                                dit nodig oordeelt, verlaten zij de zitting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Openbaarheid van zitting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De zitting is openbaar. </al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>De deuren worden gesloten indien de voorzitter van de
                                        commissie­kamer of tenminste twee van de aanwezige leden dit
                                        nodig oordelen. </al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>Indien de commissiekamer op een verzoek van een
                                        belanghebbende beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn
                                        die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt
                                        de zitting eveneens plaats met gesloten deuren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Schriftelijke verslaglegging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verslag, als bedoeld in artikel 7:7 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht, vermeldt de namen van de aanwezigen, met
                                        daarbij een vermelding van hun hoedanigheid. Het houdt een
                                        korte vermelding in van al hetgeen over en weer is gezegd en
                                        van al hetgeen voor het overige ter zitting is
                                        voor­gevallen. Indien de zitting geheel of gedeeltelijk niet
                                        openbaar was of indien belanghebbenden respectievelijk hun
                                        gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord,
                                        maakt het verslag hiervan melding. Het verwijst naar de ter
                                        zitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag worden
                                        gehecht.</al></li><li nr="2."><al>Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de
                                        secretaris van de commissiekamer.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Nader onderzoek</titel></kop><al>Indien na afloop van de zitting als bedoeld in artikel 11, doch
                                voordat het </al><lijst><li nr="1."><al>advies wordt opgesteld, een nader onderzoek wenselijk blijkt
                                        te zijn, kan de voorzitter van de commissiekamer uit eigen
                                        beweging of op verlangen van de commissiekamer dit onderzoek
                                        doen uitvoeren. Verkregen informatie of adviezen worden in
                                        afschrift aan de leden van de commissie, het verwerend
                                        orgaan, de indiener en eventuele belanghebbenden
                                        toegezonden.</al></li><li nr="2."><al> De leden van de commissiekamer, het verwerend orgaan, de
                                        indiener en de eventuele belanghebbenden kunnen binnen een
                                        week na verzending van de in het eerste lid bedoelde nadere
                                        informatie of adviezen de voorzitter van de commissiekamer
                                        verzoeken een nieuwe hoorzitting te beleggen. De
                                        commissiekamer beslist omtrent een dergelijk verzoek.</al></li><li nr="3."><al> Op een nieuwe hoorzitting, als bedoeld in het tweede lid,
                                        zijn de bepalingen in deze verordening die betrekking hebben
                                        op de hoor­zitting zoveel mogelijk van overeenkomstige
                                        toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Raadkamer en advies</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissiekamer beraadslaagt en beslist achter gesloten
                                        deuren omtrent het door haar aan het bestuursorgaan uit te
                                        brengen advies.</al></li><li nr="2."><al> De commissiekamer beslist bij meerderheid van stemmen over
                                        het uit te brengen advies. Van minderheidsstandpunten wordt
                                        bij het advies melding gemaakt, indien die minderheid zulks
                                        verlangt.</al></li><li nr="3."><al>Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel aan het
                                        bestuurs­orgaan voor de te nemen beslissing.</al></li><li nr="4."><al> Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de
                                        commissiekamer ondertekend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Uitbrengen van het advies</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het schriftelijk uitgebrachte advies wordt, vergezeld van
                                        het in artikel 16 bedoelde verslag en eventueel door de
                                        commissie­kamer ontvangen informatie of adviezen als bedoeld
                                        in artikel 17, eerste lid, tijdig doch uiterlijk twee weken
                                        voor de afloop van de (eventueel) wettelijk voorgeschreven
                                        termijn, voor het nemen van een beslissing over het
                                        bezwaarschrift door het bestuursorgaan, aan het
                                        bestuursorgaan uitgebracht.</al></li><li nr="2."><al>Indien naar het oordeel van de secretaris van de commissie
