<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR99642_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Noordenveld</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Noordenveld</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Noordenveld</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Krant, 06-12-2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Noordenveld</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de lijkbezorging art. 35, Gemeentewet art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-11-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-12-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-04-22</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Noordenveld </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Noordenveld,</al><al>gelezen het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 30
                        augustus 2005;</al><al>gelet op artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de
                        Gemeentewet;</al><al>B E S L U I T :</al><al>vast te stellen de volgende Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen
                        Noordenveld. </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>begraafplaatsen</cursief>: 1. Begraafplaats aan de
                                    Kerkhofsdrift te Norg 2. Begraafplaats aan de Vennootsweg te Een
                                    3. Begraafplaats aan de Oude Velddijk te Peize 4. Begraafplaats
                                    aan de Norgerweg te Roden 5. Begraafplaats aan de Esweg te
                                    Nieuw-Roden 6. Begraafplaats aan de Pastorielaan te Roderwolde
                                    7. Begraafplaats aan de Eikenlaan te Veenhuizen</al></li><li nr="b."><al><cursief>eigen graf</cursief>: een graf, grafkelder daaronder
                                    begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het
                                    uitsluitend recht is verleend tot:</al><lijst><li nr="1."><al> het doen begraven en begraven houden van lijken;</al></li><li nr="2."><al> het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met
                                            of zonder urnen;</al></li><li nr="3."><al> het doen verstrooien van as;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al><cursief>eigen urnengraf</cursief>: een graf, grafkelder
                                    daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon
                                    het uitsluitend recht is verleend tot:</al><lijst><li nr="1."><al> het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met
                                            of zonder urnen;</al></li><li nr="2."><al> het doen verstrooien van as;</al></li></lijst></li><li nr="d."><al><cursief>eigen urnengedenkplaats: </cursief>een plaats waarvoor
                                    aan een natuurlijk persoon of een rechtspersoon het uitsluitend
                                    recht is verleend voor het bovengronds doen bijzetten en
                                    bijgezet houden van asbussen;</al></li><li nr="e."><al><cursief>eigen </cursief><cursief>urnennis</cursief>: een nis
                                    waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend
                                    recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet worden van
                                    asbussen met of zonder urnen;</al></li><li nr="f."><al><cursief>urn</cursief>: een voorwerp ter berging van een of meer
                                    asbussen;</al></li><li nr="g."><al><cursief>asbus</cursief>: een bus ter berging van as van een
                                    overledene;</al></li><li nr="h."><al><cursief>verstrooiingsplaats</cursief>: een plaats waarop as
                                    wordt verstrooid;</al></li><li nr="i."><al><cursief>grafbedekking</cursief>: gedenkteken en grafbeplanting
                                    op een graf, een verstrooiingsplaats of gedenkplaats;</al></li><li nr="j."><al><cursief>gedenkplaats</cursief>: een plaats ingericht om
                                    overledenen te gedenken;</al></li><li nr="k."><al><cursief>beheerder</cursief>: de ambtenaar die belast is met de
                                    dagelijkse leiding van de begraafplaats(en) of degene die hem
                                    vervangt;</al></li><li nr="l."><al><cursief>rechthebbende</cursief>: de rechthebbende op een eigen
                                    graf;</al></li><li nr="m."><al><cursief>college:</cursief> college van burgemeester en
                                    wethouders</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Uitbreiding begrippen eigen en algemeen graf</titel></kop><al>Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde
                            wordt, voor zover van belang onder ‘eigen graf’ mede verstaan: eigen
                            urnengraf, eigen urnennis en eigen gedenkplaats.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Openstelling, orde en rust op de begraafplaats</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Openstelling begraafplaats(en)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De begraafplaatsen zijn voor een ieder dagelijks toegankelijk
                                gedurende door het college bij nadere regels vast te stellen tijden.
