<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR98698_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Kampen (Financiële verordening)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Kampen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Kampen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2005, 60</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Kampen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/bwbid=BWBR0005416/article=212">Gemeentewet, art. 212</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-03-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-03-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2005-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuur en recht</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al><extref doc="1.1:CVDR267355_1">1. Nota Reserves &amp; Voorzieningen en Weerstandscapaciteit</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR117172_1">2. Treasurystatuut Kampen</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR100410_1">3. Nota verbonden partijen</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR113689_1">4. Nota grondbeleid</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR134244_1">5. Inkoop- en aanbestedingsbeleid 2011</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR116945_1">6. Nota waardering en afschrijving vaste activa</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR100691_1">7. Nota lokale heffingen</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR116949_1">8. Nota onderhoud kapitaalgoederen 2011-2014</extref></al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële verordening gemeente Kampen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Kampen,</al><al>gelet op artikel 212 van de Gemeentewet,</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen:</al><al><vet>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede
                            voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële
                            organisatie van de gemeente Kampen</vet>.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><onderstreept>sector</onderstreept></al><al>de sector zoals bedoeld in de regeling op de ambtelijke
                                    organisatie.</al></li><li nr="b."><al><onderstreept>sectordirecteur</onderstreept></al><al>de sectordirecteur zoals bedoeld in de regeling op de ambtelijke
                                    organisatie.</al></li><li nr="c."><al><onderstreept>afdeling</onderstreept></al><al>de afdeling zoals bedoeld in de regeling op de ambtelijke
                                    organisatie.</al></li><li nr="d."><al><onderstreept>afdelingshoofd</onderstreept></al><al>het afdelingshoofd zoals bedoeld in de regeling op de ambtelijke
                                    organisatie.</al></li><li nr="e."><al><onderstreept>administratie</onderstreept></al><al>het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en
                                    verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het
                                    functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de
                                    organisatie van de gemeente Kampen en ten behoeve van de
                                    verantwoording die moet worden afgelegd.</al></li><li nr="f."><al><onderstreept>financiële administratie</onderstreept></al><al>het systematisch maken en verwerken van aantekeningen
                                    betreffende de financiële gegevens van (onderdelen van) de
                                    organisatie van de gemeente Kampen, teneinde te komen tot:</al><lijst><li nr="-"><al>een goed inzicht in</al><lijst><li nr="1."><al>de financieel-economische positie;</al></li><li nr="2."><al>het financiële beheer ;</al></li><li nr="3."><al>de uitvoering van de begroting;</al></li><li nr="4."><al>het afwikkelen van vorderingen en schulden;</al></li></lijst></li><li nr="-"><al>het afleggen van rekening en verantwoording.</al></li></lijst></li><li nr="g."><al><onderstreept>administratieve organisatie</onderstreept></al><al>het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot
                                    stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de
                                    bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van
                                    de verantwoordelijke leiding.</al></li><li nr="h."><al><onderstreept>financieel beheer</onderstreept></al><al>het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van
                                    middelen en het uitoefenen van rechten van de gemeente
                                    Kampen.</al></li><li nr="i."><al><onderstreept>rechtmatigheid</onderstreept></al><al>het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving,
                                    waaronder gemeentelijke verordeningen en raadsbesluiten.</al></li><li nr="j."><al><onderstreept>doelmatigheid (efficiëntie)</onderstreept></al><al>het realiseren (proces) van bepaalde prestaties (output) met een
                                    zo beperkt mogelijke inzet van middelen (input).</al></li><li nr="k."><al><onderstreept>doeltreffendheid
                                    (effectiviteit)</onderstreept></al><al>de mate waarin de beoogde effecten van het beleid ook
                                    daadwerkelijk worden behaald.</al></li><li nr="l."><al><onderstreept>investeringen met economisch
                                    nut</onderstreept></al><al>alle investeringen die bijdragen aan de mogelijkheid middelen te
                                    verwerven en/of die verhandelbaar zijn.</al></li><li nr="m."><al><onderstreept>investeringen met maatschappelijk
                                        nut</onderstreept></al><al>alle investeringen die niet vallen onder de definitie van
                                    investeringen met een economisch nut.</al></li><li nr="n."><al><onderstreept>bestuurlijke
                                    informatievoorziening</onderstreept></al><al>de informatie om het proces te sturen en te beheersen, ten einde
