<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR99756_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening naamgeving en nummering (adressen)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Aalburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-02-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Altena</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Kontakt, 9 februari
                2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening naamgeving en nummering (adressen)</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">art. 6 Wet bag; art. 147, art. 108, 1e lid + art. 149 en art. 156, 1e lid Gemw.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-05-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-02-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Vervangt de Verordening namen en nummers (adressen) van 29 september 2005.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening naamgeving en nummering (adressen)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Vastgesteld door de gemeenteraad op 25 mei 2010.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In deze verordening (en de daarop berustende bepalingen) wordt
                                verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> Adres: door het college aan een verblijfsobject, een
                                        standplaats of een ligplaats toegekende benaming, bestaande
                                        uit een combinatie van de naam van een openbare ruimte, een
                                        nummeraanduiding en de naam van een woonplaats.</al></li><li nr="b."><al>Afgebakend terrein: een terrein met een kunstmatige of
                                        natuurlijke afbakening, waarop zich geen verblijfsobjecten
                                        bevinden en dat betreedbaar en afsluitbaar is.</al></li><li nr="c."><al>College: het college van burgemeester en wethouders.</al></li><li nr="d."><al>Convenant: het tussen de Minister van Volkshuisvesting,
                                        Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de Vereniging van
                                        Nederlandse Gemeenten en de Koninklijke TPG Post BV gesloten
                                        Kader Convenant en Nader Convenant inzake postcodes.</al></li><li nr="e."><al>Ligplaats: door het college als zodanig aangewezen plaats in
                                        het water, al dan niet aangevuld met een op de oever
                                        aanwezig terrein of een gedeelte daarvan, die is bestemd
                                        voor het permanent afmeren van een voor woon-,
                                        bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikt
                                        vaartuig.</al></li><li nr="f."><al>Nummeraanduiding: door het college als zodanig toegekende
                                        aanduiding van een verblijfsobject, een standplaats, een
                                        ligplaats en een afgebakend terrein dat bestaat uit een of
                                        meer Arabische cijfers, al dan niet met toevoeging van een
                                        letter- en/of cijfercombinatie.</al></li><li nr="g."><al>Openbare ruimte: door het college als zodanig aangewezen en
                                        van een naam voorziene buitenruimte die binnen één
                                        woonplaats is gelegen.</al></li><li nr="h."><al>Pand: kleinste bij de totstandkoming functioneel en
                                        bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en
                                        duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en
                                        afsluitbaar is. </al></li><li nr="i."><al>Rechthebbende: een ieder die krachtens eigendom of een
                                        beperkt zakelijk recht of een persoonlijk recht zodanig
                                        beschikking heeft over een onroerende zaak dat hij naar
                                        burgerlijk recht bevoegd is om in die zaak te handelen zoals
                                        in de verordening is voorgeschreven, alsmede de
                                        beheerder.</al></li><li nr="j."><al>Standplaats: door het college als zodanig aangewezen terrein
                                        of een gedeelte daarvan dat is bestemd voor het permanent
                                        plaatsen van een niet direct en duurzaam met de aarde
                                        verbonden en voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve
                                        doeleinden geschikte ruimte.</al></li><li nr="k."><al>Uitvoeringsvoorschriften: nadere bepalingen inzake
                                        naamgeving en nummering (adressen).</al></li><li nr="l."><al>Verblijfsobject: de kleinste binnen één of meerdere panden
                                        gelegen en voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve
                                        doeleinden geschikte eenheid van gebruik die ontsloten wordt
                                        via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een
                                        erf ofeen gedeelde verkeersruimte, die onderwerp kan zijn
                                        van goederenrechtelijke rechtshandelingen en in functioneel
                                        opzicht zelfstandig is.</al></li><li nr="m."><al>Wijk- en buurtindeling: een indeling van de gemeente in
                                        wijken en buurten conform de eisen die het CBS aan deze
                                        indeling verbindt.</al></li><li nr="n."><al>Woonplaats: door het college als zodanig aangewezen en van
                                        een naam voorzien gedeelte van het grondgebied van de
                                        gemeente.</al></li><li nr="o."><al>De Wet: Wet basisregistraties adressen en gebouwen.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Naamgeving en begrenzing van woonplaatsen, toekennen van namen aan de
                            openbare ruimte, het nummeren van verblijfsobjecten, ligplaatsen,
                            standplaatsen en afgebakende terreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt de grens en de naam van de woonplaats(en) vast en
                                kan desgewenst de woonplaats(en), al dan niet op basis van
                                bouwblokken, in wijken en buurten verdelen en aanduiden met namen,
                                zo nodig met letters en nummers.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kent per woonplaats namen toe aan delen van de openbare
                                ruimte en zonodig aan gemeentelijke gebouwen en bouwwerken. e kent
                                per woonplaats namen toe aan delen van de openbare ruimte en zonodig
                                aan gemeentelijke gebouwen en bouwwerken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder vaststellen, verdelen, aanduiden en toekennen, zoals bedoeld
                                in het eerste lid en tweede lid, wordt tevens begrepen het wijzigen
                                en intrekken daarvan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Uitgangspunt bij de naamgeving is dat zoveel als mogelijk namen
                                gekozen worden, die cultuur- of natuurhistorische betekenis hebben.