                                Zij maakt deze tijden openbaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaatsen kunnen de
                                toegangen tijdelijk worden gesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen niet voor
                                het publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden, anders dan voor
                                het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Ordemaatregelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan steenhouwers, hoveniers en daarmede gelijk te stellen
                                personen verboden, anders dan met toestemming van het college,
                                werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de begraafplaatsen
                                te verrichten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaatsen te
                                rijden:</al><lijst><li nr="a)"><al>elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen. Motorrijtuigen
                                        zijn buiten de rijwegen (slechts) toegestaan voor
                                        begrafenissen of voor het vervoer van materialen;</al></li><li nr="b)"><al>sneller dan 10 km per uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in de
                                aanhef en onder a van het tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die
                                werkzaamheden op de begraafplaatsen hebben te verrichten, zijn
                                verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden
                                aan de aanwijzingen van de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Degenen die zich niet aan de in het vierde lid bedoelde aanwijzing
                                houden, moeten zich op eerste aanzegging van de beheerder van de
                                begraafplaats verwijderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Plechtigheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dodenherdenkingen, onthullingen van gedenktekens en dergelijke
                                plechtigheden op de begraafplaats moeten vijf dagen tevoren worden
                                gemeld aan de beheerder onder opgave van datum en uur van de
                                plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid zal
                                plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid moeten
                                zich in het belang van de orde, rust en netheid houden aan de
                                aanwijzingen van de beheerder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opgravingen en ruimen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het opgraven van lijken, herbegraven van lijken en het ruimen van
                                graven is slechts toegestaan indien daarbij geen andere personen
                                aanwezig zijn dan degenen die met deze werkzaamheden zijn belast.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het tijdstip voor het opgraven van een reeds begraven lijk, het
                                overbrengen en het herbegraven daarvan, wordt bepaald door de
                                burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op het in het tweede lid bedoelde tijdstip wordt de betreffende
                                begraafplaats voor het publiek gesloten verklaard. Door de
                                burgemeester wordt een lijst opgesteld, bevattende de namen en
                                adressen van personen, als bedoeld in het eerste lid van dit
                                artikel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels de voorwaarden
                                voor het hergebruik van graven.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Voorschriften voor lijkbezorging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het
                                graf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene, die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen
                                verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag
                                voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing
                                zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag
                                geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien
                                de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur
                                na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder
                                zo tijdig mogelijk worden gedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lijk dient bij aankomst op de begraafplaats of in het
                                crematorium te zijn voorzien van een identiteitskenmerk.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as,
                                en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de
                                hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de
                                begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. De
                                nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de
                                beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens
                                daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling
                                of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag
                                geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Zij
                                dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te
                                volgen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Gebouwen en muziekinstallatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het gebruik van de ontvangstruimten, de aula alsmede van de
                                muziekinstallatie moet uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag
                                voorafgaande aan de dag waarop van de ruimte of de aula gebruik zal
                                worden gemaakt, worden aangevraagd bij de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ruimten en de muziekinstallatie staan voor iedere plechtigheid
                                gedurende één per keer vooraf te bepalen tijdsduur ter beschikking
                                van de aanvrager.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Over te leggen stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot
                                begraven is overgelegd aan de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de begraving of de bezorging van as in een eigen graf zal
                                plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te
                                worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze
                                is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Begraving of bijzetting in een eigen graf waarvan de uitgiftetermijn
                                binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen
                                plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn
                                met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn
                                ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De
                                verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of,
                                indien deze is overleden, door een van de andere personen, genoemd
                                in artikel 16, tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar
                                boven toe afgerond op gehele jaren.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De beheerder onderzoekt de genoegzaamheid van de overgelegde
                                stukken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Tijden van begraven, bijzetting asbus en asbezorging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tijd van begraven, bijzetting asbus en asbezorging is:</al><lijst><li nr="a)"><al>gedurende de periode van 1 april tot 1 oktober op de
                                        maandagen tot en met de zaterdagen van 09.00 tot 17.00
                                        uur;</al></li><li nr="b)"><al>gedurende de periode van 1 oktober tot 1 april op de
                                        maandagen tot en met de zaterdagen van 09.00 tot 15.30
                                        uur;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is niet toegestaan te begraven op zon- en algemeen erkende
                                feestdagen (zie art. 35 Wet op de Lijkbezorging)</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden
                                afwijken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Indeling en uitgifte der graven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Indeling graven en asbezorging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op de begraafplaatsen kunnen worden uitgegeven:</al><lijst><li nr="a)"><al>eigen graven en eigen urnengraven;</al></li><li nr="b)"><al>eigen urnennissen;</al></li><li nr="c)"><al>eigen gedenkplaatsen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken
                                en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in
                                de eigen graven en hoeveel verstrooiingen van as er op of in de
                                eigen graven kunnen plaatshebben. Het college bepaalt waar
                                verstrooiingen mogen plaatsvinden. Zij bepaalt tevens de afmetingen
                                en de uitgifteduur van de eigen graven. De uitgifteduur kan niet
                                korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld in de Wet op de
                                lijkbezorging.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Volgorde van uitgifte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigen graven worden slechts voor directe begraving en in volgorde
                                van ligging uitgegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een eigen graf toewijzen anders dan voor directe
                                begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens de
                                situatie op de begraafplaatsen niet bezwaarlijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Categorieën</titel></kop><al>Het college kan bij nader vast te stellen regels de eigen graven
                            onderverdelen in categorieën Zij bepaalt voor de verschillende
                            categorieën de situering en oppervlakte.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Termijnen eigen graven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de
                                begraafplaatsen zulks toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk
                                in te dienen aanvraag, voor de tijd van dertig jaar het recht op een
                                eigen graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het eigen
                                graf is uitgegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op
                                aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van
                                10 jaren, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende
                                termijn wordt ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan één
                                rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de
                                personen genoemd in artikel 16, eerste lid. Verlening van het recht
                                ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor
                                gewichtige redenen bestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Grafkelder</titel></kop><al>Het college kan aan de rechthebbende op een eigen graf vergunning
                            verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een
                            grafkelder overeenkomstig de door hen te stellen voorwaarden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Overschrijving van verleende rechten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het recht op een eigen graf kan op aanvraag van de rechthebbende
                                worden overgeschreven ten name van de echtgenoot of levenspartner
                                dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad.
