<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR99445_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Nadere regels uitvoering art 20 tot en met 22 Wet op de lijkbezorging</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Berkelland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Berkelland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Berkelbericht 10 mei 2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Nadere regels uitvoering art 20 tot en met 22 Wet op de lijkbezorging</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de lijkbezorging artt 20, 21 en 22</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht titel 4.3</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">burgemeester</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-03-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-05-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-09-13</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Besluit burgemeester 29 maart 2011</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Nadere regels uitvoering art 20 tot en met 22 Wet op de lijkbezorging</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> De burgemeester van Berkelland;</al><al/><al>Gelezen de artikelen 20 tot en met 22 van de Wet op de lijkbezorging;</al><al/><al>Gelet op het bepaalde in titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht</al><al/><al>B E S L U I T:</al><lijst><li nr="1)"><al>Bijgevoegde notitie uitvoering artikel 20 tot en met 22 Wet op de
                                lijkbezorging (lijkbezorging van overheidswege).</al></li><li nr="2)"><al>Het besluit en de notitie die op 11 oktober 2005 zijn vastgesteld in
                                te trekken.</al></li></lijst><al/><al>Eibergen, 29 maart 2011</al><al>De burgemeester van Berkelland,</al><al>mr. H.L.M. Bloemen</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al>Notitie uitvoering artikel 20 tot en met 22 Wet op de lijkbezorging
                        (lijkbezorging van overheidswege)</al><al/><al><vet>Inleiding</vet></al><al/><al><vet>Als niemand voorziet in de uitvaart, dan draagt de burgemeester van de
                            gemeente waar de overledene zich bevindt hiervoor zorg (artikel 21, lid
                            1 van de Wet op de lijkbezorging). </vet></al><al/><al>Er kunnen zich de volgende situaties voordoen waarbij de gemeente betrokken
                        is bij de lijkbezorging:</al><lijst><li nr="a)"><al>nabestaanden weigeren in de lijkbezorging te voorzien omdat ze
                                onwelwillend zijn (vanwege verstoorde familierelaties (bijvoorbeeld
                                vanwege incest, huiselijk geweld, drank- en drugsgebruik) en/of een
                                verharde maatschappij/samenleving);</al></li><li nr="b)"><al>nabestaanden kunnen niet in de lijkbezorging voorzien omdat het
                                onmogelijk is (vanwege een gebrek aan financiële middelen, geen of
                                onvoldoende nalatenschap van de overledene of het niet bij machte
                                zijn om de uitvaart te regelen vanwege minderjarigheid of geestelijk
                                onvermogen)</al></li><li nr="c)"><al>er zijn (momenteel) geen nabestaanden te vinden.</al></li></lijst><al/><al>Uitgangspunt van de Wet op de lijkbezorging (Wlb) is dat nabestaanden
                        primair verantwoordelijk zijn voor de uitvaart. Verder is het uitgangspunt
                        van de wetgever dat de zorg voor de lijkbezorging niet alleen afhankelijk is
                        van familierechtelijke en erfrechtelijke betrekkingen maar ook van de
                        feitelijke betrekkingen. Ook van een niet gehuwde partner. vrienden,
                        kennissen of buren kan en mag in bepaalde gevallen verwacht worden dat zij
                        de uitvaart verzorgen. Volgens de wetgever moet duidelijk zijn dat de
                        lijkbezorging geen taak van de overheid is, maar een zaak van de zorg voor
                        elkaar. De wetgever noemt nadrukkelijk dan ook geen persoon die
                        aansprakelijk en verantwoordelijk is voor de lijkbezorging en bepaalt dus
                        ook niet wie de meest betrokken nabestaande zou zijn. </al><al/><al>Wel geeft de wetgever in artikel 22 Wlb de mogelijkheid om de kosten van een
                        begrafenis te verhalen op de bloed- en aanverwanten als niemand voor de
                        lijkbezorging zorg draagt en de burgemeester dat moet doen. Maar er is geen
                        wettelijke plicht om de lijkbezorging te regelen.</al><al/><al>Indien werkelijk niemand in de lijkbezorging voorziet en daartoe dus geen
                        enkel initiatief ondernomen wordt, dan dient de burgemeester daarvoor zorg
                        te dragen. Als het lijk zich in een woning bevindt dan kan de burgemeester
                        of een ambtenaar van politie, voorzien van een last van de burgemeester, de
                        woning binnentreden. Zie het tweede lid van artikel 21 Wet op de
                        lijkbezorging.</al><al/><al>De gemeente dient uiterst terughoudend te zijn in het regelen en verzorgen
                        van de begrafenis. De artikelen 21 en 22 van de Wet op de lijkbezorging zijn
                        primair bedoeld om de lijkbezorging te regelen van mensen zonder
                        nabestaanden, waarbij niemand in actie kan komen. De artikelen zijn niet
                        bedoeld om financiële problemen van mensen/nabestaanden op te lossen. </al><al/><al>Daarom dient de gemeente een ontmoedigingsbeleid te voeren.</al><al>Het is daarom zaak om nabestaanden te manen tot het ondernemen van actie.