                                Het college laat zich hierover adviseren door de streekarchivaris en
                                pleegt overleg met de opiniërende raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt de ligplaatsen en standplaatsen vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kent binnen het grondgebied van de gemeente nummers toe
                                aan verblijfsobjecten, ligplaatsen en standplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college bepaalt de afbakening van panden, verblijfsobjecten,
                                standplaatsen en ligplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De toekenning of afbakening, zoals bedoeld in het tweede en derde
                                lid, kan ook op voor personen toegankelijke objecten, zijnde niet
                                verblijfsobjecten of op afgebakende terreinen worden toegepast,
                                indien dat naar oordeel van het college noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Onder vaststellen, toekennen en bepalen, zoals bedoeld in het eerste
                                tot en met vierde lid, wordt tevens begrepen het wijzigen en
                                intrekken daarvan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De door het college toegekende namen, zoals vervat in artikel 2,
                                worden door of in opdracht van de gemeente blijvend zichtbaar en in
                                voldoende aantallen ter plaatse aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan objecten, zoals aangegeven in artikel 3, waarvoor een nummer is
                                vastgesteld moet dat nummer op een doeltreffende wijze zijn
                                aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is eenieder die daartoe niet is bevoegd is, verboden namen aan
                                de openbare ruimte en woonplaatsen, wijken en buurten toe te kennen
                                door deze op zichtbare wijze aan te brengen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is een ieder die daartoe niet is bevoegd, verboden aan een pand
                                of verblijfsobject, stand- of ligplaats of afgebakend terrein
                                nummers toe te kennen door deze op zichtbare wijze aan te
                                brengen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Plaatsen van naam- en nummerborden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Gedoogplicht naamborden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het college het nodig oordeelt dat borden met een wijk- of
                                buurtaanduiding, borden met namen van de openbare ruimte,
                                naamverwijsborden, nummerborden, nummerverzamelborden en andere
                                (verwijs)aanduidingen aan een bouwwerk, gebouw, muur, paal,
                                schutting of een andere soort terreinafscheiding worden aangebracht,
                                draagt de rechthebbende er zorg voor dat de hier bedoelde borden
                                vanwege of op verzoek en overeenkomstig de aanwijzingen van het
                                college worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of
                                verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college het noodzakelijk acht om een naambord, waarop de
                                vervallen naam is doorgehaald, tijdelijk naast het naambord met de
                                nieuwe naam te handhaven zal de rechthebbende dit toelaten als
                                daaraan door het college een termijn van niet langer dan een jaar is
                                verbonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rechthebbende zorgt er voor dat de in het eerste en tweede lid
                                bedoelde borden vanaf de openbare weg duidelijk leesbaar
                                blijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verplichting tot aanbrengen van nummerborden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tenzij het college anders heeft besloten, zorgt de rechthebbende van
                                een object er voor dat de nummers, zoals bedoeld in artikel 3,
                                tweede lid, worden aangebracht op een wijze zoals krachtens artikel
                                7 is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende draagt er zorg voor dat de in het eerste lid
                                genoemde nummers binnen vier weken na kennisgeving van het besluit
                                van het college zijn aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Indien een verblijfsobjecten, ligplaatsen, standplaatsen of
                                afgebakend terrein nog niet is voltooid, wordt het nummer binnen
                                vier weken na voltooiing aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het college heeft besloten om een nummerbord, waarop het
                                vervallen nummer is doorgehaald, naast het nummerbord met het nieuwe
                                nummer te handhaven zal de rechthebbende dit toelaten of daar
                                uitvoering aan geven als daaraan door het college een termijn van
                                niet langer dan een jaar is verbonden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan de in het tweede en derde lid genoemde termijn
                                verlengen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Nadere voorschriften</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Uitvoeringsvoorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan uitvoeringsvoorschriften vaststellen betreffende het
                                proces en de wijze van:</al><lijst><li nr="a."><al> naamgeving en van begrenzing van woonplaatsen, wijken,