                                Deze aanvraag dient schriftelijk te worden ingediend. Overschrijving
                                op verzoek van de rechthebbende ten name van een ander dan de
                                vorengenoemde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor
                                gewichtige redenen bestaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na het overlijden van de rechthebbende kan het eigen graf worden
                                overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner dan wel
                                een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad, mits de aanvraag
                                hiertoe wordt gedaan binnen een jaar na het overlijden van de
                                rechthebbende. Deze aanvraag dient schriftelijk te worden ingediend.
                                Overschrijving ten name van een ander dan de in de vorige zin
                                bedoelde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige
                                redenen bestaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot
                                overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het
                                tweede lid van dit artikel gestelde termijn, vervalt het graf van
                                rechtswege aan de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van een
                                jaar kan het college het eigen graf alsnog op naam stellen van een
                                nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een eigen
                                graf dat inmiddels is geruimd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Afstand doen van graven</titel></kop><al>Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de
                            rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van
                            het recht op het eigen graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring
                            doet het college schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Grafbedekkingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Vergunning grafbedekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke
                                vergunning nodig van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende van een eigen graf vraagt de vergunning voor het
                                hebben van een grafbedekking aan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de
                                afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen kan het
                                college nadere regels vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van de door hen vastgestelde
                                nadere regels.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan de vergunning weigeren indien:</al><lijst><li nr="a)"><al>niet voldaan wordt aan de door hen vastgestelde nadere
                                        regels;</al></li><li nr="b)"><al>de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de
                                        begraafplaats;</al></li><li nr="c)"><al>de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;</al></li><li nr="d)"><al>de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het bepaalde in artikel 21, lid 4, is van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Niet-blijvende grafbeplanting</titel></kop><al>Niet-blijvende beplanting op een graf die in een verwaarloosde staat
                            verkeert kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak
                            kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen
                            en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder
                            worden verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden
                            gedurende twaalf weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende
                            indien deze daartoe tevoren een aanvraag heeft ingediend bij de
                            beheerder.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Verwijdering grafbedekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De grafbedekking kan na het verstrijken van de graftermijn door het
                                college worden verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking wordt gedurende
                                ten minste één jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de
                                grafbedekking zal worden verwijderd door middel van een op het op te
                                ruimen graf te plaatsen bordje door het college bekendgemaakt,
                                tenzij het adres van de rechthebbende bij het college bekend is. In
                                dat geval maakt zij aan hem uiterlijk één jaar voor het genoemde
                                tijdstip per brief hun voornemen bekend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op grond van een daartoe door de rechthebbende bij het college
                                ingediende aanvraag, blijft de grafbedekking na verwijdering nog
                                gedurende twaalf weken ter beschikking van degene aan wie een
                                vergunning als bedoeld in artikel 18 was verleend. De aanvraag kan
                                worden ingediend gedurende de in het tweede lid genoemde
                                termijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De grafbedekking vervalt aan de gemeente indien:</al><lijst><li nr="a)"><al>geen verzoek op grond van het derde lid is ingediend en de
                                        termijn waarbinnen dit verzoek had kunnen worden ingediend,
                                        is verstreken;</al></li><li nr="b)"><al>de grafbedekking niet binnen twaalf weken nadat deze van het
                                        graf is verwijderd, is afgehaald.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Onderhoud door de rechthebbende</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende is verplicht de grafbedekking behoorlijk te
                                onderhouden of te herstellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien hij nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te
                                herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende
                                voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. Het