                        Pas wanneer die bewust geen actie ondernemen dient de gemeente op te treden.
                        Die actie van de nabestaanden kan ook bestaan uit het sluiten van een
                        lening, het houden van een inzameling onder familie en vrienden of het
                        aanvragen van bijzondere bijstand of het treffen van een betalingsregeling. </al><al/><al>Veelal is het ook zo dat als er familie is, de gemeente een verhaalrecht
                        heeft op de familie ((ex) echtgenoot, ouders, kinderen, aangehuwde kinderen,
                        schoonouders en stiefouders (zie de artikelen 1:392-396 BW) en de familie
                        toch gedwongen zou kunnen worden om te betalen. Het via de gemeente laten
                        lopen van een uitvaart betekent dan alleen maar een omweg. Naast een
                        financiële plicht rust er op bloed- en aanverwanten (zoals hiervoor genoemd)
                        ook een morele plicht om de uitvaart te verzorgen. Er is echter voor
                        nabestaanden geen juridische verplichting om een uitvaart te verzorgen, wel
                        (in sommige hiervoorgenoemde gevallen) om de kosten te betalen.</al><al/><al>Omdat een uitvaart altijd (relatieve) haast heeft, is het in
                            <onderstreept>sommige </onderstreept>gevallen (wanneer de overledene in
                        de openbare ruimte ligt of bij zomers weer in een woning) denkbaar dat met
                        een uitvaartverzorger de afspraak gemaakt wordt dat in eerste instantie
                        alleen de eerste verzorging (weghalen overledene en bewaren in mortuarium)
                        gebeurt en (nog) niet de gehele uitvaart. Er is dan tijd voor overleg met de
                        nabestaanden. De kosten kunnen in het kader van zaakwaarneming verhaald
                        worden. </al><al/><al><vet>Opdracht verlenen?</vet></al><al/><al>De gemeente is wettelijk verplicht om (artikel 21 en 22 Wlb) een uitvaart te
                        verzorgen als niemand anders hier zorg voor draagt. <onderstreept>Dat hoeft
                            de gemeente niet onmiddellijk te doen,alleen als (na het zoeken van
                            nabestaanden en na enkele dagen (max. 5 werkdagen) duidelijk is dat
                            niemand anders iets doet.</onderstreept> De gemeente betaalt dan ook de
                        uitvaartondernemer die een en ander uitvoert en heeft het wettelijk recht om
                        de kosten te verhalen op de nalatenschap en op de nabestaanden (echtgenoot,
                        kinderen). Het principe van de Wlb is dat 1) de gemeente in het belang van
                        de volksgezondheid en de openbare orde zorgt dat de overledene “bezorgd”
                        wordt en 2) dat nabestaanden zelf de kosten moeten dragen en niet de
                        belastingbetaler.</al><al/><al><vet>Verlof</vet></al><al/><al>Veelal wordt het verlof tot begraving of crematie door een
                        begrafenisondernemer - namens een familielid die de opdracht voor de
                        begraving of crematie geeft – aangevraagd. In dat geval betekent dat voor de
                        uitvaartondernemer dat de opdrachtgever verantwoordelijk is voor de kosten.
                        Het is niet zo dat iemand wel opdracht kan geven en dat de
                        uitvaartondernemer later de rekening bij de gemeente deponeert. Een
                        opdrachtgever is voor de uitvaart zelf verantwoordelijk, ook financieel. </al><al/><al><vet>Cremeren of begraven?</vet></al><al/><al>De burgemeester dient bij de keuze cremeren of begraven rekening te houden
                        met een eerder uitgesproken wens van een overledene (art. 18 Wlb). Concreet
                        betekent dat, dat de burgemeester in principe voor begraven kiest, tenzij er
                        een codicil of testament is waarin de wens tot crematie of ontleding ten
                        behoeve van de wetenschap is opgenomen.</al><al/><al>Ook houdt de burgemeester rekening met eventuele niet uitgesproken wensen
                        tot de lijkbezorging. Bijvoorbeeld wanneer de overledene aanhanger is van
                        een religie die crematies voorstaat dan zal hij een crematie verzorgen. Voor
                        het overige is het voor de burgemeester moeilijk om een besluit te nemen als
                        nabestaanden schermen met allerlei al dan niet uitgesproken wensen door de
                        overledene. In dergelijke gevallen ligt het voor de hand dat de nabestaanden
                        zelf de uitvaart verzorgen en dat niet aan de burgemeester over laten. De
                        burgemeester zal zich in zijn keuze: begraven of cremeren, altijd laten
                        leiden door het uitgangspunt: dat altijd begraven wordt, tenzij door
                        schriftelijke stukken, de religie of een uitgesproken levenswijze van de
                        overledene duidelijk is dat zijn laatste wens anders is.</al><al/><al>Voor de gemeente is cremeren veelal duurder dan begraven omdat de gemeente
                        eigen begraafplaatsen heeft. De begrafenis wordt ingevolge de financiële
                        beheersvoorschriften betaald uit de post: “bijstandsverlening algemeen”
                        (functie 610) en de opbrengsten (nalatenschap, verhaal) worden geboekt op de
                        post “lijkbezorging” (functie 724). </al><al/><al>Omdat het begraven in een zogenaamd algemeen graf voor de gemeente het
                        goedkoopst is wordt de overledene in principe in een algemeen graf begraven.
