<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR98104_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening naamgeving en nummering gemeente Noordwijkerhout            2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Noordwijkerhout</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-31</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Noordwijkerhout</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening naamgeving en nummering gemeente Noordwijkerhout 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-01-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-02-05</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door de Verordening naamgeving en nummering (adressen) Noordwijk 2019.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening naamgeving en nummering gemeente Noordwijkerhout
            2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Noordwijkerhout; en gelezen het voorstel van
                        burgemeester en wethouders van 23 december 2008; overwegende, dat er een
                        verplichting bestaat tot het wettelijk regelen van de naamgeving van delen
                        van de openbare ruimte en de nummering van gebouwen, complexen, afgebakende
                        terreinen, verblijfsobjecten, lig- en standplaatsen (adressen), gelet op
                        artikel 147 van de Gemeentewet; besluit de "Verordening naamgeving en
                        nummering gemeente Noordwijkerhout 2009" vast te stellen.</al><al>Verordening op de naamgeving van delen van de openbare ruimte en de
                        nummering van gebouwen, complexen, afgebakende terreinen, verblijfsobjecten,
                        lig- en standplaatsen (adressen)</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>College: het college van burgemeester en wethouders.</al></li><li nr="b."><al>Openbare ruimte: alle voor het openbaar rijverkeer of ander verkeer
                                openstaande wegen of paden, pleinen, plaatsen, plantsoenen, bruggen,
                                viaducten, knooppunten of daarmee vergelijkbare plaatsen of
                                constructies en alle wateren die, al dan niet met enige beperking,
                                voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn, alsmede
                                daarin begrepen alle bouwwerken en die daar deel van uitmaken.</al></li><li nr="c."><al>Woonplaats: een door het college aangewezen gebied waaraan een
                                woonplaatsnaam is toegekend.</al></li><li nr="d."><al>Bouwwerk (pand, verblijfsobject): elke constructie van enige omvang
                                van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van
                                bestemming hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden,
                                hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond en bedoeld
                                is om ter plaatse te functioneren.</al></li><li nr="e."><al>Gebouw: elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte,
                                geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.</al></li><li nr="f."><al>Complex: een afgebakend samengesteld geheel van gebouwen en
                                bouwwerken (industriecomplex, complex met vakantiehuisjes,
                                kazernecomplex, agrarisch complex, jachthavencomplex, etc.).</al></li><li nr="g."><al>Afgebakend terrein: een terrein met afsluitbare toegang, waarop zich
                                geen bouwwerken bevinden.</al></li><li nr="h."><al>Ligplaats: een deel van het openbare water dat is bestemd voor het
                                permanent afmeren van een (woon)schip of een woonark.</al></li><li nr="i."><al>Standplaats: een kavel, die is bestemd voor het plaatsen van een
                                woonwagen, stacaravan en kiosk, bestemd voor permanent plaatsen en
                                een strandtent/strandpaviljoen voor niet permanent plaatsen, waarop
                                (nuts)voorzieningen aanwezig zijn.</al></li><li nr="j."><al>Nummer: een nummer dat bestaat uit een of meer Arabische cijfers, al
                                dan niet met toevoeging van een kapitale of onderkast letter of
                                cijfer, of combinatie van een kapitale of onderkast letters en
                                cijfers.</al></li><li nr="k."><al>Object: een gebouw, complex, afgebakend terrein, ligplaats of
                                standplaats, toegewezen ruimtelijk plan- of
                                ontwikkelingsgebied.</al></li><li nr="I."><al>Rechthebbende: eenieder die krachtens eigendom of een beperkt
                                zakelijk recht de beschikking heeft over een onroerende zaak,
                                alsmede de beheerder.</al></li><li nr="m."><al>Uitvoeringsvoorschriften: nadere bepalingen van technische en
                                administratieve aard.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Naamgeving van woonplaatsen en van delen van de openbare
                            ruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt voor het totale grondgebied van de gemeente een of
                            meerdere woonplaatsen vast en kan een woonplaats in wijken of buurten
                            verdelen, zonodig daaraan namen, letters of nummers toekennen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kent voor het totale grondgebied van de gemeente namen toe
                            aan te onderscheiden delen van de openbare ruimte, gebieden ruimtelijk
                            beheer en zonodig aan bouwwerken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder vaststellen, verdelen en toekennen, zoals bedoeld in het eerste en
                            tweede lid, wordt tevens begrepen het wijzigen en intrekken van de
                            vaststelling, verdeling en toekenning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Nummering van objecten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan een adresseerbaar object of een te onderscheiden
                            deel daarvan een nummer toekennen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan een object dat een nummer heeft gekregen, moet het nummer op een
                            doeltreffende wijze zijn aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder toekennen, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt tevens begrepen
                            het wijzigen en intrekken van de toekenning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Namen en nummers aanbrengen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De door het college aan delen van de openbare ruimte toegekende namen
                            worden zichtbaar en in voldoende aantallen ter plaatse aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een ieder verboden op eigen initiatief naam- of nummerborden aan
                            te brengen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Plicht toestaan naamborden op eigendom</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het college het nodig oordeelt dat borden met een wijk- of
                            buurtaanduiding, borden met straatnamen en verwijsborden aan een
                            bouwwerk, gebouw, muur, paal, schutting of een andere soort
                            terreinafscheiding worden aangebracht, is de rechthebbende verplicht toe
                            te laten dat de hier bedoelde borden overeenkomstig de aanwijzingen van
                            het college worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of
                            verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende dient er zorg voor te dragen dat de in het eerste lid
                            genoemde borden vanaf de openbare weg duidelijk leesbaar blijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Nummers aanbrengen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende is verplicht het nummer, zoals bedoeld in artikel
                                3, eerste lid, binnen vier weken na kennisgeving van het besluit van
                                het college aan te brengen.</al></li><li nr="2."><al>Tenzij door het college anders is besloten, is de rechthebbende van
                                een object verplicht het in het eerste lid genoemde nummer, alsmede
                                daarmee verband houdende verwijs- en verzamelborden aan te brengen
                                op een wijze zoals krachtens artikel 7 is bepaald.</al></li><li nr="3."><al>Indien een object nog niet is voltooid, wordt het nummer binnen vier
                                weken na voltooiing aangebracht. </al></li><li nr="4."><al>Het college kan de in het eerste en derde lid genoemde termijn
                                verlengen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Uitvoeringsvoorschriften</titel></kop><al>Het college is bevoegd nadere uitvoeringsvoorschriften vast te stellen
                        betreffende het bepaalde in deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overtreding van artikel 4, tweede lid, of het niet voldoen aan de
                            bepalingen in artikel 5 en 6, wordt gestraft met een geldboete van de
                            eerste categorie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            regeling zijn belast de door het college aangewezen
                            functionarissen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>De verordening treedt in werking op 1 maart 2009.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Intrekking verordening 1996</titel></kop><al>De "Verordening straatnaamgeving en huisnummering Noordwijkerhout van 27
