<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR98124_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de Raadscommissies</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Udens Weekblad, 20-04-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de Raadscommissies</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 16 en 82</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-04-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-04-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-06-06</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2011/1806</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de verordening uit 2007</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de Raadscommissies</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1:</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>lid: lid van een raadscommissie;</al></li><li nr="b."><al>voorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens
                                    vervanger;</al></li><li nr="c."><al>commissiegriffier: secretaris van een raadscommissie of diens
                                    vervanger;</al></li><li nr="d."><al>griffier: griffier van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="e."><al>vergadering: vergadering van een raadscommissie;</al></li><li nr="f."><al>presidium: ingevolge “artikel 5 Reglement van orde voor de
                                    vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad” bestaat het
                                    presidium uit de voorzitter van de raad en de
                                    fractievoorzitters;</al></li><li nr="g."><al>portefeuillehouder: een lid van het college van burgemeester en
                                    wethouders verantwoordelijk voor een specifiek onderwerp;</al></li><li nr="h."><al>fractie: ingevolge “artikel 7 Reglement van orde voor de
                                    vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad” bestaat een
                                    fractie uit de leden van de raad die door het centraal
                                    stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn
                                    verklaard.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2:</nr><titel>Instelling, taken en samenstelling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Instelling raadscommissies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt de volgende raadscommissies in:</al><lijst><li nr="a."><al>Algemene Zaken (AZ);</al></li><li nr="b."><al>Publiekszaken (PZ);</al></li><li nr="c."><al>Ruimtelijke en Economische Zaken (REO).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingevolge artikel 5 van het Reglement van orde voor de vergaderingen
                                en andere werkzaamheden van de raad stelt het presidium de voorlopige
                                agenda’s voor de raadscommissies vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, wordt het
                                onderwerp in de afzonderlijke raadscommissies besproken, tenzij het
                                presidium beslist dat een gezamenlijke vergadering van de
                                raadscommissies wordt belegd of dat de raadscommissie die het
                                onderwerp het meest aangaat het onderwerp behandelt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een gezamenlijke vergadering van raadscommissies wordt
                                belegd, vervult de voorzitter van de raadscommissie die het
                                onderwerp het meest aangaat, de taken van de voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Taken</titel></kop><al>Een raadscommissie heeft de volgende taken:</al><lijst><li nr="a."><al>het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel of
                                    onderwerp dat betrekking heeft op de in artikel 2, tweede, derde
                                    of vierde lid, genoemde onderwerpen;</al></li><li nr="b."><al>het uitbrengen van advies aan de raad uit eigen beweging;</al></li><li nr="c."><al>het voeren van overleg met het college of de burgemeester over
                                    in ieder geval door het college of de burgemeester verstrekte
                                    inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de in
                                    artikel 2, tweede, derde of vierde lid, genoemde
                                    onderwerpen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een raadscommissie bestaat naar evenredigheid van het aantal
                                    zetels in de raad uit: a. tenminste één en maximaal twee leden
                                    per fractie met vijf of minder zetels; b. tenminste één en
                                    maximaal drie leden per fractie met zes of meer zetels.</al></li><li nr="2."><al>De leden worden door de raad op voordracht van de fracties
                                    benoemd.</al></li><li nr="3."><al>Op voordacht van een fractie benoemt de raad per raadscommissie
                                    een plaatsvervangend lid, die zitting heeft bij verhindering of
                                    ontstentenis van een fractielid.</al></li><li nr="4."><al>Een (plaatsvervangend) lid kan zowel raadslid als niet-raadslid
                            zijn. Een fractie kan in totaal drie niet-raadsleden voordragen als
                            bedoeld in de leden 2 en 3. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de
                            Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op een
                            (plaatsvervangend) lid van een raadscommissie. De (plaatsvervangend)
                            leden dienen daarnaast tijdens de laatste verkiezingen van de raad
                            geplaatst te zijn op de kandidatenlijst van de betreffende fractie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van een raadscommissie en zijn plaatsvervanger worden
                                door de raad uit zijn midden benoemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter is geen lid van de raadscommissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van deze verordening;</al></li><li nr="d."><al>hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Zittingsduur en vacatures</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zittingsperiode van een (plaatsvervangend) lid en
                                (plaatsvervangend) voorzitter eindigt in ieder geval aan het einde
                                van de zittingsperiode van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een (plaatsvervangend) lid houdt op lid te zijn van een
                                raadscommissie indien hij niet meer voldoet aan de in artikel 4,
                                vierde lid, gestelde eisen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad kan een (plaatsvervangend) lid ontslaan op voorstel van de
                                fractie op wiens voordracht het (plaatsvervangend) lid is
                                benoemd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad kan de (plaatsvervangend) voorzitter ontslaan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een (plaatsvervangend) lid en de (plaatsvervangend) voorzitter
                                kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk
                                mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de
                                schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is
                                benoemd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de
                                raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming
                                van artikel 4 en 5.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de
                                voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad,
                                vervalt het lidmaatschap van het (plaatsvervangend) lid dat op
                                voordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Griffier en commissiegriffier</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ter ondersteuning van iedere raadscommissie
                            fungeert de griffier of een door hem aan te wijzen medewerker van de
                            griffie als commissiegriffier.</al></li><li nr="2."><al>De commissiegriffier is in iedere vergadering aanwezig.</al></li><li nr="3."><al>De commissiegriffier kan, indien hij daartoe door de voorzitter
                                    wordt uitgenodigd, aan de beraadslaging als bedoeld in deze
                                    verordening deelnemen.</al></li><li nr="4."><al>De griffier kan in iedere vergadering aanwezig zijn.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3:</nr><titel>Aanwezigheid college</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Aanwezigheid college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de behandeling van de agendapunten als bedoeld in artikel 11 is
                                de portefeuillehouder zonder verdere uitnodiging aanwezig om deel te
                                nemen aan de beraadslagingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter kan, naast hetgeen geregeld in het eerste lid, de
                                burgemeester en één of meer wethouders uitnodigen in de vergadering
                                aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te nemen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4:</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Tijdstip van vergaderen en voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergaderingen vinden conform een door de raad jaarlijks vast
                                    te stellen vergaderschema plaats en worden gehouden in het
                                    gemeentehuis aan de Markt in Uden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het
                                    nodig oordeelt of indien tenminste twee fracties schriftelijk
                                    met opgaaf van redenen daarom verzoeken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen in afwijking van het
                                    vigerende vergaderschema een andere dag of aanvangsuur
                                    voorstellen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hierover
                                    wordt overleg gevoerd met de griffier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Oproep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter maakt ten minste zeven dagen voor een vergadering
                                    de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering aan de
