<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR99367_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Treasurystatuut 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Berkelland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Berkelland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Berkelbericht 22 maart 2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Treasurystatuut 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet 212</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet financiering decentrale overheden (Wet fido)</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-03-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-03-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-10-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsbesluit 1 maart 2011 nummer 9, collegevoorstel 25 januari 2011</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Treasurystatuut 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>Dit statuut geeft het kader ( de spelregels) van de gemeenteraad voor
                            het college van burgemeester en wethouders inzake de treasuryfunctie.
                            Het treasurystatuut 2011 treedt in de plaats van het treasurystatuut
                            zoals door de gemeenteraad is vastgesteld op 5 januari 2006. </al><al/><al>Bij de samenstelling van dit statuut is rekening gehouden met gewijzigde
                            Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) welke in 2009 is
                            gewijzigd, verder is er rekening gehouden met heersende praktijk. </al><al/><al>De treasuryfunctie wordt hierbij gedefinieerd als: </al><al><cursief>het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het
                                toezicht houden op:</cursief></al><al><cursief>de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de
                                financiële posities en</cursief></al><al><cursief>de hieraan verbonden risico’s</cursief></al><al/><al>Wij onderkennen het belang van een verantwoord en adequaat beheer van
                            onze financiële middelen en wensen onze activiteiten op het gebied van
                            treasury op een zo transparant en beheersbaar mogelijke wijze in te
                            richten. </al><al/><al>In verband met de vereisten van de Wet fido, gebruiken wij twee
                            instrumenten op het gebied van treasury: allereerst dit
                                <cursief>treasurystatuut</cursief>. In dit treasurystatuut is de
                            “beleidsmatige infrastructuur” van de treasuryfunctie vastgelegd in de
                            vorm van uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten. Het
                            treasurystatuut maakt een objectieve en transparante verantwoording
                            vooraf en achteraf mogelijk. Naast het treasurystatuut zal de gemeente
                            jaarlijks in zowel de begroting als in de jaarrekening een paragraaf
                            financiering opnemen. Hierin worden de specifieke beleidsvoornemens
                            respectievelijk de uitvoering van het beleid op het gebied van treasury
                            besproken. In tussentijdse rapportages wordt aandacht besteed aan de
                            ontwikkelingen op het gebied van treasury.</al><al/><al>Bij het opstellen van het treasurystatuut is rekening gehouden met de
                            bepalingen van de wettelijke kaders (o.a. Gemeentewet, Wet fido,
                            Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden en de
                            Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden). Om de
                            transparantie van het treasurystatuut te bevorderen is, voor zover dit
                            relevant is, aansluiting gezocht bij de door het Ministerie van
                            Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties opgestelde “Handreiking
                            Treasury”.</al><al/><al>In het treasurystatuut worden allereerst het begrippenkader en de
                            doelstellingen van de treasuryfunctie van de gemeente geformuleerd. Deze
                            worden vervolgens geconcretiseerd voor de verschillende deelgebieden van
                            treasury: risicobeheer, gemeentefinanciering en kasbeheer. Daarna komen
                            de administratieve organisatie en interne controle van de
                            treasuryfunctie aan de orde. Daarbij ligt het accent op de eenduidigheid
                            over de verdeling van de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden.
                            Tot slot worden de uitgangspunten vastgelegd voor de informatie die
                            noodzakelijk is om het gehele proces beheersbaar en meetbaar te maken en
                            te houden. In de Memorie van Toelichting worden waar nodig de in het
                            treasurystatuut opgenomen artikelen toegelicht. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Treasurystatuut</titel></kop><structuurtekst><al>De raad van de gemeente Berkelland;</al><al>Gelezen het voorstel van het College van burgemeester en
                            wethouders;</al><al>Gelet op het bepaalde in artikel 212 van de Gemeentewet, de financiële
                            verordening van de gemeente Berkelland, de Wet financiering decentrale
                            overheden (Fido), de regeling uitzettingen en derivaten decentrale
                            overheden (Ruddo) en de uitvoeringsregeling financiering decentrale
                            overheden</al><al/><al>Besluit:</al><al>Vast te stellen het navolgende Treasurystatuut.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Begrippenkader</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 1.</al><al>In dit statuut wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>Derivaten: Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan
                                    een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden
                                    kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn.
                                    Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te
                                    sturen en financieringskosten te minimaliseren;</al></li><li nr="-"><al>Financiering: Het aantrekken van benodigde financiële middelen
                                    voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen
                                    bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen;</al></li><li nr="-"><al>Geldstromenbeheer: Al die activiteiten die nodig zijn om
                                    liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf
                                    als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer);</al></li><li nr="-"><al>Intern liquiditeitsrisico: De risico’s van mogelijke wijzigingen
                                    in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning
                                    waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de
                                    verwachtingen;</al></li><li nr="-"><al>Kasgeldlimiet: Een bedrag op basis van de Wet fido ter grootte
                                    van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de
                                    gemeente bij aanvang van het jaar;</al></li><li nr="-"><al>Koersrisico: Het risico dat de financiële activa van de
                                    organisatie in waarde verminderen door negatieve
                                    koersontwikkelingen;</al></li><li nr="-"><al>Kredietrisico: De risico’s op een waardedaling van een vordering
                                    ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de
                                    verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of
                                    deficit;</al></li><li nr="-"><al>Liquiditeitenbeheer: Het aantrekken en uitzetten van middelen
                                    voor een periode tot één jaar;</al></li><li nr="-"><al>Liquiditeitenplanning: Een gestructureerd overzicht van de
                                    toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld naar aard en
                                    tijdseenheid;</al></li><li nr="-"><al>Medium term note: Verhandelbare schuldbekentenis als onderdeel
                                    van een obligatielening uitgegeven door een overheid of
                                    bedrijf</al></li><li nr="-"><al>Rating: De inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen
                                    bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op
                                    schuldpapier;</al></li><li nr="-"><al>Renterisico: Het gevaar van ongewenste veranderingen van de
                                    (financiële) resultaten van de gemeente door
                                    rentewijzigingen;</al></li><li nr="-"><al>Renterisiconorm: Een bij de aanvang van enig jaar op basis van
                                    de Wet fido gefixeerd percentage van het totaal van de vaste
                                    schuld van de gemeente dat bij de realisatie niet mag worden
                                    overschreden;</al></li><li nr="-"><al>Rentetypische looptijd: Het tijdsinterval gedurende de looptijd
                                    van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de
                                    geldlening sprake is van een door de verstrekker van de
                                    geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding;</al></li><li nr="-"><al>Saldobeheer: Het beheer van de dagelijkse saldi op de
                                    rekeningen;</al></li><li nr="-"><al>Rentevisie: Toekomstverwachting over de renteontwikkeling;</al></li><li nr="-"><al>Solvabiliteitsratio van 0%: Status die door een bancaire
                                    toezichthouder in een lidstaat van de Europese Economische
                                    Ruimte (lidstaten van de Europese Unie uitgebreid met Noorwegen,
                                    IJsland en Liechtenstein) aan het schuldpapier van een
                                    instelling kan worden toegekend;</al></li><li nr="-"><al>Treasuryfunctie: De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die
                                    zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden
                                    over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden,
                                    de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan
                                    verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier
                                    deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en
                                    debiteuren- en crediteurenbeheer;</al></li><li nr="-"><al>Uitzetting: Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan
                                    derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingingen.
