<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR98350_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wet inburgering 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-04-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsnieuws, 2011, 15</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet inburgering 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0020611&amp;artikel=8&amp;g=2020-07-01">artikel 8 van de Wet inburgering</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-04-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-04-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2010-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2025-06-14</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB11.0028</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Verordening Wet inburgering 2009.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Wet inburgering 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al> het college: het college van burgemeester en wethouders
                                            van de gemeente Den Helder;</al></li><li nr="-"><al> de wet: de Wet inburgering;</al></li><li nr="-"><al> inburgeringsplichtige: persoon die op grond van de wet
                                            inburgeringsplichtig is bedoeld in artikel 1, eerste lid
                                            onder b, van de wet;</al></li><li nr="-"><al> vrijwillige inburgeraar: de Nederlander of persoon
                                            bedoeld in artikel 5 tweede lid van de wet die voldoet
                                            aan de criteria gesteld door de wet in artikel 1q;</al></li><li nr="-"><al> inburgeraar: inburgeringsplichtige of vrijwillige
                                            inburgeraar;</al></li><li nr="-"><al> inburgeringsvoorziening: leidt toe naar het
                                            inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede
                                            taal I en II;</al></li><li nr="-"><al> taalkennisvoorziening: is gericht op de verwerving van
                                            de kennis van de Nederlandse taal die noodzakelijk is
                                            voor het afronden van een beroepsopleiding als bedoeld
                                            in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a en b van de
                                            Wet Educatie en Beroepsonderwijs.</al><al/></li></lijst></li><li nr="2."><al>De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende
                                    regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze
                                    verordening worden gebruikt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De informatieverstrekking aan inburgeraars</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zorgt er voor dat de inburgeraars op een doeltreffende
                                en doelmatige wijze worden geïnformeerd over hun wettelijke rechten
                                en plichten en over het aanbod van en de toegang tot
                                inburgeringsvoorzieningen binnen de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college maakt bij de informatieverstrekking aan inburgeraars in
                                ieder geval gebruik van de volgende middelen:</al><lijst><li nr="a."><al>schriftelijke informatieverstrekking;</al></li><li nr="b."><al>informatieverstrekking aan nieuwkomers vindt in elk geval
                                        plaats bij inschrijving in de Gemeentelijke
                                        Basisadministratie, in schriftelijke vorm;</al></li><li nr="c."><al>telefonische en/of mondelinge informatie via het team
                                        Inburgering van de gemeente (afdeling Publiekszaken / domein
                                        Werk en Inkomen);</al></li><li nr="d."><al>informatie via de gemeentelijke website,
                                        www.denhelder.nl;</al></li><li nr="e."><al>overige relevante gemeentelijke loketten;</al></li><li nr="f."><al>plaatselijke organisaties (w.o. Vluchtelingenwerk,
                                        Internationaal Vrouwencentrum);</al></li><li nr="g."><al>in ieder geval op aanvraag van de inburgeraar.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college beoordeelt tenminste jaarlijks de doeltreffendheid en de
                                doelmatigheid van de informatieverstrekking aan de inburgeraars en
                                rapporteert daarover aan de raad. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Doelgroepen en samenstelling van de inburgeringsvoorziening of
                            taalkennisvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanwijzen van de doelgroepen</titel></kop><al>Het college kan bij voorrang inburgeraars een inburgerings- of
                            taalkennisvoorziening aanbieden op basis van de volgende criteria: </al><lijst><li nr="a."><al>de belanghebbende die algemene bijstand of een uitkering op
                                    grond van een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen
                                    socialezekerheidswetten of socialezekerheidsregelingen ontvangt,
                                    of</al></li><li nr="b."><al>de belanghebbende die oudkomer is en zelf geen inkomsten uit
                                    tegenwoordige arbeid, algemene bijstand of uitkering
                                    ontvangt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening of
                                taalkennisvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stemt de inburgeringsvoorziening, met uitzondering van
                                de inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren, of de
                                taalkennisvoorziening af op het startniveau en de vaardigheden, de
                                persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke positie van de
                                inburgeraar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de inburgeraar een voorziening gericht op arbeidsinschakeling
                                wordt aangeboden, draagt het college er zorg voor dat de
                                inburgeringsvoorziening op de voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling wordt afgestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening kan, naast
                                dat wat dat in de wet is geregeld, één of meer van de volgende
                                onderdelen bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al>Nederlandse taalles;</al></li><li nr="b."><al>kennis van de Nederlandse samenleving;</al></li><li nr="c."><al>voorbereiding op en één maal kosteloze deelname aan het
                                        inburgeringsexamen;</al></li><li nr="d."><al>individuele begeleiding door een
                                        consulent/trajectbegeleider;</al></li><li nr="e."><al>maatschappelijke begeleiding;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten gericht op arbeid of de verwerving
                                        daarvan;</al></li><li nr="g."><al>activiteiten gericht op een vervolgopleiding en/of
                                        voorbereiding daarop;</al></li><li nr="h."><al>activiteiten gericht op participatie en gezin.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4a</nr><titel>De voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de inburgeraar een voorziening in de
                                vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget aanbieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college nodigt verzoeker uit om binnen twaalf weken na indiening
                                van het verzoek als bedoeld in het voorgaande lid, schriftelijk een
                                inburgeringsplan bij het college in te dienen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college keurt het persoonlijke inburgeringsplan goed indien dit
                                plan:</al><lijst><li nr="a."><al>passend is om hem voor te bereiden op en toe te leiden naar
                                        het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede
                                        taal I of II, dan wel</al></li><li nr="b."><al>een taalkennisvoorziening bevat die noodzakelijk is voor het
                                        kunnen afronden van een mbo-opleiding op niveau 1 of 2;
                                        en</al></li><li nr="c."><al>verzorgd wordt door een gecertificeerd inburgeringsbedrijf
                                        dat ingeschreven staat in het Handelsregister van de Kamer
                                        van Koophandel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het college de voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget voor de inburgeraar heeft vastgesteld dan wel de
                                overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar heeft afgesloten, sluit
                                de inburgeraar een overeenkomst met het inburgeringsbedrijf.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan een inburgeraar bij beschikking een of meer van de
                            volgende verplichtingen opleggen: </al><lijst><li nr="a."><al>het deelnemen aan de aangeboden inburgeringsvoorziening of
                                    taalkennisvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider;</al></li><li nr="c."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="d."><al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen of
                                    staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II op een tijdstip
                                    dat door het college wordt bepaald;</al></li><li nr="e."><al>het melden indien door ziekte of door andere relevante
                                    omstandigheden niet aan de opgelegde verplichtingen kan worden
                                    voldaan;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>De inning en vaststelling van de eigen bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet
                                wordt in ten hoogste 12 termijnen betaald. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt in de beschikking tot toekenning van een
                                inburgeringsvoorziening de termijnen van betaling vast. Indien het
                                college de eigen bijdrage verrekent met de algemene bijstand, wordt
                                dat in de beschikking vastgelegd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van artikel 23, tweed lid van de wet, legt de gemeente
                                geen eigen bijdrage op aan de inburgeringsplichtige en de
                                vrijwillige inburgeraar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het derde lid is de vrijwillige inburgeraar met een
                                inkomen van 120% of meer van de bijstandsnorm, voorafgaand aan het
                                traject, een eigen bijdrage verschuldigd als bedoeld in artikel 23,
                                tweede lid, van de wet. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Het aanbod van een inburgeringsvoorziening of
                            taalkennisvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste of tweede
                                lid, of artikel 24a eerste of tweede lid, van de wet schriftelijk.