                                verwijderde blijft gedurende twaalf weken ter beschikking van de
                                rechthebbende en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot
                                enige vergoeding verplicht is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verwijdering vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende
                                behoorlijk per brief is opgeroepen om te worden ingelicht over de
                                toestand van de grafbedekking. De oproeping geschiedt door
                                mededeling op het publicatiebord op de begraafplaats als het adres
                                van de rechthebbende niet bekend is. Bij het graf wordt een
                                verwijzing naar de mededeling aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende per aanschrijving verplichten een
                                beschadiging aan de grafbedekking te herstellen indien de
                                beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college
                                het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de
                                beschadiging van de grafbedekking gevaar op levert voor derden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Onderhoud door de gemeente</titel></kop><al>Het college voorziet in het onderhoud van de begraafplaats. Tevens
                            voorziet het college in de mogelijkheid tegen een afkoopsom zorg te
                            dragen voor het periodiek schoonhouden van het gedenkteken en/of voor
                            het onderhoud van op het graf aangebrachte beplanting. </al><al>Bij nadere regels wordt door het college vastgesteld, wat onder dit
                            onderhoud wordt verstaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Ruiming, bezorging van overblijfselen en as</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt gedurende
                                ten minste één jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf
                                geruimd zal worden door middel van een bij het te ruimen graf te
                                plaatsen bordje ter kennis van de belanghebbenden gebracht, tenzij
                                het adres van de rechthebbende op het graf aan hen bekend is. In dat
                                geval deelt zij mee wanneer de termijn van uitgifte gaat
                                verstrijken. Als de rechthebbende geen verzoek indient om de termijn
                                te verlengen maakt zij uiterlijk één jaar voor het genoemde tijdstip
                                per brief het voornemen tot ruiming bekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van
                                lijken worden begraven en de as wordt verstrooid op één van de
                                daartoe bestemde, afgesloten gedeelten van de begraafplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rechthebbende op een eigen graf, kan bij de beheerder een
                                aanvraag indienen om de overblijfselen te doen verzamelen om deze
                                opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze
                                elders opnieuw te doen begraven. De rechthebbende op een eigen
                                urnengraf, urnennis of urnengedenkplaats kan bij de beheerder een
                                aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij
                                te zetten of om de as te doen verstrooien.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VII</nr><titel>Gedeelte voor kerkgenootschap</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Afwijkende regels en kennisgeving onderhoudsbehoefte van
                                graven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan na overleg met het bestuur van het kerkgenootschap
                                ten aanzien van de openstelling van het gedeelte, de indeling van
                                graven, de onderverdeling van graven en de eisen voor de
                                grafbedekking op het ter beschikking van het kerkgenootschap
                                gestelde deel van de begraafplaats nadere regels stellen die
                                afwijken van de regels krachtens de artikelen 3, eerste lid, 11,
                                tweede lid, 13 en 18, derde lid, van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuur van het kerkgenootschap kan het college schriftelijk
                                verzoeken hem er schriftelijk van in kennis te stellen dat er
                                onderhoud of herstel door de rechthebbende nodig is van de
                                grafbedekking op een of meer graven op het deel van de begraafplaats
                                dat aan het kerkgenootschap ter beschikking is gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op grond van het in het tweede lid genoemde verzoek stelt het
                                college het bestuur van het kerkgenootschap schriftelijk in kennis
                                dat de grafbedekking van een of meer graven onderhoud en herstel
                                behoeft. De kennisgeving laat de bevoegdheid van het college
                                onverlet om de rechthebbende op de graven ervan in kennis te stellen
                                dat de grafbedekking moet worden onderhouden of hersteld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VIII</nr><titel>Instandhouden historische graven en opvallende grafbedekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Lijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een lijst bijhouden van graven die van historische
                                betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit
                                heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het
                                college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te
                                worden bijgeschreven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het
                                verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde
                                lijst staan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IX</nr><titel>Inrichting register</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Voorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt voorschriften vast voor het register van de