                                    leden kenbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                    uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de
                                    Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de
                                    oproep aan de leden beschikbaar gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in
                                    artikel 11, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde
                                    voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk
                                    achtenveertig uur voor aanvang van de vergadering aan de leden
                                    kenbaar gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat de vergadering, zoals bedoeld in artikel 10, kenbaar
                                    wordt gemaakt, stelt het presidium de agenda van de vergadering
                                    voorlopig vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter tot uiterlijk
                                    achtenveertig uur voor de aanvang van een vergadering een
                                    aanvullende agenda opstellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda
                                    vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de
                                    raadscommissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan
                                    de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende
                                    voor de beraadslaging voorbereidt acht, kan hij aan het college
                                    of de burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen. De
                                    raadscommissie bepaalt in welke vergadering het onderwerp of
                                    voorstel opnieuw geagendeerd wordt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                    de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen
                                    op de agenda dienen, worden voor een ieder op het gemeentehuis
                                    ter inzage gelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten
                                    het gemeentehuis gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede
                                    lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze
                                    stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de
                                    griffier en verleent de griffier een lid inzage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergadering wordt door aankondiging op de gemeentelijke
                                        informatiepagina en door plaatsing op de gemeentelijke
                                        website (www.uden.nl) openbaar gemaakt.</al></li><li nr="2."><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>de datum, aanvangstijd en plaats, alsmede de
                                                voorlopige agenda van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaats waar een ieder de
                                                agenda en de daarbij behorende stukken kan
                                                inzien;</al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheid tot het uitoefenen van het
                                                spreekrecht als bedoeld in artikel 15.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Daarnaast worden de bij de voorlopige agenda behorende stukken,
                                indien digitaal beschikbaar, op de website van de gemeente
                                (www.uden.nl) geplaatst.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Opening vergadering; quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde tijdstip,
                                    indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden
                                    aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                    vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder
                                    verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de namen der
                                    afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, op een
                                    tijdstip dat ten minste vierentwintig uur verder is
                                    gelegen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid
                                    niet van toepassing. De raadscommissie kan echter over andere
                                    aangelegenheden alleen beraadslagen of besluiten, indien meer
                                    dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig
                                    is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgers hebben spreekrecht. Zij kunnen het woord voeren over de
                                    geagendeerde onderwerpen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het woord kan niet worden gevoerd over:</al><lijst><li nr="a."><al>een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en
                                            beroep openstaat of heeft opengestaan;</al></li><li nr="b."><al>benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                            personen;</al></li><li nr="c."><al>gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de
                                            Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten
                                    minste vierentwintig uur voor de aanvang van de vergadering aan
                                    de commissiegriffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres,
                                    telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil
                                    voeren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De
                                    voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de
                                    vergadering.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft
                                    verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de
                                    commissievergadering toestaan aan insprekers een korte,
                                    verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats
                                    tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De voorzitter of een lid doet een voorstel doen voor de
                                    behandeling van de inbreng van de burger.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Besluitenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het concept van de besluitenlijst van de voorgaande vergadering
                                    wordt, zo mogelijk, aan de leden ter beschikking gesteld,
                                    gelijktijdig met de oproep zoals bedoeld onder artikel 10.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het begin van de vergadering wordt, de besluitenlijst van de
                                    vorige vergadering vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders,
                                    hebben het recht, een voorstel tot wijziging van de
                                    besluitenlijst aan de raadscommissie te doen, indien de
                                    besluitenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft
                                    hetgeen besloten is. Een voorstel tot verandering dient voor de
                                    aanvang van de vergadering schriftelijk bij de commissiegriffier
                                    te worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De besluitenlijst moet inhouden:</al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de griffier, de
                                            commissiegriffier, de burgemeester en de wethouders, de
                                            secretaris en de leden , allen voor zover in de
                                            vergadering aanwezig, alsmede van de overige personen
                                            die het woord gevoerd hebben;</al></li><li nr="b."><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn
                                            geweest;</al></li><li nr="c."><al>een zakelijke samenvatting van het advies aan de raad
                                            onder vermelding van de namen van de fracties die
                                            mededeling hebben gedaan van hun goed- of afkeuring, en
                                            met aantekening van de namen van de fracties die zich
                                            niet uitgelaten hebben;</al></li><li nr="e."><al>bij het desbetreffende agendapunt de naam en de
                                            hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van
                                            het bepaalde in artikel 23 door de raadscommissie is
                                            toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De besluitenlijst wordt opgesteld onder de verantwoordelijkheid
                                    van de commissiegriffier.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en de
                                    commissiegriffier ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Rondvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het lid van de commissie dat tijdens de rondvraag vragen wil
                                    stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste
                                    vierentwintig uur voor aanvang van de commissievergadering bij
                                    de voorzitter. De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens
                                    de rondvraag aan de orde te stellen indien hij het onderwerp
                                    niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het
                                    onderwerp in de commissievergadering op diezelfde dag aan de
                                    orde komt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen
                                    tijdens de rondvraag aan de orde worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de
                                    vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de
                                    overige leden van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om
                                    één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen
                                    en een toelichting daarop te geven.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt
                                    de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te
                                    stellen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de commissie
                                    het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan
                                    het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde
                                    onderwerp.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Tijdens de rondvraag worden geen interrupties toegelaten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beraadslaging over een voorstel geschiedt in ten hoogste twee
                                    termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beraadslaging over een onderwerp of een informatienota
                                    geschiedt in één termijn, tenzij de raadscommissie anders
                                    beslist.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord
                                    voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp
                                    of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het
                                    spreken over een voorstel van orde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><al>De voorzitter of een lid kan een voorstel doen over de spreektijd
                                van de leden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering
                                    mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden
                                    toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                    betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie
                                    terstond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord,
                                        tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het
                                                opvolgen van deze verordening te herinneren;</al></li><li nr="b."><al>een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen
                                                dat de spreker zonder verdere interrupties zijn
                                                betoog zal afronden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke
                                        uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling
                                        zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk
                                        interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt
                                        hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de
                                        spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem
                                        gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over
                                        het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering
                                        voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de
                                        heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering
                                        sluiten.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter kan een raadscommissie voorstellen aan een lid
                                        dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken
                                        belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te
                                        ontzeggen.</al></li><li nr="5."><al>Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan
                                verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de
                                voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het
                                lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de
                                vergadering worden ontzegd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid
                                    beslissen om over één of meer onderdelen van een onderwerp of
                                    voorstel afzonderlijk te beraadslagen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                    beslissen de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te
                                    schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te
                                    geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden
                                    hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadscommissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de
                                    beraadslaging.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of
                                    een lid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van
                                    het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt
                                    genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel
                                    voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de
                                    raadscommissie anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de raadscommissie of
                                    er een advies aan de raad wordt uitgebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt
                                    beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud
                                    van het advies.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het advies worden de standpunten van alle fracties
                                    opgenomen.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5:</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van
                            overeenkomstige</al><al>toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het
                            besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Besluitenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De besluitenlijst van een besloten vergadering wordt niet
                                rondgedeeld, maar ligt uitsluitendvoor de leden ter inzage bij
                                de griffier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk in een besloten
                                vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering
                                neemt de raadscommissie een beslissing over het al dan niet openbaar
                                maken van de besluitenlijst. De vastgestelde besluitenlijst wordt
                                door de voorzitter en de commissiegriffier ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie
                            overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de
                            inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De
                            raadscommissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de
                            Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt daarover,
                            indien de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom
                            verzoekt, in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg
                            gevoerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6:</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend
                                op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen
                                bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde is verboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de orde
                                van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die
                                bij herhaling de orde in de vergadering verstoren kan hij voor ten
                                hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel
                            beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter
                            en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet
                            zover gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7:</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Uitleg verordening</titel></kop><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over
                            de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel
                            van de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking daags na publicatie. Op dat tijdstip
                            vervalt de verordening “Verordening op de raadscommissies 2007” van de
                            raad van de gemeente Uden vastgesteld bij raadsbesluit van 13 december
                            2007.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de Raad van de gemeente Uden,</ondertekening><ondertekening>in zijn openbare vergadering van 7 april 2011.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>drs. M.A.H. Heffels</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>drs. H.A.G. Hellegers</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet> ALGEMENE TOELICHTING</vet></al><al>In de Gemeentewet wordt onderscheid gemaakt tussen raadscommissies,
                            bestuurscommissies en andere commissies (resp. artikel 82, 83 en 84
                            Gemeentewet). Raadscommissies bereiden de besluitvorming in de raad voor
                            en voeren overleg met het college en de burgemeester. Bestuurscommissies
                            zijn commissies waaraan bevoegdheden van de raad, het college of de
                            burgemeester worden overgedragen. Andere commissies kunnen alle
                            mogelijke denkbare taken hebben. Er kan gedacht worden aan
                            adviescommissies, ad hoc commissies en wijkraden.</al><al>Op grond van artikel 82, eerste lid, kan de raad zoveel raadscommissies
                            instellen als hij wenselijk acht. De raad regelt de taken, bevoegdheden,
                            samenstelling en werkwijze van de raadscommissies en de wijze waarop de
                            leden van een raadscommissie inzage hebben in stukken ten aanzien
                            waarvan geheimhouding geldt. De Gemeentewet verplicht overigens niet tot
                            het instellen van raadscommissies. Om te bevorderen dat de discussie in
                            de raad plaatsvindt, zijn er gemeenten die ervoor kiezen om geen
                            raadscommissie(s) in te stellen. De instelling van raadscommissies
                            geschiedt veelal bij verordening, waarin de taken bevoegdheden,
                            samenstelling en werkwijze van de raadscommissies worden vastgelegd.
