<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR97865_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene plaatselijke verordening gemeente Voerendaal</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Voerendaal</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Voerendaal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad Parkstad, 12-10-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening gemeente Voerendaal</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-09-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-10-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 6.2</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2011 / 7 / 10</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Openbare Orde en Veiligheid</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Regeling vervangt de Algemene plaatselijke verordening d.d. 30-05-2005</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene plaatselijke verordening gemeente Voerendaal</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Voerendaal,</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 oktober 2007;</al><al>gelet op de bepalingen van de Gemeentewet;</al><al><vet>besluit:</vet></al><al>vast te stellen de navolgende "Algemene plaatselijke verordening gemeente
                        Voerendaal".</al><al/><al/><al><vet>Inhoud APV Gemeente Voerendaal</vet></al><al><cursief>Pagina</cursief></al><al><vet>Hoofdstuk 1 </vet><vet>Algemene bepalingen</vet></al><al>Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen </al><al>Artikel 1.2 Beslistermijn </al><al>Artikel 1.3 Indiening aanvraag </al><al>Artikel 1.4 Voorschriften en beperkingen </al><al>Artikel 1.5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing </al><al>Artikel 1.6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing </al><al>Artikel 1.7 Termijnen </al><al>Artikel 1.8 Weigeringsgronden </al><al><vet>Hoofdstuk 2 </vet><vet>Openbare orde</vet></al><al>Afdeling 1 Orde en veiligheid op de weg </al><al>Paragraaf 1 Bestrijding van ongeregeldheden </al><al>Artikel 2.1.1.1 Samenscholing en ongeregeldheden </al><al>Paragraaf 2 betogingen </al><al>Artikel 2.1.2.1 Optochten (vervallen) </al><al>Artikel 2.1.2.2 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen </al><al>Artikel 2.1.2.3 Afwijking termijn </al><al>Artikel 2.1.2.4 Te verstrekken gegevens </al><al>Paragraaf 3 Verspreiden van gedrukte stukken </al><al>Artikel 2.1.3.1 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                        of afbeeldingen </al><al>Paragraaf 4 Vertoningen e.d. op de weg </al><al>Artikel 2.1.4.2 Dienstverlening (vervallen) </al><al>Artikel 2.1.4.3 Straatartiest </al><al>Paragraaf 5 Bruikbaarheid en aanzien van de weg </al><al>Artikel 2.1.5.1 Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met
                        de publieke functie van de weg </al><al>Artikel 2.1.5.2 Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg </al><al>Artikel 2.1.5.3 Maken, veranderen van een uitweg </al><al>Paragraaf 6 Veiligheid op de weg </al><al>Artikel 2.1.6.1 Veroorzaken van gladheid </al><al>Artikel 2.1.6.2 Winkelwagentjes (vervallen)</al><al>Artikel 2.1.6.3 Hinderlijke beplanting of voorwerp </al><al>Artikel 2.1.6.4 Openen straatkolken e.d. </al><al>Artikel 2.1.6.5 Kelderingangen e.d. </al><al>Artikel 2.1.6.6 Rookverbod in bossen en natuurterreinen (vervallen) </al><al>Artikel 2.1.6.7 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp </al><al>Artikel 2.1.6.8 Vallende voorwerpen </al><al>Artikel 2.1.6.9 Voorzieningen voor verkeer en verlichting </al><al>Artikel 2.1.6.10 Objecten onder hoogspanningslijn </al><al>Artikel 2.1.6.11 Veiligheid op het ijs (vervallen) </al><al>Afdeling 2 Toezicht op evenementen </al><al>Artikel 2.2.1 Begripsomschrijving </al><al>Artikel 2.2.2 Evenement </al><al>Artikel 2.2.3 Ordeverstoring </al><al>Afdeling 3 Toezicht op openbare inrichtingen </al><al>Paragraaf 1 Toezicht op horecabedrijven </al><al>Artikel 2.3.1.1 Begripsomschrijvingen </al><al>Artikel 2.3.1.2 Exploitatievergunning horecabedrijf </al><al>Artikel 2.3.1.3 Opheffing vergunningplicht </al><al>Artikel 2.3.1.4 Sluitingstijden </al><al>Artikel 2.3.1.5 Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting </al><al>Artikel 2.3.1.6 Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf </al><al>Artikel 2.3.1.7 Ordeverstoring </al><al>Artikel 2.3.1.8 Het college als bevoegd bestuursorgaan </al><al>Paragraaf 2 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
                        Artikel 2.3.2.1 Begripsomschrijvingen </al><al>Artikel 2.3.2.2 Kennisgeving exploitatie </al><al>Artikel 2.3.2.3 Nachtregister </al><al>Artikel 2.3.2.4 Verschaffing gegevens nachtregister </al><al>Paragraaf 3 Toezicht op speelgelegenheden </al><al>Artikel 2.3.3.1 Speelgelegenheden </al><al>Artikel 2.3.3.2 Speelautomaten </al><al>Afdeling 4 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid </al><al>Artikel 2.4.1 Betreden gesloten woning of lokaal </al><al>Artikel 2.4.2 Plakken en kladden </al><al>Artikel 2.4.3 Vervoer plakgereedschap e.d. </al><al>Artikel 2.4.4 Vervoer inbrekerswerktuigen </al><al>Artikel 2.4.5 Betreden van plantsoenen e.d. </al><al>Artikel 2.4.6 Rijden over bermen e.d. </al><al>Artikel 2.4.7 Hinderlijk gedrag op of aan de weg </al><al>Artikel 2.4.8 Hinderlijk drankgebruik </al><al>Artikel 2.4.9 Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen </al><al>Artikel 2.4.10 Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten </al><al>Artikel 2.4.11 Neerzetten van fietsen e.d. </al><al>Artikel 2.4.12 Overlast van fiets of bromfiets op markt- en kermisterrein
                        e.d. (vervallen) </al><al>Artikel 2.4.13 Bespieden van personen </al><al>Artikel 2.4.14 Bewakingsapparatuur (vervallen) </al><al>Artikel 2.4.15 Nodeloos alarmeren (vervallen) </al><al>Artikel 2.4.16 Alarminstallaties (vervallen) </al><al>Artikel 2.4.17 Loslopende honden </al><al>Artikel 2.4.18 Verontreiniging door honden </al><al>Artikel 2.4.19 Gevaarlijke honden </al><al>Artikel 2.4.20 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren </al><al>Artikel 2.4.21 Wilde dieren (vervallen) </al><al>Artikel 2.4.22 Loslopend vee </al><al>Artikel 2.4.23 Duiven </al><al>Artikel 2.4.24 Bijen </al><al>Afdeling 5 Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen </al><al>Artikel 2.5.1 Begripsomschrijvingen </al><al>Artikel 2.5.2 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister </al><al>Artikel 2.5.3 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter, eerste lid, van
                        het Wetboek van strafrecht </al><al>Artikel 2.5.4 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen </al><al>Artikel 2.5.5 Handel in horecabedrijven </al><al>Afdeling 6 Vuurwerk </al><al>Artikel 2.6.1 Begripsomschrijvingen </al><al>Artikel 2.6.2 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens
                        de</al><al>verkoopdagen (vervallen) </al><al>Artikel 2.6.3 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling </al><al>Afdeling 7 Drugsoverlast </al><al>Artikel 2.7.1 Drugshandel op straat </al><al><vet>Hoofdstuk 3 </vet><vet>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie
                            e.d.</vet></al><al>Paragraaf 1 Begripsomschrijvingen </al><al>Artikel 3.1.1 Begripsomschrijvingen </al><al>Artikel 3.1.2 Bevoegd bestuursorgaan </al><al>Artikel 3.1.3 Nadere regels </al><al>Paragraaf 2 Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                        dergelijke</al><al>Artikel 3.2.1 Vergunningplicht </al><al>Artikel 3.2.2 Gedragseisen exploitant en beheerder </al><al>Artikel 3.2.3 Sluitingstijden </al><al>Artikel 3.2.4 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting </al><al>Artikel 3.2.4a Intrekking van de vergunning </al><al>Artikel 3.2.5 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder </al><al>Artikel 3.2.6 Verbod straat- en raamprostitutie </al><al>Artikel 3.2.7 Verbod sekswinkels </al><al>Artikel 3.2.8 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                        erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke </al><al>Paragraaf 3 Beslissingstermijn; weigeringsgronden; nadere regels </al><al>Artikel 3.3.1 Beslissingstermijn </al><al>Artikel 3.3.2 Weigeringsgronden </al><al>Paragraaf 4 Beëindiging exploitatie; wijziging beheer; vervallen vergunning </al><al>Artikel 3.4.1 Beëindiging exploitatie </al><al>Artikel 3.4.2 Wijziging beheer </al><al>Artikel 3.4.3 Vervallen vergunning </al><al><vet>Hoofdstuk 4 </vet><vet>Bescherming van het milieu en het natuurschoon
                            en zorg voor het uiterlijk</vet><vet>aanzien van de gemeente</vet></al><al>Afdeling 1 Geluid- en lichthinder </al><al>Artikel 4.1.1 Begripsomschrijvingen </al><al>Artikel 4.1.2 Aanwijzing collectieve festiviteiten </al><al>Artikel 4.1.3 Kennisgeving incidentele festiviteiten </al><al>Artikel 4.1.4 Verboden incidentele festiviteiten </al><al>Artikel 4.1.5a Overige geluidhinder </al><al>Artikel 4.1.5b Geluidhinder door dieren </al><al>Artikel 4.1.5c (Geluid) hinder door bromfietsen e.d. </al><al>Afdeling 2 Bodem-, weg- en milieuverontreiniging </al><al>Artikel 4.2.1 Straatvegen </al><al>Artikel 4.2.2 Natuurlijke behoefte doen </al><al>Artikel 4.2.3 Toestand van sloten en andere wateren en niet-openbare riolen
                        en putten buiten gebouwen </al><al>Afdeling 3 Het bewaren van houtopstanden </al><al>Artikel 4.3.1 Begripsomschrijvingen </al><al>Artikel 4.3.2 Bomenlijst </al><al>Artikel 4.3.3 Kapvergunning </al><al>Artikel 4.3.4 Aanvraag vergunning </al><al>Artikel 4.3.5 Standaardvoorschrift van niet-gebruik </al><al>Artikel 4.3.6 Vervaltermijn vergunning </al><al>Artikel 4.3.7 Herplant/instandhoudingsplicht </al><al>Artikel 4.3.8 Bescherming publieke bomen </al><al>Afdeling 4 Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast </al><al>Artikel 4.4.1 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz. </al><al>Artikel 4.4.1a Stankoverlast door gebruik van dierlijke meststoffen </al><al>Artikel 4.4.1b Verwijdering onkruid </al><al>Artikel 4.4.2 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame </al><al>Afdeling 1 Parkeerexcessen </al><al>Artikel 5.1.1 Begripsomschrijvingen </al><al>Artikel 5.1.2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. </al><al>Artikel 5.1.2a Te koop aanbieden van voertuigen </al><al>Artikel 5.1.3 Defecte voertuigen </al><al>Artikel 5.1.4 Voertuigwrakken </al><al>Artikel 5.1.5 Caravans e.d. </al><al>Artikel 5.1.6 Parkeren van reclamevoertuigen </al><al>Artikel 5.1.7 Parkeren van grote voertuigen </al><al>Artikel 5.1.8 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen </al><al>Artikel 5.1.9 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen </al><al>Artikel 5.1.10 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen </al><al>Artikel 5.1.11 Overlast van fiets of bromfiets </al><al>Afdeling 2 Collecteren, venten, standplaatsen en snuffelmarkten </al><al>Artikel 5.2.1 Inzameling van geld of goederen </al><al>Artikel 5.2.2.1 Begripsomschrijving Venten </al><al>Artikel 5.2.2.2 Ventverbod </al><al>Artikel 5.2.3.1 Begripsomschrijving Standplaats </al><al>Artikel 5.2.3.2 Verbod tot innemen of hebben standplaats </al><al>Artikel 5.2.3.3 Toestemming rechthebbende </al><al>Artikel 5.2.3.4 Afbakeningsbepalingen </al><al>Artikel 5.2.4 Snuffelmarkten e.d. </al><al>Afdeling 4 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                        natuurgebieden </al><al>Artikel 5.4.1 Crossterreinen (vervallen) </al><al>Artikel 5.4.2 Beperking verkeer in natuurgebieden </al><al>Afdeling 5 Verbod vuur te stoken </al><al>Artikel 5.5.1 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                        anderszins vuur te stoken </al><al><vet>Hoofdstuk 6 </vet><vet>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</vet></al><al>Artikel 6.1 Strafbepaling </al><al>Artikel 6.2 Toezichthouders </al><al>Artikel 6.3 Binnentreden woningen </al><al>Artikel 6.4 Inwerkingtreding </al><al>Artikel 6.5 Overgangsbepaling </al><al>Artikel 6.6 Citeertitel </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Weg:</al><lijst><li nr="1."><al>de weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b,
                                            van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede de daaraan
                                            liggende en als zodanig aangeduide
                                            parkeerterreinen;</al></li><li nr="2."><al>de – al dan niet met enige beperking – voor het publiek
                                            toegankelijke pleinen en open plaatsen, parken,
                                            plantsoenen, speelweiden, bossen en andere
                                            natuurterreinen, ijsvlakten en aanlegplaatsen voor
                                            vaartuigen;</al></li><li nr="3."><al>de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen,
                                            portieken, gangen, passages en galerijen, die
                                            uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde ruimte
                                            toegang geven en niet afsluitbaar zijn;</al></li><li nr="4."><al>andere voor het publiek toegankelijke, al dan niet
                                            afsluitbare stoepen, trappen, portieken, gangen,
                                            passages en galerijen; de afsluitbare alleen gedurende
                                            de tijd dat zij niet door of vanwege degene die daartoe
                                            naar burgerlijk recht bevoegd is, zijn afgesloten.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Openbaar water: alle wateren die – al dan niet met enige
                                    beperking – voor het publiek bevaarbaar of anderszins
                                    toegankelijk zijn.</al></li><li nr="c."><al>Bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde
                                    staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27,
                                    tweede lid, van de Wegenwet, bij hun laatstelijk vastgesteld
                                    besluit.</al></li><li nr="d."><al>Rechthebbende: eenieder die over enige zaak enige zeggenschap
                                    heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht.</al></li><li nr="e."><al>Voertuigen: alle voertuigen, als bedoeld in artikel 1, onder a
                                    en onder al, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                    1990, met uitzondering van:</al><lijst><li nr="1."><al>treinen en trams;</al></li><li nr="2."><al>kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine
                                            voertuigen.</al></li></lijst></li><li nr="f."><al>Vaartuigen: alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende
                                    werktuigen, alsmede woonschepen, glijboten en ponten.</al></li><li nr="g."><al><cursief>(vervallen)</cursief></al></li><li nr="h."><al>Bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen,
                                    metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming
                                    hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij
                                    direct of indirect steun vindt in of op de grond.</al></li><li nr="i."><al>Gebouw: elk bouwwerk dat een voor personen toegankelijke
                                    overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte
                                    vormt.</al></li><li nr="j."><al>Vee: dieren die behoren tot de diersoorten genoemd in bijlage
                                    II, behorend bij artikel 55 van de Meststoffenwet.</al></li><li nr="k."><al>Handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de dag waarop de
                                aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken
                                verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste acht weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of
                                ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
                                Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot
                                bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of