                                        buurten en bouwblokken;</al></li><li nr="b."><al> naamgeving en begrenzing van de openbare ruimte;</al></li><li nr="c."><al> nummering van verblijfsobjecten, ligplaatsen en
                                        standplaatsen en afgebakende terreinen;</al></li><li nr="d."><al> opmaak van formulieren, besluiten en verklaringen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uitvoeringsvoorschriften zijn niet strijdig met het convenant
                                inzake postcodes.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overtreding van artikel 4, tweede en derde lid, artikel 5 en artikel
                                6, eerste tot en met het vierde lid, wordt gestraft met een
                                geldboete van de eerste categorie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening is belast de sector Grondgebied.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De verordening treedt in werking op de datum van bekendmaking.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vervallen oude regels</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Met de inwerkingtreding van deze verordening vervalt de Verordening
                                namen en nummers (adressen), zoals vastgesteld bij raadsbesluit van
                                29 september 2005.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Namen en nummers die op grond van de in artikel 10 genoemde regels
                                en voorschriften aan objecten zijn toegekend, blijven na
                                inwerkingtreding van deze verordening bestaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan in afwijking van het eerste lid besluiten dat de op
                                grond van de in het eerste lid genoemde regels en voorschriften
                                aangebrachte namen en nummers binnen een door hen te bepalen termijn
                                moeten worden vervangen door namen en nummers die voldoen aan de bij
                                of krachtens deze verordening gestelde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als Verordening naamgeving en
                                nummering (adressen)</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>Vastgesteld door de gemeenteraad op 25 mei 2010</al><al><vet>A. Algemeen</vet></al><al><vet>Wettelijke grondslag</vet></al><al>Op 1 juli 2009 is de Wet Basisregistaties Adressen en Gebouwen (hierna: Wet
                    BAG), in werking getreden. Deze wet omvat ondermeer regels betreffende de
                    methodische registratie van adresgegevens. Met de invoering van de Wet BAG is de
                    gemeente de plicht opgelegd om ten behoeve van de basisregistratie adressen
                    bepaalde, expliciet in de Wet BAG genoemde zaken, van een naam, nummer of
                    begrenzing te voorzien. Voor zover het deze zaken betreft is er sprake van
                    medebewind als bedoeld in artikel 108, tweede lid, van de Gemeentewet. Hoeveel
                    vrijheid de gemeente nog heeft om zelf een regeling rond naamgeving en nummering
                    te treffen wordt aangegeven in artikel 121 Gemeentewet. Dit artikel stelt, dat
                    de gemeentelijke regeling niet in strijd mag zijn met wetten, algemene
                    maatregelen van bestuur en provinciale verordeningen. Deze
                    bevoegdheidsafbakening betekent, dat de gemeente een aanvullingsbevoegdheid
                    heeft op de hogere regelgeving. De gemeente heeft ter voorbereiding daarvan wel
                    rekening te houden met twee grenzen. Een benedengrens (niet treden in de
                    bijzondere belangen van de ingezetenen) en een bovengrens (regels mogen niet in
                    strijd zijn met hogere regelgeving).Al met al staat het de gemeente dus vrij om,
                    met het oog op een goede uitvoering van het medebewind, de wijze van naamgeving
                    en nummering in het kader van de Wet BAG nader te regelen. Het gaat hier om het
                    zogeheten ‘vrije medebewind’, omdat in de Wet BAG geen regels worden gegeven
                    voor het meer creatieve proces dat aan de eerder genoemde methodische
                    registratie vooraf gaat; onder andere het bedenken en toekennen van namen aan
                    woonplaatsen en aan delen van de openbare ruimte en de methode van toekennen van
                    nummeren aan objecten en plaatsen.</al><al>Het is de gemeente, in het kader van regeling en bestuur van de eigen
                    huishouding, toegestaan om in de verordening inzake naamgeving en nummering
                    bepalingen op te nemen over zaken waarin de Wet BAG in het geheel niet voorziet.
                    Daaronder vallen bijvoorbeeld zaken als de afbakening en aanduiding van wijken,
                    buurten en bouwblokken, alsmede het nummeren van afgebakende en afsluitbare
                    terreinen en de naamgeving van gemeentelijke bouwwerken. De verordening
                    naamgeving en nummering heeft daardoor een dubbele grondslag nodig. Met
                    betrekking tot de beslissingen, als bedoeld in artikel 6 van de Wet BAG, is er
                    sprake van regeling van bestuur in medebewind, waarvoor artikel 108, tweede lid,
                    en artikel 149 van de Gemeentewet de grondslag biedt. Voor de overige
                    beslissingen betreft het regeling en bestuur op grond van artikel 108, eerste
                    lid en artikel 149 van de Gemeentewet. De twee grondslagen voor deze verordening
                    worden dan ook in de aanhef van de verordening genoemd.</al><al>Op het punt van de taaktoedeling bepaalt de Wet BAG, dat de in artikel 6 van die
                    wet genoemde beslissingen door de gemeenteraad moeten worden genomen, waarmee