                        juni 1996” wordt hierbij ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Namen en nummers die op grond van de in artikel 10 genoemde regels en
                            voorschriften aan delen van de openbare ruimte en objecten zijn
                            toegekend, blijven na het in werking treden van deze verordening
                            bestaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan in afwijking van het eerste lid besluiten dat de op
                            grond van de in het eerste lid genoemde regels en voorschriften
                            aangebrachte namen en nummers binnen een door hem te bepalen termijn
                            moeten worden vervangen door namen en nummers die voldoen aan de bij of
                            krachtens deze verordening gestelde voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het wijzigen van een naam of nummer, als bedoeld in het tweede lid,
                            zullen zowel de oude en de nieuwe naam als het oude en het nieuwe nummer
                            gedurende een jaar mogen worden gebruikt op de wijze die bepaald is in
                            de uitvoeringsvoorschriften, bedoeld in artikel 7.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als de “Verordening naamgeving en
                        nummering gemeente Noordwijkerhout 2009”.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 29 januari 2009.</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting op de verordening</titel></kop><divisie><kop><titel>1 Functie van het adres</titel></kop><al>Het adres - dat bestaat uit de onderdelen (straat)naam, (huis)nummer,
                        huisletter, nummertoevoeging en woonplaats (gemeentenaam is nu nog geen
                        onderdeel van het adres, maar wordt dit wel in de Authentieke
                        Basisregistratie Adressen) - vervult in het maatschappelijk verkeer een
                        belangrijke functie. Vooreerst is het adres het middel om personen
                        (woonadres), bedrijven (zetel- of vestigingsadres) of gebouwen (objectadres)
                        vindbaar te maken. Dat is niet alleen van belang voor hulpdiensten, zoals
                        brandweer, politie, ambulance en postbezorging, maar ook voor het uitvoeren
                        van activiteiten door de overheid. Daarbij moet worden gedacht aan
                        bijvoorbeeld oproepen van stemgerechtigden of (destijds) dienstplichtigen,
                        het toezenden van belastingaanslagen, alsmede de uitvoering van het
                        vaccinatiebeleid, het regelen van de zuigelingenzorg, toezicht op de
                        leerplicht, het verlenen van subsidies, enzovoorts. In alle velden van
                        gemeentelijke zorg is het adres nodig om beheers- en beleidstaken uit te
                        voeren.</al><al>Dit impliceert dat het adres in vrijwel alle officiële documenten voorkomt:
                        van bouwvergunning tot huursubsidiebeschikking, van notariële akte tot
                        rechtelijk vonnis en van rijbewijs tot paspoort. Zonder objectadres,
                        vestigingsadres of woonadres, al dan niet als onderdeel van de zogeheten
                        NAW-gegevens, kan de gemeenten nog nauwelijks stukken afgeven. Deze
                        documenten worden opgemaakt met gegevens uit daartoe ingerichte
                        geautomatiseerde systemen, maar de gegevens uit authentieke documenten zijn
                        op hun beurt weer invoer voor geautomatiseerde systemen van andere
                        gemeentelijke afdelingen of overheden. Het adres is meestal de grondslag van
                        deze geautomatiseerde systemen. Dit betekent dat de adresgegevens niet
                        alleen de toegangs- of ontsluitingsgegevens zijn van deze systemen, maar
                        tevens is het adres het gegeven waarop wordt geordend, gesorteerd en waarmee
                        selecties worden gemaakt. Kortom, het adres is in termen van
                        dienstverlening, opmaken van documenten en het registreren van gegevens
                        onmisbaar in het binnengemeentelijk en interbestuurlijk verkeer.</al></divisie><divisie><kop><titel>2 Binnen het openbaar bestuur wordt op alle niveaus de functie van
                            het adres, binnen het geheel van de overheidsinformatievoorziening,
                            behoorlijk onderschat </titel></kop><al>Onderschatting in termen van dienstverlening aan de burgers (onder andere
                        ook hulpdiensten), de informatie-uitwisseling, doelmatig en doeltreffend
                        beheer, lastenverlichting, hergebruik van gegevens, eenmalige inwinning en
                        zeker niet in de laatste plaats de efficiëntie en effectiviteit bij het
                        vormgeven, uitvoeren en evalueren van beleid. Ter nadere oriëntatie wordt
                        onderstaand ingegaan op de rol van het adres bij dienstverlening, in
                        overheidsdocumenten en in overheidsregistraties</al></divisie><divisie><kop><titel>3 Adres en dienstverlening</titel></kop><al>Het adres als toegang tot overheidsinformatie is met name van belang voor
                        hen die diensten van de gemeente afnemen. Voor een uittreksel uit de
                        gebouwenregistratie, het verstrekken van inlichtingen over de
                        onroerendezaakbelasting, vragen over objectgebonden subsidies of het
                        raadplegen van de kadastrale gegevens zullen burgers, bedrijven en
                        instellingen vrijwel altijd een adres (moeten) opgeven. Door een deskundig
                        ambtenaar kan op basis van het adres uit een daartoe ingericht
                        registratiesysteem deugdelijke informatie worden verstrekt. Veel lastiger
                        wordt het als de burger met vragen komt die raadpleging van meerdere
                        gemeentelijke registraties noodzakelijk maakt. Er moeten dan op basis van
                        het adres koppelingen worden gelegd tussen deze registraties. Gaat het
                        bijvoorbeeld om het leggen van een koppeling tussen bevolking en de
                        gebouwenregistratie, dan zou in principe het A-nummer uit de gemeentelijke
                        basisadministratie persoonsgegevens (GBA) moeten worden gerelateerd aan het
                        identificatienummer van een gebouw. Deze relaties tussen identificaties zijn
                        alleen te maken door hetzelfde adres uit beide bestanden bij elkaar te
                        zoeken en vervolgens de gevonden informatie (records) aan elkaar te
                        relateren. De adresgegevens moeten dan wel tot op de dag nauwkeurig
                        (actueel, betrouwbaar en compleet) in beide registraties voorkomen. Dat laat
                        te wensen over.</al><al>Het is zeker niet denkbeeldig dat de burger een vraag stelt die niet alleen
                        gebruikmaking van verschillende gemeentelijke registraties noodzakelijk
                        maakt, maar waarbij tevens gebruik moet worden gemaakt van registraties van
                        buiten de gemeentelijke organisatie. Zoals de kadastrale registratie van het
                        Kadaster of de bestanden van de Kamers van Koophandel. Ook dan moet het
                        adresgegeven in registraties van verschillende overheden actueel,
                        betrouwbaar en compleet zijn bijgehouden. Dat is vaak niet het geval.</al><al>Ondanks het feit dat het adres de 'harde kern' is van het stelsel van
                        overheidsregistraties is het dus slecht gesteld met de juistheid van
                        adressen in de registraties van overheden. Tot op heden worden in de
                        verschillende overheidsregistraties adressen nog op willekeurige momenten,
                        naar eigen inzicht van de beheerder, met verschillende specificaties en met
                        afwijkende actualiteit, compleetheid en betrouwbaarheid verwerkt.
                        Koppelingen tussen verschillende overheidsregistraties worden daardoor niet
                        zelden verkeerd gelegd of zijn soms in het geheel niet mogelijk. Dat staat
                        bijvoorbeeld een goede dienstverlening aan de burger en een snelle
                        uitvoering van gemeentelijke taken in de weg. Er bestaat een nauwe relatie
                        tussen officiële documenten en registraties. Documenten worden vaak
                        opgemaakt met gegevens uit geautomatiseerde systemen, maar omgekeerd worden
                        registraties bijgewerkt op basis van officiële documenten. In de volgende
                        twee paragrafen wordt daar nader op ingegaan.</al></divisie><divisie><kop><titel>3 Adres en overheidsregistraties</titel></kop><al>Door foute adresgegevens in documenten zijn registraties matig koppelbaar,
                        slecht toegankelijk en moeilijk onderhoudbaar. Dat leidt bijvoorbeeld tot
                        onnodige bezwaarschriften, foute beslissingen, onevenredig veel
                        capaciteitbeslag, te hoge systeemkosten, extra overleg etc. Ongerief op alle
                        niveaus dus. Niet onvermeld mag blijven dat in de loop van de tijd voor de
                        verschillende overheidsregistraties totstandgekomen wet- en regelgeving voor
                        een belangrijk deel heeft bijgedragen aan dit ongerief. De belangrijkste