                                    Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot
                                    één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een
                                    periode van één jaar of langer.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Doelstellingen van de treasuryfunctie</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.</al><al>De treasuryfunctie van de gemeente dient tot:</al><lijst><li nr="1."><al>Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen
                                    acceptabele condities;</al></li><li nr="2."><al>Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en
                                    (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals
                                    renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en
                                    liquiditeitsrisico’s;</al></li><li nr="3."><al>Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe
                                    kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële
                                    posities;</al></li><li nr="4."><al>Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de
                                    Wet fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van het
                                    treasurystatuut.</al></li><li nr="5."><al>Het waarborgen dat de taken en verantwoordelijkheden op dit
                                    onderdeel duidelijk worden geregeld.</al></li></lijst><al/><al><vet><onderstreept>Risicobeheer</onderstreept></vet></al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Uitgangspunten risicobeheer</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3.</al><al>Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene
                            uitgangspunten:</al><lijst><li nr="1."><al>De gemeente mag leningen of garanties uit hoofde van de
                                    “publieke taak” uitsluitend verstrekken aan door de Gemeenteraad
                                    vastgestelde derde partijen. </al></li><li nr="2."><al>Als vastgestelde partijen worden in ieder geval aangemerkt
                                    partijen die via de gemeente Berkelland in aanmerking komen voor
                                    een lening van de stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting
                                    Nederlandse gemeenten (SVn) indien het saldo bij de SVn dit
                                    toelaat.</al></li></lijst><al>3.De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie
                            indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn
                            gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig
                            risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd
                            door de richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut;</al><al>4.Het gebruik van derivaten is toegestaan, maar deze worden uitsluitend
                            toegepast ter beperking van financiële risico’s. Alvorens een
                            derivatentransactie wordt afgesloten wint de gemeente eerst advies in
                            van een externe onafhankelijke deskundige.</al><al/><al>4.Renterisicobeheer</al><al>Artikel 4.</al><al>1.De kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform de Wet fido;</al><al>2.De renterisiconorm wordt niet overschreden conform de Wet fido;</al><al>3.Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande
                            financiële positie en de liquiditeitenplanning; </al><al>4.De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende
                            lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele
                            rentestand en de rentevisie;</al><al>5.De rentevisie van de gemeente wordt jaarlijks opgesteld op basis van
                            de rentevisie van een vooraanstaande financiële instelling;</al><al>6.Binnen de kaders gesteld onder lid 3 en lid 4, streeft de gemeente
                            tevens naar spreiding in de rentetypische looptijden van
                            leningen/uitzettingen.</al><al/><al>Koersrisicobeheer</al><al>Artikel 5.</al><al>1.De gemeente beperkt de koersrisico’s op uitzettingen uit hoofde van
                            treasury, door daarbij uitsluitend de volgende producten te hanteren:
                            hoofdsomgarantie aan het einde van de looptijd en uitzettingen in
                            vastrentende waarden;</al><al>2.Tevens beperkt de gemeente de koersrisico’s door conform artikel 7 de
                            looptijd van de uitzettingen af te stemmen op de
                            liquiditeitenplanning.</al><al>3.Beleggingen in aandelen of daaraan verwante producten worden
                            uitsluitend gedaan voor de uitoefening van de publieke taak</al><al/><al>Kredietrisicobeheer</al><al>Artikel 6.</al><al>1.Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van treasury gelden de
                            volgende uitgangspunten:</al><al>Uitzettingen vinden, al dan niet tegen waardepapieren, uitsluitend
                            plaats bij financiële ondernemingen die:</al><lijst><li nr="-"><al>A. gevestigd zijn in een land dat ten minste beschikt over een
                                    AA-rating afgegeven door ten minste twee ratingburo’s; en</al></li><li nr="-"><al>B. Voor henzelf of voor de door hen uitgegeven waardepapieren
                                    kunnen aantonen dat ze ten minste over een AA-minusrating
                                    beschikken, afgegeven door ten minste twee ratingbureaus.</al></li></lijst><al>2.Indien de gelden worden uitgezet voor een periode van drie maanden of
                            korter, tonen deze financiële ondernemingen aan dat ze, in afwijking van
                            het eerste lid, onderdeel b, voor henzelf of voor de door hen uitgegeven
                            waardepapieren ten minste over een A-rating, afgegeven door ten minste
                            twee ratingbureaus beschikken</al><al>3.Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op uitzettingen
                            tegen waardepapieren waarvoor een solvabiliteitsratio van 0 procent
                            geldt. </al><al/><al>Intern liquiditeitsrisicobeheer</al><al>Artikel 7.</al><al>De gemeente beperkt haar interne liquiditeitsrisico’s door haar
                            treasuryactiviteiten te baseren op de liquiditeitsplanning</al><al/><al>Valutarisicobeheer</al><al>Artikel 8.</al><al>Valutarisico’s worden in de gemeente uitgesloten door uitsluitend
                            leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in euro’s.</al><al/><al><vet><onderstreept>Gemeentefinanciering</onderstreept></vet></al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Financiering</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 9.</al><al>Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en
                            langer gelden de volgende uitgangspunten:</al><lijst><li nr="1."><al>Financieringen worden enkel aangetrokken ten behoeve van de
                                    uitoefening van de publieke taak;</al></li><li nr="2."><al>Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel
                                    mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne
                                    financieringsmiddelen te gebruiken teneinde de renterisico’s te
                                    minimaliseren en het renteresultaat te optimaliseren;</al></li><li nr="3."><al>Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen
                                    zijn: onderhandse leningen en Medium term notes;</al></li><li nr="4."><al>De gemeente vraagt bij minimaal twee instellingen offertes op
                                    alvorens een financiering wordt aangetrokken, welke schriftelijk
                                    dan wel digitaal worden vastgelegd</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Langlopende uitzettingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 10.</al><al>Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie voor
                            een periode van één jaar en langer gelden de volgende
                            uitgangspunten:</al><lijst><li nr="1."><al>Uitzettingen worden uitsluitend gedaan onder de in artikel 4, 5
                                    en 6 genoemde voorwaarden;</al></li><li nr="2."><al>De gemeente vraagt bij minimaal twee instellingen offertes op
                                    alvorens een langlopende uitzetting wordt gedaan, welke
                                    schriftelijk dan wel digitaal worden vastgelegd.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Relatiebeheer</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 11.</al><al>De gemeente beoogt het realiseren van gunstige dan wel marktconforme
                            condities voor af te nemen financiële diensten. Hiervoor gelden de
                            volgende uitgangspunten:</al><lijst><li nr="1."><al>Bankrelaties dienen wat betreft hun kredietwaardigheid minimaal
                                    te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in artikel 6 en hun
                                    bancaire condities worden ten minste eens in de 4 jaar
                                    beoordeeld;</al></li><li nr="2."><al>Financiële instellingen (kredietinstellingen,
                                    beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en
                                    pensioenfondsen) dienen in landen met minimaal een AA-rating
                                    gevestigd te zijn en onder Nederlands of anderszins EER-toezicht
                                    te vallen, zoals De Nederlandse Bank en de
                                    Verzekeringskamer.</al></li><li nr="3."><al>Tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit
                                    Financiële Markten (AFM) en daarvan een vergunning als makelaar
                                    te hebben ontvangen.</al></li><li nr="4."><al>Artikel 11 is niet van toepassing bij het aantrekken van
                                    financieringsmiddelen.</al></li></lijst><al/><al><vet><onderstreept>Kasbeheer</onderstreept></vet></al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Geldstromenbeheer</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 12.</al><al>Om de kosten van het geldstromenbeheer te minimaliseren wordt: </al><al>1.Het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau
                            op elkaar en de liquiditeitenplanning af te stemmen. Hierbij wordt erop
                            toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat
                            de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen.</al><al>2.Het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd door één
                            bank;</al><al/><al>Saldo- en liquiditeitenbeheer</al><al>Artikel 13. </al><al>Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende
                            specifieke richtlijnen:</al><lijst><li nr="1."><al>De gemeente streeft naar concentratie van de liquiditeiten
                                    binnen één rentecompensatiecircuit bij de bank met de gunstigste
                                    condities;</al></li><li nr="2."><al>Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat, kan de gemeente
                                    kortlopende middelen aantrekken. Hierbij wordt – conform artikel
                                    4 lid 1 - de kasgeldlimiet niet overschreden;</al></li><li nr="3."><al>Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende
                                    middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op
                                    rekening courant;</al></li><li nr="4."><al>Toegestane instrumenten bij het uitzetten van gelden voor een
                                    periode korter dan één jaar zijn rekening-courant, daggeld,
                                    spaarrekeningen en deposito’s;</al></li><li nr="5."><al>Bij het extern uitzetten van gelden korter dan één jaar zijn
                                    slechts de in artikel 6 genoemde tegenpartijen toegestaan;</al></li></lijst><al/><al><vet><onderstreept>Administratieve organisatie en interne
                                    controle</onderstreept></vet></al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel> Uitgangspunten administratieve organisatie en interne
                            controle</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 14.</al><al>In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene
                            uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne
                            controle:</al><al>1.De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn
                            in het Mandaatbesluit 2005 - II van 29 november 2005 in de Financiële
                            verordening Gemeente Berkelland 2005 en dit treasurystatuut op
                            eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd;</al><al>2.Bevoegdheden zijn via delegatie en mandaat nader schriftelijk
                            vastgelegd; </al><lijst><li nr="3."><al>Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding
                                    doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>iedere transactie wordt door minimaal twee
                                            functionarissen geautoriseerd (het vier-ogen-principe),
                                            waarbij voor transacties met een looptijd van minder dan
                                            één jaar autorisatie achteraf geldt en voor transacties
                                            met een looptijd van meer dan één jaar autorisatie
                                            vooraf geldt;</al></li><li nr="b."><al>de uitvoering en de controle geschieden door
                                            afzonderlijke functionarissen;</al></li><li nr="c."><al>de uitvoering en de registratie in de financiële
                                            administratie geschiedt door afzonderlijke
                                            functionarissen.</al></li></lijst></li></lijst><al>4.Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van iedere
                            transactie te versturen naar de financiële administratie zonder
                            tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van de
                            transacties;</al><lijst><li nr="5."><al>Een transactie wordt onmiddellijk geregistreerd door de
                                    functionaris die de transactie heeft afgesloten en gecontroleerd
                                    door de functionaris die belast is met de interne controle.</al></li><li nr="6."><al>De administratieve organisatie en interne controle waarborgen
                                    dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de uitvoering rechtmatig en doelmatig is;</al></li><li nr="b."><al>de treasury-activiteiten adequaat kunnen worden
                                            uitgevoerd en bijgestuurd;</al></li></lijst></li></lijst><al>c.de juistheid, tijdigheid en volledigheid van de informatie verzekerd
                            zijn;</al><al/><al>Verantwoordelijkheden</al><al>Artikel 15.</al><al>De verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie van de
                            gemeente staan in onderstaande tabel gedefinieerd.</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="30*"/><colspec colname="col2" colwidth="70*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Functie</al></entry><entry colname="col2"><al>Verantwoordelijkheden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De Gemeenteraad</al></entry><entry colname="col2"><al>·Het vaststellen van treasurydoelstellingen, het
                                                treasurybeleid, beleidskaders en limieten;</al><al>·Het vaststellen van de financieringsparagraaf in de
                                                begroting en de jaarrekening;</al><al>·Het houden van toezicht op het treasurybeleid en de
                                                uitvoering hiervan;</al><al>·Het evalueren en als gevolg daarvan (eventueel)
                                                bijstellen van het treasurybeleid.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Commissie Bestuurlijk Domein</al></entry><entry colname="col2"><al>·Het uitbrengen van advies over beleidsvoorstellen
                                                en rapportages op het gebied van treasury aan het
                                                college van B&amp;W</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Het college van B&amp;W</al></entry><entry colname="col2"><al>·Het uitvoeren van het treasurybeleid (formele
                                                verantwoordelijkheid);</al><al>·Het rapporteren aan de Gemeenteraad over de
                                                uitvoering van het treasurybeleid.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De portefeuillehouder Financiën</al></entry><entry colname="col2"><al>·Het uitvoeren van het treasurybeleid (politieke
                                                verantwoordelijkheid).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Audit-team </al></entry><entry colname="col2"><al>·Het controleren van de volledigheid en
                                                betrouwbaarheid van de informatievoorziening van de
                                                treasuryfunctie en hierover rapporteren aan het
                                                afdelingshoofd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Afdelingshoofd Administratief beheer</al></entry><entry colname="col2"><al>·Het uitvoeren van de aan haar/hem gemandateerde
                                                treasuryactiviteiten conform het treasurystatuut en
                                                de financieringsparagraaf;</al><al>·Het zorgdragen voor juiste verantwoording van de
                                                uitvoering van de door hem/haar gemandateerde
                                                treasuryactiviteiten;</al><al>·Het rapporteren aan B&amp;W over de uitvoering van
                                                het treasurybeheer;</al><al>·Het opzetten van administratieve richtlijnen op het
                                                gebied van treasury;</al><al>·Het bewaken van de kwaliteit van de
                                                treasuryprocessen;</al><al>·Het afleggen van verantwoording aan het college van
                                                B&amp;W. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De afdelingshoofden</al></entry><entry colname="col2"><al>·Het zorgdragen voor een goede kwaliteit van de
                                                informatie die hun afdeling aanlevert aan de
                                                Afdeling Administratief beheer met betrekking tot
                                                toekomstige uitgaven en ontvangsten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Budgethouders</al></entry><entry colname="col2"><al>·Het zorgdragen voor een goede kwaliteit van de
                                                informatie aan de Afdeling Administratief beheer met
                                                betrekking tot toekomstige uitgaven en
                                                inkomsten;</al><al>·Het zorgdragen voor het tijdig aanleveren van
                                                betrouwbare operationele informatie over toekomstige
                                                geldstromen aan de afdeling Administratief
                                                beheer</al><al>·Het fiatteren van betalingen en ontvangsten, ten
                                                laste c.q. ten gunste van hun budgetten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Coördinator Administratief beheer</al></entry><entry colname="col2"><al>·Het voorbereiden van beleidsvoorstellen op
                                                treasurygebied;</al><al>·Het uitvoeren van de activiteiten met betrekking
                                                tot de volgende deelfuncties: het risicobeheer,
                                                gemeentefinanciering (financiering, uitzetting en
                                                relatiebeheer) en kasbeheer. Deze activiteiten
                                                moeten conform dit treasurystatuut en de
                                                financieringsparagraaf worden uitgevoerd en de
                                                transacties dienen (via submandaat) geautoriseerd te
                                                zijn door het afdelingshoofd Administratief beheer; </al><al>·Het schriftelijk vastleggen van de
                                                treasurytransacties en het doorgeven hiervan aan de
                                                debiteuren/crediteuren administratie;</al><al>·Het voeren van de interne controle op de
                                                uitgevoerde treasurytransacties en hierover
                                                rapporteren aan het hoofd van de afdeling
                                                Administratief Beheer;</al><al>·Het afleggen van verantwoording aan het hoofd van
                                                de afdeling Administratief Beheer over de uitvoering
