<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR99447_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsnotitie Inritten gemeente Heerhugowaard 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heerhugowaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heerhugowaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsnieuws d.d. 22 september 2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsnotitie Inritten gemeente Heerhugowaard 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 2.1.5.3. Algemene plaatselijke verordening</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-09-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1999-11-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-06-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BW09-0661</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Beleid</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsnotitie Inritten gemeente Heerhugowaard 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Deel</vet></al><al/><al><vet>Hoofdstuk</vet></al><al/><al><vet>Afdeling</vet></al><al/><al><vet>Artikel</vet></al><al/><al><vet><cursief>Inhoudsopgave </cursief></vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al><vet>Inleiding</vet>………………………………………………………………………..2</al><al>1.1 Aanleiding………………………………….………………………………2 </al><al>1.2 Doel van Inrittenbeleid…………………………………………….………2</al><al>1.3 Doelgroep inrittenbeleid………….…………………………….…………3</al><al>1.4 Leeswijzer………………………………………………………………….3</al></li><li nr="2."><al><vet>Wettelijke grondslag</vet>………………………………………………………….3</al></li></lijst><al>2.1 Basis van het inrittenbeleid……..………………………………………..3</al><lijst><li nr=""><al>2.1.1 Landelijke wetgeving…………………………………3 </al></li><li nr=""><al>2.1.2 Gemeentelijke regelgeving……………………… 4</al></li><li nr="3."><al><vet>Beoordelen van een inritvergunning</vet>……………..4</al></li><li nr=""><al>3.1 De bruikbaarheid van de weg………………………..4</al></li><li nr=""><al>3.2 Het veilig en doelmatig gebruik van de weg……5</al></li><li nr=""><al>3.3 Maatvoering…………………………………………………………6</al></li><li nr=""><al>3.4 De bescherming van het uiterlijk aanzien </al><al>van de
                                omgeving…………............................................8</al></li><li nr=""><al>3.5 Inritten buiten de bebouwde kom en bij bedrijven…8</al></li><li nr=""><al>3.6 De bescherming van groenvoorzieningen in de
                                gemeente………..........................................................…9</al></li><li nr="4."><al><vet>Handhaving</vet>…………………………………………………………………...10</al></li><li nr="5."><al><vet>Bestaande inritten</vet>…………………………………………………………...10</al></li><li nr="6."><al><vet>Het aanleggen van een tweede inrit</vet>………………………………………10</al></li><li nr="7."><al><vet>Kosten voor aanleg</vet>…………………………………….…………………….11</al></li><li nr="8."><al><vet>Uitzondering bij groot onderhoud en herinrichting</vet>……11
                            </al></li><li nr="9."><al><vet>Verantwoordelijkheid voor onderhoud inritten</vet>………11 </al></li><li nr=""><al>9.1 Particuliere inritten binnen de bebouwde kom……….11 </al></li><li nr=""><al>9.2 Particuliere inritten buiten de bebouwde kom….. .11 </al></li></lijst><al><vet>10. inwerkingtreding van de beleidsregels</vet>………………………………….12</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al><vet><cursief>1. Inleiding</cursief></vet></al><al/><al><vet> 1.1 Aanleiding</vet></al><al/><al>De beleidsnotitie Inritten die hier voor u ligt, behandelt de criteria voor
                        vergunningverlening van inritvergunningen. Aanleiding voor het opstellen van
                        dit beleid is het actualiseren van het inrittenbeleid. De gemeente
                        Heerhugowaard werkt op dit moment met een verouderd inrittenbeleid. Voor de
                        toekomst is het noodzakelijk gebleken over een geactualiseerd inrittenbeleid
                        te beschikken voor het behandelen van vergunningaanvragen. </al><al/><al>In een gemeente die volop aan het dereguleren is valt een inritvergunning
                        op. In het verleden is er weinig zicht geweest op het aantal inritten dat
                        Heerhugowaard rijk is. Het behouden van een vergunningplicht voor inritten
                        zorgt ervoor dat de gemeente tevens overzicht houdt over het aantal
                        inritten. Bovendien betekent een uniformiteit in inritten een positief
                        effect op de verkeersveiligheid. Tevens betekent een vergunningplicht dat de
                        burger zelf geen lastige inschattingen hoeft te maken bij het aanvragen van
                        een inrit. Het doen van een melding is voor de burger minstens zo belastend
                        aangezien zij voorwaarden zelf dienen te interpreteren. Voor de gemeente
                        Heerhugowaard blijft de inritvergunning dan ook bestaan en wordt middels
                        deze beleidsnotitie Inritten geactualiseerd naar de huidige normen. </al><al/><al/><al><plaatje><illustratie id="i1104c6f1-01db-4cf6-8e80-b0b5b2581ca8" naam="i38203i1104c6f1-01db-4cf6-8e80-b0b5b2581ca8.jpg" uitlijning="start" kleur="nee" type="foto" breedte="10.5cm" hoogte="9.1cm"/></plaatje></al><al/><al/><al><vet> 1.2 Doel van Inrittenbeleid</vet></al><al/><al>Deze notitie heeft als doel een eenduidig kader te kunnen geven aan de
                        vergunningverlenende afdeling en daarnaast bij het verlenen van adviezen
                        consequent te kunnen optreden. </al><al/><al/><al><vet>1.3 Doelgroep Inrittenbeleid</vet></al><al/><al>Er zijn vier verschillende soorten aanvragers voor een inritvergunning: </al><lijst><li nr="1."><al>Particulieren woonachtig binnen de bebouwde kom of;</al></li><li nr="2."><al>Particulieren woonachtig in het buitengebied of;</al></li><li nr="3."><al>Bedrijven die een inrit aanvragen of het zijn of; </al></li><li nr="4."><al>Aanvragen voor tijdelijke (bouw) inritten. </al></li></lijst><al/><al>n.b. Het aanvragen van een tijdelijke bouwinrit wijkt zodanig af van de
                        reguliere normering dat deze aanvraag buiten dit inrittenbeleid valt. De
                        aanvraag voor een tijdelijke bouwinrit wordt niet getoetst aan de
                        toetsingscriteria van dit beleid. </al><al/><al><vet> 1.4 Leeswijzer </vet></al><al/><al>Nadat in de inleiding een allereerste indruk is gegeven van de aanleiding
                        tot het opstellen van dit document, volgt er in de komende hoofdstukken meer
                        inhoudelijke informatie. In het eerstvolgende hoofdstuk wordt een stukje
                        wettelijke grondslag nader toegelicht. Om toe te lichten welke kaders en
                        hogere wetten ten grondslag liggen aan dit beleid. In hoofdstuk 3 zullen de
                        vier verschillende gronden waarop een inritvergunning kan worden afgewezen
                        uitgebreid worden toegelicht. </al><al/><al>In de hoofdstukken erna zijn er enkele punten die nadere of specifieke
                        uitleg behoeven. Hoe wordt een situatie behandeld waarin men bijvoorbeeld
                        een tweede inrit aanvraagt, of hoe gaat men om met reeds bestaande inritten.