                    wordt aangesloten op de voorheen bestaande taaktoedeling op basis van artikel
                    108, eerste lid en hoofdstuk IX van de Gemeentewet. Het is zodoende – mede
                    ingevolge artikel 149 van de Gemeentewet - de raad die, naast het autonome deel,
                    ook het onderwerpelijke medebewindsdeel in een regeling kan uitwerken. In de
                    verordening zelf kan delegatie van beslissingen aan het college worden geregeld
                    op grond van de algemene delegatiebevoegdheid van artikel 156, eerste lid, van
                    de Gemeente. Dit is in deze verordening ook het geval. (Zie verder ook hierna
                    onder dualistisch bestel)</al><al><vet>Belang van naamgeving en nummering (adressen)</vet></al><al>Adressen vervullen een essentiële functie in het maatschappelijk verkeer. Niet
                    alleen voor dienstverlenende instanties als politie, brandweer, posterijen en
                    ambulancebedrijven, maar ook voor bijvoorbeeld de makelaardij, de advocatuur,
                    het notariaat en het bedrijfsleven. Zij kunnen veelal hun werkzaamheden niet
                    uitvoeren zonder goed sluitende informatie over adressen. Ook de burger heeft
                    belang bij goede adressering van zijn woonverblijf. Hij wenst in brede zin
                    vindbaar te zijn. Adressen vervullen binnen het openbaar bestuur eveneens een
                    wezenlijke functie. Enerzijds is een groot deel van de overheidsregistraties
                    geordend (toegankelijk) op alfanumerieke volgorde van adressen. Anderzijds zijn
                    adressen van wezenlijke betekenis voor het koppelen en maken van selecties uit
                    deze registraties. Het benoemen van delen van de openbare ruimte (voorheen
                    straatnamen) en het toekennen van nummers aan verblijfsobjecten (voorheen
                    huisnummers) is een taak die de gemeente met extra zorg moet omgeven.</al><al><vet>Algemene wet bestuursrecht</vet></al><al>Het toekennen van een naam of nummer (adressen) op grond van de verordening is
                    een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het besluit zal
                    aan de formele en materiële eisen van de Awb moeten voldoen. Op grond van de Awb
                    is het mogelijk tegen een besluit een bezwaarschrift in te dienen bij het
                    besluitende bestuursorgaan. Tevens staat de mogelijkheid open om een
                    beroepschrift in te dienen bij de sector bestuursrecht van de
                    arrondissementsrechtbank.Met name ten aanzien van naamgeving kan de vraag rijzen
                    of er wel sprake is van een besluit. Deze vraag kan bevestigend worden
                    beantwoord indien het besluit zich richt op bepaalde, concreet aanwijsbare
                    objecten en het besluit gebaseerd is op een publiekrechtelijke regeling die een
                    gedoogplicht inhoudt voor de rechthebbende op onroerende zaken in verband met
                    het op deze objecten aanbrengen van naam- en nummerborden. Op grond van deze
                    verordening zal derhalve sprake zijn van een besluit tot naamgeving of
                    nummering. Ook wijziging of intrekking van een naam of nummer of het afwijzen
                    van een verzoek daartoe valt binnen de reikwijdte van de AWB. Indien een
                    aanvraag voor een naam of een nummering moet worden afgewezen of een besluit tot
                    naamgeving of nummering een belanghebbenden zou treffen, moet worden bezien of
                    artikel 4:7 dan wel 4:8 van de AWB van toepassing is. Deze artikelen houden de
                    verplichting in de aanvrager of belanghebbende te horen voordat het besluit
                    wordt genomen.</al><al><vet>Dualistisch bestel</vet></al><al>Maar er is meer te melden over de bevoegdheid inzake naamgeving en nummering;
                    namelijk het dualistische stelsel. De kern van het dualisme is de ontvlechting
                    van de positie en bevoegdheden van de raad en het college. De kaderstellende en
                    controlerende bevoegdheden worden bij de raad gelegd en de bestuursbevoegdheden
                    worden bij het college geconcentreerd. Er kunnen drie typen bestuursbevoegdheden
                    worden onderscheiden in a.) bestuursbevoegdheden die in de Gemeentewet zijn
                    opgenomen, b.) de bestuursbevoegdheden in medebewindswetten en c.) de autonome
                    bevoegdheden. De bestuurlijke bevoegdheden die in de Gemeentewet zijn opgenomen
                    zijn met de inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur (Stb.2002,
                    111) bij het college gelegd.</al><al>De naamgeving en nummering kan worden aangemerkt als een autonome
                    bestuursbevoegdheid. Deze bevoegdheid blijft dus nog bij de raad liggen. Pas na
                    de aanvaardig van de grondwetswijziging en een wijziging van de artikelen 108 en
                    147 Gemeentewet kan deze bevoegdheid aan het college worden toegekend. Voorlopig
                    blijft deze bevoegdheid nog bij de Gemeenteraad. Wel kan de raad ervoor kiezen
                    om vooruitlopend op deze wijziging van de Grondwet de bevoegdheid tot naamgeving
                    en nummering aan het college te delegeren. Ter volmaking van het dualistische
                    stelsel ligt dit ook in de rede. Wel blijft ook in het dualistische stelsel de
                    verordende bevoegdheid bij de raad liggen. Dit betekent dat de bevoegdheid tot
                    vaststelling van een verordening op de naamgeving en nummering bij de raad
                    blijft berusten. De raad kan er echter – ook nu al – voor kiezen om de
                    verordende bevoegdheid ter zake van naamgeving en nummering op grond van artikel