                                                van de aan hem/haar gemandateerde activiteiten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Treasury medewerker financieel beheer</al></entry><entry colname="col2"><al>·Het uitvoeren van de activiteiten met betrekking
                                                tot de volgende deelfuncties: het risicobeheer,
                                                gemeentefinanciering (financiering, uitzetting en
                                                relatiebeheer) en kasbeheer. Deze activiteiten
                                                moeten conform dit treasurystatuut en de
                                                financieringsparagraaf worden uitgevoerd en de
                                                transacties dienen (via submandaat) geautoriseerd te
                                                zijn door het afdelingshoofd Administratief beheer; </al><al>·Het vervaardigen van en het bewaken van de
                                                liquiditeitspositie op korte en lange termijn</al><al>·Het aantrekken en uitzetten van gelden in het kader
                                                van het saldo- en liquiditeitenbeheer;</al><al>·Het opstellen van de rentevisie en
                                                financieringsparagraaf</al><al>·Het beheren van de geldstromen;</al><al>·Het onderhouden van contacten met banken,
                                                geldmakelaars en overige financiële
                                                instellingen;</al><al>·Het afsluiten van financiële contracten
                                                voortvloeiend uit bovenstaande deelfuncties;</al><al>·Het overboeken van saldi tussen
                                                bankrekeningen;</al><al>·Het aanleveren van tijdige, volledige en juiste
                                                gegevens aan de gemeentelijke administratie;</al><al>·Het rapporteren aan het afdelingshoofd
                                                Administratief beheer belast met controle over de
                                                uitvoering van de aan hem/haar gemandateerde
                                                activiteiten;</al><al>· Het juist en volledig administreren van de
                                                bezittingen, schulden, rechten, verplichtingen,
                                                inkomsten, uitgaven, ontvangsten en betalingen in de
                                                verplichtingen- en financiële administratie; </al><al>·Het ontvangen van de orderbevestiging van derden en
                                                het controleren of deze overeenkomt met de
                                                transactie-informatie zoals verstrekt door de
                                                medewerker belast met treasury;</al><al>·Het verstrekken van informatie betreffende de
                                                liquiditeitspositie aan derden (toezichthouder en
                                                CBS).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Medewerker financieel beleid</al></entry><entry colname="col2"><al>·Het adviseren bij beleidsvoorstellen op
                                                treasurygebied.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Financieel consulent</al></entry><entry colname="col2"><al>·Het adviseren van de afdelingen/sectoren over de
                                                financiële gevolgen van hun activiteiten en
                                                projecten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De externe accountant</al></entry><entry colname="col2"><al>·Het in het kader van haar reguliere controletaak
                                                adviseren en controleren over de feitelijke naleving
                                                van het treasurystatuut. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Bevoegdheden</al><al>Artikel 16.</al><al>In onderstaande tabel staan bevoegdheden met betrekking tot
                            treasuryactiviteiten weergegeven evenals de daarbij benodigde
                            fiattering.</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="6*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="41*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="26*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="27*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Bevoegd functionaris</al><al>(eerste handtekening)</al></entry><entry colname="col4"><al>Autorisatie door</al><al>(tweede handtekening)</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al><vet><cursief>Saldo-, liquiditeiten- en
                                                  geldstromenbeheer</cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.Het uitzetten van middelen via callgeld, deposito
                                                en spaarrekening, korter dan één jaar en &lt; €
                                                5.000.000,00</al></entry><entry colname="col3"><al>Treasury medewerker financieel beheer</al></entry><entry colname="col4"><al>Coördinator financieel beheer of Afdelingshoofd
                                                Administratief beheer</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.Het uitzetten van middelen via callgeld, deposito
                                                en spaarrekening, langer dan één jaar of ≥ €
                                                5.000.000,00</al></entry><entry colname="col3"><al>Treasury medewerker financieel beheer</al></entry><entry colname="col4"><al>Coördinator financieel beheer en Afdelingshoofd
                                                Administratief beheer</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>3.Het aantrekken van middelen via callgeld of
                                                kasgeld, korter dan één jaar en &lt;
                                                €5.000.000,00</al></entry><entry colname="col3"><al>Treasury medewerker financieel beheer</al></entry><entry colname="col4"><al>Coördinator financieel beheer of Afdelingshoofd
                                                Administratief beheer</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>4.Het aantrekken van middelen via callgeld of
                                                kasgeld, langer dan één jaar of ≥ €5.000.000,00</al></entry><entry colname="col3"><al>Treasury medewerker financieel beheer</al></entry><entry colname="col4"><al>Coördinator financieel beheer en afdelingshoofd
                                                Administratief beheer</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>5.Betalingsopdrachten voorbereiden en versturen</al></entry><entry colname="col3"><al>Kassier</al></entry><entry colname="col4"><al>Comptabele</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al><vet><cursief>Bankrelatiebeheer</cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>6.Bankrekeningen openen/sluiten/wijzigen</al></entry><entry colname="col3"><al>Treasury medewerker financieel beheer</al></entry><entry colname="col4"><al>Coördinator financieel beheer</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>7.Bankcondities en tarieven afspreken</al></entry><entry colname="col3"><al>Treasury medewerker financieel beheer</al></entry><entry colname="col4"><al>Coördinator financieel beheer</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al><vet><cursief>Financiering en
                                                  uitzetting</cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>6.Het vaststellen van kredietfaciliteiten</al></entry><entry colname="col3"><al>Coördinator financieel beheer</al></entry><entry colname="col4"><al>Afdelingshoofd Administratief beheer</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>7.Het aantrekken van middelen via onderhandse
                                                leningen zoals vastgelegd in het treasurystatuut,
                                                korter dan één jaar en &lt; € 10.000.000,00</al></entry><entry colname="col3"><al>Treasury medewerker financieel beheer</al></entry><entry colname="col4"><al>Coördinator financieel beheer of Afdelingshoofd
                                                Administratief beheer</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>8.Het aantrekken van middelen via onderhandse
                                                leningen zoals vastgelegd in het treasurystatuut,
                                                langer dan één jaar en ≥ € 10.000.000,00</al></entry><entry colname="col3"><al>Treasury medewerker financieel beheer</al></entry><entry colname="col4"><al>Coördinator financieel beheer en Afdelingshoofd
                                                Administratief beheer</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>9.Het uitzetten/beleggen van middelen zoals
                                                vastgelegd in het treasurystatuut, korter dan één
                                                jaar en &lt; € 10.000.000,00</al></entry><entry colname="col3"><al>Treasury medewerker financieel beheer</al></entry><entry colname="col4"><al>Coördinator financieel beheer of Afdelingshoofd
                                                Administratief beheer</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>10.Het uitzetten/beleggen van middelen zoals
                                                vastgelegd in het treasurystatuut, langer dan één
                                                jaar en ≥ € 10.000.000,00</al></entry><entry colname="col3"><al>Treasury medewerker financieel beheer</al></entry><entry colname="col4"><al>Coördinator financieel beheer en Afdelingshoofd
                                                Administratief beheer</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>11.Het verstrekken van leningen aan derden uit
                                                hoofde van de publieke taak</al></entry><entry colname="col3"><al>Afdelingshoofd Administratief beheer</al></entry><entry colname="col4"><al>College van B&amp;W</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>12.Het garanderen van middelen uit hoofd van de
                                                publieke taak</al></entry><entry colname="col3"><al>Afdelingshoofd Administratief beheer</al></entry><entry colname="col4"><al>College van B&amp;W</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Informatievoorziening</al><al>Artikel 17.</al><al>Met betrekking tot de treasuryactiviteiten dient tenminste de in de
                            onderstaande tabel opgenomen informatie te worden verstrekt door de