                        overheidsregistraties zijn tot op heden in wetgevende zin (onder andere
                        systeemspecificaties) nooit als een logische eenheid beschouwt. Er zijn door
                        de rijksoverheid zelfs verschillende adresstandaards ontwikkeld, waarvan het
                        gebruik binnen het openbaar bestuur bovendien verplicht is voorgeschreven
                        (NEN-norm en GBA-norm). De registratie van adressen en het interbestuurlijk
                        gebruik daarvan moet dus met de nodige (wettelijke) zorg worden omgeven. De
                        zogeheten authentieke registraties - waarover zo meer - zullen daarin
                        verbetering moeten brengen. Men moet zich wel bedenken dat het adres, ook
                        als dat actueel, betrouwbaar en compleet is bijgehouden, in de verschillende
                        registraties steeds iets anders voorstelt. Het adres in de kadastrale
                        registratie is aan een andersoortig object gerelateerd dan in de
                        gebouwenregistratie. Voor de duidelijkheid volgen hieronder enkele
                        voorbeelden.</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="27*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="29*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="19*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>REGISTRATIE</al></entry><entry colname="col2"><al>OBJECT</al></entry><entry colname="col3"><al>OBJECTIDENTIFICATIE</al></entry><entry colname="col4"><al>TOEGANGSGEG.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>BELASTING</al><al>BESTAND</al></entry><entry colname="col2"><al>BELASTING-</al><al>OBJECT</al></entry><entry colname="col3"><al>WOZ-NUMMER</al></entry><entry colname="col4"><al>ADRES</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>GEBOUWEN-REGISTRATIE</al></entry><entry colname="col2"><al>VERBLIJFS</al><al>EENHEID</al></entry><entry colname="col3"><al>NUMMER-VER-</al><al>BLIJFSEENHEID</al></entry><entry colname="col4"><al>ADRES</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>KADASTRALE REGISTRATIE</al></entry><entry colname="col2"><al>KADASTRAAL</al><al>PERCEEL</al></entry><entry colname="col3"><al>KADASTRAAL-</al><al>PERCEELNUMMER</al></entry><entry colname="col4"><al>ADRES</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>GEOMETRISCH</al><al>BESTAND</al></entry><entry colname="col2"><al>VASTGOED</al><al>ELEMENT</al></entry><entry colname="col3"><al>COÖRDINATEN</al><al>ELEMENT</al></entry><entry colname="col4"><al>ADRES</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>GEMEENTELIJKE BASISREGISTR.</al></entry><entry colname="col2"><al>NATUURLIJK</al><al>PERSOON</al></entry><entry colname="col3"><al>A-NUMMER EN/OF</al><al>SOFINUMMER</al></entry><entry colname="col4"><al>ADRES</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>HVS-REGISTERS</al><al>KVK</al></entry><entry colname="col2"><al>RECHTS-</al><al>PERSOON</al></entry><entry colname="col3"><al>KVK-NUMMER</al></entry><entry colname="col4"><al>ADRES</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Afbeelding 1. Overzicht objecten, objectidentificaties en
                        toegangsgegevens</al><al>Elke registratie bevat doorgaans één soort object van registratie.</al><al>In de WOZ-bestanden (waardering onroerende zaken) is het object van
                        registratie het 'belastingobject', in de kadastrale registratie wordt het
                        object gevormd door het 'kadastraal perceel', terwijl in de geometrische
                        bestanden het object van registratie wordt gevormd door 'het element'. In de
                        gebouwenregistratie is het object van registratie 'de verblijfseenheid' en
                        bij handels-, verenigingen- en stichtingenregistratie vormt de
                        'rechtspersoon' het object van registratie. In een geautomatiseerde
                        registratie wordt elk afzonderlijk object van registratie geïdentificeerd of
                        aangeduid met een unieke code, de zogeheten objectidentificatie. In het
                        belastingenbestand is dat het 'WOZ-nummer' en in de gebouwenregistratie zou
                        dat het 'verblijfseenheidnummer' moeten zijn, terwijl in het geometrisch
                        bestand het vastgoedelement (bijvoorbeeld gebouw) wordt voorzien van een set
                        coördinaten of een vlak met bijbehorende gegevens.</al><al> In de kadastrale registratie wordt aan het perceel een kadastrale
                        aanduiding meegegeven. Ook in andere bestanden dan die voor vastgoed komt
                        deze unieke aanduiding per object voor. Zo wordt bijvoorbeeld in de GBA een
                        natuurlijk persoon aangeduid met een 'A-nummer' en met het 'sofi-nummer',
                        terwijl in de bestanden van de Kamers van Koophandel aan elke rechtspersoon
                        een 'KVK-nummer' is toegekend.</al><al> In afbeelding 1 is een en ander overzichtelijk weergegeven. Het adres zal
                        doorgaans in de zes beschreven registraties wel te vinden zijn, maar de
                        daaraan gerelateerde gegevens zijn niet altijd bruikbaar. Het adres leidt
                        bijvoorbeeld in het belastingbestand en in de kadastrale registratie naar
                        een aantal kadastrale percelen, maar het zal niet in beide gevallen om
                        dezelfde percelen gaan. In het belastingbestand worden kadastrale percelen
                        gevonden die behoren tot het WOZ-object. In de kadastrale registratie
                        daarentegen gaat het om percelen die behoren tot de onroerende zaak. Daar
                        kunnen grote afwijkingen tussen bestaan.</al><al>Waakzaamheid is geboden bij het leggen van relaties op basis van het adres.
                        Voor verdere informatie wordt verwezen naar het VNG-handboek 'Benoemen,
                        nummeren en begrenzen'.</al></divisie><divisie><kop><titel>4 Adres en brondocumenten</titel></kop><al>Als adresgegevens in vrijwel alle overheidsregistraties voorkomen, dan
                        moeten die gegevens ook in tal van (bron)documenten zijn terug te vinden.
                        Als er foutieve of niet actuele adressen in deze brondocumenten worden
                        verwerkt, dan leidt dat tot fouten in de registratie. Dat heeft gevolgen
                        voor de interbestuurlijke informatievoorziening. Louter als voorbeeld - er
                        zijn vele andere voorbeelden voorhanden - wordt in deze paragraaf de opname
                        van een adres in notariële akten beschreven. In notariële akten betreffende
                        onroerende zaken is sprake van een beschrijving van de feitelijke toestand
                        (onder andere het adres, aard en feitelijke gesteldheid). De feitelijke
                        omschrijving dient om de bedoeling van partijen bij de overdracht van een
                        onroerende zaak beter tot uitdrukking te brengen en met name door de
                        plaatselijke ligging, aard en gebruik nader aan te duiden of door de
                        terreinkenmerken te beschrijven.</al><al>Deze feitelijke omschrijving geeft maar al te vaak - in termen van
                        bijvoorbeeld aard, gebruik en adres - de feitelijkheden vaak niet goed weer.
                        De in de notariële akte opgenomen feitelijke omschrijving van partijen komt
                        regelmatig niet overeen met de door de gemeente formeel vastgestelde
                        feitelijkheden. De overdracht van de onroerende zaak zelf zal daar doorgaans
                        weinig hinder van ondervinden, maar via de akte komen foutieve adressen en
                        onjuiste weergave van aard en gesteldheid in de kadastrale registratie
                        terecht. De kadastrale informatie wordt op grote schaal binnen het openbaar
                        bestuur gebruikt, inclusief de feitelijke gegevens die afwijken van de door
                        de gemeentelijk vastgestelde feitelijkheden. Als voorbeeld een in een
                        notariële akte aangetroffen omschrijving:</al><al> '... winkelruimte met drie bovenliggende woningen cum annexis ..., zoals
                        ter plaatse kennelijk is aangegeven met Dorpsstraat 10 en 11 te Zunderdorp
                        ...</al><al> Een snelle blik in de Gebouwenkartotheek maakt duidelijk dat hier sprake is
                        van een winkelwoning (winkel met achterliggende woning) met slechts één
                        bovenliggende woning. De woning op de eerste etage heeft via een zogeheten
                        door de gemeente uitgevoerde herbeschrijving een bedrijfsbestemming gekregen
                        en is onderdeel van de winkel geworden. De woning achter de winkel heeft
                        haar bestemming gehouden. De woningen op de tweede en derde verdieping zijn
                        eveneens via een herbeschrijving samengevoegd tot één woning. Het gaat dus
                        feitelijk om een winkel op de begane grond en eerste verdieping met een
                        achterliggende woning op de begane grond, alsmede om één woning gelegen op
                        de tweede en derde verdieping. Controle van de in de akte genoemde
                        plaatselijke aanduiding met het adressenbestand van de gemeenten geeft aan
                        dat nummer 10 is opgedeeld in 10a en 10b, respectievelijk 10a voor de
                        winkelwoning en 10b voor de woning liggende op de tweede en derde
                        verdieping. Nummer 10 bestond dus vóór het opmaken van de akte al niet meer.