                                ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden
                                voorschriften en beperkingen na te komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of
                                    ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging
                                    wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming
                                    waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke
                                    van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>Een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing geldt
                            voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is
                            bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen
                            verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde gezag worden
                            geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Orde en veiligheid op de weg</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.1.1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg deel te nemen aan een
                                        samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend
                                        gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Eenieder, die op de weg aanwezig is bij enig voorval
                                        waardoor er wanordelijkheden ontstaan of dreigen te
                                        ontstaan, of bij een tot toeloop van publiek aanleiding
                                        gevende gebeurtenis waardoor er wanordelijkheden ontstaan of
                                        dreigen te ontstaan, dan wel zich bevindt in of aanwezig is
                                        bij een samenscholing, is verplicht op een daartoe strekkend
                                        bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of
                                        zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op terreinen,
                                        wegen of weggedeelten die door of vanwege het bevoegd gezag
                                        in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming
                                        van wanordelijkheden zijn afgezet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde
                                        lid gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor
                                        betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                        levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet
                                        openbare manifestaties.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>betogingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.2.1</nr><titel>Optochten (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.2.2</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                        betoging te houden, moet daarvan voor de openbare
                                        aankondiging ervan en ten minste 48 uur voordat de betoging
                                        zal worden gehouden, schriftelijk kennis geven aan de
                                        burgemeester, met inachtneming van wat in artikel 2.1.2.4,
                                        eerste lid, hierover is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving door
                                        terugrekening valt op een vrijdag na 12.00 uur, een
                                        zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt
                                        dit tijdstip geacht te vallen op 12.00 uur op de voorgelegen
                                        dag, die geen zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag
                                        is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder openbare plaats wordt verstaan: een plaats als bedoeld
                                        in artikel 1, eerste lid, juncto tweede lid, van de Wet
                                        openbare manifestaties.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.2.3</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in artikel
                                    2.1.2.2, eerste lid, genoemde termijn van 48 uur verkorten en
                                    een mondelinge kennisgeving in behandeling nemen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.2.4</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                                tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route en
                                                de plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voorzover van toepassing, de wijze van
                                                samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal
                                                treffen om een regelmatig verloop te
                                                bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs
                                        waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.3.1</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte
                                        stukken of afbeeldingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                        afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk
                                        aan te bieden, aan te bevelen of bekend te maken op of aan
                                        door het college aangewezen wegen of gedeelten daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot
                                        bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of
                                        het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                        afbeeldingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.4.1</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d. (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.4.2</nr><titel>Dienstverlening (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.4.3</nr><titel>Straatartiest</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                        straatmuzikant, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of
                                        gids op te treden op of aan door de burgemeester aangewezen
                                        wegen of gedeelten daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                        bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.5.1</nr><titel>Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd
                                        met de publieke functie van de weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te
                                        gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan,
                                        als:</al><lijst><li nr="a."><al>het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg,
                                                gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of
                                                voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan
                                                wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig
                                                beheer en onderhoud van de weg;</al></li><li nr="b."><al>het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                                verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke
                                                eisen van welstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt
                                        niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2.2.1;</al></li><li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5.2.3.1. –
                                                5.2.3.4.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet
                                        voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                        door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de
                                        Wegenverkeerswet, of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.5.2</nr><titel>Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een weg
                                        aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een
                                        weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                        wegverharding te veranderen of anderszins verandering te
                                        brengen in de wijze van aanleg van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg
                                        verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994
                                        daaronder verstaat, alsmede alle niet-openbare
                                        ontsluitingswegen van gebouwen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het Rijk, de provincie, de
                                        gemeente of het waterschap bij het uitvoeren van zijn/haar
                                        publiekrechtelijke taak.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin
                                        geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van
                                        Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de
                                        Wegenverordening provincie Limburg, de Waterschapskeur, de
                                        Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                        Telecommunicatieverordening gemeente Voerendaal.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.5.3</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college:</al><lijst><li nr="a."><al>een uitweg te maken naar de weg;</al></li><li nr="b."><al>van de weg gebruik te maken voor het hebben van een
                                                uitweg;</al></li><li nr="c."><al>verandering te brengen in een bestaande uitweg naar
                                                de weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg
                                        verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994
                                        daaronder verstaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunning kan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de bruikbaarheid van de weg;</al></li><li nr="b."><al>het veilig en doelmatig gebruik van de weg;</al></li><li nr="c."><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                                omgeving;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van groenvoorzieningen in de
                                                gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                        Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de
                                        Wegenverordening provincie Limburg.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.1</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bij vorst of dreigende vorst water op de weg
                                        te werpen, uit te storten of te laten lopen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door artikel 427, aanhef en onder
                                        4e, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de
                                        Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.2</nr><titel>Winkelwagentjes (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.3</nr><titel>Hinderlijke beplanting of voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                    hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije
                                    uitzicht wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of
                                    gevaar oplevert.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.4</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    straatkolk, rioolput, brandkraan of enigerlei andere afsluiting
                                    die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen,
                                    onzichtbaar te maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.5</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg
                                        gelegen betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar
                                        voor de veiligheid van de weggebruikers opleveren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 427,
                                        aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.6</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen
                                        (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.7</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of
                                        (brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei wijze
                                        prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe
                                        voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen lager dan 2,2
                                        meter boven dat gedeelte van de weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor prikkeldraad, schrikdraad,
                                        puntdraad of andere scherpe voorwerpen, die op grotere
                                        afstand dan 0,25 m uit de uiterste boord van de weg, op van
                                        de weg af gerichte delen van een afscheiding zijn
                                        aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weg verstaan
                                        wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                        verstaat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van
                                        de Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.8</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al>Het is verboden aan een weg of enig deel van een bouwwerk een
                                    voorwerp te hebben dat niet deugdelijk beveiligd is tegen
                                    neervallen op de weg.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.9</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten
                                        dat op of aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de
                                        aanwijzingen van het college, voorwerpen, borden of
                                        voorzieningen ten behoeve van het openbaar verkeer of de
                                        openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden,
                                        gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college maakt van tevoren aan de rechthebbende zijn
                                        besluit bekend over te gaan tot het doen aanbrengen of
                                        wijzigen van een voorwerp, bord of voorziening als bedoeld
                                        in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                        Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de
                                        Belemmeringenwet Privaatrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.10</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan
                                        weerszijden van voor stroomgeleiding bestemde draden van
                                        bovengrondse hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand
                                        houtgewas of andere objecten, die niet zijn aan te merken
                                        als bouwwerken, hoger dan twee meter te plaatsen of te
                                        hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                        ontheffing verlenen indien de elektrische spanning van de