                        Bij algemene graven gaat het om graven die om niet uitgegeven worden en waar
                        eventuele nabestaanden alleen de kosten van het begraven dienen te betalen.
                        Voor deze graven hebben particulieren veelal geen belangstelling omdat de
                        grafrust slechts 10 jaar gegarandeerd is en zij geen “zeggenschap” hebben
                        over het graf (er mag bijvoorbeeld geen grafmonument geplaatst worden). </al><al/><al>De overledene wordt <onderstreept>in principe</onderstreept> in Borculo
                        begraven omdat daar voldoende ruimte is en het om bedrijfseconomische
                        redenen het goedkoopste is. Immers, op de andere begraafplaatsen is de
                        ruimte schaars. Bovendien mogen en kunnen algemene graven na 10 jaar geruimd
                        worden, maar is het het goedkoopst om gelijktijdig meerdere graven te ruimen
                        en niet een enkel graf.</al><al/><al>Indien de overledene naar het oordeel van de burgemeester veel binding had
                        met zijn of haar woonplaats, kan van het uitgangspunt dat de begrafenissen
                        alleen in Borculo plaatsvinden afgeweken worden. De opvattingen van
                        nabestaanden zijn bij het oordeel of iemand in Borculo of elders begraven
                        dient te worden niet doorslaggevend. Immers, anders kunnen die nabestaanden
                        zelf ook voorzien in de lijkbezorging. Overigens is het zo dat onze gemeente
                        verantwoordelijk is voor overledenen die zich hier bevinden en dat hoeft
                        niet altijd te betekenen dat deze mensen hier hun woonplaats hadden.
                        Andersom is het zo dat mensen die in het ziekenhuis in bijvoorbeeld Enschede
                        en Winterswijk overlijden een zorg zijn voor die gemeente en niet voor onze
                        gemeente.</al><al/><al>Begraven heeft ook de voorkeur vanwege het “bewaren” van een herdenkingsplek
                        en omdat een herbegraving elders of een crematie mogelijk blijven. Daarnaast
                        is het zo dat er altijd nabestaanden kunnen zijn die pas na enige
                        naspeuringen achterhaald kunnen worden, omdat ze vaak verhuisd zijn of in
                        het buitenland verblijven. </al><al/><al>Het herbegraven of cremeren dient dan wel binnen ongeveer twee maanden na de
                        begrafenis te gebeuren. Tot ongeveer 2 maanden is er een nauwelijks
                        waarneembaar verteringsproces en is de kist nog intact. Na die periode zijn
                        er dusdanige arbeidstechnische- en milieuhygiënische maatregelen nodig dat
                        het absoluut niet wenselijk is om over te gaan tot herbegraven. Dit kan pas
                        weer nadat de wettelijke grafrust termijn van 10 jaar verstreken is. Na 10
                        jaar is er veelal alleen een skelet over en kan er wel weer overgegaan
                        worden tot herbegraving. De burgemeester dient in alle gevallen voor een
                        opgraving een vergunning te verlenen en moet daarbij alle van belang zijnde
                        belangen (zowel die van de nabestaanden als ook maatschappelijke belangen
                        afwegen). Het voert te ver om hier in het kader van deze notitie verder op
                        in te gaan. </al><al/><al>Het begraven kan plaatsvinden op de goedkoopst mogelijke wijze, indien
                        mogelijk in een algemeen graf. Op een algemeen graf zijn geen grafmonumenten
                        toegestaan, dus de gemeente hoeft daar dan ook geen zorg voor te dragen. Ook
                        op andere graven zullen wij geen grafmonumenten plaatsen. Eventuele later
                        gevonden nabestaanden kunnen altijd zorgdragen voor een herbegraving in een
                        ander graf, met een grafmonument. </al><al>Het is dan wel belangrijk om te bedenken dat de grafrusttermijn van 10 jaar
                        behoorlijke beperkingen oplegt en dat opgraven al snel na de begraving
                        vanwege milieutechnische redenen niet meer wenselijk is. </al><al/><al><vet>Crematie</vet></al><al/><al>Indien er, omdat dat de wil van de overledene is, wordt overgegaan tot
                        crematie dan geldt ook hier dat de meest goedkope manier wordt
                        gehanteerd.</al><al>Geen asbus, maar asverstrooiing op het terrein van het crematorium.</al><al>Willen nabestaanden een asbus, dan kan dat pas als zij eerst de openstaande
                        rekening van de crematie betalen. </al><al/><al><vet>Nalatenschap</vet></al><al/><al>De gemeente dient de kosten van de begrafenis in eerste instantie te
                        verhalen op de bij de overledene gevonden goederen of gelden en vervolgens
                        de nalatenschap. De inboedel en de goederen die in de woning van de
                        overledene gevonden worden, worden geacht tot de nalatenschap te behoren,
                        tenzij blijkt of aangenomen kan worden dat zij aan anderen toebehoren. De
                        gemeente kan dan proberen om alle goederen te verkopen om de kosten van de
