<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR97804_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening woninggebonden subsidies 2002 voor het Regionaal Milieubedrijf Brabant-Noordoost</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Boxmeer</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Boxmeer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Boxmeers weekblad, 10 juli 2002</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening woninggebonden subsidies 2002 voor het Regionaal Milieubedrijf Brabant-Noordoost</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2002-06-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2002-09-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-02-19</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>4011; -1.733.4</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening geldt voor: de gemeenten Bernheze, Boekel, Boxmeer, Cuijk, Grave, Landerd, Lith, Maasdonk, Mill en Sint Hubert, Ravenstein, Sint Anthonis, Sint-Oedenrode, Uden en Veghel.De verordening is vastgesteld door de directie van het Regionaal Milieubedrijf.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening woninggebonden subsidies 2002 voor het Regionaal Milieubedrijf Brabant-Noordoost</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het algemeen bestuur van het Regionaal Milieubedrijf Brabant-Noordoost;</al><al>gezien het voorstel van het Dagelijks Bestuur van ;</al><al>gelet op het Besluit woninggebonden subsidies 1995, de artikelen 30 en 33
                        van de Wet gemeenschappelijke regelingen, artikel 15 van de Kaderwet bestuur
                        in verandering, en de artikelen 149 en 166 van de Gemeentewet;</al><al>besluit vast te stellen: de Verordening woninggebonden subsidies 2002 voor
                        het Regionaal Milieubedrijf Brabant-Noordoost.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>a. Algemeen Bestuur: het Algemeen Bestuur van het Regionaal
                                MilieubedrijfBrabant-Noordoost.b. Dagelijks Bestuur: het Dagelijks
                                Bestuur van het Regionaal Milieubedrijf Brabant-Noordoost.c.
                                Openbaar lichaam: een regionaal openbaar lichaam als genoemd in
                                artikel 1van de Kaderwet bestuur in verandering, of een openbaar
                                lichaam als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke
                                regelingen, waarin gemeenten samenwerken die gezamenlijk volgens de
                                bevolkingscijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek op 1
                                januari 1991 ten minste 30.000 inwoners hadden.d. De Minister: de
                                Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
                                Milieubeheer.e. Het Besluit: het Besluit woninggebonden subsidies
                                1995.f. Budget: bedrag dat resteert van in vorige jaren door de
                                Minister aan het openbaar lichaam beschikbaar gestelde subsidies,
                                respectievelijk van in vorige jaren toegekende c.q. gereserveerde
                                budgetten, alsmede het bedrag dat beschikbaar komt als gevolg van
                                intrekking van een besluit tot verlening van subsidie, ten behoeve
                                van het bouwen van woningen, standplaatsen of woonwagens, of het
                                treffen van ingrijpende voorzieningen aan woningen.g.