                            Onderhavige verordening voorziet hierin.</al><al><vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</vet></al><al/><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Om te voorkomen dat de omschrijving van terugkerende begrippen in de
                            verordening moeten worden herhaald, zijn in deze bepaling een aantal
                            begrippen eenmalig gedefinieerd.</al><al>De werkingsfeer van het presidium is bepaald in artikel 5 van het
                            Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de
                            raad. Het presidium bestaat uit de voorzitter van de raad en de
                            voorzitters van de verschillende fracties. Het presidium heeft ondermeer
                            als taak om de voorlopige agenda’s van de commissievergaderingen vast te
                            stellen.</al><al>Deze overige begrippen behoeven geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Instelling raadscommissies</titel></kop><al>In Uden is er sprake van een stelsel van drie raadscommissies, te weten:
                            Algemene Zaken, Publiekzaken en Ruimtelijke en Economische Zaken. Het
                            presidium stelt de voorlopige agenda’s van de
                            raadscommissievergaderingen vast. Als uitgangspunt wordt onderstaande
                            indeling aanhouden, maar het staat het presidium vrij om hier naar eigen
                            goeddunken van af te wijken:</al><lijst><li nr="-"><al>Raadscommissie Algemene Zaken:</al><lijst><li nr="a."><al>bestuurszaken;</al></li><li nr="b."><al>veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>financiën;</al></li><li nr="d."><al>beheer openbare ruimte;</al></li><li nr="e."><al>verkeer;</al></li></lijst></li><li nr="-"><al>Raadscommissie Publiekszaken:</al><lijst><li nr="a."><al>onderwijs;</al></li><li nr="b."><al>welzijn;</al></li><li nr="c."><al>sociale zaken;</al></li><li nr="d."><al>sport;</al></li><li nr="e."><al>cultuur;</al></li></lijst></li><li nr="-"><al>Raadscommissie Ruimtelijke en Economische Zaken
                                    onderwerpen:</al><lijst><li nr="a."><al>economie;</al></li><li nr="b."><al>vastgoed;</al></li><li nr="c."><al>stadsontwikkeling;</al></li><li nr="d."><al>ruimtelijke ordening;</al></li><li nr="e."><al>milieu.</al></li></lijst></li></lijst><al> Het derde en vierde lid zijn coördinatiebepalingen. Als een onderwerp
                            meerdere commissies aangaat, zal moeten worden vastgesteld in welke
                            raadscommissie(s) het onderwerp besproken zal worden. Er is voor gekozen
                            om het presidium hierover zeggenschap te geven.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Taken</titel></kop><al>De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste
                            lid, van de Gemeentewet. De raadscommissies bereiden door middel van een
                            politiek debat de besluitvorming van de raad voor en overleggen met het
                            college of de burgemeester.</al><al>De taak om de besluitvorming van de raad voor te bereiden komt tot
                            uitdrukking in de taak advies uit te brengen over een voorstel of
                            onderwerp. De raadscommissie kan ook uit eigener beweging advies aan de
                            raad uitbrengen, ook dit advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming
                            in de raad. De taken van de raadscommissie zijn in essentie dezelfde als
                            die van de raad, die van kaderstellend, controlerend en
                            volksvertegenwoordigend orgaan.</al><al>De raadscommissie bepaalt evenals de raad zijn eigen agenda. Dit
                            betekent dat niet het college maar de raadscommissie bepaalt of een
                            voorstel aan de raadscommissie wordt voorgelegd alvorens het in de raad
                            wordt besproken. De voorlopige agenda’s van de commissievergaderingen
                            worden besproken in het presidium.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al><vet>Samenstelling</vet></al><al>Artikel 82, derde lid, van de Gemeentewet schrijft voor dat de raad moet
                            zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad
                            vertegenwoordigde politieke groeperingen. Om dit te bereiken schrijft
                            het eerste lid van artikel 4 voor dat een raadscommissie bestaat uit
                            maximaal 2 leden per fractie bij vijf of minder raadszetels én maximaal
                            3 leden per fractie met 6 of meer zetels. De verhoudingen in de
                            raadscommissies hoeven overigens blijkens jurisprudentie niet exact
                            overeen te komen met de verhoudingen in de raad. </al><al>Zoals uit het vierde lid blijkt, hoeven de leden van een raadscommissie
                            geen raadslid te zijn. Wel is er in deze verordening vanuit gegaan dat
                            de fracties ‘de burgerleden’ voordragen. Daarnaast moeten ze op grond
                            van deze bepaling op de kandidatenlijst van de betreffende fractie
                            hebben gestaan. Dit in verband met de ‘kenbaarheid’
                            (kiezerslegitimiteit) van de kandidaten bij de burgers. Tenslotte dienen
                            burgerleden, evenals raadsleden, te voldoen aan hetgeen is bepaald in de
                            artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet. Dit betekent onder
                            andere dat zij achttien jaar moeten zijn, over een geldige
                            verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten
                            maken, geen functie als bedoeld in artikel 13 mogen vervullen en niet in
                            strijd mogen handelen met artikel 15. Om te beoordelen of de burgerleden
                            voldoen aan de eisen van de Gemeentewet, ligt het voor de hand om
                            gebruik te maken van een geloofsbrievenonderzoek. Het verdient
                            aanbeveling dit onderzoek uit te laten voeren door de commissie die voor
                            raadsleden en wethouders het op basis van artikel V4 van de Kieswet
                            verplichte geloofsbrievenonderzoek uitvoert. De vereisten die onderzocht
                            moeten worden zijn immers gelijk. Dit onderzoek gaat vooraf aan het
                            raadsbesluit waarmee de burgerleden benoemd worden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Voorzitter</titel></kop><al>Artikel 82, vierde lid, van de Gemeentewet schrijft voor dat de
                            voorzitter van een raadscommissie raadslid moet zijn. Om die reden
                            bepaalt artikel 5, eerste lid, dat de raad de voorzitters en hun
                            plaatsvervangers "uit zijn midden" benoemt</al><al>Op basis van het tweede lid, is de voorzitter geen lid van de
                            raadscommissie. Dit is een bewuste keuze, op deze wijze kan de
