<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR98611_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Cromstrijen 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Cromstrijen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Cromstrijen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Kompas d.d. 29 april 2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-03-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-04-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>1120418</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Cromstrijen 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>- Algemene bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 1.1 - Begripsbepalingen</al><al>Artikel 1.2 - Beslistermijn</al><al>Artikel 1.3 - Indiening aanvraag</al><al>Artikel 1.4 - Voorschriften en beperkingen</al><al>Artikel 1.5 - Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</al><al>Artikel 1.6 - Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</al><al>Artikel 1.7 - Termijnen</al><al>Artikel 1.8 - Weigeringsgronden</al><al>Artikel 1.9 - Positieve fictieve beschikking van toepassing </al><al>Artikel 1.10 - Positieve fictieve beschikking niet van toepassing</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>- Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>– Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.1 - Samenscholing en ongeregeldheden</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>- Betoging</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.2 - Optochten (vervallen)</al><al>Artikel 2.3 - Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</al><al>Artikel 2.4 - Afwijking termijn (vervallen)</al><al>Artikel 2.5 - Te verstrekken gegevens (vervallen)</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>- Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.6 - Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte
                                stukken of afbeeldingen</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>- Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.7 - Feest, muziek en wedstrijd e.d. (vervallen)</al><al>Artikel 2.8 - Dienstverlening (vervallen)</al><al>Artikel 2.9 - Straatartiest</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>- Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.10 A - Vergunning voor het plaatsen van voorwerpen op of
                                aan de weg in strijd met de publieke functie van de weg</al><al>Artikel 2.10 B - Afbakeningsbepalingen en uitzonderingen</al><al>Artikel 2.10 C - Beslistermijn</al><al>Artikel 2.10 D - Vrij te stellen categorieën</al><al>Artikel 2.11 - Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg</al><al>Artikel 2.12 - Maken, veranderen van een uitweg</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>- Veiligheid op de weg</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.13 - Veroorzaken van gladheid</al><al>Artikel 2.14 - Winkelwagentjes</al><al>Artikel 2.15 - Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</al><al>Artikel 2.16 - Openen straatkolken e.d.</al><al>Artikel 2.17 - Kelderingangen e.d.</al><al>Artikel 2.18 - Rookverbod in bossen en natuurterreinen</al><al>Artikel 2.19 - Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp (vervallen)</al><al>Artikel 2.20 - Vallende voorwerpen</al><al>Artikel 2.21 - Voorzieningen voor verkeer en verlichting</al><al>Artikel 2.22 - Objecten onder hoogspanningslijn</al><al>Artikel 2.23 - Veiligheid op het ijs</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>- Evenementen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.24 - Begripsbepaling</al><al>Artikel 2.25 - Evenement</al><al>Artikel 2.26 - Ordeverstoring</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>- Toezicht op horecabedrijven</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.27 - Begripsbepalingen</al><al>Artikel 2.28 - Exploitatievergunning horecabedrijf</al><al>Artikel 2.29 - Sluitingstijd</al><al>Artikel 2.29a - Terras</al><al>Artikel 2.29b - Sluitingstijden sportkantines</al><al>Artikel 2.30 - Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting</al><al>Artikel 2.31 - Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</al><al>Artikel 2.32 - Handel in horecabedrijven</al><al>Artikel 2.33 - Ordeverstoring</al><al>Artikel 2.34 - Het college als bevoegd bestuursorgaan</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>- Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.35 - Begripsbepaling</al><al>Artikel 2.36 - Kennisgeving exploitatie</al><al>Artikel 2.37 - Nachtregister</al><al>Artikel 2.38 - Verschaffing gegevens nachtregister</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>- Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.39 - Speelgelegenheden</al><al>Artikel 2.40 - Speelautomaten (gereserveerd)</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11</nr><titel>- Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.41 - Betreden gesloten woning of lokaal</al><al>Artikel 2.41a - Verblijfsontzegging</al><al>Artikel 2.42 - Plakken en kladden</al><al>Artikel 2.43 - Vervoer plakgereedschap e.d.</al><al>Artikel 2.44 - Vervoer inbrekerswerktuigen</al><al>Artikel 2.45 - Betreden van plantsoenen e.d.</al><al>Artikel 2.46 - Rijden over bermen e.d.</al><al>Artikel 2.47 - Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</al><al>Artikel 2.47a - Openbare zedelijkheid</al><al>Artikel 2.48 - Openlijk drankgebruik</al><al>Artikel 2.49 - Verboden gedrag bij of in gebouwen</al><al>Artikel 2.50 - Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                ruimten</al><al>Artikel 2.51 - Neerzetten van fietsen e.d.</al><al>Artikel 2.52 - Overlast van fiets of bromfiets op markt- en
                                kermisterrein e.d.</al><al>Artikel 2.53 - Bespieden van personen</al><al>Artikel 2.54 - Bewakingsapparatuur (vervallen)</al><al>Artikel 2.55 - Nodeloos alarmeren (vervallen)</al><al>Artikel 2.56 - Alarminstallaties (vervallen)</al><al>Artikel 2.57 - Loslopende honden</al><al>Artikel 2.58 - Verontreiniging door honden</al><al>Artikel 2.59 - Gevaarlijke honden</al><al>Artikel 2.60 - Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</al><al>Artikel 2.61 - Wilde dieren (vervallen)</al><al>Artikel 2.62 - Loslopend vee </al><al>Artikel 2.63 - Duiven</al><al>Artikel 2.64 - Bijen</al><al>Artikel 2.65 - Bedelarij (gereserveerd)</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12</nr><titel>- Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.66 - Begripsbepaling</al><al>Artikel 2.67 - Verplichtingen met betrekking tot het
                                verkoopregister</al><al>Artikel 2.68 - Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het
                                Wetboek van Strafrecht</al><al>Artikel 2.69 - Vervreemding van door opkoop verkregen goederen
                                (vervallen)</al><al>Artikel 2.70 - Handel in horecabedrijven (vervallen)</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13</nr><titel>- Vuurwerk</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.71 - Begripsbepalingen</al><al>Artikel 2.72 - Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk
                                tijdens de verkoopdagen </al><al>Artikel 2.73 - Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                jaarwisseling</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14</nr><titel>- Drugsoverlast</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.74 - Drugshandel op straat</al><al>Artikel 2.74a - Openlijk gebruik van drugs</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15</nr><titel>- Bestuurlijke ophouding, veiligheidsricisogebieden en
                                camaraoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.75 - Bestuurlijke ophouding</al><al>Artikel 2.76 - Veiligheidsricisogebieden </al><al>Artikel 2.77 - Cameratoezicht op openbare plaatsen</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>- Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>- Begripsbepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3.1 - Begripsbepalingen</al><al>Artikel 3.2 - Bevoegd bestuursorgaan</al><al>Artikel 3.3 - Nadere regels</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>- Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels e.d.</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3.4 - Seksinrichtingen</al><al>Artikel 3.5 - Gedragseisen exploitant en beheerder</al><al>Artikel 3.6 - Sluitingstijden</al><al>Artikel 3.7 - Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                sluiting</al><al>Artikel 3.8 - Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                beheerder</al><al>Artikel 3.9 - Straatprostitutie</al><al>Artikel 3.10 - Sekswinkels</al><al>Artikel 3.11 - Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen e.d.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>- Beslissingstermijn; weigeringsgronden</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3.12 - Beslissingstermijn</al><al>Artikel 3.13 - Weigeringsgronden</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>- Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3.14 - Beëindiging exploitatie</al><al>Artikel 3.15 - Wijziging beheer</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>- Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>– Geluidhinder en verlichting</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4.1 - Begripsbepalingen</al><al>Artikel 4.2 - Aanwijzing collectieve festiviteiten</al><al>Artikel 4.3 - Kennisgeving incidentele festiviteiten</al><al>Artikel 4.4 - (Geluid)hinder door dieren</al><al>Artikel 4.5 - Onversterkte muziek</al><al>Artikel 4.6 - Overige geluidhinder</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>- Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4.7 - Straatvegen</al><al>Artikel 4.8 - Natuurlijke behoefte doen</al><al>Artikel 4.9 - Toestand van sloten en andere wateren en niet-openbare
                                riolen en putten buiten gebouwen</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>- Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4.10 - Begripsbepalingen</al><al>Artikel 4.11 - Kapvergunning</al><al>Artikel 4.12 - Vergunning ex lege</al><al>Artikel 4.12a - Bijzondere vergunningsvoorschriften</al><al>Artikel 4.12b - Gevaarlijke bomen</al><al>Artikel 4.12c - Bestrijding boomziekte</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>- Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4.13 - Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                enz.</al><al>Artikel 4.14 - Stankoverlast door gebruik van meststoffen</al><al>Artikel 4.15 - Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</al><al>Artikel 4.16 - Vergunningsplicht lichtreclame</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>– Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4.17 - Begripsbepaling</al><al>Artikel 4.18 - Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</al><al>Artikel 4.19 - Aanwijzing kampeerplaatsen</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>- Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>- Parkeerexcessen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5.1 - Begripsbepalingen</al><al>Artikel 5.2 - Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</al><al>Artikel 5.3 - Te koop aanbieden van voertuigen</al><al>Artikel 5.4 - Defecte voertuigen</al><al>Artikel 5.5 - Voertuigwrakken</al><al>Artikel 5.6 - Kampeermiddelen e.a.</al><al>Artikel 5.7 - Parkeren van reclamevoertuigen</al><al>Artikel 5.8 - Parkeren van grote voertuigen</al><al>Artikel 5.9 - Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen e.d.</al><al>Artikel 5.10 - Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                stoffen</al><al>Artikel 5.11 - Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</al><al>Artikel 5.12 - Overlast van fiets of bromfiets</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>- Collecteren</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5.13 - Inzameling van geld of goederen</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>– Venten</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5.14 - Begripsbepaling</al><al>Artikel 5.15 - Ventverbod</al><al>Artikel 5.16 - Vrijheid van meningsuiting</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>– Standplaatsen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5.17 - Begripsbepaling</al><al>Artikel 5.18 - Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</al><al>Artikel 5.19 - Toestemming rechthebbende</al><al>Artikel 5.20 - Afbakeningsbepalingen</al><al>Artikel 5.21 - Aanhoudingsplicht</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>– Snuffelmarkten</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5.22 - Begripsbepaling</al><al>Artikel 5.23 - Organiseren van een snuffelmarkt </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>- Openbaar water</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5.24 - Voorwerpen op, in of boven openbaar water</al><al>Artikel 5.25 - Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</al><al>Artikel 5.26 - Aanwijzingen ligplaats</al><al>Artikel 5.27 - Verbod innemen ligplaats</al><al>Artikel 5.28 - Beschadigen van waterstaatswerken </al><al>Artikel 5.29 - Reddingsmiddelen</al><al>Artikel 5.30 - Veiligheid op het water</al><al>Artikel 5.31 - Overlast aan vaartuigen</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>- Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5.32 - Crossterreinen</al><al>Artikel 5.33 - Beperking verkeer in natuurgebieden</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>- Verbod vuur te stoken</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5.34 - Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen
                                of anderszins vuur te stoken</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>- Verstrooiing van as</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5.35 - Begripsbepaling</al><al>Artikel 5.36 - Verboden plaatsen</al><al>Artikel 5.37 - Hinder of overlast</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>- Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 6.1 - Strafbepaling</al><al>Artikel 6.2 - Toezichthouders</al><al>Artikel 6.3 - Binnentreden woningen</al><al>Artikel 6.4 - Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude
                            verordening</al><al>Artikel 6.5 - Overgangsbepaling</al><al>Artikel 6.6 - Citeertitel</al><al><vet>HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN</vet><vet>Artikel 1:1
                                Begripsbepalingen</vet> In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats,
                                    waaronder begrepen de weg als bedoeld onder b;</al></li><li nr="b."><al>weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                    Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="c."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn;</al></li><li nr="d."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde
                                    staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27,
                                    tweede lid, van de Wegenwet;</al></li><li nr="e."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="f."><al>bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Bouwverordening;</al></li><li nr="g."><al>gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c,
                                    van de Woningwet;</al></li><li nr="h."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen.</al></li><li nr="i."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste
                                    lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning
                            of ontheffing binnen acht weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen
                            is.</al><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                            verlengen.</al><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                            bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                            aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:10 A, derde lid,
                            artikel 2:11, 2:12, 4:11 of artikel 4:16.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan zes weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager
                                de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het bestuursorgaan
                                besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd met ten hoogste acht weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al><vet>Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</vet>
                            De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning zich
                            daartegen verzet<cursief>.</cursief><vet>Artikel 1:6 Intrekking of
                                wijziging van vergunning of ontheffing</vet> De vergunning of
                            ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd: </al><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn
                            verstrekt;</al><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten
                            opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking
                            of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter
                            bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;</al><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en
                            beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen
                            een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde
                            termijn, binnen een redelijke termijn;</al><al>indien de houder dit verzoekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al><vet>Artikel 1:7 Termijnen</vet> De vergunning of ontheffing geldt voor
                            onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is
                            bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen
                            verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al><vet>Artikel 1:8 Weigeringsgronden</vet> De vergunning of ontheffing kan
                            door het bevoegd gezag of het bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd
                            in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu;</al></li><li nr="e."><al>bestemmingsplan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:9</nr><titel>Positieve fictieve beschikking van toepassing</titel></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing voor de
                            volgende artikelen in deze verordening:</al><al>Artikel 2:9: Ontheffing van het verbod optreden als straatartiest; </al><al>Artikel 5:23: Vergunning organisatie snuffelmarkt: </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:10</nr><titel>Positieve fictieve beschikking niet van toepassing</titel></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de
                            volgende artikelen in deze verordening:</al><al>Artikel: 2:25 Vergunning evenementen;</al><al>Artikel 2:28 Exploitatievergunning horeca;</al><al>Artikel 2:39: Exploitatievergunning speelgelegenheid;</al><al>Artikel 3:4: Vergunning seksinrichting;</al><al>Artikel 4:18: Ontheffing van het verbod tot recreatief nachtverblijf
                            buiten kampeerterreinen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>OPENBARE ORDE</titel></kop><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>1.</nr><titel>BESTRIJDING VAN ONGEREGELDHEDENArtikel 2:1 Samenscholing en
                                ongeregeldheden</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                        samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend
                                        gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al></li><li nr="2."><al>Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval
                                        waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of
                                        bij een tot toeloop van publiek aanleiding gevende
                                        gebeurtenis waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te
                                        ontstaan, dan wel zich bevindt in of aanwezig is bij een
                                        samenscholing, is verplicht op bevel van een ambtenaar van
                                        politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem
                                        aangewezen richting te verwijderen.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
                                        plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in
                                        het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van
                                        ongeregeldheden zijn afgezet.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde
                                        lid gestelde verbod.</al></li><li nr="5."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor
                                        betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                        levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet
                                        openbare manifestaties.</al></li></lijst><al><vet>AFDELING 2. BETOGING</vet><vet>Artikel 2:2 Optochten</vet>
                                Vervallen </al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging
                                    te houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten
                                    minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk
                                    kennis aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voor zover van toepassing, de wijze van
                                            samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin
                                    het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaande werkdag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                    eerste lid, genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                    kennisgeving in behandeling nemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>Vervallen <vet>Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens</vet>
                                Vervallen </al><al><vet>AFDELING 3. VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKEN</vet></al><al/><al><vet>Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte
                                    stukken of afbeeldingen</vet> Het is verboden gedrukte of
                                geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden
                                dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen
                                openbare plaatsen.</al><lijst><li nr="1."><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot
                                        bepaalde dagen en uren.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of
                                        het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                        afbeeldingen.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod.</al></li></lijst><al><vet>AFDELING 4. VERTONINGEN E.D. OP DE WEG</vet><vet>Artikel 2:7
                                    Feest, muziek en wedstrijd e.d.</vet> Vervallen <vet>Artikel 2:8
                                    Dienstverlening</vet> Vervallen <vet>Artikel 2:9 Straatartiest
                                </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                        straatmuzikant, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of
                                        gids op te treden op door de burgemeester in het belang van
                                        de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid
                                        en het milieu aangewezen openbare plaatsen.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                        bepaalde dagen en uren.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>5.</nr><titel>BRUIKBAARHEID EN AANZIEN VAN DE WEGArtikel 2:10 A: vergunning
                                voor het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de
                                publieke functie van de weg</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder voorafgaande vergunning van het
                                        college de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan
                                        overeenkomstig de publieke functie daarvan. Het college kan
                                        hieromtrent nadere regels stellen.</al></li><li nr="2."><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                        geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de
                                                weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de
                                                weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan,
                                                dan wel een belemmering kan vormen voor het
                                                doelmatig beheer en onderhoud van de weg;</al></li><li nr="b."><al>indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf,
                                                hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan
                                                redelijke eisen van welstand;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                                overlast voor gebruikers van de in de nabijheid
                                                gelegen onroerende zaak.</al><lijst><li nr=""><al>3. Het bevoegd gezag kan een
                                                  omgevingsvergunning verlenen voor het in het
                                                  eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een
                                                  activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2,
                                                  eerste lid, onder j. of onder k. van de Wet
                                                  algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>B: afbakeningsbepalingen en uitzonderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet
                                    voor:</al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li><li nr="b."><al>terrassen als bedoeld in artikel 2:28, vijfde lid;</al></li><li nr="c."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt tevens
                                    niet voor voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens
                                    worden geopenbaard.</al><lijst><li nr="a."><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel
                                            geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                            wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken
                                            of het Provinciaal wegenreglement.</al></li><li nr="b."><al>De weigeringsgrond van het tweede lid, onder a, van het
                                            vorige artikel geldt niet voor zover in het daarin
                                            geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                                            Wegenverkeerswet.</al></li><li nr="c."><al>De weigeringsgrond van het tweede lid, onder b, van het
                                            vorige artikel geldt niet voor bouwwerken;</al></li><li nr="d."><al>De weigeringsgrond van het tweede lid, onder c, van het
                                            vorige artikel geldt niet voorzover in het geregelde
                                            onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>C: beslistermijn</titel></kop><al> De vergunning wordt geacht te zijn geweigerd, wanneer niet binnen
                                de in artikel 1:2 eerste en tweede lid genoemde termijn een
                                beslissing is genomen op de aanvraag voor een vergunning die niet
                                met toepassing van artikel 2:10 A, derde lid, wordt verleend.