                                Subsidie-ontvanger: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die
                                een aanvraag doet om vaststelling en betaling van de door het
                                openbaar lichaam verleende subsidie.h. Subsidiecategorie: dat deel
                                van het voor de gemeente gereserveerde bedrag dat door de
                                gemeenteraad beschikbaar is gesteld voor een categorie woningen,
                                standplaatsen, woonwagens of ingrijpende voorzieningen.i. Huurprijs:
                                prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor het enkele
                                gebruik van een woning, standplaats of woonwagen, uitgedrukt in een
                                bedrag per maand.j. Gereedkomingsdatum: de dag waarop de woning, de
                                standplaats of de woonwagengereedkomt, dan wel, in geval van het
                                treffen van ingrijpende voorzieningen, de dag waarop de
                                werkzaamheden zijn voltooid, dan wel de dag waarop de administratief
                                in een plan samengevoegde woningen gemiddeld gereedkomen; in geval
                                het een buiten de standplaats gebouwde nieuwe woonwagen betreft, de
                                dag waarop de woonwagen op de standplaats wordt geplaatst.k. Kosten
                                van het verkrijgen in eigendom: de door burgemeester en wethouders
                                vast te stellen noodzakelijke, direct met de bouw samenhangende
                                kosten, inclusief de koopsom van de grond van een woning of een
                                standplaats, met dien verstande dat: - indien een woning of
                                standplaats wordt gebouwd op grond waarop een recht van opstal rust
                                of waarop een recht van erfpacht is gevestigd, dan wel de grond en
                                de woning of de standplaats afzonderlijk in eigendom worden
                                verkregen of de grond reeds geruime tijd eigendom is van de
                                eigenaar, als koopsom van de bouwrijpe grond een door burgemeester
                                en wethouders te bepalen bedrag wordt aangehouden;- indien een
                                koopwoning, een koopstandplaats of een koopwoonwagen geheel of
                                gedeeltelijk met eigen arbeid of in eigen beheer wordt gebouwd, als
                                kosten van het verkrijgen in eigendom een door burgemeester en
                                wethouders te bepalen bedrag wordt aangehouden.l. Kosten van
                                ingrijpende voorzieningen: de door burgemeester en wethouders vast
                                te stellen noodzakelijke, direct met het treffen van ingrijpende
                                voorzieningen aan een woning samenhangende kosten.m. Toegelaten
                                instelling: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 70 van de
                                Woningwet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel/></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt mede verstaan onder:a.
                                Eigenaar: opstaller, erfpachter, gerechtigde tot een
                                appartementsrecht of degene die lid is van een coöperatie en op die
                                grond het uitsluitende gebruik heeft van een aan die coöperatie in
                                bloot eigendom toebehorende woning.b. Eigendom: opstal, erfpacht,
                                appartementsrecht of lidmaatschap als bedoeld onder a.c. Woning:
                                onzelfstandige woonruimte.d. Het verlenen van subsidie: het verlenen
                                van subsidie ten behoeve van het bouwen, dan wel het treffen van
                                ingrijpende voorzieningen van gemeentewege.e. Bouwen: het verbouwen
                                van een gebouwde onroerende zaak tot woonruimte, waarbij de
                                bestemming van de onroerende zaak wordt gewijzigd.f. Bouwen van
                                standplaatsen: het treffen van ingrijpende voorzieningen aan
                                bestaande huurstandplaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel/></kop><al>Deze verordening is niet van toepassing op:a. woningen die niet
                                geschikt of bestemd zijn om voortdurend door dezelfde persoon of
                                personen te worden bewoond;b. woningen die bestemd zijn voor of in
                                gebruik zijn als ambts- of dienstwoning;c. verzorgingshuizen als
                                bedoeld in de Overgangswet verzorgingshuizen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.2</nr><titel>Grondslag en werkingssfeer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel/></kop><al>Op grond van deze verordening kan het Dagelijks Bestuur uitsluitend
                                subsidie verlenen voor:a. het bouwen van woningen;b. het bouwen van
                                standplaatsen;c. het bouwen van woonwagens;d. het treffen van
                                ingrijpende voorzieningen aan woningen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.3</nr><titel>Vaststelling en reservering van de budgetten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het algemeen bestuur besluit welk deel van het budget voor
                                    subsidie voor de gemeenten wordt gereserveerd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur stelt voor de eerste keer c.q. de