                                        bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                        objecten die deel uitmaken van de hoogspanningslijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.11</nr><titel>Veiligheid op het ijs (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></paragraaf></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Toezicht op evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h,
                                            van de Gemeentewet en artikel 5.2.4 van deze
                                            verordening;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank- en
                                            Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in
                                            de Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2.3.3.1 van deze
                                            verordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            artikel 2.1.2.2, op de weg;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziek of wedstrijd op of aan de weg.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.2</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester buiten een
                                    horecainrichting een evenement te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor eendaagse
                                    evenementen, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het evenement een barbecue of feest in de open lucht
                                            betreft;</al></li><li nr="b."><al>het aantal bezoekers niet meer bedraagt dan 250
                                            personen;</al></li><li nr="c."><al>het evenement tussen 09:00 en 00:30 uur
                                            plaatsvindt;</al></li><li nr="d."><al>niet langer dan tot 23.00 uur in de open lucht en tot
                                            00:30 uur in een tent live-muziek ten gehore wordt
                                            gebracht;</al></li><li nr="e."><al>er een organisator is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt voorts niet voor een feest,
                                    muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg, voorzover in
                                    het geregeld onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto
                                    148, van de Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.3</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Toezicht op horecabedrijven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder horecabedrijf wordt in deze paragraaf verstaan: de
                                        voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin
                                        bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was
                                        logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of
                                        rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden bereid
                                        of verstrekt. Onder een horecabedrijf worden in ieder geval
                                        verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria,
                                        snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder horecabedrijf als bedoeld in het eerste lid wordt mede
                                        verstaan: een bij dit bedrijf behorend terras en de andere
                                        aanhorigheden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een terras in de zin van deze paragraaf is een buiten de
                                        besloten ruimte van de inrichting liggend deel van het
                                        horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden
                                        en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of
                                        spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of
                                        verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onder houder wordt in deze paragraaf verstaan: degene die
                                        een horecabedrijf exploiteert op grond van het bepaalde in
                                        artikel 2.3.1.2 of 2.3.1.3.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Deze paragraaf verstaat niet onder bezoekers:</al><al>a. de gezinsleden van de houder, alsmede zijn elders wonende
                                        bloed en aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de
                                        zijlijn tot en met de derde graad;</al><al>b. de personen die voorkomen in het register als bedoeld in
                                        artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede personen
                                        bedoeld in artikel 438, derde lid, van het Wetboek van
                                        Strafrecht;</al><al>c. de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens
                                        dringende redenen noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.2</nr><titel>Exploitatievergunning horecabedrijf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder
                                        vergunning van de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 weigert de
                                        burgemeester de vergunning indien de vestiging of
                                        exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met een
                                        geldend bestemmingsplan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het eerste lid geldt niet voor een horecabedrijf in een
                                        winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet
                                        voorzover de horeca een nevenactiviteit is van de
                                        winkelactiviteit. Voor zowel de winkel als het horecabedrijf
                                        gelden de sluitingstijden de Winkeltijdenwet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voorts geldt het eerste lid niet voor: </al><lijst><li nr="a."><al>een horecabedrijf in zorginstellingen; </al></li><li nr="b."><al>een horecabedrijf in musea. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.3</nr><titel>Opheffing vergunningplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan bepalen dat het gestelde in artikel
                                        2.3.1.2 niet geldt voor een of meer in dat besluit
                                        aangeduide soorten horecabedrijven in de gehele gemeente dan
                                        wel in een of meer daarin aangewezen gedeelten van de
                                        gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitatie van een horecabedrijf waarop een besluit als
                                        bedoeld in het eerste lid van toepassing is, moet zodanig
                                        geschieden dat daardoor de woon- en leefsituatie in de
                                        omgeving van het horecabedrijf of de openbare orde niet op
                                        ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.4</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de houder van een horecabedrijf verboden dit voor
                                        bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten
                                        of te laten verblijven tussen 03.00 uur en 07.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan door middel van een
                                        vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vaststellen
                                        voor een afzonderlijk horecabedrijf of een daartoe behorend
                                        terras.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet
                                        voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                        door op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.5</nr><titel>Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                        veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van
                                        bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor een
                                        of meer horecabedrijven tijdelijk andere dan de krachtens
                                        artikel 2.3.1.4 geldende sluitingstijden vaststellen of
                                        tijdelijk sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b
                                        van de Opiumwet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.6</nr><titel>Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</titel></kop><al>Het is bezoekers van een horecabedrijf verboden gedurende de
                                    tijd dat dit bedrijf krachtens artikel 2.3.1.4 of ingevolge een
                                    op grond van artikel 2.3.1.5 genomen besluit gesloten dient te
                                    zijn, zich daarin of aldaar te bevinden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.7</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.8</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2.3.1.1 geen
                                    inrichting is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet,
                                    treedt niet de burgemeester, maar het college op als bevoegd
                                    bestuursorgaan ten behoeve van artikel 2.3.1.2 tot en met
                                    2.3.1.5.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                    nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.2.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>inrichting: elke al dan niet besloten ruimte waarin, in
                                            de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de
                                            mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                            kamperen wordt verschaft;</al></li><li nr="2."><al>houder: degene die een inrichting exploiteert dan wel
                                            daarin de feitelijke leiding heeft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.2.2</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of het
                                    houden van een inrichting staakt, is verplicht binnen drie dagen
                                    daarna daarvan schriftelijk kennis te geven aan de
                                    burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.2.3</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al>De houder van een inrichting is verplicht een register, als
                                    bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, bij te
                                    houden dat ingericht is volgens het door de burgemeester
                                    vastgestelde model.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.2.4</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt dan wel de
                                    kampeerder is verplicht onverwijld aan de houder van die
                                    inrichting volledig en naar waarheid zijn of haar naam, adres,
                                    woonplaats, geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van
                                    aankomst, alsmede de dag van vertrek te verstrekken.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.3.1</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                        publiek toegankelijke gelegenheid waarin bedrijfsmatig of in
                                        een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt
                                        geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld
                                        inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of
                                        verloren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                        verbod is niet van toepassing op:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c,
                                        eerste lid, onder c, van de Wet op de Kansspelen vergunning
                                        is verleend;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of de
                                        Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het
                                        kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de
                                        kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als
                                        bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen, of de
                                        handeling als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op
                                        de kansspelen te verrichten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon-
                                        en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de
                                        openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden
                                        beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien de exploitatie van een speelgelegenheid in strijd is
                                        met een geldend bestemmingsplan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.3.2</nr><titel>Speelautomaten</titel></kop><al>1.In dit artikel wordt verstaan onder:</al><al>a Wet: de Wet op de kansspelen</al><al>b speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a,
                                    van de Wet;</al><al>c kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c,
                                    van de Wet;</al><al>d hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel
                                    30, onder d, van de Wet;</al><al>e laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel
                                    30, onder e, van de Wet.</al><lijst><li nr="2."><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten
                                            toegestaan, waarvan maximaal twee
                                            kansspelautomaten.</al></li><li nr="3."><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten
                                            toegestaan, met dien verstande dat kansspelautomaten in
                                            het geheel niet zijn toegestaan.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.1</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet
                                    gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                    gesloten voor publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal
                                    behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                    woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd van de in het eerste en tweede lid
                                    bedoelde verboden ontheffing te verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.2</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden de weg of dat gedeelte van een onroerende
                                        zaak dat vanaf de weg zichtbaar is te bekrassen of te
                                        bekladden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                        rechthebbende op de weg of op dat gedeelte van een
                                        onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar is:</al></li><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                        aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere
                                        wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur- of verfstof enige
                                        afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                        doen aanbrengen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></li></lijst><al>4 Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                meningsuitingen en bekendmakingen.</al><lijst><li nr="5."><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden
                                        te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen
                                        van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking
                                        mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                        bekendmakingen.</al></li><li nr="7."><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                        toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                        diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.3</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden tussen 22.00 en 06.00 uur op de weg of openbaar
                                    water te vervoeren of bij zich te hebben enig aanplakbiljet,
                                    aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of
                                    verfgereedschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2.4.2.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.4</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden tussen 22.00 en 06.00 uur op de weg te vervoeren
                                    of bij zich te hebben: lopers, valse sleutels, touwladders,
                                    lantaarns of enig ander gereedschap, voorwerp of middel, dat
                                    ertoe kan dienen zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of
                                    erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te
                                    verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of
                                    het maken van sporen te voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing indien de genoemde
                                    gereedschappen, voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of
                                    niet zijn bestemd voor de in het eerste lid bedoelde
                                    handelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.5</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zich te
                                    bevinden in of op bij de gemeente in onderhoud zijnde parken,
                                    wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken of grasperken, buiten
                                    de daarin gelegen wegen of paden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van dit verbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.6</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                    rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant
                                    van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder weg wordt verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet
                                    1994 daaronder verstaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet indien dat rijden door de omstandigheden
                                    redelijkerwijs gebillijkt wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of de Wegenverordening provincie
                                    Limburg.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.7</nr><titel>Hinderlijk gedrag op of aan de weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op of aan de weg te klimmen of zich te bevinden op een beeld,
                                    monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid,
                                    voertuig, hekheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair en
                                    daarvoor niet bestemd straatmeubilair;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zich op of aan de weg zodanig op te houden dat aan weggebruikers
                                    of bewoners van nabij de weg gelegen woningen onnodig overlast
                                    of hinder wordt veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het
                                    Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.8</nr><titel>Hinderlijk drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg, die deel uitmaakt van een door het
                                    college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te nuttigen of
                                    aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende
                                    drank bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in
                                    artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a,
                                    waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank-
                                    en Horecawet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.9</nr><titel>Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                    houden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een
                                    drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                    appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                    gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich
                                    zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk
                                    gebruik bestemde ruimte van zo’n gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.10</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een
                                openbaarvervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.11</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op of aan de weg een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt- en kermisterrein
                                    e.d. (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.13</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel een
                                    gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke
                                    bedoeling deze persoon dan wel een zich in dit gebouw, deze
                                    woonwagen of dit woonschip bevindende persoon, te
                                    bespieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander
                                    optisch instrument een zich in een gebouw, woonwagen of
                                    woonschip bevindende persoon te bespieden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.14</nr><titel>Bewakingsapparatuur (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.15</nr><titel>Nodeloos alarmeren (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.16</nr><titel>Alarminstallaties (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.17</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond aangelijnd
                                    is;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op begraafplaatsen, sportterreinen en voor het publiek
                                    toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte speelplaatsen
                                    en speeltuinen of op een andere door het college aangewezen
                                    plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod, genoemd in
                                    het eerste lid onder a, niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden genoemd in het eerste lid gelden niet voorzover de
                                    eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn handicap door
                                    een geleidehond laat begeleiden en de hond als zodanig
                                    aantoonbaar gekwalificeerd is of indien een eigenaar of houder
                                    van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                    geleidehond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.18</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen
                                    dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>binnen de bebouwde kom;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op begraafplaatsen, sportterreinen en voor het publiek
                                    toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte speelplaatsen
                                    en speeltuinen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>op een andere door het college aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in
                                    het eerste lid onder a niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid
                                    gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van
                                    de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk
                                    worden verwijderd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.19</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond
                                        te laten verblijven of te laten lopen op of aan de weg of op
                                        het terrein van een ander:</al></li><li nr="a."><al>anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de eigenaar
                                        of de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk
                                        of hinderlijk acht en een aanlijngebod in verband met het
                                        gedrag van die hond noodzakelijk vindt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf
                                        nadat het college aan de eigenaar of de houder heeft
                                        bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht
                                        en een aanlijn- en muilkorfgebod in verband met het gedrag
                                        van die hond noodzakelijk vindt.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van artikel 2.4.17, aanhef en onder c, geldt
                                        voor het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond
                                        voorzien moet zijn van een optisch leesbaar, niet-
                                        verwijderbaar identificatiekenmerk in het oor of de
                                        buikwand.</al></li><li nr="3."><al>In het eerste lid wordt verstaan onder:</al></li><li nr="a."><al>muilkorf: een muilkorf als bedoeld in artikel 1, onder d,
                                        van de Regeling agressieve dieren;</al></li><li nr="b."><al>kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met een
                                        lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet langer is
                                        dan 1,50 meter.</al></li></lijst><al>4 Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door de Regeling agressieve dieren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.20</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college is bevoegd buiten een inrichting in de zin van
                                        de Wet milieubeheer gedeelten van de gemeente of bepaalde
                                        plaatsen aan te wijzen waar het ter voorkoming of opheffing
                                        van overlast of schade aan de openbare gezondheid verboden
                                        is daarbij aangeduide dieren:</al></li><li nr="a."><al>aanwezig te hebben; dan wel</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door
                                        hen ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan
                                        de openbare gezondheid gestelde regels; dan wel</al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die
                                        aanwijzing is aangegeven of mede is aangegeven.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen
                                        plaats een daarbij aangeduid dier of daarbij aangeduide
                                        dieren aanwezig te hebben, dan wel aanwezig te hebben anders
                                        dan met inachtneming van de door het college gestelde
                                        regels, dan wel aanwezig te hebben tot een groter aantal dan
                                        door het- college is aangegeven.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak
                                        gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen
                                        gedeelte van de gemeente ontheffing verlenen van het in het
                                        tweede lid gestelde verbod.</al></li></lijst><al>4 Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover de Wet
                                milieubeheer van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.21</nr><titel>Wilde dieren (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.22</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op vee dat zich bevindt in een aan een weg liggend
                                weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een
                                deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige
                                maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan
                                bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.23</nr><titel>Duiven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op duiven is verplicht ervoor te zorgen dat die
                                    duiven niet kunnen uitvliegen tussen 8.00 uur en 18.00 uur in
                                    een door het college te bepalen tijdvak dat ligt tussen 1 maart
                                    en 1 juni.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gesteld gebod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Provinciale
                                    ophokverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.24</nr><titel>Bijen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden bijen te houden:</al></li><li nr="a."><al>binnen een afstand van 30 meter van woningen of andere
                                        gebouwen waar overdag mensen verblijven;</al></li><li nr="b."><al>binnen een afstand van 30 meter van de weg.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op
                                        een afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of
                                        kasten een afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte
                                        of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag uit- en
                                        invliegen van de bijen te voorkomen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod
                                        geldt niet voorzover de bijenhouder rechthebbende is op de
                                        woningen of gebouwen als bedoeld in dat lid.</al></li></lijst><al>4 Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod geldt
                                niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                de Wegenverordening provincie Limburg.</al><al>5.Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                ontheffing verlenen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>handelaar: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de
                                        algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437,
                                        eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;</al></li><li nr="b."><al>verkoopregister: het aantekening houden van het verkopen of
                                        op andere wijze overdragen van alle gebruikte en ongeregelde
                                        goederen door de handelaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.2</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij
                                    onverwijld:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                    goed;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen – voorzover