                                    <vet>Artikel 2:10 D: vrij te stellen categorieën</vet> Het
                                college kan categorieën van voorwerpen aanwijzen waarvoor het verbod
                                in het eerste lid van artikel A niet geldt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een
                                    weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een
                                    weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                    wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen
                                    in de wijze van aanleg van een weg. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het
                                    uitvoeren van hun publieke taak.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend: a. als omgevingsvergunning door
                                    het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een
                                    bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                    voorbereidingsbesluit; b. door het college in de overige
                                    gevallen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het
                                    uitvoeren van hun publieke taak.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                    beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement,
                                    de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop
                                    gebaseerde gemeentelijke Telecommunicatieverordening.</al><lijst><li nr=""><al><vet>Artikel 2:12 Omgevingsvergunning voor het maken,
                                                veranderen van een uitweg.</vet></al><al><vet>Artikel 2:12 </vet><vet>Omgevingsvergunning voor
                                                het maken, veranderen van een uitweg.</vet></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag:</al><lijst><li nr="a."><al>een uitweg te maken naar de weg; </al></li><li nr="b."><al>van de weg gebruik te maken voor het hebben van een
                                            uitweg; </al></li><li nr="c."><al>verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de
                                            weg. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan
                                    wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.
                                </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd in het belang van: </al><lijst><li nr="a."><al>de bruikbaarheid van de weg; </al></li><li nr="b."><al>het veilig en doelmatig gebruik van de weg; </al></li><li nr="c."><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                            omgeving; </al></li><li nr="d."><al>de bescherming van groenvoorzieningen in de
                                            gemeente;</al></li><li nr="e."><al>strijd met de bepalingen van het bestemmingsplan </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal
                                    wegenreglement.</al><lijst><li nr=""><al><vet>AFDELING 6. VEILIGHEID OP DE WEG</vet></al></li><li nr=""><al><vet>Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid</vet></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bij vorst of dreigende vorst water op de weg te
                                    werpen, uit te storten of te laten lopen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 427,
                                    aanhef en onder 4e, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5
                                    van de Wegenverkeerswet 1994.</al><lijst><li nr=""><al/><al><vet>Artikel 2:14 Winkelwagentjes </vet></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter
                                    beschikking stelt, mede ten behoeve van het vervoer van
                                    winkelwaren over de weg, is verplicht ze te voorzien van de naam
                                    van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en de in de
                                    omgeving van dat bedrijf door het publiek op een openbare plaats
                                    achtergelaten winkelwagentjes terstond te verwijderen of te doen
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al> Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of gevaar
                                oplevert.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al><vet>Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d.</vet> Het is aan degene
                                die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput,
                                brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare
                                nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.
                            </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen
                                    betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de
                                    veiligheid van de weggebruikers opleveren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 427,
                                    aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te roken in bossen, op heide of veengronden dan
                                    wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter
                                    daarvan gedurende een door het college aangewezen periode.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in
                                    duingebieden of binnen een afstand van honderd meter daarvan,
                                    voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende
                                    voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten
                                    liggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor
                                    zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende
                                    erven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><al><vet>Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</vet> Vervallen </al><al/><al><vet>Artikel 2:20 Vallende voorwerpen</vet> Het is verboden aan een
                                weg of enig deel van een bouwwerk een voorwerp te hebben dat niet
                                deugdelijk beveiligd is tegen neervallen op de weg. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten
                                    behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de
                                    Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden
                                    van voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse
                                    hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere
                                    objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan
                                    twee meter te plaatsen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen indien de elektrische spanning van de
                                    bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor objecten
                                    die deel uitmaken van de hoogspanningslijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                            beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het
                                            verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in
                                            gevaar te brengen;</al></li><li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                            veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten
                                            te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige
                                            andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te
                                            belemmeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de
                                    Provinciale vaarwegenverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>7.</nr><titel>EVENEMENTENArtikel 2:24 Begripsbepaling</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                        publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met
                                        uitzondering van:</al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid,
                                                onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze
                                                verordening;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de
                                                kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en
                                                Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als
                                                bedoeld in de Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van
                                                deze verordening.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                                artikel 2:3 van deze verordening, op de weg;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan
                                                de weg;</al></li><li nr="e."><al>een klein evenement;</al></li><li nr="f."><al>een grootschalig evenement of een evenement met een
                                                verhoogd risicoprofiel.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Onder klein evenement wordt verstaan een straatfeest of
                                        buurtbarbecue op een dag.</al></li><li nr="4."><al>Onder een evenement als bedoeld in lid 2 onder f. wordt
                                        verstaan een evenement waarvan de aard of de
                                        publieksaantrekkende werking vanuit een oogpunt van openbare
                                        orde en veiligheid dusdanig is, dat daarin zonder nadere
                                        ordening niet kan worden voorzien.</al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    evenement te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een klein evenement,
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 50
                                            personen;</al></li><li nr="b."><al>het evenement tussen 10.00 en 24.00 uur plaats
                                            vindt;</al></li><li nr="c."><al>de muziek uitsluitend ten gehore wordt gebracht tijdens
                                            het evenement;</al></li><li nr="d."><al>het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan,
                                            (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een
                                            belemmering vormt voor het verkeer en de
                                            hulpdiensten;</al></li><li nr="e."><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een
                                            oppervlakte van minder dan 10 m2 per object;</al></li><li nr="f."><al>er een organisator is;</al></li><li nr="g."><al>de organisator binnen tien werkdagen voorafgaand aan het
                                            evenement daarvan melding heeft gedaan aan de
                                            burgemeester.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan binnen vijf dagen na ontvangst van de
                                    melding besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld
                                    in het tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare
                                    orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu
                                    in gevaar komt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op
                                    of aan de weg, voor zover in het geregeld onderwerp wordt
                                    voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ten aanzien van evenementen nadere regels
                                    stellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al> Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. </al><al><vet>AFDELING 8. TOEZICHT OP HORECABEDRIJVEN</vet><vet>Artikel 2:27
                                    Begripsbepalingen</vet> In deze afdeling wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>horecabedrijf: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden
                                        geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie
                                        worden bereid of verstrekt. Onder een horecabedrijf wordt in
                                        ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café,
                                        cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis.
                                        Onder horecabedrijf wordt tevens verstaan een bij dit
                                        bedrijf behorend terras en andere aanhorigheden;</al></li><li nr="b."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting
                                        liggend deel van het horecabedrijf waar sta- of
                                        zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding
                                        dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe
                                        consumptie kunnen worden bereid of verstrekt;</al></li><li nr="c."><al>onder houder wordt in deze paragraaf verstaan: degene die
                                        een horecabedrijf exploiteert op grond van het bepaalde in
                                        artikel 2:28.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploitatievergunning horecabedrijf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder
                                    vergunning van de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of
                                    exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met een geldend
                                    bestemmingsplan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de burgemeester kan de
                                    vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn
                                    oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in
                                    de omgeving van het horecabedrijf of openbare orde op
                                    ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde
                                    weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter
                                    van de straat en de wijk, waarin het horecabedrijf is gelegen of
                                    zal zijn gelegen, de aard van het horecabedrijf en de spanning,
                                    waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal
                                    komen te staan door de exploitatie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het eerste lid geldt niet voor een horecabedrijf in een winkel
                                    als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de
                                    horeca een nevenactiviteit is van de winkelactiviteit;</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de houder van een horecabedrijf verboden zijn bedrijf
                                    voor bezoekers geopend te hebben of aldaar bezoekers toe te
                                    laten of te laten verblijven tussen 01.00 en 06.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan aan de houder van een horecabedrijf
                                    vrijstelling verlenen van het in het eerste lid vervatte verbod,
                                    voor een openstelling voor bezoekers op vrijdagavond en
                                    zaterdagavond - en als naar zijn oordeel sprake is van een
                                    bijzonder geval op andere dagen - tot uiterlijk 03.00 uur de dag
                                    daarop volgend. Bij de beslissing op een aanvraag betreffende
                                    een vrijstelling let de burgemeester in het bijzonder op de
                                    woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf en/of
                                    de openbare orde. Alvorens de burgemeester overgaat tot
                                    verlening van een vrijstelling dient allereerst een
                                    veiligheidsplan ter beoordeling te worden overlegd aan de
                                    politie. Aan een vrijstelling worden voorschriften verbonden.
