<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR98853_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van orde voor de vergaderingen van de gemeenteraad van Tynaarlo 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tynaarlo</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tynaarlo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van orde voor de vergaderingen van de gemeenteraad van Tynaarlo 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2002-03-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2002-03-14</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-08-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>N.v.t.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van orde voor de vergaderingen van de gemeenteraad van Tynaarlo 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Raadsbesluit nr. 8</al><al>Betreft: </al><al>De raad van de gemeente Tynaarlo;</al><al>gelezen het voorstel van het Presidium d.d. 27 november 2007;</al><al>overwegende dat het wenselijk is het reglement van orde voor de
                        vergaderingen van de gemeenteraad op een aantal punten te wijzigen; </al><al>gelet op artikel 16 van de Gemeentewet;</al><al><vet>B E S L U I T:</vet></al><al>vast te stellen het volgende:</al><al><vet>“Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van
                            de gemeenteraad </vet><vet>2008”</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene Bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="b."><al>Amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of
                                    ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen;</al></li><li nr="c."><al>Subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig
                                    amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het
                                    betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>Motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp
                                    waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;</al></li><li nr="e."><al>Voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de
                                    vergadering;</al></li><li nr="f."><al>Initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een
                                    ander voorstel.</al></li><li nr="g."><al>Raadsavond: de vergadering waarin de raad in informerende,
                                    opiniërende en besluitvormende zin beraadslaagt over de hem voorgelegde onderwerpen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>Het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>Het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c."><al>Het doen naleven van het reglement van orde;</al></li><li nr="d."><al>Hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder
                                    opdraagt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De griffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een
                                door de raad daartoe aangewezen plaatsvervangend griffier</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De griffier kan, indien daartoe door de voorzitter uitgenodigd, aan
                                de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De secretaris</titel></kop><al>De raad kan het college verzoeken de secretaris in de vergadering
                            aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als
                            bedoeld in dit reglement.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Het presidium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad heeft een presidium.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het presidium bestaat uit de voorzitter van de raaden een
                                lid van elke fractie. Bij afwezigheid wordt de voorzitter vervangen
                                door de plv. voorzitter van de raad en het lid van de fractie door
                                een ander lid van de fractie niet zijnde een steunfractielid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De griffier is in elke vergadering van het presidium aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter kan voorstellen de secretaris uit te nodigen voor het
                                presidium.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Elke fractie wijst een lid van de raad aan, dat hem bij zijn
                                afwezigheid in het presidium vervangt.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Elk lid inclusief de voorzitter heeft één stem in het
                                presidium.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het presidium heeft, naast de taken opgenomen in de artikelen 8, 11,
                                15, 20, 39, 42, 44 en 45 van deze verordening, als taak
                                aanbevelingen te doen aan de raad inzake de organisatie van de
                                werkzaamheden van de raad, griffie en van zijn eventuele
                                commissies.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2:</nr><titel>toelating van nieuwe leden; fracties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming wethouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een
                                commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De commissie
                                onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken
                                van nieuw benoemde leden en het proces-verbaal van het
                                (centraal)stembureau. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag
                                uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In
                                het verslag wordt ook melding gemaakt van een
                                minderheidsstandpunt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van
                                de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe
                                samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de
                                voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter
                                een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad
                                waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed
                                of verklaring en belofte af te leggen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste
                                lid een commissie ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat voldoet
                                aan de eisen van de Gemeentewet. De werkwijze van deze commissie is
                                overeenkomstig het tweede lid. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Fractie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden, die door het centraal stembureau op dezelfde
                                kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van
                                de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer
                                slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke
                                fractie beschouwd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert
                                de fractie binnen de raad deze aanduiding als naam. Indien geen
                                aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie
                                in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke
                                naam deze fractie in de raad wil voeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens
                                plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan
                                de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><lijst><li nr="a."><al>Indien:</al><lijst><li nr="-"><al>één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie
                                        gaan optreden;</al></li><li nr="-"><al>twee of meer fracties als één fractie gaan optreden;</al></li><li nr="-"><al>één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een
                                        andere fractie; wordt hiervan zo spoedig mogelijk
                                        schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Met de onder a beschreven veranderde situatie wordt
                                                rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende
                                                vergadering van de raad na de mededeling
                                                daarvan.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3:</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1:</nr><titel>Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergaderingen van de raad vinden in de regel plaats op tweede
                                    en vierde dinsdag van de maand, op de dagen, die worden vermeld
                                    op een nader door de raad vast te stellen jaarschema, beginnen
                                    om 20.00 uur en worden gehouden in het gemeentehuis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en
                                    aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij
                                    voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende
                                    situatie, overleg in het presidium.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Oproep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter zendt ten minste 10 dagen voor een vergadering de
                                    leden van de raad een schriftelijke oproep onder vermelding van
                                    dag, tijdstip en plaats van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                    uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de
                                    Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de
                                    schriftelijke oproep aan de leden van de raad verzonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als
                                    bedoeld in artikel 10, tweede lid, worden deze agenda en de
                                    daarop vermelde voorstellen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk
                                    48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden van de raad
                                    gezonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Agenda</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden
                                        van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de
                                        aanvang van een vergadering een aanvullende agenda
                                        opstellen. Deze wordt met de daarbij behorende stukken aan
                                        de leden van de raad verzonden, en openbaar gemaakt.</al></li><li nr="2."><al>In spoedeisende gevallen kan de griffier op voorstel van de
                                        voorzitter van de raad na het verzenden van de schriftelijke
                                        oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een
                                        raadsavond een aanvullende agenda opstellen.</al></li><li nr="3."><lijst><li nr="a."><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda
                                        vast. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter
                                        kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen
                                        aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren, dan wel
                                        een voorstel doen tot het aanhouden of verdagen van een
                                        voorstel.</al></li><li nr="b."><al>Elk lid van de raad is evenals de voorzitter bevoegd
                                                tot het doen van een voorstel, als genoemd onder
                                                sub. a. De raad beslist omtrent het voorstel.</al></li></lijst></li><li nr="4"><al>Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare
                                beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar
                                een commissie of aan het college nadere inlichtingen of advies
                                vragen.</al></li><li nr="5"><al>Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de
                                raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>De wethouder</titel></kop><al>Het presidium kan een of meer wethouders uitnodigen, al dan niet op
                                zijn/hun verzoek, om in de vergadering aanwezig te zijn en aan de
                                beraadslagingen deel te nemen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op
                                de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de
                                schriftelijke oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter inzage
                                gelegd. </al></li><li nr="2"><al>De griffier maakt van de ter inzage legging melding in
                                de openbare kennisgeving bedoeld in artikel 13. Indien na het
                                verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden
                                gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en
                                de deelnemers als bedoeld in artikel 9 en zo mogelijk in een
                                openbare kennisgeving.</al></li><li nr="3."><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet
                                        buiten het gemeentehuis gebracht.</al></li><li nr="4."><al>Indien omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of
                                        tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd,
                                        blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder
                                        berusting van de griffier en verleent de griffier de leden
                                        van de raad inzage.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering wordt door aankondiging in een Plaatselijk
                                    huis-aan-huisblad en door plaatsing op de internetsite van de
                                    gemeente op het publicatiebord in de hal van het gemeentehuis
                                    ter openbare kennis gebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al> de datum, aanvangstijd en plaats, alsmede de voorlopige
                                            agenda van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al> de wijze waarop en de plaats waar een ieder de bij de
                                            vergadering behorende stukken kan inzien;</al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht
                                            als bedoeld in artikel 17.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al>Bij binnenkomst in een informerende, meningvormende of
                                besluitvormende vergadering tekent ieder lid van de raad of daartoe
                                benoemd niet-raadslid onmiddellijk een presentielijst. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Zitplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter, de leden en de griffier hebben in het
                                    besluitvormende vergadering een vaste zitplaats, door de
                                    voorzitter van de raad na overleg in het presidium bij aanvang
                                    van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter van de raad