                                    dat mogelijk is – soort, merk en nummer van het goed;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het
                                    goed;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                    verkregen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.3</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter, eerste lid, van
                                    het Wetboek van strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>wanneer hij overeenkomstig het bepaalde in artikel 437 ter,
                                        tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de burgemeester
                                        of de door deze aangewezen ambtenaar er schriftelijk van in
                                        kennis stelt dat hij van het opkopen een beroep of gewoonte
                                        maakt, daarbij tevens schriftelijk opgave te doen van zijn
                                        woonadres en van het volledig adres van elke lokaliteit door
                                        hem ten behoeve van zijn onderneming in gebruik
                                        genomen;</al></li><li nr="b."><al>de onder a bedoelde functionaris onder aanbieding van zijn
                                        register(s) onverwijld doch in ieder geval binnen drie
                                        dagen, schriftelijk in kennis te stellen van een verandering
                                        van zijn woonadres, zomede van het adres of de adressen van
                                        een bij hem ten behoeve van zijn onderneming in gebruik
                                        zijnde lokaliteit;</al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van de lokaliteit waar de onderneming is
                                        gevestigd een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard
                                        van de onderneming duidelijk zichtbaar voorkomen;</al></li><li nr="d."><al>indien hij in de gelegenheid is enig goed te verkrijgen
                                        waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat het van
                                        misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is
                                        gegaan, hiervan onverwijld kennis te geven aan de onder a
                                        bedoelde functionaris;</al></li><li nr="e."><al>zijn administratie op eerste aanvraag ter inzage te geven
                                        aan de burgemeester of een daartoe door de burgemeester
                                        aangewezen ambtenaar;</al></li><li nr="f."><al>wanneer hij heeft opgehouden van het opkopen een beroep of
                                        gewoonte te maken, onderscheidenlijk het beroep van
                                        handelaar niet langer uitoefent, de onder a bedoelde
                                        functionaris hiervan onverwijld doch in ieder geval binnen
                                        drie dagen schriftelijk in kennis te stellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.4</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>Het is de handelaar of een voor hem handelend persoon verboden enig
                                door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen dat het
                                onder zijn berusting is, over te dragen of daarin enige wijziging
                                aan te brengen tenzij deze wijziging van geen invloed is op de
                                herkenbaarheid van het goed. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.5</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de houder van een horecabedrijf verboden toe te laten dat
                                    een handelaar of een voor hem handelend persoon in die
                                    inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere
                                    wijze overdraagt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>horecabedrijf: het bedrijf als bedoeld in artikel 2.3.1.1,
                                    eerste en tweede lid;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>houder: de houder als bedoeld in artikel 2.3.1.1, vierde
                                    lid.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:</al><al>Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.2</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.3</nr><titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door
                                        het college in het belang van de voorkoming van gevaar,
                                        schade of overlast aangewezen plaats.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op of aan de weg of op
                                        een voor publiek toegankelijke plaats te bezigen indien
                                        zulks gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                        voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                        door artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van
                                        Strafrecht.</al></li></lijst><al>4 Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                gestelde verbod.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7.1</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>prostitutie:</cursief> het zich beschikbaar stellen
                                        tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander
                                        tegen vergoeding;</al></li><li nr="b."><al><cursief>prostituee:</cursief> degene die zich beschikbaar
                                        stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een
                                        ander tegen vergoeding;</al></li></lijst><al>c <cursief>inrichting: </cursief>een seksinrichting en een
                                escortbedrijf;</al><lijst><li nr="d."><al><cursief>seksinrichting:</cursief> de voor het publiek
                                        toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in
                                        een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen
                                        worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische
                                        aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk
                                        geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal,
                                        sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf
                                        waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan
                                        niet in combinatie met elkaar;</al></li><li nr="e."><al><cursief>escortbedrijf:</cursief> de natuurlijke persoon,
                                        groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in
                                        een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt
                                        die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt
                                        uitgeoefend;</al></li><li nr="f."><al><cursief>sekswinkel: </cursief>de voor het publiek
                                        toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen
                                        van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="g."><al><cursief>exploitant:</cursief> de natuurlijke persoon of
                                        personen of rechtspersoon of rechtspersonen die een
                                        seksinrichting of escortbedrijf exploiteert en de tot
                                        vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen
                                        bevoegde natuurlijke persoon of personen;</al></li><li nr="h."><al><cursief>beheerder:</cursief> de natuurlijke persoon of
                                        personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent
                                        in een seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="i."><al><cursief>bezoeker:</cursief> degene die aanwezig is in een
                                        seksinrichting, met uitzondering van:</al></li><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel
                                        6.2;</al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting
                                        wegens dringende redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder <cursief>bevoegd
                                    bestuursorgaan:</cursief> het college of, voorzover het betreft
                                voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als
                                bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3.3.2 genoemde belangen, kan het
                                college over de uitoefening de bevoegdheden in dit hoofdstuk nadere
                                regels vaststellen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.1</nr><titel>Vergunningplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een inrichting te exploiteren of te wijzigen
                                        zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.</al></li><li nr="2."><al>De aanvraag daartoe dient te geschieden door middel van een
                                        door het bevoegd bestuursorgaan vastgesteld formulier.</al></li><li nr="3."><al>In de aanvraag om vergunning wordt in ieder geval
                                        vermeld:</al></li></lijst><al>a de persoonsgegevens van de exploitant;</al><al>b de persoonsgegevens van de beheerder;</al><al>c de aard van de inrichting;</al><al>d de locatie van de inrichting;</al><al> e het aantal werkzame prostituees.</al><al> Bij de aanvraag worden overlegd:</al><al>f een verklaring en het rapport van de GGD-OZL dat de seksinrichting
                                voldoet aan de vereisten zoals gesteld in het Inspectie Hygiëne
                                Protocol.</al><al>4 De vergunning wordt uitsluitend verleend aan de exploitant. Zij is
                                persoonsgebonden en kan niet worden overgedragen.</al><al>5 Per inrichting wordt niet meer dan een aanvraag tegelijk in
                                behandeling genomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.2</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de ouderlijke
                                    macht of de voogdij;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant en
                                    de beheerder niet:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in
                                    een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van
                                    artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking
                                    gesteld;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een
                                    onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de
                                    rechter in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, dan wel
                                    door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar
                                    Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge
                                    artikel 67, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is
                                    toegelaten;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke
                                    uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke
                                    geldboete van € 500 meer of tot een andere hoofdstraf als
                                    bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van
                                    Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:</al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de
                                    Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid
                                    vreemdelingen;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met
                                    249, 250a (oud), 250, 273a, 300 tot en met 303, 416, 417,
                                    417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van
                                    Strafrecht;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto
                                    artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet
                                    1994;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op
                                    de kansspelen;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74,
                                    tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76,
                                    derde lid onder a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen,
                                    tenzij de geldsom minder dan 375 euro bedraagt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                    straf.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum
                                    van beslissing op de aanvraag van de vergunning;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                    datum van de intrekking van deze vergunning.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een inrichting die voor
                                    ten minste een maand door het bevoegde bestuursorgaan is
                                    gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in artikel 3.2.1,
                                    eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem
                                    terzake geen verwijt treft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.3</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven
                                    tussen 02.00 en 07.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd orgaan kan door middel van een voorschrift als
                                    bedoeld in artikel 1.4 voor een afzonderlijke seksinrichting
                                    andere sluitingstijden vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3.2.4,
                                    eerste lid, gesloten dient te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet
                                    voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door
                                    de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.4</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3.3.2, tweede lid, genoemde
                                    belangen of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit
                                    hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3.2.3, eerste of
                                    tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de
                                    gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het
                                    eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig
                                    artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.4a</nr><titel>Intrekking van de vergunning</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.5</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3.2.1 op de vergunning
                                    vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in
                                    de seksinrichting:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de
                                    feiten genoemd in de titels XVIII (misdrijven tegen de
                                    persoonlijke vrijheid), XIV (misdrijven tegen de zeden), XX
                                    (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede
                                    Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet
                                    wapens en munitie; en</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met
