<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR98157_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voorzieningen Wmo gemeente Tilburg 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2011, 18</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening voorzieningen Wmo gemeente Tilburg 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Maatschappelijke Ondersteuning</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-04-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-05-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2011/059</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg (Besluit Wmo Tilburg), waarin nadere regels opgenomen zijn over de uitvoering van deze verordening</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening voorzieningen Wmo gemeente Tilburg 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Tekst van de regeling</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>De raad van de gemeente Tilburg;</cursief></al><lijst><li nr="-"><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en
                                    wethouders;</al></li><li nr="-"><al>gelet op de Wet maatschappelijkeondersteuning</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Besluit:</titel></kop><structuurtekst><al>Vast te stellen de Verordening voorzieningen Wmo Tilburg 2011:</al><al>Inhoudsopgave:</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</al><al>Lid 1 Wet</al><al>Lid 2 College</al><al>Lid 3 Compensatieplicht</al><al>Lid 4 Aanmelding</al><al>Lid 5 Gesprek</al><al>Lid 6 Aanvraag</al><al>Lid 7 Belanghebbende</al><al>Lid 8 Psychosociaal probleem</al><al>Lid 9 Algemene voorziening</al><al>Lid 10 Algemeen gebruikelijke voorziening</al><al>Lid 11 Collectieve voorziening</al><al>Lid 12 Voorliggende voorziening</al><al>Lid 13 Wettelijk voorliggende voorziening</al><al>Lid 14 Individuele voorziening</al><al>Lid 15 Gebruikelijke zorg</al><al>Lid 16 Voorziening in natura</al><al>Lid 17 Persoonsgebonden budget</al><al>Lid 18 Financiële tegemoetkoming</al><al>Lid 19 Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Resultaatgerichte compensatie</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2 De te bereiken resultaten </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Hoe te komen tot de te bereiken resultaten</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3 Scheiding aanmelding en aanvraag</al><al>Artikel 4 Aanmelding voor een gesprek</al><al>Artikel 5 Het gesprek</al><al>Artikel 6 Het verslag van het gesprek</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>De aanvraag van een individuele voorziening</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 7 De aanvraag</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Beoordeling van de te bereiken resultaten</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Algemene regels</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 8 Het maken van een afweging</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>De te bereiken resultaten</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 9 Een schoon en leefbaar huis</al><al>Artikel 10 Wonen in een geschikt huis</al><al>Artikel 11 Beschikken over goederen voor primaire
                                levensbehoeften</al><al>Artikel 12 Beschikken over schone draagbare en doelmatige
                                kleding</al><al>Artikel 13 Het thuis kunnen zorgen voor gezonde kinderen die tot het
                                gezin behoren.</al><al>Artikel 14 Zich verplaatsen in en om de woning</al><al>Artikel 15 Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel.</al><al>Artikel 16 De mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en
                                deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze
                                activiteiten.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Verstrekking in natura, als persoonsgebonden budget en als financiële
                            tegemoetkoming; eigen bijdrage en eigen aandeel.</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Vestrekking van voorzieningen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 17 Mogelijke verstrekkingwijzen</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Vestrekking in natura</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 18 Inhoud beschikking</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Verstrekking als persoonsgebonden budget</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 19 Overwegende bezwaren</al><al>Artikel 20 Inhoud beschikking</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Verstrekking als financiële tegemoetkoming</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 21 Inhoud beschikking</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Eigen bijdrage en eigen aandeel</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 22 Eigen bijdrage en eigen aandeel</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Bepalingen rond beslistermijn, beperkingen, advisering, voorwaarden ,
                            wijziging situatie, intrekking en terugvordering</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 23 Beslistermijn</al><al>Artikel 24 Beperkingen</al><al>Artikel 25 Advisering</al><al>Artikel 26 Voorwaarden</al><al>Artikel 27 Wijziging situatie</al><al>Artikel 28 Intrekking</al><al>Artikel 29 Terugvordering</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 30 Hardheidsclausule</al><al>Artikel 31 Besluit en beleidsregels</al><al>Artikel 32 Indexering</al><al>Artikel 33 Inwerkingtreding</al><al>Artikel 34 Overgangsrecht</al><al>Artikel 35 Citeertitel</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Lid 1</al><al>Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).</al><al>Lid 2</al><al>College: College van burgemeester en wethouders.</al><al>Lid 3</al><al>Compensatieplicht: De plicht van het College aan personen met een
                            beperking, een chronisch psychisch of een psychosociaal probleem
                            voorzieningen te bieden ter compensatie van hun beperkingen op het
                            gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie teneinde hen
                            in staat te stellen een huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en
                            om de woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel en medemensen
                            te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan. Daarbij
                            legt artikel 4 van de Wet het College de plicht op om een resultaat te
                            bereiken dat als compensatie mag gelden en dat in het individuele geval
                            maatwerk is. </al><al>Lid 4</al><al>Aanmelding: de mededeling aan het college dat er problemen zijn op grond
                            waarvan iemand verzoekt een afspraak te maken voor een gesprek.</al><al>Lid 5 </al><al>Gesprek: het eerste contact na een aanmelding waarin met degene die
                            maatschappelijke ondersteuning zoekt zijn gehele situatie wordt
                            geïnventariseerd ten aanzien van de beperkingen en de gevolgen daarvan,
                            de te bereiken resultaten, de te kiezen oplossingen via eigen
                            mogelijkheden, via mogelijkheden van het netwerk dan wel via algemene,
                            algemeen gebruikelijke collectieve, (wettelijk) voorliggende en
                            individuele voorzieningen. </al><al>Lid 6</al><al>Aanvraag: het verzoek om in aanmerking te komen voor één of meerdere
                            voorzieningen om een resultaat te bereiken in het kader van deze
                            verordening, dat schriftelijk via een aanvraagformulier, op
                            elektronische wijze, mondeling of telefonisch is gedaan.</al><al>Lid 7</al><al>Belanghebbende: een persoon die voor zichzelf of, met behulp van een
                            machtiging door een ander, een aanmelding of een aanvraag doet. </al><al>Lid 8</al><al>Psychosociaal probleem: een situatie van verlies van zelfstandigheid en,
                            met name, een gebrek aan deelname aan het maatschappelijk verkeer,
                            veroorzaakt door problemen die iemand heeft in zijn relatie met anderen,
                            met zijn sociale omgeving. </al><al>Lid 9</al><al>Algemene voorziening: een voorliggende voorziening die weliswaar niet
                            bestemd is voor, noch te gebruiken is door alle personen als bedoeld in
                            artikel 4 lid 1 van de wet, maar die anderzijds door iedereen waarvoor
                            de voorziening wel bedoeld is op eenvoudige wijze te verkrijgen of te
                            gebruiken is, zonder een ingewikkelde aanvraagprocedure.</al><al>Lid 10</al><al>Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet speciaal
                            bedoeld is voor mensen met een beperking, dus ook door anderen gebruikt
                            wordt, gewoon in de winkel te koop is en niet – aanzienlijk – duurder is
                            dan vergelijkbare producten.</al><al>Lid 11</al><al>Collectieve voorziening: een voorziening die individueel wordt verstrekt
                            maar die door meerdere personen tegelijk wordt gebruikt, b.v. het
                            collectief vraagafhankelijk vervoer.</al><al>Lid 12</al><al>Voorliggende voorziening: een voorziening die normaal in de maatschappij
                            aanwezig en beschikbaar is en bedoeld voor iedereen die daar behoefte
                            aan heeft.</al><al>Lid 13</al><al>Wettelijk voorliggende voorziening: een voorziening op grond van een
                            wettelijke bepaling anders dan ingevolge de wet waarmee het resultaat
                            geheel of gedeeltelijk bereikt kan worden.</al><al>Lid 14</al><al>Individuele voorziening: een voorziening die door het college ten
                            behoeve van één persoon op basis van artikel 4 Wmo wordt verstrekt en
                            waarop alle regels van de Wmo van toepassing zijn.</al><al>Lid 15</al><al>Gebruikelijke zorg: de zorg die op het gebied van het voeren van het
                            huishouden voor alle meerderjarige leden van een leefeenheid geldt om
                            gezamenlijk voor het huishouden te zorgen.</al><al>Lid 16:</al><al>Voorziening in natura: een voorziening bijvoorbeeld verstrekt in de vorm
                            van bruikleen, van eigendom of van door de gemeente ingekochte hulp bij
                            het huishouden, om in te zetten om het resultaat te bereiken.</al><al>Lid 17:</al><al>Persoonsgebonden budget: een geldbedrag om te gebruiken voor het te
                            bereiken resultaat, als alternatief voor een voorziening in natura.</al><al>Lid 18:</al><al>Financiële tegemoetkoming: een geldbedrag, al dan niet forfaitair of
                            gemaximeerd, bedoeld om een voorziening mee aan te schaffen voor het te
                            bereiken resultaat.</al><al>Lid 19:</al><al>Besluit:) het door het college op grond van deze verordening vast te
                            stellen Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg (Besluit
                            MO Tilburg) waarin nadere regels opgenomen worden over de uitvoering van
                            deze verordening.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Resultaatgerichte compensatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>De te bereiken resultaten</titel></kop><al>De op basis van artikel 4 lid 1 van de wet via compenserende maatregelen
                            te bereiken resultaten zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>een schoon en leefbaar huis;</al></li><li nr="b."><al>wonen in een geschikt huis;</al></li><li nr="c."><al>beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften;</al></li><li nr="d."><al>beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding;</al></li><li nr="e."><al>het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                                    behoren;</al></li><li nr="f."><al>zich verplaatsen in om en nabij de woning; </al></li><li nr="g."><al>zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel;</al></li><li nr="h."><al>de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te
                                    nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze
                                    activiteiten.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Hoe te komen tot de te bereiken resultaten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Scheiding aanmelding en aanvraag</titel></kop><al>Lid 1</al><al>Aan een aanvraag voor een individuele voorziening ex artikel 1, lid 1
                            aanhef en onder g sub 6 van de wet gaat een aanmelding voor een gesprek
                            vooraf indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvraag afkomstig is van een belanghebbende die nog niet
                                    eerder een aanvraag in het kader van de Wmo heeft gedaan;</al></li><li nr="b."><al>de aanvraag afkomstig is van een belanghebbende die al eerder
                                    een gesprek heeft gevoerd, maar waarbij sprake is van gewijzigde
                                    omstandigheden of gewijzigde te bereiken resultaten;</al></li><li nr="c."><al>belanghebbende of het college daarom verzoekt.</al></li></lijst><al>Lid 2</al><al>Indien belanghebbende aangeeft direct een aanvraag in te willen dienen
                            vervalt het gestelde in het eerste lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Aanmelding voor een gesprek</titel></kop><al>Lid 1</al><al>Een aanmelding voor een gesprek kan schriftelijk, telefonisch, mondeling
                            of elektronisch worden gedaan bij LoketZ door of namens een persoon met
                            een beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal
                            probleem die behoefte heeft aan compensatie ten behoeve van het
                            bevorderen van zijn deelname aan het maatschappelijk verkeer en het
                            zelfstandig functioneren.</al><al>Lid 2</al><al>Tijdens of uiterlijk binnen 3 werkdagen na het kenbaar maken van een
                            vraag of het indienen van een aanvraag wordt een afspraak voor een
                            gesprek gemaakt. Deze afspraak wordt aan de aanmelder schriftelijk
                            bevestigd. Bij deze schriftelijke bevestiging wordt een lijst met te
                            bespreken punten verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Het gesprek</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Het gesprek wordt gevoerd bij de belanghebbende thuis of ten kantore van
                            de gemeente, tenzij belanghebbende aangeeft het gesprek liever elders te
                            voeren.</al><al>Lid 2</al><al>Als de belanghebbende een mantelzorger is, wordt met de mantelzorger en
                            zo mogelijk en noodzakelijk met de verzorgde geïnventariseerd welke
                            problemen er bestaan bij de uitvoering van mantelzorg. </al><al>Lid 3</al><al>Bij het voeren van het gesprek zal de International Classification of
                            Functions, Disabilities and Health (ICF classificatie) als basis voor
                            het begrippenkader worden gehanteerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Het verslag van het gesprek</titel></kop><al>Lid 1</al><al>Het gesprek kan worden afgesloten met een verslag. Opmerkingen van
                            belanghebbende over dit verslag kunnen als bijlage aan het verslag
                            worden toegevoegd. </al><al>Lid 2.</al><al>Het verslag van het gesprek bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>Een omschrijving van de beperking, het chronisch psychisch
                                    probleem en/of het psychosociaal probleem zoals ervaren door
                                    belanghebbende.</al></li><li nr="b."><al>De mogelijkheden die belanghebbende heeft ondanks dit
                                    probleem.</al></li><li nr="c."><al>De belemmeringen die belanghebbende ondervindt vanwege dit
                                    probleem.</al></li><li nr="d."><al>De resultaten die belanghebbende wil bereiken op de in artikel 4
                                    lid 1 Wmo omschreven terreinen.</al></li><li nr="e."><al>Hetgeen belanghebbende inmiddels zelf heeft gedaan om bestaande
                                    problemen op te lossen.</al></li><li nr="f."><al>De mogelijkheden die belanghebbende nog heeft om oplossingen te
                                    bewerkstelligen door middel van algemene voorzieningen, algemeen
                                    gebruikelijke voorzieningen, collectieve voorzieningen of andere
                                    al dan niet wettelijk voorliggende voorzieningen.</al></li><li nr="g."><al>De individuele voorzieningen die uiteindelijk nodig zijn om de
                                    geformuleerde doelstellingen te bereiken.</al></li><li nr="h."><al>Een samenvatting van wederzijds gemaakte afspraken.</al></li></lijst><al>Lid 3.</al><al>Na het voeren van een gesprek kan een belanghebbende een kan de
                            belanghebbende een aanvraag indienen voor een individuele voorziening ex
                            artikel 1, lid 1 aanhef en onder g sub 6 van de wet.</al><al>Hij kan daarbij gebruik maken van een beschikbaar
                            aanvraagformulier.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>De aanvraag van een individuele voorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>De aanvraag</titel></kop><al>Lid 1</al><al>De aanvraag van een individuele voorziening kan schriftelijk, mondeling,
                            waaronder telefonisch, of elektronisch plaatsvinden.</al><al>Lid 2</al><al>Indien een aanvraag telefonisch of mondeling plaatsvindt, wordt dit per
                            omgaande schriftelijk bevestigd. Bij deze bevestiging wordt een