                                begraven lijken en de bezorgde as.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het register wordt bijgehouden door de vakgroep Burgerzaken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>X</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De Beheersverordening Begraafplaatsen Noordenveld 1999 (huidige
                            verordening begraafplaatsen), vastgesteld op 25 november 1999, wordt
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de
                                Beheersverordening Begraafplaatsen Noordenveld 1999 (oude
                                verordening) gelden als besluiten genomen krachtens deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om vergunning op grond van de Beheersverordening
                                Begraafplaatsen Noordenveld 1999 (oude verordening) is ingediend en
                                voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op
                                de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening
                                toegepast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij die handelt in strijd met de artikelen 3, lid 3 en 4, lid 1 en 2
                                wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Overtreding van de in lid 1 genoemde artikelen van de verordening
                                kan worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke
                                uitspraak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Alle zaken, waarin deze verordening niet voorziet, is ter beoordeling
                            aan het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking,
                            d.d. 7 december 2005.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Beheersverordening gemeentelijke
                            begraafplaatsen Noordenveld.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 24 november 2005.</ondertekening><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelgewijze toelichting</titel></kop><al>1.Toelichting op enkele bepalingen van de Beheersverordening
                            gemeentelijke begraafplaatsen Noordenveld</al><al>1.Artikel 2</al><al>1.Voor een eigen graf, eigen urnengraf, eigen strooiveld, eigen
                            gedenkplaats en eigen urnennis gelden vrijwel dezelfde rechten en
                            plichten. De woorden ‘voor zover van belang’ zijn ingevoegd omdat de
                            bepalingen betreffende het ruimen en het wegnemen van een asbus alleen
                            werken bij een eigen graf, respectievelijk eigen urnengraf.</al><al>1.Artikel 3</al><al>1.Lid 3 van dit artikel is geïntroduceerd met het oog op de
                            strafbaarstelling van personen die zich op de begraafplaats bevinden
                            buiten de uren van openstelling voor bezoekers.</al><al>1.Artikel 4</al><al>1.Steenhouwers en hoveniers moeten zich er steeds van bewust zijn dat
                            hun werkzaamheden storend kunnen zijn voor rouwende nabestaanden en
                            tijdens uitvaartplechtigheden. De toestemming om werkzaamheden op de
                            begraafplaats te verrichten moet vlot aan de steenhouwers of anderen
                            kunnen worden gegeven. Daarom verdient het aanbeveling dat het college
                            het verlenen van die toestemming onder behoud van hun
                            verantwoordelijkheid opdragen aan de beheerder (mandaat).</al><al>1.De bevoegdheid van de beheerder om personen weg te sturen als zij zich
                            niet aan zijn aanwijzingen houden en de verbodsbepalingen, bieden
                            voldoende mogelijkheden om tegen ongewenste activiteiten op te kunnen
                            treden. Aan een uitzondering op de regel als bedoeld in het tweede lid
                            onder a bestaat behoefte omdat men soms dichtbij het graf moet kunnen
                            komen met een motorrijtuig. Deze situatie kan uiteraard verschillen per
                            begraafplaats.</al><al>1.Artikel 5</al><al>1.Met dit artikel wordt beoogd om plechtigheden ordelijk te doen
                            verlopen. Door te eisen dat de mededeling vijf dagen vooraf moet
                            plaatshebben, kan worden voorkomen dat de plechtigheid samenvalt met een
                            begrafenis. Een begrafenis moet volgens de wet uiterlijk op de vijfde
                            dag na overlijden geschieden.</al><al>1.Bijeenkomsten die het karakter van een plechtigheid te buiten gaan,
                            kunnen het karakter hebben van een openbare manifestatie. Hiervan moet
                            vooraf kennisgeving worden gedaan aan de burgemeester volgens de Wet
                            openbare manifestaties (Stb. 1968, 157) en mogelijk van toepassing
                            zijnde APV-bepalingen, zoals artikel 2.1.2.2 van de APV van de gemeente
                            Noordenveld.</al><al>1.Artikel 6</al><al>1.De aard van de werkzaamheden bij het opgraven en ruimen van graven
                            brengt met zich mee dat het bezwaarlijk is om toe te staan dat anderen
                            hierbij aanwezig zijn. De praktijk heeft aangetoond dat er behoefte is
                            aan een wettelijk voorschrift om de toegang hierbij van derden te
                            weren.</al><al>1.Artikel 7</al><al>1.Een schriftelijke kennisgeving is nodig omdat duidelijk vast moet
                            liggen wat voor graf er wordt gevraagd.</al><al>1.De as kan volgens de wet worden bijgezet in of op een graf dan wel in
                            een bewaarplaats, meestal een urnennis.</al><al>1.Bij het begraven van een lijk binnen 36 uur is omwille van urgentie
                            uitsluitend toestemming van de burgemeester noodzakelijk.</al><al>1.Indien de nabestaanden alle of bepaalde werkzaamheden zelf willen
                            verrichten zijn niettemin de aanwijzingen en de hulp van het personeel
                            van de begraafplaats nodig, ook om redenen van veiligheid, in het
                            bijzonder bij het openen en sluiten van het graf. De werkzaamheden
                            kunnen door de nabestaanden en het personeel van de begraafplaats samen
                            worden verricht. De nabestaanden kunnen bijvoorbeeld een begin maken.
