<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR99680_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning gemeente Heumen 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heumen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heumen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">de Verbinding, 03-05-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning gemeente Heumen 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">de Gemeentewet, art. 33, lid 3</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">de Algemene wet bestuursrecht, Titel 4:2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-04-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-05-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>03.08 B2</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning gemeente Heumen 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Onderwerp: Verordening ambtelijke bijstand en
                        fractieondersteuning gemeente Heumen 2011</al><al>Datum: 21 april 2011</al><al>Besluitnr.: 03.08 B2</al><al/><al>De raad van de gemeente Heumen in openbare vergadering bijeen;</al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 22 maart 2011</al><al/><al>gelet op artikel 33, derde lid, van de Gemeentewet en de Algemene wet
                        bestuursrecht (Awb) in het bijzonder Titel 4:2;</al><al/><al>b e s l u i t:</al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning
                        gemeente Heumen 2011</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Ambtelijke bijstand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Verzoeken om informatie en andere ondersteuning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een raadslid wendt zich tot de griffie of de betreffende ambtenaar,
                                met een verzoek om:</al><lijst><li nr="a."><al>feitelijke informatie van geringe omvang;</al></li><li nr="b."><al>inzage in of afschrift van documenten die openbaar
                                        zijn.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien een ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op
                                informatie bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, stelt hij de
                                secretaris daarvan in kennis. De secretaris beslist. </al></li><li nr="3."><al>De griffier of de ambtenaar aan wie een verzoek als bedoeld in het
                                eerste lid is gedaan, informeert het betreffende afdelingshoofd en
                                de betreffende portefeuillehouder over het gedane verzoek, tenzij
                                sprake is van verzoek om geheimhouding zoals bedoeld in artikel 5.
                            </al></li><li nr="4."><al>Een raadslid wendt zich tot de griffie met een verzoek om bijstand
                                bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere
                                bijstand. </al></li><li nr="5."><al>De bijstand bedoeld in het vierde lid, wordt verleend door de
                                griffier of een medewerker van de griffie. Indien de gevraagde
                                bijstand niet door de griffie kan worden verleend kan de griffier de
                                secretaris verzoeken één of meer ambtenaren aan te wijzen die de
                                gevraagde bijstand zo spoedig mogelijk verlenen. </al></li><li nr="6."><al>Verzoeken en vragen over: een aanhangig raadsvoorstel of
                                raadsmededeling, worden zo spoedig mogelijk beantwoord, indien
                                mogelijk voor de betreffende vergadering van een commissie of de
                                raad. Overige vragen worden uiterlijk binnen 30 dagen of zoveel
                                sneller als mogelijk, beantwoord.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Verlenen van ambtelijke bijstand</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een ambtenaar verleent op verzoek van de secretaris ambtelijke
                                bijstand aan een raadslid tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand
                                betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad;</al></li><li nr="b."><al>dit het belang van de gemeente kan schaden;</al></li><li nr="c."><al>het verzoek een onredelijk groot beslag legt op ambtelijke
                                uren.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het
                                eerste lid geweigerd wordt.</al></li><li nr="3."><al>Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd deelt
                                de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het
                                raadslid dat het verzoek heeft ingediend.</al></li><li nr="4."><al>De secretaris verstrekt de betreffende portefeuillehouder in het
                                college desgewenst een afschrift van het verzoek.</al></li><li nr="5."><al>Indien (leden van) het college informatie wensen over een verzoek om
                                ambtelijke bijstand of de inhoud van het gegeven advies, wenden zij
                                zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken raadslid.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Weigering verzoek ambtelijke bijstand</titel></kop><al>Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris wordt
                        geweigerd kan de griffier of het betrokken raadslid het verzoek voorleggen