                                Het aanbod wordt gezonden naar het adres waar de inburgeraar in de
                                gemeentelijke basisadministratie is ingeschreven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de
                                inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening die wordt
                                aangeboden en worden de rechten en verplichtingen vermeld die aan
                                die voorziening worden verbonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De inburgeraaraan wie een aanbod wordt gedaan, deelt binnen
                                twee weken het college schriftelijk mee of hij het aanbod al dan
                                niet aanvaardt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer de inburgeraarhet aanbod aanvaardt, neemt het college
                                binnen vier tot zes weken na ontvangst van deze mededeling het
                                besluit tot vaststelling van de inburgeringsvoorziening of
                                taalkennisvoorziening in overeenstemming met het gedane aanbod<vet>,
                                </vet>of, wanneer het een vrijwillige inburgeraar betreft, sluit een
                                overeenkomst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>De inhoud van de beschikking en de overeenkomst</titel></kop><al>Het besluit tot het vaststellen van de inburgeringsvoorziening of
                            taalkennisvoorziening bevat in ieder geval: </al><lijst><li nr="1."><lijst><li nr="a."><al> een beschrijving van de inburgeringsvoorziening of
                                            taalkennisvoorziening;</al></li><li nr="b."><al> een opgave van de rechten en verplichtingen van de
                                            inburgeringsplichtige;</al></li><li nr="c."><al> de datum waarop het inburgeringsexamen of staatsexamen
                                            Nederlands als tweede taal I of II moet zijn
                                            behaald;</al></li><li nr="d."><al> de termijnen en wijze van betaling; en</al></li><li nr="e."><al> ingeval van een oudkomer: de datum waarop de termijn
                                            van handhaving van de inburgeringsplicht, bedoeld in
                                            artikel 26 van de wet, aanvangt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar bevat in ieder
                                    geval:</al><lijst><li nr="a."><al> het gestelde in de onderdelen a, b en c van het
                                            voorgaande lid;</al></li><li nr="b."><al> de gevolgen van het niet-nakomen van de
                                            overeenkomst.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>De bestuurlijke boete verplichte inburgeraar</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                                overtredingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250 indien de
                                inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college
                                op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is,
                                geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld
                                in artikel 25, vierde lid, van de wet.</al><al>Bij deze bestuurlijke boete gelden de volgende schema’s voor de
                                opbouw:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="52*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="48*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Gedraging</al></entry><entry colname="col2"><al>Bestuurlijke boete / maximaal</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1<sup>e</sup> keer niet verschijnen</al><al>artikel 25, eerste of tweede lid WI</al></entry><entry colname="col2"><al>Waarschuwingsbrief + nieuwe afspraak</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2<sup>e</sup> keer</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 125</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3<sup>e</sup> keer</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 250</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="52*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="48*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Gedraging</al></entry><entry colname="col2"><al>Handhaving / maximaal</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Geen of onvoldoende medewerking </al><al>verlenen aan de uitvoering van het</al><al>onderzoek: 1<sup>e</sup> keer</al><al>artikel 25, vierde lid WI </al></entry><entry colname="col2"><al>Waarschuwingsbrief + nieuwe afspraak</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2<sup>e</sup> keer</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 125</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3<sup>e</sup> keer</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 250</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500indien de
                                inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan
                                de uitvoering van de voor hem vastgestelde inburgeringsvoorziening,
                                bedoeld in artikel 23, eerste lid en derde lid, van de wet of aan de
                                verplichtingen, bedoelt in artikel 5 van deze verordening.</al><al>Bij deze bestuurlijke boete gelden de volgende schema’s voor de
                                opbouw:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="52*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="48*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Gedraging</al></entry><entry colname="col2"><al>Bestuurlijke boete / maximaal</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onvoldoende medewerking aan uitvoering </al><al>vastgestelde inburgeringsvoorziening:</al><al>1<sup>e</sup> keer </al><al>artikel 23, eerste en derde lid WI en artikel 5
                                                  verordening</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 150</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2<sup>e</sup> keer</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 300</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3<sup>e</sup> keer</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 500 en beëindigen van het traject</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500 indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van
                                de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van
                                artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet verlengde termijn
                                het inburgeringsexamen heeft behaald.</al><al>Bij deze bestuurlijke boete geldt het volgende schema: </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="52*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="48*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Gedraging</al></entry><entry colname="col2"><al>Bestuurlijke boete / maximaal</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Inburgeringsexamen:</al><al>niet binnen de wet bedoelde termijn of de </al><al>door het college gegeven verlengde termijn</al><al>behaald.</al><al>artikel 7, eerste lid of artikel 31, tweede lid