                            betreffende functionarissen: </al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="46*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="17*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="17*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="20*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Informatie</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Frequentie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Informatiever-strekker</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>Informatie-ontvanger</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.Gegevens m.b.t. toekomstige uitgaven en
                                                ontvangsten voor de liquiditeitenplanning</al></entry><entry colname="col2"><al>binnen 14 dagen na besluit</al></entry><entry colname="col3"><al>Budgethouder</al></entry><entry colname="col4"><al>Treasury medewerker financieel beheer</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.Liquiditeitenplanning</al></entry><entry colname="col2"><al>Kwartaal</al></entry><entry colname="col3"><al>Treasury medewerker financieel beheer</al></entry><entry colname="col4"><al>Coördinator medewerker financieel beheer</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.Beleidsplannen treasury in financieringsparagraaf
                                                van begroting</al></entry><entry colname="col2"><al>Jaarlijks</al></entry><entry colname="col3"><al>Treasury medewerker financieel beheer</al></entry><entry colname="col4"><al>B&amp;W/ Gemeenteraad</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.Evaluatie treasuryactiviteiten in
                                                financieringsparagraaf van de jaarrekening</al></entry><entry colname="col2"><al>Jaarlijks</al></entry><entry colname="col3"><al>Treasury medewerker financieel beheer.</al></entry><entry colname="col4"><al>B&amp;W/ Gemeenteraad</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.Voortgang onderdelen financieringsparagraaf via de
                                                voor- en najaarsrapportage</al></entry><entry colname="col2"><al>Minimaal 1x per jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>Treasury medewerker financieel beheer</al></entry><entry colname="col4"><al>B&amp;W/ Gemeenteraad</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.Verantwoording n.a.v. financieringsparagraaf via
                                                het jaarverslag</al></entry><entry colname="col2"><al>Jaarlijks</al></entry><entry colname="col3"><al>Treasury medewerker financieel beheer</al></entry><entry colname="col4"><al>B&amp;W/ Gemeenteraad</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.Informatie aan derden (toezichthouder en CBS)
                                                zoals genoemd in art. 8 Wet fido</al></entry><entry colname="col2"><al>Kwartaal</al></entry><entry colname="col3"><al>Treasury medewerker financieel beheer</al></entry><entry colname="col4"><al>Derden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.Lenings- / uitzettings-/ garantiebesluiten</al></entry><entry colname="col2"><al>binnen 14 dagen na besluit</al></entry><entry colname="col3"><al>College van B&amp;W</al></entry><entry colname="col4"><al>Gemeenteraad/ Provincie</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Inwerkingtreding</al><al>Artikel 18.</al><al>Dit treasurystatuut 2011 treedt in werking met ingang vanaf 1 maart 2011
                            en vervangt het treasurystatuut wat in de raadsvergadering 5 januari
                            2006 is vastgesteld.</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Memorie van toelichting</titel></kop><al>In dit treasurystatuut is het treasurybeleid van de gemeente op hoofdlijnen
                    vastgelegd. Dat gebeurt in de eerste plaats door het aangeven van de
                    doelstellingen van de treasuryfunctie (in artikel 2). Vervolgens geeft het
                    bestuur in het treasurystatuut aan binnen welke richtlijnen en limieten de
                    doelstellingen dienen te worden gerealiseerd. Een richtlijn is een bindend
                    voorschrift voor een handelswijze die gevolgd moet worden en een limiet is een
                    type richtlijn die een uiterste grens aangeeft. Een belangrijk deel van de
                    limieten en richtlijnen is bepaald door de Wet fido. Middels de limieten en
                    richtlijnen wordt het “risicoprofiel” van de gemeente bepaald, waarbinnen de
                    treasuryactiviteiten dienen te worden uitgevoerd. </al><al>De paragraaf financiering<cursief> bij</cursief> de begroting geeft
                    debeleidsplannen voor de treasuryfunctie voor de komende jaren en in
                    het bijzonder voor het eerstkomende jaar weer. Het bevat onder meer gegevens
                    over de algemene ontwikkelingen en de concrete beleidsplannen binnen de kaders
                    van het treasurystatuut. Het gaat hierbij vooral om de plannen voor het
                    risicobeheer, de gemeentefinanciering (analyse financieringspositie, leningen-
                    en garantieportefeuille en uitzettingsportefeuille) en het kasbeheer. Uit de
                    toelichting zal moeten blijken dat de plannen binnen de kaders van de Wet fido
                    en het treasurystatuut blijven. </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="18*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2</al></entry><entry colname="col2"><al>In artikel 2 worden de doelstellingen van de treasuryfunctie
                                        van de gemeente weergegeven, hieronder worden deze
                                        afzonderlijk toegelicht.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2 lid 1</al></entry><entry colname="col2"><al>In de eerste plaats dient de treasury ervoor te zorgen dat
                                        de gemeente “duurzaam toegang heeft tot de financiële
                                        markten tegen acceptabele condities”. De treasury dient te
                                        waarborgen dat de gemeente duurzaam in staat is de voor haar
                                        activiteiten benodigde middelen aan te trekken c.q. haar
                                        overtollige middelen uit te zetten op de financiële markten
                                        (bijv. bij banken). De condities die daarbij worden bedongen
                                        dienen, in het licht van de op het betreffende moment
                                        gebruikelijke condities, acceptabel (tenminste marktconform)
                                        te zijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2 lid 2</al></entry><entry colname="col2"><al>De gemeente loopt de volgende financiële risico’s:
                                        renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, interne
                                        liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s. Het is de taak van
                                        de treasury dergelijke risico’s tegen acceptabele condities
                                        te beperken. In de artikelen 4 tot en met 8 wordt aangegeven
                                        op welke wijze dit wordt gewaarborgd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2 lid 3</al></entry><entry colname="col2"><al>De derde doelstelling van de treasuryfunctie is het
                                        minimaliseren van de kosten bij het beheren van de
                                        geldstromen en de financiële posities. Deze kosten bestaan
                                        o.a. uit rentekosten, provisies en kosten van het
                                        betalingsverkeer. Het is de taak van de treasury het beheer
                                        zo efficiënt mogelijk uit te voeren. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2 lid 4</al></entry><entry colname="col2"><al>De gemeente streeft er naar de renteresultaten te
                                        optimaliseren. Dit betekent dat de gemeente geen middelen
                                        onbenut laat maar streeft naar zo hoog mogelijke
                                        renteopbrengsten (c.q. zo laag mogelijk rentekosten) zonder
                                        dat daarbij overmatige risico’s worden gelopen. De
                                        prioriteiten van de treasuryfunctie liggen in eerste
                                        instantie bij het beheersen en beperken van financiële
                                        risico’s; de treasuryfunctie is immers géén winstgerichte
                                        afdeling (“profit center”). Binnen het acceptabele
                                        risicoprofiel zoals vastgesteld in de Wet fido en dit
                                        treasurystatuut dient desondanks te worden gestreefd naar
                                        optimalisatie van de renteresultaten. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3 lid 1</al></entry><entry colname="col2"><al>De Wet fido geeft twee belangrijke beleidsmatige
                                        uitgangspunten met betrekking tot treasury. Dit betreft de
                                        “publieke taak” waarvoor leningen en garanties dienen
                                        enerzijds en het prudente karakter van (overige)
                                        uitzettingen anderzijds. Er wordt hierbij dus een specifiek
                                        onderscheid gemaakt tussen het verstrekken van leningen “uit
                                        hoofde van de publieke taak” en het uitzetten van middelen
                                        “uit hoofde van treasury”.</al><al>De wet stelt geen eisen aan het verstrekken van
                                            <onderstreept>leningen en garanties uit hoofde van de
                                            publieke taak. </onderstreept>Wel wordt in de
                                        toelichting op de Wet fido het volgende aangegeven: “Het
                                        gemeentebestuur bepaalt de publieke taak. De begroting en de
                                        begrotingswijzigingen bepalen het budgettaire kader voor de
                                        uitoefening van de publieke taak”.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3 lid 2</al></entry><entry colname="col2"><al>De stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse
                                        gemeenten (SVn) verstrekt laagrentende leningen aan partijen
                                        die een initiatief hebben op het gebied van de
                                        volkshuisvesting in de breedste zin van het woord. Het
                                        kapitaal van SVn bestaat gedeeltelijk uit gemeentelijke
                                        middelen en gedeeltelijk uit middelen van de ABN/AMRO.