                        Tevens worden de kosten voor het aanleggen toegelicht en wordt er geschetst
                        wie er nu verantwoordelijk is voor het onderhouden van de inritten. </al><al/><al><vet><cursief>2. Wettelijke grondslag </cursief></vet></al><al/><al><vet> 2.1 Basis van het inrittenbeleid </vet></al><al> 2.1.1 Landelijke wetgeving </al><al/><al>De <cursief>Wegenverkeerswet en de Wegenwet</cursief> zijn de landelijke
                        wetgeving die boven het gemeentelijk beleid staan. </al><al/><al>Wegenverkeerswet </al><al>De Wegenverkeerswet 1994 geeft de definitie van wegen aan: ‘’alle voor het
                        openbare verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin
                        liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of
                        zijkanten’’ (artikel 1 lid 1 sub c). </al><al/><al>Wegenwet </al><al>De Wegenwet geeft aan dat het eigendom van een weg, zolang en voor zover het
                        tegendeel niet blijkt, vermoed te zijn bij het overheidsorgaan dat de weg
                        ook onderhoudt. Daarnaast geeft de Wegenwet aan dat de gemeente verplicht is
                        een weg te onderhouden als zij dit ook tot openbare weg heeft bestemd</al><al> 2.1.2 Gemeentelijke regelgeving </al><al/><al>Naast bovenstaande wetten zijn er nog gemeentelijke besluiten die op een of
                        andere wijze zijn verankerd in de beleidsnotitie Inritten. </al><al/><al>Hieronder leest u welke stukken dit zijn: </al><al/><lijst><li nr=""><al>- <vet><cursief>Gemeentelijk Verkeer en Vervoer Plan
                                    </cursief></vet></al></li></lijst><al>(Dit plan is op landelijke en provinciale wetgeving gebaseerd)</al><lijst><li nr=""><al>- <vet><cursief>Notitie Duurzaam Veilig</cursief></vet></al></li></lijst><al>(Deze notitie betreft het aangeven van de beleidsrichting die men in
                        Heerhugowaard op wil, het is een specificatie van het Gemeentelijk Verkeer
                        en Vervoerplan, ook de Wegencategorisering wordt hierin vermeld voor
                        Heerhugowaard). </al><lijst><li nr=""><al>- <vet><cursief>Algemene Plaatselijke Verordening
                                    (APV)</cursief></vet></al></li><li nr=""><al>- ‘’Parkeren in de voortuin” </al></li></lijst><al>(Dit is een advies dat door de Raad is geschreven, het is een visie, het is
                        geen beleid) </al><lijst><li nr=""><al>- <vet><cursief>Bestemmingsplannen </cursief></vet></al></li></lijst><al>(Bestemmingsplannen hebben tevens een wettelijke, burgerbindende
                        grondslag)</al><al/><al>Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan </al><al>Binnen dit inrittenbeleid wordt er gewerkt volgens de opgestelde
                        doelstelling van het gemeentelijk verkeer- en vervoerplan: ‘’Het behouden en
                        waar mogelijk vergroten van de individuele mobiliteitsvrijheid, waarbij een
                        goede balans wordt gevonden tussen leefbaarheid, verkeersveiligheid en
                        bereikbaarheid’’. </al><al/><al>De gemeente beoordeelt aanvragen op basis van de Algemene Plaatselijke
                        Verordening, ook dit is een wettelijke grond. Het Inrittenbeleid is
                        gebaseerd op verscheidene wetten en beleidsstukken, maar de criteria uit de
                        APV geven de doorslag wanneer het aankomt op het afwijzen of toewijzen van
                        een inritvergunning. In hoofdstuk 3 zullen alle criteria die betrekking
                        hebben op Inritten en in de APV worden genoemd uitgebreid worden
                        behandeld</al><al/><al><vet><cursief>3. Beoordelen van een inritvergunning </cursief></vet></al><al/><al>De criteria die worden gebruikt voor het wel of niet vergeven van een
                        inritvergunning zijn de gronden genoemd in artikel 2.1.5.3 lid 3 van de APV.
                        Er zijn vier gronden waarop een inritvergunning kan worden afgewezen, dit
                        zijn: </al><al>- De bruikbaarheid van de weg; </al><al>- Het veilig en doelmatig gebruik van de weg; </al><al>- De bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; </al><al>- De bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.</al><al/><al>Hieronder worden deze gronden nader uitgewerkt en toegelicht, zodat helder
                        wordt wat onder de afwijzingscriteria wordt verstaan. </al><al/><al><vet>3.1 De bruikbaarheid van de weg</vet></al><al/><al>Eerstgenoemde punt in de APV waarop een aanvraag voor een inrit kan worden
                        afgewezen is in het belang van bruikbaarheid van de weg. Bij de
                        bruikbaarheid van de weg, gaat het om de zogenaamde functie die de weg
                        heeft, het gaat om de inrichting van deze weg en de gevolgen die een
                        eventuele inrit heeft op deze rol. Het is belangrijk dat de functie van de
                        weg niet nadelig beïnvloed wordt door een inrit en dat niet hierdoor het
                        verkeer zodanig belemmerd of geremd wordt, dat de doorstroming niet meer
                        soepel verloopt. Ook moet voorkomen worden dat het doel waarvoor de weg is
                        aangelegd teniet wordt gedaan. Indien naar verwachting een aangevraagde
                        inrit primair voor de bruikbaarheid van de weg geen probleem zal opleveren,
                        maar verwacht wordt dat dit in de toekomst wel het geval zal zijn, kan dit
                        een reden voor weigering zijn. Daarbij kan worden gedacht aan een geplande
                        herinrichting. Dan kunnen er wijzigingen plaats gaan vinden die zodanig
                        verschillend zijn van de situatie waarin de inrit wordt aangevraagd, dat in
                        de toekomst verwacht wordt dat de bruikbaarheid van de weg nadelig wordt
                        beïnvloed. De volgende algemene uitgangspunten worden voorgesteld: </al><al/><lijst><li nr=""><al>- Het is niet gewenst een openbare parkeerplaats op te geven voor
                                een inrit. Wanneer een openbare parkeerplaats verloren zal gaan door
                                het aanleggen van een inrit zal er op kosten van de aanvrager een
                                compensatieparkeerplaats moeten worden gefinancierd in de directe
                                omgeving. </al></li><li nr=""><al>- Indien er een vuilinzamelingsplaats moet worden opgegeven voor een
                                inrit zullen mogelijke opties voor het verplaatsen er van eerst
                                worden bekeken. </al></li></lijst><al/><al>Compenseren kan door in de directe omgeving een nieuwe parkeerplek te
                        realiseren. Deze dient te worden aangelegd binnen een zone waar de mensen
                        die eerder gebruik maakten van de te verplaatsen parkeerplek, nu naar alle
                        redelijkheid weer gebruik van zouden kunnen maken op een andere plek.