                            aanvraagformulier meegezonden. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Beoordeling van de te bereiken resultaten</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Algemene regels</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Het maken van een afweging</titel></kop><al>Lid 1</al><al>Bij het beoordelen van de noodzakelijke compensatie neemt het
                                college het verslag van het gesprek, indien aanwezig, als
                                uitgangspunt. Het college gaat uit van de persoonskenmerken en
                                behoeften van de aanvrager. Daarbij wordt onderzoek gedaan naar de
                                noodzaak en mogelijkheid tot leveren van maatwerk ten aanzien van
                                het te bereiken resultaat.</al><al>Lid 2</al><al>Alle wettelijke, voorliggende, algemeen gebruikelijke, algemene en
                                collectieve voorzieningen die beschikbaar en bruikbaar zijn worden,
                                voor zover die niet tot een oplossing hebben geleid in het gesprek,
                                of voor zover geen gesprek heeft plaatsgevonden, eerst
                                beoordeeld.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>De te bereiken resultaten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Een schoon en leefbaar huis</titel></kop><al>Lid 1</al><al>Het eerste te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                                huishouden bestaat uit het kunnen wonen in een huis dat schoon is. </al><al>Lid 2</al><al>Met het oog op een schoon en leefbaar huis kan een individuele
                                voorziening getroffen worden voor het lichte en/of het zware
                                huishoudelijke werk.</al><al>Lid 3</al><al>Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die
                                beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen, zal dit
                                eerst in het kader van gebruikelijke zorg beoordeeld worden.</al><al>Lid 4</al><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar
                                en bruikbaar zijn, zullen ten aanzien van die onderdelen geen
                                individuele voorzieningen worden verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Wonen in een geschikt huis</titel></kop><al>Lid 1</al><al>Het tweede te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                                huishouden bestaat uit het normaal gebruik kunnen maken van de
                                woning waar men over beschikt. </al><al>Lid 2</al><al>Met het oog op het normale gebruik van de woning kan een individuele
                                voorziening worden getroffen ten aanzien van de bereikbaarheid,
                                toegankelijkheid en bruikbaarheid van de woning.</al><al>Lid 3</al><al>Voor zover de belanghebbende kan verhuizen naar een geschikte woning
                                of een gemakkelijker geschikt te maken woning welke verhuizing kan
                                leiden tot het te bereiken resultaat zal deze mogelijkheid eerst
                                beoordeeld worden. Deze beoordeling zal alleen plaatsvinden indien
                                de aanpassing van de woning een bedrag zoals genoemd in het Besluit
                                maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg te boven gaat.</al><al>Lid 4</al><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar
                                en bruikbaar zijn zullen ten aanzien van die onderdelen geen
                                individuele voorzieningen worden verstrekt. Een tegemoetkoming in de
                                verhuiskosten kan dan wel worden verstrekt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Beschikken over goederen voor primaire
                                    levensbehoeften</titel></kop><al>Lid 1</al><al>Het derde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                                huishouden bestaat uit het voorzien zijn van dagelijkse benodigde
                                hoeveelheid voedsel voor maaltijden en andere momenten waarop iets
                                genuttigd wordt, evenals toiletartikelen en schoonmaakartikelen. Ook
                                de noodzakelijke bereiding van maaltijden kan hieronder vallen.</al><al>Lid 2</al><al>Met het oog op het beschikken over goederen voor primaire
                                levensbehoeften kan een individuele voorziening worden getroffen ten
                                aanzien van het doen van boodschappen, voor wat betreft
                                levensmiddelen, schoonmaakmiddelen, en toiletartikelen, alsmede het
                                bereiden en aanreiken van maaltijden.</al><al>Lid 3</al><al>Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die
                                beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen, zal dit
                                eerst in het kader van gebruikelijke zorg beoordeeld worden.</al><al>Lid 4 </al><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en
                                bruikbare boodschappenservice of maaltijdvoorziening die in de
                                individuele situatie van de belanghebbende kan leiden tot het te
                                bereiken resultaat zal deze mogelijkheid eerst beoordeeld
                                worden.</al><al>Lid 5</al><al>Voor zover de in lid 3 en 4 genoemde mogelijkheden beschikbaar en
                                bruikbaar zijn zullen ten aanzien van die onderdelen geen
                                individuele voorzieningen worden verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Beschikken over schone, draagbare en doelmatige
                                    kleding</titel></kop><al>Lid 1</al><al>Het vierde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                                huishouden bestaat uit het aanwezig zijn van gewassen, al dan niet
                                gestreken en zo nodig opgevouwen of opgehangen kleding.</al><al>Lid 2</al><al>Als het gaat om het beschikken over schone, draagbare en doelmatige
                                kleding kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien
                                van het wassen, drogen en strijken en opruimen van de dagelijkse
                                was.</al><al>Lid 3</al><al>Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die
                                beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen, zal dit
                                eerst in het kader van gebruikelijke zorg beoordeeld worden.</al><al>Lid 4</al><al>Voor zover de in lid 3 genoemde mogelijkheden beschikbaar en
                                bruikbaar zijn zullen ten aanzien van die onderdelen geen
                                individuele voorzieningen worden verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Het thuis kunnen zorgen voor gezonde kinderen die tot het
                                    gezin behoren</titel></kop><al>Lid 1</al><al>Het vijfde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                                huishouden bestaat uit de dagelijkse, gebruikelijke zorg voor in het
                                huishouden aanwezige gezonde kinderen.</al><al>Lid 2</al><al>Als het gaat om het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het
                                gezin behoren, kan een individuele voorziening worden getroffen ten
                                aanzien van het vervangen van de ouder die in principe voor de
                                kinderen zorgt. </al><al>Lid 3</al><al>Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die
                                beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen, zal dit
                                eerst in het kader van gebruikelijke zorg beoordeeld worden.</al><al>Lid 4</al><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en
                                bruikbare voor- tussen- en naschoolse opvang, kinderopvang of andere
                                opvangmogelijkheden die in de individuele situatie van de aanvrager
                                kunnen leiden tot het te bereiken resultaat worden deze
                                mogelijkheden eerst beoordeeld.</al><al>Lid 5</al><al>Voor zover de in lid 3 en 4 genoemde mogelijkheden beschikbaar en
                                bruikbaar zijn zullen ten aanzien van die onderdelen geen
                                individuele voorzieningen worden verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Zich verplaatsen in en om de woning</titel></kop><al><cursief>Lid 1 </cursief></al><al>Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich verplaatsen in en
                                om de woning bestaat uit het in staat zijn de woonkamer, het
                                slaapvertrek en/of de slaapvertrekken, het toilet en de douche, de
                                berging, de tuin of het balkon kunnen bereiken en er zich zodanig
                                kunnen redden dat normaal functioneren mogelijk is. </al><al>Lid 2</al><al>Met het oog op het verplaatsen in en om de woning kan een
                                individuele voorziening worden getroffen bestaande uit een rolstoel
                                voor dagelijks zittend gebruik.</al><al>Lid 3</al><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en
                                bruikbare rolstoelpool die in de individuele situatie van de
                                belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat zal deze
                                mogelijkheden eerst beoordeeld worden.</al><al>Lid 4</al><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar
                                en bruikbaar zijn zullen ten aanzien van die onderdelen geen
                                individuele voorzieningen worden verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel</titel></kop><al>Lid 1 </al><al>Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich lokaal
                                verplaatsen per vervoermiddel uit het kunnen doen van dagelijkse
                                boodschappen, het kunnen bezoeken van familie, kennissen en het doen
                                van gewenste activiteiten, alles binnen de directe woon- en
                                leefomgeving.</al><al>Lid 2</al><al>Met het oog op het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel, kan
                                een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het
                                verplaatsen over de korte afstand rond de woning en het verplaatsen
                                over de langere afstand binnen de directe woon- en
                                leefomgeving.</al><al>Lid 3</al><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en
                                bruikbare scootermobielpool of van collectief vraagafhankelijk
                                vervoer van deur tot deur die in de individuele situatie van de
                                belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat zullen deze
                                mogelijkheden eerst beoordeeld worden.</al><al>Lid 4</al><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheid beschikbaar en
                                bruikbaar zijn zullen ten aanzien van die onderdelen geen
                                individuele voorzieningen worden verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>De mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel
                                    te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze
                                    activiteiten</titel></kop><al>Lid 1</al><al>Het te bereiken resultaat ten aanzien van de mogelijkheid om
                                contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve,
                                maatschappelijke of religieuze activiteiten bestaat uit het zo
                                mogelijk kunnen afleggen van gewenste bezoeken en het deelnemen aan
                                gewenste activiteiten. </al><al>Lid 2 </al><al>Met het oog op de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen
                                en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze
                                activiteiten kan een individuele voorziening worden getroffen ten
                                aanzien van het vervoer naar de gewenste bestemmingen.</al><al>Lid 3</al><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en
                                bruikbare (vrijwilligers)organisatie die in de individuele situatie
                                van de belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat
                                zullen deze mogelijkheden eerst beoordeeld worden.</al><al>Lid 4</al><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar
                                en bruikbaar zijn zullen ten aanzien van die onderdelen geen
                                individuele voorzieningen worden verstrekt.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Verstrekking in natura, als persoonsgebonden budget en als financiële
                            tegemoetkoming; eigen bijdrage en eigen aandeel in de kosten</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Verstrekking van voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Mogelijke verstrekkingwijzen</titel></kop><al>De te treffen voorzieningen kunnen als voorziening in natura, als
                                financiële tegemoetkoming of als persoonsgebonden budget worden
                                verstrekt.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Verstrekking in natura</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Inhoud beschikking</titel></kop><al>Lid 1</al><al>Bij het treffen van een voorziening in natura wordt in de
                                beschikking in ieder geval vastgelegd: </al><lijst><li nr="1."><al>welke de te treffen voorziening is; </al></li><li nr="2."><al>wat de duur is van de verstrekking is; </al></li><li nr="3."><al>hoe de voorziening in natura verstrekt wordt; </al></li><li nr="4."><al>of er sprake is van een overeenkomst waarin deze
                                        verstrekking is geregeld; </al></li><li nr="5."><al>de voorwaarden die aan de verstrekking worden
                                        verbonden.</al></li></lijst><al>Lid 2</al><al>Als er sprake is van een te betalen eigen bijdrage wordt dit in de
                                beschikking opgenomen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Verstrekking als persoonsgebonden budget</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Overwegende bezwaren</titel></kop><al>Het college legt in het Besluit vast in welke situaties sprake is
                                van overwegende bezwaren zodat er geen persoonsgebonden budget
                                verstrekt wordt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Inhoud beschikking</titel></kop><al>Lid 1</al><al>Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een
                                persoonsgebonden budget wordt in de beschikking in ieder geval
                                vastgelegd: </al><lijst><li nr="1."><al>voor welk te bereiken resultaat het persoonsgebonden budget
                                        gebruikt moet worden, eventueel aangevuld met een program
                                        van eisen waaraan bij de besteding voldaan moet worden;
                                    </al></li><li nr="2."><al>wat de omvang van het persoonsgebonden budget is en hoe deze
                                        omvang tot stand is gekomen;</al></li><li nr="3."><al>wat de duur is van de verstrekking waarvoor het
                                        persoonsgebonden budget bedoeld is; </al></li><li nr="4."><al>welke regels gelden ten aanzien van verantwoording van het
                                        persoonsgebonden budget;</al></li><li nr="5."><al>de voorwaarden die aan de verstrekking worden
                                        verbonden.</al></li></lijst><al>Lid 2</al><al>Als er sprake is van een te betalen eigen bijdrage wordt dit in de
                                beschikking opgenomen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Verstrekking als financiële tegemoetkoming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Inhoud beschikking</titel></kop><al>Lid 1</al><al>Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een financiële
                                tegemoetkoming wordt in de beschikking in ieder geval
                                vastgelegd:</al><lijst><li nr="1."><al>voor welke te treffen voorziening de financiële
                                        tegemoetkoming bestemd is; </al></li><li nr="2."><al>wat de duur van de verstrekking is; </al></li><li nr="3."><al>of er sprake is van een overeenkomst waarin deze
                                        verstrekking is geregeld; </al></li><li nr="4."><al>de voorwaarden die aan de verstrekking worden
                                        verbonden.</al></li></lijst><al>Lid 2</al><al>Als er sprake is van een te betalen eigen aandeel in de kosten wordt
                                dit in de beschikking opgenomen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Eigen bijdrage / eigen aandeel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Eigen bijdragen en eigen aandeel.</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Bij het verstrekken van een voorziening is een eigen bijdrage of een
                                eigen aandeel verschuldigd ten aanzien van de volgende
                                resultaten:</al><lijst><li nr="a."><al>een schoon en leefbaar huis;</al></li><li nr="b."><al>beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften;</al></li><li nr="c."><al>beschikken over schone, draagbare en doelmatige