                                    de geformuleerde doelstellingen als organisatie te behalen en
                                    daarover verantwoording af te kunnen leggen. </al></li><li nr="o."><al><onderstreept>planning en control</onderstreept></al><al>Het gedeelte van de bestuurlijke informatievoorziening, dat
                                    gevormd wordt door het geheel van activiteiten dat gericht is op
                                    het formuleren of wijzigen van taakstellingen en het afleggen
                                    van verantwoording.</al></li><li nr="p."><al><onderstreept>weerstandsvermogen</onderstreept></al><al>De middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of
                                    kan beschikken om niet begrote kosten dan wel alle risico’s te
                                    dekken waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van
                                    materiele betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële
                                    positie. </al></li><li nr="q."><al>v<onderstreept>erbonden partij</onderstreept></al><al>een rechtspersoon waarin de gemeente een bestuurlijk <vet>en
                                    </vet>financieel belang heeft, waarbij:</al><lijst><li nr="-"><al>onder een bestuurlijk belang wordt verstaan, dat de
                                            gemeente een zetel in het bestuur heeft van een
                                            rechtspersoon of stemrecht heeft en</al></li><li nr="-"><al>met een financieel belang wordt bedoeld dat de gemeente
                                            de ter beschikking gestelde middelen kwijt is in geval
                                            faillissement van de verbonden partij en/of als
                                            financiële problemen bij de verbonden partij verhaald
                                            kunnen worden op de gemeente.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>1.</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Kaderstellen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Programmabegroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt in ieder geval bij de aanvang van de nieuwe
                                    raadsperiode een programma-indeling vast,</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt per programma vast:</al><lijst><li nr="a."><al>de beoogde maatschappelijke effecten;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop ernaar gestreefd zal worden die effecten
                                            te bereiken</al></li><li nr="c."><al>de kwantitatieve en/of kwalitatieve doelstellingen</al></li><li nr="d."><al>de baten en lasten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt per programma kwantitatieve en/of kwalitatieve
                                    doelstellingen voor met betrekking tot de beoogde
                                    maatschappelijke effecten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van
                                    gegevens over de geleverde goederen en diensten en de
                                    maatschappelijke effecten, opdat de doelmatigheid en
                                    doeltreffendheid van het beleid zoals vastgesteld door de raad,
                                    kunnen worden getoetst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Producten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij iedere begroting en jaarstukken geeft het college een
                                    overzicht van de toedeling van de producten uit de
                                    productenraming aan de programma’s.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De onderverdeling van de programma’s in de producten staat voor
                                    de raadsperiode vast, tenzij er dringende redenen zijn tot
                                    wijzigen. Wijzigingen worden bij de begroting expliciet
                                    vermeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Kaders begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt in ieder begrotingsjaar een nota aan over de
                                    kaders voor het volgende begrotingsjaar en de drie opvolgende
                                    jaren, zijnde de perspectiefnota In deze nota worden de
                                    bevindingen betrokken uit de rapportage van de
                                    begrotingsuitvoering bedoeld in artikel 7 en de jaarstukken
                                    bedoeld in artikel 8.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt de perspectiefnota vast.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Uitvoering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Uitvoering begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt regels die waarborgen dat de uitvoering van de
                                    begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend verloopt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt ten aanzien van de productenraming er zorg
                                    voor dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de lasten en baten eenduidig zijn toegewezen aan de
                                            producten van de productenraming; </al></li><li nr="b."><al>de budgetten uit de productenraming en kredieten voor
                                            investeringen passen binnen de kaders zoals
                                            geautoriseerd bij de vaststelling van de uiteenzetting
                                            van de financiële positie;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de lasten van de programma’s
                                    zoals geautoriseerd in de (gewijzigde) begroting niet worden
                                    overschreden.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Beheersing en Interne controle</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en de