                                    de indeling herzien na overleg in het presidium.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter van de raad draagt zorg voor een zitplaats voor de
                                    portefeuillehouders, secretaris en overige personen, die voor de
                                    vergadering zijn uitgenodigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Opening vergadering; quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur,
                                    indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de
                                    raad blijkens de presentielijst aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                    vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, dag en
                                    uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20
                                    van de Gemeentewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na de opening van de vergadering kunnen niet raadsleden
                                    gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren
                                    over geagendeerde onderwerpen. De voorzitter voorkomt daarbij
                                    een herhaling van zetten</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het spreekrecht voor andere aanwezigen geldt voor de stukken die
                                    op de akkoord en bespreekagenda staan aangegeven en niet voor de
                                    volgende onderwerpen van de agenda: </al><lijst><li nr="a."><al>advies van een
                                    adviescommissie bezwaarschriften ex artikel 7:13 van de Algemene
                                    wet bestuursrecht;</al></li><li nr="b."><al>benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                    personen;</al></li><li nr="c."><al>een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><cursief>Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, moet
                                        dit melden aan de griffier; zulks kan uiterlijk tot het
                                        moment voordat de vergadering aanvangt
                                        (</cursief><cursief>gewijzigd bij amendement ingediend door
                                        de fractie van Leefbaar Tynaarlo).</cursief>. Hij vermeldt
                                    daarbij het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren, zijn
                                    naam, adres en zijn telefoonnummer.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De
                                    voorzitter kan van de volgorde afwijken, als dit in het belang
                                    is van de orde van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De
                                    voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als
                                    er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in
                                    bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de
                                    spreektijd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft
                                    verleend.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De spreker wordt in de gelegenheid gesteld een reactie te geven
                                    op de gevoerde beraadslagingen in de raad alvorens het
                                    betreffende agendapunt wordt afgesloten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Primus bij hoofdelijke stemming</titel></kop><al>Indien een lid een hoofdelijke stemming verlangt, wordt bij loting
                                een volgnummer van de presentielijst aangewezen; bij het daar
                                genoemde lid begint de hoofdelijke stemming.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Verslag en besluitenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier draagt zorg voor het bijhouden van een
                                    presentielijst, en onder zijn verantwoordelijkheid voor
                                        <cursief>een verslag </cursief><cursief>(ambtshalve
                                        wijziging raad 8-1-08) </cursief> van de besluitvormende
                                    vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het conceptverslag van de voorgaande vergadering wordt, zo
                                    mogelijk, aan de leden van de raad toegezonden gelijktijdig met
                                    de schriftelijke oproep. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de
                                    secretaris hebben het recht, een voorstel tot verandering aan de
                                    raad te doen, indien het conceptverslag onjuistheden bevat of
                                    niet duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of besloten is. Een
                                    voorstel tot verandering wordt tijdens de vergadering
                                    ingediend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verslag bevat ten minste:</al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de griffier, de aanwezige
                                            portefeuillehouders en de ter vergadering aanwezige
                                            leden, alsmede van de leden die afwezig waren en overige
                                            personen die het woord gevoerd hebben;</al></li><li nr="b."><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn
                                            geweest;</al></li><li nr="c."><al>een zakelijke samenvatting van het gesprokene met
                                            vermelding van de namen van de aanwezigen die het woord
                                            voerden;</al></li><li nr="d."><al>een overzicht van het verloop van elke stemming, met
                                            vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de
                                            leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van
                                            de namen van de leden die zich overeenkomstig de
                                            Gemeentewet van stemming hebben onthouden.</al></li><li nr="e."><al>de tekst van de ter vergadering ingediende
                                            initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties,
                                            amendementen en subamendementen;</al></li><li nr="f."><al>bij het desbetreffende agendapunt de naam en de
                                            hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van
                                            het bepaalde in artikel 25 door de raad is toegestaan
                                            deel te nemen aan de beraadslagingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verslag wordt in de eerstvolgende
                                                  vergadering vastgesteld, waarna dit door de
                                                  voorzitter en de griffier wordt ondertekend.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Aan de hand van het verslag wordt een
                                                  besluitenlijst opgesteld. Voor zover de aard en de
                                                  inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet
                                                  verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig
                                                  mogelijk na de vergadering openbaar gemaakt op de
                                                  wijze zoals in artikel 13, lid 1 is
                                                  aangegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Ingekomen stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke
                                    mededelingen van het college aan de raad, worden door de
                                    griffier op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt aan de leden
                                    van de raad toegezonden en ter inzage gelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na de vaststelling van het verslag stelt de raad, op voorstel
                                    van het presidium, de wijze van afdoening van de ingekomen
                                    stukken vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid kan aan het Presidium verzoeken een ingekomen brief voor
                                    een raadsavond te agenderen</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Spreekregels</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De leden en de wethouders spreken vanaf hun plaats of
                                            van de spreekplaats en richten zich tot de
                                            voorzitter.</al></li><li nr="2."><al>Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen
                                            dat de leden of de wethouders vanaf een andere plaats
                                            spreken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Volgorde sprekers</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een lid voert het woord na het aan de voorzitter
                                            gevraagd en van hem verkregen te hebben.</al></li><li nr="2."><al>De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer
                                            een lid het woord vraagt over de orde van de
                                            vergadering.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter bepaalt of de beraadslaging over een
                                            onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee
                                            termijnen.</al></li><li nr="2."><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter
                                            afgesloten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><al>De voorzitter van de raad kan een voorstel doen over de
                                    spreektijd van de leden en de overige aanwezigen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord,
                                            tenzij</al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het
                                                  opvolgen van dit reglement te herinneren;</al></li><li nr="b."><al>een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan
                                                  bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties
                                                  zijn betoog zal afronden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke
                                            uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in
                                            behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker
                                            herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde
                                            verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde
                                            geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan geen
                                            gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de
                                            vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het
                                            aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de
                                            vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen
                                            en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt
                                            verstoord - de vergadering sluiten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van
                                            de raad beslissen over één of meer onderdelen van een
                                            onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen.</al></li><li nr="2."><al>Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de
                                            voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor
                                            een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het
                                            college of de leden de gelegenheid te geven tot
                                            onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat
                                            nadat de schorsingsperiode verstreken is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitterkan bepalen dat anderen dan de in de
                                            vergadering aanwezige leden van de raad, de wethouder,
                                            de secretaris, de griffier en de voorzitter deelnemen
                                            aan de beraadslaging.</al></li><li nr="2."><al>Een beslissing daartoe wordt genomen alvorens met de
                                            beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde
                                            agendapunt een aanvang wordt genomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Stemverklaring</titel></kop><al>Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot
                                    stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn stemgedrag te
                                    motiveren. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Beslissing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of
                                            voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de
                                            beraadslaging, tenzij de raad anders beslist.</al></li><li nr="2."><al>Nadat de beraadslaging is gesloten vindt, na een
                                            stemming over eventuele amendementen, de stemming plaats
                                            over het voorstel, zoals het dan luidt, in zijn geheel
                                            tenzij geen stemming wordt gevraagd.</al></li><li nr="3."><al>Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel
                                            plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over
                                            de te nemen eindbeslissing.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Procedures bij stemmingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Algemene bepalingen over stemming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Indien
                                            geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit
                                            niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel
                                            zonder hoofdelijke stemming is aangenomen.</al></li><li nr="2."><al>In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in
                                            het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te
                                            hebben tegengestemd of zich op grond van artikel 28
                                            Gemeentewet van stemming te hebben onthouden.</al></li><li nr="3."><al>Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd,
                                            doet de voorzitter daarvan mededeling.</al></li><li nr="4."><al>De griffier roept de leden van de raad bij naam op hun
                                            stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat
                                            daarvoor overeenkomstig artikel 18 is aangewezen.