                                    Deze voorschriften hebben in elk geval betrekking op het
                                    tijdstip tot wanneer nieuwe bezoekers mogen worden toegelaten,
                                    het tijdstip waarop geen alcohol meer verstrekt mag worden, het
                                    omlaag brengen van het geluidsniveau en op het ontsteken van
                                    alle verlichting. Een vrijstelling wordt verleend voor de
                                    periode van maximaal 3 jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan, als naar zijn oordeel sprake is van een
                                    voor een breed publiek van belang zijnde gebeurtenis of
                                    evenement, vrijstelling verlenen van het in het eerste lid
                                    vervatte verbod.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de burgemeester zulks in het belang van de woon- en
                                    leefsituatie in de omgeving van een horecabedrijf en/of de
                                    openbare orde nodig oordeelt, kan hij voor individuele
                                    horecabedrijven een eerder sluitingsuur vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is de houder van een horecabedrijf verboden om na 22.00 uur
                                    nog alcoholhoudende dranken voor het gebruik elders dan ter
                                    plaatse te verstrekken.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De burgemeester kan aan de houder van een horecabedrijf, zijnde
                                    een discotheek, vrijstelling verlenen van het in het eerste lid
                                    vervatte verbod voor een openstelling voor bezoekers op
                                    vrijdagavond en zaterdagavond tot uiterlijk 05.00 uur de dag
                                    daarop volgend. Bij de beslissing op een aanvraag betreffende
                                    een vrijstelling let de burgemeester in het bijzonder op de
                                    woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf en/of
                                    de openbare orde. Alvorens de burgemeester overgaat tot
                                    verlening van een vrijstelling dient allereerst een
                                    veiligheidsplan ter beoordeling te worden overlegd aan de
                                    politie. Aan een vrijstelling worden voorschriften verbonden.
                                    Deze voorschriften hebben in elk geval betrekking op het
                                    tijdstip tot wanneer nieuwe bezoekers mogen worden toegelaten,
                                    het tijdstip waarop geen alcohol meer verstrekt mag worden, op
                                    het omlaag brengen van het geluidsniveau en op het ontsteken van
                                    alle verlichting. Een vrijstelling wordt verleend voor de
                                    periode van maximaal 3 jaar.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De vrijstelling als bedoeld in de voorgaande leden wordt
                                    geweigerd dan wel ingetrokken:</al><lijst><li nr="a."><al>indien naar het oordeel van de burgemeester de woon- en
                                            leefsituatie in de omgeving van een horecabedrijf en/of
                                            de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt
                                            beïnvloed;</al></li><li nr="b."><al>indien de houder van een horecabedrijf naar het oordeel
                                            van de burgemeester niet of onvoldoende heeft aangetoond
                                            dat hij al het mogelijke heeft gedaan teneinde overmatig
                                            hinder en/of overlast voor de omgeving van zijn
                                            horecabedrijf te voorkomen;</al></li><li nr="c."><al>indien de houder van een horecabedrijf geen door de
                                            politie goedgekeurd veiligheidsplan heeft ingediend dan
                                            wel zich niet aan de daarin gestelde regels houdt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor zover op de
                                    Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften van toepassing
                                    zijn.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor een bij een
                                    horecabedrijf behorend terras.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29a</nr><titel>Terras</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de houder van een bij een horecabedrijf behorend terras
                                    verboden zijn terras voor bezoekers geopend te hebben of aldaar
                                    bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 23.00 en
                                    08.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan vrijstelling verlenen van het in het eerste
                                    lid vervatte verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de burgemeester zulks in het belang van de woon- en
                                    leefsituatie in de omgeving van een bij een horecabedrijf
                                    behorend terras en/of de openbare orde nodig oordeelt, kan hij
                                    voor individuele horecabedrijven een eerder sluitingsuur van het
                                    terras vaststellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29b</nr><titel>Sluitingstijden sportkantines</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de houder van een horecabedrijf, zijnde een gebouw, in
                                    gebruik als kantine of clubhuis van een vereniging, welke zich
                                    met actieve veld- en of zaalsport bezig houdt, waarvoor
                                    ingevolge artikel 3 van de Drank- en Horecawet door burgemeester
                                    en wethouders vergunning is verleend, verboden dit door
                                    bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of
                                    te laten verblijven na 23.00 uur en voor 07.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan vrijstelling verlenen van het in het eerste
                                    lid vervatte verbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
                                    bijzondere omstandigheden voor een of meer horecabedrijven
                                    tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 en 2:29a geldende
                                    sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van
                                    de Opiumwet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</titel></kop><al><vet>Artikel 2:31 Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</vet> Het
                                is bezoekers verboden zich in een horecabedrijf te bevinden
                                gedurende de tijd dat het bedrijf krachtens artikel 2:29 of 2:29a of
                                ingevolge een op grond van artikel 2:30 genomen besluit gesloten
                                dient te zijn. <vet>Artikel 2:32 Handel in
                                horecabedrijven</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar
                                        als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van
                                        bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het
                                        Wetboek van Strafrecht.</al></li><li nr="2."><al>De exploitant van een horecabedrijf laat niet toe dat een
                                        handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf
                                        enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze
                                        overdraagt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al> Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren.
                                    <vet>Artikel 2:34 Het college als bevoegd bestuursorgaan</vet>
                                Indien een horecabedrijf geen inrichting is in de zin van artikel
                                174 van de Gemeentewet, treedt het college op als bevoegd
                                bestuursorgaan voor de toepassing van artikel 2:28 tot en met 2:31 </al><al><vet>AFDELING 9. TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN
                                    NACHTVERBLIJF</vet><vet>Artikel 2:35 Begripsbepaling</vet> In
                                deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft. <vet>Artikel 2:36 Kennisgeving
                                    exploitatie</vet> Degene die een inrichting opricht, overneemt,
                                verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een
                                inrichting staakt, is verplicht binnen drie dagen daarna daarvan
                                schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al> De houder van een inrichting is verplicht een register, als bedoeld
                                in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, bij te houden dat is
                                ingericht volgens het door de burgemeester vastgestelde model.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al><vet>Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister</vet> Degene
                                die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is
                                verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die
                                inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats,
                                geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de
                                dag van vertrek te verstrekken. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>10.</nr><titel>TOEZICHT OP SPEELGELEGENHEDENArtikel 2:39
                                Speelgelegenheden</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                        publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in
                                        een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt
                                        geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld
                                        inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of
                                        verloren.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                        verbod is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel
                                                30c, eerste lid, onder c, van de Wet op de
                                                Kansspelen vergunning is verleend;</al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie
                                                of de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
                                                verlenen;</al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden
                                                om het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van
                                                de Wet op de kansspelen te beoefenen, of te spelen
                                                op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de
                                                Wet op de kansspelen, of de handeling als bedoeld in
                                                artikel 1, onder a, van de Wet op de kansspelen te
                                                verrichten.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al><lijst><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat
                                                de woon en leefsituatie in de omgeving van de
                                                speelgelegenheid of de openbare orde op
                                                ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de
                                                exploitatie van de speelgelegenheid;</al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in
                                                strijd is met een geldend bestemmingsplan.</al><lijst><li nr=""><al><vet>Artikel 2:40 Speelautomaten</vet></al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><al>Gereserveerd. </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>11.</nr><titel>MAATREGELEN TEGEN OVERLAST EN BALDADIGHEIDArtikel 2:41 Betreden
                                gesloten woning of lokaal</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een
                                        krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning,
                                        een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die
                                        woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een
                                        krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een
                                        niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die
                                        woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek
                                        toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
                                        betreden.</al></li><li nr="3."><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in
                                        de woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                        is.</al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41a</nr><titel>Verblijfsontzegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan, in het belang van de openbare orde of
                                    veiligheid, een verbod opleggen aan degene die de openbare orde
                                    of veiligheid heeft verstoord om zich gedurende een in dat
                                    verbod genoemd tijdvak te bevinden op in dat verbod aangewezen
                                    plaatsen. Dit verbod geldt gedurende de in de bekendmaking van
                                    het verbod genoemde periode die ten hoogste twaalf weken kan
                                    bedragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester gaat niet over tot aanwijzing van gebieden
                                    waarvoor een verblijfsontzegging kan gelden, of tot omschrijving
                                    van overtredingen die tot een verblijfsontzegging kunnen leiden,
                                    dan na overleg met de Officier van Justitie, bedoeld in artikel
                                    14 van de Politiewet 1993.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen
                                    of te bekladden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                            aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere
                                            wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een
                                            afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                            doen aanbrengen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                    gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                    toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                    diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>.</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren of bij
                                    zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer,
                                    kleur of verfstof of verfgereedschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2:42.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing indien de genoemde
                                    gereedschappen, voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of
                                    niet zijn bestemd voor de in het eerste lid bedoelde
                                    handelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder
                                ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de gemeente
                                in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen,
                                groenstroken of grasperken, buiten de daarin gelegen wegen of paden.