                        Parkeren langs de weg wordt niet gezien als het verloren gaan van een
                        openbare parkeerplaats. </al><al/><al/><lijst><li nr=""><al>- Het zal alleen mogelijk zijn een inrit aan te vragen wanneer het
                                betreffende perceel waar de inrit op uitkomt minimaal 5 meter diep
                                is en 2,50 meter breed of dat de inrit voor een garage ontsluiting
                                is.</al><al/></li></lijst><al><vet>3.2 Het veilig en doelmatig gebruik van de weg</vet></al><al/><al>Het criterium ‘’veilig gebruik van de weg’’ is het tweede punt genoemd in de
                        APV en tevens een zwaar wegend criterium. Indien een inrit naar verwachting
                        namelijk een negatief effect zal hebben op de veiligheid van de weg zal deze
                        geweigerd worden. Dit aspect speelt met name een rol bij aanvragen aan
                        bijvoorbeeld drukke en onoverzichtelijke wegen, of inritten nabij of op een
                        kruising van wegen of zebrapad. Niet ieder type weg is geschikt voor het
                        toestaan van een inrit. In Heerhugowaard heeft men te maken met
                        gebiedsontsluitingswegen waarop 50 km/per uur mag worden gereden en erven
                        waarop 30 km/per uur mag worden gereden. Binnen het landelijk gebied zijn
                        wegen gelegen waarop 60 km/per uur mag worden gereden. </al><al/><lijst><li nr="1."><al/><al>In een gebiedsontsluitingsweg is het niet wenselijk om een inrit aan
                                te leggen.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr=""><al><cursief>- Er worden geen nieuwe inritten toegestaan op de volgende
                                    wegen in Heerhugowaard: Rustenburgerweg, Middenweg, Jan
                                    Glijnisweg, Beukenlaan (deel tussen de Oosttangent en de
                                    Middenweg), Van Veenweg, Marconistraat en
                                    Hasselaarsweg.</cursief></al><al><cursief> - Er worden zeker géén inritten toegestaan op de volgende
                                    wegen in Heerhugowaard: Zuidtangent, Oosttangent, Westtangent,
                                    Amstel, Smaragd en Reuzenpandasingel</cursief>. </al></li></lijst><al/><al>2 Erftoegangswegen zijn wel geschikt voor het aanleggen van een inrit (zie
                        Bijlage II: plattegrond Wegencategorisering Heerhugowaard).</al><al/><al>3. Een aanvraag voor een inrit binnen 5 meter afstand van een kruising of
                        zebrapad zal niet worden goedgekeurd;</al><al/><al>4. Tevens zal bekeken worden of gemeentelijke eigendommen kunnen worden
                        verplaatst (onder gemeentelijke eigendommen verstaat men bijvoorbeeld
                        lichtmasten, afvalbakken, straatmeubilair etcetera).</al><al/><al><vet>3.3 Maatvoering</vet></al><al/><al>Veilig en doelmatig gebruik van de weg, hangt samen met maatvoering. Om een
                        duidelijke lijn te kunnen aanhouden voor wat betreft maten van een inrit is
                        er hieronder een tabel gemaakt met daarin de breedte van een inrit afgestemd
                        op de wegbreedte. Om het beleid zo uniform als mogelijk te kunnen maken,
                        wordt de breedte van de rijstrook waar de inrit op uit zal komen, gekoppeld
                        aan hoe breed de inrit zelf zal kunnen zijn. In de tabel hieronder wordt de
                        breedte van de inritten weergegeven. De maatvoering geldt voor particuliere
                        inritten, voor bedrijfsinritten is de maatvoering per individuele aanvraag
                        sterk afhankelijk van de omgeving en situatie. </al><al/><al/><table><tgroup cols="3" char="" charoff="50" align="left"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry morerows="0" rotate="0"><al><vet>A. Wegbreedte</vet></al></entry><entry morerows="0" rotate="0"><al><vet>B. Inritbreedte</vet></al></entry><entry morerows="0" rotate="0"><al><vet>C. Inritbreedte excl. vleugels</vet></al></entry></row><row><entry morerows="0" rotate="0"><al>tot 4 meter </al></entry><entry morerows="0" rotate="0"><al>maximaal 4,5 meter </al></entry><entry morerows="0" rotate="0"><al>3,5 meter </al></entry></row><row><entry morerows="0" rotate="0"><al>tot 4,5 meter </al></entry><entry morerows="0" rotate="0"><al>maximaal 4,0 meter</al></entry><entry morerows="0" rotate="0"><al>3,5 meter </al></entry></row><row><entry morerows="0" rotate="0"><al>tot 5,5 meter </al></entry><entry morerows="0" rotate="0"><al>maximaal 3,5 meter </al></entry><entry morerows="0" rotate="0"><al>3,0 meter </al></entry></row><row><entry morerows="0" rotate="0"><al>vanaf 5,5 meter </al></entry><entry morerows="0" rotate="0"><al>3,0 meter </al></entry><entry morerows="0" rotate="0"><al>3,0 meter </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al/><al><plaatje><illustratie id="i3a52b52f-f396-4e13-92c9-b40d082f906d" naam="i38204i3a52b52f-f396-4e13-92c9-b40d082f906d.jpg" uitlijning="start" kleur="nee" type="foto" breedte="10.5cm" hoogte="9.1cm"/></plaatje></al><al/><al/><al><plaatje><illustratie id="ie7d9252c-d8c3-4561-ab60-33a208c3c074" naam="i38205ie7d9252c-d8c3-4561-ab60-33a208c3c074.jpg" uitlijning="start" kleur="nee" type="foto" breedte="15.7cm" hoogte="22.2cm"/></plaatje></al><al>In het Inrittenbeleid van 2004 is bij maatvoering van de inritten een
                        standaard van 3 meter breed aangehouden. </al><al/><al>In deze beleidsnotitie inritten wordt van deze standaard afgeweken en wordt
                        een inrit gebaseerd op de breedte van de rijstrook. Er is bekeken welke
                        maatvoering het beste bij de verschillende breedten van de rijstroken past.
                        Zo zorgt men voor een veilige doorstroming van de weg en blijft deze
                        geschikt voor het doel waarvoor hij is aangelegd.</al><al/><lijst><li nr=""><al>- Afstand tussen de erfgrens en voorgevel dient ten minstens 5 meter
                                te bedragen (aangezien men parkeren op de stoepen wil voorkomen).
                                Hierbij geldt een uitzondering voor garages, dan mag de afstand
                                minder dan 5 meter bedragen. </al></li></lijst><al/><al>De aanleg van bedrijfsinritten is maatwerk. De afmeting en vorm is
                        afhankelijk van de locatie en het materieel dat de inrit moet kunnen
                        bereiken. Bij bedrijfsinritten kijkt men ook kritisch naar de veiligheid per
                        situatie. De uitritten voor agrarisch materieel vereisen extra aandacht, het
                        materiaal is de afgelopen jaren dusdanig breed geworden dat men dit daarop
                        moet kunnen aanpassen. Er wordt ook rekening gehouden met de grootte van het
                        voertuig, de lengte en de draaicirkel, maar zeker ook met de veiligheid en
                        het gebruik van de weg. </al><al/><lijst><li nr=""><al>- De goedkeuring van een bedrijfsinrit blijft daarom ook maatwerk en
                                wordt per situatie en locatie beoordeeld; </al></li></lijst><al/><lijst><li nr=""><al>- Ten aanzien van de veiligheid worden gelijke criteria gehanteerd
                                als in het vorige hoofdstuk ‘Veilig en doelmatig gebruik van de weg’
                                genoemd. </al><al/></li></lijst><al><vet> 3.4 De bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                omgeving</vet></al><al>Bij het beschermen van het uiterlijk aanzien spelen twee factoren een
                        rol.</al><al/><lijst><li nr="1."><al>De directe gevolgen van de ingreep op de beeldkwaliteit.</al></li><li nr="2."><al>De beleving van openbare ruimte. </al></li></lijst><al/><al>Een inrit in het kader van een particulier initiatief mag in principe geen
                        negatieve gevolgen hebben op de gewenste beleving van het openbaar gebied.