                            voorzitter zich concentreren op zijn taak als (technisch) voorzitter en
                            zijn tijd en energie aanwenden voor het bewaken van de positie van de
                            raadscommissie.</al><al> Het ligt voor de hand dat de (plaatsvervangend) voorzitters, evenals de
                            leden, van de raadscommissies in de eerste vergadering van de raad in
                            nieuwe samenstelling worden benoemd, aangezien de zittingsperiode van de
                            voorzitters en de leden aan het einde van de zittingsperiode van de raad
                            eindigt (artikel 6, eerste lid). Aangezien het echter niet altijd
                            mogelijk zal zijn om de voorzitters direct na de verkiezingen te
                            benoemen, is er voor gekozen om geen termijn in artikel 5, eerste lid,
                            op te nemen. Hetzelfde geldt overigens voor artikel 4, tweede lid.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Zittingsduur en vacatures</titel></kop><al>De zittingsperiode van de leden, de voorzitters en hun plaatsvervangers
                            is even lang als de zittingsperiode van de raadsleden, in principe dus
                            vier jaar. De benoeming eindigt derhalve van rechtswege, de raad hoeft
                            hen niet te ontslaan.</al><al>Op grond van het tweede lid eindigt het (plaatsvervangend) lidmaatschap
                            van een raadscommissie eveneens van rechtswege indien een lid niet meer
                            voldoet aan de in artikel 4, vierde lid, gestelde eisen en indien een
                            lid is benoemd op voordracht van een fractie die blijkens een
                            schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet meer
                            vertegenwoordigd is in de raad (zevende lid).</al><al>De raad kan een lid van een raadscommissie op voorstel van de fractie
                            die het lid heeft voorgedragen, ontslaan. Deze situatie kan zich
                            voordoen in geval van een splitsing van een fractie. De ontstane nieuwe
                            fractie heeft dan overigens op grond van artikel 4, eerste lid, recht op
                            een eigen lid</al><al>De raad kan ook zonder voorstel van een fractie de (plaatsvervangend)
                            voorzitter van een raadscommissie ontslaan (lid 4), bijvoorbeeld indien
                            deze (plaatsvervangend) voorzitter niet meer het vertrouwen van de
                            meerderheid van de raad bezit. Het vijfde en zesde lid voorzien in de
                            situatie van een tussentijdse vacature, hetzij door ontslag hetzij door
                            overlijden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Griffier en commissiegriffier</titel></kop><al>Iedere raadscommissie wordt ondersteund door de raadsgriffier of een
                            commissiegriffier. In principe neemt hij geen deel aan de
                            beraadslagingen, zij het dat de voorzitter op grond van het derde lid
                            van dit artikel hem of haar deze mogelijkheid biedt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Aanwezigheid college</titel></kop><al>Het kan gewenst zijn dat een lid van het college deelneemt aan de
                            vergadering van de raadscommissie. De commissie kan per vergadering
                            beslissen of de aanwezigheid al dan niet gewenst is en of de genodigde
                            aan de beraadslagingen mag deelnemen. Artikel 82, vijfde lid,
                            Gemeentewet dat artikel 21, tweede lid, Gemeentewet van overeenkomstige
                            toepassing verklaart, is hiervoor de grondslag. Dit geldt zowel voor
                            besloten als voor niet besloten vergaderingen. In openbare vergaderingen
                            kunnen collegeleden uiteraard altijd aanwezig zijn. Deelnemen aan de
                            beraadslagingen kunnen zij echter alleen als de raadscommissie hiermee
                            instemt. </al><al>In de praktijk is gebleken dat de huidige bepaling in de Wet dualisering
                            gemeentebestuur toch problemen veroorzaakt. De kern van de dualisering
                            is weliswaar de ontvlechting van de raad en het college van burgemeester
                            en wethouders, maar het is niet de bedoeling geweest de raad en het
                            college in posities te brengen, waarmee ze elkaar kunnen uitsluiten. De
                            raad en het college zijn immers samen verantwoordelijk voor een beter
                            bestuur in de gemeente. Synergie tussen raad en college is daarbij van
                            wezenlijk belang. Met (de wijziging van) artikel 21 van de Gemeentewet
                            moet tot uitdrukking komen dat de wethouder als vanzelfsprekende partner
                            van de raad wordt betrokken bij de beraadslagingen van de raad. In
                            vervolg daarop regelt het eerste lid dat de portefeuillehouder zonder
                            verdere uitnodiging aanwezig zijn ten behoeve van het voeren van overleg
                            en het uitoefenen van controle door de raadscommissie.</al><al> Om te komen tot een praktische regeling is er in het tweede lid voor
                            gekozen om de voorzitter van de raadscommissie een voorlopige beslissing
                            omtrent de aanwezigheid van de burgemeester of een wethouder en de
                            deelname aan de beraadslagingen te laten nemen. Als de raadscommissie
                            het niet met deze voorlopige beslissing van de voorzitter eens is, kan
                            zij bij aanvang van de vergadering anders beslissen. Een expliciete
                            beslissing bij iedere vergadering is niet nodig. Als de raadscommissie
                            niet aangeeft dat de aanwezigheid van het college niet wenst is,
                            volstaat de beslissing van de commissievoorzitter.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><al>De vergaderingen van de raadscommissies vinden in de regel plaats twee
                            weken voorafgaand aan een raadvergadering. In die gevallen dat de agenda
                            niet in één vergadering kan worden afgehandeld, bepaalt de voorzitter,
                            in overleg met de raadscommissie en diens griffier, dag, plaats en
                            aanvangsuur van de vergadering waarop de resterende agendapunten worden
                            behandeld. Een raadscommissie vergadert vaker als het de voorzitter (via
                            het presidium) het nodig oordeelt of indien ten minste twee fracties
                            hierom vragen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Oproep</titel></kop><al>De agenda voor een vergadering en de stukken worden tenminste een week
                            voor de vergadering op het raadsinformatiesysteem geplaatst.</al><al>Indien in spoedeisende gevallen een aanvullende agenda wordt vastgesteld