                                                  onder a WI</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 250</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Bij herhaling van de overtreding wordt de bestuurlijke boete
                                verhoogd en bedraagt ten hoogste € 1.000,00 indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van
                                artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde termijn het
                                inburgeringsexamen heeft behaald. </al><al>Bij deze bestuurlijke boete gelden de volgende schema’s voor de
                                opbouw:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="52*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="48*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Gedraging</al></entry><entry colname="col2"><al>Handhaving</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2<sup>e</sup> keer</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 500</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3<sup>e</sup> keer en volgende keren</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 1.000</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Afstemming van de bestuurlijke boete</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er wordt geen bestuurlijke boete, zoals bedoeld in artikel 9 van
                                deze verordening, opgelegd voor zover de overtreding niet aan de
                                overtreder kan worden verweten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van de bestuurlijke boete bedoeld in artikel 9 van deze
                                verordening wordt afgestemd op de ernst van de overtreding en de
                                mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de afstemming bedoeld in het tweede lid wordt zo nodig rekening
                                gehouden met de omstandigheden waaronder de overtreding heeft plaats
                                gevonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10a</nr><titel>Afstemmining bij niet-nakoming van de overeenkomst</titel></kop><al>Indien de vrijwillige inburgeraar de verplichtingen die zijn opgenomen
                            in de overeenkomst niet of onvoldoende nakomt, kan het college hem de
                            volgende maatregelen opleggen:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorziening wordt beëindigd;</al></li><li nr="b."><al>de door de gemeente gemaakte kosten moeten geheel of voor een
                                    deel terugbetaald worden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10b</nr><titel>Vaststellen identiteit van de vrijwillige inburgeraar</titel></kop><al>Het college stelt de identiteit van de vrijwillige inburgeraar vast aan
                            de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
                            identificatieplicht.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in individuele bijzondere situaties ten gunste van de
                            belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze verordening, indien
                            toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard
                            leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11a</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>de Verordening Wet inburgering 2009 wordt ingetrokken met ingang
                                    van 1 januari 2010;</al></li><li nr="b."><al>de Verordening Wet inburgering 2010 treedt in werking na haar
                                    publicatie en werkt terug vanaf 1 januari 2010.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet inburgering
                            2010.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de raadsvergadering van 4 april 2011.</ondertekening><ondertekening>Koen Schuiling, voorzitter</ondertekening><ondertekening>Mr. drs. M. Huisman, griffier</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al/><al>De Wet inburgering is laatstelijk gewijzigd per 1 januari 2010. Met ingang van
                    voornoemde datum is de vrijwillige inburgering in de wet opgenomen (Wet van 3
                    december 2009 tot wijziging van de Wet inburgering {vrijwillige inburgering,
                    persoonlijk inburgeringsbudget (PIB) en harmoniseren van handhavingtermijnen}).
                    De Verordening is hierop aangepast. Een aantal bepalingen geldt nu ook voor de
                    vrijwillige inburgeraars. Om een al te grote uitbreiding van de artikelen in de
                    verordening te voorkomen zijn zoveel mogelijk regels die voor zowel
                    inburgeringsplichtigen als vrijwillige inburgeraars gelden in elkaar
                    geschoven.</al><al>Een belangrijk verschil in de behandeling is dat met de vrijwillige inburgeraar
                    die een aanbod heeft aanvaard, een overeenkomst wordt gesloten waarin de
                    voorziening en de overige rechten en plichten van de gemeente en de vrijwillige
                    inburgeraar zijn opgenomen. In de verordening is ook opgenomen wat de gevolgen
                    van het niet-nakomen van de verplichtingen uit de overeenkomst zullen zijn. Er
                    is gekozen voor een privaatrechtelijke boete ter hoogte van de bestuurlijke
                    boete voor inburgeringsplichtigen.</al><al>De WI regelt de inburgeringsplicht voor in beginsel alle onderdanen van
                    derdelanden van 16 tot 65 jaar die duurzaam in Nederland willen en mogen
                    verblijven. Bij het invulling geven aan de inburgeringsverplichting staat de
                    eigen verantwoordelijkheid (ook in financiële zin) van de inburgeringsplichtige
                    centraal. De inburgeringsplichtige kan naar eigen inzicht bepalen hoe hij zich
                    wil voorbereiden op het inburgeringsexamen. Aan de inburgeringsverplichting is
                    voldaan wanneer het inburgeringsexamen is behaald (een resultaatsverplichting). </al><al>Gemeenten krijgen in de WI een aantal belangrijke taken toebedeeld. Zo hebben
                    gemeenten de opdracht om de inburgeringsplichtigen in de gemeente goed te
                    informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit deze wet. Daarnaast
                    hebben gemeenten de taak aan inburgeringsplichtigen die daarvoor op grond van de
                    wet of het gemeentelijke beleid in aanmerking komen, een inburgeringsvoorziening
                    aan te bieden. Een inburgeringsvoorziening leidt inburgeringsplichtigen toe naar
                    het inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal. In plaats
                    van een inburgeringsvoorziening mogen gemeenten aan inburgeringsplichtigen die
                    een mbo-opleiding op niveau 1 of 2 volgen of gaan volgen een
                    taalkennisvoorziening aanbieden. </al><al>Ook moeten gemeenten de inburgeringsplicht van inburgeringsplichtigen handhaven.