                                            Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van
                                            de presentielijst.</al></li><li nr="5."><al>Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering
                                            aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de
                                            stemming moet onthouden verplicht zijn stem uit te
                                            brengen.</al></li><li nr="6."><al>De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of
                                            ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging.</al></li><li nr="7."><al>Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem
                                            vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen
                                            voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid
                                            zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de
                                            voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft
                                            gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft
                                            vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter
                                            geen verandering.</al></li><li nr="8."><al>De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming
                                            mede, met vermelding van het aantal voor en tegen
                                            uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling
                                            van het genomen besluit.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Stemming over amendementen en moties</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een amendement op een aanhangig voorstel is
                                            ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd.</al></li><li nr="2."><al>Indien op een amendement een subamendement is ingediend,
                                            wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens
                                            over het amendement.</al></li><li nr="3."><al>Indien twee of meer amendementen of subamendementen op
                                            een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de
                                            voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden
                                            gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest
                                            verstrekkende amendement of subamendement het eerst in
                                            stemming wordt gebracht.</al></li><li nr="4."><al>Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is
                                            ingediend, wordt eerst over de motie gestemd en
                                            vervolgens over het voorstel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Stemming over personen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Wanneer een stemming over personen voor het doen van een
                                            voordracht of het opstellen van een voordracht of
                                            aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter 3
                                            leden tot stembureau.</al></li><li nr="2."><al>Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op
                                            grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is
                                            verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes
                                            dienen identiek te zijn.</al></li><li nr="3."><al>Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn
                                            te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad
                                            kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde
                                            stemmingen worden samengevat op één briefje.</al></li><li nr="4."><al>Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde
                                            stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat
                                            ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in
                                            te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden
                                            de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en
                                            wordt een nieuwe stemming gehouden.</al></li><li nr="5."><al>Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als
                                            bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht
                                            geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen
                                            behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd.</al><al> Onder een niet behoorlijk stembriefje wordt
                                            verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een blanco ingevuld stembriefje;</al></li><li nr="b."><al>een ondertekend stembriefje;</al></li><li nr="c."><al>een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld,
                                            tenzij de stemming verschillende vacatures betreft;</al></li><li nr="d."><al>een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op
                                            voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die
                                            niet is voorgedragen</al></li><li nr="e."><al>een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt
                                            gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje
                                            beslist de raad, op voorstel van de voorzitter.</al></li><li nr="7."><al>Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes
                                            onmiddellijk na vaststelling van de uitslag
                                            vernietigd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Herstemming over personen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte
                                            meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede
                                            stemming overgegaan.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de
                                            volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde
                                            stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede
                                            stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn
                                            bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan
                                            twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming
                                            uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming
                                            zal plaatshebben.</al></li><li nr="3."><al>Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de
                                            stemmen staken, beslist terstond het lot.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Beslissing door het lot</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen
                                            tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de
                                            voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes
                                            geschreven.</al></li><li nr="2."><al>Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn
                                            gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een
                                            stembokaal gedeponeerd en omgeschud.</al></li><li nr="3."><al>Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit
                                            de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje
                                            voorkomt, is gekozen.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Rechten van leden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Amendementen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen
                                    in een besluitvormende vergadering amendementen indienen. Een
                                    amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel
                                    in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke
                                    besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen beraadslaagd kan worden
                                    over amendementen die ingediend zijn door leden van de raad, die
                                    de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig
                                    zijn.</al></li><li nr="2."><al>Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het
                                    amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te
                                    stellen (subamendement).</al></li><li nr="3."><al>Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling
                                    genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden
                                    ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige
                                    karakter van het voorgestelde -oordeelt, dat met een mondelinge
                                    indiening kan worden volstaan.</al></li><li nr="4."><al>Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is
                                    mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft
                                    plaatsgevonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Moties</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie
                                    indienen.</al></li><li nr="2."><al>Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden
                                    schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de
                                    voorzitter – met het oog op het eenvoudig karakter van het
                                    voorgestelde – oordeelt, dat een mondelinge behandeling
                                    toereikend is.</al></li><li nr="3."><al>De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of
                                    voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp
                                    of voorstel plaats.</al></li><li nr="4."><al>De behandeling van een motie over een niet op de agenda
                                    opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda
                                    voorkomende onderwerpen zijn behandeld.</al></li><li nr="5."><al>Intrekking, door de indiener(s), van de motie is mogelijk totdat
                                    de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de
                                    vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan
                                    worden toegelicht.</al></li><li nr="2."><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                    betreffen.</al></li><li nr="3."><al>Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Initiatiefvoorstel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen
                                    worden schriftelijk bij de griffier worden ingediend.</al></li><li nr="2."><al>Het Presidium plaatst het voorstel op de agenda van de
                                    eerstvolgende vergadering, tenzij de schriftelijke oproep
                                    hiervoor reeds verzonden is. In dit laatste geval wordt het
                                    voorstel op de agenda van de daaropvolgende vergadering
                                    geplaatst. </al></li><li nr="3."><al>Het Presidium kan bepalen dat het voorstel eerst voor advies
                                    naar het college dient te worden gezonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Collegevoorstel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een voorstel van het college aan de raad, dat vermeld staat op
                                    de agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken
                                    zonder toestemming van de raad.</al></li><li nr="2."><al>Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in
                                    het eerste lid voor advies terug aan het college moet worden
                                    gezonden, bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel
                                    opnieuw geagendeerd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Interpellatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt,
                                    behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende
                                    gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering
                                    schriftelijk bij de griffier ingediend. Het verzoek bevat een
                                    duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen
                                    worden verlangd alsmede de te stellen vragen.</al></li><li nr="2."><al>De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk
                                    ter kennis van de overige leden van de raad en de wethouders.
                                    Bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende
                                    vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek bij
                                    het onderwerp in stemming gebracht. De raad verleent het verlof
                                    indien het verzoek tot het houden van een interpellatie door
                                    tenminste 5 raadsleden en tenminste 2 raadsfracties wordt
                                    gesteund. </al></li><li nr="3."><al>De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de
                                    overige leden van de raad, het college niet meer dan eenmaal,
                                    tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Schriftelijke vragen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De
                                    vragen worden van een toelichting voorzien. Bij de vragen wordt
                                    aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt
                                    verlangd. </al></li><li nr="2."><al>De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg
                                    voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige
                                    leden van de raad en het college worden gebracht.</al></li><li nr="3."><al>Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats,
                                    nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording
                                    vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. Indien
                                    beantwoording niet binnen 1 maand kan plaatsvinden, stelt het
                                    college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij
                                    de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal
                                    plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.</al></li><li nr="4."><al>De antwoorden van het college worden door tussenkomst van de
                                    griffier aan de leden van de raad meegedeeld.</al></li><li nr="5."><al>De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de stukken als
                                    bedoeld in artikel 20 aan de leden van de raad toegezonden </al></li><li nr="6."><al>De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de
                                    eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording
                                    in dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de
                                    agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen
                                    omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven
                                    antwoord, tenzij de raad anders beslist.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Mondelinge vragen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan het begin van elk besluitvormende vergadering is er de
                                    gelegenheid voor de leden om mondelinge vragen te stellen aan
                                    het college of de burgemeester, tenzij er geen vragen zijn
                                    aangekondigd. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het
                                    agendapunt eindigt. <cursief>Het moet daarbij gaan om
                                        spoedeisende zaken die op dat moment actueel zijn
                                        </cursief><cursief>(besluit raad 10-02-09).</cursief></al></li><li nr="2."><al>Het lid van de raad dat tijdens het vragenuur vragen wil