                            bedraagt deze termijn minimaal 48 uur voor een vergadering. De stukken
                            ten aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd worden kunnen ingevolge
                            artikel 12, derde lid, bij de griffier worden ingezien.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Agenda</titel></kop><al>De agenda wordt door het presidium voorlopig vastgesteld. Uiteindelijk
                            bepaalt een raadscommissie echter zijn eigen agenda. De agenderende rol
                            van een raadscommissie komt tot uitdrukking in het derde, vierde en
                            vijfde lid. Dit betekent onder andere dat een raadscommissie kan bepalen
                            dat een onderwerp of voorstel onvoldoende voorbereid en voor
                            inlichtingen of advies aan het college wordt (terug)gezonden. Een
                            raadscommissie bepaalt vervolgens in welke vergadering het onderwerp of
                            voorstel opnieuw geagendeerd wordt en niet het college. Uiteraard zal
                            hierover wel overleg gevoerd moeten worden met het college.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><al>Naast de voorlopige agenda en de daarbij behorende raadsvoorstellen,
                            bijlagen en conceptbesluiten, worden de (ter inzage) stukken die ter
                            toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, in
                            het gemeentehuis voor een ieder ter inzage gelegd. Originele stukken
                            moeten uiteraard bij de gemeente blijven berusten. Om de raad in de
                            gelegenheid te stellen om in alle rust de dossiers te bestuderen is er
                            in het gemeentehuis een raadleeskamer ingericht waartoe alle leden zeven
                            dagen per week en 24 uur per dag toegang hebben. Ingevolge het derde lid
                            kunnen raads- en burgerleden de stukken ten aanzien waarvan
                            geheimhouding wordt opgelegd bij de griffier inzien.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet moet de dag, het
                            tijdstip en de plaats van de vergadering ter openbare kennis gebracht
                            worden. Deze bepaling geeft hier een regeling voor. Tevens wordt –
                            vanuit het oogpunt van service aan de burger - de agenda en de stukken
                            ook op de website van de gemeente (www.uden.nl) geplaatst. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Opening vergadering; quorum</titel></kop><al>Artikel 20 van de Gemeentewet regelt het vergaderquorum van de raad.
                            Voor de raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de
                            Gemeentewet. Artikel 14 voorziet hierin. Indien meer dan de helft van
                            het aantal zitting hebbende leden aanwezig is, kan worden vergaderd. </al><al> Het tweede en derde lid voorzien in een regeling voor een nieuwe
                            vergadering indien het quorum niet aanwezig is, anders zou de
                            afwezigheid van leden van een raadscommissie de voortgang van
                            werkzaamheden kunnen belemmeren. Overigens ligt het in de rede dat de
                            voorzitter overlegt met de raadscommissie over de datum van een nieuwe
                            vergadering. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><al>In een raadsvergadering geldt er in beginsel geen spreekrecht voor
                            burgers. Dit omdat het besluitvormingsproces dan al zover gevorderd is
                            dat aan het inspreken geen recht kan worden gedaan. Tijdens de
                            commissievergaderingen zijn er meer mogelijkheden voor de inspreker om
                            van gedachten te wisselen met de raads- en burgerleden en zo bij te
                            dragen aan de besluitvorming.</al><al>In het tweede lid zijn drie onderwerpen opgenomen, waar het spreekrecht
                            niet voor geldt. Als een besluit van de raad of het college vatbaar is
                            voor bezwaar en de burger belanghebbende is, kan de burger een
                            bezwaarschrift indienen. Ook kan een burger beroep instellen bij de
                            rechtbank. Dit zijn formele procedures die zien op de rechtsbescherming
                            van de burger. Verder zijn de benoemingen, keuzen, voordrachten en
                            aanbevelingen van personen uitgesloten van het spreekrecht van burgers.
                            Omdat inspraak over de benoemingen, keuzen, voordrachten of
                            aanbevelingen van personen - de belangen van - kandidaten al dan niet in
                            de uitoefening van hun ambt of functie kan schaden, kunnen burgers
                            hierover geen uitlatingen doen. Vervolgens kunnen burgers zich ook niet
                            uitlaten over onderwerpen, waar zij op grond van artikel 9:2 Algemene
                            wet bestuursrecht een klacht over kunnen indienen. Deze procedure gaat
                            voor het spreekrecht van burgers. Tenslotte is het spreekrecht in
                            beginsel beperkt tot die onderwerpen die op de agenda van de
                            raadscommissie staan. Burgers hebben het instrument van een initiatief
                            om onderwerpen op de agenda te plaatsen. Daarnaast staat het een burger
                            vrij om – bijvoorbeeld in het geval van een politiek actueel onderwerp –
                            een fractie te benaderen. Een fractievoorzitter kan desgewenst in het
                            presidium het voorstel doen om een dergelijk onderwerp te
                            agenderen.</al><al>De burgers die wensen in te spreken moeten zich binnen 24 uur voor de
                            vergadering melden bij de (commissie)griffier. Deze kan, indien nodig,
                            de persoon naar de juiste raadscommissie verwijzen. </al><al>In het vijfde lid is ervoor gekozen om een burger slechts één maal het
                            woord te geven en niet een discussie te laten plaatsvinden. Als
                            richtlijn wordt 5 minuten spreektijd per burger. Op voorstel van de
                            voorzitter, die in eerste instantie voor een ordentelijk verloop van de
                            vergadering moet zorgen en dus moeten kunnen aanvoelen of een verkorting
                            of verlenging van de spreektijd gewenst is, kan van deze richtlijn
                            worden afgeweken.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Besluitenlijst</titel></kop><al>Het concept van de besluitenlijst wordt tegelijkertijd met de oproep ter
                            beschikking gesteld aan de leden en overige personen die het woord
                            hebben gevoerd. De voorzitter, de leden, de collegeleden hebben het