                                        Toetsing of aan de volkshuisvestingsdoeleinden wordt voldaan
                                        vindt plaats door de gemeente. Toetsing of een partij kan
                                        voldoen aan de financiële verplichtingen wordt gedaan door
                                        SVn. Voor het beroep dat wordt gedaan op ABN/AMRO middelen
                                        is altijd een gemeentegarantie nodig als extra waarborg.
                                    </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3 lid 3</al></entry><entry colname="col2"><al>Conform de Wet fido, dienen <onderstreept>uitzettingen “uit
                                            hoofde van treasury”</onderstreept> (zie toelichting
                                        artikel 3 lid 1) een prudent karakter te hebben. </al><al>In de Wet fido en de bijbehorende ministeriële regelingen
                                        wordt het begrip “prudent” nader uitgewerkt. Het aangaan van
                                        financiële transacties met als oogmerk die financiële
                                        waarden te zijner tijd eventueel met winst te verkopen, is
                                        nadrukkelijk niet toegestaan (zie artikel 2 lid 2 Wet fido
                                        en de memorie van toelichting op de Wet fido). Bankachtige
                                        activiteiten – het aantrekken en uitzetten van middelen met
                                        als doel het genereren van inkomen – zijn als gevolg van
                                        deze bepaling verboden. De richtlijnen en limieten van dit
                                        treasurystatuut vallen binnen de kaders van de Wet
                                        fido.</al><al>De limieten en richtlijnen van dit treasurystatuut zijn
                                        specifiek geformuleerd om het prudente karakter van de
                                        uitzettingen uit hoofde van treasury te garanderen en hebben
                                        daarom géén betrekking op (eventueel) verstrekte leningen of
                                        garanties uit hoofde van de “publieke taak” van de gemeente
                                    </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3 lid 4</al></entry><entry colname="col2"><al>Derivaten zijn financiële instrumenten die hun bestaan
                                        ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. Derivaten
                                        kennen een breed toepassingsgebied en worden onder andere
                                        gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten
                                        te minimaliseren. De Wet fido stelt dat derivaten
                                        uitsluitend mogen worden gebruikt ter beperking van
                                        financiële risico’s. Als van het instrument derivaten
                                        gebruik gemaakt wordt is een extra waarborg ingebouwd door
                                        te bepalen dat een externe deskundige hierover advies
                                        uitbrengt </al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="18*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4 lid 1</al></entry><entry colname="col2"><al>Renterisicobeheer omvat het beperken van de invloed van
                                        (externe-) rentewijzigingen op de financiële resultaten van
                                        de gemeente;</al><al>Een belangrijk uitgangspunt van de Wet fido is het vermijden
                                        van grote fluctuaties in de rentelasten van openbare
                                        lichamen. Teneinde een grens te stellen aan korte
                                        financiering (met een rentetypische looptijd tot één jaar)
                                        is in de Wet fido (evenals in de Wet filo) de kasgeldlimiet
                                        opgenomen. Juist voor korte financiering geldt dat het
                                        renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in
                                        de rente bij korte financiering direct een relatief grote
                                        invloed hebben op de rentelasten. De kasgeldlimiet wordt
                                        berekend als een percentage van het totaal van de
                                        jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar (zie
                                        artikel 3 en 4 van de Wet fido en de Uitvoeringsregeling
                                        financiering decentrale overheden). </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4 lid 2</al></entry><entry colname="col2"><al>Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de
                                        renterisico’s op de vaste schuld (schuld met een
                                        rentetypische looptijd van één jaar of langer) door het
                                        aanbrengen van spreiding in de looptijden in de
                                        leningenportefeuille. Bij het afsluiten van een lening kan
                                        voor verschillende rentevaste periodes gekozen worden. Het
                                        gaat er hierbij om de herziening van het rentepercentage of
                                        de aflossing van de lening zodanig te spreiden dat deze zo
                                        min mogelijk samenvallen. Immers, een samenloop van deze
                                        zaken op eenzelfde moment zorgt bij een inmiddels gestegen
                                        rentepercentage voor een behoorlijke stijging van de lasten
                                        ineens (renterisico). De renterisiconorm kan worden berekend
                                        door een vastgesteld percentage 20%te vermenigvuldigen met
                                        de totale vaste schuld per 1 januari van enig jaar (zie
                                        artikel 6 van de Wet fido en de Uitvoeringsregeling
                                        financiering decentrale overheden).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4 lid 3</al></entry><entry colname="col2"><al>Afstemming op de liquiditeitenplanning beoogt middelen
                                        slechts te lenen cq. uit te zetten gedurende de periode dat
                                        zij daadwerkelijk nodig respectievelijk beschikbaar
                                        zijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4 lid 4 en 5</al></entry><entry colname="col2"><al>Een rentevisie is een toekomstverwachting over de
                                        renteontwikkeling, op basis waarvan een financierings- en
                                        beleggingsbeleid wordt gevoerd. Afhankelijk van de (interne-
                                        of externe) ontwikkelingen zal de gemeente haar rentevisie
                                        actualiseren. De rentevisie kan daarbij gebaseerd worden op
                                        de rentevisie van enkele gezaghebbende financiële
                                        instellingen, zoals de huisbankier. Afstemming van het
                                        beleid op de rentevisie betekent bijvoorbeeld het uitstellen
                                        van uitzettingen met een lange looptijd indien men een
                                        rentestijging verwacht</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5 lid 1</al></entry><entry colname="col2"><al>Ten aanzien van de financiële instrumenten die kunnen worden
                                        gehanteerd voor uitzettingen in het kader van treasury geldt
                                        in de Regeling Ruddo als belangrijkste uitgangspunt dat de
                                        hoofdsom van de betreffende uitzetting aan het einde van
                                        looptijd intact is. Bij het uitzetten van gelden op rekening
                                        courant, daggeld of deposito’s worden geen koersrisico’s
                                        gelopen. Medium term Notes zijn vastrentende waarden die
                                        (tussentijds) verhandelbaar zij. Bij tussentijdse verkoop
                                        kunnen koersrisico’s worden gelopen. Wanneer deze waarden
                                        tot het einde van hun looptijd worden aangehouden zal
                                        minimaal de nominale waarde en de vooraf overeengekomen
                                        (minimale) rente worden uitgekeerd. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5 lid 2</al></entry><entry colname="col2"><al>Koersrisico’s kunnen nooit volledig worden uitgesloten. Als
                                        de organisatie in een vastrentend product heeft belegd maar
                                        – wegens wijziging in de liquiditeitenplanning - voor de
                                        afloopdatum deze uitzetting moet verkopen, dan wordt niet
