<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR97816_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Erfgoedverordening 2010 Gemeente Boxmeer</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Boxmeer</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Boxmeer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Boxmeers weekblad, 12 oktober 2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Erfgoedverordening 2010 Gemeente Boxmeer</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Monumentenwet 1988, artikel 12, 15 &amp; 38</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, artikel 2.1 &amp; 2.2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-09-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-10-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-08-03</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>20739; -1.853.3</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Erfgoedverordening 2010 Gemeente Boxmeer</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><al>a. gemeentelijk monument: een overeenkomstig deze verordening als
                            beschermd gemeentelijk monument aangewezen:1. zaak, die van algemeen
                            belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of
                            cultuurhistorische waarde;2. terrein dat van algemeen belang is wegens
                            een daar aanwezige zaak bedoeld onder 1;b. gemeentelijke
                            monumentenlijst: de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig
                            deze verordening als gemeentelijk monument aangewezen zaken of terreinen
                            bedoeld in onderdeel a;c. beschermd monument: beschermd monument als
                            bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen
                            omgevingsrecht;d. monumentcommissie: de op basis van art.15 Monumentwet
                            1988 ingestelde commissie met als taak het college op verzoek of uit
                            eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet
                            1988, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de verordening en het
                            monumentenbeleide. gemeentelijke archeologische beleidskaart:
                            topografische kaart van het gemeentelijke grondgebied of delen van het
                            grondgebied, waarop archeologische monumenten en archeologische
                            verwachtingsgebieden zijn aangegeven;f. landelijke Indicatieve Kaart van
                            Archeologische Waarden: landelijke kaart met een schaal van 1:50.000,
                            die op basis van geomorfologische gegevens, de kans weergeeft op de
                            aanwezigheid van archeologische vindplaatsen, waarbij onderscheid wordt
                            gemaakt in hoge, middelhoge, lage en zeer lage trefkans;g. provinciale
                            Archeologische Monumentenkaart: topografische kaart van (delen van) het
                            provinciale grondgebied, waarop archeologische monumenten en
                            archeologische gebieden zijn aangegeven;h. archeologisch
                            verwachtingsgebied: gebied, aangegeven op de gemeentelijke
                            archeologische beleidskaart, waarvan is aangegeven dat in bepaalde mate
                            archeologische vondsten of sporten te verwachten zijn;i.
                            waarde-archeologie 1; rijksmonument: van rijkswege door ministerie OCW
                            (RACM) beschermde terreinen;j. waarde-archeologie 2; archeologische
                            waardevol gebied; terreinen met een hoge archeologische verwachting
                            gelegen in historische kernen en AMK-terreinnen (archeologische
                            monumentenkaart)k. waarde-archeologie 3; archeologische onderzoeksgebied
                            A; gebieden met een hoge archeologische verwachting;l. waarde
                            archeologie 4; archeologisch onderzoeksgebied B; gebieden met een
                            middelhoge archelogische verwachting;m. gebied met lage verwachting;
                            gebieden met een lage archeologische verwachting. Voor deze gebieden
                            geldt geen onderzoeksplicht.n. plan van aanpak: plan dat weergeeft hoe
                            een archeologische uitvoerder de vragen zoals omschreven in het
                            programma van eisen denkt te gaan beantwoordeno. programma van eisen:
                            programma dat door het college wordt vastgesteld en waarmee kaders
                            worden gesteld voor het ontwerp en de uitvoering van archeologisch
                            onderozek.p. gemeentelijke beleidsadvieskaart: kaart behorende bij de
                            archeologische paragraaf van het bestemmingsplan.q. bevoegd gezag:
                            bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen
                            omgevingsrecht.r. het college: het college van burgemeester en
                            wethouders van de gemeente Boxmeers. vergunning: een omgevingsvergunning
                            als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of 2.2 van de Wet algemene
                            bepalingen omgevingsrecht.t. Wabo: Wet algemene bepalingen
                            omgevingsrecht.u. beleidsplan Archeologie: beleidsplan waarin de
                            gemeente Boxmeer heeft vastgelegd hoe omgegaan dient te worden met
                            bodemarchief van de gemeente. De gemeentelijke archeologische
                            beleidskaart is een belangrijk onderdeel van het beleidsplan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Aanwijzing gemeentelijke monumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Het gebruik van het monument</titel></kop><al>Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het
                            gebruik van het monument.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De aanwijzing tot gemeentelijk monument</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een
                                monument aanwijzen als gemeentelijk monument.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het
                                college advies aan de monumentencommissie.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Voordat het college een monument met een religieuze bestemming dat