                        uitvaart te kunnen verrekenen<cursief>.</cursief> De Wlb gaat hier als
                        bijzondere wet vóór het erfrecht.</al><al/><al><vet>Verhaal</vet></al><al/><al>De kosten van een begrafenis <onderstreept>kunnen</onderstreept> verhaald
                        worden op de bij de overledene gevonden goederen of gelden en vervolgens uit
                        de nalatenschap. Is de nalatenschap onvoldoende om de kosten te dekken dan
                        heeft de gemeente een verhaalsrecht op bloed- en aanverwanten, die tot het
                        verstrekken van levensonderhoud aan de overledene verplicht zouden zijn
                        geweest.</al><al/><al>Veelal is er dan verhaal van de kosten mogelijk op de nabestaanden ((ex)
                        echtgen(o)t(e), ouders, wettige en natuurlijke kinderen, gehuwde
                        (aangetrouwde) kinderen, schoon- en stiefouders) als bedoeld in artikel 22
                        Wlb juncto 1:392-396 BW. </al><al/><al>Let wel, het gaat hierbij om een bevoegdheid. De gemeente hoeft van deze
                        bevoegdheid geen gebruik te maken. Er kunnen voor het college redenen zijn
                        om van het verhaalsrecht af te zien. Redenen kunnen o.a. zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>verstoorde familierelaties</al></li><li nr="-"><al>onvermogen bij degene waarop verhaald zou kunnen worden</al></li><li nr="-"><al>te hoge kosten in relatie met de opbrengsten.</al></li></lijst><al>Voor het verhaal van de kosten geldt de Wet werk en bijstand.</al><al/><al>Als er een echtgenoot of vroegere echtgenoot is dan is die als eerste
                        gehouden om de kosten te betalen (art. 1:392 BW). De andere nabestaanden
                        zijn ieder voor een evenredig deel verantwoordelijk voor de kosten van de
                        begrafenis.</al><al/><al>Besluiten omtrent het verhaal van kosten worden genomen door het
                        college.</al><al>Bij het verhaal moeten maatschappelijke opvattingen meegewogen worden, het
                        verhaal moet dus wel redelijk zijn (voorbeeld: verhaal van kosten op de
                        ex-partner van 30 jaar geleden is niet redelijk, is iemand pas een jaar
                        gescheiden dan is dat onder bepaalde omstandigheden wel en soms ook niet
                        redelijk; wat te doen met kinderen die al langdurig geen contact meer hebben
                        met de ouders?). </al><al>Het is aan het college om daar een besluit over te nemen. De argumentatie is
                        dan wel erg belangrijk, anders is er heel snel sprake van willekeur.</al><al/><al><vet>Bijzondere bijstand nabestaanden</vet></al><al/><al>Wanneer nabestaanden niet voldoende middelen hebben, kunnen ze (voor hun
                        deel) een beroep doen op de bijzondere bijstand. Voor de bijzondere bijstand
                        maakt iedere gemeente echter een eigen beleid. Het kan dus zo zijn dat
                        inwoners van Berkelland wel op basis van het gemeentelijk beleid een beroep
                        kunnen doen op bijzondere bijstand en anderen – in andere gemeenten –
                        niet.</al><al/><al><vet>Woning/inboedel</vet></al><al/><al>In de meeste gevallen zal de overledene een gehuurde woning achterlaten en
                        een inboedel die vrijwel niets opbrengt (of zijn de kosten om de goederen te
                        gelde te maken mogelijk hoger dan de verwachte opbrengsten). In dergelijke
                        gevallen onderneemt de gemeente geen tot weinig actie. </al><al/><al>Wel dient er op toegezien te worden dat de gas-, elektriciteit en
                        watervoorziening afgesloten worden en dat er zich anderszins geen
                        gevaarlijke of onhygiënische toestanden voordoen (etensresten in koelkast). </al><al/><al>Veelal is er altijd wel iemand, die dan misschien niet voor de begrafenis
                        zorgt, maar die wel zorgdraagt voor de afhandeling van zulke zaken. Mocht
                        dat niet zo zijn dan is het in principe een zaak van de verhuurder en de
                        nutsbedrijven. </al><al/><al>Op grond van artikel 172 Gemeentewet kan de burgemeester eventueel
                        noodmaatregelen nemen om de woning of de gastoevoer af te laten sluiten. Het
                        ontruimen van de woning, het opzeggen van gas, water en elektriciteit, het
                        opzeggen van de huur en het inleveren van de sleutel is echter geen primaire
                        taak voor de gemeente. In juridische zin is voor dat werk ook geen goede
                        grondslag. Het lijkt ons goed, gelet op de benodigde tijdsinspanning en het
                        ontbreken van een grondslag de gemeentelijke inzet ten aanzien van een
                        zogenaamde onbeheerde nalatenschap te beperken.</al><al/><al>Mocht er wel sprake zijn van een (enigszins) waardevolle boedel dan kan de
                        gemeente die verkopen om de kosten van de begrafenis te kunnen verrekenen
                        want die boedel maakt deel uit van de nalatenschap. Bij een waardevollere
                        boedel (naar schatting meer dan € 5.000,--) is het aan te bevelen om de
                        notaris in te schakelen die een uitgebreid nabestaandenonderzoek (tot de