                    156 Gemeentewet aan het college te delegeren. Dat is in deze modelverordening
                    ook voor gekozen.</al><al><vet>Regelen van de gevolgen</vet></al><al>Bij het gebruik van de bevoegdheid tot naamgeving en nummering moet het college
                    rekening houden met het belang van vooral bewoners en bedrijven. Wijziging van
                    een naam of een nummer treft immers de belangen van bewoners en bedrijven. In
                    bepaalde gevallen kan er sprake zijn van een gemeentelijke gehoudenheid tot
                    regeling van de gevolgen van de wijzigingsbesluiten. Een aantal punten is
                    hierbij van belang:</al><lijst><li nr="1."><al>Tussen het besluit tot wijziging en de uitvoering van de wijziging dient
                            voldoende tijd te liggen, zodat de bewoners en de bedrijven zich op de
                            gewijzigde naam of het veranderde nummer kunnen voorbereiden. Hoe langer
                            deze periode is, hoe minder de gemeenten gehouden is tot compenserende
                            maatregelen. De in artikel 11 genoemde periode kan voor gewone gevallen
                            als een redelijke voorbereiding worden gezien. Gevallen die hiervan
                            afwijken, zoals sterk naar buiten tredende bedrijven met een groot
                            klantenpotentieel, moeten op zichzelf worden bezien. Het verdient
                            aanbeveling in een vroeg stadium contact op te nemen met de betrokken
                            bewoners en bedrijven. De Algemene wet bestuursrecht (Awb) kent deze
                            verplichting op grond van artikel 4:8.</al></li><li nr="2."><al>Voor de gevallen waarin de gemeente gehouden kan worden tot het
                            vergoeden van de gemaakte kosten, is geen algemene norm aan te geven
                            waaruit de hoogte of de vorm van de vergoeding kan worden afgeleid.</al></li><li nr="3."><al>Indien de wijziging bewoners betreft en er een korte
                            voorbereidingsperiode geldt, is het beschikbaar stellen van een aantal
                            adreswijzigingkaarten in de meeste gevallen een redelijke vorm van
                            schadeloosstelling.</al></li><li nr="4."><al> Bedrijven die ook bij een voorbereidingsperiode van een jaar onredelijk
                            in hun belangen worden getroffen, kunnen een aanspraak maken op
                            vergoeding van een deel van de kosten die ze maken. Daarbij zijn de
                            volgende aspecten te overwegen:a. De bevoegdheid van de gemeente om tot
                            wijziging te besluiten;b. Het maatschappelijk risico dat een bedrijf
                            dientengevolge is toe te rekenen, waarbij de keuze voor vermelding van
                            het adres op verpakkingsmateriaal, winkelruiten, markiezen,
                            bedrijfsauto’s of productieonderdelen geacht worden tot het
                            ondernemersrisico te behoren;c. De lengte van de
                            voorbereidingsperiode;d. De specifieke aspecten van het bedrijf;e. De
                            voorraad naar buiten gerichte kantoorbescheiden en andersoortige
                            productieonderdelen die niet tot het ondernemingsrisico zijn te
                            rekenen;f. De actualiteit van de onder punt e genoemde zaken;g. Het
                            gemiddelde gebruik of de omzet per tijdsperiode van de onder punt e
                            genoemde zaken;h. De mogelijkheid tot bedrijfseconomische en fiscale
                            afschrijving van de onder punt e genoemde zaken. </al></li></lijst><al><vet>B. Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al><vet>Artikel 1.</vet></al><al>De begripsomschrijvingen zijn aangepast aan de omschrijving zoals opgenomen in
                    artikel 1 van de wet. Daardoor zijn de voorheen in de verordening gehanteerde
                    begrippen straatnaam, huisnummer, object, gebouw, complex en bouwwerk komen te
                    vervallen. Verblijfsobject, pand, nummeraanduiding, wijk- en buurtindeling,
                    woonplaats en convenant zijn aan de begripsomschrijvingen toegevoegd. De overige
                    begrippen zijn ongewijzigd gebleven. Voor de goede orde wordt gewezen op het
                    feit dat het begrip "openbare ruimte" onder punt g niet precies overeenkomt met
                    de openbare ruimte die wordt gebezigd in het spraakgebruik.</al><al><vet>Artikel 2.</vet></al><al>Het eerste lid regelt het vaststellen en begrenzen van de woonplaats(en). Het
                    totale grondgebied van de gemeente moet in een of meer woonplaatsen worden
                    opgedeeld. Dit betekent, dat de gemeentegrens altijd samenvalt met de
                    woonplaatsgrenzen. Verder biedt het eerste lid de mogelijkheid om woonplaatsen
                    te verdelen in wijken en buurten. In het kader van de Volkstelling 1971 is
                    tussen gemeenten, de provinciale planologische diensten en het Centraal Bureau
                    voor de Statistiek (CBS) een gebiedsindeling overeengekomen, die wordt aangeduid
                    met de term CBS wijk- en buurtindeling. Deze indeling werd noodzakelijk geacht,
                    omdat op provinciaal en landelijk niveau behoefte bestond aan inzicht in de
                    onderverdeling van het gemeentelijk grondgebied. Sinds 1971 heeft het echter
                    ontbroken aan systematisch interbestuurlijk overleg waardoor onduidelijkheid kon
                    ontstaan over de te hanteren wijk- en buurtindeling. De minister van Economische
                    Zaken is voornemens zijn coördinerende rol inzake wijk- en buurtindeling te
                    reactiveren, maar dat heeft nog niet geleid tot nadere bijhoudingsregels.