                            Vervolgens kan het personeel de handelingen verrichten waar ervaring
                            voor nodig is of die van de nabestaanden te zware lichamelijke
                            inspanning vragen. Het aanbrengen van de grafranden ter stutting van de
                            grond om het geopende graf en het verwijderen van die randen voor het
                            sluiten van het graf zal door het personeel moeten geschieden.</al><al>1.Artikel 9</al><al>1.De wet eist dat er een verlof tot begraven aanwezig is, afgegeven door
                            de ambtenaar van de burgerlijke stand. Hierbij aansluitend is het
                            gewenst de beheerder van de begraafplaatsen een eigen bevoegdheid te
                            geven om medewerking aan de lijkbezorging te weigeren, indien niet aan
                            de wettelijke vereisten is voldaan.</al><al>1.De bezorging van as omvat zowel het bijzetten als de
                            verstrooiing.</al><al>1.Er mag van worden uitgegaan dat het stoffelijk overschot van de
                            rechthebbende zelf in het eigen graf mag worden bijgezet (lid 2).</al><al>1.De wettelijke minimum grafrusttermijn (lid 3) is de termijn dat een
                            lijk volgens de wet ten minste begraven moet blijven voordat het mag
                            worden geruimd.</al><al>1.Artikel 10</al><al>1.De wet verplicht tot de mogelijkheid van begraven op iedere dag
                            gedurende een bij gemeentelijke verordening te bepalen tijd met
                            uitzondering van zon- en feestdagen. Gemeenten zijn vrij te bepalen dat
                            ook op zondag of een algemeen erkende feestdag wordt begraven. Joodse
                            begrafenissen vinden niet plaats op de sabbat. Het Nederlands
                            Israëlitisch Kerkgenootschap heeft er daarom belang bij dat de
                            begraafplaatsen op zon- en feestdagen voor een begrafenis kunnen worden
                            opengesteld. Daarnaast zijn er ook andere gevallen denkbaar waarin de
                            nabestaanden er een belang bij hebben om op een zon- of feestdag een
                            begrafenis of asbezorging te kunnen doen plaatshebben. In de praktijk is
                            het mogelijk om de begraafplaats alleen in bijzondere gevallen hiervoor
                            open te stellen.</al><al>1.Een bijzonder geval kan zich voordoen als de burgemeester toestemming
                            heeft gegeven om een lijk binnen 36 uur te begraven. Sommige
                            nabestaanden vragen om deze toestemming om godsdienstige redenen.
                            Daarnaast kan spoed geboden zijn in geval van lijkvinding.</al><al>1.Artikel 11</al><al>1.Naast de eigen graven noemt dit artikel de verschillende andere
                            soorten van voorzieningen op de begraafplaats. Met deze voorzieningen
                            wordt tegemoetgekomen aan de behoeften van de nabestaanden die de
                            crematie op enige afstand van huis hebben doen plaatsvinden en graag een
                            identificatiepunt in de omgeving hebben om de overledene dichtbij te
                            kunnen gedenken. Gedenkplaatsen kunnen bijvoorbeeld worden uitgegeven
                            voor vermisten of als de persoon in het buitenland is overleden en het
                            stoffelijk overschot niet naar Nederland is vervoerd.</al><al>1.Artikel 12</al><al>1.Een graf zal alleen buiten de volgorde van ligging worden toegewezen
                            als dit niet bezwaarlijk is voor de situatie op de begraafplaats.
                            Hierbij kan worden gedacht aan het aanzien van de begraafplaats en de
                            gesteldheid van de bodem.</al><al>1.Artikel 13</al><al>1.Een indeling in categorieën is nodig als het college verschillende
                            regels wil vaststellen voor de grafbedekkingen op de graven die liggen
                            op de verschillende delen (categorieën) van de begraafplaats.</al><al>1.Artikel 14</al><al>1.Lid 1 van artikel 14 is opgenomen omdat sommige rechthebbenden in de
                            veronderstelling verkeren dat de uitgiftetermijn pas begint te lopen op
                            het moment van de eerste begraving of bijzetting.</al><al>1.De Wet op de lijkbezorging bepaalt dat vanaf twee jaar voor het
                            verstrijken van de lopende termijn, verlenging van de graftermijn kan
                            worden aangevraagd. Binnen een jaar na het begin van deze periode moet
                            het college volgens het wetsvoorstel de rechthebbende op het graf
                            mededelen dat de graftermijn gaat aflopen, hetzij per brief, hetzij door
                            aanplakking op de begraafplaats tot aan het einde van de periode dat de
                            rechthebbende om verlenging van de termijn van uitgifte kan vragen.</al><al>1.Zie verder de toelichtingen op de artikelen 20 en 23. Het is van
                            belang om de rechthebbenden mede te delen dat verlenging van de termijn