                        zesde graad) kan doen en die eventueel door tussenkomst van belanghebbenden
                        (schuldeisers) of het Openbaar Ministerie bij de rechtbank een vereffenaar
                        (voorheen curator) kan laten aanwijzen. Als er vervolgens resterende
                        goederen of positieve saldi zijn en er nog steeds geen erfgenamen bekend
                        zijn, dan beheert de Staat die goederen of het saldo gedurende 20 jaar.
                        Gedurende die tijd kunnen schuldeisers of erfgenamen die middelen vorderen.
                        Na 20 jaar vervalt alles definitief aan de Staat. De Dienst Domeinen
                        district West in Leiden (onderdeel van het Ministerie van Financiën) is
                        belast met de afwikkeling van onbeheerde nalatenschappen. De onbeheerde
                        nalatenschappen komen uiteindelijk dus toe aan de Staat. Dit is geregeld in
                        het Burgerlijk Wetboek.</al><al/><al><vet>Binnentreden woning</vet></al><al/><al>Indien de lijkbezorging wordt belemmerd doordat het lijk zich in een woning
                        bevindt dan kan op grond van het tweede lid van artikel 21 Wlb de woning
                        worden binnengetreden. De weigering om een lijk af te geven is overigens op
                        grond van artikel 81 Wlb strafbaar.</al><al/><al><vet>Sobere begrafenis</vet></al><al/><al>In principe wordt door de gemeente een begrafenis verzorgd op basis van de
                        minst kostbare, doch acceptabele wijze. Er is dan sprake van een sobere
                        begrafenis.</al><al/><al>Voorstel is om bij de te regelen zaken een onderscheid te maken tussen:</al><lijst><li nr="a)"><al>de situatie waarin nabestaanden weigeren in de lijkbezorging te
                                voorzien omdat ze onwelwillend zijn (vanwege verstoorde
                                familierelaties (mogelijk vanwege incest, mishandeling, drank- en
                                drugsgebruik en/of een verharde maatschappij);</al></li><li nr="b)"><al>de situatie waar nabestaanden niet in de lijkbezorging kunnen
                                voorzien omdat het onmogelijk is (vanwege een gebrek aan financiële
                                middelen, geen of onvoldoende nalatenschap van de overledene of het
                                niet bij machte zijn om de uitvaart te regelen vanwege
                                minderjarigheid of geestelijk onvermogen)</al></li><li nr="c)"><al>de situatie waarin er (momenteel) geen nabestaanden te vinden.</al></li></lijst><al/><al>In het eerste geval stellen wij voor slechts zo beperkt mogelijke
                        voorzieningen te regelen. De nabestaanden kunnen dan zelf in overleg met de
                        uitvaartondernemer en tegen betaling van de kosten zelf aanvullende zaken
                        regelen.</al><al/><al>We stellen voor die gevallen de volgende zaken te regelen:</al><lijst><li nr="-"><al>Uitvaartverzorging, dat wil zeggen werkzaamheden uitvaartverzorger,
                                overbrengen overledene van plaats van overlijden naar plaats van
                                opbaren, huur “bewaarplaats” in uitvaartcentrum (geen rouwkamer),
                                het kisten van de overledene, een eenvoudige kist, verzorgen
                                noodzakelijke formaliteiten, rouwauto op de dag van de uitvaart</al></li><li nr="-"><al>begraven in algemeen graf, zonder grafmonument of een crematie
                                zonder rouwkamer en zonder gelegenheid tot afscheid en een
                                asverstrooiing op het terrein van het crematorium. Asbussen worden
                                alleen na betaling van het gehele bedrag van de crematie aan de
                                nabestaanden beschikbaar gesteld.</al></li><li nr="-"><al>Een bloemstuk ter waarde van € 50,-- dat van gemeentewege
                                aangeschaft wordt.</al></li></lijst><al/><al>Voor de nabestaanden die vallen onder de tweede categorie geldt dat er
                        zoveel mogelijk maatwerk geleverd moet worden. Indien mogelijk moeten mensen
                        verwezen worden naar hun woongemeente voor bijzondere bijstand. Uitgangspunt
                        is en blijft een sobere en doelmatige uitvaart.</al><al>Voor de derde categorie geldt ook weer dat er zoveel mogelijk maatwerk
                        geleverd dient te worden. Uitgangspunt is en blijft een sobere en doelmatige
                        uitvaart.</al><al/><al>In principe worden de volgende zaken
                            <vet><onderstreept>niet</onderstreept></vet> verzorgd en betaald (in
                        overleg met de burgemeester kan hier in individuele uitzonderlijke gevallen
                        vanwege piëteit van afgeweken worden):</al><lijst><li nr="-"><al>volgwagen(s)</al></li><li nr="-"><al>rouwbrieven, porti</al></li><li nr="-"><al>algemene kennisgeving in een plaatselijk of regionaal verschijnend
                                dag- of weekblad</al></li><li nr="-"><al>koelinstallatie in verband met thuisopbaring</al></li><li nr="-"><al>huur uitvaartcentrum voor een
                                uitvaartdienst/plechtigheid/condoleance/gelegenheid tot afscheid