                                    rechtmatigheid van de jaarrekening zorg voor de jaarlijkse
                                    interne toetsing van de getrouwheid van de
                                    informatieverstrekking, en de rechtmatigheid van de
                                    beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college
                                    maatregelen tot herstel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt ten minste elke vier jaar een nota aan inzake
                                    de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van de
                                    gemeentelijke regelingen. De raad stelt deze nota vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van
                                    een aantal bedrijfsonderdelen op juistheid, volledigheid en
                                    tijdigheid van de bestuurlijke informatievoorziening, de
                                    rechtmatigheid van beheershandelingen en op misbruik en
                                    oneigenlijk gebruik van de gemeentelijke regelingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college zorgt op basis van de resultaten van de toets
                                    bedoeld in het derde lid indien nodig voor een plan van
                                    verbetering. Het college neemt op basis van het plan van
                                    verbetering maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De resultaten van de toets en het plan van verbetering worden
                                    ter kennisgeving aan de raad aangeboden.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Rapportage en Verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Tussentijdse rapportage en informatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college informeert de raad minimaal twee keer per jaar op
                                    door de raad te bepalen tijdstippen door middel van tussentijdse
                                    rapportages over de realisatie van de programmabegroting van de
                                    gemeente van het lopende boekjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de
                                    programma-indeling van de begroting.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rapportages gaan in op afwijkingen, zowel wat betreft de
                                    baten en lasten als de maatschappelijke effecten en de
                                    doelstellingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt
                                    pas een besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn
                                    wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen -
                                    voorzover het betreft niet bij de programmabegroting
                                    vastgestelde afzonderlijke verplichtingen- inzake:</al><lijst><li nr="a."><al> investeringen groter dan € 50.000;</al></li><li nr="b."><al> aankoop en verkoop van goederen en diensten groter dan
                                            € 50.000;</al></li><li nr="c."><al>het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties
                                            groter dan € 50.000;</al></li><li nr="d."><al>nieuwe meerjarige verplichtingen waarvan de jaarlijkse
                                            lasten groter zijn dan € 20.000.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college legt verantwoording af over de uitvoering van de
                                    programma’s. In de verantwoording geeft het college aan:</al><lijst><li nr="a."><al>wat is bereikt;</al></li><li nr="b."><al>wat de kosten zijn;</al></li><li nr="c."><al>hoe de resultaten zich verhouden tot de in de begroting
                                            gestelde doelen;</al></li><li nr="d."><al>de wijze waarop getracht is de beoogde effecten te
                                            bereiken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma’s
                                    of de beleidsdoelen van de programma’s voor het lopende jaar
                                    bijstelling behoeven.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>2.</nr><titel>Financiële positie</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Kaderstellen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Financiële positie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor, dat al het beleid waartoe de
                                    raad heeft besloten, in de uiteenzetting van de financiële
                                    positie en de meerjarenramingen is opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het totaalbedrag aan verleende garanties en waarborgen worden
                                    bij de uiteenzetting van de financiële positie expliciet
                                    vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de financiële
                                    positie de investeringskredieten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Waardering en afschrijving vaste activa</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een
                                    bepaald actief worden lineair in ten hoogste vijf jaar
                                    afgeschreven. Het saldo van agio en disagio worden lineair
                                    afgeschreven maximaal gelijk aan de looptijd van de lening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten
                                    laste van de exploitatie gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De materiele vaste activa met een meerjarig economisch nut,
                                    zoals bedoeld in artikel 35 van het Besluit begroting en
                                    verantwoording provincies en gemeenten, worden lineair
                                    afgeschreven op basis van de verwachte technische gebruiksduur.