                                    stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp
                                        <cursief>in principe tenminste 12 uur
                                        </cursief><cursief>(ambtshalve wijziging raad
                                        8-1-08)</cursief> voor aanvang van het vragenuur bij de
                                    griffier. De voorzitter kan na overleg met het presidium
                                    weigeren een onderwerp tijdens het vragenuur aan de orde te
                                    stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht
                                    aangegeven of indien het onderwerp in de raadsvergadering op
                                    diezelfde dag aan de orde komt.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen
                                    tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld.</al></li><li nr="4."><al>Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om
                                    één of meer vragen te stellen en een toelichting daarop te
                                    geven.</al></li><li nr="5."><al>Na de beantwoording door de portefeuillehouder krijgt de
                                    vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te
                                    stellen.</al></li><li nr="6."><al>Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het
                                    woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het
                                    college vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.</al></li><li nr="7."><al>Tijdens dit agendapunt kunnen geen moties worden ingediend en
                                    worden geen interrupties toegelaten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Inlichtingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als
                                    bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van
                                    de Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe, schriftelijk
                                    ingediend bij het college of de burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>Een afschrift van dit verzoek wordt door de indiener toegezonden
                                    aan de raad. </al></li><li nr="3."><al>De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de
                                    eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven.</al></li><li nr="4."><al>De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de
                                    vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Begroting en rekening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>Procedure begroting</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding,
                            het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting
                            volgens een procedure die het presidium, vaststelt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr><titel>Procedure jaarrekening</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding
                            en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de
                            vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel
                            indemniteitsbesluit volgens een procedure die het presidium,
                            vaststelt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Lidmaatschap van andere organisaties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel>Verslag en verantwoording</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een lid van het college dat door de gemeenteraad is aangewezen
                                    tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van
                                    een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de
                                    Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht verslag te
                                    doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de
                                    orde zijn. Op zijn verzoek neemt het presidium hiertoe een punt
                                    op de agenda voor de raadsavond op.</al></li><li nr="2."><al>Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het
                                    eerste lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het
                                    stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 41,
                                    zijn van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het
                                    eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze
                                    van functioneren als zodanig, besluit het presidium over het
                                    toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen,
                                    vastgesteld in artikel 42, zijn van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></li><li nr="4."><al>Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op organisaties of
                                    instituties, waarin de raad één van zijn leden of een lid van
                                    het college heeft benoemd.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van
                            overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr><titel>Verslag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verslag van een besloten vergadering wordt niet rondgedeeld,
                                    maar ligt uitsluitend voor de leden bij de griffier ter
                                    inzage.</al></li><li nr="2."><al>Dit verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten
                                    vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze
                                    vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet
                                    openbaar maken van dit verslag. Het vastgestelde verslag wordt
                                    door de voorzitter en de griffier ondertekend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad
                            overeenkomstig artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de
                            inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. Als
                            de raad niet tot geheimhouding besluit komt deze te vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55,
                            tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de
                            Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien
                            daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd,
                            in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg
                            gevoerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen
                                    uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare
                                    vergaderingen bijwonen.</al></li><li nr="2."><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere
                                    wijze verstoren van de orde is verboden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens een openbare raadsvergadering
                            geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling
                            aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze
                            aanwijzingen kunnen niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers
                            aantasten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53</nr><titel>Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik, alsmede het stand by houden van mobiele
                            telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de
                            orde van de vergadering, zonder toestemming van de voorzitter, niet
                            toegestaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>54</nr><titel>Uitleg reglement</titel></kop><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent
                            de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de
                            voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>55</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Dit reglement treedt in werking zodra het is vastgesteld. </al></li><li nr="2."><al>Op dat tijdstip vervalt het reglement van orde voor de
                                    vergaderingen van de raad van de gemeente Tynaarlo vastgesteld
                                    bij raadsbesluit van 14 maart 2002, en nadien gewijzigd.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>