                            tijdig moet worden aangevraagd.</al><al>1.Indien er ten tijde van de opheffing van de begraafplaats nog rechten
                            op eigen graven bestaan, zal in overleg met de rechthebbenden op die
                            graven moeten worden bezien welke beslissingen er ten aanzien van die
                            graven zullen worden genomen.</al><al>1.Het derde lid stelt buiten twijfel dat bijvoorbeeld ook een stichting
                            rechthebbende kan zijn indien daarvoor gewichtige redenen bestaan
                            (artikel 16, eerste en tweede lid).</al><al>1.Artikel 16</al><al>1.Het is gewenst dat er na overlijden van een rechthebbende een nieuwe
                            rechthebbende wordt aangewezen die de verantwoordelijkheid voor de
                            grafruimte en de daaraan verbonden kosten op zich neemt. Tot aanwijzing
                            van een nieuwe rechthebbende kunnen alleen de personen bevoegd worden
                            geacht die belang hebben bij het graf.</al><al>1.Dit zijn in de eerste plaats de bloed- en aanverwanten, genoemd in het
                            eerste lid van dit artikel. De ervaring heeft geleerd dat het gewenst is
                            om slechts één persoon als rechthebbende te doen aanwijzen. Deze
                            bepaling stelt de termijn op één jaar. Het vierde lid brengt tot
                            uitdrukking dat de termijn met de nodige soepelheid zal worden
                            gehanteerd.</al><al>1.Het verdient aanbeveling dat de overschrijving van het eigen graf
                            schriftelijk aan de nieuwe rechthebbende kenbaar wordt gemaakt.</al><al>1.Artikel 17</al><al>1.Dit artikel is opgenomen om buiten twijfel te stellen dat de
                            rechthebbende afstand van het graf kan doen.</al><al>1.Artikel 18</al><al>1.De vergunningseis geldt voor de grafbedekkingen op eigen graven. De
                            grafbedekking zal op punten als vormgeving, constructie en
                            materiaalkeuze aan bepaalde minimumeisen moeten voldoen. Deze eisen zijn
                            nader uitgewerkt in de nadere regels van het college. Zij zijn ruim
                            geformuleerd zodat zelden een verzoek om ontheffing zal worden
                            ingediend. De vergunningseis omvat het gedenkteken en de winterharde
                            beplantingen.</al><al>1.Artikel 19</al><al>1.In de dagelijkse praktijk rijzen er nog wel eens wat moeilijkheden
                            over verwijderde bloemen en eenjarige planten zoals afrikanen en
                            geraniums. Omdat de bloemen en planten eigendom zijn van de
                            rechthebbenden op de graven is een waarschuwing vooraf op zijn plaats.
                            Het zou veel te omslachtig zijn de rechthebbenden telkenmale per brief
                            te waarschuwen dat de verwaarloosde planten of verwelkte bloemen zullen
                            worden verwijderd. Het verdient aanbeveling om op het publicatiebord op
                            de begraafplaats doorlopend algemeen bekend te maken hoe daarmee wordt
                            gehandeld. Het is gewenst om verwelkte bloemen niet te snel te
                            verwijderen omdat gezegd mag worden dat zij passend zijn bij de sfeer
                            van de begraafplaats.</al><al>1.Artikel 20</al><al>1.De bordjes bij de graven met een mededeling voor de grafbezoekers
                            dienen alleen aan de grafbezoeker op te vallen. Op enkele
                            begraafplaatsen zijn goede ervaringen opgedaan met bordjes van 15 x 10
                            cm in een onopvallende kleur.</al><al>1.De mededeling dat het college voornemens is om de grafbedekking te
                            verwijderen wordt ten minste een jaar van tevoren gedaan. De mededeling
                            aan de rechthebbende op een eigen graf dat de grafbedekking zal worden
                            verwijderd, kan in veel gevallen gelijktijdig worden gedaan met de
                            mededelingen dat de graftermijn verstrijkt en dat het graf zal worden
                            geruimd (zie ook artikel 14, tweede lid, met de toelichting en artikel
                            23, eerste lid).</al><al>1.De grafbedekking kan ook worden verwijderd nadat het college het
                            grafrecht vervallen heeft verklaard omdat er na het overlijden van de
                            rechthebbende niet tijdig een nieuwe rechthebbende is aangewezen
                            (artikel 16, derde lid). In dat geval geldt eveneens het vereiste van de
                            voorafgaande mededeling per brief of door het plaatsen van een bordje
                            bij het graf gedurende minstens een jaar.</al><al>1.Artikel 21</al><al>1.De rechthebbenden op eigen graven zijn verplicht de grafbedekking
                            behoorlijk te onderhouden en zo nodig te herstellen. Op 25 oktober 2002
                            heeft de Hoge Raad de uitspraak gedaan dat graftekens (graven met
                            uitsluitend recht als bedoeld in artikel 28 Wet op de lijkbezorging)
                            middels natrekking in eigendom toebehoren aan de eigenaar van de grond.