                                    Indien de economische gebruiksduur kleiner is dan de technische
                                    levensduur wordt afgeschreven op basis van de economische
                                    gebruiksduur. Bij de afschrijvingen wordt een consistente lijn
                                    gehanteerd.</al><al>Slechts om gegronde redenen mogen de afschrijvingen geschieden
                                    op andere grondslagen dan die welke in het voorafgaande
                                    begrotingsjaar zijn toegepast. </al><al>Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 25.000 worden
                                    niet geactiveerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onder activa met een meerjarig maatschappelijk nut, zoals
                                    bedoeld in artikel 35 van het Besluit begroting en
                                    verantwoording provincies en gemeenten, worden verstaan
                                    investeringen in aanleg en onderhoud van: (inrichting) wegen,
                                    waterwegen; civiele kunstwerken, groen en kunstwerken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Aankoop en vervaardiging van activa met een meerjarig
                                    maatschappelijk nut worden onder aftrek van bijdragen van derden
                                    en bestemmingsreserves ten laste van de exploitatie gebracht.
                                    Hiervan kan bij raadsbesluit worden afgeweken. In geval van
                                    activering bij raadbesluit wordt het actief lineair afgeschreven
                                    over de verwachte levensduur van het actief of een kortere, door
                                    de raad aan te geven tijdsduur conform artikel 10 lid 3.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor openstaande vorderingen betreffende de gemeentelijke
                                    belastingen wordt indien nodig een voorziening wegens
                                    oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische percentage
                                    van oninbaarheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de overige vorderingen wordt indien nodig een voorziening
                                    wegens oninbaarheid gevormd op basis van het gecalculeerde
                                    risico op inbaarheid van de openstaande vorderingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt eenmaal in de vier jaar een nota reserves en
                                    voorzieningen &amp; weerstandsvermogen en risicomanagement
                                    aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De nota behandelt voor wat het onderdeel reserves en
                                    voorzieningen betreft, in ieder geval het beleid ten aanzien
                                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>de vorming en besteding en opheffing van reserves;</al></li><li nr="b."><al>de vorming en besteding opheffing van
                                            voorzieningen;</al></li><li nr="c."><al>de toerekening en verwerking van rente over de reserves
                                            en de voorzieningen,</al></li></lijst><al>in relatie tot het onderdeel weerstandsvermogen zoals bedoeld in
                                    artikel 17.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad stelt deze nota vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten van de
                                    gemeente Kampen wordt een systeem van kostentoerekening
                                    gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe
                                    kosten alleen die indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks
                                    samenhangen met de door de gemeente verleende producten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de indirecte kosten worden betrokken de bijdragen aan
                                    reserves voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken
                                    activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en
                                    voor rioolrechten, reinigingsrechten en afvalstoffenheffing de
                                    compensabele BTW.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gemeente Kampen hanteert een vast rentepercentage voor de
                                    toerekening van de rentelasten. Dit percentage is gebaseerd op
                                    het percentage dat gemiddeld in de tijd gezien op de
                                    kapitaalmarkt geldt voor langlopende geldleningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt bij de uitoefening van de
                                    financieringsfunctie zorg voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantrekken van voldoende financiële middelen en het
                                            uitzetten van overtollige gelden om de programma’s
                                            binnen de door de raad vastgestelde kaders van de
                                            begroting uit te kunnen voeren;</al></li><li nr="b."><al>het beheersen van de risico’s verbonden aan de
                                            financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s
                                            en kredietrisico’s;</al></li><li nr="c."><al>het zo veel mogelijk beperken van de kosten van de
                                            leningen en het bereiken van een voldoende rendement op
                                            de uitzettingen;</al></li><li nr="d."><al>het beperken van de interne verwerkingskosten en externe