                                        100% van de hoofdsom terugbetaald, maar de actuele waarde
                                        van de uitzetting afhankelijk van de rente en resterende
                                        looptijd. Om deze koersrisico’s zoveel mogelijk te beperken
                                        stemt de gemeente de looptijd van de uitzetting af op de
                                        liquiditeitenplanning.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5 lid 3</al></entry><entry colname="col2"><al>Van belang is dat het college bepaalt dat de betreffende
                                        uitzetting tot de publieke taak van de gemeente behoort. In
                                        dit kader is het bijvoorbeeld mogelijk dat uitzettingen in
                                        de vorm van aandelen of daaraan verwante beleggingsproducten
                                        tot de publieke taak behoren</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 6 </al><al>lid 1 en 2</al></entry><entry colname="col2"><al> Ter beperking van kredietrisico’s zijn in dit artikel
                                        richtlijnen opgenomen voor de minimale kredietwaardigheid
                                        van de partijen waar de gemeente middelen kan
                                        uitzetten/beleggen. </al><al>Een (credit-) rating is een beoordeling van de
                                        kredietwaardigheid van een instelling of land, die voor
                                        zowel de korte als voor de lange termijn wordt toegekend
                                        door gerenommeerde rating “agencies” zoals Standard &amp;
                                        Poor’s, Moody’s en Fitch IBCA. De hoogste kredietwaardigheid
                                        wordt bij Standard &amp; Poor’s en Fitch IBCA weergegeven
                                        met AAA, gevolgd door AA en A. Moody’s kwalificeert van hoog
                                        naar laag Aaa, Aa en A. Daarnaast kent men kwalificaties met
                                        letters B, C en D. Een A-rating staat voor “zeer
                                        kredietwaardig”. </al><al>.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 6 </al><al>lid 3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Een solvabiliteitsratio van 0% (ofwel een
                                        “solvabiliteitsvrije status”) is een status die door een
                                        bancaire toezichthouder in een EER (Europese Economische
                                        Ruimte)-lidstaat (bijv. De Nederlandse Bank) wordt toegekend
                                        aan het schuldpapier van een instelling. Deze status houdt
                                        in dat een bank voor desbetreffend papier geen reserves (0%)
                                        hoeft aan te houden en wordt onder meer toegekend aan papier
                                        uitgegeven of gegarandeerd door (centrale) overheden. Het is
                                        de gemeente dus toegestaan om bij andere overheden geld uit
                                        te zetten, of om te beleggen in papier waaraan een
                                        overheidsgarantie is verbonden (zoals door het Waarborgfonds
                                        Sociale Woningbouw geborgde leningen van woningcorporaties)
                                    </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 7</al></entry><entry colname="col2"><al>Interne liquiditeitsrisico’s doen zich bijvoorbeeld voor
                                        wanneer de gemeente middelen voor een bepaalde periode heeft
                                        uitgezet en gedurende de looptijd van de uitzetting blijkt
                                        dat de middelen (onverwacht) nodig zijn voor het doen van
                                        een investering. Dit kan tot gevolg hebben dat de gemeente
                                        tijdelijk een lening moet aantrekken (wanneer de
                                        uitzettingen vast staan in bijvoorbeeld een deposito) ofwel
                                        tussentijds een uitzetting moet verkopen (bijvoorbeeld een
                                        obligatie). In beide gevallen kan dit negatieve gevolgen
                                        hebben voor de financiële resultaten. </al><al>Ter beperking van dit risico baseert de gemeente haar
                                        financiële transacties op een liquiditeitenplanning waarin
                                        de toekomstige inkomsten en uitgaven van de gehele
                                        organisatie zijn gepland. Teneinde aansluiting te zoeken op
                                        de meerjarige investeringsplanning van de gemeente is
                                        gekozen de liquiditeitenplanning met een periode van 4 jaar
                                        op te stellen,waarbij de laatste 2 jaar minder gedetailleerd
                                        is. </al><al>In de praktijk is het opstellen van een betrouwbare en
                                        nauwkeurige liquiditeitenplanning niet eenvoudig. Dit heeft
                                        te maken met de inherente onzekerheden die verbonden zijn
                                        aan de activiteiten van de gemeente en de hieraan verbonden
                                        mogelijke financiële gevolgen. Het is daarom van groot
                                        belang dat de Stafafdeling Financiën juist, tijdig en
                                        volledig wordt geïnformeerd door de overige afdelingen over
                                        de financiële gevolgen van hun activiteiten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 8</al></entry><entry colname="col2"><al>Dit betreft een ongewijzigde voortzetting van het beleid
                                        binnen de gemeente Berkelland.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 9 lid 1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het aantrekken van middelen met als doel deze met
                                        winstoogmerk te beleggen is op grond van door artikel 2 lid
                                        2 van de Wet fido (zie ook memorie van toelichting op de Wet
                                        fido) nadrukkelijk niet toegestaan. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 9 lid 2</al></entry><entry colname="col2"><al>Teneinde de renteresultaten te optimaliseren wordt zoveel
                                        mogelijk intern gefinancierd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 9 lid 3</al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>Onderhandse geldleningen </cursief>zijn leningen
                                        waarbij de voorwaarden van de lening in onderling overleg
                                        met de geldgevende partij kunnen worden vastgesteld. Een
                                            <cursief>Medium Term Note (MTN)</cursief> is een
                                        verhandelbare schuldbekentenis met een looptijd tussen vijf
                                        en tien jaar. Deze maakt onderdeel uit van een medium term
                                        note programma. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 9 lid 4</al></entry><entry colname="col2"><al>Deze richtlijn beoogt de marktconformiteit van
                                        financieringen te waarborgen, voor bijv. te betalen
                                        rentepercentages, provisies, (boete-) clausules bij
                                        vervroegde aflossing etc. Middels het opvragen van meerdere
                                        offertes wordt bereikt dat de gemeente een objectief beeld
                                        heeft van de op dat moment gebruikelijke tarieven en
                                        voorwaarden op de financiële markten. Op basis daarvan kan
                                        een afgewogen keuze worden gemaakt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 10 lid 1</al></entry><entry colname="col2"><al>Uitzetting betreft het uitzetten van middelen (uit hoofde
                                        van treasury) voor een periode langer dan één jaar. In het
                                        onderdeel Risicobeheer (artikel 3 tot en met 8) is
                                        gedefinieerd op welke wijze de gemeente het prudente
                                        karakter van haar uitzettingen waarborgt. In dit artikel
                                        worden aanvullende richtlijnen met betrekking tot
                                        uitzettingen geformuleerd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 10 lid 2</al></entry><entry colname="col2"><al>Deze richtlijn beoogt de marktconformiteit van uitzettingen
                                        te waarborgen, voor bijv. het effectieve rendement, de
                                        hoogte van transactiekosten etc. Middels het opvragen van