                            Hiermee werd het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 4 mei 2002
                            bevestigd. De consequentie van deze uitspraak is dat de begraafplaats
                            als eigenaar van grafmonumenten aansprakelijk is voor de schade die het
                            grafmonument aan een ander grafmonument of aan een ander object, mens of
                            dier aanbrengt (risicoaansprakelijkheid).</al><al>1.Artikel 22</al><al>1.Het onderhoud door de gemeente is een minimale zorg met de bedoeling
                            dat de begraafplaats als geheel een verzorgd aanzien heeft. Het verdient
                            aanbeveling om het beleid dat burgemeester en wethouders ter uitvoering
                            van dit artikel voeren mede te delen bij de afgifte van de vergunning
                            voor het hebben van een grafbedekking en/of bekend te maken op het
                            publicatiebord op de begraafplaats.</al><al>1.Artikel 23</al><al>1.De mededeling dat het college voornemens is om de graven te ruimen
                            wordt gedaan aan de rechthebbenden op eigen graven.</al><al>1.Zie verder hetgeen is vermeld in de toelichting op artikel 20.</al><al>1.Iedere belanghebbende kan van zijn zienswijze doen blijken,
                            bijvoorbeeld omdat het graf van historische betekenis is (zie artikel
                            25). Aan de rechthebbende op het graf moet ook worden medegedeeld dat
                            hij verlenging van de graftermijn kan vragen volgens artikel 26, eerste
                            lid, van de wet. </al><al>1.Zo kan bijvoorbeeld het eigen graf extra diep worden uitgegraven. De
                            overblijfselen kunnen dan in kleine ruimingskistjes in die extra diepte
                            worden geplaatst. De rechthebbende kan dan vervolgens het graf bestemmen
                            voor andere overledenen. Op deze wijze kan het graf gedurende een
                            volgende generatie in dezelfde familie blijven.</al><al>1.Ook is het mogelijk om de overblijfselen opnieuw bij te zetten in een
                            ander graf op dezelfde begraafplaats of deze over te brengen naar een
                            andere begraafplaats.</al><al>1.Artikel 24</al><al>1.Het ter beschikking van een kerkgenootschap gestelde deel op een
                            gemeentelijke begraafplaats valt volgens de Wet op de lijkbezorging
                            onder het beheer van de gemeente. Hierdoor is ook de beheersverordening
                            op dit gedeelte van toepassing. Het college is dus verantwoordelijk voor
                            de goede gang van zaken op het ter beschikking van de kerk gestelde
                            gedeelte. </al><al>1.Wegens het kerkelijk karakter kunnen er redenen bestaan om voor dit
                            deel ten aanzien van enkele onderwerpen nadere regels vast te stellen
                            die afwijken van de nadere regels die gelden voor het overige gedeelte
                            van de begraafplaats.</al><al>1.Daarnaast kan het kerkbestuur er behoefte aan hebben om van het
                            college bericht te ontvangen als volgens hun oordeel onderhoud of
                            herstel nodig is van de grafbedekking van een of meer graven op het
                            kerkelijk deel. Het betreft hier het onderhoud waartoe de rechthebbende
                            op het graf verplicht is (artikel 21). In de praktijk kunnen zich
                            verschillende gevallen voordoen. Zo kan de rechthebbende op een graf
                            nalatig zijn, wellicht omdat deze niet in staat is om voor de
                            grafbedekking te zorgen. Soms ook waakt een kerkgenootschap over de
                            graven als er geen nabestaanden meer in leven zijn.</al><al>1.Als het kerkbestuur schriftelijk aan het college heeft gevraagd om
                            telkenmale als zich de noodzaak van onderhoud of herstel van
                            grafbedekking voordoet, te worden geïnformeerd zal aan dit verzoek
                            moeten worden voldaan. Het kerkgenootschap kan zich dan telkenmale
                            beraden hoe te handelen.</al><al>1.Artikel 25</al><al>1.Het is vaak voorgekomen dat graven die van bijzondere waarde zijn,
                            door de werkers op de begraafplaats ondoordacht worden geruimd. De
                            graven kunnen van betekenis zijn vanwege de overledene die er begraven
                            ligt dan wel alleen vanwege het gedenkteken. De overledene kan voor de
                            plaatselijke gemeenschap van betekenis zijn geweest zodat wellicht de
                            naam nog bij de volgende generatie bekend is. Het gedenkteken kan
                            opvallen door zijn vormgeving en door het materiaal. Een voorbeeld is
                            het gietijzer gesmeed door een ijzergieterij, vaak subtiel voorzien van
                            symbolen van de dood. Het ijzer herinnert aan een reeds lang verdwenen
                            nijverheid en is alleen al daardoor van waarde. Andere voorbeelden zijn
                            porseleinen beeldjes. Er dient te worden gezorgd dat graven van bekende
                            overledenen niet ondoordacht worden geruimd en dat vrij zeldzame
                            voorwerpen op een terrein dat zozeer aan het verleden herinnert,
                            behouden blijven. Bij twijfel over de betekenis van het gedenkteken, is
                            het gewenst om een deskundige te raadplegen.</al><al>1.De lijst is een inventarisatie van gedenkwaardige graven. Daarnaast
                            kan de inhoud van de lijst een hulpmiddel zijn voor het samenstellen van
                            de monumentenlijst.</al><al>1.Artikel 27</al><al>1.De datum waarop de oude regeling vervalt, is de datum waarop de
                            verordening in werking treedt.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>