                        Soms is er ook sprake van een indirect gevolg van het aanleggen van een
                        inrit, hierbij kan gedacht worden aan het moeten passeren van een trottoir
                        of groenstrook om met de auto in de voortuin te kunnen komen. </al><al/><al>Een vergunningsaanvraag zal in beginsel tevens geweigerd worden indien dit
                        in strijd is met het raadsvoorstel; Parkeren in de voortuin (Raadsvoorstel
                        oktober 2007). Vanwege de parkeerdruk waarmee Heerhugowaard te maken heeft,
                        kan parkeren op eigen erf, in een aantal gevallen een oplossing bieden om
                        deze druk wat te verlichten. Dit geeft aanleiding om vanaf de datum van de
                        inwerkingtreding van deze beleidsregels af te wijken van de richtlijn die
                        tot nu toe gehanteerd werd om maximaal 1 inrit per perceel toe te staan. Een
                        aanvraag voor een tweede inrit is ook mogelijk, dit echter wel onder
                        voorwaarden. </al><al/><al>Een onrustig beeld van inritten in de wijken is niet de bedoeling, dit komt
                        het uiterlijk aanzien van de gemeente niet ten goede. Om het uiterlijk
                        aanzien van de gemeente in eigen hand te kunnen houden worden de inritten
                        binnen de bebouwde kom door de gemeente zelf aangelegd. Er zijn
                        standaardvoorschriften in de vergunning opgenomen waaraan de materialen
                        moeten voldoen (zie Bijlage I: Standaardvoorschriften behorende bij
                        inritvergunning). </al><al/><al><vet>3.5 Inritten buiten de bebouwde kom en bij bedrijven</vet></al><al/><al>Buiten de bebouwde kom kan de aanleg van een inrit door bedrijven of in
                        opdracht van bedrijven worden uitgevoerd, echter wel conform de aan de
                        vergunning verbonden voorschriften. In het Inrittenbeleid 2004 is genoemd
                        dat men alleen in uitzonderlijke gevallen de inrit zelf mag aanleggen. In de
                        praktijk blijkt dit andersom het beste te werken, in de meeste gevallen
                        leggen bedrijven of particulieren in het buitengebied de inritten zelf of in
                        eigen opdracht onder voorschriften van de gemeente zelf aan. </al><al/><lijst><li nr=""><al>- In het raadsvoorstel is door middel van foto’s een voorbeeld
                                geprobeerd te geven van het beeld dat wenselijk is. De foto’s die
                                daarin zijn gebruikt zijn een voorbeeld voor nieuwe aanvragen. </al><al/></li></lijst><al><vet>3.6 De bescherming van groenvoorzieningen in de
                                gemeente</vet></al><al>De laatste weigeringgrond zoals deze in de APV staat vermeld gaat over de
                        bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente. De gemeente Heerhugowaard
                        stelt eisen aan de bescherming van groen. Iedere aanvraag en iedere situatie
                        is uniek en specifiek, daarom is het niet eenvoudig een lijn aan te houden
                        op gebied van bescherming van gemeentelijke groenvoorzieningen. In geval er
                        sprake is van een bedrijfsinrit, valt op dit punt toe te voegen dat ook de
                        bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente per specifieke individuele
                        situatie worden beoordeeld. Er zijn grofweg drie categorieën groen te
                        onderscheiden in de gemeente: </al><al/><table><tgroup cols="1" char="" charoff="50" align="left"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry morerows="0" rotate="0"><al><vet>Beeldbepalend: Waardevol groen: Overige
                                            groen</vet>: </al><al>Bomen waaronder: </al><al>monumentale bomen........struiken....... gras </al><al>potentieel beeldbepalend...bosplantsoen........vaste
                                            planten</al><al>.......................................sierplantsoen</al><al>.......................................hagen</al><al/><al/><al/><al/><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al/><al/><al>Potentieel beeldbepalend houdt in: </al><al/><al>Dit zijn bomen(rijen, of structuren) die een bepaald eindbeeld ten doel
                        hebben. Het verwachtte eindbeeld dient in stand te worden gehouden. </al><al/><al>De procedure bij de bescherming van groenvoorzieningen zijn de volgende: </al><al/><lijst><li nr=""><al>- In het geval er beeldbepalend of waardevol groen verplaatst en/of
                                verwijderd dient te worden ten gunste van een inrit dient hiervoor
                                de beheerder groen om advies gevraagd te worden. </al></li></lijst><al/><al>Bomen en ander groen spelen een belangrijke rol in de gemeente. Ze zijn
                        belangrijk voor de leefbaarheid van de omgeving in de wijken en
                        buitengebieden. Daarnaast hebben ze een esthetische en een ecologische
                        waarde en dragen zo bij aan de gezondheid van de inwoners. </al><al/><lijst><li nr=""><al>- Voor aanvraag van een eerste inrit zal worden bekeken of
                                beeldbepalend groen en/of waardevol groen verplaatst kan worden
                                en/of gecompenseerd. Deze kosten komen bij de eerste aanvraag ten
                                laste van de gemeente, bij de aanvraag voor een tweede inrit komen
                                deze ten laste van de aanvrager. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr=""><al>- Wanneer er voor een aanvraag om een tweede inrit beeldbepalend of
                                waardevol groen zal moeten wijken zal deze in principe worden
                                geweigerd. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr=""><al>- Groen dat de veiligheid waarborgt in de gemeente, speelt een
                                belangrijke rol en heeft prioriteit boven het aanleggen van een
                                inrit (voorbeeld hiervan is; een haag die een druk voetpad/speelplek
                                scheidt van een openbare weg). </al><al/></li></lijst><al><vet><cursief>4. Handhaving </cursief></vet></al><al/><al>Onlangs is de ‘Toezicht- en handhavingsstrategie’ van de gemeente door het
                        college vastgesteld (vergadering d.d. 24-06-2008). In de ‘Uitvoeringsnota
                        Overige Vergunningen’ welke een uitwerking is van de algemene kadernota
                        ‘Handhaving’ is onder andere opgenomen dat het niet realistisch is te
                        veronderstellen dat de gemeente altijd alles tot in detail kan controleren,
                        hiervoor ontbreekt het aan capaciteit. </al><al/><al>Het college moet ten behoeve van de uitvoering van haar handhavingstaak
                        daarom prioriteiten stellen. Om een zorgvuldige keuze te kunnen maken tussen
                        de vele handhavingstaken, is het de bedoeling dat jaarlijks een
                        risicoanalyse wordt gehouden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een
                        risicomatrix. Wat is de kans dat een bepaalde regel niet wordt nageleefd, en
                        wat zijn de risico's als men die regels overtreedt? Aan de hand van die
                        uitkomsten, worden keuzes gemaakt over de inzet van toezichtscapaciteit. </al><al/><al>Toezicht wordt alleen uitgevoerd indien uit een klacht, melding of verzoek
                        om handhaving rechtstreeks uit een vermoeden van een overtreding