                                        kleding;</al></li><li nr="d."><al>het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                                        behoren;</al></li><li nr="e."><al>wonen in een geschikt huis;</al></li><li nr="f."><al>zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel;</al></li><li nr="g."><al>de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en
                                        deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of
                                        religieuze activiteiten.</al></li></lijst><al>Lid 2.</al><al>Het college legt in het Besluit de hoogte van de te vragen eigen
                                bijdrage of het eigen aandeel in de kosten vast.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Bepalingen rond beslistermijn, beperkingen, advisering, voorwaarden,
                            wijziging situatie, intrekking en terugvordering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>De termijn waarbinnen een besluit genomen moet worden bedraagt
                            voor:</al><lijst><li nr="1."><al>een voorziening voor het wonen in een schoon en leefbaar huis:
                                    maximaal 8 weken;</al></li><li nr="2."><al>een voorziening voor het beschikken over goederen voor primaire
                                    levensbehoeften: maximaal 8 weken;</al></li><li nr="3."><al>een voorziening voor het beschikken over schone, draagbare en
                                    doelmatige kleding: maximaal 8 weken;</al></li><li nr="4."><al>een voorziening voor het thuis kunnen zorgen voor kinderen die
                                    tot het gezin behoren: maximaal 8 weken;</al></li><li nr="5."><al>een voorziening voor het wonen in een geschikt huis:</al><lijst><li nr="a."><al>als het gaat om voorzieningen waarvoor geen bouwkundige
                                            offertes opgevraagd</al><al> moeten worden: maximaal 8 weken;</al></li><li nr="b."><al>als het gaat om voorzieningen waarvoor wel bouwkundige
                                            offertes opgevraagd</al><al> moeten worden: maximaal 16 weken;</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>een voorziening voor het zich verplaatsen in en om de woning:
                                    maximaal 8 weken;</al></li><li nr="7."><al>een voorziening voor het zich lokaal verplaatsen per
                                    vervoermiddel: maximaal 8 weken;</al></li><li nr="8."><al>een voorziening voor het ontmoeten van medemensen het op basis
                                    daarvan sociale verbanden aangaan: maximaal 8 weken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Beperkingen</titel></kop><al>Lid 1</al><al>Een voorziening kan slechts worden toegekend voor zover:</al><lijst><li nr="a."><al>de noodzaak voor het te bereiken doel langdurig noodzakelijk is,
                                    tenzij kortdurende hulp bij het huishouden leidt tot het te
                                    bereiken resultaat;</al></li><li nr="b."><al>de te verstrekken voorziening als de goedkoopst-compenserende
                                    voorziening aan te merken is;</al></li></lijst><al>Lid 2</al><al>Geen voorziening wordt toegekend:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de voorziening algemeen gebruikelijk is;</al></li><li nr="b."><al>indien de aanvrager niet woonachtig is in de gemeente
                                    Tilburg;</al></li><li nr="c."><al>voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de
                                    aanvrager voorafgaand aan het moment van aanvragen of het moment
                                    van beschikken heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of deze
                                    voorziening noodzakelijk was en als de goedkoopst-compenserend
                                    valt aan te merken;</al></li><li nr="d."><al>voor zover een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking
                                    heeft reeds eerder in het kader van enige wettelijke bepaling of
                                    regeling is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de
                                    voorziening nog niet verstreken is, tenzij de eerder vergoede of
                                    verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van
                                    omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te
                                    rekenen.</al></li></lijst><al>Lid 3</al><lijst><li nr="a."><al>Indien het inkomen van een ongehuwde persoon of het gezamenlijk
                                    inkomen van gehuwde personen meer bedraagt dan 1,5 maal in het
                                    Besluit maatschappelijke ondersteuning Tilburg voor de diverse
                                    categorieën genoemde inkomensgrenzen, wordt het bezit van een
                                    personenauto algemeen gebruikelijk geacht, zodat een auto of een
                                    met een auto vergelijkbare voorziening en de daarmee
                                    samenhangende gebruiks- en onderhoudskosten niet in aanmerking
                                    komen voor verstrekking of vergoeding.</al></li><li nr="b.1"><al>Indien het inkomen van een ongehuwde persoon of het gezamenlijk
                                    inkomen van gehuwde personen meer bedraagt dan 1,5 maal in het
                                    Besluit maatschappelijke ondersteuning Tilburg voor de diverse
                                    categorieën genoemde inkomensgrenzen, wordt betrokkene geacht
                                    over een inkomen te beschikken dat toereikend is om zelf in de
                                    kosten van het collectief vraagafhankelijk vervoerde (Regiotaxi)
                                    te voorzien. Betrokkene ontvangt dan geen Wmo-regiotaxipas.</al></li><li nr="b.2"><al>In afwijking van het eerste lid kan betrokkene in aanmerking
                                    komen voor een Wmo- regiotaxipas, als hij zonder zo'n pas niet
                                    met de Regiotaxi kan reizen. De hoogte van het in deze situatie
                                    door betrokkene zelf te betalen tarief wordt bepaald in het
                                    Besluit.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Advisering</titel></kop><al>Lid 1</al><al>Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor de
                            beoordeling van het recht op de aangevraagde voorziening, degene door
                            wie een aanvraag is ingediend of bij gebruikelijke zorg diens relevante
                            huisgenoten:</al><lijst><li nr="a."><al>op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college
                                    te bepalen plaats en tijdstip en hem te ondervragen;</al></li><li nr="b."><al>op een door het college te betalen plaats en tijdstip door een
                                    of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen ondervragen en/of
                                    onderzoeken.</al></li></lijst><al>Lid 2</al><al>Het college vraagt een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om
                            advies indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het onduidelijk is wat de aard van de problemen is en welke
                                    prognose er bestaat;</al></li><li nr="b."><al>de aanvraag om medische redenen wordt afgewezen;</al></li><li nr="c."><al>het college dat overigens gewenst vindt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Voorwaarden</titel></kop><al>Het college kan aan het verstrekken van een voorziening voorwaarden
                            verbinden, die verband houden met de aard en het doel van een bepaalde
                            voorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Wijziging situatie</titel></kop><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een voorziening is verstrekt,
                            is verplicht aan het college mededeling te doen van feiten en
                            omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van
                            invloed kunnen zijn op het recht op een voorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Intrekking</titel></kop><al>Lid 1</al><al>Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening,
                            geheel of gedeeltelijk intrekken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet is voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze
                                    verordening,</al></li><li nr="b."><al>beschikt is op grond van gegevens en gebleken is dat die
                                    gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens
                                    bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen.</al></li></lijst><al>Lid 2</al><al>Een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming of een
                            persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken, indien blijkt dat de
                            tegemoetkoming of het budget binnen zes maanden na uitbetaling niet is
                            aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening
                            heeft plaatsgevonden.</al><al>Lid 3</al><al>In afwijking van het tweede lid kan een besluit tot verlening van een
                            financiële tegemoetkoming voor verhuis- en inrichtingskosten worden
                            ingetrokken, indien blijkt dat de belanghebbende 2 jaar na de toekenning
                            niet daadwerkelijk is verhuisd.</al><al>Lid 4</al><al>In de in de leden 1 en 2 bedoelde gevallen dient de verstrekte
                            voorziening te worden gerestitueerd binnen 6 weken nadat het
                            intrekkingbesluit aan betrokkene is meegedeeld</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><al>Lid 1</al><al>Indien het recht op een voorziening is ingetrokken kan op basis daarvan
                            een reeds uitbetaalde financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden
                            budget worden teruggevorderd.</al><al>Lid 2</al><al>Ingeval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is
                            ingetrokken kan deze voorziening worden teruggevorderd indien de
                            voorziening is verleend op basis van valselijk verstrekte gegevens.</al><al>Lid 3.</al><al>Ingeval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is
                            ingetrokken kan deze voorziening worden teruggehaald indien de
                            voorziening is verleend op basis van valselijk verstrekte gegevens.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager
                            afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de
                            verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Besluit en beleidsregels</titel></kop><al>Het college stelt een Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente
                            Tilburg en beleidsregels vast. Hierin neemt het nadere regels op over de
                            uitvoering van deze verordening, over de omvang van de (financiële)
                            verstrekkingen en over de omvang van de eigen bijdrage en het eigen
                            aandeel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32.</nr><titel>Indexering</titel></kop><al>Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze
                            verordening en het op deze verordening berustende Besluit geldende
                            bedragen indexeren. In het Besluit is opgenomen voor welke bedragen dit
                            geldt en welk prijsindexcijfer gehanteerd wordt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Lid 1</al><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 mei 2011.</al><al>Lid 2</al><al>Op die dag vervalt de "Verordening voorzieningen maatschappelijke
                            ondersteuning gemeente Tilburg 2007" zoals die door de raad van de
                            gemeente Tilburg is vastgesteld bij besluit van 18 september 2006.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34.</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een
                            aanvraag is ingediend op grond van de in artikel 33 lid 2 genoemde
                            verordening en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                            verordening nog niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop
                            overeenkomstig de in artikel 33 lid 2 genoemde verordening beslist,
                            tenzij de bepalingen van deze verordening gunstiger zijn voor de
                            aanvrager, in welk geval de bepalingen van deze verordening worden
                            toegepast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening voorzieningen Wmo
                            Tilburg 2011” .</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting</tussenkop><tussenkop>Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</al><al>Lid 1 Wet</al><al>Lid 2 College</al><al>Lid 3 Compensatieplicht</al><al>Lid 4 Aanmelding</al><al>Lid 5 Gesprek</al><al>Lid 6 Aanvraag</al><al>Lid 7 Belanghebbende</al><al>Lid 8 Psychosociaal probleem</al><al>Lid 9 Algemene voorziening</al><al>Lid 10 Algemeen gebruikelijke voorziening</al><al>Lid 11 Collectieve voorziening</al><al>Lid 12 Voorliggende voorziening</al><al>Lid 13 Wettelijk voorliggende voorziening</al><al>Lid 14 Individuele voorziening</al><al>Lid 15 Gebruikelijke zorg</al><al>Lid 16 Voorziening in natura</al><al>Lid 17 Persoonsgebonden budget</al><al>Lid 18 Financiële tegemoetkoming</al><al>Lid 19 Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg </al><tussenkop>Hoofdstuk 2 Resultaatgerichte compensatie</tussenkop><al>Artikel 2 De te bereiken resultaten </al><tussenkop>Hoofdstuk 3 Hoe te komen tot de te bereiken resultaten</tussenkop><al>Artikel 3 Scheiding aanmelding en aanvraag</al><al>Artikel 4 Aanmelding voor een gesprek</al><al>Artikel 5 Het gesprek</al><al>Artikel 6 Het verslag van het gesprek</al><tussenkop>Hoofdstuk 4 De aanvraag van een individuele voorziening</tussenkop><al>Artikel 7 De aanvraag</al><tussenkop>Hoofdstuk 5 Beoordeling van de te bereiken resultaten</tussenkop><tussenkop>Paragraaf 1 Algemene regels</tussenkop><al>Artikel 8 Het maken van een afweging</al><tussenkop>Paragraaf 2 De te bereiken resultaten</tussenkop><al>Artikel 9 Een schoon en leefbaar huis</al><al>Artikel 10 Wonen in een geschikt huis</al><al>Artikel 11 Beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften</al><al>Artikel 12 Beschikken over schone draagbare en doelmatige kleding</al><al>Artikel 13 Het thuis kunnen zorgen voor gezonde kinderen die tot het gezin
                    behoren</al><al>Artikel 14 Zich verplaatsen in en om de woning</al><al>Artikel 15 Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel</al><al>Artikel 16 De mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te
                    nemen aan </al><al> recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten</al><tussenkop>Hoofdstuk 6 Verstrekking in natura, als persoonsgebonden budget en als
                    financiële tegemoetkoming; eigen bijdrage en eigen aandeel.</tussenkop><tussenkop>Paragraaf 1 Vestrekking van voorzieningen</tussenkop><al>Artikel 17 Mogelijke verstrekkingwijzen</al><tussenkop>Paragraaf 2 Vestrekking in natura</tussenkop><al>Artikel 18 Inhoud beschikking</al><tussenkop>Paragraaf 3 Verstrekking als persoonsgebonden budget</tussenkop><al>Artikel 19 Overwegende bezwaren</al><al>Artikel 20 Inhoud beschikking</al><tussenkop>Paragraaf 4 Verstrekking als financiële tegemoetkoming</tussenkop><al>Artikel 21 Inhoud beschikking</al><tussenkop>Paragraaf 5 Eigen bijdrage en eigen aandeel</tussenkop><al>Artikel 22 Eigen bijdrage en eigen aandeel</al><tussenkop>Hoofdstuk 7 Bepalingen rond beslistermijn, beperkingen, advisering,
                    voorwaarden , wijziging situatie, intrekking en terugvordering</tussenkop><al>Artikel 23 Beslistermijn</al><al>Artikel 24 Beperkingen</al><al>Artikel 25 Advisering</al><al>Artikel 26 Voorwaarden</al><al>Artikel 27 Wijziging situatie</al><al>Artikel 28 Intrekking</al><al>Artikel 29 Terugvordering</al><tussenkop>Hoofdstuk 8 Slotbepalingen</tussenkop><al>Artikel 30 Hardheidsclausule</al><al>Artikel 31 Besluit en beleidsregels</al><al>Artikel 32 Indexering</al><al>Artikel 33 Inwerkingtreding</al><al>Artikel 34 Overgangsrecht</al><al>Artikel 35 Citeertitel</al><tussenkop>Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 1.</tussenkop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>Lid 1: waar staat Wet wordt bedoeld de Wel maatschappelijke ondersteuning.</al><al>Lid 2: waar staat College wordt bedoeld: College van burgemeester en
                    wethouders.</al><al>Lid 3 Compensatieplicht</al><al>De begripsomschrijving van het cruciale begrip “compensatieplicht” is ontleend
                    aan de uitspraak van de Centrale Raad van beroep van 10 december 2008. In deze
                    uitspraak wordt voor het eerst een fundamenteel standpunt gegeven over de Wmo.
                    Het letterlijke citaat luidt:</al><tussenkop>“4.2.2. Artikel 4 van de Wmo verplicht het College aan de in dat artikel
                    genoemde personen voorzieningen te bieden ter compensatie van hun beperkingen op
                    het gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie teneinde hen in
                    staat te stellen een huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en om de
                    woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel en medemensen te ontmoeten
                    en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan. Dit artikel brengt mee dat de
                    zelfredzaamheid en de maatschappelijke participatie van deze personen de
                    doeleinden zijn waarop de compensatieplicht van het College gericht moet zijn.