                            </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                    rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant
                                    van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs
                                    wordt vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>op een openbare plaats te klimmen of zich te
                                                bevinden op een beeld, monument, overkapping,
                                                constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig,
                                                hekheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair
                                                en daarvoor niet bestemd straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat
                                                aan weggebruikers of bewoners van nabij de weg
                                                gelegen woningen onnodig overlast of hinder wordt
                                                veroorzaakt.</al></li><li nr="c."><al>Zich op het terrein van een gemeentelijke
                                                speelvoorziening, een skatevoorziening of dergelijke
                                                voorziening te bevinden gedurende de tijden waarop
                                                deze blijkens de aanduiding gesteld bij de toegang
                                                tot de voorziening gesloten is.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van
                                        het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de
                                        Wegenverkeerswet 1994. </al><lijst><li nr=""><al><vet>Artikel 2:47a Openbare zedelijkheid</vet></al></li></lijst></li></lijst><al>Het is verboden zich op een openbare plaats of op een daarvan af
                                waarneembare plaats zich te bevinden in een houding, toestand of
                                kleding, die uit een oogpunt van openbare zedelijkheid kennelijk
                                kwetsend is of redelijkerwijze kan worden geacht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Openlijk drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats alcoholhoudende drank te
                                    nuttigen indien dit gepaard gaat met gedragingen die de openbare
                                    orde verstoren, het woon- en leefklimaat aantasten of anderszins
                                    overlast veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van
                                    een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
                                    nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bepaalde in het tweede lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat deel uit maakt van een inrichting als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al></li><li nr="b."><al>de plaats, niet zijnde een inrichting, als bedoeld onder
                                            a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35
                                            van de Drank en Horecawet.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                            houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of
                                            een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                    appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                    gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich
                                    zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk
                                    gebruik bestemde ruimte van zo'n gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al><vet>Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek
                                    toegankelijke ruimten</vet> Het is verboden zich zonder redelijk
                                doel op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een
                                voor het publiek toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor
                                een openbaar vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een
                                andere soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel
                                deze te verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan
                                waarvoor de desbetreffende ruimte is bestemd. <vet>Artikel 2:51
                                    Neerzetten van fietsen e.d.</vet> Het is verboden op een
                                openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten
                                staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een
                                gebouw dan wel in de ingang van een portiek indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al><vet>Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en
                                    kermisterrein e.d.</vet> Het is verboden op de door het college
                                of de burgemeester aangewezen uren en plaatsen zich met een fiets of
                                bromfiets te bevinden op een door het college of de burgemeester
                                aangewezen terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst
                                of plechtigheid gehouden wordt die publiek trekt, mits dit verbod
                                kenbaar is aan de bezoekers van het terrein. <vet>Artikel 2:53
                                    Bespieden van personen </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel
                                        een gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de
                                        kennelijke bedoeling deze persoon dan wel een zich in dit
                                        gebouw, deze woonwagen of dit woonschip bevindende persoon,
                                        te bespieden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden door middel van een verrekijker of enig
                                        ander optisch instrument een zich in een gebouw, woonwagen
                                        of woonschip bevindende persoon te bespieden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al><vet>Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur</vet> Vervallen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al> Vervallen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><al> Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond
                                            aangelijnd is;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide of op een andere door het college aangewezen
                                            plaats;</al></li><li nr="c."><al>op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of
                                            een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder
                                            duidelijk doet kennen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod, genoemd in
                                    het eerste lid onder a, niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet
                                    voor zover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn
                                    handicap door een geleidehond laat begeleiden en de hond als
                                    zodanig aantoonbaar gekwalificeerd is of indien een eigenaar of
                                    houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                    geleidehond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr/><al>1. De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te
                                    zorgen dat die hond zich op een openbare plaats niet van
                                    uitwerpselen ontdoet.</al></lid><lid><lidnr/><al>2. De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod wordt opgeheven, indien de eigenaar of houder
                                    van de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk
                                    worden verwijderd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen op een openbare plaats of op
                                    het terrein van een ander:</al><lijst><li nr="a."><al>anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de
                                            eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die
                                            hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijngebod
                                            in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk
                                            vindt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf
                                            nadat het college aan de eigenaar of de houder heeft
                                            bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk
                                            acht en een aanlijn en muilkorfgebod in verband met het
                                            gedrag van die hond noodzakelijk vindt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 2:57, eerste lid onder c, geldt voor
                                    het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond voorzien
                                    moet zijn van een optisch leesbaar, niet- verwijderbaar
                                    identificatiekenmerk in het oor of de buikwand. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> In het eerste lid wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>muilkorf: een muilkorf vervaardigd van stevige
                                            kunststof, of van stevig leer of van beide stoffen, die
                                            door middel van een stevige leren riem rond de hals
                                            zodanig is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen
                                            van de mens niet mogelijk is en die zodanig is ingericht
                                            dat de drager geen mens of dier kan bijten, dat de
                                            afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van
                                            de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf
                                            aanwezig zijn;</al></li><li nr="b."><al>kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met
                                            een lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet
                                            langer is dan 1,50 meter.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer plaatsen aanwijzen waar het ter voorkoming of
                                    opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid
                                    verboden is daarbij aangeduide dieren:</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben,of</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de
                                            door hen gestelde regels, of</al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die
                                            aanwijzing is aangegeven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen
                                    plaats daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben, dan wel
                                    aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het
                                    college gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben in een
                                    groter aantal dan door het college is aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de
                                    gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde
                                    verbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Wilde dieren</titel></kop><al><vet>Artikel 2:61 Wilde dieren</vet> Vervallen. <vet>Artikel 2:62
                                    Loslopend vee</vet> De rechthebbende op vee dat zich bevindt in
                                een aan een weg liggend weiland of terrein dat niet van die weg is
                                afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te
                                zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg
                                niet kan bereiken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Duiven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op duiven is verplicht ervoor te zorgen dat die
                                    duiven niet kunnen uitvliegen tussen 8.00 uur en 18.00 uur in
                                    een door het college te bepalen tijdvak dat ligt tussen 1 maart
                                    en 1 juni.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gesteld gebod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Provinciale
                                    ophokverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bijen te houden:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen een afstand van dertig meter van woningen of
                                            andere gebouwen waar overdag mensen verblijven;</al></li><li nr="b."><al>binnen een afstand van dertig meter van de weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op een
                                    afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een
                                    afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger
                                    als noodzakelijk is om het laag uit en invliegen van de bijen te
                                    voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt
                                    niet voor zover de bijenhouder rechthebbende is op de woningen
                                    of gebouwen als bedoeld in dat lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod geldt
                                    niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                    door het Provinciaal wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>Gereserveerd.</al><al><vet>AFDELING 12. BEPALINGEN TER BESTRIJDING VAN HELING VAN
                                    GOEDEREN</vet><vet>Artikel 2:66 Begripsbepaling </vet> In deze
                                afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als bedoeld in
                                artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel
                                437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. <vet>Artikel 2:67
                                    Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
                                </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                        gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op
                                        andere wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of
                                        namens de burgemeester gewaarmerkt register en daarin
                                        vermeldt hij onverwijld:</al></li><li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                        goed;</al></li><li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen – voor
                                        zover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het
                                        goed;</al></li><li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van
                                        het goed; e. de naam en het adres van degene die het goed
                                        heeft verkregen.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                        verplichtingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek
                                    van Strafrecht</titel></kop><al><vet>Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van
                                    het Wetboek van Strafrecht </vet> De handelaar of een voor hem
                                handelend persoon is verplicht: </al><lijst><li nr="a."><al>de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                        stellen:</al><lijst><li nr="1."><al>dat hij het beroep van handelaar uitoefent met
                                                vermelding van zijn woonadres en het adres van de
                                                bij zijn onderneming behorende vestiging;</al></li><li nr="2."><al>van een verandering van de onder a, sub 1º, bedoelde
                                                adressen;</al></li><li nr="3."><al>als hij het beroep van handelaar niet langer
                                                uitoefent;</al></li><li nr="4."><al>dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs
                                                van een misdrijf afkomstig is of voor de
                                                rechthebbende verloren is gegaan;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                        register ter inzage te geven;</al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                        waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk
                                        zichtbaar zijn;</al></li><li nr="d."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie
                                        dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed
                                        verkregen is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al> Vervallen <vet>Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven </vet>
                                Vervallen </al><al><vet>AFDELING 13. VUURWERK</vet><vet>Artikel 2:71
                                    Begripsbepalingen</vet> In deze afdeling wordt verstaan onder
                                consumentenvuurwerk: Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22
                                januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten-
                                en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen</titel></kop><al><vet>Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk
                                    tijdens de verkoopdagen </vet> Het is verboden in de uitoefening
                                van een bedrijf of nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking
                                te stellen dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te
                                houden, zonder een vergunning van het college van de gemeente waar
                                het bedrijf is of zal worden gevestigd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door
                                        het college in het belang van de voorkoming van gevaar,
                                        schade of overlast aangewezen plaats.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats
                                        te bezigen als dat gevaar, schade of overlast kan
                                        veroorzaken.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                        voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                        door artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van
                                        Strafrecht.</al></li></lijst><al/><al><vet>AFDELING 14. DRUGSOVERLAST</vet></al><al/><al><vet>Artikel 2:74 Drugshandel op straat</vet> Onverminderd het
                                bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan de weg post te
                                vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan wegen
                                in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer of rond te
                                rijden, met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2
                                en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen
                                betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij
                                behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74a</nr><titel>Openlijk gebruik van drugs</titel></kop><al>Het is verboden op of aan de weg, op een voor publiek toegankelijke
                                plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw, middelen als
                                bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet te gebruiken, toe te
                                dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve
                                van dat gebruik voorwerpen en/of stoffen voorhanden te hebben.</al><al><vet>AFDELING 15. BESTUURLIJKE OPHOUDING, VEILIGHEIDSRISICOGEBIEDEN