                        Nummer 11 is door de gemeente nooit uitgegeven. De oneven nummers liggen
                        trouwens aan de overzijde van de straat. De vervreemder bleek het nummer
                        eigenhandig op de gevel te hebben aangebracht. Het toekennen van een
                        nummering aan het bijgebouw was destijds door de gemeente geweigerd, omdat
                        de bouwkundige staat van het gebouw een bedrijfs- of woonbestemming niet
                        toeliet. Door het zelf aanbrengen van een niet-bestaand nummer wordt
                        gesuggereerd dat het bijgebouw een officiële bestemming of status
                        heeft.</al><al> De notaris zou eigenlijk niet uitsluitend moeten afgaan op de feitelijke
                        toestand, zoals die door de voor hem verschijnende partijen wordt
                        aangereikt. Het geeft vaak meer verwarring dan duidelijkheid. De notaris zou
                        eigenlijk verplicht het gemeentelijk adressenbestand moeten raadplegen, maar
                        een sluitende en landsdekkende gemeentelijke registratie van adressen is
                        (nog) niet voorhanden. In gevallen dat een gemeente wel over een dergelijk
                        bestand beschikt, dan is dat voor de notaris niet of niet eenvoudig
                        toegankelijk. De vraag rijst zelfs of de notaris in de toekomst hier wel de
                        actiefste rol zou moeten vervullen. De makelaar zou er immers voor kunnen
                        zorgdragen dat aan het koopcontract een uittreksel uit het gemeentelijk
                        adressenbestand wordt toegevoegd. Maar ook voor de makelaar geldt vooralsnog
                        dat het gemeentelijk adressenbestand - als het er al is - niet eenvoudig
                        toegankelijk is.</al><al>Het is een van de vele voorbeelden van de functie van het adres in
                        brondocumenten, waaruit blijkt dat de gemeente de naamgeving en nummering
                        met de nodige zorg dient te regelen en dat deze gegevens voor derden op
                        eenvoudige wijze toegankelijk moeten worden gemaakt. Dit alles is
                        afhankelijk van het nauwgezet benoemen van delen van de openbare ruimte
                        (gemeentenaam, woonplaatsnaam en naamgeving openbare ruimte) en het nummeren
                        van objecten (gebouwen, ligplaatsen, standplaatsen en omheinde terreinen).
                        Er zijn maar een beperkt aantal gemeenten die terzake beleidsregels hebben
                        vastgesteld. Vandaar dat het VNG-handboek over naamgeving en nummering
                        handreikingen voor het opstellen van beleidsregels bevat. De VNG heeft
                        recentelijk de modelbeleidsregels bekend gemaakt in de Grondslagen Adressen
                        en Gebouwen.</al></divisie><divisie><kop><titel>5 Adres en het stelsel van basisregistraties</titel></kop><al>Het is nog nooit goed in kaart gebracht, maar deelonderzoeken hebben
                        aangetoond dat niet-sluitende procedures inzake het toekennen van adressen
                        en de slechte registratie daarvan leidt tot extra capaciteitsbeslag,
                        rentederving, afbreukrisico, ontevreden burgers, beroep- en bezwaarschriften
                        en dergelijke. Het is overigens een probleem dat de gemeenten - wegens tal
                        van (wettelijke) belemmeringen - niet zelf kunnen oplossen.</al><al>Door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is
                        daarom kortgeleden het initiatief genomen om te komen tot het stroomlijnen
                        van basisgegevens binnen de overheid. Voorlopig is gekozen voor zes
                        belangrijke registraties, want niet alles kan tegelijkertijd. Gewerkt wordt
                        aan het stroomlijnen van gegevens over personen (GBA), rechtspersonen
                        (handels-, verenigingen- en stichtingenregister van de Kamers van
                        Koophandel), eigendomsgegevens inzake onroerende zaken (Kadaster),
                        geometrische gegevens (topografische kaart en de GBKN), gebouwgegevens (door
                        gemeenten op te bouwen BAG) en adresgegevens (door gemeenten op te bouwen
                        BRA).</al><al>Deze zes registraties worden verheven tot zogeheten authentieke
                        basisregistraties, waaronder wordt verstaan: 'een door de overheid officiële
                        als zodanig aangewezen registratie van gegevens, die in hun soort de enige
                        grondslag vormen voor de uitvoering van overheidstaken'. De basis voor dit
                        stelsel van basisregistraties is het adres, dat moet worden gezien als het
                        enige verbindende element tussen deze basisregistraties (zie ook paragraaf 3
                        van deze algemene toelichting). Dit betekent dat de gemeente op termijn of
                        krachtens wet in ieder geval de registratie van adressen moet gaan bijhouden
                        en dat de rest van de overheid deze adresgegevens niet meer zelf mag
                        verzamelen en registreren en verplicht gebruik moet maken van de
                        gemeentelijke authentieke basisregistratie adressen.</al></divisie><divisie><kop><titel>6 Wettelijke grondslag</titel></kop><al>Tot 1 januari 1994 was de plicht van gemeenten om een systematische
                        registratie van adressen bij te houden geregeld in artikel 41 e.v. van het
                        Besluit bevolkingsboekhouding. In dit artikel wordt aan de afdeling
                        Bevolking opgedragen een woningregister (actueel register van adressen) bij
                        te houden. Het Besluit bevolkingsboekhouding geeft niet aan welk
                        organisatieonderdeel de benoeming van namen aan de openbare ruimte en het
                        nummeren van objecten moest uitvoeren.</al><al> In veel gemeenten is deze taak ook nooit door de afdeling Bevolking
                        (Burgerzaken) uitgevoerd. Het Besluit bevolkingsboekhouding spreekt verder
                        uitsluitend over 'systematisch nummeren' en niet over 'namen'. In de
                        afgelopen jaren is men ervan uitgegaan dat de naamgeving werd geregeld in
                        artikel 174 van de Gemeentewet 1851. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat
                        het zeer twijfelachtig is dat artikel 174 ook de naamgeving van de openbare
                        ruimte omvatte (zie hiervoor verder de VNG-publicatie 'Benoemen, nummeren en
                        begrenzen').</al><al>Na invoering van de GBA, die niet meer is geordend op adres- maar op basis
                        van subjectgegevens, is ook het belang van de afdeling Burgerzaken om zelf
                        de naamgeving en nummering te regelen sterk afgenomen. Men hoeft ook geen
                        woningregister meer bij te houden. In de afgelopen jaren is deze taak in
                        veel gemeenten dan ook overgegaan naar de afdeling Ruimte en Bouwen die met
                        het verlenen van bouwvergunningen e.d. is belast. Ook in onze gemeente zal
                        deze taak worden uitgevoerd door de afdeling Ruimte en Bouwen na de
                        inwerkingtreding van deze verordening.</al><al>Een goed verdedigbare stap, omdat het uitwerken van bouwkundige plannen tot
                        straten en nummers, het vervaardigen van naamtekeningen en nummerkaarten en
                        handhaven van de toegekende en geplaatste naam- en nummerborden geen taak is
                        die bij uitstek door de afdeling Burgerzaken dient te gebeuren.</al><al>In de Gemeentewet 1992 wordt het benoemen van de openbare ruimte en het
                        nummeren van objecten onderdeel van de huishouding van de gemeente. De
                        bevoegdheid van de raad om de huishouding van de gemeente vorm te geven is
                        geregeld in artikel 124, eerste lid, Grondwet en in de Gemeentewet in de
                        artikelen 108, eerste lid en 147. Kortom, het regelen van de huishouding van
                        de gemeenten en de bevoegdheid tot het maken van een verordening inzake het
                        toekennen van namen en nummers behoort tot de autonome bevoegdheid van de
                        gemeenteraad. Ook daar is verandering in gekomen in het kader van het
                        dualistische stelsel.</al><al>De kern van het dualisme is de ontvlechting van de positie en bevoegdheden
                        van de raad en het college. De kaderstellende en controlerende bevoegdheden
                        worden bij de raad gelegd en de bestuursbevoegdheden worden bij het college
                        geconcentreerd. Er kunnen drie typen bestuursbevoegdheden worden
                        onderscheiden: de bestuursbevoegdheden die in de Gemeentewet zijn opgenomen,
                        de bestuursbevoegdheden in medebewindwetten en de autonome bevoegdheden. De
                        bestuurlijke bevoegdheden die in de Gemeentewet zijn opgenomen zijn met de
                        inwerkingtreding van de Wet dualisering van het gemeentebestuur (Stb. 2002,
                        111) bij het college gelegd.</al><al>De naamgeving en nummering kan aangemerkt worden als een autonome
                        bestuursbevoegdheid. Wel kan de raad ervoor kiezen - zij doet daar ook
                        verstandig aan - om de bevoegdheid tot naamgeving en nummering aan het
                        college te delegeren. Wel blijft in het dualistische stelsel de verordende
                        bevoegdheid bij de raad liggen. Dit betekent dat de bevoegdheid tot
                        vaststelling van een verordening op de naamgeving en nummering bij de raad
                        blijft berusten. </al></divisie><divisie><kop><titel>7 Naamgeving door medeoverheden</titel></kop><al>Het komt nog steeds voor dat niet-gemeentelijke overheden namen geven aan
                        delen van de openbare ruimte. Zonder overleg met de gemeenten worden
                        bijvoorbeeld door Rijkswaterstaat namen bedacht voor viaducten, bruggen,
                        tunnels, afritten en verkeersknooppunten. Rijkswaterstaat beschikt niet over
                        een wettelijke bevoegdheid om namen aan deze objecten toe te kennen, omdat
                        deze objecten onderdeel zijn van de openbare ruimte in de gemeente. In de
                        gemeentelijke modelverordening is immers bepaald dat het anderen verboden is
                        delen van de openbare ruimte te benoemen en nummers aan objecten toe te
                        kennen. Wel zouden de hogere overheden deze bevoegdheid aan zich kunnen
                        trekken, maar daarvoor is wel een bijzondere wetsbepaling nodig. Tot de
                        invoering van een dergelijke wetsbepaling zal het wel nooit komen, omdat dit
                        een onderwerp is dat tot de gemeentelijke huishouding behoort en daarmee tot
                        de gemeentelijke autonomie.</al><al>Er zijn voorbeelden van gemeenten die hierover fikse aanvaringen hebben
                        gehad met andere overheden. Na ampel beraad moesten deze overheden toegeven,
                        dat zij geen wettelijke bevoegdheid hebben tot het toekennen van namen.