                                    eerstvolgende keer zo spoedig mogelijk, en vervolgens per 1
                                    april 2004 per gemeente voor de uitvoering van deze verordening
                                    een subsidieplafond vast.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Bij de reservering van het budget als bedoeld in het tweede lid
                                    neemt het algemeen bestuur de in artikel 23 van het Besluit
                                    genoemde criteria in acht.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan voorwaarden en voorschriften verbinden
                                    aan de besteding van de reservering als bedoeld in het tweede
                                    lid.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.4</nr><titel>Uitgangspunten voor subsidiëring en verdeelbesluit</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De gemeenteraad stelt de uitgangspunten voor het subsidiebeleid
                                    vast, en de wijze waarop het beschikbare bedrag wordt
                                    verdeeld.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In de toelichting bij dit besluit wordt aannemelijk gemaakt dat
                                    de in artikel 23 van het Besluit genoemde criteria in acht zijn
                                    genomen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Burgemeester en wethouders doen een voorstel tot het vaststellen
                                    van deze uitgangspunten nadat daaromtrent door hen de lokaal en
                                    regionaal toegelaten instellingen en andere naar het oordeel van
                                    de gemeenteraad daarvoor in aanmerking komende natuurlijke en
                                    rechtspersonen, waaronder woonconsumentenorganisaties, zijn
                                    geraadpleegd.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Burgemeester en wethouders doen schriftelijk verslag van deze
                                    raadpleging aan de gemeenteraad. Tevens geven zij een reactie op
                                    de daarbij naar voren gebrachte argumenten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De gemeenteraad neemt een verdeelbesluit met inachtneming van de
                                    gestelde uitgangspunten als bedoeld in artikel 6, eerste
                                    lid.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In het verdeelbesluit wordt vastgesteld welke aanvragen om
                                    verlening van subsidie voor het bouwen van woningen,
                                    standplaatsen en woonwagens, en voor het treffen van ingrijpende
                                    voorzieningen, bij het dagelijks bestuur kunnen worden
                                    ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In het verdeelbesluit noemt de gemeenteraad de subsidiebedragen
                                    en de bijzondere verplichtingen die hij stelt aan de indiening
                                    als bedoeld in het tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>In de toelichting bij het verdeelbesluit wordt aannemelijk
                                    gemaakt dat de in artikel 23 van het Besluit genoemde criteria,
                                    en de in artikel 6, eerste lid, bedoelde uitgangspunten in acht
                                    zijn genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De gemeenteraad kan het voor de gemeente beschikbare bedrag in
                                    subsidiecategorieën onderverdelen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De volgende subsidiecategorieën kunnen worden onderscheiden:a.
                                    huurwoningen;b. huurstandplaatsen;c. huurwoonwagens;d.
                                    koopwoningen;e. koopstandplaatsen;f. koopwoonwagens;g.
                                    ingrijpende voorzieningen aan woningen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De gemeenteraad kan een subsidiecategorie als bedoeld in het
                                    eerste lid in meerdere onderdelen splitsen, dan wel
                                    subsidiecategorieën samenvoegen; dergelijke onderdelen zijn ook
                                    subsidiecategorieën in de zin van deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel/></kop><al>De gemeenteraad kan burgemeester en wethouders toestemming verlenen
                                om het verdeelbesluit te wijzigen tot nader door hem te bepalen
                                grenzen en onder nader door hem te bepalen voorwaarden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan op aanvraag van de aanvrager en door
                                    tussenkomst van burgemeester en wethouders de categorie waarvoor
                                    de subsidie is verleend, wijzigen in een andere categorie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan de omzetting weigeren indien de
                                    aanvankelijk verleende subsidie ontoereikend is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel/></kop><al>Het dagelijks bestuur kan afwijken van de op grond van artikel 5,
                                tweede lid, vastgestelde verdeling over de gemeenten indien de
                                betrokken gemeenten met de herverdeling instemmen.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>AANVRAGEN, VERLENEN EN VASTSTELLEN</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.1</nr><titel>Aanvraag om subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel/></kop><al>De aanvrager vraagt subsidie aan bij het Dagelijks Bestuur door