                                nemen</al></li><li nr="-"><al>kosten in verband met religieuze gebruiken of plechtigheden of
                                ceremonieën</al></li><li nr="-"><al>condoleanceregister</al></li><li nr="-"><al>bidprentjes</al></li><li nr="-"><al>koffietafel, consumpties</al></li><li nr="-"><al>kransen of bloemstukken (met uitzondering van 1 bloemstuk dat van
                                gemeentewege aangeschaft wordt)</al></li><li nr="-"><al>bloemversiering op de kist</al></li><li nr="-"><al>begrafenis/crematie op zaterdag</al></li><li nr="-"><al>kerkelijke uitvaartdienst</al></li><li nr="-"><al>leges gedenktekens</al></li><li nr="-"><al>gemeentelijke leges voor eigen- of familiegraf</al></li><li nr="-"><al>kosten grafmonument/herdenkingssteen</al></li><li nr="-"><al>plaatsing asbus in urnenmuur, urnengraf, urnentuin</al></li><li nr="-"><al>muziek</al></li><li nr="-"><al>toespraken door de gemeente of derden (geestelijken, humanistische
                                sprekers etc.)</al></li><li nr="-"><al>dragers (er zijn veelal alternatieven beschikbaar)</al></li><li nr="-"><al>klokluiden</al></li></lijst><al/><al><vet>Mandaat</vet></al><al/><al>Omdat dergelijke situaties slechts beperkt voorkomen lijkt het ons niet
                        wenselijk om mandaat te verlenen. Aangezien voor alle zaken, behalve het
                        verhaal van de kosten op de nabestaanden, de burgemeester bevoegd gezag is,
                        kunnen zaken op korte termijn in overleg met de burgemeester uitgevoerd
                        worden of bij diens afwezigheid met de loco-burgemeester.</al><al/></tekst></regeling-tekst><bijlage><al><vet>Actieplan wanneer de gemeente geconfronteerd wordt met nabestaanden die
                        niet voor de lijkbezorging willen zorgdragen of een overledene waarvan geen
                        nabestaanden bekend zijn. Let op: het zal veelal nodig zijn om meerdere
                        acties gelijktijdig in gang te zetten/uit te voeren.</vet></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="31*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="31*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="38*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Actie</al></entry><entry colname="col2"><al>Actie door</al></entry><entry colname="col3"><al>bijzonderheden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Na 1<sup>e</sup> melding van overledene zonder nabestaanden
                                        of waar nabestaanden niet in de lijkbezorging voorzien
                                        burgemeester en de afdeling samenleving (medewerker OOV,
                                        medewerker opsporing en handhaving) informeren. Zonodig
                                        meteen ter plaatse gaan kijken of andere maatregelen
                                        nemen,</al></entry><entry colname="col2"><al>Gemeentewinkel medewerker burgerzaken)</al></entry><entry colname="col3"><al>(loco)burgemeester is altijd bereikbaar. </al><al>Aan de hand van de feitelijke situatie/omstandigheden
                                        beoordelen of er meteen maatregelen nodig zijn (zoals
                                        afsluiten woning met andere sloten, bankrekeningen
                                        blokkeren, opvang huisdieren regelen). Zo nodig meteen ter
                                        plaatse gaan kijken i.v.m. risico beschadiging en
                                        ontvreemding bezittingen, misbruik woning, voorkomen
                                        gevaarlijke situaties, </al><al>Als er geen toestemming is van de nabestaanden, dan mag de
                                        woning alleen met een machtiging tot binnentreden worden
                                        betreden. Dit op grond van de Algemene wet op het
                                        binnentreden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Checken bij SDOA of het een bijstandcliënt en bij de
                                        afdeling Samenleving of betrokkene WMO cliënt is</al></entry><entry colname="col2"><al>Gemeentewinkel medewerker burgerzaken) informeert bij de
                                        SDOA en de afdeling Samenleving. SDOA draagt zorg voor
                                        opschorting uitkering</al></entry><entry colname="col3"><al>Bij SDOA checken of de overledene een cliënt is (zodat
                                        uitkering opgeschort en later beëindigd kan worden). Zorg er
                                        voor dat bankrekening(en) geblokkeerd worden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Checken bij Gemeentewinkel (kwijtschelding belastingen) en
                                        Administratief Beheer (invordering) of er rekeningnummers
                                        en/of vermogen bekend is</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al><vet>Zorg er voor dat bankrekeningen geblokkeerd
                                            worden.</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Nabestaanden achterhalen via GBA indien die niet bekend
                                        zijn</al></entry><entry colname="col2"><al>Gemeentewinkel medewerker burgerzaken)</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Indien via GBA geen nabestaanden te achterhalen zijn