                        Gemeenten handelen overigens niet voortvarend als het gaat om het bestrijden
                        van naamgeving van de openbare ruimte door medeoverheden en dat leidt tot
                        precedentwerking. De gemeente heeft in principe de bevoegdheid andere
                        overheidsinstanties te dwingen eventueel door hen toegekende en zichtbaar
                        ter plaatse aangegeven namen voor delen van de openbare ruimte in te
                        trekken. De vraag is of dat een goede werkwijze is. Beter is het om voortaan
                        in vroeg stadium zelf met naamvoorstellen te komen. Oude gevallen van
                        naamtoekenning door derden alsnog laten intrekken heeft weinig zin; een
                        reeds geaccepteerde officieuze naam kan dan beter worden geformaliseerd door
                        alsnog voor deze naam een naambesluit te nemen. Dat besluit moet ook worden
                        toegezonden aan de overheid die deze naam destijds ten onrechte heeft
                        toegekend. Gemeenten zouden deze twee mogelijkheden vaker moeten toepassen,
                        maar van deze mogelijkheden wordt te weinig gebruikgemaakt. Het toepassen
                        van bevoegdheid tot intrekking van officieuze namen is pas aan de orde als
                        men de voorstellen en oplossingen van de gemeente doelbewust negeert.</al></divisie><divisie><kop><titel>8 Modelverordening en uitvoeringsvoorschriften</titel></kop><al>Op aandringen van diverse gemeenten is bij het opstellen van de
                        modelverordening voor naamgeving en nummering, door de VNG, de mogelijkheid
                        opgenomen om verschillende zaken van uitvoerende aard in afzonderlijke
                        uitvoeringsvoorschriften te regelen. Dit komt de overzichtelijkheid van de
                        verordening ten goede. Uitvoeringsvoorschriften kunnen per gemeente
                        verschillen en zijn derhalve maar op enkele onderdelen uitgewerkt. Gemeenten
                        dienen deze uitvoeringsvoorschriften aan te vullen met bepalingen die
                        aansluiten bij de situatie in de gemeente.</al></divisie><divisie><kop><titel>9 Algemene wet bestuursrecht</titel></kop><al>Het toekennen van een naam of een nummer op grond van de verordening is een
                        beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De
                        beschikking zal aan de formele en materiële eisen van de Awb moeten voldoen.
                        Op grond van de Awb is het mogelijk tegen een beschikking een bezwaarschrift
                        in te dienen bij het beschikkende bestuursorgaan. Daarna staat de
                        mogelijkheid open om een beroepschrift in te dienen bij de sector
                        Bestuursrecht van de arrondissementsrechtbank. Het besluit tot hernummering
                        of tot intrekking van een nummer is ook een beschikking. In geval van
                        naamgeving rijst vaak de vraag of er wel sprake is van een beschikking. Deze
                        vraag kan bevestigend worden beantwoord, omdat het besluit zich richt op
                        bepaalde, concreet aanwijsbare objecten en het besluit gebaseerd is op een
                        publiekrechtelijke regeling, die een gedoogplicht inhoudt voor de
                        rechthebbende op onroerende zaken in verband met het op deze objecten
                        aanbrengen van naam- en nummerborden. Op grond van deze verordening zal
                        derhalve in de regel sprake zijn van een beschikking tot naamgeving. Indien
                        een aanvraag tot naamgeving of nummering afgewezen zou moeten worden of een
                        besluit tot naamgeving of nummering een belanghebbende treffen zou, moet
                        worden bezien of artikel 4:7 dan wel artikel 4:8 van de Awb van toepassing
                        is. Deze artikelen houden de verplichting in de aanvrager of belanghebbende
                        te horen voordat het besluit wordt genomen.</al></divisie><divisie><kop><titel>10 Beleidsregels</titel></kop><al>Het college kan met betrekking tot de aan haar opgedragen taken in de
                        Modelverordening naamgeving en nummering beleidsregels vaststellen. Deze
                        regels gaan bijvoorbeeld over de wijze waarop belangen worden afgewogen, de
                        methode waarop feiten worden vastgesteld of over de in acht te nemen
                        uitgangspunten.</al><al>Het vaststellen van beleidsregels ten aanzien van het toekennen van namen
                        aan delen van de openbare ruimte en het toekennen van nummers aan objecten
                        is aan te bevelen. In de afgelopen periode is, bij de behandeling van
                        beroeps- en bezwaarschriften en bij beroep op de administratief rechter, het
                        ontbreken van een vast gemeentelijk beleid (vastgestelde beleidsregels)
                        nadelig gebleken. In de VNG-publicatie 'Benoemen, nummeren en begrenzen'
                        worden handreikingen gedaan die richtinggevend zijn voor de ontwikkeling en
                        vormgeving van een vast gemeentelijk beleid inzake naamgeving en
                        nummering.</al><al>Het hanteren van de door het bestuursorgaan vastgelegde beleidsregels
                        impliceert dat het bestuursorgaan ook aan deze regels is gebonden. Afwijken
                        van de gestelde regels is niet zonder meer mogelijk. Wijziging van de
                        beleidsregels is slechts mogelijk met inachtneming van het
                        zorgvuldigheidsbeginsel. Bovendien kunnen burgers rechten aan de
                        vastgestelde beleidsregels ontlenen. Afwijking van de vastgestelde
                        beleidsregels zonder voldoende motivering is strijdig met het
                        vertrouwensbeginsel.</al></divisie><divisie><kop><titel>11 Regelen van de gevolgen</titel></kop><al>Bij het gebruik van de bevoegdheid tot naamgeving en nummering moet het
                        college rekening houden met de belangen van met name bewoners en bedrijven.