                    Het college moet een bestuurlijke boete opleggen als een inburgeringsplichtige
                    zich verwijtbaar niet houdt aan de verplichtingen die voor hem gelden. In
                    verband met deze taken draagt de WI gemeenten op om bij verordening regels te
                    stellen over de volgende onderwerpen:</al><lijst><li nr="1."><al>Regels over de informatieverstrekking door de gemeente aan
                            inburgeringsplichtigen van hun rechten en plichten op basis van deze
                            wet, evenals van het aanbod van en de toegang tot
                            inburgeringsvoorzieningen (artikel 8 WI).</al></li><li nr="2."><al>Regels voor het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen en over de
                            rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een
                            inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening is vastgesteld (artikel
                            19, vijfde lid, en artikel 23, derde lid, WI).</al></li><li nr="3."><al>Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete die voor de
                            verschillende overtredingen kan worden opgelegd (artikel 35 WI).</al></li></lijst><al/><al><vet>Regels over de informatieverstrekking aan inburgeraars</vet></al><al>Artikel 8 WI bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels vaststelt over
                    de informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen. Het gaat
                    dan om informatie over de rechten en plichten uit de WI en informatie over het
                    aanbod van inburgeringsvoorzieningen en de toegang tot die voorzieningen. </al><al/><al><vet>Regels met betrekking tot het aanbieden van
                    inburgeringsvoorzieningen</vet></al><al>Het uitgangspunt van de wet is de eigen verantwoordelijkheid van de
                    inburgeringsplichtige om te bepalen hoe hij zich voorbereidt op het
                    inburgeringsexamen. Gemeenten kunnen inburgeringsplichtigen ondersteunen door
                    het aanbieden van een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening.
                    Gemeenten kunnen aan alle inburgeringsplichtigen een aanbod doen. Gemeenten zijn
                    wel verplicht een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening aan te bieden
                    aan alle asielgerechtigde inburgeringsplichtigen (oud- en nieuwkomers) en een
                    inburgeringsvoorziening aan te bieden aan nieuw- en oudkomers die werkzaam zijn
                    als geestelijke bedienaar (artikel 19, tweede lid, WI). </al><al>Een inburgeringsvoorziening leidt toe naar het inburgeringsexamen of het
                    staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II en omvat het eenmaal gratis
                    afleggen van dat examen. Een taalkennisvoorziening is gericht op de verwerving
                    van de kennis van de Nederlandse taal die noodzakelijk is voor het kunnen
                    afronden van een mbo-opleiding op niveau 1 of 2 (artikel 19, derde lid,
                    WI).</al><al>Voor asielgerechtigde inburgeringsplichtigen bestaat een inburgeringsvoorziening
                    of een taalkennisvoorziening ook uit maatschappelijke begeleiding (artikel 19,
                    zesde lid, WI). </al><al>De WI draagt de gemeenteraden op om bij verordening regels te stellen met
                    betrekking tot het aanbieden van een inburgeringsvoorziening of een
                    taalkennisvoorziening. In de wet is ook vastgelegd over welke onderwerpen in
                    ieder geval regels moeten worden gesteld:</al><lijst><li nr="·"><al>De procedure die door het college wordt gevolgd voor het doen van een
                            aanbod aan inburgeringsplichtigen (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a,
                            WI).</al></li><li nr="·"><al>De criteria die worden gehanteerd bij het doen van een aanbod aan
                            inburgeringsplichtigen (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a, WI).</al></li><li nr="·"><al>De vaststelling door het college van een passende
                            inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening, met inbegrip van de
                            totstandkoming en de samenstelling van die voorziening (artikel 19,
                            vijfde lid, onderdeel b, WI).</al></li><li nr="·"><al>De rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een
                            inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening is vastgesteld. Deze
                            regels hebben in ieder geval betrekking op de inning van de eigen
                            bijdrage door het college en de mogelijkheid van betaling in termijnen
                            (artikel 23, derde lid, WI). </al><al/></li></lijst><al><vet>Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete </vet></al><al>Artikel 35 WI draagt gemeenten op bij verordening de hoogte van de bestuurlijke
                    boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen kan worden
                    opgelegd. Artikel 34 van de wet bepaalt het bedrag dat ten hoogste als
                    bestuurlijke boete kan worden opgelegd.</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><al/><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Het tweede lid geeft aan dat de omschrijvingen van de begrippen die worden
                        gebruikt in de Wet inburgering, het Besluit inburgering en de Regeling
                        inburgering ook van toepassing zijn op deze verordening.</al><al>In het artikel is het begrip inburgeraar opgenomen. Het betreft zowel de
                        inburgeringsplichtige als de vrijwillige inburgeraar.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De informatieverstrekking aan inburgeraars</titel></kop><al>De gemeente heeft als taak de inburgeraars in haar gemeente goed te
                        informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit de Wet
                        inburgering. De wet laat gemeenten vrij om zelf te bepalen op welke wijze de
                        informatievoorziening aan de inburgeringsplichtigen wordt georganiseerd. Wel
                        bepaalt artikel 8 WI dat de gemeenteraad bij verordening regels vaststelt
                        over de informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeraars over hun
                        rechten en plichten uit deze wet, evenals van het aanbod van en de toegang
                        tot inburgeringsvoorzieningen.</al><al>Dit artikel in de verordening vormt de uitwerking van deze verplichting.