                        aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk op het
                        verzoek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Geschil over ambtelijke bijstand</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een raadslid niet tevreden is over de door een ambtenaar
                                verleende ambtelijke bijstand kan hiervan mededeling worden gedaan
                                aan de secretaris;</al></li><li nr="2."><al>Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor beide
                                partijen bevredigende oplossing leggen zij de zaak voor aan de
                                burgemeester. De burgemeester voorziet zo spoedig mogelijk in de
                                kwestie.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>Een raadslid kan aan de secretaris aangegeven dat een verzoek om ambtelijke
                        bijstand of de inhoud van het gegeven advies geheim wordt gehouden.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Fractieondersteuning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Recht op financiële vergoeding (subsidie)</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De fracties die vertegenwoordigd zijn in de raad ontvangen jaarlijks
                                van de raad een financiële bijdrage in de vorm van een subsidie als
                                tegemoetkoming in de kosten voor het functioneren van de
                                fractie;</al></li><li nr="2."><al>De hoogte van de te verlenen subsidie per jaar is gemaximaliseerd,
                                door vaststelling van het maximaal beschikbare subsidiebedrag door
                                de gemeenteraad in de jaarlijkse gemeentelijke begroting.</al></li><li nr="3."><al>De in het tweede lid genoemde bedragen worden elk jaar geïndiceerd
                                met de prijsindex voor externe kosten die in de gemeentelijke
                                begroting wordt toegepast.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Activiteiten waarvoor subsidie kan worden
                        verstrekt</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Fracties besteden de subsidie om hun volksvertegenwoordigende,
                                kaderstellende en controlerende rol te versterken;</al></li><li nr="2."><al>De subsidie mag niet gebruikt worden ter bekostiging van:</al><lijst><li nr="a."><al>uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en overige
                                regelingen;</al></li><li nr="b."><al>betalingen aan politieke partijen, met politieke partijen verbonden
                                instellingen of natuurlijke personen anders dan ter vergoeding van
                                prestaties (diensten of goederen) geleverd ten behoeve van de
                                fractie op basis van een gespecificeerde, reële declaratie;</al></li><li nr="c."><al>giften;</al></li><li nr="d."><al>uitgaven welke dienen bestreden te worden uit vergoedingen die de
                                leden ingevolge het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden
                                toekomen;</al></li><li nr="e."><al>opleidingen voor raads- en commissieleden voor zover deze
                                inhoudelijk gerelateerd zijn aan de politieke uitgangspunten van de
                                deelnemers.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Subsidieverlening en voorschot</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij de subsidieverlening kan de raad bepalen dat aan de fracties een
                                voorschot op het subsidiebedrag wordt verleend tot maximaal de
                                hoogte van de subsidiegrondslag zoals genoemd in het tweede lid van
                                artikel 6.</al></li><li nr="2."><al>De fractiegelden, zoals bedoeld in het eerste lid van dit artikel,
                                worden beheerd door de griffier. De fracties blijven zelf
                                verantwoordelijk voor de besteding van de subsidie conform het
                                bepaalde in artikel 7 van deze verordening.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Tijdstip verstrekken voorschot in verkiezingsjaar</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 8 kan in een jaar waarin
                        verkiezingen plaatsvinden het voorschot worden verstrekt voor de maanden tot
                        en met de maand waarin de verkiezingen plaatsvinden. In de eerste maand na
                        de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad plaatsvindt
                        kan het voorschot worden verstrekt voor de overige maanden van dat
                        jaar.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Gevolgen splitsen fractie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij afsplitsing van een fractie wordt de op grond van artikel 6,
                                tweede lid, genoemde bedrag voor de oorspronkelijke fractie verdeeld
                                over de betrokken fracties naar evenredigheid van het aantal bij de
                                splitsing betrokken leden.</al></li><li nr="2."><al>Bij afsplitsing van een fractie wordt het aan de oorspronkelijke
                                fractie verstrekte voorschot verrekend overeenkomstig de verdeling