                                            kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële
                                            posities.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college neemt bij de uitvoering van de financieringsfunctie
                                    de volgende richtlijnen in acht:</al><lijst><li nr="a."><al>het uitzetten van overtollige geldmiddelen gebeurt
                                            uitsluitend bij financiële instellingen met minimaal een
                                            AA-rating afgegeven door tenminste één gezaghebbende
                                            rating agency, of bij instellingen voor wiens
                                            waardepapieren een solvabiliteitseis geldt van 0%.</al></li><li nr="b."><al>overtollige geldmiddelen worden uitsluitend uitgezet
                                            tegen vastrentende waarden, dan wel in producten waarbij
                                            de hoofdsom tenminste aan het eind van de looptijd in
                                            tact is. </al></li><li nr="c."><al>Derivaten worden uitsluitend gebruikt ter beperking van
                                            financiële risico’s;.</al></li><li nr="d."><al>voor het aantrekken van financieringen voor langer dan 1
                                            jaar worden tenminste 2 prijsopgaven bij verschillende
                                            financiële instellingen gevraagd;. </al></li><li nr="e."><al>overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het
                                            uitzetten van middelen of het verlenen van garanties
                                            luiden in euro;. </al></li><li nr="f."><al>voor de kasgeldlimiet en de renterisiconorm gelden de
                                            wettelijke waarden. Het college informeert de raad
                                            indien de kasgeldlimiet of de renterisiconorm dreigen te
                                            worden overschreden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van
                                    financiële participaties anders dan genoemd in het tweede lid
                                    worden uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak. Bij
                                    het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het
                                    aangaan van financiële participaties uit hoofde van de publieke
                                    taak bedingt het college indien mogelijk zekerheden. Het college
                                    motiveert in zijn besluit het openbaar belang van dergelijke
                                    uitzettingen van middelen, verstrekkingen van garanties en
                                    financiële participaties.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college stelt regels op ter uitvoering van het gestelde
                                    onder het eerste tot en met derde lid en legt deze regels
                                    alsmede de regels voor taken en bevoegdheden, de
                                    verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening
                                    vast in een besluit treasurystatuut. Het college zendt het
                                    besluit treasurystatuut ter kennisgeving aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Registratie bezittingen, activa en vermogen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor, dat de registratie en de
                                    ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de gemeente
                                    systematisch worden gecontroleerd, met dien verstande dat de
                                    waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de
                                    (debiteuren-)vorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen
                                    leningen en de (crediteuren-)schulden jaarlijks worden
                                    gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen tenminste
                                    eenmaal in de 4 jaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij afwijkingen in de registratie van bezittingen neemt het
                                    college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen. De
                                    resultaten van de controle en eventuele plannen van verbetering
                                    worden ter kennisgeving aan de raad aangeboden.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>3.</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Lokale heffingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt tenminste eenmaal in de vier jaar een nota lokale
                                heffingen aan. Deze nota behandelt in ieder geval:</al><lijst><li nr="-"><al>de samenstelling van het pakket aan gemeentelijke
                                        belastingen en heffingen;</al></li><li nr="-"><al>de kostendekkendheid van de heffingen;</al></li><li nr="-"><al>de druk van de lokale belastingen en heffingen;</al></li><li nr="-"><al>het kwijtscheldingsbeleid en het tarievenbeleid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De nota bevat voorts een overzicht van de verordeningen met de
                                bijbehorende vaststellingsdata waarin tarieven, heffingen en prijzen
                                zijn vastgelegd. Het college draagt er zorg voor dat er een actueel
                                overzicht is van de tarieven, heffingen, prijzen en kosten per
                                verstrekte dienst.</al><al>De raad stelt de nota vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de begroting en jaarstukken doet het college in de paragraaf