                                    EN CAMERATOEZICHT OP OPENBARE PLAATSEN </vet></al><al/><al><vet>Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding</vet> De burgemeester kan
                                overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het
                                tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen
                                op een door hem aangewezen plaats indien deze personen het bepaalde
                                in artikel 2:1, 2:2, 2:10, 2:11, 2:16, 2:19, 2:47, 2:48, 2:49, 2:50,
                                2:79, 5:1 van deze verordening groepsgewijs niet naleven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al> De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de
                                    Gemeentewet besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een
                                    bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare
                                    plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste
                                    lid eveneens ten aanzien van andere openbare plaatsen.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D.</titel></kop><structuurtekst><al><vet>AFDELING 1. BEGRIPSBEPALINGEN</vet></al><al><vet>Artikel 3:1 Begripsbepalingen</vet> In dit hoofdstuk wordt verstaan
                            onder:</al><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van
                                    seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;</al></li><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten
                                    van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;</al></li><li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                    ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                    bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                    vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder
                                    een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                    seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of
                                    een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                    erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                    elkaar;</al></li><li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                    rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                    bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats
                                    dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte
                                    waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard
                                    aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon
                                    of rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf
                                    exploiteert of exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die
                                    rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of
                                    personen;</al></li><li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                    onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een seksinrichting
                                    of escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                    uitzondering van:</al></li><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel
                                    6.2.;</al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens
                                    dringende redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst></structuurtekst><afdeling><kop><label/><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd
                                    bestuursorgaan<cursief>:</cursief> het college of, voor zover
                                het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij
                                behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de
                                burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3.13 genoemde belangen, kan het college
                                over de uitoefening van de bevoegdheden in dit hoofdstuk nadere
                                regels vaststellen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>2.</nr><titel>SEKSINRICHTINGEN, STRAATPROSTITUTIE, SEKSWINKELS EN
                                DERGELIJKEArtikel 3:4 Seksinrichtingen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                        exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                        bestuursorgaan.</al></li><li nr="2."><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in
                                        ieder geval vermeld:</al></li><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder;</al></li><li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.</al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de ouderlijke
                                    macht of de voogdij;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>hebben de leeftijd van éénentwintig jaar bereikt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, zijn de exploitant en
                                    de beheerder niet:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in
                                    een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van
                                    artikel 37a. van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking
                                    gesteld;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een
                                    onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de
                                    rechter in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, dan wel
                                    door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar
                                    Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge
                                    artikel 67, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is
                                    toegelaten;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke
                                    uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke
                                    geldboete van € 500,00 of meer of tot een andere hoofdstraf als
                                    bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a. van het Wetboek van
                                    Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:</al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de
                                    Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid
                                    vreemdelingen;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>de artikelen 137c. tot en met 137g., 140, 197a., b. en c.,
                                    240b., 242 tot en met 249, 250a (oud), 250, 273f, 300 tot en met
                                    303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van
                                    Strafrecht;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 jº artikel 8
                                    of jº artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>de artikelen 1, onder a., b. en d., 13, 14, 27 en 30b. van de
                                    Wet op de kansspelen;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74,
                                    tweede lid onder a. van het Wetboek van Strafrecht of artikel
                                    76, derde lid onder a. van de Algemene wet inzake
                                    rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375,00
                                    bedraagt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                    straf.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum
                                    van beslissing op de aanvraag van de vergunning;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                    datum van de intrekking van deze vergunning.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste één maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3:4 eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem ter zake geen verwijt treft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven
                                    op andere tijdstippen dan van 06.00 uur tot 24.00 uur. Op
                                    vrijdagavond en zaterdagavond wordt het genoemde tijdstip van
                                    24.00 uur met twee uur verlengd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd orgaan kan door middel van een voorschrift als
                                    bedoeld in artikel 1.4 voor een afzonderlijke seksinrichting
                                    andere sluitingstijden vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7 eerste
                                    lid, gesloten dient te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste, tweede en derde lid bepaalde geldt niet voor
                                    zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de
                                    op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen
                                    of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk
                                    kan het bevoegd bestuursorgaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of tweede
                                    lid, geldende sluitingstijden vaststellen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de
                                    gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het
                                    eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig
                                    artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning
                                    vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in
                                    de seksinrichting:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de
                                    feiten als genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden),
                                    XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX
                                    (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede
                                    Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet
                                    wapens en munitie; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met
                                    het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
                                    Vreemdelingenwet bepaalde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op of aan de weg, op een andere voor publiek
                                    toegankelijke plaats of op een plaats zichtbaar vanaf de weg of
                                    vanaf een andere voor publiek toegankelijke plaats, door
                                    handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze,
                                    passanten tot prostitutie te bewegen, uit te nodigen dan wel aan
                                    te lokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen
                                    kan door politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de
                                    wegen en plaatsen, bedoeld in het eerste lid, het bevel worden
                                    gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3:13, tweede
                                    lid, genoemde belangen personen aan wie ten minste eenmaal een
                                    bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid, bij besluit
                                    verbieden zich gedurende een bepaalde termijn anders dan in een
                                    openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen en
                                    plaatsen bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                    burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                                openbareorde of de woon- en leefomgeving aangewezen
                                gebieden of delen van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft
                                    bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of
                                    aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving
                                    in gevaar brengt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in
                                    het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving
                                    gestelde regels.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de
                                    Grondwet.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>3.</nr><titel>BESLISSINGSTERMIJN; WEIGERINGSGRONDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                    vergunning als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, binnen twaalf
                                    weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5
                                    gestelde eisen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                                    stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd
                                    met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij
                                    of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet
                                    bepaalde.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, dan wel de aanwijzing of vaststelling
                                    bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, worden geweigerd in het
                                    belang van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de openbare orde;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en
                                    leefklimaat;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>de gezondheid of zedelijkheid;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>4.</nr><titel>BEËINDIGING EXPLOITATIE; WIJZIGING BEHEER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                    vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1, onder g, het
                                    beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de
                                    feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan
                                    het bevoegd bestuursorgaan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET
                            UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE</titel></kop><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>1.</nr><titel>GELUIDHINDER EN VERLICHTING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                    milieubeheer;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                    Besluit;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                    bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                    drijft;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één
                                    of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden
                                    is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van
                                    artikel 1 van de Wet Geluidhinder worden aangemerkt als
                                    geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                    behorende bij de betreffende inrichting;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van artikel 1
                                    van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige
                                    terreinen met uitzondering van terreinen behorende bij de
                                    betreffende inrichting;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                    versterkt.</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al>bouw- en slooplawaai: Geluid vanwege de aanleg, bouw of sloop
                                    van infrastructuur, civiele of waterbouwkundige werken of
                                    bouwwerken, geproduceerd door (bouw)materieel en de daarbij
                                    behorende activiteiten. Het heeft twee belangrijke kenmerken: 1˚
                                    het wisselend karakter van het bouwlawaai door de spreiding van
                                    de bouw- en sloopactiviteiten in tijd binnen de gehele duur van
                                    aanleg, bouw of sloop en in plaats binnen de begrenzing van het
                                    bouw- of sloopterrein of het tracé (veelal is sprake van
                                    ‘voortschrijdend’ werk) 2˚ het tijdelijke karakter: na
                                    realisatie van het project is er geen sprake meer van
                                    bouwlawaai;</al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al>Dagwaarde: De dagwaarde is de waarde van het equivalente
                                    geluidsniveau bepaald over de periode lopend van 7.00 tot 19.00
                                    uur vermeerderd met een straftoeslag voor geluid met een
                                    impulsachtig karakter. De bijbehorende eenheid is dB(A). De
                                    dagwaarde wordt bepaald overeenkomstig de Handleiding Meten en
                                    Rekenen industrielawaai. De dagwaarde wordt bepaald op de gevel
                                    van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en op de grens
                                    van geluidsgevoelige terreinen. De hier gehanteerde definitie
                                    komt overeen met de dagwaarde van het langtijdgemiddeld
                                    beoordelingsniveau (L Ar,LT,dag), zij het dat alleen de
                                    impulstoeslag wordt toegepast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                    van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet
                                    voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
                                    festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                                    dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113,
                                    eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college
                                    per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                    gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan
                                    het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of
                                    meer van de volgende delen: Numansdorp/Klaaswaal.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting, kan het college naderbepalen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 10 incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van
                                    toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste
                                    twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college
                                    daarvan in kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 10
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel
                                    4.113, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits
                                    de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de
                                    aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting, kan het college nader bepalen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>(Geluid)hinder door dieren</titel></kop><al>Degene die de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit voor
                                een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder
                                veroorzaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals
                                        bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid
                                        van het Besluit binnen inrichtingen is de onder e. opgenomen
                                        tabel van toepassing, met dien verstande dat:</al></li><li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige
                                        gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze
                                        gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in
                                        redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van
                                        geluidsmetingen;</al></li><li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij
                                        gevoelige terreinen op de grens van het terrein;</al></li><li nr="c."><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor
                                        zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige
                                        ruimten en verblijfsruimten;</al></li><li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de
                                        tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.</al></li><li nr="e."><al>Tabel</al></li></lijst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="48*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="17*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="18*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="17*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>7.00 – 19.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>19.00 – 23.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>23.00 – 7.00 uur</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>45 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>40 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>35 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>30 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>25 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>70 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>65 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>60 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>55 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>45 dB(A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="2."><al>Muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en
                                        fanfaregezelschappen zijn, vanwege het oefenen met
                                        onversterkte muziek in een inrichting gedurende de dag- en
                                        avondperiode, uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in
                                        het eerste lid. Indien versterkte elementen worden
                                        gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele
                                        samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Besluit
                                        van toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Het eerste lid geldt niet indien artikel 4:2 of artikel 4:3
                                        van deze verordening van toepassing is. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                        milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten
                                        in werking te hebben of handelingen te verrichten op een
                                        zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving
                                        geluidhinder wordt veroorzaakt.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen, waarbij
                                        voor de duur van de toegestane geluidsoverlast geldt: a. de
                                        waarden in de volgende tabel</al></li></lijst><table><tgroup cols="7"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="14*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="17*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="14*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="15*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="14*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="14*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Dagwaarde</al></entry><entry colname="col2"><al>Tot 60 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>Boven 60 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>Boven 65 dB(A)</al></entry><entry colname="col5"><al>Boven 70 dB(A)</al></entry><entry colname="col6"><al>Boven 75 dB(A)</al></entry><entry colname="col7"><al>Boven 80 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Maximale blootstelling duur in dagen</al></entry><entry colname="col2"><al>Geen beperking in dagen</al></entry><entry colname="col3"><al>Maximaal 50 dagen</al></entry><entry colname="col4"><al>Maximaal</al><al> 30 dagen</al></entry><entry colname="col5"><al>Maximaal</al><al>15 dagen</al></entry><entry colname="col6"><al>Maximaal</al><al>5 dagen</al></entry><entry colname="col7"><al>0</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="b."><al>in specifieke situaties waar hogere dagwaarden of een
                                        langere blootstellingperiode onvermijdelijk zijn, wordt met
                                        best beschikbare stille technieken bij bouw- en
                                        sloopwerkzaamheden hinder zoveel mogelijk vermeden;</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
                                        Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het
                                        Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>2.</nr><titel>BODEM-, WEG- EN MILIEUVERONTREINIGING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen
                                weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te
                                laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>3.</nr><titel>HET BEWAREN VAN HOUTOPSTANDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de
                                    stronk uitlopen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met
                                    inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen
                                    die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van
                                    houtopstand ten gevolge kunnen hebben.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Omgevingsvergunning voor het vellen van
                                    houtopstanden.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag de
                                    houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan vermeld op
                                    de door het college vastgestelde Bomenlijst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning kan worden geweigerd op grond van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de natuurwaarde van de houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een herplant en/of een
                                    instandhoudingsplicht opleggen onder nader te stellen
                                    voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Bijzondere vergunningsvoorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren
                                    het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en
                                    overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen
                                    moet worden herplant.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan
                                    kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
                                    herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet
                                    worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergunning kan worden verleend onder de standaardvoorwaarde
                                    van feitelijk niet-gebruik tot het moment van definitief worden
                                    van de vergunning, oftewel tot het moment dat:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de bezwaar- of beroepstermijn voor derden is verstreken zonder
                                    dat bezwaar of beroep is ingediend;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>beslist is op een verzoek om een voorlopige voorziening;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>beslist is op het beroep van derden en geen verzoek tot
                                    voorlopige voorziening is gedaan. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12a</nr><titel>Gevaarlijke bomen</titel></kop><al>Bomen die gevaar opleveren voor een veilig gebruik van de weg en
                                vermeldt staan op de Bomenlijst, kunnen terstond bij besluit van het
                                college worden gekapt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12b</nr><titel>Bestrijding boomziekte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien zich op een terrein een of meer bomen bevinden die naar
                                    het oordeel van het college gevaar opleveren voor verspreiding
                                    van een boomziekte of voor vermeerdering van schadelijke kevers
                                    en of bacteriën, is de rechthebbende, indien hij daartoe door
                                    het college is aangeschreven, verplicht binnen de bij de
                                    aanschrijving vast te stellen termijn:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien de bomen in de grond staan, deze te vellen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de bomen te ontschorsen en de schors te vernietigen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>of de niet-ontschorste bomen of delen daarvan te vernietigen of
                                    zodanig te behandelen dat verspreiding van de boomziekte wordt
                                    voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden gevelde aangetaste bomen of delen daarvan, met
                                    uitzondering van geheel ontschorst hout en hout met een
                                    doorsnede kleiner dan 4 cm, voorhanden of in voorraad te hebben
                                    of te vervoeren. Het college kan ontheffing verlenen van dit
                                    verbod.</al></lid><lid><lidnr/><al><vet>AFDELING 4. MAATREGELEN TEGEN ONTSIERING EN
                                        STANKOVERLAST</vet></al></lid><lid><lidnr/><al><vet>Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest,
                                        afvalstoffen enz.</vet></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats buiten
                                    een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de
                                    openlucht en buiten de weg gelegen in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid, de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te
                                    plaatsen of aanwezig te hebben:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken
                                    voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen
                                    daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan
                                    geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een
                                    commercieel doel;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een
                                    verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
                                    landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een
                                    bepaald voorwerp of bepaalde stof: op te slaan, te plaatsen of
                                    aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste en
                                    tweede lid nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet ruimtelijke
                                    ordening of de Provinciale Verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>meststoffen: meststoffen als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Meststoffenwet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>emissiearm aanwenden: gebruiken van meststoffen op de wijze die
                                    is aangegeven in de bij het Besluit gebruik meststoffen
                                    behorende bijlage II, met dien verstande echter dat onder 3,
                                    punt a. onder 2e gelezen moet worden: ‘tijdenshet
                                    uitrijden van de mest deze gelijktijdigwordt
                                    ondergewerkt’;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>grond: bouwland, maïsland en grasland.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het Besluit gebruik meststoffen is
                                    het verboden op gronden meststoffen uit te rijden, op te
                                    brengen, te doen uitrijden of te doen opbrengen op zondag en op
                                    de volgende feest- en gedenkdagen: Koninginnedag, tweede
                                    paasdag, tweede pinksterdag, Hemelvaartsdag, eerste en tweede
                                    kerstdag en nieuwjaarsdag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    voor zover de mest emissiearm, als bedoeld in dit artikel, wordt
                                    aangewend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van de in het tweede lid
                                    gestelde verboden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Vervoer van meststof als dunne mest dient te geschieden in
                                    volledig gesloten transportmiddelen die in een zindelijke staat
                                    verkeren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><al>1.Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te
                                maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of
                                afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige
                                hinder ontstaat voor de omgeving.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Omgevingsvergunning voor lichtreclame.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag op of
                                    aan een onroerende zaak verlichte handelsreclame te maken of te
                                    voeren die vanaf de weg zichtbaar is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan een vergunning als
                                    bedoeld in het eerste lid worden geweigerd:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien de handelsreclame, op zichzelf of in verband met de
                                    omgeving niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor
                                    gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de weigeringsgrond van het tweede lid onder a geldt niet voor
                                    bouwwerken;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de weigeringsgrond van het tweede lid onder b geldt niet voor
                                    zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                    Wet milieubeheer.</al></lid><lid><lidnr/><al><vet>AFDELING 5. KAMPEREN BUITEN KAMPEERTERREINEN</vet></al></lid><lid><lidnr/><al><vet>Artikel 4:17 Begripsbepaling</vet></al></lid><lid><lidnr/><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een
                                    onderkomen of voertuig waarvoor geen bouwvergunning in de zin
                                    van artikel 40 van de Woningwet is vereist, dat bestemd of
                                    opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor
                                    recreatief nachtverblijf. <vet>Artikel 4:18 Recreatief
                                        nachtverblijf buiten kampeerterreinen</vet></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd
                                    of mede bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de bescherming van natuur en landschap;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></lid><lid><lidnr/><al><vet>Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen</vet></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel
                                    4:18, eerste lid niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van
                                    de gronden, genoemd in artikel 4:18, vierde lid.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE</titel></kop><structuurtekst><al><vet>AFDELING 1. PARKEEREXCESSEN</vet></al><al><vet>Artikel 5:1 Begripsbepalingen</vet> In deze afdeling wordt verstaan
                            onder: </al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van
                                    het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met
                                    uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens, kinderwagens
                                    en rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990).</al></li></lijst></structuurtekst><afdeling><kop><label/><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                    verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen
                                    tegen betaling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden
                                    verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit
                                    gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze
                                    werkzaamheden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid
                                    bedoelde persoon.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd,
                                    op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25
                                    meter met als middelpunt een van deze voertuigen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                    voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te
                                    bieden of te verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid><lid><lidnr/><al><vet>Artikel 5:4 Defecte voertuigen </vet></al></lid><lid><lidnr/><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                    eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                    langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                    parkeren.</al></lid><lid><lidnr/><al><vet>Artikel 5:5 Voertuigwrakken</vet></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid><lid><lidnr/><al><vet>Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a.</vet></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te
                                    hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar
                                    zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van
                                    beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit
                                    naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van
                                    de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid,
                                    aanhef en onder a, gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                    Provinciaal wegenreglement of de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats,
                                    waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 5 meter of een hoogte van meer dan 2
                                    meter, op of aan de weg te parkeren bij een voor bewoning of
                                    ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat
                                    daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat
                                    gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins
                                    hinder of overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><al>Vervallen </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen
                                    of te laten staan in een park of plantsoen of een van
                                    gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op de weg;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of
                                    vanwege de overheid;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op
                                    terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><al>Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in het
                                belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
                                opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare
                                gezondheid, verboden is fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de