                    Het is - gelet op de artikelen 3 en 5 van de Wmo - in beginsel aan de
                    gemeenteraad en - gelet op artikel 4 van de Wmo - aan het College om te bepalen
                    op welke wijze invulling wordt gegeven aan de in artikel 4 van de Wmo bedoelde
                    compensatieplicht. De rechter dient de keuze(n) die de gemeenteraad en het
                    College daarbij hebben gemaakt in beginsel te respecteren, onverminderd de
                    rechtsplicht van het College om in elk concreet geval een voorziening te treffen
                    die zich kwalificeert als compensatie van beperkingen op het gebied van
                    zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. Artikel 4 van de Wmo legt het
                    College, wat dat aangaat, de plicht op om een resultaat te bereiken dat als
                    compensatie mag gelden. De Raad heeft noch in de wet, noch in de
                    wetsgeschiedenis aanknopingspunten gevonden voor een terughoudende beoordeling
                    van een ter uitvoering van artikel 4 van de Wmo genomen besluit. Wel heeft hij
                    daarin aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat een dergelijk besluit in
                    het individuele geval maatwerk dient te zijn. Onder omstandigheden kan dit
                    leiden tot het oordeel dat algemene keuzen die de gemeenteraad en het College
                    bij de uitvoering van de artikelen 3, 4, 5 en 6 van de Wmo hebben gemaakt in het
                    concrete, individuele geval niet kunnen worden toegepast wegens strijd met de in
                    artikel 4 van de Wmo bedoelde compensatieplicht. De Raad vindt hiervoor steun in
                    de parlementaire geschiedenis, meer in het bijzonder in het verslag van het
                    wetgevingsoverleg (Tweede Kamer 2005-2006, 30 131, nr. 98, p. 58 en 61), de
                    brief van de staatssecretaris van 30 oktober 2006 (Tweede Kamer 2006-2007, 30
                    131, nr. 122, p. 6), de memorie van antwoord (Eerste Kamer 2005-2006, 30131, C,
                    p. 7, 9, 10 en 57), de nadere memorie van antwoord (Eerste Kamer 2005-2006, 30
                    131, E, p. 19 en 25) en de Handelingen (Eerste Kamer 27 juni 2006, p. 34-1645).” </tussenkop><al>Uit dit citaat zijn de belangrijkste bestanddelen samengevoegd tot de volgende
                    begripsomschrijving:</al><al>“<cursief>Compensatieplicht: De plicht van het College van burgemeester en
                        wethouders aan personen met een beperking, een chronisch psychisch of een
                        psychosociaal probleem, voorzieningen te bieden ter compensatie van hun
                        beperkingen op het gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke
                        participatie teneinde hen in staat te stellen een huishouden te voeren, zich
                        te verplaatsen in en om de woning, zich lokaal te verplaatsen per
                        vervoermiddel en medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale
                        verbanden aan te gaan (met als doeleinden de zelfredzaamheid en de
                        maatschappelijke participatie van deze personen. Daarbij legt artikel 4 van
                        de Wmo het College de plicht op om een resultaat te bereiken dat als
                        compensatie mag gelden en dat in het individuele geval maatwerk
                        is”</cursief></al><al>De compensatieplicht houdt een plicht in voor het college. Die plicht geldt ten
                    aanzien van de doelgroep: personen met een beperking, een chronisch psychisch of
                    een psychosociaal probleem. In artikel 1 van de Wmo worden ten aanzien van
                    prestatieveld 6 ook de doelgroepen mantelzorgers en vrijwilligers genoemd. De
                    Centrale Raad heeft dat in de beschrijving niet meegenomen. In deze
                    begripsomschrijving is dat ook niet gebeurd. Wellicht moet die taak niet direct
                    gezien worden maar indirect: via de persoon met een beperking, een chronisch
                    psychisch of psychosociaal probleem worden de mantelzorgers en vrijwilligers
                    onder de compensatieplicht gebracht.</al><al>Daarna gaat het om ondervonden beperkingen op het gebied van de zelfredzaamheid
                    en de maatschappelijke participatie. Doel is betrokkenen in staat te stellen een
                    huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en om de woning, zich lokaal te
                    verplaatsen per vervoermiddel en medemensen te ontmoeten en op basis daarvan
                    sociale verbanden aan te gaan.</al><al>Bij wat het college ook besluit geldt: het moet gaan om maatwerk. Uitgegaan moet
                    worden van de persoonskenmerken en behoeften van de aanvrager. Dat legt een
                    beperking op aan de mogelijkheid algemene maatregelen te treffen, zoals het
                    hanteren van primaten. Dat is toegestaan, mits in het individuele geval steeds
                    wordt nagegaan of die algemene maatregel wel leidt tot maatwerk. </al><al>Lid 4 Aanmelding</al><al>In het kader van het gesprek wordt niet gesproken van een aanvraag maar van een
                    aanmelding. Dit geeft verschillende aspecten van het gesprek aan. Allereerst dat
                    het gesprek niet het onderzoek is naar een te verstrekken voorziening, maar het
                    onderzoek naar de situatie van betrokkene, zijn behoeften, de te bereiken
                    resultaten enz. Dit is dan uitgangspunt voor de beoordeling welke resultaten
                    bereikt kunnen worden met algemene voorzieningen die voor iedereen beschikbaar
                    zijn. Het gesprek is evenwel geen vrijblijvende zaak: het gesprek is mede de
                    basis voor de eventuele aanvraag voor een individuele voorziening. Van het
                    gesprek wordt een verslag gemaakt dat bij de aanvraag gevoegd
                        <cursief>kan</cursief> worden om te voorkomen dat zaken dubbel gedaan moeten
                    worden.</al><al>Lid 5 Het Gesprek</al><al>Onder "het gesprek" wordt de situatie verstaan waarbij degene die problemen
                    ondervindt op het terrein waar de compensatieplicht van toepassing is, zich
                    aanmeldt en na die aanmelding in gesprek komt met een vertegenwoordiger van het
                    college, die samen met betrokkene en eventueel aanwezige mantelzorger(s)
                    inventariseert waar betrokkene problemen ondervindt, wat betrokkene nog zelf
                    kan, wat de te bereiken resultaten zijn in de ogen van betrokkene, wat de
                    behoeften daarbij zijn, welke oplossingen er in de maatschappij beschikbaar zijn
                    via algemene voorzieningen, algemeen gebruikelijke voorzieningen, voorliggende
                    voorzieningen en collectieve voorzieningen, zodat een basis ontstaat voor het
                    zoeken naar oplossingen voor de problemen. Met die oplossingen wordt het te
                    bereiken resultaat gerealiseerd. Voor zover die resultaten niet in die
                    gesprekken al te behalen zijn, zal een vervolg noodzakelijk zijn in de vorm van
                    een aanvraag die leidt tot een beschikking. Het gesprek zal de basis zijn voor
                    de aanvraag. Het verslag van het gesprek zal dan ook bij de aanvraag worden
                    gevoegd. Wie direct een aanvraag wil doen zonder gesprek zal in feite het
                    gesprek verplaatsen naar na de aanvraag. Zonder gesprek, of beter zonder het
                    onderzoek dat tijdens het gesprek plaatsvindt, zal het lastig kunnen zijn
                    maatwerk te leveren.</al><al>Het gesprek wordt in hoofdstuk 3 uitgewerkt.</al><al>Lid 6 Aanvraag</al><al>De aanvraag in het kader van de Wmo volgt in principe op het gesprek. Het moge
                    duidelijk zijn dat het gesprek achterwege kan blijven als de situatie van
                    betrokkene volstrekt helder is en betrokkene goed bekend is bij de gemeente.
                    Hiervan kan sprake zijn bij bijvoorbeeld vervanging van voorzieningen wegens het
                    bereiken van de afschrijvingstermijn, of als een goed bekende aanvrager een
                    nieuwe aanvraag doet.</al><al>De aanvraag kan schriftelijk, elektronisch of monsdeling gedaan worden. </al><al>Lid 7 Belanghebbende</al><al>Doordat in de wet gesproken wordt over mantelzorgers en vrijwilligers als
                    doelgroep voor de compensatieplicht, kan het begrip ‘belanghebbende’ ruimer zijn
                    dan alleen betrokkene zelf. Daarom is het begrip belanghebbende opgenomen. Onder
                    belanghebbende kan dus ook verstaan worden de mantelzorger(s) van
                    betrokkene.</al><al>Lid 8 Psychosociaal probleem</al><al>Het begrip psychosociaal probleem is vanuit de AWBZ in de Wmo opgenomen, maar
                    inmiddels als “grondslag” uit de AWBZ geschrapt. In de Wmo heeft – volgens de
                    parlementaire behandeling- dit begrip een heel specifieke betekenis.</al><al>Lid 9 Algemene voorzieningen</al><al>Dit zijn voorzieningen die weliswaar niet bestemd zijn voor, noch te gebruiken
                    zijn door alle Nederlanders; anderzijds zijn ze door iedereen waarvoor ze wel
                    bedoeld zijn op eenvoudige wijze, zonder een ingewikkelde aanvraagprocedure, te
                    verkrijgen of te gebruiken . Voorbeelden zijn:</al><lijst><li nr="·"><al>De dagrecreatie voor ouderen; </al></li><li nr="·"><al>De sociale alarmering;</al></li><li nr="·"><al>De boodschappenbus, de supermarktservice, de vrijwillige
                            boodschaphulp;</al></li><li nr="·"><al>De maaltijdservice en het eetcafé;</al></li><li nr="·"><al>Klusjesdiensten om kleine woningaanpassingen te realiseren zoals de
                            buurtconciërge, klussendienst, 55+service, thuiszorgservice;</al></li><li nr="·"><al>De (ramen)wasservice; </al></li><li nr="·"><al>De rolstoel-pools en scootmobiel-pools voor incidentele situaties; </al></li><li nr="·"><al>De kort durende huishoudelijk hulp;</al></li><li nr="·"><al>Kinderopvang in al zijn verschijningsvormen;</al></li></lijst><al>Een algemene voorziening is dus per definitie geen individuele voorziening en de
                    Wmo-regels rond eigen bijdragen/eigen aandeel gelden niet. </al><al>Lid 10 Algemeen gebruikelijke voorziening</al><al>Volgens de jurisprudentie van de Centrale Raad van beroep is een voorziening
                    algemeen gebruikelijk als het gaat om een voorziening die niet speciaal bedoeld
                    is voor mensen met een handicap, zodat de voorziening ook op grote schaal door
                    niet-gehandicapten wordt gebruikt, die gewoon in een normale winkel te koop is
                    en niet speciaal in de revalidatie-vakhandel of soortgelijke winkels en die qua
                    prijs niet (aanzienlijk) duurder is dan vergelijkbare De Centrale Raad heeft
                    aangegeven dat als het gaat om vervanging van een zaak die (nog lang) niet
                    afgeschreven is en als het gaat om een persoon die een inkomen heeft dat door
                    onvermijdbare kosten op grond van de handicap onder de bijstandsnorm komt,
                    wellicht een uitzondering op dit principe gemaakt moet worden.</al><al>Lid 11 Collectieve voorzieningen</al><al>Dit zijn Wmo-voorzieningen die individueel worden verstrekt maar die toch door
                    meerdere personen tegelijk worden gebruikt. Tot nu toe is het collectief
                    (vraagafhankelijk) vervoer (cvv) het meest duidelijke voorbeeld.</al><al>Lid 12 Voorliggende voorziening</al><al>Voorliggende voorzieningen kunnen algemeen gebruikelijke voorzieningen maar ook
                    andere voorzieningen zijn.</al><al>Lid 13 Wettelijke voorliggende voorziening</al><al>De wettelijk voorliggende voorzieningen zijn die voorzieningen in wetgeving en
                    in regelgeving vastgelegd, die op basis van artikel 2 van de wet voorgaan op de
                    Wmo, Te denken valt hierbij aan de Zorgverzekeringswet, de Algemene Wet
                    Bijzondere Ziektekosten, de Wet op de kinderopvang, de verschillende
                    arbeidsongeschiktheidswetten en diverse andere wetten.</al><al>Als één van de wettelijk voorliggende voorzieningen het probleem kan oplossen is
                    de Wmo niet van toepassing, zo is in artikel 2 Wmo bepaald.</al><al>Lid 14 Individuele voorziening</al><al>In dit lid wordt de individuele voorziening gedefinieerd. De individuele
                    voorziening is de tegenhanger van de algemene voorziening. Deze voorziening is
                    dan ook niet voor iedereen beschikbaar, maar uitsluitend voor diegenen die onder
                    artikel 4 van de wet vallen. Er wordt individueel onderzoek gedaan naar de
                    noodzaak van deze voorziening, de voorziening wordt bij beschikking toegekend en
                    er staat bezwaar en beroep open. Verder zijn alle regels van de Wmo van
                    toepassing, zoals die rond eigen bijdragen en eigen aandeel.</al><al>Lid 15 Gebruikelijke zorg</al><al>Gebruikelijke zorg. Als in een leefeenheid meerdere meerderjarige personen wonen
                    hebben zij gezamenlijk de taak al het zich voordoende huishoudelijke werk te
                    verrichten. Zij zijn zelf verantwoordelijk voor de verdeling en dit uitgangspunt
                    heeft een verplichtend karakter.</al><al>Lid 16 Voorziening in natura</al><al>Omschreven is in dit lid wat een voorziening in natura is.</al><al>Lid 17 Persoonsgebonden budget</al><al>Dit lid beschrijft het persoonsgebonden budget als een geldbedrag bedoeld om het
                    te bereiken resultaat ook daadwerkelijk te bereiken.</al><al>Lid 18</al><al>Bij een financiële tegemoetkoming wordt gesproken over een forfaitair bedrag,
                    een bedrag waarbij geen rekening is gehouden met het inkomen of met de
                    werkelijke kosten.</al><tussenkop>Hoofdstuk 2 Resultaatgerichte compensatie</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Hoofdstuk 2 is het hart van de verordening. Hoofdstuk 2 betreft de te bereiken
                    resultaten, die afgeleid zijn uit de in artikel 4 genoemde doelstellingen van de
                    compensatieplicht.</al><tussenkop>Hoofdstuk 3 Hoe te komen tot de te bereiken resultaten</tussenkop><al>Artikelgewijs.</al><tussenkop>Artikel 3 Scheiding tussen aanmelding en aanvraag</tussenkop><al>Dit artikel brengt een scheiding aan tussen een aanmelding en een aanvraag. Het
                    gesprek gaat vooraf aan een aanvraag voor een individuele voorziening. Dit
                    uitgangspunt wordt terzijde gezet als betrokkene direct een aanvraag wil doen.