                                die volgt uit het eerste lid van dit artikel.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Verantwoording, controle en vaststelling van de
                            subsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Elke fractie legt uiterlijk binnen één maand na het einde van een
                                kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft aan de raad
                                verantwoording af over de besteding van de subsidie voor
                                fractieondersteuning onder overlegging van een overzicht van
                                gespecificeerde rekeningen met (kopieën van) die rekeningen.</al></li><li nr="2."><al>Controle van de bestedingen vindt plaats door de accountant als
                                onderdeel van de controle van de jaarrekening. De accountant brengt
                                advies uit aan de raad.</al></li><li nr="3."><al>Na ontvangst van het advies van de accountant stelt de raad vóór 15
                                juni de definitieve subsidies vast van het voorgaande subsidiejaar
                                aan de hand van het vaststellen van de jaarrekening, waarin deze
                                subsidies zijn opgenomen.</al></li><li nr="4."><al>De subsidie wordt vastgesteld op de hoogte van de werkelijk gemaakte
                                kosten met betrekking tot de activiteiten waarvoor de subsidie is
                                verleend, met een maximum van het bedrag dat op grond van artikel 6,
                                tweede lid, van deze verordening is berekend en met inachtneming van
                                het bepaalde in artikel 10, eerste lid van deze verordening.</al></li><li nr="5."><al>Onverschuldigd betaalde voorschotten worden op grond van artikel
                                4:95, vierde lid van de Awb, door de raad teruggevorderd of
                                verrekend met een daarop volgende voorschotberekening.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Mandaat</titel></kop><al>De bevoegdheid tot verlening en vaststelling van de subsidie, inclusief de
                        verlening van een voorschot, is gemandateerd aan de griffier.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Toepassing Awb</titel></kop><al>Titel 4.2 van de Awb is van toepassing op de subsidie die een fractie
                        ontvangt.</al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Inwerkingtreding en intrekking </titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 mei 2011.</al><al>Gelijktijdig wordt de verordening op de ambtelijke bijstand en
                        fractieondersteuning 2004, zoals is vastgesteld in de raad van 22 april
                        2004, ingetrokken.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening ambtelijke bijstand en
                        fractieondersteuning gemeente Heumen 2011.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van 21 april 2011,</ondertekening><ondertekening>BvdA</ondertekening><ondertekening>Malden, </ondertekening><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD;</ondertekening><ondertekening>De raadsgriffier,</ondertekening><ondertekening>L.Bosland.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De burgemeester,</ondertekening><ondertekening>P.Mengde.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al>Toelichting bij de Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning
                        gemeente Heumen 2011 (artikel 33 Gemeentewet)</al><al/><al>Artikel 1.</al><al>De verordening is niet bedoeld om formele barrières op te werpen die het
                        verlenen van bijstand aan raadsleden juist bemoeilijkt. Indien het gaat om
                        het verzoek om informatie van feitelijke aard, dan wel inzage in of
                        afschrift van openbare documenten, kan een raadslid contact opnemen met de
                        griffie of behandelend ambtenaar. Uitdrukkelijk dient te worden vermeld dat
                        dit artikel niet ziet op politieke vragen. De wijze waarop dergelijke vragen
                        kunnen worden gesteld is geregeld in artikel 38 van het Reglement van Orde
                        voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente
                        Heumen 2011. Het begrip document wordt in artikel 1 wordt gebruikt in de
                        betekenis die het in de Wet openbaarheid van bestuur heeft. Met openbaar
                        wordt bedoeld openbaar in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur. Op
                        niet-openbare documenten is het bepaalde in de artikelen 25, 55 en 86 van de
                        Gemeentewet van toepassing. Deze rechten zijn veelal uitgewerkt in het
                        Reglement van orde voor de vergaderingen van de raad, het Reglement van orde
                        voor de vergaderingen van het college en de Verordening op de
                        raadscommissies.</al><al/><al>Artikel 2.</al><al>Er is gekozen om geen limiet te stellen aan de omvang van de ambtelijke
                        bijstand in uren per raadslid. In de Heumense praktijk wordt er spaarzaam
                        gebruik gemaakt van ambtelijke bijstand.</al><al>In het vierde lid wordt gewezen op het belang dat de betrokken
                        portefeuillehouder heeft van het op de hoogte zijn van het feit dat bijstand
                        is verleend door onder zijn verantwoordelijkheid functionerende ambtenaren.