                        Gemeenten kunnen er voor kiezen om in de verordening alleen de kaders vast
                        te stellen voor een adequate informatievoorziening door het college aan de
                        inburgeraars. In dat geval kan worden volstaan met opnemen van het eerste en
                        derde lid in de verordening. Er kan ook voor worden gekozen om in de
                        verordening vast te leggen welke middelen het college (in ieder geval) moet
                        aanwenden om de informatievoorziening aan inburgeraars te organiseren. In
                        dat geval moet het tweede lid in de verordening worden opgenomen, waarbij
                        tevens een keuze moet worden gemaakt voor de instrumenten die daarbij worden
                        ingezet. </al><al>In overeenstemming met de rolverdeling tussen raad en college, stelt de raad
                        in dit artikel de kaders vast voor een adequate informatievoorziening aan de
                        inburgeraars. Het college is belast met de organisatie van de
                        informatieverstrekking en legt daarover (periodiek) verantwoording af aan de
                        raad. </al><al>In het tweede lid geeft de raad het college de opdracht om (in ieder geval)
                        een aantal middelen te gebruiken om de informatieverstrekking aan
                        inburgeraars vorm te geven. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan: </al><lijst><li nr="-"><al>het inrichten van een informatiepunt in het gemeentehuis;</al></li><li nr="-"><al>het toezenden van schriftelijk voorlichtingsmateriaal aan personen
                                ten aanzien van wie al dan niet op grond van gegevens uit het
                                Bestand Potentiële Inburgeringsplichtigen redelijkerwijs kan worden
                                aangenomen dat zij inburgeringsplichtig zijn;</al></li><li nr="-"><al>het vertrekken van schriftelijk voorlichtingsmateriaal bij aanvragen
                                om uitkeringen;</al></li><li nr="-"><al>het organiseren van voorlichtingsbijeenkomsten;</al></li><li nr="-"><al>het inrichten van een digitaal informatiepunt op de gemeentelijke
                                website;</al></li><li nr="-"><al>het betrekken van plaatselijke organisaties bij de
                                informatievoorziening.</al></li></lijst><al>Het derde lid verplicht het college de raad periodiek te rapporteren over de
                        doeltreffendheid en doelmatigheid van de informatieverstrekking aan de
                        inburgeraars. Om efficiënt aan de verplichting van het tweede lid te kunnen
                        voldoen, is wellicht ook aansluiting mogelijk bij de uitvoering van de
                        actieve informatieplicht van het college aan de raad op grond van artikel
                        169, tweede lid, van de Gemeentewet.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanwijzen van de doelgroepen</titel></kop><al>Het college kan aan alle inburgeraars een aanbod doen voor een
                        inburgeringsvoorziening. Het college is echter verplicht een
                        inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening aan te bieden aan
                        asielgerechtigden en een inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren. </al><al>Bij verordening stelt de raad regels met betrekking tot de criteria die
                        worden gehanteerd bij het doen van een aanbod aan inburgeraars. Dit artikel
                        vormt de uitwerking van deze verplichting. In dit artikel wordt het college
                        opgedragen om vast te stellen aan welke groepen inburgeraars bij voorrang
                        een inburgeringsvoorziening kan worden aangeboden. Bovendien wordt in dit
                        artikel vastgelegd binnen welke kaders het college tot zijn keuze van
                        doelgroepen moet komen. Het is van belang dat deze kaders (het aanwijzen van
                        groepen waaraan een inburgeringsvoorziening wordt aangeboden) niet te eng te
                        definiëren. </al><al>Dit artikel regelt dat de groepen die het college aanwijst bij
                        voorrangeen inburgeringsvoorziening krijgen aangeboden. Dit
                        betekent dat het college de ruimte heeft om in bepaalde gevallen ook een
                        inburgeringsvoorziening aan te bieden aan inburgeraars die niet behoren tot
                        de groep of groepen die hij heeft aangewezen Om te voorkomen dat
                        inburgeraars die behoren tot de groep of groepen die het college heeft
                        aangewezen aan deze aanwijzing een recht gaan ontlenen op het krijgen van
                        een aanbod, bepaalt dit artikel dat het college aan de groepen die hij
                        aanwijst een inburgeringsvoorziening kan aanbieden. </al><al>Voorbeelden van criteria die in verordening kunnen worden neergelegd en op
                        basis waarvan het college de doelgroep(en) kan aanwijzen, zijn: </al><lijst><li nr="-"><al>het hebben van een opvoedingstaak;</al></li><li nr="-"><al>het hebben van een relatief korte afstand tot de arbeidsmarkt; </al></li><li nr="-"><al>een wijkgerichte aanpak;</al></li><li nr="-"><al>een bepaalde inkomensgrens;</al></li><li nr="-"><al>het ontvangen van een bepaalde uitkering;</al></li><li nr="-"><al>bevordering van emancipatie van vrouwen.</al></li></lijst><al>Gemeenten zouden er ook voor kunnen kiezen om geen voorrang te geven aan
                        specifieke groepen, maar in plaats daarvan prioriteit te geven aan oud- en
                        nieuwkomers die graag voor een inburgeringsvoorziening in aanmerking willen
                        komen (bijvoorbeeld voorrang op basis van eigen aanmelding of
                        gemotiveerdheid). Criteria op basis waarvan het college doelgroepen
                        aanwijst, kunnen ook worden ontleend aan andere beleidsterreinen, zoals
                        ‘leefbaar, sociaal en veilig’. Daarmee kan de uitvoering van de WI een
                        onderdeel vormen van een integrale aanpak van sociaal beleid. </al><al>Op grond van de actieve informatieplicht van het college aan de raad
                        (artikel 169, tweede lid, Gemeentewet) ligt het voor de hand dat het college