                        voortvloeit. </al><al/><al><vet><cursief>5. </cursief><cursief>Bestaande inritten</cursief></vet></al><al/><al>In het geval van bestaande situaties, daar waar reeds in het verleden een
                        vergunning is verleend zullen inritten niet worden veranderd op basis van
                        dit nieuwe beleid. Bestaande, legale, inritten die niet voldoen aan de
                        huidige eisen hoeven niet te worden aangepast. Dit zou met zich mee kunnen
                        brengen dat er in één straat of wijk, zich ongelijke gevallen voordoen. Dit
                        is echter een gevolg van het gewijzigde beleid en moet niet als onredelijk
                        worden gezien. </al><al/><al>Bij het herinrichten van de wijken kan het wel voorkomen dat inritten
                        wellicht worden verwijderd en hersteld volgens de voorwaarden die zijn
                        gesteld in het huidig geldende beleid. Ook wanneer men zelf een wijziging of
                        verplaatsing aan zou vragen wordt deze beoordeeld als zijnde een nieuwe
                        aanvraag en dan ook volgens de huidig geldende beleidsnotitie Inritten
                        behandeld. </al><al><vet><cursief>6. Het aanleggen van een tweede inrit</cursief></vet></al><al/><al>Wanneer er een aanvraag binnen komt van een burger met het verzoek tot een
                        tweede inrit gelden in principe dezelfde toetsingscriteria als bij een
                        eerste inrit en dezelfde afwijzingsgronden. Echter op een paar punten na is
                        het voor een 2<sup>e</sup> inritaanvraag anders. Een tweede inrit wordt
                        gezien als een luxe en niet als een noodzaak. Hieronder volgen enkele
                        (sommige wel al eerder genoemde) criteria die van toepassing zijn op de
                        aanleg van een tweede inrit: </al><al/><lijst><li nr=""><al>- Alle voorwaarden die gelden voor een 2<sup>e</sup> inrit gelden
                                tevens voor de aanvraag voor een verbreding van een inrit. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr=""><al>- Wanneer beeldbepalend groen of waardevol groen verwijderd moet
                                worden ten behoeve van een tweede inrit is dat een
                                weigeringsgrond.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr=""><al>- Een openbare parkeerplaats wordt ten gunste van een tweede inrit,
                                niet verplaatst en/of gecompenseerd, ook niet op kosten van de
                                aanvrager. Dit is tegenstrijdig met de aanvraag voor een eerste
                                inrit. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr=""><al>- Een tweede inrit wordt zeker niet toegestaan uitkomend op de
                                volgende wegen in Heerhugowaard: Rustenburgerweg, Middenweg, Jan
                                Glijnisweg, Beukenlaan (het deel tussen Oosttangent en Middenweg),
                                van Veenweg, Marconistraat</al></li></lijst><al/><al>Echter moet worden toegevoegd dat hoewel het niet wenselijk is op een
                        gebiedsontsluitingsweg een inrit aan te leggen, in Heerhugowaard men wel
                        graag elk perceel mogelijkheid tot ontsluiting wil kunnen geven.</al><al/><al><vet><cursief>7. Kosten voor aanleg</cursief></vet></al><al/><al>Wanneer een aanvraag voor een inrit wordt goedgekeurd zijn daar kosten aan
                        verbonden. De leges dienen altijd te worden betaald. Leges kosten zijn
                        vastgelegd in een leges verordening. In het verleden is er een
                        standaardprijs gerekend voor het aanleggen van een inrit. Voor de inritten
                        zal vanaf inwerkingtreding van deze beleidsregels voor alle eerste inritten
                        een prijs per m<sup>2</sup> worden gerekend. De kosten voor het aanleggen
                        van een inrit bedraagt dan € 86,- per m<sup>2</sup> aangelegde inrit
                        (Prijspeil 2010). Bij deze prijs is niet alleen rekening gehouden met
                        materialen en aanleggen, maar ook met toezicht voor uitvoering en
                        opdrachtverstrekking. Ook wanneer er bijvoorbeeld een lichtmast of een kolk
                        verwijderd dient te worden, zijn de kosten hiervoor collectief meegewogen in
                        de prijs per m<sup>2.</sup> Voor details zie bijlage III: Kosten voor aanleg
                        inrit. </al><al/><al>Voor een tweede inrit is de situatie anders. Voor een tweede inrit betaalt
                        men de werkelijke kosten, deze kosten kunnen hoger maar ook lager uitvallen
                        dan het bedrag per m<sup>2</sup>. Het verschil tussen een tweede en een
                        eerste inrit is duidelijk aanwezig. Een wirwar van inritten is niet het
                        uitgangspunt. Het onderscheid tussen een eerste en tweede inrit wordt
                        gemaakt omdat er vaak makkelijker ruimte is in de gemeente voor een eerste
                        inrit, de gemeente is er in de meeste gevallen niet op ingericht veel
                        percelen veilig van een tweede inrit te kunnen voorzien. Het uitgangspunt is
                        dat er moeite wordt gedaan iedereen ten minste van één inrit te kunnen
                        voorzien, de eerste wordt gezien als een vorm van noodzaak, de tweede niet. </al><al/><al><vet><cursief>8. Uitzondering bij groot onderhoud en
                                herinrichting</cursief></vet></al><al/><al>Wanneer in een wijk of deel van de gemeente groot onderhoud wordt gepleegd
                        gelden er gewijzigde tarieven voor het aanleggen van een
                            <onderstreept>nieuwe</onderstreept> inrit. Dit is mogelijk aangezien de
                        openbare ruimte op dat moment al een verandering ondergaat en er naar
                        verhouding voor de burger voordeliger een inrit kan worden aangelegd. Voor
                        de inritten die nieuw worden aangelegd of gewijzigd in een wijk waar op dat
                        moment groot onderhoud wordt gepleegd zullen de werkelijke kosten worden
                        berekend. Deze aangelegde inritten zullen meestal voordeliger uitvallen dan
                        de individuele aangelegde inritten. Hierbij gaat het dus niet om
                        aanpassingen van bestaande inritten op het moment van groot onderhoud.
                        Onderhoud aan inritten binnen de bebouwde kom is een taak van de gemeente en
                        die kosten dienen dan ook geheel ten laste te komen van de gemeente. </al><al/><lijst><li nr=""><al>- Bij inritten die worden aangevraagd en goedgekeurd wordt
                                automatisch een vergunning verleend. Bij de inritten die al zijn
                                aangelegd in kader van herinrichting en/of nieuwbouwprojecten is
                                nooit per woning een vergunning afgegeven. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr=""><al>- Wanneer men een wijziging wil toepassen aan een bestaande inrit
                                dient hiervoor een aanvraag bij de gemeente te worden gedaan. Dit
                                wordt dan behandeld als een ‘’nieuwe’’ aanvraag en beoordeelt aan de
                                hand van de beleidsnotitie Inritten. </al><al/></li></lijst><al><vet><cursief>9. Verantwoordelijkheid voor onderhoud
                            inritten</cursief></vet></al><al><vet>9.1 Particulieren inritten binnen bebouwde kom</vet></al><al/><al>De beheerder wegen is verantwoordelijk voor het onderhoud van de inritten.