                                    het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
                                    Vreemdelingenwet bepaalde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.6</nr><titel>Verbod straat- en raamprostitutie</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.7</nr><titel>Verbod sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren, tenzij dit op grond van een
                                bestemmingsplan is toegestaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.8</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft
                                    bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of
                                    aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving
                                    in gevaar brengt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in
                                    het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving
                                    gestelde regels.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Beslissingstermijn; weigeringsgronden; nadere regels</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3.1</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><al>1 In afwijking van het bepaalde in artikel 1.2 neemt het bevoegd
                                bestuursorgaan een beslissing op de aanvraag om vergunning als
                                bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, binnen twaalf weken na de dag
                                waarop de aanvraag ontvangen is.</al><al>2 Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn beslissing voor ten hoogste
                                twaalf weken verdagen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3.2</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel
                                    3.2.2 gestelde eisen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de vestiging of de exploitatie van de inrichting in strijd is
                                    met een geldend bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of
                                    leefmilieuverordening;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>er aanwijzingen zijn dat in de inrichting personen werkzaam zijn
                                    of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van
                                    Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                    vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de vergunning
                                    bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, worden geweigerd:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>in het belang van de arbeidsomstandigheden van de
                                    prostituee</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien niet voldaan is aan het gestelde in de nadere regels als
                                    bedoeld in artikel 3.1.3.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer; vervallen
                                vergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4.1</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><al>Uiterlijk binnen een week na de feitelijke beëindiging van de
                                exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het
                                bevoegd bestuursorgaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4.2</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><al>1 Indien de beheerder het beheer in de inrichting feitelijk heeft
                                beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de
                                feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan het
                                bevoegd bestuursorgaan.</al><al>2 Het beheer kan slechts worden uitgeoefend door een nieuwe
                                beheerder, indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de
                                exploitant heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3.3.2,
                                eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4.3</nr><titel>Vervallen vergunning</titel></kop><al>De vergunning vervalt:</al><al>a zodra de ingevolge artikel 3.2.1 op de vergunning vermelde
                                exploitant, de exploitatie van de inrichting feitelijk heeft
                                beëindigd;</al><al>b er een wijziging heeft plaatsgevonden in de persoon van de
                                exploitant;</al><al>c indien er een wijziging van bouwkundige aard in de inrichting
                                heeft plaatsgevonden;</al><al>d indien de inrichting naar een andere locatie wordt verplaatst.
                            </al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk</titel></kop><structuurtekst><al><vet>aanzien van de gemeente</vet></al></structuurtekst><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Geluid- en lichthinder</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het Besluit horeca-, sport- en
                                        recreatie-inrichtingen milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>inrichting: een inrichting als bedoeld in het Besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen.</al></li><li nr="f."><al>overmatige hinder: er is sprake van overmatige hinder indien
                                        meer dan 20 dB(A) (muziek)geluid wordt geproduceerd boven de
                                        vigerende geluidsnorm van de betreffende inrichting c.q.
                                        festiviteit.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorschriften 1.1.1., 1.1.5, 1.1.7 en 1.1.8 van de bijlage
                                    onder B van het Besluit gelden niet voor maximaal zes door het
                                    college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                    gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. Wel dient
                                    de houder van de inrichting maatregelen te treffen ter
                                    voorkoming van overmatige hinder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het voorschrift 1.5.1 van de bijlage onder B van het Besluit
                                    geldt niet voor maximaal zes door het college per kalenderjaar
                                    aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan
                                    te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid en tweede lid,
                                    kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een
                                    of meer van de volgende delen: Klimmen, Voerendaal/Kunrade,
                                    Ubachsberg, Weustenrade en Ransdaal.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing tenminste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal acht incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    voorschriften 1.1.1, 1.1.5, 1.1.7 en 1.1.8 uit de bijlage onder
                                    B van het Besluit niet van toepassing zijn mits de houder van de
                                    inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de
                                    festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal acht incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij het voorschrift
                                    1.5.1 uit de Bijlage onder B van het Besluit niet van toepassing
                                    is mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor
                                    de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis
                                    heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving. Op dit kennisgevingsformulier dient de houder van
                                    de inrichting (c.q. de aanvrager) aan te geven welke maatregelen
                                    ter voorkoming van overmatige hinder worden getroffen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht eerst dan te zijn gedaan wanneer
                                    het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>Het is verboden een incidentele festiviteit te organiseren, toe te
                                laten, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen indien de
                                burgemeester het organiseren van een incidentele festiviteit
                                verboden heeft wanneer naar zijn oordeel de woon- en leefsituatie in
                                de omgeving van de inrichting of openbare orde op ontoelaatbare
                                wijze wordt beïnvloed. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.5a</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden toestellen of geluidsapparaten in werking te
                                    hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat
                                    voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder
                                    wordt veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
                                    Zondagswet, het Vuurwerkbesluit of de provinciale
                                    milieuverordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het rijden met een geluidswagen mits
                                    voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:</al><lijst><li nr="-"><al>met een geluidswagen mag slechts gereden worden tussen
                                            09:30 en 18:00 uur en niet op zon- en feestdagen;</al></li><li nr="-"><al>de geluidswagen mag niet onnodig worden gestopt op of
                                            nabij kruispunten, terwijl voorts geen standplaats mag
                                            worden ingenomen met een in werking zijnde
                                            geluidsinstallatie;</al></li><li nr="-"><al>geen geluid door middel van geluidsinstallaties wordt
                                            voortgebracht nabij kerken, scholen en
                                            begraafplaatsen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.5b</nr><titel>Geluidhinder door dieren</titel></kop><al>Degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer
                                de zorg heeft voor een dier moet voorkomen dat dit voor een
                                omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder
                                veroorzaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.5c</nr><titel>(Geluid) hinder door bromfietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                milieubeheer zich met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig te
                                gedragen, dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de
                                omgeving (geluid)hinder ontstaat.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.1</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen
                                weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te
                                laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.2</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op of aan de weg zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten een daarvoor bestemde inrichting
                                of plaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.3</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet-openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet-openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>vellen: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het
                                    verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging
                                    of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>bomenlijst: topografische kaart met daarop aangegeven solitaire
                                    bomen of boomgroepen, met bijbehorend register;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>beschermde houtopstand: een houtopstand met bijzondere waarde
                                    welke is vastgelegd op de bomenlijst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.2</nr><titel>Bomenlijst</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt een Bomenlijst vast met beschermde
                                            houtopstand. De kaart met bijbehorend register wordt
                                            elke vier jaar herzien.</al></li><li nr="2."><al>De eigenaar van een beschermde houtopstand is verplicht
                                            aan het college onmiddellijk schriftelijk mededeling te
                                            doen van:</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van een beschermde
                                    houtopstand, anders dan door velling op grond van een verleende
                                    ontheffing;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de dreiging dat de beschermde houtopstand geheel of gedeeltelijk
                                    teniet kan gaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.3</nr><titel>Kapvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college de
                                    houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan vermeld op
                                    de bomenlijst. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning kan worden geweigerd op grond van:</al><lijst><li nr="a."><al>de natuurwaarde van de houtopstand;</al></li><li nr="b."><al>de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="c."><al>de waarde van de houtopstand voor stads- en
                                            dorpsschoon;</al></li><li nr="d."><al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="e."><al>de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="f."><al>de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan een herplantplicht opleggen onder nader te
                                    stellen voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.4</nr><titel>Aanvraag vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning moet worden aangevraagd door of namens dan wel met
                                    toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door
                                    degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd
                                    is over de houtopstand te beschikken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer het bureau LASER aan het college een afschrift heeft
                                    toegezonden van de ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2
                                    van de Boswet, beschouwt het college dit afschrift mede als een
                                    vergunningaanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.5</nr><titel>Standaardvoorschrift van niet-gebruik</titel></kop><al>Aan de ontheffing kan het standaard voorschrift worden verbonden dat
                                niet tot vellen mag worden overgegaan en de vergunning pas van
                                kracht wordt met ingang van de dag na de dag waarop de
                                bezwaartermijn afloopt. Indien gedurende de bezwaartermijn een
                                bezwaar is ingediend, wordt de ontheffing pas van kracht één week
                                nadat op dat bezwaar is beslist.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.6</nr><titel>Vervaltermijn vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning tot vellen als bedoeld in deze verordening vervalt
                                    indien daarvan niet binnen maximaal één jaar na het
                                    onherroepelijk zijn van de vergunning gebruik is gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het geval het een vergunning voor het vellen van meer dan één
                                    boom betreft, is de vergunning voor alle bomen slechts één jaar