                                uitsluitend of in overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening
                                van de eredienst, als gemeentelijk monument aanwijst, voert hij
                                overleg met de eigenaar.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond
                                van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of dat is aangewezen op
                                grond van de monumentenverordening van de provincie
                                Noord-Brabant.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Voorbescherming</titel></kop><al>Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de
                            kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als gemeentelijk monument
                            ontvangt tot het moment dat de aanwijzing en registratie als bedoeld in
                            artikel 7 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het monument niet wordt
                            geregistreerd, zijn de artikelen 10 tot en met 14 van overeenkomstige
                            toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Termijnen advies en aanwijzingsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De monumentecommissie adviseert schriftelijk binnen 8 weken na
                                ontvangst van het verzoek van het college.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college beslist binnen 12 weken na ontvangst van het advies van
                                de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen 20 weken na de
                                adviesaanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Mededeling aanwijzingsbesluit</titel></kop><al>De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt medegedeeld
                            aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend
                            staan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college registreert het gemeentelijke monument op de
                                gemeentelijke monumentenlijst.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding,
                                de datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding en een
                                beschrijving van het gemeentelijk monument.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijzigen van de aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan al dan niet op aanvraag van een belanghebbende de
                                aanwijzing wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Artikel 3, tweede en derde lid, alsmede artikel 4, 5 en 6 zijn van
                                overeenkomstige toepassing op het wijzigingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien de wijziging naar het oordeel van het college van
                                ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing, als
                                bedoeld in lid 2, achterwege.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De inhoud en de datum van de wijziging worden op de gemeentelijke
                                monumentenlijst aangetekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Intrekken van de aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien het college de aanwijzing intrekt, zijn artikel 3, tweede
                                lid, en artikel 5 van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing
                                wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of als
                                onherroepelijk is beslist tot aanwijzing op grond van de
                                monumentenverordening van de provincie Noord-Brabant.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst
                                geregistreerd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Instandhouding van gemeentelijke monumentale zaken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Instandhoudingsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1,
                                onder a, sub 1, te beschadigen of te vernielen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag:a. een
                                gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1, af
                                te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te
                                wijzigen;b. een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1,
                                onder a, sub 1, te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op
                                een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar
                                gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in eht tweede lid,
                                gelden niet indien het college nadere regels stelt met betrekking
                                tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een monument met een
                                religieuze bestemming, geen vergunning als bedoeld in het tweede
                                lid, dan in overeenstemming met de eigenaar indien en voor zover het
                                een vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de
                                godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>De schriftelijke aanvraag</titel></kop><al>Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.2. Besluit omgevingsrecht voor een
                            vergunning als bedoeld in artikel 10 en de daarbij te overleggen
                            gegevens en bescheiden worden in drievoud ingediend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Termijnen advies</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het bevoegd gezag zendt onmiddelijk een afschrift van de
                                ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een gemeentelijk monument
                                aan de monumentencommissie voor advies.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Binnen 6 weken na de datum van verzending van het afschrift brengt
                                de monumentencommissie schriftelijk advies uit aan het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning kan slechts worden verleend indien het belang van de
                            monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Bij de beslissing houdt het
                            bevoegd gezag rekening met het gebruik van het monument.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Intrekken van de vergunning</titel></kop><al>De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien:a.