                        Gezien de afstand tussen raad en college is het logisch dat desgewenst
                        melding wordt gemaakt van het verlenen van ambtelijke bijstand. Het college
                        en de secretaris kunnen afspreken in welke gevallen hiervan melding wordt
                        gemaakt.</al><al>Het vijfde lid voorkomt dat de betreffende ambtenaar in een spagaat tussen
                        raad en college terecht komt. Indien een raadslid om ambtelijke bijstand
                        verzoekt, moet hij ervan uit kunnen gaan dat de ambtenaar bij het verrichten
                        van die werkzaamheden onafhankelijk opereert van het college. Om te
                        verzekeren dat een ambtenaar niet door collegeleden onder druk wordt gezet
                        om toch inlichtingen te verschaffen over het verzoek van een raadslid is in
                        het vijfde lid bepaald dat wethouders of de burgemeester zich voor
                        informatie direct tot het betrokken raadslid wenden en niet tot de
                        behandelend ambtenaar. Dit biedt bovendien een extra waarborg voor de
                        onafhankelijke behandeling van een verzoek om ambtelijke bijstand.</al><al>De ambtenaar die ambtelijke bijstand verleent blijft echter wel onderdeel
                        van de reguliere ambtelijke organisatie. Het verlenen van ambtelijke
                        bijstand hoort tot de normale uitoefening van zijn taak. Indien hij dit
                        gedeelte van zijn taak niet goed uitoefent behoudt het college dus de
                        mogelijkheid om de ambtenaar hierop aan te spreken.</al><al/><al>Artikel 3.</al><al>Beoordeling of één van de in artikel 2 genoemde weigeringsgronden zich
                        voordoet vindt in eerste instantie plaats door de gemeentesecretaris als
                        hoofd van de reguliere ambtelijke organisatie. Artikel 3 regelt dat de
                        uiteindelijke beslissing over het niet verlenen van ambtelijke bijstand is
                        voorbehouden aan de burgemeester. Het ligt in de rede dat hij hierover
                        overleg voert met de secretaris en de griffier (en indien nodig ook het
                        betrokken raadslid). Uiteraard kan de raad via de gebruikelijke weg hierover
                        de burgemeester verzoeken verantwoording af te leggen (artikel 180
                        Gemeentewet).</al><al/><al>Artikel 4.</al><al>Ook indien - naar de mening van het raadslid - op onvoldoende wijze aan zijn
                        of haar verzoek om hulp gehoor wordt gegeven kan de zaak aan een hogere
                        instantie worden voorgelegd: de burgemeester is daar gezien zijn
                        eigenstandige positie in het gemeentelijke bestuur de meest aangewezen
                        instantie voor.</al><al>Wel dient het betrokken raadslid of de griffier hierover eerst overleg te
                        voeren met de secretaris.</al><al/><al>Artikel 5.</al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/><al>Artikel 6.</al><al>Fractieondersteuning vindt zijn vorm in een financiële ondersteuning. Omdat
                        het hier gaat om een aanspraak op financiële middelen, door een
                        bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de
                        aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde
                        goederen of diensten (dit volgt uit artikel 4:21 van de Awb) valt een
                        dergelijke vergoeding onder het subsidiebegrip. Dit heeft als consequentie
                        dat titel 4.2 van de Awb (het hoofdstuk in de Awb dat over subsidies gaat)
                        van toepassing is, hetgeen ook nog eens wordt benadrukt in artikel 12 van de
                        verordening. Paragraaf 2 van de verordening is de wettelijke grondslag
                        waarop de subsidie is gebaseerd. De Algemene Subsidie Verordening van de
                        gemeente Heumen is niet van toepassing op deze subsidie. </al><al>De gemeente Heumen heeft ervoor gekozen om de procedure omtrent de