                    Gemeenten doen er voorlopig verstandig aan - bij het opdelen van een woonplaats
                    in wijken en buurten - de CBS-voorschriften inzake de wijk- en buurtindeling uit
                    1970 aan te houden.Het tweede lid regelt het per woonplaats benoemen van
                    openbare ruimte. In de Wet BAG zijn geen bepalingen opgenomen over de grenzen
                    van benoemde delen van de openbare ruimte. Daar is in de verordening wel voor
                    gekozen om te voorkomen dat delen van de openbare ruimte, onbedoeld, een dubbele
                    naam krijgen of deels geen naam krijgen vanwege onduidelijkheid over de
                    begrenzingen. Voor de meeste gemeenten is het vastleggen van begrenzingen van
                    benoemde delen van de openbare ruimte al dagelijkse praktijk. Verder is in het
                    tweede lid de naamgeving van gemeentelijke gebouwen en bouwwerken meegenomen.
                    Deze taak kan, naast de naamgeving van woonplaatsen en de openbare ruimte, aan
                    de Commissie voor de naamgeving worden opgedragen.Met de wettelijke regeling
                    inzake de naamgeving van de openbare ruimte komt een einde aan discussies over
                    de naamgeving van rijkswegen en provinciale wegen. De Wet BAG schrijft namelijk
                    voor dat alle verblijfsobjecten van een nummer moeten zijn voorzien en dat geldt
                    dus ook voor bijvoorbeeld benzinestations, restaurants of hotels die alleen via
                    een rijks- of provinciale weg zijn te bereiken. Nummers kunnen alleen worden
                    uitgegeven als zij worden gerelateerd aan een door het college vastgestelde naam
                    aan een deel van de openbare ruimte. Gemeenten moeten derhalve ex artikel 6 van
                    de Wet BAG voor rijks- en provinciale wegen een naambesluit nemen. Gemeenten
                    moeten hier verstandig met hun bevoegdheid omgaan. In dit soort gevallen kan
                    worden aangesloten bij de al jaren door veel gemeenten toegepaste werkwijze,
                    waarbij de naamgeving louter wordt gebaseerd op de nummer en het type weg.
                    Bijvoorbeeld door de A3 in een bepaalde woonplaats de naam toe te kennen.
                    Daarmee blijft de A-nummering in tact en ook het type weg (rijksweg) blijft
                    onveranderd. (E-aanduidingen moeten niet in de naamgeving van rijkswegen worden
                    betrokken.) Zo kan ook bijvoorbeeld de provinciale weg N999 de naam worden
                    toegekend. Ook hier blijft het type weg en de N-nummering volledig in tact. Tot
                    op heden hebben gemeenten zich aan deze werkwijze gehouden.Anders ligt dat bij
                    de naamgeving van rivieren en wateren van internationale betekenis. Na ampel
                    beraad is besloten over de naamgeving van dit soort openbare buitenruimten geen
                    regels op te nemen in de verordening. Er bestaat voor de gemeente immers geen
                    enkele aanleiding of noodzaak tot het herbenoemen van deze rivieren en wateren.
                    Het behoeft bovendien geen nadere uitleg dat het tot onoverzichtelijke situaties
                    leidt als bijvoorbeeld een rivier per woonplaats een andere naam krijgt
                    toebedeeld. Het toekennen van nummeringen aan een object of plaats dient te
                    worden gekoppeld aan de naam van de openbare ruimte naast voornoemde rivieren en
                    wateren. Als zich de bijzondere situatie al mocht voordoen om een naam van een
                    rivier of water van internationale betekenis te wijzigen, dan kan dat niet
                    eerder plaatsvinden dan na gehouden overleg met het bestuursorgaan die dat
                    aangaat.Het derde lid bepaalt, dat onder de termen bepalen, vaststellen,
                    verdelen en toekennen, zoals bedoeld in het eerste en twee lid, tevens het
                    wijzigingen of intrekken daarvan omvat. Deze passage is opgenomen, omdat
                    hierover in het verleden problemen zijn gerezen.</al><al><vet>Artikel 3.</vet></al><al>Het eerste en tweede lid regelen het vaststellen van standplaatsen en
                    ligplaatsen en het toekennen van nummers aan verblijfsobjecten, ligplaatsen,
                    standplaatsen en afgebakende terreinen. Hier is niet voor de term huisnummer
                    gekozen, omdat bij afgebakende terreinen, lig- en standplaatsen niet kan worden
                    gesproken van huis. Vandaar dat de term nummeraanduiding wordt gebruikt. Een
                    burger kan overigens een aanvraag voor een nummeraanduiding bij burgemeester en
                    wethouders indienen. Deze aanvraag zal in de regel zijn aan te merken als een
                    verzoek van een belanghebbende om een besluit te nemen in de zin van artikel
                    1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Op de