                        Wijziging van de naam of het nummer treft de belangen van bewoners en
                        bedrijven. In bepaalde gevallen kan er sprake zijn van een gemeentelijke
                        gehoudenheid tot het regelen van de gevolgen van de wijzigingsbesluiten. Een
                        aantal punten is hierbij van belang:</al><lijst><li nr="1."><al>Tussen het besluit tot wijziging en de uitvoering van de wijziging
                                dient voldoende tijd te liggen, zodat de bewoners en de bedrijven
                                zich op de gewijzigde naam of het veranderde nummer kunnen
                                voorbereiden. Hoe langer deze periode is, hoe minder de gemeente
                                gehouden is tot compenserende maatregelen. In artikel 11 is een
                                periode van een jaar genoemd, waarbinnen de oude en de nieuwe naam
                                of het oude en het nieuwe nummer naast elkaar kunnen worden gebruikt
                                (derde lid). Deze periode kan voor gewone gevallen als een redelijke
                                voorbereidingsperiode worden gezien. Gevallen die hiervan afwijken,
                                zoals sterk naar buiten tredende bedrijven met een groot
                                klantenpotentieel, moeten op zichzelf worden bezien. In het algemeen
                                verdient het aanbeveling in een vroeg stadium contact op te nemen
                                met de betrokken bedrijven. De Awb kent deze verplichting op grond
                                van artikel 4:8.</al></li><li nr="2."><al>Voor de gevallen waarin de gemeente gehouden kan worden tot het
                                vergoeden van de gemaakte kosten, is geen algemene norm aan te geven
                                waaruit de hoogte of vorm van de vergoeding kan worden
                                afgeleid.</al></li><li nr="3."><al>Indien de wijziging bewoners betreft en er een korte
                                voorbereidingsperiode geldt, is het beschikbaar stellen van een
                                aantal adreswijzigingskaarten in de meeste gevallen een redelijke
                                vorm van schadeloosstelling.</al></li><li nr="4."><al>Bedrijven die ook bij een voorbereidingsperiode van een jaar
                                onevenredig in hun belangen worden getroffen, kunnen een aanspraak
                                maken op vergoeding van een deel van de kosten die ze maken. Daarbij
                                zijn de volgende aspecten te overwegen:</al><lijst><li nr="-"><al>de bevoegdheid van de gemeente om tot wijziging te
                                        besluiten;</al></li><li nr="-"><al>het maatschappelijk risico dat een bedrijf dientengevolge
                                        toe te rekenen is;</al></li><li nr="-"><al>de lengte van de voorbereidingsperiode;</al></li><li nr="-"><al>de specifieke aspecten van het bedrijf;</al></li><li nr="-"><al>de voorraad naar buiten gerichte kantoorbescheiden en
                                        productonderdelen met adresvermelding;</al></li><li nr="-"><al>de actualiteit van de onder e genoemde zaken;</al></li><li nr="-"><al>het gemiddelde gebruik of de omzet per tijdsperiode van de
                                        onder e genoemde zaken;</al></li><li nr="-"><al>de mogelijkheid tot bedrijfseconomische en fiscale
                                        afschrijving van de onder e genoemde zaken.</al></li></lijst></li></lijst></divisie></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelgewijze toelichting</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In artikel 1 is een nummer gedefinieerd als een cijferreeks dat bestaat uit
                        een of meer Arabische cijfers, al dan niet met toevoeging van een letter- of
                        cijfercombinatie. Het is ongebruikelijk in het nummer Romeinse cijfers op te
                        nemen. Desondanks laat het 'Logisch ontwerp GBA' deze mogelijkheid open. Het
                        begrip 'bouwwerk' is opgenomen, omdat het van belang is voor de naamgeving.
                        Aan bijvoorbeeld bruggen en viaducten, als onderdeel van de openbare ruimte,
                        kan de gemeente namen toekennen. Aan bouwwerken worden overigens geen
                        nummers toegekend, omdat zij geen voor mensen toegankelijke ruimte
                        bevatten.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Naamgeving van woonplaatsen en van delen van de openbare
                            ruimte</titel></kop><al>Na lange periode van discussie over de bevoegdheid tot het vaststellen van
                        de gemeentenaam is de Gemeentewet 1992 daar duidelijk over. Artikel 158 van
                        de Gemeentewet bepaalt - ook na de dualisering van het gemeentebestuur in
                        2002 - dat de raad de naam van de gemeente kan wijzigen. Deze bevoegdheid
                        geldt ongeacht of de naam eerder bij wet is vastgesteld. De gemeenteraad zal
                        de gevolgen daarvan, zowel maatschappelijke als financiële, in zijn
                        besluitvorming mee moeten wegen.</al><al>Wel moet een raadsbesluit tot wijziging van de gemeentenaam ter kennis
                        worden gebracht van de minister van Binnenlandse Zaken en
                        Koninkrijksrelaties en het provinciaal bestuur. Tevens is bepaald dat de in
                        het raadsbesluit genoemde ingangsdatum moet zijn gelegen ten minste een jaar
                        na de datum van het raadsbesluit. De voorgeschreven termijn van invoering
                        stelt de minister en het provinciaal bestuur in staat zonodig bepaalde
                        werkzaamheden uit te voeren. Daarbij moet bijvoorbeeld worden gedacht aan
                        het vervaardigen van een nieuw of aangepast gemeentewapen en de registratie
                        daarvan bij de Hoge Raad van Adel. Maar de termijn van een jaar is ook
                        nuttig voor de gemeente, omdat verandering van de naam de nodige gevolgen
                        zal hebben voor de administratieve organisatie.</al><al>Alleen al uit registratieve overwegingen is het dringend gewenst een nieuwe
                        gemeentenaam op 1 januari te laten ingaan. In de verordening is het geven
                        van een naam aan de gemeente niet meegenomen, omdat dit is geregeld in de
                        Gemeentewet (de gemeentenaam is ook nog geen onderdeel van het adres).</al><al>Over de woonplaats en woonplaatsgrens bestaat veel onduidelijkheid. De
                        komgrens, zoals vervat in de Wegenwet, wordt vaak aangezien voor een
                        woonplaatsgrens, maar dat is onjuist. De woonplaatsgrens valt soms samen met
                        de komgrens, maar dat is een gelukkige coïncidentie. Het is veelal
                        onduidelijk waar de grenzen van woonplaatsen lopen.</al><al>Wie bijvoorbeeld binnen de gemeente Dronten van Biddinghuizen naar
                        Swifterbant reist, zal ergens halverwege - men heeft dan de komgrens al
                        gepasseerd - de woonplaats Biddinghuizen verlaten en woonplaats Swifterbant
                        binnengaan. De woonplaatsgrens ligt dus veelal in wat in het spraakgebruik
                        wordt aangeduid met het buitengebied. Toch heeft elke gemeente een
                        woonplaatsgrens vastgesteld. Destijds heeft PTT Post (hierna te noemen TPG
                        Post) in overleg met elke gemeente een voorstel gemaakt over de
                        woonplaatsgrenzen. TPG Post heeft namelijk haar postcoderegistratie
                        gebaseerd op woonplaatsen. Het gemeentebestuur is vervolgens gevraagd
                        formeel in te stemmen met dit voorstel. Begin jaren zeventig zijn alle
                        gemeenten - soms na wat aanpassingen - schriftelijk akkoord gegaan met de
                        voorstellen van TPG Post.</al><al>De overeengekomen woonplaatsgrens heeft gevolgen voor de gemeente. Gemeenten
                        moeten bij het toekennen van namen aan delen van de openbare ruimte en het
                        toekennen van nummers aan objecten namelijk rekening houden met deze
                        woonplaatsgrenzen. Indien een nummerbeschikking leidt tot wijziging van de
                        postcoderegistratie, hiervan is sprake als de nummering van een ene
                        woonplaats doorloopt op het gebied van een andere woonplaats, worden de
                        kosten daarvan bij de gemeente in rekening gebracht. Er zijn overigens door
                        TPG Post en de VNG afspraken gemaakt over wijzigingen waarop de
                        kostenverrekening al dan niet van toepassing is (zie hiervoor het convenant
                        tussen de VNG en PTT Post BV in hoofdstuk 6, paragraaf 9 van de
                        VNG-publicatie 'Benoemen, nummeren en begrenzen'). Er is een aantal
                        gemeenten die de woonplaatsgrenzen, al dan niet in samenhang met de wijk- en
                        buurtindeling, bij raadsbesluit (hebben) laten vaststellen. Het streven van
                        de gemeente moet er immers op zijn gericht om wijzigingen van