                                tussenkomst van burgemeester en wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De aanvrager dient de aanvraag als bedoeld in artikel 12 in bij
                                    burgemeester en wethouders vóór 1 januari 2004, respectievelijk
                                    1 juli 2004.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een aanvraag die na 1 januari
                                    2004 wordt ontvangen, aanmerken als een aanvraag per 1 juli
                                    2004.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Burgemeester en wethouders bevestigen binnen twee weken de
                                    ontvangst van de aanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een aanvraag als bedoeld in artikel 12 gaat in elk geval
                                    vergezeld van de volgende door de aanvrager te verstrekken
                                    gegevens:a. bestekken en tekeningen van het bouwplan;b. een
                                    opgave van het aantal woningen, standplaatsen of woonwagens
                                    waarop het bouwplan betrekking heeft;c. de verlangde
                                    subsidie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een aanvraag als bedoeld in artikel 12 gaat tevens vergezeld van
                                    de op grond van hoofdstuk 3 vereiste, door de aanvrager te
                                    verstrekken gegevens.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Burgemeester en wethouders dienen een aanvraag om subsidie in
                                    bij het Dagelijks Bestuur indien het bouwplan is opgenomen in
                                    het verdeelbesluit.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het bepaalde in het eerste
                                    lid afwijken indien:a. in het verdeelbesluit de betreffende
                                    subsidiecategorie, dan wel het voor de gemeente gereserveerde
                                    bedrag niet of gedeeltelijk met aanvragen voor subsidie is
                                    belegd;b. de bouw van in het verdeelbesluit opgenomen plannen
                                    géén doorgang vindt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Burgemeester en wethouders nemen bij een afwijking als bedoeld
                                    in het tweede lid, de in artikel 6, eerste lid, bedoelde
                                    uitgangspunten in acht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel/></kop><al>In aanvulling op het gestelde in artikel 15, eerste lid, dienen
                                burgemeester en wethouders een aanvraag om subsidie in bij het
                                Dagelijks Bestuur indien:a. is of zal worden voldaan aan de
                                bijzondere verplichtingen als bedoeld in artikel 7, derde lid; b.
                                burgemeester en wethouders kunnen instemmen met de verlangde
                                subsidie; c. niet reeds een begin met de werkzaamheden is gemaakt
                                zonder hun toestemming;d. is voldaan aan de door het algemeen
                                bestuur gestelde voorwaarden en voorschriften als bedoeld in artikel
                                5, vierde lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel/></kop><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen acht weken na ontvangst
                                van een aanvraag als bedoeld in artikel 12 of de aanvraag wordt
                                ingediend bij het Dagelijks Bestuur.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel/></kop><al>De indiening van de aanvraag bij het Dagelijks Bestuur gaat
                                vergezeld van de verklaring door burgemeester en wethouders dat
                                voldaan is aan deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel/></kop><al>Een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 12 wordt door
                                burgemeester en wethouders binnen zestien weken na ontvangst
                                ingediend bij het Dagelijks Bestuur.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.2</nr><titel>Verlening van subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel/></kop><al>Het Dagelijks Bestuur bevestigt binnen twee weken de ontvangst van
                                de aanvraag als bedoeld in artikel 18 aan burgemeester en wethouders
                                en aan de aanvrager.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel/></kop><al>Het Dagelijks Bestuur beslist binnen acht weken na ontvangst van een
                                aanvraag als bedoeld in artikel 18.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel/></kop><al>Het Dagelijks Bestuur kan de subsidieverstrekking náást de in
                                artikel 4:25 en artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht
                                genoemde gevallen weigeren, indien gegronde redenen bestaan aan te
                                nemen dat:a. zonder toestemming van burgemeester en wethouders bij
                                de werkzaamheden wordt afgeweken van het bouwplan;b. de bouw binnen
                                26 weken na het besluit tot verlening van de subsidie niet is
                                gevorderd tot de bovenkant van de begane-grondvloer, dan wel in
                                geval van het bouwen van woonwagens of standplaatsen of het treffen
                                van ingrijpende voorzieningen niet binnen 26 weken met de
                                werkzaamheden is gestart;c. de gereedmelding van de werkzaamheden
                                niet plaatsvindt overeenkomstig artikel 25;d. de gemeentelijke