                            recht een voorstel tot wijziging te doen. Een voorstel tot wijziging
                            wordt voorafgaand aan de vergadering schriftelijk bij de
                            commissiegriffier ingediend. Het recht om aanpassing voor te stellen
                            (derde lid) komt ook toe aan de voorzitter, een lid en een collegelid,
                            dat bij de desbetreffende vergadering niet aanwezig was. Het is aan de
                            raadscommissie om te beslissen of een voorgestelde wijziging of
                            aanvulling geaccepteerd wordt, aangezien de raadscommissie het verslag
                            vaststelt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Rondvraag</titel></kop><al>In de rondvraag krijgen de leden van de commissie de mogelijkheid over
                            vooraf ingebrachte onderwerpen (leden van) het college te bevragen. Er
                            is een aanmeldingstermijn van 24 uur voor vragen opgenomen vanwege het
                            feit dat de collegeleden moeten kunnen nagaan of hun aanwezigheid bij
                            een commissievergadering gewenst is. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><al>Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te
                            worden. Een spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. Dit hoeft
                            overigens niets te veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder
                            antwoordt na de inbreng van de raadsleden in de eerste en tweede
                            termijn. Een verzoek van een raadslid na afloop van de tweede termijn om
                            nog een korte reactie te geven, dient de voorzitter in beginsel niet te
                            honoreren. Indien de leden van mening zijn, dat na de tweede termijn
                            verdere beraadslaging nodig is, kan de commissie daartoe uitdrukkelijk
                            besluiten.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><al>Dit artikel strekt ertoe te benadrukken dat een raadscommissie op eigen
                            initiatief regels kan stellen over de spreektijd van de leden. Hetzelfde
                            geldt voor de spreektijd van overige sprekers. De voorzitter hoeft dit
                            niet voor te stellen. De voorzitter kan in het kader van zijn taak om de
                            orde tijdens de vergadering te handhaven wel voorstellen de spreektijd
                            te beperken.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><al>Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen.
                            De beslissing of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde is aan
                            de betreffende raadscommissie. Over een voorstel van orde wordt direct,
                            zonder beraadslaging, besloten door een raadscommissie. Bij staken van
                            stemmen is het voorstel niet aangenomen, (artikel 32, vierde lid
                            Gemeentewet is hierop niet van toepassing)..</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><al>Het eerste lid verzekert dat leden van een raadscommissie vrijelijk
                            kunnen spreken. Wel zijn interrupties uiteraard toegestaan voor zover de
                            voorzitter bij een overvloed aan interrupties of in het belang van de
                            voortgang van de beraadslagingen niet bepaalt dat een spreker zijn
                            betoog zonder verdere interrupties afrondt. Om te bevorderen dat leden
                            van raadscommissies zich niet belemmerd voelen om hun mening te uiten
                            bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet bovendien dat artikel
                            22 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing is op leden van
                            raadscommissies. Hierdoor zijn leden van raadscommissies niet in rechte
                            te vervolgen, aan te spreken of verplicht getuigenis af te leggen over
                            hetgeen zij in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. Dit
                            geldt voor zowel raadsleden als burgerleden.</al><al>Op basis van het tweede lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen
                            door de voorzitter tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over
                            het aanhangige onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de voorzitter
                            de vergadering schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde,
                            kan hij de vergadering sluiten. In het uiterste geval kan hij een lid
                            het verdere verblijf ontzeggen en hem uit de vergadering doen
                            verwijderen. Indien een lid blijft volharden in zijn gedrag kan hem de
                            toegang tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden worden ontzegd.
                            Het vierde lid is sluit aan bij artikel 26, derde lid, van de
                            Gemeentewet, die een dergelijke regeling geeft ten aanzien van
                            raadsleden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><al>Om de duur van vergaderingen niet te onnodig verlengen wordt over een
                            voorstel dat in onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in zijn
                            geheel beraadslaagd. In het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid
                            opgenomen. Zowel de voorzitter als de leden hebben het recht om voor te
                            stellen een voorstel gesplitst te behandelen. Het eerste lid brengt
                            daarmee tot uitdrukking dat een raadscommissie zijn eigen werkwijze
                            bepaalt.</al><al>Indien de schorsing als bedoeld in het tweede lid aan het einde van de
                            tweede termijn plaatsvindt, zijn er vervolgens twee mogelijkheden: er
                            wordt direct tot stemming overgegaan of aan de beraadslagingen wordt een
                            derde termijn toegevoegd (zie artikel 18).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><al>Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22
                            Gemeentewet geregelde verschoningsrecht, dat in artikel 82, vijfde lid,
                            van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op
                            leden van raadscommissies en andere personen die aan de beraadslagingen
                            deelnemen. Het is uiteraard ook mogelijk dat een raadscommissie bepaalt
                            dat een bepaalde functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de
                            beraadslaging mag deelnemen. Het gaat in deze bepaling om anderen dan de
                            leden, de voorzitter en de portefeuillehouders. Deze hebben op grond van
                            de artikel 8 reeds het recht om aan de beraadslagingen deel te nemen.