                        Daarbij voldoet de gemeente aan de officiële zorgplicht die zij dient te
                        vervullen. De inritten worden om het jaar geïnspecteerd.</al><al/><al><vet>9.2 Particulieren inritten buiten de bebouwde kom</vet></al><al/><al>De eigenaar van de inrit, particulier of bedrijf is verantwoordelijk voor
                        het onderhouden van de inritten. De inritten worden om het jaar
                        geïnspecteerd door de beheerder wegen.</al><al/><al><vet><cursief>10. Inwerkingtreding van de beleidsregels</cursief></vet></al><al/><al>De beleidsregels treden in werking per 23 september 2009 </al><al/><al><plaatje><illustratie id="i0327ce4a-eb74-44ce-8a44-5d905e1eea8a" naam="i38206i0327ce4a-eb74-44ce-8a44-5d905e1eea8a.jpg" type="foto" breedte="10.5cm" hoogte="9.1cm"/></plaatje></al><al/></tekst></regeling-tekst><bijlage><al>Bijlage I: Standaardvoorschriften behorende bij een inritvergunning </al><al/><al><vet><cursief><onderstreept>Particulieren: </onderstreept></cursief></vet></al><al>Aan de vergunning worden de volgende voorschriften verbonden:</al><al/><lijst><li nr="1."><al>De kosten van aanleg van de inrit(ten) en alle bijkomende kosten komen
                            ten laste van de aanvrager en zijn geraamd op €…incl. BTW. </al></li><li nr="2."><al>De inrit wordt uitgevoerd zoals op de eerder genoemde tekening is
                            aangegeven, waarbij als maximale breedte van de inrit de maten worden
                            aangehouden, die voorkomen op, of zijn af te leiden van de eerder
                            genoemde tekening. </al></li><li nr="3."><al>De constructie van de inrit zal geschikt (moeten) zijn voor normaal
                            verkeer; de verharding zal (dienen te) bestaan uit
                            betonstraatstenen/betontegels, dik 80 mm. kleur: grijs. De toe te passen
                            stenen/tegels zullen (moeten) voldoen aan NEN-normering en worden
                            geleverd onder KOMO-keur. Ook de overige daarvoor in aanmerking komende
                            materialen zullen (dienen) aan de daarvoor geldende normeringen en
                            keuren te voldoen. In geen geval zal (mag) de verharding op
                            gemeenteterrein bestaan uit grote eenheden (zoals bijv. Stelconplaten)
                            of een gesloten verharding (zoals bijv. asfalt). </al></li><li nr="4."><al>De aanvrager vrijwaart de gemeente voor alle schade ten gevolge van het
                            bestaan van de inrit.</al></li><li nr="5."><al>Werkzaamheden anders dan grond- en bestratingwerkzaamheden worden door
                            of namens de gemeente en in opdracht van de gemeente uitgevoerd. Te
                            denken valt aan o.a. aan het verplaatsen van lichtmasten, het verhogen
                            of verlagen van inspectiepunten, brandkranen en afsluiters, verplaatsen
                            of vellen van bomen e.d. Deze kosten zijn begrepen in de
                            standaardaanlegkosten.</al></li><li nr="6."><al>Grond, die vrijkomt als gevolg van de aanleg van de inrit, wordt op
                            kosten van de aanvra­ger verwerkt. De kosten zijn begrepen in de
                            aanlegkosten met dien verstande, dat is uitgegaan van schone grond.
                            Indien dit niet het geval is, wordt u tijdig over de eventuele
                            meerkosten ingelicht.</al></li><li nr="7."><al>De kosten van onderhoud van de inrit komen ten laste van de gemeente
                            Heerhugowaard.</al></li><li nr="8."><al>De gemeente wordt gevrijwaard tegen alle schade ten gevolge van het
                            bestaan van de inrit en alle kosten van het in de toekomst eventueel
                            weer verwijderen van de inrit.</al></li><li nr="9."><al>Bij het plaatsen van een erfscheiding, mogen eventueel toegepaste
                            draaihekken <onderstreept>niet</onderstreept> over gemeentelijk terrein
                            draaien, maar dienen deze naar eigen terrein open te draaien.</al></li><li nr="10."><al>Het college van burgemeester en wethouders heeft op grond van artikel
                            1.6 van de Algemene plaatselijke verordening het recht de vergunning in
                            te trekken, indien zich een van de daar genoemde omstandigheden
                            voordoet. De gemeente zal daarbij een opzegtermijn van 6 maanden in acht
                            nemen, voor zover zich daartegen geen zwaarwegende belangen verzetten.
                            Indien de gemeente daartoe overgaat, zal zij in overleg treden met de
                            aanvrager of diens rechtverkrijgende(n) voor het zonodig aanleggen van
                            (een) alternatieve inrit(ten). Indien de aanvrager of diens
                            rechtverkrijgende(n) hebben voldaan resp. voldoen aan het in deze
                            inritvergunning gestelde, komen de kosten van het verwijderen van de
                            inrit en het aanleggen van (een) vervangende inrit voor rekening van de
                            gemeente Heerhugowaard. </al></li></lijst><al/><al><vet><cursief><onderstreept>Bedrijven </onderstreept></cursief></vet></al><al>Aan de vergunning worden de volgende voorschriften verbonden: </al><al/><lijst><li nr="1."><al>De kosten van aanleg / herstel van de inrit(ten) en alle bijkomende
                            kosten komen ten laste van de aanvrager.</al></li><li nr="2."><al>De inrit(ten) worden uitgevoerd, zoals op de eerdergenoemde tekening is
                            aangegeven, waarbij als maximale breedte van de inrit(ten) de maten
                            worden aangehouden, die voorkomen op, of zijn af te leiden van de eerder
                            genoemde tekening.</al></li><li nr="3."><al>De constructie van de inrit(ten) zal geschikt (moeten) zijn voor zwaar
                            verkeer; de verharding zal (dienen te) bestaan uit betonstenen, kleur:
                            grijs. De toe te passen stenen zullen (moeten) voldoen aan NEN 7000 en
                            worden geleverd onder KOMO-keur. Ook de overige daarvoor in aanmerking
                            komende materialen zullen (dienen) aan de daarvoor geldende normeringen
                            en keuren te voldoen. In geen geval zal (mag) de verharding op
                            gemeenteterrein bestaan uit een gesloten verharding. (zoals bijv.