                        verstrekking van de subsidie zo praktisch mogelijk in te richten. De
                        fracties worden niet verplicht om voor het verkrijgen van de subsidie een
                        aanvraag in te dienen. Op grond van artikel 6, eerste lid, verleent de raad
                        een subsidie aan de fracties. Zij ontvangen voorafgaand aan het jaar waarop
                        de subsidie zich richt een subsidieverleningsbeschikking. Deze bevoegdheid
                        is in artikel 12 van de Verordening gemandateerd aan de griffier. In deze
                        beschikking is tevens opgenomen dat bij de subsidieverlening een voorschot
                        aan de fracties kan worden verleend. De hoogte van de subsidie (en het
                        verstrekte voorschot) voor fractieondersteuning wordt gemaximaliseerd door
                        vaststelling van het maximaal beschikbare subsidiebedrag door de
                        gemeenteraad in de jaarlijkse gemeentelijke begroting. De maximale bedragen
                        zijn dus terug te vinden in de gemeentelijke begroting. In de praktijk
                        worden deze voorschotten niet overgemaakt op de rekening van de fracties
                        maar worden de voorschotten als kostensoort in de begroting opgenomen. </al><al>De maximale fractievergoedingen bedragen in 2011 € 1.650 als bedrag per
                        fractie en € 330 per raadszetel. Bij maximale benutting door vijf fracties
                        is dit maximaal € 13.860. De subsidies die worden verleend en zijn opgenomen
                        in de begroting zijn gelet op de huidige samenstelling van de fracties:</al><al>PvdA/GroenLinks : € 3.300</al><al>CDA : € 2.640</al><al>VVD : € 2.640</al><al>DGH : € 2.970</al><al>Samen Verder : € 2.310</al><al>Uiterlijk binnen één maand na het einde van een kalenderjaar wordt door de
                        fracties verantwoording afgelegd over de besteding van de subsidie. Dit is
                        geregeld in artikel 11 van de Verordening. Nadat de raad, vóór 15 juni van
                        het jaar volgend op het jaar waarvoor de subsidie is verstrekt, het
                        definitieve bedrag aan subsidie heeft vastgesteld, ontvangen de fracties een
                        subsidievastellingsbeschikking. Ook deze bevoegdheid is in artikel 12 van de
                        Verordening gemandateerd aan de griffier.</al><al/><al>Artikel 7.</al><al>Voor wat betreft de inhoudelijke besteding van de fractieondersteuning
                        worden de fracties grotendeels vrijgelaten. Minimumvoorwaarde is wel dat de
                        subsidie besteed wordt aan raadswerkzaamheden. Verder is een aantal doelen
                        genoemd waarvoor de subsidie niet gebruikt mag worden. Daarmee wordt onder
                        andere voorkomen dat met de subsidie verkiezingscampagnes worden
                        gefinancierd en dat raadsleden hun eigen vergoeding voor het raadswerk
                        (vastgelegd in het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, dat zijn
                        grondslag vindt in de artikelen 95 en 96 van de Gemeentewet) aanvullen met
                        de bijdrage voor fractieondersteuning. Algemene opleidingen voor raads- en
                        commissieleden die meestal worden georganiseerd door de griffie(r) dienen
                        bekostigd te worden uit de gemeentelijke bedrijfsvoering en dientengevolge
                        ook niet uit de bijdrage voor fractieondersteuning. Hiervoor is een aparte
                        post op de begroting opgenomen. Deze cursussen worden veelal verzorgd door
                        politiek neutrale instituten. </al><al/><al>Artikel 8.</al><al>Het verlenen van een voorschot is een beschikking in de zin van artikel 1:3
                        van de Awb. Dit betekent dat hiertegen bezwaar en uiteindelijk beroep bij de
                        bestuursrechter open staat. </al><al>In een verkiezingsjaar wordt het voorschot in twee gedeelten gesplitst. Het