                    Dan zal het gesprek tijdens de aanvraagprocedure plaatsvinden in de vorm van het
                    noodzakelijke gemeentelijke onderzoek.</al><al>Een aanvraag kan pas gedaan respectievelijk afgehandeld worden als op basis van
                    een gesprek een uitgebreide inventarisatie heeft plaatsgevonden en alle
                    mogelijke niet-individuele voorzieningen al zijn beoordeeld. </al><tussenkop>Artikel 4 Aanmelding voor het gesprek</tussenkop><al>Artikel 4 bepaalt in lid 1 dat een gesprek aangevraagd wordt middels een
                    aanmelding. Het gesprek leidt niet tot een beschikking, dus er is geen sprake
                    van een aanvraag die de regels van de Algemene wet bestuursrecht dient te
                    volgen. Daarom kan een aanmelding ook telefonisch en mondeling worden gedaan,
                    hetgeen niet voor een formele aanvraag, zoals in Hoofdstuk 3, geldt.</al><al>Lid 2 van artikel 4 bepaalt dat als een aanvraag is ingediend binnen 3 werkdagen
                    een afspraak voor het gesprek gemaakt dient te worden. Dit is van belang, omdat
                    de belanghebbende direct het gevoel moet hebben serieus genomen te worden. De
                    extra stap van het gesprek mag niet leiden tot tijdverlies, het gesprek moet
                    leiden tot tijdwinst. Bij de bevestiging van het gesprek wordt de lijst met te
                    bespreken punten toegevoegd. Deze lijst maakt het voor belanghebbende, indien
                    hij dit wil, mogelijk zich voor te bereiden op het gesprek. </al><tussenkop>Artikel 5 Het gesprek</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Het gesprek is voor iedereen die voor het eerst een beroep doet op de
                    compensatieplicht in het kader van de Wmo de logische start. Wie door eerdere
                    aanvragen en een eerder gesprek al bekend is kan wellicht de fase van het
                    gesprek overslaan. Dit zal niet altijd het geval zijn. Na een gewijzigde
                    situatie kan het van belang zijn een nieuw of een aanvullend gesprek te
                    houden.</al><al>Tijdens het gesprek wordt – geheel uitgaande van degene die aangeeft behoefte te
                    hebben aan compensatie, verder belanghebbende genoemd – een complete
                    inventarisatie gemaakt. Deze inventarisatie heeft nadrukkelijk het startpunt bij
                    de belanghebbende en inventariseert:</al><lijst><li nr="·"><al>De beperking, het chronisch psychisch probleem of het psychosociaal
                            probleem dat basis is van de behoefte aan compensatie;</al></li><li nr="·"><al>De mogelijkheden die de belanghebbende ondanks dit probleem heeft;</al></li><li nr="·"><al>De onmogelijkheden die de belanghebbende ondervindt als gevolg van het
                            ondervonden probleem of de ondervonden problemen;</al></li><li nr="·"><al>De resultaten die belanghebbende wil bereiken op de verschillende in
                            deze verordening weergegeven terreinen;</al></li><li nr="·"><al>De mogelijkheden die belanghebbende heeft om deze resultaten via eigen
                            oplossingen, via algemene voorzieningen, via algemeen gebruikelijke
                            voorzieningen of via collectieve voorzieningen te bereiken;</al></li><li nr="·"><al>De hierna overblijvende problemen en daarvan af te leiden te bereiken
                            resultaten die vragen om een individuele voorziening op één van de in
                            artikel 4 lid 1 omschreven gebieden.</al></li></lijst><al>Het gesprek staat op zich los van een aanvraag voor een individuele voorziening
                    in het kader van prestatieveld 6 van de Wmo (artikel 1, lid 1 onder g sub 6
                    Wmo). Dit is van groot belang om te voorkomen dat er een claimgerichte invulling
                    van de Wmo plaatsvindt, welke invulling in strijd is met de doelstelling van de
                    Wmo. Dat heeft consequenties. Wanneer iemand met een claimgerichte aanvraag komt
                    en die uitsluitend claimgericht behandeld wil zien kan dit betekenen dat een
                    gemeente moeilijk maatwerk kan leveren. </al><al>Omdat het op zich al van belang is dat het gesprek uitmondt in volstrekte
                    duidelijkheid over datgene wat in het gesprek is aangegeven, is er voor gekozen
                    in bepaalde situaties dit gesprek uit te laten monden in een verslag, dat voor
                    akkoord wordt getekend, zodat het verslag indien gewenst als aanvraag gebruikt
                    kan worden indien individuele voorzieningen noodzakelijk blijken..</al><al>Bij het gesprek zal het begrippenkader van de ICF, de International
                    Classification of Functions, Disabilities and Health, uitgangsput zijn. Ook bij
                    de formulering van de te bereiken resultaten is het ICF basis geweest. Het is de
                    wens van de wetgever geweest dat dit plaats zou vinden.</al><al>Mocht de gemeente nadat een aanvraag is ingediend behoefte hebben aan een
                    medisch advies of een onderzoek door een deskundige van een andere discipline,
                    dan vindt dit na het gesprek plaats. Een dergelijk onderzoek past niet in een
                    procedure als het gesprek waarbij belanghebbende en zijn wensen en persoonlijke
                    kenmerken het uitgangspunt is en dat niet gericht is op een bepaalde individuele
                    voorziening.</al><al>In praktijk wordt een lijst gehanteerd om ervoor te zorgen dat alle van belang
                    zijnde punten behandeld worden. Naast structuur die door de professional
                    aangebracht kan worden is er de richting die de belanghebbende aan het gesprek
                    geeft.</al><tussenkop>Artikelgewijs</tussenkop><al>Artikel 5 geeft de spelregels van het gesprek aan.</al><al>In lid 1 is vastgelegd dat het gesprek in principe bij de belanghebbende thuis
                    wordt gevoerd. Er is een aantal argumenten aan te voeren waarom dit de meest
                    geschikte plek is: het is de vertrouwde omgeving van betrokkene, een
                    professional kan zich gemakkelijker aanpassen aan wisselende plaatsen dan een
                    niet-professional, het kan relevant zijn de leefomgeving van de belanghebbende
                    te zien om de loop van het gesprek beter te begrijpen, enz. Toch is ook de
                    mogelijkheid geboden het ten kantore van degene die als professional aan het
                    gesprek deelneemt te houden. Dit omdat bijvoorbeeld in de thuissituatie door
                    allerlei omstandigheden een gesprek niet mogelijk of uiterst ingewikkeld
                    is.</al><al>Verder is de mogelijkheid geboden dat de belanghebbende aangeeft het gesprek
                    liever elders te voeren. Dat zou kunnen zijn bij een vertrouwenspersoon of een
                    naast familielid.</al><al>Lid 2 bepaalt dat als de aanmelding gedaan is door een mantelzorger, het gesprek
                    met de mantelzorger en zo mogelijk ook met degene die door de mantelzorger
                    verzorgd wordt, gevoerd zal worden.</al><al>Lid 3 geeft aan dat het ICF de basis is voor het begrippenkader van het gesprek.
                    Dit wil niet zeggen dat het ICF op tafel moet komen of dat belanghebbende bekend
                    moet zijn met het ICF. Het ICF zal aan de basis liggen van de lijst met de
                    bespreken punten en de daarbij te gebruiken begrippen. </al><tussenkop>Artikel 6 Het verslag</tussenkop><al>Artikel 6 bepaalt in lid 1 dat het gesprek met een verslag kan worden
                    afgesloten. Dit verslag zal meestal niet ter plekke gemaakt worden. Het lijkt
                    een betere oplossing om per onderdeel van het gesprek en uiteindelijk aan het
                    eind van het gesprek de belangrijkste punten kort samen te vatten en die op
                    papier te zetten. Met die punten kan door de professional uiteindelijk een
                    uitgebreid gespreksverslag worden gemaakt. </al><al>Belanghebbende heeft de mogelijkheid in het verslag correcties en aanvullingen
                    aan te brengen. Deze komen niet in de plaats van het oorspronkelijke verslag,
                    maar worden aan het oorspronkelijke verslag toegevoegd.</al><al>Lid 2 van artikel 6 bepaalt wat minimaal in het verslag opgenomen dient te
                    worden. Daarbij dient men zich te realiseren dat het gesprek gevoerd wordt
                    vanuit de belanghebbende en zijn behoeften en persoonlijke kenmerken. Van het
                    verslag kan dan ook niet verwacht worden dat het een objectieve weergave van de
                    situatie van betrokkene weergeeft: het zal duidelijk subjectieve aspecten
                    bevatten. Deze subjectieve aspecten zullen als zodanig herkenbaar moeten zijn.
                    Bestaat er uiteindelijk behoefte aan een objectieve onderbouwing, dan zal dat na
                    de aanvraag plaats moeten hebben.</al><al>Lid 3 bepaalt dat het mogelijk is, indien daar aanleiding toe bestaat, een
                    formele aanvraag bij de gemeente in te dienen. Met die aanvraag wordt een
                    formele procedure ingezet die gebonden is aan de regels van de Algemene wet
                    bestuursrecht. Omdat het een ander traject is met een ander regime en een andere
                    sfeer is de aanvraag in een nieuw hoofdstuk opgenomen.</al><tussenkop>Hoofdstuk 4 De aanvraag van een individuele voorziening</tussenkop><tussenkop>Artikel 7 De aanvraag</tussenkop><al>Artikel 7 bepaalt in lid 1 dat een aanvraag niet uitsluitend schriftelijk of
                    elektronisch plaats kan vinden. Dit is het gevolg van het gestelde in artikel
                    4:1 Algemene wet bestuursrecht dat bepaalt dat, tenzij bij wettelijk voorschrift
                    anders bepaald, een aanvraag tot het geven van een beschikking schriftelijk
                    ingediend moet worden is het bestuursorgaan dat bevoegd is op de aanvraag te
                    beslissen. Nu ook vermeld is dat een aanvraag mondeling, waaronder telefonisch,
                    kan worden ingediend, is dat mogelijk gemaakt.</al><al>Lid 2 bepaalt dat indien een aanvraag mondeling of telefonisch wordt ingediend,
                    deze indiening schriftelijk wordt bevestigd onder gelijktijdige toezending van
                    het aanvraagformulier om deze aanvraag formeel te maken. Daarbij geldt dat de
                    termijn waarbinnen de aanvraag moet uitmonden in een beschikking (in principe 8
                    weken) pas begint te lopen vanaf het moment dat het aanvraagformulier, volledig
                    ingevuld en voorzien van alle benodigde bijlagen waaronder het verslag van het
                    gesprek, bij de gemeente is binnengekomen. Het spreekt voor zich dat deze
                    belangrijke informatie in de begeleidende brief bij het aanvraagformulier
                    verstrekt dient te worden.</al><tussenkop>Hoofdstuk 5 De te bereiken resultaten</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Hoofdstuk 5 van de verordening heeft een speciale opbouw. In paragraaf 1 worden
                    de algemene regels die voor alle 8 te bereiken resultaten gelden, opgesomd. Het
                    betreft dan met name het maken van een afweging. Waarom deze maatregel, deze
                    voorziening wel en die niet. Zeker als de te verstrekken voorziening niet
                    (precies) datgene is wat betrokkene wenst is dit van groot belang: het gaat
                    immers om het te bereiken resultaat en het college zal dan aan moeten kunnen
                    geven waarom dit toch als maatwerk kan gelden.</al><al>In paragraaf 2 wordt dan per te bereiken resultaat besproken wat de globale
                    kaders zijn.</al><al>Er is bewust gekozen voor het niet noemen van de voorzieningen die mogelijk
                    zijn. Allereerst laat de wet deze mogelijkheid toe.</al><al>Vervolgens is het principe van het gesprek en de daaropvolgende aanvraag zodanig
                    dat niet van meet af aan een bepaalde voorziening centraal in de procedure moet
                    staan maar het te bereiken resultaat en hoe dat mogelijk is. Focussen op een
                    bepaalde voorziening kan de aandacht daarvan zodanig afleiden dat de verkeerde
                    voorziening wordt toegekend.</al><al>Artikelgewijs</al><tussenkop>Paragraaf 1: Algemene regels</tussenkop><tussenkop>Artikel 8 Het maken van een afweging</tussenkop><al>In lid 1 van artikel 8 is vastgelegd dat het college het verslag van het gesprek
                    – indien aanwezig - tot uitgangspunt neemt bij de beoordeling van de vraag welke
                    voorzieningen getroffen gaan worden. Daarbij gaat het college uit van de
                    persoonskenmerken en behoeften van de aanvrager, zoals artikel 4 Wmo
                    voorschrijft. "Uitgaan van" betekent dat het college die persoonskenmerken en
                    behoeften als vertrekpunt van het onderzoek en de afweging neemt. Bij het
                    onderzoek zal gekeken worden naar wat nodig is, wat mogelijk is en hoe maatwerk
                    ten aanzien van de te bereiken resultaten mogelijk is.</al><al>Lid 2 bepaalt dat alle voorliggende, algemeen gebruikelijke, algemene en
                    collectieve voorzieningen die voor betrokkene beschikbaar en in praktijk ook
                    daadwerkelijk bruikbaar zijn, eerst beoordeeld worden. Dat wil zeggen dat
                    allereerst bekeken wordt of via deze, in de maatschappij logischerwijs
                    voorhanden voorzieningen, de te bereiken resultaten ook daadwerkelijk bereikt
                    kunnen worden. Dat kan nodig zijn omdat men niet weet welke voorzieningen er
                    normaal voorhanden zijn. Als deze voorzieningen niet leiden tot het te bereiken
                    resultaat wordt naar andere oplossingen gezocht en komen individuele
                    voorzieningen ter beoordeling in perspectief.</al><al>Als er geen gesprek heeft plaatsgevonden zal dit na de aanvraag gebeuren. Dus
                    met of zonder gesprek: er wordt in alle gevallen eerst beoordeeld welke
                    voorliggende, algemeen gebruikelijke, algemene of collectieve voorzieningen een
                    oplossing zouden kunnen bieden om het te bereiken resultaat daadwerkelijk te
                    bereiken.</al><tussenkop>Paragraaf 2: De te bereiken resultaten</tussenkop><tussenkop>Artikel 9 Een schoon en leefbaar huis</tussenkop><al>In lid 1 van artikel 9 wordt geschetst wat het te bereiken resultaat is ten
                    aanzien van een schoon en leefbaar huis. </al><al>Dit resultaat houdt in dat iedereen moet kunnen wonen in een huis dat schoon is
                    volgens de normen zoals die tot nu toe zijn gehanteerd. In de beleidsregels zijn
                    normen geformuleerd met betrekking tot de vraag wat onder schoon verstaan moet
                    worden. Die normen zijn ontleend aan gangbare ideeën die bestaan in de
                    maatschappij. Er zijn ook beperkingen ten aanzien de omvang van de woning, zoals
                    het aantal kamers, de oppervlakte van de kamers, waarbij uitgangspunt is de
                    omvang van een nieuwe woning binnen de sociale woningbouw. Dit uitgangspunt is
                    niet star: er zijn altijd mogelijkheden bij te stellen naar boven of naar
                    beneden (maatwerk). Maar een aanvrager kan met een (sterk) afwijkende vraag ten
                    aanzien van het onderdeel omvang sociale woningbouw geen compensatie afdwingen
                    voor het meerdere boven het niveau sociale woningbouw.</al><al>Onder de ruimten die onder dit principe vallen zijn te rekenen: een woonkamer,
                    de aanwezige en gebruikte slaapkamers, de keuken en de sanitaire ruimten. Ook
                    een eventuele berging die in gebruik is zal meegenomen worden. </al><al>In principe omdat maatwerk kan betekenen dat in omstandigheden van dit principe
                    zal moeten worden afgeweken.</al><al>In lid 2 van artikel 9 wordt geschetst welke individuele voorzieningen
                    beschikbaar gesteld kunnen worden om het schone en leefbare huis te bereiken.
                    Een schoon huis zal bereikt worden via licht en zwaar huishoudelijk werk. Het
                    gaat hierbij om het droog en nat schoon en stofvrij maken en houden van de
                    woning. Daarbij horen aspecten die via algemeen gebruikelijke voorzieningen te
                    realiseren zijn niet onder de compensatieplicht, zoals het reinigen van de
                    ramen. </al><al>Lid 3 van artikel 9 gaat in op het onderdeel gebruikelijke zorg. Er wordt
                    rekening gehouden met huisgenoten uit de leefeenheid die ouder zijn dan 18 jaar.
                    Wanneer die in staat zijn huishoudelijke werkzaamheden die onder de
                    compensatieplicht vallen over te nemen, wordt allereerst gekeken of dit niet een
                    voorliggende voorziening is. Alle huisgenoten boven 18 jaar zijn met elkaar
                    verantwoordelijk voor het voeren van een huishouden. Dat betekent dat, wanneer
                    één van de huisgenoten die het huishoudelijk werk doet, uitvalt, via een
                    herverdeling de andere huisgenoten deze taken zullen moeten overnemen. Alleen
                    als er geen huisgenoten zijn of als de huisgenoten met enige regelmaat langdurig
                    afwezig zijn zal er plicht tot compensatie bestaan.</al><al>Compensatieplicht bestaat er uiteraard ook als de huisgenoot zelf ook niet in
                    staat is het huishoudelijk werk te verrichten. </al><al>Niet gewend zijn huishoudelijk werk te verrichten is geen reden tot compensatie.