                            asfalt). De kantopsluiting van de weg van de gemeente moet verlaagd
                            worden gehandhaafd middels de bestaande betonbanden.. <cursief>Voor de
                                inrit is het toegestaan stelconplaten toe te passen. De meerkosten
                                die het opbreken en aanbrengen van de Stelconplaten, op welk moment
                                dan ook, met zich meebrengen, komen ten laste van de
                                aanvrager.</cursief></al></li><li nr="4."><al>De grond- en bestratingswerkzaamheden op gemeenteterrein kunnen worden
                            uitgevoerd door een door de aanvrager aan te wijzen aannemer mits na
                            toetsing door de gemeente deze de goedkeuring krijgt van de gemeente
                            Heerhugowaard. Toetsing door de gemeente gebeurt op basis van
                            inschrijving als aannemer in de grond-, weg- en waterbouwsector bij de
                            Kamer van Koophandel en op basis van kwaliteit van elders gemaakt werk,
                            waartoe aan de gemeente referenties van opdrachtgevers en uitgevoerd
                            werk dienen te worden overlegd.</al></li><li nr="5."><al>Indien de aanvrager kiest voor het aanwijzen van een aannemer, geeft hij
                            dit op deze vergunning aan bij het retourzenden ervan. Tevens geeft de
                            aanvrager op het retour te zenden exemplaar aan bij welke Kamer van
                            Koophandel de betreffende aannemer staat ingeschreven en onder welk
                            nummer en voegt bovendien een lijst toe met referenties van de
                            betreffende aannemer. </al></li><li nr="6."><al>Werkzaamheden anders dan grond- en bestratingwerkzaamheden worden door
                            of namens de gemeente en in opdracht van de gemeente voor rekening van
                            de aanvrager uitgevoerd. Te denken valt aan o.a. aan het verplaatsen van
                            lichtmasten, het verhogen of verlagen van inspectiepunten, brandkranen
                            en afsluiters, verplaatsen of vellen van bomen e.d. Voor betaling van
                            die kosten wordt voorafgaand aan de uitvoering aan de aanvrager een
                            acceptgirokaart toegestuurd. Na ontvangst door de gemeente van het
                            verschuldigde zal worden overgaan tot het uitvoeren van de
                            werkzaamheden.</al></li><li nr="7."><al>Indien de gemeente de aanleg van de inrit verzorgt, zal grond, die
                            vrijkomt als gevolg van de aanleg van de inrit op kosten van de
                            aanvra­ger worden verwerkt, met dien verstande, dat is uitgegaan van
                            schone grond.</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>De kosten van onderhoud van de inrit komen ten laste van de aanvrager of
                            diens rechtverkrijgende(n). De aanvrager zorgt, dat deze verplichting
                            bij vervreemding van het onroerend goed, ten dienste waarvan de in het
                            geding zijnde inritten worden aangelegd, aan de koper wordt opgelegd
                            door middel van een kettingbeding in de bij de verkoop op te stellen
                            notariële akte. Indien de aanvrager in gebreke blijft de
                            onderhoudsverplichting over te dragen, vervalt deze vergunning en is de
                            aanvrager de kosten van het verwijderen van de inrit en het weer in de
                            oorspronkelijke staat brengen van het terrein aan de gemeente
                            verschuldigd. </al></li><li nr="2."><al>Over onderhoudswerkzaamheden, waarvoor de aanvrager of diens
                            rechtsopvolger betaling verschuldigd is, wordt van tevoren mededeling
                            gedaan. Tot de kosten van onderhoud worden ook de kosten van het
                            verwijderen van de inrit gerekend.</al></li><li nr="3."><al>Indien de aanvrager de aanleg van de inrit door de gemeente laat
                            verzorgen, zal hij dit aangeven op het retour te zenden exemplaar van
                            deze vergunning. De gemeente zal dan een opgave van de kosten van aanleg
                            aan de aanvrager doen toekomen. Voor betaling van die kosten wordt
                            voorafgaand aan de uitvoering aan de aanvrager een acceptgirokaart
                            toegestuurd. Na ontvangst door de gemeente van het verschuldigde zal
                            worden overgaan tot het uitvoeren van de werkzaamheden. Indien de
                            aanvrager alsnog een aannemer wenst aan te wijzen voor het aanleggen van
                            de inrit(ten), is hij aan de gemeente een bedrag van € 140,= (prijspeil
                            2003) verschuldigd vanwege gemaakte kosten. </al></li><li nr="4."><al>Na het uitvoeren van de werkzaamheden krijgt de aanvrager een overzicht
                            van de werkelijk gemaakte kosten ter zake van de aanleg van de inrit en
                            het bijkomende. Indien de kosten lager zijn dan de aanvrager is
                            geoffreerd, zal hem het verschil tussen de werkelijke kosten en het
                            geoffreerde bedrag worden terugbetaald.</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>De aanvrager vrijwaart de gemeente voor alle schade ten gevolge van het
                            bestaan van de inrit.</al></li><li nr="2."><al>Bij het plaatsen van een erfscheiding, mogen eventueel toegepaste
                            (draai)hekken <onderstreept>niet</onderstreept> over gemeentelijk
                            terrein draaien, maar dienen deze over eigen terrein open te
                            draaien.</al></li><li nr="3."><al>Indien de werkzaamheden worden uitgevoerd door een door de aanvrager
                            aangewezen aannemer, zal de aanvrager zich overtuigen waar zich kabels,
                            leidingen, brandkranen, afsluiters, rioleringen e.d. bevinden in de
                            omgeving waar de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd. Daartoe dient
                            hij zich in verbinding te stellen met de desbetreffende nutsbedrijven en
                            andere beheerinstanties. </al></li><li nr="4."><al>Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dienen te allen tijde de in
                            het werk aanwezige afsluiters en putten voor de beheerders toegankelijk
                            te zijn en te worden gehouden.</al></li><li nr="5."><al>Indien de werkzaamheden worden uitgevoerd door een door de aanvrager
                            aangewezen aannemer, zal de aanvrager minstens twee dagen voordat met
                            werkzaamheden in de nabijheid van kabels, leidingen, brandkranen,
                            afsluiters, rioleringen e.d. wordt aangevangen, aan de desbetreffende
                            nutsbedrijven en/of andere beheerinstanties mededeling doen van de
                            voorgenomen werkzaamheden.</al></li><li nr="6."><al>Indien de aanvrager in gebreke blijft of nalaat het gestelde onder de
                            punten 14 en 16 uit te voeren, of indien de door de aanvrager gekozen
                            aannemer tijdens de uitvoering van de werkzaamheden schade aan de
                            aanwezige kabels en leidingen toebrengt en/of door de kabel- en
                            leidingbeheerders gegeven voorwaarden, die gedurende de uitvoering van
                            de werkzaamheden in acht moeten worden genomen, niet opvolgt, is de
                            aanvrager aansprakelijk voor <onderstreept>alle</onderstreept> schade,
                            die daardoor ontstaat vermeerderd met de eventuele
                            beredderingskosten.</al></li><li nr="7."><al>Het college van burgemeester en wethouders heeft op grond van artikel
                            1.6 van de Algemene plaatselijke verordening het recht de vergunning in
                            te trekken, indien zich een van de daar genoemde omstandigheden
                            voordoet. De gemeente zal daarbij een opzegtermijn van 6 maanden in acht
                            nemen, voor zover zich daartegen geen zwaarwegende belangen verzetten.