                            Uiteraard hebben deze andere sprekers niet dezelfde rechten als de
                            leden. Een andere spreker heeft onder meer geen recht om een voorstel te
                            doen tot wijziging van de besluitenlijst, een voorstel over de
                            spreektijd of over de orde van de vergadering.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Advies</titel></kop><al>De voorzitter kan de beraadslaging sluiten, als hij vaststelt dat een
                            onderwerp voldoende is toegelicht, tenzij een raadscommissie anders
                            beslist. Een raadscommissie neemt geen beslissingen, maar bereidt de
                            besluitvorming in de raad voor en overlegt met het college en de
                            burgemeester. Wel kan een raadscommissie gevraagd en ongevraagd advies
                            uitbrengen aan de raad. De leden beslissen over het advies. Ten behoeve
                            van het debat in de raad en om recht te doen aan de mening van alle
                            fracties, inclusief minderheidsstandpunten, wordende standpunten van
                            alle fracties opgenomen. Het ligt voor de hand dat indien een lid het
                            niet eens is met het fractiestandpunt, dat hier afzonderlijk melding van
                            wordt gemaakt in het advies aan de raad.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Algemeen (Besloten vergadering)</titel></kop><al>Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan onder meer
                            gedacht worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van
                            stukken, het vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van
                            deze verordening zijn echter niet van toepassing, voorzover de
                            toepassing van die bepalingen strijdig is met het besloten karakter van
                            de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen beeld- en
                            geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten
                            aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering
                            en het behandelde zal een raadscommissie moeten besluiten of
                            geheimhouding als bedoeld in artikel 86 van de Gemeentewet wordt
                            opgelegd dan wel opgeheven.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Besluitenlijst (Besloten vergadering)</titel></kop><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet is artikel 23
                            van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Het vierde lid van
                            artikel 23 van de Gemeentewet schrijft voor dat van een besloten
                            vergadering een afzonderlijk verslag wordt opgemaakt, dat niet openbaar
                            wordt gemaakt tenzij de raad en in casu dus een raadscommissie anders
                            beslist. In aanvulling hierop bepaalt het artikel dat de besluitenlijst
                            van een besloten vergadering ter inzage ligt bij de griffier. </al><al>De raadscommissie beslist over het openbaar maken van deze
                            besluitenlijst.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van
                            rechtswege onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de
                            procedure volgens artikel 86 van de Gemeentewet nodig. Niet alleen een
                            raadscommissie kan geheimhouding opleggen, ook de voorzitter van een
                            raadscommissie, het college en de burgemeester kunnen geheimhouding aan
                            een raadscommissie opleggen. Overigens kan een raadscommissie ook
                            geheimhouding opleggen aan de raad of het college ten aanzien van
                            stukken die zij aan de raad of het college overlegt (artikel 25, tweede
                            lid, en artikel 55, tweede lid, van de Gemeentewet). De geheimhouding
                            geldt ten aanzien van een ieder die aanwezig is bij een besloten
                            vergadering of die kennis draagt van stukken ten aanzien waarvan
                            geheimhouding geldt. De geheimhouding geldt totdat het orgaan dat de
                            geheimhouding heeft opgelegd of de raad, haar opheft.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Zoals uit de toelichting op artikel 27 blijkt kan de raad de
                            geheimhouding die een raadscommissie aan de raad oplegt, opheffen. In
                            deze bepaling is een overlegverplichting opgenomen waardoor recht wordt
                            gedaan aan het principe van hoor en wederhoor.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><al>Artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet regelen dat de
                            voorzitter van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen
                            vertrekken en bij volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen.
                            Voor raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de
                            Gemeentewet, het derde lid voorziet hierin.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in principe openbaar
                            zijn, kunnen radio- en tv-stations geluid- en beeldregistraties maken.
                            Dit is uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering
                            betreft.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Uitleg verordening en artikel 32 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze artikelen behoeven geen toelichting.</al></divisie></nota-toelichting><bijlage><al><vet>Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen</vet></al><al>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</al><al><vet>Hoofdstuk 2 Instelling, taken en samenstelling</vet></al><al>Artikel 2 Instelling raadscommissies</al><al>Artikel 3 Taken</al><al>Artikel 4 Samenstelling</al><al>Artikel 5 Voorzitter</al><al>Artikel 6 Zittingsduur en vacatures</al><al>Artikel 7 Griffier en commissiegriffier</al><al><vet>Hoofdstuk 3 Aanwezigheid college</vet></al><al>Artikel 8 Aanwezigheid college</al><al><vet>Hoofdstuk 4 Vergaderingen</vet></al><al><vet>Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen en voorbereidingen</vet></al><al>Artikel 9 Vergaderfrequentie</al><al>Artikel 10 Oproep</al><al>Artikel 11 Agenda</al><al>Artikel 12 Ter inzage leggen van stukken</al><al>Artikel 13 Openbare kennisgeving</al><al><vet>Paragraaf 2 Orde der vergadering</vet></al><al>Artikel 14 Opening vergadering, quorum</al><al>Artikel 15 Spreekrecht burgers</al><al>Artikel 16 Besluitenlijst</al><al>Artikel 17 Rondvraag </al><al>Artikel 18 Aantal spreektermijnen</al><al>Artikel 19 Spreektijd</al><al>Artikel 20 Voorstellen van orde</al><al>Artikel 21 Handhaving orde; schorsing</al><al>Artikel 22 Beraadslaging</al><al>Artikel 23 Deelname aan beraadslaging door anderen</al><al>Artikel 24 Advies</al><al><vet>Hoofdstuk 5 Besloten vergadering</vet></al><al>Artikel 25 Algemeen</al><al>Artikel 26 Besluitenlijst</al><al>Artikel 27 Geheimhouding</al><al>Artikel 28 Opheffing geheimhouding</al><al><vet>Hoofdstuk 6 Toehoorders en pers</vet></al><al>Artikel 29 Toehoorders en pers</al><al>Artikel 30 Geluid- en beeldregistraties</al><al><vet>Hoofdstuk 7 Slotbepalingen</vet></al><al>Artikel 31 Uitleg verordening</al><al>Artikel 32 Inwerkingtreding</al></bijlage></regeling></body></cvdr>