                    Alleen dreigende overbelasting of bestaande overbelasting van huisgenoten kan
                    compensatieplicht betekenen. Door onderzoek zal deze overbelasting vastgesteld
                    moeten worden.</al><al>Lid 4 bepaalt dat er in principe geen individuele voorziening toegekend zal
                    worden, indien er sprake is van gebruikelijke zorg en er geen reden is om aan te
                    nemen dat deze niet uitgevoerd kan worden. Het gaat ook hier om maatwerk
                    waardoor nauwkeurig onderzoek gedaan moet worden. </al><tussenkop>Artikel 10 Wonen in een geschikt huis</tussenkop><al>Lid 1</al><al>Als het gaat om het wonen in een geschikte woning hebben we het over de
                    woonvoorzieningen, zowel bouwkundig als niet-bouwkundig. Uitgangspunt is daarbij
                    dat men zelf al beschikt of zal beschikken over een woning. Het is niet zo dat
                    een gemeente voor een woning moet zorgen: dat is een eigen verantwoordelijkheid
                    van de aanvrager. De gemeente kan wel ondersteunen of bemiddelen bij het zoeken
                    naar een (geschikte) woning. Daarbij is uitgangspunt dat iedereen altijd zoekt
                    naar een voor hem op dat moment meest geschikte beschikbare woning, uiteraard
                    passend bij het bestedingspatroon.</al><al>Heeft iemand een woning, dan zal de compensatieplicht betekenen dat eventuele
                    problemen met het normale gebruik van de woning opgelost worden. Daarbij kan
                    veelal gekozen worden uit meerdere mogelijke oplossingen.</al><al>Ook nu gaat het weer om woningen op het niveau sociale woningbouw. De ruimten
                    zijn dan ook weer de woonkamer, slaapvertrekken, keuken en sanitaire ruimten. Er
                    kan altijd afgeweken worden naar boven of beneden, maar omvangrijke woningen en
                    zeer grote ruimten zullen niet als uitgangspunt voor compensatie gelden.</al><al>Lid 2</al><al>Als het gaat om een geschikte woning is er een reeks aan mogelijke wijzen van
                    compensatie. Het kan mogelijk zijn de woning aan te passen, maar ook kan het
                    mogelijk zijn dat er een andere woning beschikbaar is die geschikt is, of een
                    woning die gemakkelijker geschikt te maken is. In die situatie zal een afweging
                    moeten worden gemaakt van de diverse mogelijkheden. Uitgangspunt daarbij zijn de
                    behoeften van de aanvrager. Maar aan de andere kant is er ook de noodzaak tot
                    een doelmatige besteding van gemeenschapsgelden, waardoor zo veel mogelijk
                    aanvragers gecompenseerd kunnen worden met de beschikbare middelen. Door hier
                    gericht beleid op te maken kan het college sturen in de mogelijkheden. De
                    verschillende regels die gelden bij het maken van afwegingen zijn in de
                    beleidsregels opgenomen.</al><al>Ten aanzien van de vraag of er aangepast dient te worden of dat het plaatsen van
                    een herplaatsbare woonunit ook een oplossing kan zijn spelen afwegingen over
                    afschrijving van de voorziening en over de vraag of de voorziening later
                    hergebruikt kan worden een belangrijke rol. Gestreefd wordt aanpassingen die
                    bestaan uit een aanbouw alleen dan te realiseren als vastgelegd kan worden dat
                    deze aanpassing tijdens de gehele looptijd beschikbaar kan blijven voor een
                    gehandicapte. Dit zal over het algemeen uitsluitend te realiseren zijn bij
                    huurwoningen van sociaal verhuurders. In andere situaties zal indien mogelijk
                    gekozen worden voor het plaatsen van een losse woonunit.</al><al>Lid 3</al><al>Verhuizing naar een geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken
                    woning kan een snelle(re) oplossing bieden dan het aanpassen van een woning.
                    Bovendien kan een woning zich niet lenen voor aanpassing. Dat kan betekenen dat
                    er eerst naar alternatieven gekeken zal moeten worden. Daarbij zal zo mogelijk
                    rekening gehouden worden met de behoeften van de aanvrager. Dat wil zeggen dat
                    in een afweging bepaald zal worden hoe die behoeften zich verhouden tot de
                    belangen (met name financiële) van de gemeente.</al><tussenkop>Artikel 11 Beschikken over goederen voor primaire
                    levensbehoeften</tussenkop><al>Lid 1 van artikel 11 beschrijft wat verstaan wordt onder het beschikken over
                    goederen voor primaire levensbehoeften. Het kunnen beschikken over goederen voor
                    primaire levensbehoeften betekent dat de dagelijks benodigde hoeveelheid voedsel
                    voor maaltijden en andere momenten waarop iets genuttigd wordt beschikbaar moet
                    zijn. Hetzelfde geldt voor toiletartikelen en schoonmaakmiddelen. Deze
                    dagelijkse benodigdheden kunnen op vele manieren in huis komen. Compensatie
                    houdt niet in dat de aanvrager zelf de boodschappen moet kunnen doen. Er zal in
                    redelijkheid gezocht worden naar een oplossing waarmee het resultaat bereikt
                    wordt. Te denken valt aan een boodschappenservice, waarbij wel opgelet wordt dat
                    de supermarkt qua kostprijs artikelen past bij het bestedingspatroon van de
                    aanvrager.</al><al>Het gaat niet alleen om de ingrediënten maar ook om de maaltijden zelf.
                    Compensatie betekent dat de aanvrager beschikt over de verschillende maaltijden
                    door de dag heen. Daarbij dient rekening te worden met medische geïndiceerde
                    diëten en kan rekening worden gehouden met de behoeften van de aanvrager. Het te
                    bereiken doel kan behaald worden via een maaltijdservice, via het gebruik maken
                    van gezamenlijke maaltijden of via het – met behulp van een vrijwilliger of
                    anderszins – zelf bereiden van maaltijden. Ook kan het bereiden van maaltijden
                    worden overgenomen.</al><al>Lid 2 van artikel 9 stelt welke hulpmiddelen gekozen kunnen worden om dit
                    resultaat te bereiken. Boodschappen kunnen op verschillende manieren gedaan
                    worden. Er kan gebruik gemaakt worden van beschikbare diensten, zoals
                    boodschappenservice. Bij afwezigheid van dergelijke diensten, of indien de
                    kosten van de dienst, zowel wat betreft producten als wat betreft extra
                    bezorgkosten, dat rechtvaardigen, kan gekozen worden voor het inzetten van hulp
                    om de boodschappen te doen. Daarbij zal goedkoopst-compenserend leidraad zijn,
                    zodat het doen van boodschappen niet perse door de aanvrager zelf met hulp hoeft
                    te worden gedaan. Ook hier is het te bereiken resultaat van belang en is de
                    manier waarop daaraan ondergeschikt.</al><al>Lid 3 van artikel 11 gaat in op het onderdeel gebruikelijke zorg. Er wordt
                    rekening gehouden met huisgenoten uit de leefeenheid die ouder zijn dan 18 jaar.
                    Wanneer die in staat zijn de in dit artikel bedoelde werkzaamheden die onder de
                    compensatieplicht vallen over te nemen, wordt allereerst gekeken of dit niet een
                    voorliggende voorziening is. Alle huisgenoten boven 18 jaar zijn met elkaar
                    verantwoordelijk voor het voeren van een huishouden. Dat betekent dat, wanneer
                    één van de huisgenoten die de hier bedoelde werk doet, uitvalt, via een
                    herverdeling de andere huisgenoten deze taken zullen moeten overnemen. Alleen
                    als er geen huisgenoten zijn of als de huisgenoten met enige regelmaat langdurig
                    afwezig zijn zal er plicht tot compensatie bestaan.</al><al>Compensatieplicht bestaat er uiteraard ook als de huisgenoot zelf ook niet in
                    staat is de in dit artikel bedoelde werkzaamheden te verrichten. </al><al>Niet gewend zijn deze werkzaamheden te verrichten is geen reden tot compensatie.
                    Alleen dreigende overbelasting of bestaande overbelasting van huisgenoten kan
                    compensatieplicht betekenen. Door onderzoek zal deze overbelasting vastgesteld
                    moeten worden.</al><al>Lid 4 bepaalt dat een bruikbare boodschappenservice of bruikbare
                    maaltijdvoorziening die leiden tot het te bereiken resultaat voorliggend zijn op
                    eventueel individuele voorzieningen. Om te bepalen of een boodschappenservice of
                    maaltijdvoorziening bruikbaar is zal gekeken moeten worden naar
                    gezinssamenstelling, kosten en concrete beschikbaarheid. Als een voorliggende
                    voorziening niet beschikbaar is kan daar uiteraard geen gebruik van worden
                    gemaakt.</al><al>Lid 5 bepaalt dat indien gebruikelijke zorg of een voorliggende voorziening als
                    bedoeld in lid 4 aanwezig is, waarmee het resultaat bereikt kan worden, er geen
                    ruimte bestaat voor een individuele voorziening.</al><tussenkop>Artikel 12 Beschikken over schone draagbare en doelmatige
                    kleding</tussenkop><al>Lid 1 van artikel 12 stelt dat de gemeente aanvragers in staat dient te stellen
                    te beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding. Dit onderdeel is
                    beperkt tot het verzorgen van kleding die iemand in zijn bezit heeft.
                    Begeleiding bij het kopen van kleding valt niet onder afdwingbare compensatie,
                    maar als daar behoefte aan bestaat, kan de gemeente wel bemiddelen bij het
                    regelen dat er geschikte en passende kleding wordt gekocht. De wijze waarop deze
                    ondersteuning wordt geboden is afhankelijk van de gezamenlijk door aanvrager en
                    gemeente te kiezen oplossing.</al><al>Als mobiliteit het probleem is kan gedacht worden aan een vervoersvoorziening om
                    dat probleem op te lossen. Als er hulp bij het huishouden aanwezig is zou dit de
                    oplossing kunnen bieden. Dat hoeft niet via het perse samen kopen van kleding:
                    het is ook mogelijk met behulp van anderen kleding aan te schaffen.</al><al>In lid 2 wordt bepaald dat schone, draagbare en doelmatige kleding betekent dat
                    er gewassen, gestreken en eventueel gerepareerd moet kunnen worden, alles voor
                    zover de aanvrager daartoe niet in staat is. Het wassen zal veelal gebeuren met
                    de algemeen gebruikelijke wasmachine. Ook het drogen van de was vindt indien
                    mogelijk plaats op moderne wijzen van drogen: de wasdroger. Voor zover het
                    noodzakelijk is kleding te strijken kan dit ook onder te compenseren problemen
                    vallen. Daarbij is weer uitgangspunt wat in de maatschappij algemeen gangbaar
                    is.</al><al>Lid 3 van artikel 12 gaat in op het onderdeel gebruikelijke zorg. Er wordt
                    rekening gehouden met huisgenoten uit de leefeenheid die ouder zijn dan 18 jaar.
                    Wanneer die in staat zijn de in dit artikel bedoelde werkzaamheden die onder de
                    compensatieplicht vallen over te nemen, wordt allereerst gekeken of dit niet een
                    voorliggende voorziening is. Alle huisgenoten boven 18 jaar zijn met elkaar
                    verantwoordelijk voor het voeren van een huishouden. Dat betekent dat, wanneer
                    één van de huisgenoten die de hier bedoelde werk doet, uitvalt, via een
                    herverdeling de andere huisgenoten deze taken zullen moeten overnemen. Alleen
                    als er geen huisgenoten zijn of als de huisgenoten met enige regelmaat langdurig
                    afwezig zijn zal er plicht tot compensatie bestaan.</al><al>Compensatieplicht bestaat er uiteraard ook als de huisgenoot zelf ook niet in
                    staat is de in dit artikel bedoelde werkzaamheden te verrichten. </al><al>Niet gewend zijn deze werkzaamheden te verrichten is geen reden tot compensatie.
                    Alleen dreigende overbelasting of bestaande overbelasting van huisgenoten kan
                    compensatieplicht betekenen. Door onderzoek zal deze overbelasting vastgesteld
                    moeten worden.</al><al>Lid 4 bepaalt dat als er gebruikelijke zorg aanwezig is die tot het te bereiken
                    resultaat kan leiden, er geen ruimte zal bestaan voor individuele voorzieningen.
                    Hierbij wordt uiteraard gekeken of er wel sprake is van maatwerk.</al><tussenkop>Artikel 13 Het thuis kunnen zorgen voor gezonde kinderen die tot het
                    gezin behoren</tussenkop><al>Lid 1 van artikel 13 spreekt over de dagelijkse zorg van gezonde kinderen die
                    tot het gezin behoren. Dit kan onder de compensatieplicht behoren als een ouder
                    met beperkingen dat zelf niet kan. Compensatie is dan bedoeld als ondersteuning.
                    Het zal nooit gaan om volledige overname. In die situatie zullen andere
                    oplossingen gezocht moeten worden. Te denken valt aan algemeen gebruikelijke en
                    voorliggende voorzieningen zoals kinderopvang.</al><al>Het ondersteunen bij de opvoeding in een ontregeld gezin valt onder de Wet op de
                    jeugdzorg en intensieve zorg voor gehandicapte kinderen, die de gebruikelijke
                    zorg overstijgt, valt onder de AWBZ.</al><al>Lid 2 van artikel 13 biedt de mogelijke oplossingen. Het thuis verzorgen van
                    gezonde kinderen die tot het gezin behoren zal veelal van kortere duur zijn. De
                    compensatie van het niet zelf verzorgen (en opvoeden) van tot het gezin
                    behorende kinderen zal bij een langere duur opgelost kunnen worden via algemeen
                    gebruikelijke, voorliggende en algemene voorzieningen. Soms zal tijdelijke
                    compensatie van belang zijn om de ouder(s) de gelegenheid te geven een
                    definitieve oplossing te zoeken. Voorliggende voorzieningen spelen dan een grote
                    rol. Te denken valt aan kinderopvang, gastouders, oppasgrootouders enz. </al><al>Lid 3 van artikel 13 gaat in op het onderdeel gebruikelijke zorg. Er wordt
                    rekening gehouden met huisgenoten uit de leefeenheid die ouder zijn dan 18 jaar.
                    Wanneer die in staat zijn de in dit artikel bedoelde werkzaamheden die onder de
                    compensatieplicht vallen over te nemen, wordt allereerst gekeken of dit niet een
                    voorliggende voorziening is. Alle huisgenoten boven 18 jaar zijn met elkaar
                    verantwoordelijk voor het voeren van een huishouden. Dat betekent dat, wanneer
                    één van de huisgenoten die de hier bedoelde werk doet, uitvalt, via een
                    herverdeling de andere huisgenoten deze taken zullen moeten overnemen. Alleen
                    als er geen huisgenoten zijn of als de huisgenoten met enige regelmaat langdurig
                    afwezig zijn zal er plicht tot compensatie bestaan.</al><al>Compensatieplicht bestaat er uiteraard ook als de huisgenoot zelf ook niet in
                    staat is de in dit artikel bedoelde werkzaamheden te verrichten. </al><al>Niet gewend zijn deze werkzaamheden te verrichten is geen reden tot compensatie.