                    afwikkeling van de aanvraag zijn de hoofdstuk 3 en 4 van de Awb van toepassing
                    (zie hierover ook de algemene toelichting).De strekking van het derde lid
                    spreekt voor zich en behoeft geen verdere toelichting. Het vierde lid regelt,
                    dat het eerste tot en met het derde lid ook kan worden toegepast op andere
                    betreedbare en afsluitbare objecten - zoals bijvoorbeeld afgebakende terreinen -
                    als het college dat nodig oordeelt.Het vijfde lid bepaalt dat onder de termen
                    vaststellen, verdelen en toekennen, zoals bedoeld in het eerste en twee lid,
                    tevens het wijzigingen of intrekken daarvan omvat. Deze passage is opgenomen,
                    omdat hierover in het verleden problemen zijn gerezen.</al><al><vet>Artikel 4.</vet></al><al>De toegekende namen moeten overeenkomstig de wens van het college worden
                    aangebracht. De kosten daarvan komen voor rekening van de gemeente. De in het
                    eerste lid vervatte zinsnede ‘in voldoende aantallen ter plaatse’ verdient
                    nadere toelichting. Onder dit begrip wordt verstaan, dat een verkeersdeelnemer
                    bij het oprijden van een kruising van wegen, door in voldoende aantallen
                    aangebrachte naamborden, zonder omkijken en in een oogopslag de naam van de
                    dwarsstraat moet kunnen lezen. Dit betekent doorgaans dat op alle hoeken van de
                    kruising borden dienen te worden aangebracht.Het tweede lid bepaalt dat een
                    object of plaats of terrein een door het college toegekend nummer ook feitelijk
                    moet dragen. Het college wordt de mogelijkheid geboden toe te zien op de
                    naleving van het aanbrengen van nummers. Met het oog op de dienstverlening is
                    het immers noodzakelijk dat de nummers, die door het college zijn toegekend, ook
                    ter plaatse terug zijn te vinden. Voor de hieraan verbonden kosten wordt
                    verwezen naar de algemene toelichting.Het derde lid verbiedt een ieder die
                    daartoe niet is bevoegd, namen toe te kennen aan delen van de openbare ruimte
                    door naamborden zichtbaar ter plaatse aan te brengen. Het komt steeds vaker voor
                    dat burgers - om de meest uiteenlopende redenen - een straatnaambord in de tuin
                    plaatsen of aan de onroerende zaak bevestigen. Dat geeft veelal verwarring met
                    de door de gemeente toegekende namen aan de openbare ruimte. Het derde lid geeft
                    de gemeente de bevoegdheid om hiertegen op te treden. Voor de goede wordt erop
                    gewezen dat het iedereen vrij staat om een naam toe te kennen aan zijn
                    onroerende zaak, zolang dat geen verwarring geeft met de door de gemeente
                    toegekende namen aan de openbare ruimte.Het vierde lid verbiedt een ieder die
                    daartoe niet is bevoegd nummers toe te kennen aan onroerende zaken die
                    privébezit zijn door deze op zichtbare wijze aan te brengen. Het aanbrengen van
                    zelf gekozen nummers door eigenaren, gebruikers of beheerders aan objecten,
                    plaatsen en terreinen is de laatste decennia hand over hand toegenomen.
                    Bovendien is bij de invoering van de BAG ook gebleken dat nummers vaak zijn
                    verdwenen. Ook worden nummers soms zo abstract vormgegeven dat zij niet meer aan
                    het criteria van doeltreffendheid, zoals bedoeld in het tweede lid, voldoen.
                    Deze criteria kunnen worden uitgewerkt in de uitvoeringsvoorschriften, zoals
                    bedoeld in artikel 7.</al><al><vet>Artikel 5.</vet></al><al>Vanuit een weloverwogen algemeen maatschappelijk belang dienen naamborden door
                    of namens de gemeente ter plaatse goed zichtbaar en in voldoende mate te worden
                    aangebracht. Veelal is het noodzakelijk om naamborden te bevestigen aan
                    gebouwgevels, terreinafscheidingen of aan paaltjes die op privéterrein worden
                    geplaatst. De betrokken rechthebbenden zijn verplicht dat toe te laten. Het
                    artikel houdt verder rekening met de omstandigheid dat de borden niet door de
                    gemeente zelf, maar op verzoek van de gemeente door derden worden
                    aangebracht.Het tweede lid geeft de gemeente de mogelijkheid om een bord met de
                    oude (doorgehaalde) naam enige tijd te handhaven naast een bord met de nieuwe
                    naam. Op deze wijze wordt voorkomen dat zij, die niet van de herbenoeming op de
                    hoogte zijn, hun bestemming niet kunnen vinden.Het derde lid is opgenomen om te
                    voorkomen dat de leesbaarheid/zichtbaarheid van een aangebracht naambord door
                    bijvoorbeeld hoog opschietend groen, zonnescherm of reclamebord wordt belemmerd.