                                lokale heffingen verslag van: de geraamde cq gerealiseerde
                                opbrengsten per lokale heffing; het volume en bedrag aan
                                kwijtscheldingen; de kostendekkendheid; de (ontwikkeling van de)
                                lokale lastendruk.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Weerstandsvermogen en risicomanagement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gelet op het gestelde in artikel 12 lid 1 wordt in genoemde nota -
                                voor wat het onderdeel weerstandsvermogen en risicomanagement
                                betreft - minimaal ingegaan op:</al><lijst><li nr="-"><al>het omschrijven van de risico’s (in brede zin)</al></li><li nr="-"><al>hoe met de risico’s wordt omgegaan (risicomanagement)</al></li><li nr="-"><al>het gewenste en minimale weerstandsvermogen</al></li><li nr="-"><al>de relatie tussen – en beleid op weerstandsvermogen en de
                                        risico’s van materieel belang.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college geeft aan in de paragraaf weerstandsvermogen van de
                                begroting en van de jaarstukken de risico’s van materieel belang en
                                een inschatting van de kans dat deze risico’s zich voordoen. Het
                                college brengt hierbij in elk geval de risico’s in beeld en
                                actualiseert de risico’s genoemd in de nota bedoeld in het eerste
                                lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt eens in de vier jaar een nota onderhoud
                                kapitaalgoederen.</al><al>De nota bevat tenminste de volgende kapitaalgoederen:</al><lijst><li nr="-"><al>wegen</al></li><li nr="-"><al>riolering</al></li><li nr="-"><al>water</al></li><li nr="-"><al>groen</al></li><li nr="-"><al>gebouwen.</al></li></lijst><al>Van de kapitaalgoederen wordt aangegeven:</al><lijst><li nr="-"><al>het beleidskader en beleidsvisie (het minimale en gewenste
                                        kwaliteitsniveau in samenhang met het onderhoudsniveau)</al></li><li nr="-"><al>de uit het beleidskader voortvloeiende financiële
                                        consequenties</al></li><li nr="-"><al>de normkostensystematiek en het meerjarig budgettair
                                        beslag.</al></li></lijst><al>De raad stelt de nota vast. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf
                                onderhoud kapitaalgoederen verslag over de voortgang van het
                                geplande onderhoud en het eventuele achterstallig onderhoud aan
                                openbaar groen, water, wegen, riolering, gebouwen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Financiering</titel></kop><al>Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf
                            financiering in ieder geval verslag van:</al><lijst><li nr="a"><al>de kasgeldlimiet;</al></li><li nr="b"><al>de renterisico norm;</al></li><li nr="c"><al>de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de
                                    komende drie jaar;</al></li><li nr="d"><al>de rentevisie en</al></li><li nr="e"><al>de rentekosten en rente-opbrengsten verbonden aan de
                                    financieringsfunctie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Bedrijfsvoering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt tenminste eenmaal in de vier jaar een nota
                                bedrijfsvoering vast. De nota wordt ter kennisgeving aan de raad
                                gezonden. In de nota wordt speciale aandacht geschonken aan de
                                relatie tussen het gemeentelijk apparaat en de inwoners van de
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de bedrijfsvoeringsparagraaf in de begroting wordt in ieder geval
                                ingegaan op:</al><lijst><li nr="-"><al>de actuele onderwerpen die aandacht behoeven met het oog op
                                        doelmatigheid, doeltreffendheid, betrouwbaarheid,
                                        transparantie en de relatie met de burger;</al></li><li nr="-"><al>de stand van zaken waarbij een consistente gedragslijn wordt
                                        gehanteerd ten opzichte van de voorgaande jaren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college rapporteert in de bedrijfsvoeringsparagraaf van de
                                begroting en jaarstukken over de voortgang van de onderzoeken naar
                                de doelmatigheid en doeltreffendheid, bedoeld in artikel 213a
                                Gemeentewet, en de uitputting van de bijbehorende budgetten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Verbonden partijen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt tenminste eenmaal in de vier jaar een nota
                                verbonden partijen aan.</al><al>De raad stelt de nota vast. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van elk van de verbonden partijen wordt weergegeven het openbaar
                                belang, het eigen vermogen en het financieel resultaat voor de
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De nota bevat voorts de kaders voor het beleid aangaande (het
                                aangaan van nieuwe) participaties met name de condities waaronder
                                het publiek belang is gediend met behartiging door verbonden
                                partijen, de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de
                                verbonden partijen en de financiële voorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de begroting en de jaarstukken wordt in de paragraaf verbonden