                        zijn besluit aan welke groepen inburgeraars bij voorrang een aanbod zal
                        worden gedaan ter kennisname aan de raad aanbiedt. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening of
                            taalkennisvoorziening</titel></kop><al>In de verordening dienen regels te worden gesteld over de vaststelling door
                        het college van een passende inburgeringsvoorziening of
                        taalkennisvoorziening, met in begrip van de totstandkoming en samenstelling
                        van de die voorziening (artikel 19, vijfde lid, onderdeel b, WI). In dit
                        artikel worden de kaders vastgesteld waarbinnen het college de opdracht
                        heeft voor iedere inburgeraar die daarvoor in aanmerking komt, een op de
                        persoon toegesneden inburgeringsvoorziening samen te stellen. </al><al>In het eerste lid wordt aangegeven op welke wijze het college een passende
                        inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening moet vaststellen. Bij het
                        bepalen van de passendheid van een voorziening kunnen de volgende factoren
                        een rol spelen:</al><lijst><li nr="-"><al>de kennis van de inburgeraar van de Nederlandse taal en de
                                Nederlandse samenleving en zijn of haar leercapaciteit;</al></li><li nr="-"><al>de maatschappelijke rol die de inburgeraar vervult of gaat vervullen
                                in de Nederlandse samenleving. Daarbij kan worden gedacht aan het
                                verrichten van betaalde arbeid of het opvoeden van kinderen;</al></li><li nr="-"><al>de persoonlijke situatie van de inburgeraar. Daarbij kan
                                bijvoorbeeld worden gedacht aan eventuele zorgtaken die moet worden
                                vervuld.</al></li></lijst><al>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening voor geestelijke bedienaren
                        wordt geregeld bij ministeriële regeling. Gemeenten hebben dus niet de
                        mogelijkheid om de inburgeringsvoorziening die zij aan geestelijke
                        bedienaren aanbieden naar eigen inzicht vorm te geven.</al><al>In geval van uitkeringsgerechtigde inburgeraars die een voorziening gericht
                        op arbeidsinschakeling ontvangen, kan het voordelen opleveren de
                        inburgeringsvoorziening daarmee te combineren. Uitgangspunt is wel, zo
                        blijkt uit artikel 19, vierde lid, van de wet, dat een aanbod voor een
                        inburgeringsvoorziening aan een uitkeringsgerechtigde inburgeraar niet wordt
                        gedaan, indien dat zijn arbeidsinschakeling belemmert. </al><al>De Wet inburgering bepaalt dat de inburgeringsvoorziening gecombineerd
                            <onderstreept>moet</onderstreept> worden met een voorziening gericht op
                        arbeidsinschakeling (re-integratievoorziening) als een
                        inburgeringsvoorziening wordt aangeboden aan een inburgeraar die
                        bijstandsgerechtigd is of een uitkering ontvangt op grond van een andere
                        socialezekerheidswet of socialezekerheidsregeling
                            <onderstreept>én</onderstreept> die verplicht is om arbeid te verkrijgen
                        of te aanvaarden (artikel 20, eerste lid, WI). Indien in deze specifieke
                        situatie geen re-integratievoorziening wordt aangeboden, kan de gemeente dan
                        ook geen inburgeringsvoorziening aanbieden. Het college is verantwoordelijk
                        voor het aanbieden van de gecombineerde inburgeringsvoorziening (artikel 20,
                        tweede lid, WI). Het tweede lid van artikel 4 van de verordening draagt het
                        college op om er voor te zorgen dat de inburgeringsvoorziening wordt
                        afgestemd op de re-integratievoorziening. Omdat deze voorzieningen in het
                        kader van de uitkeringsverstrekking op grond van socialezekerheidswetten of </al><al>–regelingen ook door andere partijen dan het college (kunnen) worden
                        verstrekt, zal het college afspraken moeten maken met de verantwoordelijke
                        uitvoerders van de socialezekerheidswet of –regeling: het
                        Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), eigenrisicodragers of
                        overheidswerkgevers (artikel 21 WI). </al><al>Het derde lid regelt de bijkomende faciliteiten die het college als
                        onderdeel van de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening kan
                        opnemen. In de wet is geregeld waaruit een inburgeringsvoorziening in ieder
                        geval moet bestaan: een cursus die toe leidt naar het inburgeringsexamen of
                        het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II en het eenmaal kosteloos
                        afleggen van het desbetreffende examen (artikel 19, derde lid, WI). </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4a</nr></kop><al>Op grond van artikel 4.27 Besluit inburgering, moet de raad bij verordening
                        regels stellen over de procedure die door het college wordt gevolgd bij het
                        behandelen van verzoeken om een persoonlijk inburgeringsbudget (PIB) en de
                        criteria die worden gehanteerd bij het toekennen ervan. Een inburgerings- of
                        taalkennisvoorziening in de vorm van een PIB kan alleen worden toegekend op
                        verzoek van de inburgeraar (art. 19, tweede lid en 24, tweede lid WI). Een
                        inburgeraar dient nadat hij dat verzoek heeft gedaan, binnen 12 weken een
                        zogenaamd persoonlijk inburgeringsplan in te dienen. Op grond van art. 4.27,
                        tweede lid, Besluit inburgering moet het college vervolgens het persoonlijke
                        inburgeringsplan van de inburgeraar goedkeuren aan de hand van in het derde
                        lid vastgelegde criteria. </al><al>Na goedkeuring dient de inburgeraar zelf de overeenkomst met het gekozen
                        inburgeringsbedrijf te sluiten (art. 4.27, lid 3 en 4, Besluit inburgering).