                        woonplaatsgrenzen waar mogelijk te voorkomen of tot een minimum te beperken. </al><al>Naast het vaststellen van de grenzen van een woonplaats zal ook een naam
                        voor dat gebied moeten worden bedacht. Het toekennen van namen aan
                        woonplaatsen wijkt niet af van het proces van naamgeving van de openbare
                        ruimte. Het is ook wenselijk om dezelfde procedure te volgen. Het benoemen
                        van woonplaatsen komt relatief zeer weinig voor, maar juist hier geldt dat
                        de naam met zorg moet worden gekozen. De naam moet veelal generaties lang
                        mee. Het is verstandig om bij het vaststellen van een woonplaatsnaam vooraf
                        contact op te nemen met TPG Post (zie ook hoofdstuk 6, paragraaf 9 van de
                        VNG-publicatie 'Benoemen, nummeren en begrenzen').</al><al>In het kader van de Volkstelling 1971 is tussen gemeenten, de provinciale
                        planologische diensten en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) een
                        gebiedsindeling overeengekomen, die wordt aangeduid met de term 'CBS-wijk-
                        en buurtindeling'. Deze indeling werd noodzakelijk geacht, omdat op
                        provinciaal en landelijk niveau behoefte bestond aan inzicht in de
                        onderverdeling van het gemeentelijk grondgebied. Sinds 1971 heeft het echter
                        ontbroken aan systematisch interbestuurlijk overleg over dit onderwerp,
                        waardoor onduidelijkheid kon ontstaan over de te hanteren wijk- en
                        buurtindeling.</al><al>Zo is gebleken dat tal van veranderingen in de wijk- en buurtindeling die
                        door gemeenten zijn doorgevoerd, niet bekend zijn bij het CBS. Ook is
                        gebleken dat veel van de veranderingen in de wijk- en buurtindeling wel bij
                        het CBS bekend zijn, maar door het CBS zelf zijn afgeleid uit de sinds 1980
                        ingevoerde jaarlijkse opgave van gemeenten. Op provinciaal en landelijk
                        niveau heeft een en ander geleid tot het ontstaan van onzekerheid over de
                        actualiteitswaarde en vergelijkbaarheid van aan wijk- en buurtindelingen
                        gerelateerde gegevens van verschillende gemeenten. Dit heeft het
                        Interprovinciaal Overleg (IPO) voor de ruimtelijke ordening ertoe aangezet
                        de minister van Economische Zaken te vragen om het CBS te verzoeken zijn
                        coördinerende rol qua wijk- en buurtindeling te reactiveren. De minister
                        heeft dit verzoek ingewilligd. Dit heeft echter tot op heden nog niet geleid
                        tot nadere bijhoudingsregels voor de wijk- en buurtindeling. Gemeenten
                        dienen zich dan ook te houden aan de CBS-wijk- en buurtindeling uit 1970. In
                        de verordening komt derhalve het benoemen van de wijken en buurten terug,
                        wat tot de bevoegdheid van het college wordt gerekend.</al><al>In veel gemeenten wordt de wijk- en buurtindeling verfijnd tot bouwblokken.
                        Een indeling naar bouwblok wordt van belang gevonden voor de verwerving van
                        onroerende zaken, het bouwblokonderzoek, het uitvoeren van
                        bestemmingsplannen, het opstellen van voorbereidingsbesluiten, de
                        stratentabellen en het statistisch onderzoek, maar ook voor de
                        vuilophaaldienst, inentingsdistricten, gebiedsindeling van sociale
                        instellingen etc. Er bestaan geen voorschriften voor de aanduiding van
                        bouwblokken. Dit betekent dat gemeenten die de wijk- en buurtindeling willen
                        verfijnen tot bouwblokken naar eigen inzicht nummers kunnen hanteren bij het
                        aanduiden van de bouwblokken. De wijknamen worden vaak in een kleiner
                        lettersoort onder de naam op het naambord weergegeven. Een afzonderlijk
                        onder het naambord opgehangen wijkbordje heeft overigens de voorkeur.</al><al>In het tweede lid is het benoemen van delen van de openbare ruimte geregeld.
                        De openbare ruimte omvat meer dan alleen straten, plantsoenen en wegen. Zo
                        worden bijvoorbeeld ook waterlopen, sierwateren, bruggen, viaducten,
                        metrostations, dijken, meren en plassen veelal van een naam voorzien. Het
                        benoemen van de openbare ruimte is een bevoegdheid van het college. Dit
                        benoemt delen van de openbare ruimte indien dat naar zijn oordeel nodig is,
                        maar de meeste gemeenten streven ernaar om de totale openbare ruimte van
                        namen te voorzien. De in het tweede lid gehanteerde formulering sluit niet
                        uit dat burgers een aanvraag tot het benoemen van de openbare ruimte bij het
                        college indienen. Zo'n aanvraag kan in de regel worden aangemerkt als een
                        verzoek van een belanghebbende om een besluit te nemen in de zin van artikel
                        1:3, derde lid van de Awb. Op de afwikkeling van de aanvraag zijn in ieder
                        geval hoofdstuk 3 en 4 van de Awb van toepassing (algemene en bijzondere
                        bepalingen over besluiten).</al><al>Het derde lid bepaalt dat onder vaststellen, toekennen en verdelen, zoals
                        vervat in het eerste en tweede lid, tevens het wijzigen en intrekken wordt
                        bedoeld. Naar de huidige opvattingen impliceert vaststellen, toekennen en
                        verdelen dat men ook kan wijzigen en intrekken. Bij de behandeling van
                        beroep- en bezwaarschriften is dat echter vaak een punt van discussie.
                        Vandaar dat ervoor is gekozen om over de bevoegdheid tot wijzigen en
                        intrekken een afzonderlijk lid op te nemen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Nummering van objecten</titel></kop><al>Dit artikel regelt het toekennen van nummers aan gebouwen, complexen,
                        afgebakende terreinen, verblijfsobjecten ligplaatsen en standplaatsen door
                        het college. Hier is niet voor de term 'huisnummer' gekozen omdat bij een
                        afgebakend terrein of ligplaatsen en standplaats niet kan worden gesproken
                        van het nummeren van een huis. Het toekennen van nummers aan lig- en
                        standplaatsen raakt meer in zwang, omdat woonschepen en woonwagens wettelijk
                        worden beschouwd als woonruimte in de zin van de Woningwet.</al><al>Veelal bestaat een gebouw uit verschillende zelfstandige delen. Voor een
                        goede bereikbaarheid qua dienstverlening (postbezorging, brandbestrijding,
                        politiehulp, ambulancediensten etc.) is het noodzakelijk deze zelfstandige
                        delen van een afzonderlijk nummer te voorzien. De registratie van
                        woonadressen in de GBA noodzaakt in de meeste gevallen al tot het
                        afzonderlijk nummeren van deze delen. Uitgangspunt daarbij is wel dat achter
                        de voordeur door de gemeente niet wordt genummerd. Kamers in verpleeghuizen,
                        bejaardenhuizen, verpleegstershuizen, alsmede kantoorunits, ruimten ten
                        behoeve van inwoning en dergelijke worden niet van gemeentewege
                        genummerd.</al><al>De in het eerste lid gehanteerde formulering sluit niet uit dat burgers een
                        aanvraag tot nummertoekenning bij het college kunnen indienen. Ook deze
                        aanvraag kan in de regel worden aangemerkt als een verzoek van een
                        belanghebbende om een besluit te nemen in de zin van artikel 1:3, derde lid
                        van de Awb. Op de afwikkeling van de aanvraag zijn dan ook opnieuw in ieder
                        geval hoofdstuk 3 en 4 van de Awb van toepassing (algemene en bijzondere
                        bepalingen over besluiten).</al><al>In het tweede lid is vastgelegd dat een object een door het college
                        toegekend nummer ook feitelijk moet dragen. Daarmee wordt het college de
                        mogelijkheid geboden toe te zien op de naleving van het aanbrengen van
                        nummers aan objecten. Met het oog op de dienstverlening is het immers
                        noodzakelijk dat de nummers die door het college zijn toegekend ook ter
                        plaatse terug zijn te vinden. Het ligt niet voor de hand dat een gemeente de
                        kosten die gepaard gaan met de uitwerking van dit artikel, bij de eigenaar
                        van het desbetreffende object in de vorm van leges in rekening brengt. Er is
                        immers niet duidelijk sprake van een individueel belang.</al><al>Het derde lid bepaalt dat onder toekennen, zoals vervat in het eerste lid,
                        tevens wijzigen en intrekken moet worden verstaan. Naar de huidige
                        opvattingen impliceert toekennen dat men ook kan wijzigen en intrekken.