                                    geldig, ook als in fasen geveld wordt of één boom of enkele
                                    bomen al geveld zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan deze termijn op schriftelijk verzoek van de
                                    vergunninghouder verlengen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.7</nr><titel>Herplant/instandhoudingsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beschermde houtopstand waarop het verbod tot vellen
                                    van toepassing is, zonder vergunning van het college is geveld,
                                    dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het college aan de
                                    zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de beschermde
                                    houtopstand bevond dan wel aan degene die uit andere hoofde tot
                                    het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting
                                    opleggen te herplanten overeenkomstig de door hen te geven
                                    aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd,
                                    dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na
                                    herplant en op welke wijze niet aangeslaagde herplant moet
                                    worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een beschermde houtopstand waarop het verbod tot vellen
                                    van toepassing is in het voortbestaan ernstig worden bedreigd,
                                    kan het college aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop
                                    zich de beschermde houtopstand bevindt dan wel aan degene die
                                    uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is,
                                    de verplichting opleggen om:</al><lijst><li nr="a."><al>overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen
                                            een door hen te stellen termijn voorzieningen te
                                            treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen;</al></li><li nr="b."><al>een bomen effect analyse op te stellen en aan te bieden
                                            aan het college. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Degene aan wie een voorschrift of een verplichting als bedoeld
                                    in dit artikel is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is
                                    verplicht daaraan te voldoen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.8</nr><titel>Bescherming publieke bomen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om bomen, die publiek eigendom zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>te beschadigen, te bekladden of te beplakken;</al></li><li nr="b."><al>daaraan snoeiwerk te verrichten, behoudens door de
                                            gemeente opgedragen boomverzorgende taken;</al></li><li nr="c."><al>te vellen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om één of meer voorwerpen in of aan een publieke
                                    boom aan te brengen of anderszins te bevestigen, behoudens
                                    ontheffing van het college.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.1</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer, in de openlucht, buiten de weg gelegen plaatsen
                                    aanwijzen waar het in het belang van het uiterlijk aanzien van
                                    de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel
                                    voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, verboden is
                                    een of meer van de volgende daarbij nader aangeduide, voorwerpen
                                    of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben,
                                    anders dan met inachtneming van de door hem gestelde
                                    regels:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken
                                    voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>caravans, kampeerwagens, boten, tenten en andere dergelijke,
                                    gewoonlijk voor recreatieve doeleinden gebezigde voorwerpen,
                                    indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor
                                    verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een
                                    verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
                                    landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>afvalstoffen;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>autowrakken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het eerste lid wordt onder weg verstaan, hetgeen daaronder
                                    verstaan wordt in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een
                                    door hem aangeduide voorwerp of stof:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben; dan wel</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben anders dan met
                                    inachtneming van de door hen gestelde regels.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet op de Ruimtelijke
                                    Ordening of de Provinciale Verordening tot het weren van
                                    inbreuken op het natuur- en landschapsschoon in Limburg.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.1a</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van dierlijke meststoffen</titel></kop><al>1.Dit artikel verstaat onder:</al><al>a meststoffen: meststoffen als bedoeld in artikel 1 van de
                                Meststoffenwet;</al><al>b emissiearm aanwenden: gebruiken van meststoffen op de wijze die is
                                aangegeven in de bij het Besluit gebruik meststoffen behorende
                                bijlage II, met dien verstande echter dat onder 3, punt a onder 2e
                                gelezen moet worden: ‘tijdenshet uitrijden van de mest
                                deze gelijktijdigwordt ondergewerkt’;</al><al>c grond: bouwland, maïsland en grasland.</al><lijst><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in het Besluit gebruik meststoffen
                                        is het verboden op gronden dierlijke meststoffen uit te
                                        rijden, op te brengen, te doen uitrijden of te doen
                                        opbrengen op zaterdag, zondag en op de volgende feest- en
                                        gedenkdagen: Nieuwjaarsdag, de eerste en tweede Paasdag, de
                                        eerste en tweede Pinksterdag, Hemelvaarstdag, de eerste en
                                        tweede Kerstdag en de dag waarop de verjaardag van de
                                        Koningin wordt gevierd.</al></li><li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        voorzover de dierlijke mest emissiearm, als bedoeld in dit
                                        artikel, wordt aangewend.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing verlenen van de in het tweede lid
                                        gestelde verboden.</al></li><li nr="5."><al>Vervoer van dierlijke meststof als dunne mest dient te
                                        geschieden in volledig gesloten transportmiddelen die in een
                                        zindelijke staat verkeren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.1b</nr><titel>Verwijdering onkruid</titel></kop><al>De rechthebbende op een perceel is verplicht op aanschrijving van
                                burgemeester en wethouders binnen de door hen in die aanschrijving
                                gestelde termijn het perceel van onkruid voldoende te reinigen en
                                gereinigd te houden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.2</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te
                                maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of
                                afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige
                                hinder ontstaat voor de omgeving.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><al>a.weg: de weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder b, van de
                                Wegenverkeerswet 1994;</al><al>b voertuigen: alle voertuigen met uitzondering van:</al><lijst><li nr="1."><al>treinen en trams;</al></li><li nr="2."><al>fietsen, bromfietsen;</al></li></lijst><al>3 invalidenvoertuigen in de zin van het Reglement verkeersregels en
                                verkeerstekens 1990;</al><lijst><li nr="4."><al>kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine voertuigen,
                                        rolstoelen;</al></li><li nr="c."><al>parkeren: het laten stilstaan van een voertuig, anders dan
                                        gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot
                                        het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor
                                        het onmiddellijk laden of lossen van goederen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                        gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                        slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al></li><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                        toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met
                                        een straal van vijfentwintig meter met als middelpunt een
                                        dezer voertuigen; dan wel</al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li><li nr="2."><al>Onder verhuren als bedoeld in het eerste lid wordt mede
                                        verstaan:</al></li><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                        lessen;</al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                        personen tegen betaling.</al></li></lijst><al>3 Tot de voertuigen bedoeld in het eerste lid worden niet
                                gerekend:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                        worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen,
                                        zulks gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt
                                        voor deze werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen gebezigd voor persoonlijk gebruik van de in het
                                        eerste lid genoemde persoon.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                        ontheffing verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.2a</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college aangewezen wegen of
                                    weggedeelten een voertuig te parkeren met het kennelijke doel
                                    het te koop aan te bieden of te verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van dit verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.3</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.4</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuigwrak op de weg te plaatsen of te
                                    hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder voertuigwrak wordt verstaan: een voertuig dat rijtechnisch
                                    in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk
                                    verwaarloosde toestand verkeert.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.5</nr><titel>Caravans e.d.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, caravan,
                                        camper, magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen of ander
                                        dergelijk voertuig dat voor de recreatie dan wel anderszins
                                        uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt
                                        gebezigd langer dan op drie achtereenvolgende dagen te
                                        plaatsen of te hebben op de openbare weg of op een van de
                                        openbare weg zichtbare plaats.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod.</al></li></lijst><al>3 Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in het
                                daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Provinciaal
                                wegenreglement of de Provinciale landschapsverordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.6</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.7</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de
                                        lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte
                                        van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college
                                        aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is
                                        voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de
                                        lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op
                                        een door het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar
                                        zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van
                                        beschikbare parkeerruimte.</al></li></lijst><al>3 Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen van
                                maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.</al><al>4.Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                verboden ontheffing verlenen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.8</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.9</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig met stankverspreidende stoffen daar
                                    te parkeren waar bewoners of gebruikers van nabijgelegen
                                    gebouwen of terreinen daarvan hinder of overlast kunnen
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.10</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig, fiets of bromfiets te rijden
                                        door dan wel deze te doen of te laten staan in een park of
                                        plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of
                                        groenstrook.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al></li><li nr="a."><al>op wegen, zoals bedoeld in artikel 5.1.1, onder a;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die nodig zijn en gebruikt worden ter
                                        uitvoering van werkzaamheden door of vanwege de
                                        overheid;</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op
                                        terreinen die mede of uitsluitend voor dit doel zijn
                                        bestemd.</al></li></lijst><al>3 Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.11</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in
                                    het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter
                                    voorkoming of opheffing van overlast, dan wel ter voorkoming van
                                    schade aan de openbare gezondheid, verboden is fietsen of
                                    bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of
                                    plaatsen te laten staan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden fietsen of bromfietsen die rijtechnisch in
                                    onvoldoende staat van onderhoud en in een verwaarloosde toestand