                        is logisch dat het aangepast wordt aan de nieuwe verhoudingen in de raad. </al><al/><al>Artikelen 9. en 10.</al><al>Het kan gebeuren dat de bijdrage aangepast moet worden aan veranderde
                        verhoudingen in de raad. Dit artikel is zo geformuleerd dat het zowel kan
                        dienen voor fracties die bij de verkiezingen blijken te verdwijnen dan wel
                        na de verkiezingen opkomen, maar het kan ook dienen om de mutaties in aantal
                        op te vangen van de zittende fracties.</al><al>Bij splitsing van een fractie zal het al eerder verstrekte voorschot direct
                        verrekend moeten worden. Als dat niet zou gebeuren zou een deel van de
                        oorspronkelijke fractie over een te groot voorschot beschikken en zou het
                        andere deel van de oorspronkelijke fractie juist helemaal geen voorschot
                        krijgen. Na het kalenderjaar zou dan alsnog verrekend moeten worden. Het is
                        billijker de verrekening in deze gevallen direct te laten plaatsvinden.</al><al/><al>Artikel 11.</al><al>De controle van het verslag kan door de accountant meegenomen worden met de
                        controle op de jaarrekening. Uit het verslag en de accountantsverklaring kan
                        naar voren komen dat er een verrekening dient plaats te vinden met het
                        verstrekte voorschot. Indien niet verrekend kan worden, bijvoorbeeld omdat
                        een fractie uit de raad verdwijnt, zal de raad het ten onrechte uitgekeerde
                        voorschot kunnen terugvorderen. Het spreekt vanzelf dat de raad
                        sanctiemogelijkheden kan hanteren voor het geval een fractie niet handelt
                        conform de verordening. Bijvoorbeeld wanneer uitgaven worden gedaan waar de
                        financiële bijdrage niet voor bedoeld is of die niet kunnen worden
                        onderbouwd, wanneer de verantwoording niet tijdig of volledig wordt
                        ingediend, of wanneer teveel ontvangen voorschotten niet tijdig worden
                        terugbetaald. De vermelding in de verordening van de mogelijkheid van
                        terugvordering is stikt genomen overbodig omdat die mogelijkheid ook al
                        bestaat op grond van artikel 4:57 van de Awb. Bestedingen in strijd met deze
                        verordening kunnen worden teruggevorderd voor zover na de dag waarop de
                        subsidie is vastgesteld, nog geen vijf jaren zijn verstreken.</al><al/><al>Artikel 12.</al><al>Indien fractieondersteuning de vorm heeft van financiële middelen is sprake
                        van een subsidie als bedoeld in titel 4.2 Awb. Bij de invoering van het
                        recht op fractieondersteuning (amendement-De Cloe c.s.) is niet stilgestaan
                        bij de verhouding met de Awb. In veel gemeenten wordt echter inmiddels de
                        fractieondersteuning met toepassing van titel 4.2 Awb aangewend. Nu blijkt
                        dat dit een juiste wijze van handelen is.</al><al>De VNG heeft derhalve besloten in de modelverordening een extra artikel toe
                        te voegen, waarin het verkrijgen van fractieondersteuning gelijk wordt
                        gesteld aan het verkrijgen van subsidie. De wijze waarop invulling wordt
                        gegeven aan de formele rechtsregels dient lokaal bepaald te worden en wordt
                        derhalve niet in een modelregeling vastgelegd. In de regel zal het met name
                        gaan over de mogelijkheid om bezwaar en beroep in te stellen tegen de
                        beschikking die een bepaald budget ter beschikking stelt, of zoals hierboven
                        omschreven, om de mogelijkheid bezwaar en beroep in te stellen tegen een
                        terugvordering.</al><al/><al>Artikel 13.</al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/><al>Artikel 14.</al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/><al>Artikel 15.</al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>