                            blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige
                            opgave is verleend;b. de omstandigheden aan de kant van de
                            vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het
                            monument zwaarder dient te wegen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Beschermde monumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Vergunning voor beschermd monument</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de
                                ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een beschermd monument aan
                                de monumentencommissie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag
                                binnen acht weken na de datum van verzending van het afschrift.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Instandhouding van archeologische terreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Instandhoudingsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden om in een archeologisch monument, bedoeld in artiekl
                                1, onder a, sub 2 of een archeologische verwachtingsgebied, bedoeld
                                in artikel 1, onder h, de bodem dieper dan 30 cm onder de
                                oppervlakte te verstoren.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien;a. het een
                                verstoring betreft van een archeologisch monument of archeologisch
                                verwachtingsgebied als aangegeven op de gemeentelijke archeologische
                                beleidskaart van het beleidsplan archeologie en waarbij die
                                verstoring plaatsvindt:* in een gebied aangeduid met
                                waarde-archeologie 2 waarvoor een hoge archeologische verwachting
                                geldt en het te verstoren gebied kleiner is dan 100 m2 en dieper is
                                dan 30 cm of;* in een gebied aangeduid met waarde archeologie 3;
                                archeologisch onderzoeksgebied A, waarvoor een hoge archeologische
                                verwachting geldt en het te verstoren gebied kleiner is dan 2500 m2
                                en dieper is dan 50 cm of;* in een gebied aangeduid met waarde
                                archeologie 4; archeologisch onderzoeksgebied B, waarvoor een
                                middelhoge archeologische verwachting geldt met hoge archeologische
                                verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 5000 m2
                                en dieper is dan 50 cm;* in een gebied aangeduid met lage
                                verwachting.b. in het geldend bestemmingsplan bepalingen zijn
                                opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg.c. sprake is van een
                                activiteit als bedoeld in artikel 2.12, eerste en tweede lid, van de
                                Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en hierin voorschriften zijn
                                opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg.d. het college
                                nadere regels stelt met betrekking tot de uitvoering van
                                werkzaamheden die leiden tot een verstoring van een archeologische
                                monument of archeologische verwachtingsgebied als aangegeven op
                                gemeentelijke archeoloigsche beleidskaart of de gemeentelijke
                                beleidsadvieskaart, dan wel bij het ontbreken daarvan, de
                                provinciale Archeologische Monumentkaart of de landelijke
                                Indicatieve Kaart van Archeoloogische Waarden;e. een rapport is
                                overgelegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren
                                terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is
                                vastegsteld en waaruit blijkt dat: * het behoud van de
                                archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd; of* de
                                archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden
                                geschaad; of* in het geheel geen archeologische waarden aanwezig
                                zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Opgravingen en begeleiding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien binnen het grondgebied van de gemeente Boxmeer onderzoek
                                wordt uitgevoerd in het kader van het doen van opgravingen in de zin
                                van artikel 1 sub h Monumentenwet 1988, dient, onverminderd de
                                overige bepalingen van deze wet:a. het college een programma van
                                eisen vast te stellen als bedoeld in artikel 1 onder o, waarbij
                                nadere regels worden gesteld ten aanzien van het onderzoek.b. de
                                verstoorder, voorafgaande aan het onderzoek, een plan van aanpak als
                                bedoeld in artikel 1 onder n van deze verordening ter goedkeuring
                                aan het bevoegd gezag te overleggen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In de nadere regels neemt het college bepalingen op met betrekking
                                tot het toezicht op de feitelijke uitvoering van het plan van
                                aanpak. Tijdens het onderzoek dienen aanwijzingen van het college in
                                acht te worden genomen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Om te kunnen beoordelen of het plan van aanpak aan het programma van
                                eisen en eventuele nadere regels voldoet, vraagt het bevoegd gezag
                                advies aan een deskundige, zoals omschreven in de Wet op de
                                Archeologische monumentzorg.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Procedure</titel></kop><al>De bepalingen uit artikel 11, 12, 13 en 14 zijn van overeenkomstige
                            toepassing op de bepalingen uit artikel 16, tweede lid, onder e, en
                            artikel 17, eerste lid, onder b.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Tegemoetkoming in schade</titel></kop><al>Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt of zal
                            lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort
                            te blijven, kent het bevoegd gezag hem op zijn aanvraag een naar
                            billijkheid te bepalen tegemoetkoming toe, indien de schade in relatie
                            staat tot:a. de door het college nader te stellen regels als bedoeld in
                            artikel 16, tweede lid, onder d;b. een aanwijzing als bedoeld in artikel
                            17, tweede lid, tweede volzin.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Degene, die handelt in strijd met het derde lid van artikel 10 en
                            artikel 16 met uitzondering van het bepaalde in het tweede lid, onder e,
                            van deze verordening, wordt gestraft met een geldboete van de tweede
                            categorie of een hechtenis van ten hoogste drie maanden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast:a. Met betrekking tot zakelijke
                                monumenten als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1: de met
                                opsporing c.q. toezicht belaste personen.b. Met betrekking tot
                                monumentale terreinen als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 2: de
                                met opsporing c.q. toezicht belaste personen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan
                                wel de burgemeester aan te wijzen personen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Intrekken oude regeling</titel></kop><al>De Monumentenverordening gemeente Boxmeer 2000 wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De op grond van de onder artikel 22 ingetrokken
                                Monumentenverordening gemeente Boxmeer 2000 aangewezen en
                                geregistreerde gemeentelijke monumenten, worden geacht aangewezen en
                                geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding
                                van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de in
                                artikel 22 ingetrokken verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking daags na bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Erfgoedverordening 2010 Gemeente
                            Boxmeer.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>