                                    verkeren, op de weg te laten staan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Collecteren, venten, standplaatsen en snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.1</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                        openbare inzameling van geld of goederen te houden of
                                        daartoe een intekenlijst aan te bieden.</al></li><li nr="2."><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede
                                        verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook
                                        worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij
                                        het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen,
                                        indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt
                                        gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een
                                        liefdadig of ideëel doel is bestemd.</al></li></lijst><al>3 Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                gehouden wordt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.2.1</nr><titel>Begripsomschrijving Venten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze paragraaf wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen op of aan de weg, aan huis dan wel op
                                    een andere voor het publiek toegankelijke en in de open lucht
                                    gelegen plaats, dan wel diensten aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die
                                    dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel
                                    1 van de Winkeltijdenwet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen als
                                    bedoeld in het eerste lid op jaarmarkten en markten als bedoeld
                                    in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op
                                    snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5.2.4 van deze
                                    verordening.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen als
                                    bedoeld in het eerste lid op een standplaats als bedoeld in
                                    artikel 5.2.3.1 van deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.2.2</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid en de volksgezondheid in gevaar komt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden te venten op zon- en feestdagen en maandag tot
                                    ne met zaterdag voor 09.30 uur en na 17.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van het
                                    Wegenverkeerswet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.3.1</nr><titel>Begripsomschrijving Standplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder standplaats: het vanaf
                                    een vaste plaats op of aan de weg of op een andere voor het
                                    publiek toegankelijke en in de openlucht gelegen plaats te koop
                                    aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of het anderszins
                                    aanbieden van goederen of diensten, al dan niet gebruikmakend
                                    van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een
                                    tafel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>vaste plaatsen op jaarmarkten of markten als bedoeld in artikel
                                    160, eerste lid onder h, van de Gemeentewet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>vaste plaatsen op evenementen als bedoeld in artikel 2.2.1;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>vaste plaatsen op snuffelmarkten als bedoeld in artikel
                                    5.2.4.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.3.2</nr><titel>Verbod tot innemen of hebben standplaats</titel></kop><al>Het is verboden een standplaats in te nemen of te hebben:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband
                                        met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke
                                        welstand;</al></li><li nr="b."><al>indien dat leidt tot overlast;</al></li><li nr="c."><al>indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid en
                                        de volksgezondheid in gevaar komt;</al></li><li nr="d."><al>indien daardoor de verkeersvrijheid of –veiligheid in gevaar
                                        komt;</al></li><li nr="e."><al>indien dit strijdig is met een geldend bestemmingsplan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.3.3</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop in strijd met artikel 5.2.3.2 standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.3.4</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5.2.3.2 geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5.2.3.2 geldt bij overlast niet voor
                                    zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                    Wet milieubeheer;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5.2.3.2 geldt bij strijdigheid met het
                                    geldende bestemmingsplan niet voor bouwwerken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.4</nr><titel>Snuffelmarkten e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>in of op een - al dan niet met enige beperking - voor het
                                    publiek toegankelijk gebouw of plaats een markt te organiseren
                                    of toe te laten, waar ter plaatse aanwezige goederen worden
                                    verhandeld;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>toe te laten, te bevorderen of er gelegenheid toe te geven, dat
                                    in of op een - al dan niet met enige beperking - voor publiek
                                    toegankelijk gebouw of plaats met een kraam, een tafel of enig
                                    ander dergelijk middel standplaats wordt of is ingenomen om
                                    goederen aan publiek aan te bieden, te verkopen of te
                                    verstrekken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend geheel en
                                    voortdurend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik
                                    zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd in het belang van een krachtens de Gemeentewet
                                    ingestelde markt.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4.1</nr><titel>Crossterreinen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4.2</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                        natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief
                                        gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden
                                        met een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z,
                                        Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, een
                                        bromfiets als bedoeld in artikel 1, onder i, Reglement
                                        verkeersregels en verkeerstekens 1990 of met een fiets of
                                        een paard.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het
                                        eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan
                                        daarbij regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze
                                        terreinen:</al></li><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                        milieuwaarden;</al></li></lijst><al>c in het belang van de veiligheid van het publiek.</al><al>3 Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van
                                motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van
                                paarden:</al><lijst><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                        hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste
                                        lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de
                                        minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                                        hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                        exploitatie van de door het college aangewezen
                                        plaatsen;</al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                        wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden en huurders en pachters van
                                        percelen gelegen binnen de door het college aangewezen
                                        plaatsen;</al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging
                                        van de onder d bedoelde personen.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts
                                        niet:</al></li><li nr="a."><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van
                                        de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de provinciale verordening
                                        ‘Stiltegebieden’ aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van
                                        motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn
                                        aangewezen als ‘toestel’.</al></li></lijst><al>5 Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                gestelde verbod.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.5.1</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de wet Milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover het betreft:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen
                                    afvalstoffen worden verbrand;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>vuur voor koken, bakken en braden, voorzover dat geen gevaar,
                                    overlast of hinder voor de omgeving oplevert.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens de artikelen van deze verordening
                            bepaalde en de op grond van artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften en
                            beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of
                            geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met
                            openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast: de buitengewone opsporingsambtenaren
                                die in dienst zijn van de gemeente Voerendaal dan wel die zijn
                                aangesteld als onbezoldigd gemeente-ambtenaar van de gemeente
                                Voerendaal en zijn beëdigd op grond van het Besluit buitengewoon
                                opsporingsambtenaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast: de bij besluit van het college
                                dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.4</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2008.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Voerendaal
                                zoals vastgesteld bij besluit van 30 mei 2005 wordt
                                ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Vergunningen en ontheffingen – hoe ook genaamd – verleend krachtens
                                verordeningen bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, blijven – indien
                                en voorzover het gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing
                                betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening en voorzover zij
                                niet eerder zijn vervallen of ingetrokken – nog gedurende twee</al><al> jaren na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens verordeningen
                                bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, blijven – indien en voorzover de
                                bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en bepalingen zijn
                                opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening en voorzover zij niet
                                eerder zijn vervallen of ingetrokken – nog gedurende twee jaren na
                                de inwerkingtreding van deze verordening van kracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om een vergunning of ontheffing – hoe ook genaamd – op
                                grond van een verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, is
                                ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt daarop de
                                overeenkomstige bepaling van de onderhavige verordening
                                toegepast.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op een aanhangig beroep- of bezwaarschrift, betreffende een
                                vergunning of ontheffing, bedoeld in het eerste lid, dan wel een
                                voorschrift of beperking bedoeld in het tweede lid dat voor of na
                                het tijdstip bedoeld in artikel 6.4, eerste lid, is ingekomen binnen
                                de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met toepassing
                                van de verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het in het eerste lid bepaalde, blijft een
                                vergunning of ontheffing – hoe ook genaamd – van kracht, totdat
                                onherroepelijk is beslist op een aanvraag voor een, krachtens een in
                                deze verordening overeenkomstig opgenomen gebod of verbod vereiste,
                                vergunning of ontheffing, indien deze aanvraag ten minste acht weken
                                voor afloop van de in het eerste lid genoemde termijn bij het
                                bevoegde bestuursorgaan is ingediend.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Gebods- of verbodsbepalingen waarvoor een vergunning of ontheffing
                                vereist is krachtens deze verordening en niet voorkomend in een
                                verordening als bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, zijn niet van
                                toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>gedurende 26 weken na het in werking treden van deze
                                        verordening;</al></li><li nr="b."><al>ook na de onder a. bepaalde termijn, voorzover degene die de
                                        vergunning of ontheffing nodig heeft, binnen deze termijn
                                        een aanvraag heeft ingediend, totdat onherroepelijk op deze
                                        aanvraag is beslist.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De intrekking van de verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid,
                                heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die
                                verordening genomen nadere regels, beleidsregels en
                                aanwijzingsbesluiten, indien en voorzover de rechtsgrond waarop de
                                aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze
                                verordening en voorzover zij niet eerder zijn vervallen of
                                ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening
                            gemeente Voerendaal.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Voerendaal d.d. 17 december 2007</ondertekening><ondertekening>DE RAAD VAN DE GEMEENTE VOERENDAAL,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>