                    Alleen dreigende overbelasting of bestaande overbelasting van huisgenoten kan
                    compensatieplicht betekenen. Door onderzoek zal deze overbelasting vastgesteld
                    moeten worden.</al><al>Lid 4 en 5 bepalen dat voor- tussen- en naschoolse opvang, kinderopvang of
                    andere opvangmogelijkheden die in de individuele situatie van de aanvrager
                    kunnen leiden tot het te bereiken resultaat, het verstrekken van een individuele
                    voorziening onnodig kunnen maken. Er zal dus altijd eerst beoordeeld moeten
                    worden of er sprake is van dit soort oplossingsmogelijkheden.</al><tussenkop>Artikel 14 Zich verplaatsen in en om de woning</tussenkop><al>Het te bereiken resultaat wordt in lid 1 benoemd. Dit resultaat betekent dat de
                    aanvrager zich in, om en nabij zijn woning moet kunnen verplaatsen. Daarbij moet
                    gedacht worden aan het verplaatsen in het kader van het wonen, waarbij de woning
                    bij alle verplaatsingen centraal staat. Alle andere verplaatsingen, die verder
                    gaan dan de woning (zoals het gaan posten van een brief, het op bezoek gaan bij
                    een buurman of het maken van een ommetje) horen bij het volgende te bereiken
                    resultaat: zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel. Bij deze verplaatsingen
                    horen wel de verplaatsing naar een centrale hal in een flat, waar veelal de
                    brievenbussen zijn, of het gebruik van een balkon of het gebruik van de tuin.
                    Wat de tuin betreft moet het mogelijk zijn in die tuin te komen, de inrichting
                    van de tuin is een eigen verantwoordelijkheid.</al><al>In de woning moeten de normale woonruimten bereikt kunnen worden. Te denken valt
                    daarbij aan de woonkamer, het slaapvertrek, of mogelijk de slaapvertrekken, het
                    toilet en de douche. Als er een berging is moet ook de berging bereikt kunnen
                    worden.</al><al>In principe zullen zolders zonder stahoogte, veelal bereikbaar zonder vaste
                    trap, met bijvoorbeeld een vlizotrap, niet onder de compensatieplicht
                    vallen.</al><al>Het doel hierbij is dat men zich in die ruimten zodanig kan verplaatsen en zich
                    daardoor zodanig kan redden dat normaal functioneren mogelijk is. Om dit
                    resultaat te bereiken wordt compensatie geboden in de vorm van hulpmiddelen. Een
                    voorbeeld is een rolstoel voor verplaatsingen door de ruimte. Ook een tillift
                    zou gezien kunnen worden als een dergelijk middel. Doordat een belangrijk deel
                    van de tilliften vanwege aard- en nagelvaste verbinding met het plafond gerekend
                    worden tot de voorzieningen waardoor in een geschikte woning gewoond kan worden,
                    wordt de tillift verder beschouwd als een voorziening die daar onder valt.</al><al>De hulpmiddelen die het te bereiken resultaat kunnen bevorderen kunnen nieuw of
                    gebruikt zijn. Het is niet zo dat de compensatieplicht betekent dat iemand een
                    nieuwe voorziening moet ontvangen, de compensatieplicht betekent dat iemand met
                    de verstrekking het te bereiken resultaat moet kunnen bereiken.</al><al>Het kunnen verplaatsen in de woning zou kunnen betekenen dat er twee
                    voorzieningen verstrekt worden. Wanneer iemand een transfer kan maken, maar
                    overigens aangewezen is op een rolstoel, zou gekozen kunnen worden voor een
                    stoeltjeslift in combinatie met een rolstoel beneden en een rolstoel boven,
                    waardoor iemand in staat zal zijn om zich in de gehele woning te verplaatsen. In
                    deze situatie kunnen naast een traplift ook andere voorzieningen nodig zijn om
                    de woning rolstoeldoorgankelijk te maken.</al><al>In lid 2 wordt bepaald dat in principe een hulpmiddel voor verplaatsing in, om
                    en nabij het huis verstrekt wordt als men een dergelijke voorziening voor
                    dagelijks zittend gebruik nodig heeft. Aan een dergelijke noodzaak gaat vaak een
                    periode vooraf waarin gebruik wordt gemaakt van andere hulpmiddelen, verstrekt
                    op basis van de Zorgverzekeringswet of AWBZ. </al><al>De zogenaamde rolstoel voor incidenteel gebruik valt hier niet onder als deze
                    rolstoel wordt niet gebruikt voor verplaatsen in, om en nabij de woning, maar
                    vooral wordt gebruikt als men elders gedurende langere tijd zich moet
                    verplaatsen en dat zonder een rolstoel niet kan. Voor dit soort rolstoelen kan
                    gebruik gemaakt worden van speciaal hiervoor beschikbare uitleendepots, of van
                    rolstoelen die op de plaats van bestemming beschikbaar zijn, zoals in
                    pretparken, dierentuinen en dergelijke.</al><al>Artikel 14 lid 3 en 4 bepalen dat als een rolstoelpool zou kunnen leiden tot een
                    adequate oplossing voor het probleem van het verplaatsen op andere plaatsen dan
                    rond de woning. Daarom zal een rolstoelpool een oplossing kunnen bieden voor
                    diegenen die behoefte hebben aan een oplossing voor incidenteel gebruik waarbij
                    het gebruik niet in en om de woning plaatsvindt.</al><al>Als daar sprake van kan zijn zal geen individuele voorziening worden
                    verstrekt.</al><tussenkop>Artikel 15 Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel</tussenkop><al>Lid 1 bepaalt dat als het gaat om het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel
                    is het te bereiken resultaat dat de aanvrager zich met een of ander
                    vervoermiddel binnen zijn eigen woonplaats en het direct daaromheen gelegen
                    gebied kan verplaatsen.</al><al>Die verplaatsingen moeten passen in het kader van het leven van alledag. Dat
                    zijn alle verplaatsingen die niet uitsluitend te maken hebben met verplaatsingen
                    in het kader van een betaalde baan. Heeft men voor dat soort verplaatsingen een
                    aparte voorziening nodig, die verder gaat dan de normale voorziening voor het
                    verplaatsen in het kader van het leven van alledag, dan zal deze voorziening
                    niet onder de compensatieplicht vallen maar vergoed dienen te worden vanuit de
                    voorzieningen ten behoeve van werken: zoals de Wia, of op grond van de
                    collectieve arbeidsovereenkomst van de branche.</al><al>Maar in situaties dat je met de voorziening die je nodig hebt in het kader van
                    het leven van alledag ook naar je werk kunt blijft er compensatieplicht. Ook
                    niet gehandicapten die een auto hebben gebruiken die auto vaak voor het
                    reguliere woon-werkverkeer of voor het vervoer in het kader van werk (waarvoor
                    zij dan een vergoeding ontvangen van de werkgever). In de Wmo is dat niet
                    anders.</al><al>Lid 2. De individuele voorzieningen die verstrekt gaan worden om als resultaat
                    te bereiken dat je je met een of ander vervoermiddel in de woonplaats en directe
                    omgeving kan verplaatsen betreffen een breed scala van verplaatsingen.
                    Uitgesloten zijn verplaatsingen die met een speciaal middel gemaakt moeten
                    worden in verband met betaalde arbeid. Verder zijn ook vakanties en ander
                    verblijf buiten het gebied zoals omschreven met woonplaats en omgeving
                    uitgesloten. Daarvoor wordt door het Ministerie van VWS Valys beschikbaar
                    gesteld. Valys is aanvullend op de door de Wmo te compenseren voorzieningen en
                    valt buiten de verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en
                    wethouders.</al><al>Wel gaat het om verplaatsingen nodig voor het doen van boodschappen, nodig om op
                    bezoek te gaan, nodig om naar artsen, paramedici, specialisten en voor
                    ziekenhuisonderzoek, voor zover het zogenaamde zittend ziekenvervoer daar geen
                    oplossing voor biedt. Dit medisch vervoer betreft vooral situaties waarbij dat
                    vervoer zo frequent is dat het beschikbaar gestelde vervoer bijna geheel aan dit
                    medisch vervoer gebruikt zou worden. In deze situatie kan extra vervoer ter
                    compensatie geboden worden. Ook het vervoer om in de natuur te zijn, al dan niet
                    met familie of vrienden, of het vervoer om een kerk, een sporthal, of een museum
                    te bezoeken valt onder de compensatieplicht.</al><al>De omvang van de te bieden compensatie zal over het algemeen liggen tussen 1500
                    en 2000 kilometer. Het kan voorkomen dat er een grotere vervoersbehoefte
                    bestaat. Van belang is allereerst vast te stellen of dat een realistische
                    vervoersbehoefte is, gezien de medische, maar ook gezien de financiële situatie
                    van de aanvrager. Immers, met een laag inkomen kan men wel de wens hebben veel
                    verplaatsingen te maken, maar omdat voor iedere Nederlander verplaatsen een
                    prijskaartje heeft zal dat ook voor mensen met een handicap gelden. Daarbij is
                    het van belang vast te stellen of de vervoersbehoefte hiermee spoort.</al><al>In lid 3 en 4 wordt bepaald dat ook bij de vervoersvoorzieningen een
                    scootermobielpool een oplossing kan bieden voor personen met een beperkte
                    vervoersbehoefte op de korte afstand. Datzelfde geldt voor het zogenaamde
                    vraagafhankelijke vervoer van deur tot deur. Om hierbij te komen tot maatwerk
                    zal de vervoersbehoefte van de aanvrager uitgangspunt zijn van de beoordeling
                    welke voorziening nodig is om het te bereiken resultaat te bereiken.
                    Voorliggende voorzieningen kunnen individuele voorzieningen voorkomen.</al><tussenkop>Artikel 16 De mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel
                    te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze
                    activiteiten</tussenkop><al>Lid 1 bepaalt het te bereiken resultaat ten aanzien van de mogelijkheid om
                    contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve,
                    maatschappelijke of religieuze activiteiten bestaat uit het kunnen afleggen van
                    gewenste bezoeken en het deelnemen aan gewenste activiteiten. Daarbij kan
                    gedacht worden aan familiebezoek, aan het bezoeken van bijeenkomsten of het
                    bezoeken van kerkdiensten, het deelnemen aan het verenigingsleven, maar ook het
                    volgen van cursussen om de vrije tijd op een aangename wijze te kunnen invullen.
                    Voorwaarden hiervoor zijn bijvoorbeeld het zich kunnen verplaatsen naar deze
                    bestemmingen. Daarvoor zal artikel 15 over het algemeen een voldoende oplossing
                    kunnen bieden.</al><al>In lid 2 wordt bepaald dat als vervoer voldoende in staat stelt aan activiteiten
                    deel te nemen kan via artikel 15 het vervoersprobleem opgelost worden.</al><al>Lid 3 en 4 bepalen dat als er sprake is van voorliggende voorzieningen die het
                    probleem op kunnen lossen, er geen ruimte meer is voor individuele
                    voorzieningen.</al><tussenkop>Hoofdstuk 6 Verstrekking in natura, als persoonsgebonden budget en als
                    financiële tegemoetkoming</tussenkop><tussenkop>Paragraaf 1: Verstrekking van voorzieningen</tussenkop><tussenkop>Artikel 17 Mogelijke verstrekkingswijzen</tussenkop><al>In dit artikel wordt allereerst behandeld in welke vormen voorzieningen
                    verstrekt kunnen worden. De mogelijkheden voorziening in natura of een
                    persoonsgebonden budget zijn voorgeschreven in artikel 6 Wmo. De financiële
                    tegemoetkomingen kunnen niet ontbreken,omdat artikel 7 lid 2 Wmo spreekt over
                    een “financiële tegemoetkoming voor een bouwkundige of woontechnische ingreep in
                    of aan de woonruimte”.</al><tussenkop>Paragraaf 2: Verstrekking in natura</tussenkop><tussenkop>Artikel 18 Verstrekking in natura</tussenkop><al>Dit artikel bepaalt in lid 1 welke aspecten bij het verstrekken van een
                    voorziening in natura in de beschikking vastgelegd moeten worden.</al><al>Het gaat daarbij uiteraard allereerst om uit welke voorziening of welke
                    voorzieningen de te treffen voorziening bestaat. Dit uiteraard in relatie tot de
                    te bereiken resultaten. Vervolgens wordt aangegeven wat de duur van de
                    voorziening is: voor hoe lang wordt iets toegekend of hoe lang moet men in
                    principe de bepaalde voorziening kunnen gebruiken om het resultaat te bereiken.
                    Vervolgens is van belang te vermelden op welke wijze de voorziening in natura
                    verstrekt wordt. Als er sprake is van een overeenkomst wordt deze overeenkomst
                    vermeld. Ook eventuele voorwaarden die aan de verstrekking worden verbonden
                    worden in de beschikking vermeld.</al><al>Ook andere aspecten, speciaal aspecten die voor deze ene verstrekking gelden,
                    dienen in de beschikking opgenomen te worden.</al><al>Lid 2 geeft aan dat als een eigen bijdrage gevraagd wordt, dit in de beschikking
                    komt te staan. Dit betreft alleen het gegeven dat een eigen bijdrage gevraagd
                    wordt. Hoe hoog de eigen bijdrage is zal door het CAK bepaald worden en door het
                    CAK bij afzonderlijke beschikking worden opgelegd.</al><tussenkop>Paragraaf 3: Verstrekking als persoonsgebonden budget</tussenkop><tussenkop>Artikel 19 Overwegende bezwaren</tussenkop><al>Artikel 19 bepaalt dat het college in het Besluit maatschappelijke ondersteuning
                    gemeente Tilburg vast moet leggen in welke situaties geen keuzevrijheid bestaat
                    voor het persoonsgebonden budget. Dit kan zijn als vast staat dat belanghebbende
                    niet in staat is de gelden te beheren. Ook kan dit een situatie zijn waarin het
                    gaat om zeer kortdurende hulp bij het huishouden en het verstrekken van een
                    persoonsgebonden budget niet praktisch uitvoerbaar is.</al><tussenkop>Artikel 20 Inhoud beschikking</tussenkop><al>Lid 1 van artikel 20 bepaalt wat er bij het verstrekken van een persoonsgebonden
                    budget vastgelegd moet worden in de beschikking. Het gaat daarbij allereerst om
                    de formulering van het te bereiken resultaat zodat helder is voor welk doel het
                    persoonsgebonden budget gebruikt moet worden. Dat kan een beperkt doel zijn,
                    zoals bijvoorbeeld het bezoeken van familie, vrienden en kennissen en het doen
                    van boodschappen met een scootermobiel, maar ook een meer algemeen doel, zoals
                    het maken van alle noodzakelijke verplaatsingen in de naaste woon- en
                    leefomgeving.</al><al>Als er een program van eisen wordt verstrekt (waar is het geld voor bedoeld, aan
                    welke eisen moet voldaan zijn) wordt dat ook in de beschikking vastgelegd onder
                    bijvoeging van het program van eisen.</al><al>Vervolgens kan in de beschikking worden vastgelegd wat de omvang van het
                    persoonsgebonden budget is, welk bedrag men ontvangt, met vermelding hoe dat
                    bedrag tot stand is gekomen. Verder moet voor wat betreft de verantwoording ook
                    in de beschikking worden vastgelegd wat van degene tot wie de beschikking is
                    gericht in dit opzicht wordt verwacht. Ook eventuele voorwaarden die aan de
                    verstrekking worden verbonden worden in de beschikking vermeld.</al><al>Lid 2 van dit artikel bepaalt dat bij het heffen van een eigen bijdrage dit in
                    de beschikking vermeld moet worden, waarbij meegenomen kan worden dat het CAK de
                    hoogte van de eigen bijdrage vaststelt en per beschikking op zal leggen.</al><tussenkop>Paragraaf 4: Verstrekking van een financiële tegemoetkoming</tussenkop><tussenkop>Artikel 21 Inhoud beschikking</tussenkop><al>Lid 1 bepaalt ten aanzien van de financiële tegemoetkomingen wat in de
                    beschikking vermeld zal worden. Het gaat hier allereerst om de vermelding van
                    het doel waarvoor de financiële tegemoetkoming gebruikt dient te worden.