                        De inburgeraar krijgt geen geld in handen. Nota’s worden rechtstreeks door
                        de gemeente aan het inburgeringsbedrijf vergoed.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Dit artikel vormt de uitwerking van artikel 23, derde lid, WI dat bepaalt
                        dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt over de rechten en plichten
                        van de inburgeraar voor wie een inburgeringsvoorziening is vastgesteld. Dit
                        artikel delegeert de bevoegdheid aan het college om de verplichtingen die in
                        het artikel worden genoemd aan inburgeraars in het kader van een
                        inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening op te leggen. Het college
                        legt in de beschikking tot de vaststelling van de inburgeringsvoorziening of
                        taalkennisvoorziening deze verplichtingen vast. Dezelfde verplichtingen
                        kunnen in de overeenkomst met de vrijwillige inburgeraars worden opgenomen.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><al>In de verordening moeten regels worden gesteld die betrekking hebben op de
                        inning van de eigen bijdrage van de inburgeringsplichtige door het college
                        en de mogelijkheid van betaling in termijnen (artikel 23, derde lid, WI). De
                        hoogte van de eigen bijdrage is vastgelegd in de wet en bedraagt </al><al>€ 270. Dit bedrag kan bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd
                        (artikel 23, tweede lid, WI). </al><al>In dit artikel van de verordening wordt geregeld dat de
                        inburgeringsplichtige het recht heeft de eigen bijdrage in een aantal
                        termijnen te betalen. Artikel 24, eerste lid, WI maakt het bij
                        inburgeringsplichtigen die algemene bijstand ontvangen mogelijk dat het
                        college de eigen bijdrage verrekent met deze uitkering. Als het college wil
                        overgaan tot verrekening, moet dat worden vastgelegd in de beschikking tot
                        vaststelling van de inburgeringsvoorziening. </al><al>Het innen van een eigen bijdrage kan voor de inburgeringsplichtige een
                        drempel betekenen voor het aanvaarden van het gemeentelijke aanbod. In
                        afwijking van wat in de wet is opgenomen wordt er geen eigen bijdrage
                        opgelegd bij de inburgeraar. Dit heeft dan betrekking op zowel de
                        inburgeringsplichtige als vrijwillige inburgeraar. </al><al>Aan de vrijwillige inburgeraar met een inkomen van 120% of meer van de
                        bijstandsnorm wordt, vooraf, wel een eigen bijdrage opgelegd ter hoogte van
                        het bedrag dat in artikel 23, tweede lid WI is opgenomen. Belanghebbende
                        heeft een keuze vrijheid en kan ook bij een andere instantie taallessen
                        volgen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><al>Dit artikel bevat enkele procedurele bepalingen die er voor moeten zorgen
                        dat het doen van een aanbod op zorgvuldige wijze gebeurt. Dit is van belang
                        omdat een dergelijk aanbod de start is van een procedure die – als het goed
                        is – leidt tot een besluit tot het toekennen van een inburgeringsvoorziening
                        of taalkennisvoorziening. </al><al>In het eerste lid van dit artikel wordt geregeld dat het college het aanbod
                        van een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening aan de inburgeraar
                        op schriftelijke wijze doet en dat het aanbod wordt toegestuurd naar het
                        adres waar deze staat ingeschreven in de GBA. Op deze wijze kan er geen
                        onduidelijk ontstaan over het feit dat het college de inburgeraar een aanbod
                        heeft gedaan. </al><al>Het aanbod zal inhoudelijk dezelfde strekking moeten hebben als de
                        uiteindelijke beschikking (het tweede lid). Hierdoor kan de instemming met
                        het aanbod tevens worden opgevat als instemming met de beschikking tot het
                        vaststellen van de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening (die
                        eenzijdig door de gemeente wordt opgelegd). Deze beschikking moet dan wel
                        dezelfde inhoud hebben als het aanbod (het vierde lid). </al><al>De zorgvuldigheid van de procedure gebiedt dat als de inburgeraar het aanbod
                        aanvaardt of weigert, hij of zij dit schriftelijk aan de gemeente meedeelt
                        (het derde lid). Het meest praktisch is dat deze schriftelijke mededeling
                        geschiedt in de vorm van het laten ondertekenen door de inburgeraar van een
                        verklaring die door de gemeente is opgesteld. </al><al>Het kan natuurlijk voorkomen dat een inburgeraar aan de gemeente meldt dat
                        hij wel een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening wil, maar dat
                        hij gelet op zijn situatie bepaalde wijzigingen aangebracht zou willen zien
                        in het aanbod van de gemeente. Als de gemeente hierop positief reageert, zal
                        ze het gedane aanbod moet aanpassen. </al><al>Een inburgeraar hoeft een aanbod niet te accepteren. Wordt het aanbod
                        geweigerd, dan zal hij zich zelfstandig moeten voorbereiden op het
                        inburgeringsexamen. Gaat het om een oudkomer, dan is er geen termijn
                        vastgesteld waarbinnen de betreffende persoon het inburgeringsexamen moet
                        hebben behaald. Het ligt voor de hand dat het college in een dergelijke
                        situatie een handhavingsbeschikking neemt: een besluit op grond van artikel
                        26 WI waarmee de termijn van start gaat waarbinnen de inburgeraar het
                        inburgeringsexamen moeten hebben behaald (vijf jaar na aanvang van deze
                        termijn). Het verdient aanbeveling dat het college deze handelwijze vastlegt
                        in beleidsregels, zodat tevoren voor betrokkenen duidelijk is (of zou kunnen
                        zijn) wat de gevolgen zijn van het weigeren van een aanbod voor een
                        inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening. </al><al>De procedure voor het doen van een aanbod geldt zowel voor de
                        inburgeringsplichtige als de vrijwillige inburgeraar, zij het dat wanneer de
                        vrijwillige inburgeraar het aanbod aanvaardt, het college over de inhoud van
                        het aanbod met hem een overeenkomst sluit (art 24d, tweede lid van de
                        wet).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>De inhoud van de beschikking en de overeenkomst</titel></kop><al>Het besluit tot het vaststellen van een inburgeringsvoorziening of
                        taalkennisvoorziening aan een inburgeringsplichtige is een beschikking. Dit
                        betekent dat hij de mogelijkheid heeft tegen dit besluit in bezwaar en
                        beroep te gaan. In dit artikel wordt geregeld welke onderwerpen in ieder
                        geval in de beschikking moeten worden neergelegd.</al><al>In de beschikking zullen de toegekende inburgeringsvoorziening en de daaraan
                        verbonden rechten en plichten van de inburgeringsplichtige nauwkeurig moeten
                        worden vermeld (onderdelen a en b). De inburgeringsplichtige is verplicht