                    Vandaar dat is bepaald dat de rechthebbende ervoor dient te zorgen dat de
                    bedoelde borden vanaf de openbare weg leesbaar blijven.</al><al><vet>Artikel 6.</vet></al><al>Met betrekking tot dit artikel wordt gewezen op het feit dat het aanbrengen van
                    nummerborden per gemeente verschillend is geregeld. Sommige gemeenten brengen de
                    nummers zelf aan. Het aanbrengen van de nummers wordt echter ook uitbesteed of
                    overgelaten aan de aannemer. Bijvoorbeeld als onderdeel van het uitvoeren van
                    een bouwwerk. Ten slotte wordt het ook vaak aan de rechthebbende opgedragen om
                    de nummers, conform de gemeentelijke voorschriften, aan te brengen.In de
                    verordening is gekozen voor een formulering waarbij de rechthebbende het nummer
                    dient aan te brengen, tenzij het college anders besluit. Het laatste zal vaak
                    het geval zijn bij nieuwbouwprojecten, waarbij een uniform uitgevoerde nummering
                    wenselijk wordt geacht. Het verdient aanbeveling de verantwoordelijkheid voor
                    het aanbrengen van een nummer in de tekst van het nummerbesluit te regelen.In
                    het tweede en derde lid is bepaald dat het door het college toegekende nummer
                    binnen een bepaalde termijn moet zijn aangebracht. Voor gevallen waarin het
                    object nog niet is voltooid, moet het nummer vier weken na de voltooiing zijn
                    aangebracht.Het vierde lid biedt de gemeente de mogelijkheid om een bord met het
                    oude (doorgehaalde) nummer enige tijd te handhaven naast een bord met het nieuwe
                    nummer. Op deze wijze wordt voorkomen dat zij, die niet van de hernummering op
                    de hoogte zijn, hun bestemming niet kunnen vinden. Het handhaven van het oude
                    (doorgehaalde) nummer wordt soms bij omvangrijke of ingewikkelde vernummering
                    toegepast.Het vijfde lid geeft het college de mogelijkheid de in het tweede en
                    derde lid genoemde termijnen te verlengen.</al><al><vet>Artikel 7.</vet></al><al>Het eerste lid biedt de mogelijkheid om uitvoeringsvoorschriften vast te stellen
                    ten aanzien van naamgeving en nummering. Deze uitvoeringsvoorschriften zijn
                    gericht op vast gemeentelijk beleid. Dat kan van belang zijn bij beroeps- en
                    bezwaarprocedures. De uitvoeringsvoorschriften kunnen bepalingen bevatten met
                    betrekking tot de bestuurlijke, taalkundige en inhoudelijke aspecten van de
                    naamgeving, alsmede bepalingen over de wijk- en buurtindeling, de toekenning van
                    nummers, de wijze van nummeren, de uitvoering en plaatsing van borden en
                    voorschriften van administratief-organisatorische aard. Ook kunnen modellen
                    worden voorgeschreven voor verklaringen, besluiten en formulieren.Artikel 2
                    bepaalt dat de uitvoeringsvoorschriften niet in strijd mogen zijn met het
                    postcodeconvenant.</al><al><vet>Artikel 8.</vet></al><al>Het opleggen van verplichtingen, zoals vervat in de verordening, heeft alleen
                    zin wanneer deze verplichtingen bij nalatigheid of overtreding kunnen worden
                    afgedwongen, zodra deze worden overtreden. Het is gebruikelijk aan lichte
                    overtredingen een geldboete van de eerste categorie te verbinden.In het tweede
                    lid wordt de afdeling of dienst aangewezen, die op de naleving van de bepalingen
                    in de verordening moet toezien. Dat kan bijvoorbeeld de afdeling of dienst
                    Bouwtoezicht zijn. De laatste jaren wordt dit toezicht steeds vaker opgedragen
                    aan de afdeling waaraan de bijhouding van de BAG is opgedragen.</al><al><vet>Artikel 9.</vet></al><al>Dit artikel regelt de inwerkingtreding van de verordening.</al><al><vet>Artikel 10.</vet></al><al>Dit artikel regelt het vervallen van de oude bepalingen. De strekking van dit
                    artikel spreekt voor zich.</al><al><vet>Artikel 11.</vet></al><al>Het principe van het benoemen van de openbare ruimte en het nummeren van
                    verblijfsobjecten, ligplaatsen, standplaatsen en afgebakende terreinen dateert
                    al uit de vorige eeuw. In de loop der jaren zijn veel opvolgende voorschriften
                    van kracht geweest. Het is niet zinvol bij de invoering van de verordening te
                    eisen dat alle nummers in de gemeente dienen te worden aangepast aan de nieuwe
                    uitvoeringsvoorschriften, zoals vervat in artikel 7. Nummers die onder het oude
                    regime tot stand zijn gekomen, blijven gehandhaafd. Het college heeft wel de
                    mogelijkheid om aanpassing van de nummers te eisen.</al><al><vet>Artikel 12.</vet></al><al>Omdat de term huisnummer in principe geen juiste term is voor het nummeren van
                    verblijfsobjecten, afgebakende terreinen, standplaatsen en ligplaatsen en de
                    term straatnaam geen juiste term is voor plantsoenen, wegen e.d., is gekozen
                    voor de nieuwe citeertitel Verordening naamgeving en nummering (adressen).</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>