                            Indien de gemeente daartoe overgaat, zal zij in overleg treden met de
                            aanvrager of diens rechtverkrijgende(n) voor het zonodig aanleggen van
                            (een) alternatieve inrit. Indien de aanvrager of diens
                            rechtverkrijgende(n) hebben voldaan resp. voldoen aan het in deze
                            inritvergunning gestelde, komen de kosten van het verwijderen van de
                            inrit en het aanleggen van (een) vervangende inrit voor rekening van de
                            gemeente Heerhugowaard. </al></li><li nr="8."><al>Aan het indienen van deze aanvraag zijn leges verbonden, deze bedragen €
                            (bedragen vermeld in de leges verordening). De factuur wordt u separaat
                            toegestuurd.</al></li></lijst><al/><al>Bijlage II: Plattegrond Wegencategorisering Heerhugowaard </al><al>Categorisering volgens Beleidsnota;’’Duurzaam veilig’’ Heerhugowaard fase</al><al/><al>B</al><al/><al/><al> 2. <vet>Bijlage III: Kosten voor aanleggen inrit</vet></al><al/><table><tgroup cols="5"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><colspec colname="colD"/><colspec colname="colE"/><tbody><row><entry><al>inrit </al></entry><entry><al/></entry><entry><al>Deelopdrachtnr.</al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>EEN-</al></entry><entry><al>HOEVEELHEID</al></entry><entry><al>PRIJS PER </al></entry><entry><al>TOTAAL </al></entry></row><row><entry><al>OMSCHRIJVING</al></entry><entry><al>HEID</al></entry><entry><al>UITGEVOERD</al></entry><entry><al>EENHEID</al></entry><entry><al>BEDRAG</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al>IN EURO</al></entry><entry><al>IN EURO</al></entry></row><row><entry><al><vet>HERSTRAATWERKZAAMHEDEN</vet></al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al><vet>OPEN VERHARDINGEN</vet></al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al><vet>OPBREKEN VERHARDINGEN</vet></al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Opbreken betontegels 300x300x45 10 x 5 tot 20 m2</al></entry><entry><al>m2</al></entry><entry><al>9</al></entry><entry><al>1,15 </al></entry><entry><al>10,35 </al></entry></row><row><entry><al>Opbreken straatbaksteen dikformaat 5 x 5 tot 20 m2</al></entry><entry><al>m2</al></entry><entry><al>3</al></entry><entry><al>1,70 </al></entry><entry><al>5,10 </al></entry></row><row><entry><al>Leveren en aanbrengen betontegels 300x300x45 m2</al></entry><entry><al>m2</al></entry><entry><al>9</al></entry><entry><al>12,00 </al></entry><entry><al>108,00 </al></entry></row><row><entry><al>Aanbrengen betonstraatstenen dikformaat 5 x 5 tot 20 m2</al></entry><entry><al>m2</al></entry><entry><al>3</al></entry><entry><al>5,67 </al></entry><entry><al>17,01 </al></entry></row><row><entry><al>Opbreken betonbanden 100x200 5 x 10 tot 25 m</al></entry><entry><al>m</al></entry><entry><al>4</al></entry><entry><al>1,10 </al></entry><entry><al>4,40 </al></entry></row><row><entry><al>Vervoeren kantopsluitingen</al></entry><entry><al>m</al></entry><entry><al>1</al></entry><entry><al>6,50 </al></entry><entry><al>6,50 </al></entry></row><row><entry><al>Vervoeren bestratingsmateriaal</al></entry><entry><al>m2</al></entry><entry><al>9</al></entry><entry><al>4,50 </al></entry><entry><al>40,50 </al></entry></row><row><entry><al>Aanbrengen opsluitbanden 100x200. 5 x 10 tot 25m</al></entry><entry><al>m</al></entry><entry><al>4</al></entry><entry><al>2,83</al></entry><entry><al>11,32</al></entry></row><row><entry><al>Leveren PVC-buis ø 160.</al></entry><entry><al>m</al></entry><entry><al>2</al></entry><entry><al>4,46</al></entry><entry><al>8,92</al></entry></row><row><entry><al>Leveren PVC-hulpstuk ø 160 enkel T-stuk 45º.</al></entry><entry><al>st</al></entry><entry><al>0,2</al></entry><entry><al>17,14</al></entry><entry><al>3,43</al></entry></row><row><entry><al>Aanbrengen kolk van beton/gietijzer 300x450x850</al></entry><entry><al>st</al></entry><entry><al>0,1</al></entry><entry><al>15,00</al></entry><entry><al>1,50</al></entry></row><row><entry><al>Verwijderen straatkolk</al></entry><entry><al>st</al></entry><entry><al>0,1</al></entry><entry><al>12,80</al></entry><entry><al>1,28</al></entry></row><row><entry><al>Leveren straatzand</al></entry><entry><al>m3</al></entry><entry><al>0,5</al></entry><entry><al>62,50</al></entry><entry><al>31,25</al></entry></row><row><entry><al>Grond ontgraven uit watergang/geul/cunet/put/haven</al></entry><entry><al>m3</al></entry><entry><al>0,5</al></entry><entry><al>45,00</al></entry><entry><al>22,50</al></entry></row><row><entry><al>Verdichten zand c.q. niet samenhangende grond.</al></entry><entry><al>m2</al></entry><entry><al>9</al></entry><entry><al>0,05</al></entry><entry><al>0,45</al></entry></row><row><entry><al>Profileren van oppervlakken.</al></entry><entry><al>m2</al></entry><entry><al>12</al></entry><entry><al>2,75</al></entry><entry><al>33,00</al></entry></row><row><entry><al>Verplaatsen lichtmast</al></entry><entry><al>st</al></entry><entry><al>0,1</al></entry><entry><al>200,00</al></entry><entry><al>20,00</al></entry></row><row><entry><al>Toep. van afzetting(en) op enkelbaansweg.</al></entry><entry><al>st</al></entry><entry><al>1</al></entry><entry><al>150,00</al></entry><entry><al>150,00</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Subtotaal</al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al>475,51</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>STAARTPOSTEN</al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>EENMALIGE KOSTEN</al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Uitvoeringskosten 2,95% van subtotaal</al></entry><entry><al>EURO</al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al>14,03</al></entry></row><row><entry><al>Algemene kosten 4,868 % van subtotaal</al></entry><entry><al>EURO</al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al>23,15</al></entry></row><row><entry><al>Winst en risico 4,868 % van subtotaal</al></entry><entry><al>EURO</al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al>23,15</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>STELPOSTEN</al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Opdrachtverstrekking</al></entry><entry><al>EURO</al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al>40</al></entry></row><row><entry><al>Toezicht op uitvoering</al></entry><entry><al>EURO</al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al>35,00</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al><vet>Afrekening conform inschrijfstaat:</vet></al></entry><entry><al>EURO</al></entry><entry><al/></entry><entry><al><vet>EURO</vet></al></entry><entry><al><vet>610,83</vet></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al>N.B. Deze kosten worden jaarlijks geïndexeerd </al></bijlage></regeling></body></cvdr>