                                        uitgebreid onderzoek plegen</al></entry><entry colname="col2"><al>Coördinatie: Gemeentewinkel medewerker burgerzaken)</al><al>Uitvoering: Gemeentewinkel en afdeling Samenleving</al></entry><entry colname="col3"><al>Zoektocht nabestaanden ruim opvatten (naast GBA ook
                                        burgerlijke stand, politie, huisarts, thuiszorg, buren,
                                        maatschappelijk werk, agenda, adressenboekje,
                                        telefoonklappertje, ,mobiele telefoon, computer overledene,
                                        centraal testamentenregister (zie
                                        www.centraaltestamentenregister.nl) , werkgever, WMO
                                        dossier, uitkeringsdossier etc.)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Nabestaanden manen om zelf actie te ondernemen, hetzij door
                                        een lening, aanvragen bijzondere bijstand bij de gemeente,
                                        inzameling onder familie, vrienden en buren. Dit kan
                                        mondeling/telefonisch.</al></entry><entry colname="col2"><al>Gemeentewinkel medewerker burgerzaken)</al></entry><entry colname="col3"><al>Na overleg met burgemeester</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Woning overledene bekijken en onderzoeken om nabestaanden te
                                        zoeken en om bezittingen veilig te stellen; zonodig
                                        maatregelen treffen</al></entry><entry colname="col2"><al>Coördinatie: Gemeentewinkel medewerker burgerzaken)
                                        Uitvoering: afdeling Samenleving (medewerkers opsporing en
                                        handhaving) in samenwerking met medewerker burgerzaken
                                        gemeentewinkel</al></entry><entry colname="col3"><al>na overleg met burgemeester woning van slachtoffer
                                        bekijken/onderzoeken, tevens bekijken of er in woning een
                                        uitvaartpolis etc. te vinden is en bankpapieren, bankpasjes,
                                        papieren levens- of ongevallenverzekering,
                                        overlijdensuitkeringen sociale uitkeringen, pensioen,
                                        spaargelden. Tevens bekijken of er sprake is van een
                                        waardevolle inboedel, sieraden, kostbare verzamelingen
                                        (munten, postzegels e.d.), antiek etc. Indien noodzakelijk
                                        maatregelen treffen als afsluiten gas, water en licht, ramen
                                        sluiten, andere sloten, opvang huisdieren (voeren, over
                                        brengen naar asiel) etc. </al><al><vet>Zorg er voor dat bankrekeningen geblokkeerd
                                            worden.</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Zonodig er voor zorgdragen dat bankrekeningen geblokkeerd
                                        worden.</al></entry><entry colname="col2"><al>Coördinatie: Gemeentewinkel ((eerste)medewerker
                                        burgerzaken). </al></entry><entry colname="col3"><al>Als het een cliënt is ligt het voor de hand dat het cluster
                                        werk, zorg en inkomen actie onderneemt. De actie beperkt
                                        zich tot een telefoontje nar de bank met de mededeling dat
                                        hun cliënt overleden is (evt. schriftelijk bevestigen)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>In uiterste geval, wanneer nabestaanden nadrukkelijk blijven
                                        weigeren en pas na verloop van enige tijd (5 dagen) opdracht
                                        verlenen tot begraven of crematie op een zo eenvoudig
                                        (sober) mogelijke wijze. Eventueel tussentijds opdracht aan
                                        begrafenisondernemer verlenen tot weghalen stoffelijk
                                        overschot en opslag in een mortuarium</al></entry><entry colname="col2"><al>Gemeentewinkel ((eerste-) medewerker burgerzaken)</al></entry><entry colname="col3"><al>In overleg met burgemeester.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De kosten van een begrafenis kunnen verhaald worden op de
                                        bij het lijk gevonden goederen of gelden en vervolgens uit
                                        de nalatenschap</al></entry><entry colname="col2"><al>Coördinatie kostenverhaal: Gemeentewinkel
                                        ((eerste)medewerker burgerzaken). Afhankelijk van de
                                        concrete situatie worden anderen ingeschakeld
                                        (administratief beheer, beheer en onderhoud voor opslag
                                        waardevolle goederen etc.)</al></entry><entry colname="col3"><al>Is er sprake van een grote nalatenschap (eigen woning,
                                        testament, veel vermogen) dan wordt er (via intern advies)