                        zijn medewerking te verlenen aan de uitvoering van de
                        inburgeringsvoorziening (artikel 23, eerste lid, WI). Handhaving hiervan is
                        alleen mogelijk als de verplichtingen van de inburgeringsplichtige duidelijk
                        zijn omschreven en aan de betrokkene (onder andere door middel van de
                        beschikking) bekend zijn gemaakt. </al><al>De termijn waarbinnen een inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moet
                        hebben behaald, ligt vast in de wet (artikel 7, eerste lid, WI). In de
                        beschikking hoeft (en kan) van deze termijn alleen melding worden gemaakt
                        (onderdeel c). Onderdeel d bepaalt dat in beschikking moet worden vastgelegd
                        in hoeveel termijnen de eigen bijdrage kan worden betaald en op welke wijze
                        de betaling plaatsvindt (al dan niet op basis van verrekening met de
                        bijstandsuitkering). </al><al>Onderdeel e heeft betrekking op beschikkingen voor oudkomers. Indien het
                        college een inburgeringsvoorziening vaststelt voor een oudkomer, dan moet
                        het college in de betreffende beschikking ook de dag opnemen waarop de
                        termijn van handhaving van de inburgeringsplicht van start gaat (artikel 22,
                        tweede lid, juncto artikel 26 WI). Binnen vijf jaar ná deze datum moet de
                        betreffende oudkomer het inburgeringexamen hebben behaald. Het college kan
                        zelf bepalen wanneer de termijn van handhaving van de inburgeringsplicht van
                        start gaat. Het ligt voor de hand om deze termijn direct te laten ingaan (en
                        bijvoorbeeld niet te koppelen aan de datum waarop de inburgeringsvoorziening
                        van start gaat). De precieze datum waarop de inburgeringsvoorziening van
                        start gaat, zal niet altijd bekend zijn op het moment dat deze wordt
                        toegekend. Bovendien past het vaststellen van een datum van aanvang van
                        handhaving van de inburgeringsplicht, onafhankelijk van het moment waarop
                        met de inburgeringsvoorziening kan worden begonnen bij het uitgangspunt van
                        de wet dat de betreffende persoon als oudkomer inburgeringsplichtig is en in
                        beginsel zelf verantwoordelijk is voor het behalen van het
                        inburgeringsexamen. </al><al>Een aantal bepalingen over de inhoud van de beschikking wordt ook opgenomen
                        in de overeenkomst die met de vrijwillige inburgeraar wordt gesloten. Dit is
                        opgenomen in het tweede lid, onderdeel a. Daarnaast moeten de gevolgen van
                        het niet-nakomen van de verplichtingen van de vrijwillige inburgeraar in de
                        overeenkomst worden geregeld (onderdeel b).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                            overtredingen</titel></kop><al>Artikel 35 WI draagt de gemeenteraad op bij verordening de hoogte van de
                        bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen
                        kan worden opgelegd. Het betreft bestuurlijke boetes op te leggen aan
                            <cursief>inburgeringsplichtigen</cursief>. In artikel 34 WI zijn voor de
                        verschillende overtredingen de maximumbedragen van de bestuurlijke boete
                        vastgelegd. De gemeente kan deze boetebedragen in haar verordening
                        overnemen, maar ze kan ook lagere bedragen vaststellen. </al><al>De boetebedragen die in deze verordening zijn opgenomen zijn maximumbedragen
                        en géén gefixeerde bedragen. Het college zal bij elke overtreding de
                        bestuurlijke boete moeten afstemmen op de ernst van de overtreding en de
                        mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Bovendien moet het
                        college daarbij ook zonodig rekening houden met de omstandigheden waaronder
                        de overtreding is gepleegd (artikel 38, tweede lid, WI). Deze bepaling
                        brengt met zich mee dat het college bij elke op te leggen bestuurlijke boete
                        zal moeten nagaan welke boete passend is, gelet op de individuele
                        omstandigheden van de betrokken inburgeringsplichtige. </al><al>In het kader van een de uitvoering van een gecombineerde re-integratie- en
                        inburgeringsvoorziening kan het voorkomen dat dezelfde gedraging
                        (bijvoorbeeld het niet voldoen aan een oproep om te verschijnen en gegevens
                        te verstrekken) zowel aanleiding kan zijn voor het opleggen van een
                        bestuurlijke boete als voor het verlagen van de bijstand (een maatregel op
                        grond van artikel 18, tweede lid, Wet werk en bijstand) of het opleggen van
                        een boete of maatregel op grond van een andere scocialezekerheidswet of
                        –regeling. Artikel 37 WI bevat een regeling voor deze samenloop. In dit
                        artikel wordt bepaald dat het college in dat geval géén bestuurlijke boete
                        kan opleggen. </al><al>4<sup>e</sup> lid: Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                        overtreding</al><al>Als de inburgeringsplichtige niet binnen de voor hem geldende termijn het
                        inburgeringsexamen heeft behaald, dan legt het college hem een bestuurlijke
                        boete op. De maximumboete die kan worden opgelegd, is neergelegd in artikel
                        9, derde lid, van de verordening. Op grond van artikel 32 WI moet het
                        college in de boetebeschikking een nieuwe termijn vaststellen waarbinnen de
                        inburgeringsplichtige alsnog het inburgeringsexamen moet behalen. Als de
                        inburgeringsplichtige ook binnen deze nieuwe termijn het inburgeringsexamen
                        niet heeft behaald, maakt het eerste lid van artikel 10 het mogelijk dat het
                        college een hogere boete vaststelt. Het wettelijke maximum bedraagt € 1.000
                        (artikel 34, onderdeel d, WI). Ook in dat geval zal in de boetebeschikking
                        een nieuwe termijn moeten worden opgenomen waarbinnen de
                        inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moet behalen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Afstemming van de bestuurlijke boete</titel></kop><al>Hierin is opgenomen dat onderzoek gedaan moet worden naar de omstandigheden
                        waardoor aan bepaalde verplichtingen niet is voldaan.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10a</nr><titel>Afstemming bij het niet-nakomen van de overeenkomst</titel></kop><al>Indien de vrijwillige inburgeraar de overeenkomst niet nakomt kan dit er toe
                        leiden dat de voorziening wordt beëindigd en dat de kosten die de gemeente
                        heeft moeten maken geheel of gedeeltelijk terugbetaald moeten worden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>b Vaststellen identiteit vrijwillige inburgeraar</titel></kop><al>Deze bepaling is een uitwerking van de opdracht aan de gemeenteraad om
                        regels te stellen over het vaststellen van de identiteit van de vrijwillige
                        inburgeraar (art. 24f WI).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11a</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>