                                        meerdere offertes wordt bereikt dat de gemeente een
                                        objectief beeld heeft van de actuele gebruikelijke tarieven
                                        en voorwaarden op de financiële markten. Op basis daarvan
                                        kan een afgewogen keuze worden gemaakt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 11 lid 1</al></entry><entry colname="col2"><al>Op het gebied van relatiebeheer beoogt de treasury het
                                        realiseren van zo gunstig mogelijke condities voor de door
                                        haar af te nemen diensten. Teneinde structuur aan te brengen
                                        in de momenten waarop de beoordeling van bankrelaties plaats
                                        heeft, is opgenomen dat deze beoordeling minimaal eens in de
                                        4 jaar plaats moet hebben.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 11 lid 3</al></entry><entry colname="col2"><al>Tussenpersonen hebben een intermediairsfunctie bij het
                                        afsluiten van financiële transacties en vallen niet onder de
                                        “tegenpartijen”. De vereisten van lid 2 zijn voor
                                        tussenpersonen dan ook niet van toepassing. Teneinde dit te
                                        ondervangen stelt de gemeente als eis dat tussenpersonen
                                        onder toezicht van de Autoriteit Financiële Markten staan en
                                        daarvan een vergunning als makelaar hebben ontvangen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 12 lid 1</al></entry><entry colname="col2"><al>Geldstromenbeheer omvat met name het zorgdragen voor een
                                        efficiënt betalingsverkeer. Geldstromen kunnen bijvoorbeeld
                                        op elkaar worden afgestemd door een betalingsdatum af te
                                        stemmen op verwachte ontvangsten. Hiermee wordt voorkomen
                                        dat de gemeente tijdelijk middelen aan moet trekken (cq.
                                        middelen aan haar uitzettingenportefeuille moet onttrekken)
                                        teneinde de betreffende betaling (tijdelijk) te
                                        financieren.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 12 lid 2</al></entry><entry colname="col2"><al>Het laten uitvoeren van het betalingsverkeer door één bank
                                        heeft als voordeel dat de kosten van het overboeken van
                                        middelen tussen verschillende banken worden vermeden. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 13 lid 1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het saldo en liquiditeitenbeheer betreffen het beheer van de
                                        dagelijkse saldi op de rekeningen (-courant) van de gemeente
                                        . Teneinde de noodzaak tot het doen van interne
                                        overboekingen te beperken, worden verschillende rekeningen
                                        die de gemeente bij één bank aanhoudt, opgenomen in een
                                            <cursief>rentecompensatiecircuit</cursief>.
                                        Ditis een systeem waarbij de (valutaire) debet en
                                        creditsaldi van alle rekeningen van een organisatie worden
                                        samengevoegd tot één gecombineerd saldo, waarover de rente
                                        wordt berekend.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 13 lid 3</al></entry><entry colname="col2"><al>In dit lid worden limitatief de mogelijke korte termijn
                                        financieringsinstrumenten benoemd. De term
                                            <cursief>daggeld</cursief> (ook wel callgeld genoemd)
                                        staat voor opgenomen of uitgezette middelen voor onbepaalde
                                        tijd die dagelijks gewijzigd kan worden.
                                            <cursief>Kasgeldleningen </cursief>zijn niet
                                        verhandelbare leningen voor een vast bedrag en een vaste
                                        periode (maximaal 2 jaar) en tegen een vooraf overeengekomen
                                        rentepercentage. <cursief>Kredietlimiet op de rekening
                                            courant</cursief> betreft de mogelijkheid debet (“rood”)
                                        te staan op de rekening courant tegen vooraf overeengekomen
                                        condities.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 14</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij de treasuryfunctie zijn meerdere personen en organen
                                        betrokken. Het treasurystatuut legt expliciet het delegatie-
                                        en mandateringspatroon vast, in casu welke taken,
                                        verantwoordelijkheden en bevoegdheden de betrokken partijen
                                        hebben. Met het oog op de omvang en de aard van de
                                        transacties en de hiermee samenhangende risico’s, zijn in
                                        dit artikel een aantal specifieke uitgangspunten opgenomen
                                        teneinde een eenduidige functiescheiding aan te brengen
                                        tussen beleidsbepaling en de uitvoering en tussen de
                                        administratie en controle op financiële transacties. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 15</al></entry><entry colname="col2"><al>De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de
                                        functionarissen die binnen de gemeente betrokken zijn bij de
                                        treasuryactiviteiten zijn in artikel 15 respectievelijk
                                        artikel 16 beschreven. De toekenning van de genoemde
                                        functies en bijbehorende bevoegdheden en
                                        verantwoordelijk-heden aan functies en/of functionarissen
                                        vindt plaats via de hiertoe dienende documenten (mandaten,
                                        besluiten e.d.). Deze verantwoordelijkheden dienen te worden
                                        gecommuniceerd naar de betrokkenen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 16</al></entry><entry colname="col2"><al>De eindverantwoordelijkheid voor het treasurybeleid ligt
                                        primair bij het dagelijks bestuur van de gemeente . Teneinde
                                        niet onnodig te worden belast met het dagelijkse
                                        treasurybeheer draagt het dagelijks bestuur een deel van
                                        haar bevoegdheden over aan de ambtelijke organisatie. De
                                        praktische uitvoering van het beleid heeft dus vooral op
                                        ambtelijk niveau plaats, met als voordeel een slagvaardiger
                                        optreden. Bij de toewijzing van bevoegdheden is zoveel
                                        mogelijk rekening gehouden met de vereiste functiescheiding
                                        tussen besluitvorming, uitvoering, administratie en
                                        controle. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 17 </al></entry><entry colname="col2"><al>De tabel in dit artikel geeft weer op welke wijze de
                                        informatievoorziening wordt gewaarborgd voor:
                                            <cursief>operationele informatie</cursief> (punt 1 en
                                        2), <cursief>beleidsmatige informatie</cursief> (punt 3) en
                                            <cursief>verantwoordingsinformatie</cursief> (punt 4 t/m
                                        8). Het verstrekken van juiste, tijdige, volledige en
                                        relevante verantwoordingsinformatie moet gerekend worden tot
                                        de belangrijkste succesfactoren voor het kunnen beheersen
                                        van de financiële en interne risico’s van de gemeente .</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 17 pt. 1</al></entry><entry colname="col2"><al>Afdelingen dienen “incidenteel” informatie te verschaffen in
                                        een zo vroeg mogelijk stadium waarin zich significante
                                        wijzigingen aandienen in hun verwachtingen over tijdstip of
                                        omvang van toekomstige betalingen of ontvangsten (bijv. bij
                                        uitstel van een grote investering).</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>