                                        een gespecialiseerd advocaten/notarissenkantoor ingeschakeld
                                        om eventuele nabestaanden te achterhalen. Eventueel ook de
                                        Dienst der Domeinen district West in Leiden inschakelen
                                        indien er geen nabestaanden zijn te achterhalen en de
                                        nalatenschap wordt door niemand opgeëist.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Is de nalatenschap onvoldoende om de kosten te dekken dan
                                        heeft de gemeente een verhaalsrecht op bloed- en
                                        aanverwanten, die tot het verstrekken van levensonderhoud
                                        aan de overledene verplicht zouden zijn geweest.</al></entry><entry colname="col2"><al>Gemeentewinkel ((eerste) medewerker burgerzaken) in
                                        samenwerking met SDOA</al><al>Bij vragen eventueel via intern advies een gespecaliseerd
                                        notaris- en advocatenkantoor inschakelen (geen plaatselijke
                                        notaris, het betreft geen namelijk geen erfrecht maar
                                        familierecht en veelal wat meer gespecialiseerde vragen).
                                    </al></entry><entry colname="col3"><al>College dient een besluit te nemen. Maatschappelijke
                                        opvattingen dienen te worden meegewogen, het verhaal moet
                                        dus wel redelijk zijn (voorbeeld: verhaal van kosten op de
                                        ex-partner van 30 jaar geleden is niet redelijk, is iemand
                                        pas een jaar gescheiden dan is verhaal soms wel redelijk;
                                        wat te doen met kinderen die al langdurig geen contact meer
                                        hadden met de ouders).</al><al>Indien goederen eventueel meegevoerd worden om verkocht te
                                        worden dan goed afwegen of de opbrengsten opwegen tegen de
                                        kosten. Zo, ja dan zoveel mogelijk conform procedure
                                        bestuursdwang handelen (verslaglegging, termijnen)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><cursief>Graag gedurende het hele proces een kort logboekje bijhouden van
                        gebeurtenissen (inclusief telefoonnotities en eventuele foto’s) en uren
                        schrijven (zodat later altijd is na te gaan hoe zaken zijn verlopen en
                        hoeveel uren het gekost heeft).</cursief></al><al/><al/><al/><al/></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>Uittreksel: Wet op de lijkbezorging</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><al>Ingeval niemand maatregelen neemt tot lijkschouwing of lijkbezorging
                        overeenkomstig de wet, waarschuwt degene, die het lijk onder zijn berusting
                        heeft, de burgemeester en wel uiterlijk op de derde dag na het
                        overlijden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><al>1. Indien niemand voorziet in de lijkschouwing en lijkbezorging
                        overeenkomstig de wet, draagt de burgemeester daarvoor zorg. Aan
                            <onderstreept>hoofdstuk V</onderstreept> wordt in dat geval geen
                        toepassing gegeven, tenzij de overledene zijn lijk uitdrukkelijk tot
                        ontleding heeft bestemd.</al><al>2. Indien de toepassing van het voorgaand lid wordt verhinderd, doordat het
                        lijk zich in een woning bevindt en de afgifte van het lijk of de toegang tot
                        de woning wordt geweigerd, heeft de burgemeester of een ambtenaar van
                        politie toegang tot die woning zonder toestemming van de bewoner, voor zover
                        dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr></kop><al>De kosten, verbonden aan de bezorging van lijken waarvoor de burgemeester
                        zorg draagt, daaronder begrepen lijken die uit zee worden aangebracht, komen
                        ten laste van de gemeente. Voor zover zij door de bij de lijken gevonden,
                        niet klaarblijkelijk aan anderen toebehorende goederen of gelden niet kunnen
                        worden gedekt, kan de gemeente die kosten verhalen op de nalatenschap en,
                        bij ongenoegzaamheid van deze, op de bloed- en aanverwanten, die krachtens
                        de <onderstreept>artikelen 392-396 van Boek I van het Burgerlijk
                            Wetboek</onderstreept> tot onderhoud van de overledene verplicht zouden
                        zijn geweest, dan wel de reder indien en voor zover kosten van de
                        lijkbezorging op grond van <onderstreept>artikel 416 Wetboek van
                            Koophandel</onderstreept> voor diens rekening komen.
                            <onderstreept>Artikel 13 van de Invoeringswet Wet werk en
                            bijstand</onderstreept> is voor zover mogelijk van overeenkomstige
                        toepassing.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>