                        Desondanks is dat bij de behandeling van beroep- en bezwaarschriften vaak
                        een punt van discussie. Vandaar dat ervoor is gekozen om over de bevoegdheid
                        tot wijzigen en intrekken een afzonderlijk lid op te nemen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Namen en nummers aanbrengen</titel></kop><al>Dit artikel regelt dat naamborden overeenkomstig de wens van het college
                        zullen worden aangebracht. De kosten daarvan komen voor rekening van de
                        gemeente. Het tweede lid verbiedt eenieder op eigen initiatief namen en
                        nummers toe te kennen door deze namen en nummers aan te brengen.</al><al>Vooral het door de burgers aanbrengen van zelfbedachte nummers aan de bij
                        hen in gebruik zijnde onroerende zaken is de laatste decennia hand over hand
                        toegenomen. Bovendien heeft recent onderzoek van een grote gemeente
                        aangetoond dat niet alleen 'eigen nummers' worden toegekend aan objecten,
                        maar dat dikwijls ook nummers ontbreken, niet leesbaar zijn of zo abstract
                        zijn vormgegeven dat zij niet meer aan de criteria van doeltreffendheid
                        voldoen. De criteria van doeltreffendheid dienen te worden uitgewerkt in de
                        nadere uitvoeringsvoorschriften, zoals vervat in artikel 7 van de
                        verordening. Overtreding van het tweede lid wordt strafbaar gesteld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Plicht toestaan naamborden op eigendom</titel></kop><al>In verband met de dienstverlening dienen naamborden door of namens de
                        gemeente ter plaatse goed zichtbaar te worden aangebracht. Dit is mogelijk
                        door de naamborden te bevestigen aan gebouwgevels, terreinafscheidingen van
                        derden of paaltjes die op andermans terrein ten behoeve van de naamgeving
                        mogen worden geplaatst. Het artikel houdt echter ook rekening met de
                        omstandigheid dat de borden niet door de gemeente zelf, maar door derden
                        worden aangebracht. Om te voorkomen dat de leesbaarheid van de aangebrachte
                        naamborden door hoog opschietend groen, zonneschermen of reclameborden wordt
                        belemmerd, is bepaald dat de eigenaar ervoor dient te zorgen dat de bedoelde
                        borden vanaf de openbare weg leesbaar blijven.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Nummers aanbrengen</titel></kop><al>Het aanbrengen van nummerbordjes is per gemeente verschillend geregeld.
                        Sommige gemeenten brengen de nummers zelf aan. Het aanbrengen van de nummers
                        wordt in bepaalde gevallen echter ook uitbesteed of overgelaten aan de
                        aannemer, als onderdeel van het uitvoeren van een bouwwerk. Ten slotte kan
                        het ook aan de eigenaar worden overgelaten om de nummers, conform de nadere
                        gemeentelijke voorschriften, aan te brengen.</al><al>In de modelverordening is gekozen voor een formulering waarbij de eigenaar
                        het nummer dient aan te brengen, tenzij het college anders besluit. Het
                        laatste kan bijvoorbeeld het geval zijn bij nieuwbouwprojecten, waarbij een
                        uniform uitgevoerde nummering wenselijk wordt geacht. Het verdient
                        aanbeveling de verantwoordelijkheid voor het aanbrengen van een nummer in de
                        tekst van de nummerbeschikking te regelen.</al><al>In het tweede lid is bepaald dat het door het college toegekende nummer
                        binnen een bepaalde termijn moet zijn aangebracht. Voor gevallen waarin het
                        object nog niet is voltooid, is in het derde lid een andere termijn gesteld.
                        Het vierde lid geeft het college de mogelijkheid de in het eerste en derde
                        lid genoemde termijnen te verlengen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Uitvoeringsvoorschriften</titel></kop><al>Dit artikel geeft het college de mogelijkheid nadere
                        uitvoeringsvoorschriften te stellen. Er kan in dit verband worden gedacht
                        aan algemene eisen aan het te gebruiken materiaal (bestand tegen
                        weersinvloeden), alsmede aan andere technische zaken, zoals de methode van
                        nummering en maatvoering van de borden. Ook kunnen de
                        uitvoeringsvoorschriften een bepaling omvatten dat naast een
                        zelfvervaardigde nummerdrager - van geschilderde dakpannen tot ceramische
                        tegels en van zuiltjes tot deurschilderingen - het voorgeschreven
                        nummerbordje altijd aanwezig moet zijn op de bij verordening voorgeschreven
                        plaats. Naast meer technische uitvoeringsvoorschriften kan om verschillende
                        redenen ook worden gedacht aan uitvoeringsvoorschriften van administratieve
                        aard. In de eerste plaats vervullen naam- en nummergegevens een zeer
                        wezenlijke functie in het maatschappelijk verkeer.</al><al>De dienstverlening (brandbestrijding, ambulancevervoer, postbezorging etc.)
                        kan niet zonder een goedsluitende registratie van namen en nummers (adres).
                        In de tweede plaats zijn tal van gemeentelijke registraties geordend naar
                        volgorde van naam en nummer (adres). In de derde plaats is een systematische
                        en eenduidige verstrekking van naam- en nummergegevens aan instanties
                        noodzakelijk. Zo bestaan er verplichtingen tot levering van adresgegevens
                        aan afnemers en derden in de zin van de Wet GBA en aan bijvoorbeeld
                        waterschappen en de Rijksbelastingdienst voor hun belastingheffing. In de
                        vierde plaats is een goede registratie van adressen noodzakelijk om
                        gemeentelijke bestanden te kunnen raadplegen en op elkaar af te
                        stemmen.</al><al>Ten slotte vervullen de adresgegevens een belangrijke rol bij de uitkering
                        uit het gemeentefonds. Redenen genoeg om ook administratieve
                        uitvoeringsvoorschriften te formuleren (zie ook het algemeen deel, paragraaf
                        1, van de toelichting).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Het opleggen van verplichtingen, zoals vervat in de verordening, heeft
                        alleen zin wanneer ze ook kunnen worden afgedwongen zodra de regels worden
                        overtreden. Het is gebruikelijk aan lichte overtredingen een geldboete van
                        de eerste categorie te verbinden. In het tweede lid kunnen bijvoorbeeld
                        medewerkers van Bouw- en Woningtoezicht (BWT) worden aangewezen om op
                        naleving van de verordening toe te zien. Het voorbereiden van nummer- en
                        naambeschikkingen en het aanbrengen van de naamborden etc. zijn doorgaans
                        taken waarmee medewerkers van BWT zijn belast. De controle op de naleving
                        kan dan ook beter aan deze medewerkers worden opgedragen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit artikel regelt de inwerkingtreding van de verordening. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Intrekking verordening 1996</titel></kop><al>Dit artikel regelt het vervallen van de oude regels en voorschriften. Deze
                        regels en voorschriften dienen met name te worden genoemd. Er kan niet
                        worden volstaan met de zinsnede 'met de inwerkingtreding van deze
                        verordening komen alle eerdere regels en voorschriften te vervallen'. Het
                        artikel spreekt verder voor zich.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><al>Het principe van het benoemen van delen van de openbare ruimte en het
                        nummeren van gebouwen, complexen, onbebouwde terreinen, ligplaatsen en
                        standplaatsen dateert al uit de vorige eeuw. In de loop der jaren hebben
                        vele voorschriften gegolden. Het is niet zinvol bij de invoering van de
                        verordening te eisen dat alle namen en nummers in de gemeente dienen te
                        worden aangepast aan de nieuwe uitvoeringsvoorschriften, zoals geregeld
                        krachtens artikel 7. Nummers die onder het oude regime tot stand zijn
                        gekomen blijven gehandhaafd. Het college heeft wel de mogelijkheid om
                        aanpassing van de nummers te eisen. Lid 3 is een nadere uitwerking van lid
                        2.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De term 'huisnummer' is in principe geen juiste term voor het nummeren van
                        bijvoorbeeld afgebakende terreinen of standplaatsen en ligplaatsen en de
                        term 'straatnaamgeving' is geen goede term voor het benoemen van openbaar
                        (sier)water en bouwwerken. Vandaar dat de titel van de verordening is
                        veranderd in “Verordening naamgeving en nummering gemeente Noordwijkerhout
                        2009".</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>