                                partijen in elk geval ingegaan op nieuwe verbonden partijen, het
                                beëindigen van bestaande verbonden partijen, het wijzigen van
                                bestaande verbonden partijen en eventuele problemen bij bestaande
                                verbonden partijen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Grondbeleid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt ten minste eens in de vier jaar een nota
                                grondbeleid, aan ter behandeling en vaststelling door de raad. In
                                deze nota wordt aandacht besteed aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de relatie met de programma’s van de begroting;</al></li><li nr="b."><al>de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de
                                        gemeente;</al></li><li nr="c."><al>te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;</al></li><li nr="d."><al>de voorraadverwerving en uitgifte van gronden;</al></li><li nr="e."><al>de uitgifte van gronden in erfpacht en de bijstelling van
                                        erfpachtvergoedingen.</al></li></lijst><al>De raad stelt de nota vast. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de paragraaf grondbeleid van de begroting en de jaarstukken wordt
                                ingegaan op de uitvoering van de nota grondbeleid.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>4.</nr><titel>Financiële organisatie en administratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Administratie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij dienstbaar
                                is voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in
                                        de gemeente als geheel en in de te onderscheiden
                                        afdelingen;</al></li><li nr="b."><al>het waarborgen van de rechtmatigheid en bevorderen van de
                                        doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde
                                        bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                        begroting en ter zake geldende wet- en regelgeving;</al></li><li nr="c."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                        doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde
                                        bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                        begroting en ter zake geldende wet- en regelgeving;</al><al> en het verstrekken van informatie over de financiële
                                        positie van de gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoofden van de afdelingen verstrekken de gemeentelijke
                                administraties alle gegevens en stukken die noodzakelijk zijn voor
                                een goede verzorging van de administratie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De hoofden van de afdelingen nemen zodanige maatregelen op
                                organisatorisch- en administratief gebied opdat aan de
                                verplichtingen als bedoeld in lid 2 tijdig en volledig wordt
                                voldaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De sectordirecteuren zien erop toe dat deze maatregelen worden
                                uitgevoerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Financiële administratie</titel></kop><al>Het college draagt er zorg voor dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de inrichting en de werking van de financiële administratie
                                    voldoet aan het Besluit begroting en verantwoording provincies
                                    en gemeenten en andere relevante wet- en regelgeving;</al></li><li nr="b."><al>de vereiste informatie verstrekt wordt aan het rijk, de
                                    provincie en de Europese Unie, alsmede aan andere instellingen
                                    die specifieke verantwoordingsverplichtingen opleggen aan
                                    gemeenten;</al></li><li nr="c."><al>er een regeling van de ambtelijke organisatie wordt
                                    vastgesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Aanbesteding en inkoop</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor en legt vast de interne regels (protocol)
                            voor de inkoop en aanbesteding van werken en diensten. De regels
                            waarborgen dat wordt gehandeld in overeenstemming met de regels terzake
                            van de Europese Unie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>5.</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met terugwerkende kracht met
                                ingang van 1 januari 2005.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De “Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid,
                                alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de
                                financiële organisatie van de gemeente Kampen” vastgesteld op 27
                                maart 2003 wordt met terugwerkende kracht ingetrokken met ingang van
                                1 januari 2005.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam “Financiële
                            verordening gemeente Kampen”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad donderdag 31 maart 2005</al></slotformulering><ondertekening><functie>de voorzitter</functie><naam><achternaam> mr. ing. J. Oosterhof</achternaam></naam></ondertekening><ondertekening><functie>de griffier</functie><naam><achternaam> mr. P. J. N. van de Geyn</achternaam></naam></ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>