                                daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>2.</nr><titel>COLLECTEREN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                    gehouden wordt.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>3.</nr><titel>VENTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden op een
                                    openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die
                                    dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel
                                    1 van de Winkeltijdenwet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                    wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als
                                    bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet
                                    of op snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                    wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in
                                    artikel 5:17. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te venten zonder vergunning van het
                                    college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>in het belang van de openbare orde;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>in het belang van de volksgezondheid of het milieu;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente
                                    of in een deel der gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat
                                    door het verlenen van de vergunning een redelijk
                                    verzorgingsniveau voor de consumenten ter plaatse in gevaar
                                    komt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt niet
                                    voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten
                                    en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste
                                    lid, van de Grondwet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het
                                    eerste lid beperken door een verbod in te stellen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen, of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>voor bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het tweede lid.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>4.</nr><titel>STANDPLAATSENArtikel 5:17 Begripsbepaling</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf
                                        een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen
                                        plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen
                                        dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke
                                        middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. </al></li><li nr="2."><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al></li><li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in
                                        artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                        Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                        2:24.</al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                                    bestemmingsplan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met
                                    de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente
                                    of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is
                                    dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats
                                    voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau
                                    voor de consument ter plaatse in gevaar komt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt
                                    niet voor bouwwerken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:21</nr><titel>Aanhoudingsplicht</titel></kop><al>Het college houdt de aanvraag om een standplaatsvergunning aan,
                                indien de aanvraag een activiteit betreft waarvoor tevens een
                                vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer is
                                vereist en indien geen toepassing kan worden gegeven aan het tweede
                                lid, tot de dag waarop is beslist op de aanvraag om een vergunning
                                als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>5.</nr><titel>SNUFFELMARKTENArtikel 5:22 Begripsbepaling</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een
                                        markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar
                                        hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden
                                        verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een
                                        standplaats.</al></li><li nr="2."><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al></li><li nr="a."><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste
                                        lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    snuffelmarkt te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de Winkeltijdenwet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een
                                    geldend bestemmingsplan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>6.</nr><titel>OPENBAAR WATERArtikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar
                                water</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                        verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of
                                        boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te
                                        hebben, indien dit door zijn omvang of vormgeving,
                                        constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor
                                        de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het
                                        doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering
                                        vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het
                                        openbaar water.</al></li><li nr="2."><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een
                                        ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven
                                        openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee
                                        weken tevoren een aan het college.</al></li><li nr="3."><al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en
                                        contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de
                                        aard en omvang van het voorwerp.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in de
                                        daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek
                                        van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                        Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening,
                                        de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                        Telecommunicatieverordening.</al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                    hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                    stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet
                                    krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de
                                    gemeente;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening of
                                    de Provinciale landschapsverordening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5:25
                                    bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                                    de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover
                                    in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening of
                                    de Provinciale landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26, tweede lid
                                bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement,
                                    de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>7.</nr><titel>CROSSTERREINEN EN GEMOTORISEERD EN RUITERVERKEER IN
                                NATUURGEBIEDENArtikel 5:32 Crossterreinen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                        motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z, en een
                                        bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het
                                        Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een
                                        wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een
                                        trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel
                                        daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een
                                        bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te
                                        hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet
                                        van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het
                                        gebruik van deze terreinen:</al></li><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                        overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien
                                        van de omgeving en ter bescherming van andere
                                        milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in
                                        het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het
                                        publiek.</al></li><li nr="3."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg
                                        verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994
                                        daaronder verstaat.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                        milieubeheer of het Besluit geluidproductie
                                        sportmotoren.</al></li><li nr=""><al><vet>Artikel 5:33 Beperking verkeer in
                                        natuurgebieden</vet></al></li><li nr="1."><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                        natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief
                                        gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden
                                        met een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z,
                                        Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, een
                                        bromfiets als bedoeld in artikel 1, onder i, Reglement
                                        verkeersregels en verkeerstekens 1990 of met een fiets of
                                        een paard.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het
                                        eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan
                                        daarbij regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze
                                        terreinen:</al></li><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                        milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van het publiek.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van
                                        motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders
                                        van paarden:</al></li><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                        hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste
                                        lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de
                                        minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                                        hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                        exploitatie van de terreinen als in het eerste lid
                                        bedoeld;</al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                        wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van
                                        percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het
                                        eerste lid bedoeld;</al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging
                                        van de onder d bedoelde personen.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts
                                        niet:</al></li><li nr="a."><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van
                                        de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                        'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van
                                        motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn
                                        aangewezen als 'toestel'.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>8.</nr><titel>VERBOD VUUR TE STOKEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover het betreft:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen
                                    afvalstoffen worden verbrand;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>vuur voor koken, bakken en braden, voorzover dat geen gevaar,
                                    overlast of hinder voor de omgeving oplevert.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp
                                    wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>9.</nr><titel>VERSTROOIING VAN AS Artikel 5:35 Begripsbepaling</titel></kop><structuurtekst><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein. </al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>verharde delen van de weg;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>sportvelden</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>speelterreinen</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>openbaar water of delen daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                    termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het
                                    eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6.</nr><titel>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van een artikel in deze verordening en de op grond van
                            artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft
                            met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede
                            categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de
                            rechterlijke uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de bij besluit van het college dan wel de
                            burgemeester aangewezen personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking de dag na publicatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene plaatselijke verordening gemeente Cromstrijen 2010
                                (inclusief wijzigingen) wordt per de in lid 2 genoemde datum
                                ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Vergunningen en ontheffingen – hoe ook genaamd – verleend krachtens
                                verordeningen bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, blijven – indien
                                en voor zover het gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing
                                betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening en voor zover
                                zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - van kracht tot de
                                tijd waarvoor zij werden verleend of totdat zij worden
                                ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens verordeningen
                                bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, blijven – indien en voor zover
                                de bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en bepalingen zijn
                                opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening en voor zover zij niet
                                eerder zijn vervallen of ingetrokken – nog gedurende één jaar na de
                                inwerkingtreding van deze verordening van kracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om een vergunning of ontheffing – hoe ook genaamd – op
                                grond van een verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, is
                                ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt daarop de
                                overeenkomstige bepaling van de onderhavige verordening
                                toegepast.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op een aanhangig beroep- of bezwaarschrift, betreffende een
                                vergunning of ontheffing, bedoeld in het eerste lid, dan wel een
                                voorschrift of beperking bedoeld in het tweede lid dat voor of na
                                het tijdstip bedoeld in artikel 6.4, eerste lid, is ingekomen binnen
                                de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met toepassing
                                van de verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het in het eerste lid bepaalde, blijft een
                                vergunning of ontheffing – hoe ook genaamd – van kracht, totdat
                                onherroepelijk is beslist op een aanvraag voor een, krachtens een in
                                deze verordening overeenkomstig opgenomen gebod of verbod vereiste,
                                vergunning of ontheffing, indien deze aanvraag ten minste acht weken
                                voor afloop van de in het eerste lid genoemde termijn bij het
                                bevoegde bestuursorgaan is ingediend.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Gebods- of verbodsbepalingen waarvoor een vergunning of ontheffing
                                vereist is krachtens deze verordening en niet voorkomend in een
                                verordening als bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, zijn niet van
                                toepassing:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>gedurende zes weken na het in werking treden van deze
                                verordening;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>ook na de onder a. bepaalde termijn, voor zover degene die de
                                vergunning of ontheffing nodig heeft, binnen deze termijn een
                                aanvraag heeft ingediend, totdat onherroepelijk op deze aanvraag is
                                beslist.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De intrekking van de verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid,
                                heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die
                                verordening genomen nadere regels, beleidsregels en
                                aanwijzingsbesluiten, indien en voor zover de rechtsgrond waarop de
                                aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze
                                verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of
                                ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Aanvragen om een vergunning als bedoeld in de artikelen 2:10 A,
                                derde lid, 2:11, 2:12, 4:11 en 4:16 die zijn ingediend vóór de
                                inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening worden afgehandeld
                                volgens het recht zoals dat gold vóór het tijdstip waarop artikel
                                2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking is
                                getreden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening
                            2011.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld door de raad van de gemeente Cromstrijen
                        in zijn openbare vergadering gehouden op 22 maart
                        2011,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>