                    Daarnaast moet vermeld worden voor welke duur, voor welke periode de financiële
                    tegemoetkoming verstrekt wordt en tenslotte dient hier vermeld te worden of er
                    een overeenkomst van toepassing is op deze verstrekking. Ook eventuele
                    voorwaarden die aan de verstrekking worden verbonden worden in de beschikking
                    vermeld.</al><al>In Lid 2 wordt bepaald dat bij het verstrekken van een financiële tegemoetkoming
                    de mogelijkheid bestaat een eigen aandeel te vragen. Indien dit van toepassing
                    is dient dit in de beschikking vermeld te worden. </al><tussenkop>Paragraaf 5: Eigen bijdrage en eigen aandeel</tussenkop><tussenkop>Artikel 22 Eigen bijdrage en eigen aandeel</tussenkop><al>Artikel 21 bepaalt de raad dat bij het verstrekken van een individuele
                    voorziening op grond van de Wmo de aanvrager een eigen bijdrage is verschuldigd
                    of de financiële tegemoetkoming wordt afgestemd op het inkomen.</al><al>In Lid 2 draagt de raad het college op om in het Besluit maatschappelijke
                    ondersteuning gemeente Tilburg vast te leggen hoe het eerste lid feitelijk wordt
                    ingevuld.</al><tussenkop>Hoofdstuk 7 Bepalingen rond beslistermijn, beperkingen, advisering,
                    voorwaarden , wijziging situatie, intrekking en terugvordering</tussenkop><tussenkop>Artikel 23 Beslistermijn</tussenkop><al>De Algemene wet bestuursrecht regelt dat als bij wettelijk voorschrift niet
                    anders is bepaald, een besluit genomen dient te worden binnen een redelijke
                    termijn. Die redelijke termijn is 8 weken. De Wmo bepaalt niets over
                    beslistermijnen. Het college heeft evenwel de mogelijkheid om afwijkende
                    termijnen vast te stellen. Hoewel het van belang is zo min mogelijk afwijkende
                    termijnen te hanteren, immers, de doorzichtigheid van de termijnen komt daardoor
                    wellicht in het geding, is het logisch voor enkele onderdelen wel een langere
                    termijn vast te stellen. Dit geldt met name voor bouwkundige woonvoorzieningen.
                    Zeker als daar een offerte voor moet worden aangevraagd, zal daarmee de nodige
                    tijd gemoeid zijn, zodat de termijn van acht weken niet haalbaar is. Om dat
                    helder te hebben is het wenselijk deze termijn in de verordening op te nemen. De
                    termijn is gesteld op 16 weken.</al><tussenkop>Artikel 24 Beperkingen</tussenkop><al>Er geldt een aantal beperkingen bij het verstrekken van voorzieningen:</al><al>Lid 1 onder a bepaalt dat het noodzakelijk is dat een voorziening langdurig
                    noodzakelijk is. Op deze regel bestaat een duidelijke uitzondering: hulp bij het
                    huishouden na een ziekte of ziekenhuisopname. Als deze kortdurende hulp bij het
                    huishouden binnen een gemeente niet geleverd kan worden als algemene
                    voorziening, waardoor geen individuele voorziening meer nodig zal zijn, zal deze
                    hulp als individuele voorziening verstrekt moeten worden. Deze uitzondering
                    dient dan in de verordening te worden opgenomen.</al><al>Wat langdurig noodzakelijk is hangt geheel af van de situatie, maar ook een te
                    bereiken resultaat voor een belanghebbende die terminaal is dient gerekend te
                    worden tot langdurig noodzakelijk. De voorziening zal immers iemand gehele
                    verdere leven noodzakelijk zijn.</al><al>Lid 1 onder b bepaalt dat de voorziening als de goedkoopst-compenserende
                    voorziening aangemerkt moet kunnen worden. Het gaat daarbij op de eerste plaats
                    om een voorziening die compenserend is voor de ondervonden problemen, zodat het
                    te bereiken doel daadwerkelijk bereikt kan worden. Maar wanneer dan meerdere
                    voorzieningen compenserend blijken te zijn mag volstaan worden met de
                    goedkoopste voorziening.</al><al>Lid 2 bepaalt onder a dat geen voorziening wordt toegekend indien de voorziening
                    als algemeen gebruikelijk beschouwd dient te worden voor een persoon als de
                    aanvrager.</al><al>Lid 3</al><al>Onder de Wet voorzieningen gehandicapten is in de rechtspraak van de Centrale
                    Raad van Beroep bepaald dat het stellen van een inkomensgrens voor een
                    forfaitaire financiële tegemoetkoming in vervoerskosten bij een inkomen van 1,5
                    x de bijstandsnorm niet in strijd was met de geldende zorgplicht. </al><al>Iemand met een dergelijk inkomen wordt geacht zelf in de kosten van het lokaal
                    vervoer, het vervoer in de directe leefomgeving, te kunnen voorzien,
                    bijvoorbeeld middels eigen auto of andermans auto bestuurd door derden,
                    individuele taxi of collectief vervoer. gebruik van een auto zelf te kunnen
                    dragen. Er is een duidelijke relatie met het begrip “algemeen
                    gebruikelijk”.</al><al>De Wmo laat de gemeente ruimte om een inkomensgrens te stellen. </al><al>Naar analogie van wat onder de Wet voorzieningen gehandicapten door de CRvB is
                    geaccepteerd hanteert de gemeente een inkomensgrens voor
                    vervoersvoorzieningen.</al><al>De gemeente hanteert een inkomensgrens van 1,5 maal de voor de belanghebbende
                    geldende bijstandsnorm.</al><tussenkop>Artikel 25 Advisering</tussenkop><al>In Lid 1 wordt bepaald dat het noodzakelijk kan zijn voor de beoordeling van de
                    gevraagde voorziening een beroep te doen op een (medisch) adviseur. Als daar
                    aanleiding voor is biedt artikel 25 daartoe de mogelijkheid. Geregeld is dat het
                    college twee mogelijkheden heeft: het college kan iemand oproepen op een
                    bepaalde plaats en tijd te verschijnen en daar die vragen te beantwoorden die
                    nodig zijn om tot een zorgvuldig besluit te komen.</al><al>De tweede mogelijkheid is uitgebreider: deze mogelijkheid biedt ook de
                    mogelijkheid tot onderzoek, bijvoorbeeld door een arts.</al><al>Van deze mogelijkheden wordt alleen gebruik gemaakt als dit noodzakelijk is, dat
                    wil zeggen als zonder dit onderzoek een zorgvuldige besluitvorming niet mogelijk
                    is.</al><al>In principe mag van de aanvrager verwacht worden mee te werken. Is de aanvrager
                    niet bereid tot medewerking, dan zal het college moeten beoordelen of zonder
                    deze medewerking een zorgvuldig besluit te nemen is. Is dat niet mogelijk dan
                    zal het college de aanvraag buiten behandeling kunnen stellen. Is wel een
                    zorgvuldig besluit mogelijk dan zal dat besluit genomen moeten worden.</al><al>Lid 2 geeft de situaties weer waarin een adviesinstantie (over het algemeen een
                    medisch adviseur) om advies gevraagd zal worden.</al><al>Dat zal het geval zijn als sprake is van situaties waarin het belang is om te
                    weten wat de aard van de problemen is en welke prognose er bestaat. Dit kan van
                    belang zijn bij de bepaling van de voorzieningen om de gewenste resultaten te
                    bereiken.</al><al>Uiteraard zal er een medisch advies moeten zijn bij een afwijzing op medische
                    gronden. </al><al>Verder kunnen er zich situaties voordoen dat er anderszins behoefte bestaat aan
                    een medisch advies. Dan biedt het laatste lid van dit artikel daartoe de
                    mogelijkheid.</al><tussenkop>Artikel 26 Voorwaarden</tussenkop><al>In dit artikel wordt bepaald dat er aan het verstrekken van voorzieningen
                    voorwaarden verbonden mogen worden. </al><tussenkop>Artikel 27 Wijziging situatie</tussenkop><al>Artikel 26 voorziet erin dat bij een gewijzigde situatie de plicht bestaat het
                    college hiervan op de hoogte te stellen als men kan vermoeden dat dit invloed
                    kan hebben op de verstrekte voorziening. </al><al>In die situatie kan men op basis van dit artikel verwachten dat wijzigingen
                    worden doorgegeven. </al><tussenkop>Artikel 28 Intrekking</tussenkop><al>Een besluit, genomen op basis van deze verordening, kan in bepaalde
                    omstandigheden geheel of gedeeltelijk ingetrokken worden.</al><al>Dit zal gebeuren als bij de toekenning voorwaarden gesteld zijn en daar op enig
                    moment niet aan is voldaan. In die situatie bestaat ook de mogelijkheid tot
                    terugvordering, indien de voorziening zich daartoe leent. Dat is in artikel 28
                    geregeld.</al><al>Ook de situatie dat beslist is op onjuist verstrekte gegevens biedt de
                    mogelijkheid een genomen beschikking geheel of ten dele in te trekken. Ook in
                    deze situatie kan terugvordering een mogelijkheid zijn.</al><al>Lid 2. Een beslissing wordt genomen met de bedoeling dat men daar een
                    voorziening mee treft. Als binnen 6 maanden na het nemen van de beslissing de
                    voorziening nog niet is getroffen, is er ook de mogelijkheid een beslissing
                    geheel of ten dele in te trekken.</al><al>In afwijking van lid 2 kan op grond van lid 3 een besluit om een financiële
                    tegemoetkoming</al><al>in de kosten van verhuizing en inrichting te verstrekken worden ingetrokken als
                    de verhuizing niet binnen een termijn van 2 jaar na toekenning heeft
                    plaatsgevonden. Het betreft hier een principebesluit, de feitelijke uitbetaling
                    vindt pas plaats na de verhuizing.</al><al>Lid 4 bepaalt dat in alle gevallen bedoeld in de leden 1, 2 waarin feitelijk een
                    voorziening is verstrekt, de verstrekte voorziening binnen 6 weken nadat de
                    intrekkingsbesluit is meegedeeld moet worden gerestitueerd. Deze termijn is
                    gelijk aan de termijn waarbinnen een bezwaarschrift kan worden ingediend.</al><tussenkop>Artikel 29 Terugvordering</tussenkop><al>Indien een besluit is ingetrokken (en ook alleen maar in die situatie) kan
                    eventueel tot terugvordering worden overgegaan. Voorwaarde is dat het recht op
                    de voorziening is ingetrokken. Een financiële tegemoetkoming of een
                    persoonsgebonden budget kan worden teruggevorderd. Hierbij geldt een
                    privaatrechtelijke procedure.</al><al>Een voorziening die bestaat uit een natura-verstrekking kan ook worden
                    teruggevorderd als later blijkt dat de verstrekking onterecht is geweest doordat
                    er onjuiste gegevens zijn verstrekt.</al><tussenkop>Hoofdstuk 7 Slotbepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 30 Hardheidsclausule</tussenkop><al>Juist omdat het in de Wmo om maatwerk gaat zal het college er niet aan ontkomen
                    om, ook al is er een zorgvuldige afweging gemaakt, uiteindelijk toch te
                    beoordelen of deze afweging niet leidt tot onbillijkheden van overwegende
                    aard.</al><al>Deze afweging zal minder vaak voorkomen dan in normale omstandigheden te
                    verwachten is. Immers, bij de afwegingen gaat het al om een zeer persoonlijke
                    beoordeling. Als desondanks die zeer persoonlijke afweging toch nog sprake is
                    van een niet billijke situatie is de hardheidsclausule een vangnet. Daarbij kan
                    de aanvrager ook een beroep doen op deze hardheidsclasule.</al><al>Wordt de hardheidsclausule vaker voor één onderwerp gebruikt dan kan men zich
                    afvragen of het beleid terzake niet aangepast zou moeten worden.</al><tussenkop>Artikel 31 Besluit en beleidsregels</tussenkop><al>In dit artikel wordt bepaald dat er een Besluit maatschappelijke ondersteuning
                    gemeente Tilburg en beleidsregels worden vastgesteld. Deze documenten bevatten
                    richtlijnen over de uitvoering van deze verordening. Het besluit bevat ook de
                    omvang van de diverse (financiële) verstrekkingen, de hoogte van eigen bijdrage
                    en eigen aandeel in de kosten..</al><tussenkop>Artikel 32 Indexering</tussenkop><al>Het college is op basis van dit artikel bevoegd eigen bedragen aan te
                    passen.</al><al>De bedragen zijn opgenomen in het Besluit maatschappelijke ondersteuning
                    gemeente Tilburg.</al><tussenkop>Artikel 33 Inwerkingtreding</tussenkop><al>Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze verordening. </al><tussenkop>Artikel 34 Overgangsbepaling</tussenkop><al>Artikel 33 bepaalt dat als vóór de inwerkingtreding van deze verordening een
                    aanvraag is ingediend op grond van de "Verordening voorzieningen
                    maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg 2007" en er nog geen besluit is
                    genomen op deze aanvraag, die aanvraag afgehandeld zal worden in overeenkomst
                    met de hiervoor genoemde verordening. Dit tenzij de bepalingen van deze
                    verordening gunstiger zijn voor de aanvrager, in dit geval zullen de bepalingen
                    in deze verordening worden toegepast.</al><tussenkop>Artikel 35 Citeertitel </tussenkop><al>Dit artikel regelt hoe deze verordening geciteerd wordt.</al><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 11 april 2011</al><al>de griffier,</al><al>de voorzitter,</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>