                                        de termijn, die eventueel in de wettelijke regeling
                                        betreffende de afhandeling van het bezwaarschrift is
                                        gesteld, ontoereikend is voor achtereenvolgens het
                                        uitbrengen van een advies door de commissiekamer en het
                                        nemen van een beslissing door het bestuursorgaan, verzoekt
                                        hij het bestuursorgaan binnen de termijn als in het eerste
                                        lid bedoeld, de beslissing te verdagen.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Procedure behandeling klachten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Toepasselijkheid afdeling 9.3 Awb</titel></kop><al>Bij de behandeling van klachten wordt toepassing gegeven aan het
                                bepaalde in afdeling 9.3 van de Algemene wet bestuursrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Behandeling eerst na onderzoek onmiddellijke
                                    afdoening</titel></kop><al>De Kamer Klachtbehandeling neemt een klacht eerst in behandeling,
                                nadat gedurende drie weken in goed overleg tussen indiener en de
                                daartoe bij afzonderlijke regeling aangewezen personen en/of
                                (vertegenwoordigers van) bestuursorganen is onderzocht of de klacht
                                reeds voorshands naar tevredenheid van indiener kan worden afgedaan
                                en men daarin niet is geslaagd, dan wel men tot de bevinding is
                                gekomen dat de klacht zich daartoe niet leent. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Overeenkomstige toepassing Titel II, Afdeling 2</titel></kop><al>Op de procedure ter behandeling van klachten is het bepaalde in
                                afdeling 2 van de onderhavige titel zoveel mogelijk van
                                overeenkomstige toepassing, voor zover daarvan in het navolgende
                                niet wordt afgeweken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Uitoefening bevoegdheden Awb</titel></kop><al>De bevoegdheid, welke op grond van artikel 2:1, tweede lid van de
                                Algemene wet bestuursrecht bij het bestuursorgaan berust, worden ter
                                uitvoering van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van
                                de Kamer Klachtbehandeling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Oproeping leden kamer Klachtbehandeling</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 13, worden voor vergaderingen
                                van de Kamer Klachtbehandeling uit de kring der commissieleden
                                zoveel mogelijk die leden opgeroepen, welke uit hoofde van hun
                                sectorale deskundigheid en ervaring geacht kunnen worden zoveel
                                mogelijk aan te sluiten bij het onderwerp waarop de te behandelen
                                klacht betrekking heeft. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Openbaarheid van zitting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De zittingen van de Kamer Klachtbehandeling vinden in
                                        beginsel met gesloten deuren plaats. </al></li><li nr="2."><al>Een zitting van de Kamer Klachtbehandeling kan in
                                        openbaarheid plaatsvinden wanneer een derdebelanghebbende
                                        daarom verzoekt en de indiener en de overige bij de
                                        behandeling van de klacht betrokken personen daartegen geen
                                        bezwaar hebben.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Advisering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In het door de Kamer Klachtbehandeling aan het
                                        bestuursorgaan uit te brengen advies worden de resultaten
                                        aangegeven van het onderzoek ten aanzien van de feiten en/of
                                        omstandigheden rond de gedraging waarop de klacht betrekking
                                        heeft, alsmede in welke mate de klacht naar het oordeel van
                                        de Kamer Klachtbehandeling gegrond geacht kan worden.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 18, derde lid, zal
                                        de Kamer Klachtbehandeling slechts een suggestie kunnen doen
                                        ten aanzien van de wijze waarop de klacht naar alle
                                        waarschijnlijkheid naar tevredenheid van de indiener zal
                                        kunnen worden afgedaan.</al></li></lijst></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>III</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Verslaglegging &amp; rapportage</titel></kop><al>De commissie brengt jaarlijks verslag uit omtrent de door de Kamer
                            Bezwaarschriften en de Kamer Klachtbehandeling behandelde
                            bezwaarschriften en klachten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 april 2008.</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als:
                                        “<cursief>Verordening op de behandeling van bezwaarschriften
                                        en klachten gemeente Alblasserdam”.</cursief></al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Alblasserdam, 26 maart 2008</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>