                                bijzondere verplichtingen niet worden nageleefd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel/></kop><al>In aanvulling op het gestelde in artikel 22 verleent het Dagelijks
                                Bestuur subsidie voor een koopwoning, een koopstandplaats of een
                                koopwoonwagen, onder de verplichting dat de subsidie-ontvanger
                                degene is die of:a. de woning, de standplaats of de woonwagen als
                                eerste eigenaar bewoont; b. de woning, de standplaats of de
                                woonwagen bewoont met ingang van een tijdstip dat minder dan één
                                jaar ligt na het tijdstip van het verlijden van de akte als bedoeld
                                in artikel 3:89 van het Burgerlijk Wetboek; c. indien zodanige akte
                                voor het verkrijgen van de eigendom niet noodzakelijk was, met
                                ingang van een tijdstip dat minder dan één jaar ligt na de dag
                                waarop het dagelijks bestuur de subsidie voor de eerste eigenaar
                                heeft vastgesteld, de woning, de standplaats of de woonwagen als
                                eigenaar bewoont.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel/></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen toezichthouders aanwijzen die
                                toezicht houden op het bepaalde in deze verordening.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.3</nr><titel>Gereedmelding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De subsidie-ontvanger meldt door tussenkomst van burgemeester en
                                    wethouders aan het dagelijks bestuur dat de te bouwen woning,
                                    standplaats of woonwagen gereed is, dan wel dat de werkzaamheden
                                    zijn voltooid.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De gereedmelding is tevens een aanvraag om vaststelling en
                                    betaling van de subsidie.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De subsidie-ontvanger dient de gereedmelding als bedoeld in het
                                    eerste lid in bij burgemeester en wethouders, terstond na de
                                    voltooiing van de werkzaamheden, doch uiterlijk binnen drie jaar
                                    na het verlenen van de subsidie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De gereedmelding als bedoeld in artikel 25 gaat vergezeld van:a.
                                    een verklaring van de subsidie-ontvanger dat bij de bouw,
                                    respectievelijk het treffen van de ingrijpende voorzieningen is
                                    of wordt voldaan aan de bijzondere verplichtingen waaronder de
                                    subsidie is verleend;b. een opgave van de
                                    gereedkomingsdatum.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien de subsidie-ontvanger een ander is dan de aanvrager, gaat
                                    de gereedmelding als bedoeld in het eerste lid vergezeld van een
                                    opgave van de afwijkingen van bestek en tekeningen, indien deze
                                    hebben plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De aanvrager dient gedurende een periode van vijf jaar na de
                                    gereedmelding alle rekeningen en betalingsbewijzen met
                                    betrekking tot de werkzaamheden ter controle beschikbaar te
                                    houden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel/></kop><al>Indien de gereedmelding betrekking heeft op een koopwoning,
                                koopstandplaats of een koopwoonwagen, gaat de gereedmelding als
                                bedoeld in artikel 25, in aanvulling op het gestelde in artikel 26,
                                vergezeld van:a. een bewijs van eigendom in de vorm van een
                                afschrift van de akte als bedoeld in artikel 3:89 van het Burgerlijk
                                Wetboek;b. een bewijs van de datum van eerste bewoning, in de vorm
                                van een uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie
                                persoonsgegevens.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel/></kop><al>Burgemeester en wethouders bevestigen binnen twee weken de ontvangst
                                van de gereedmelding als bedoeld in artikel 25 aan de
                                subsidie-ontvanger.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen acht weken na
                                    ontvangst van een gereedmelding als bedoeld in artikel 25, of de
                                    gereedmelding wordt ingediend bij het Dagelijks Bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een besluit als bedoeld in het
                                    eerste lid éénmaal met acht weken verdagen, voor zover de
                                    controle op de juistheid van de gegevens daartoe aanleiding
                                    geeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel/></kop><al>De indiening van de gereedmelding gaat vergezeld van een verklaring
                                van burgemeester en wethouders dat voldaan is aan deze
                                verordening.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.4</nr><titel>Intrekking en wijziging van subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel/></kop><al>Het Dagelijks Bestuur bevestigt binnen twee weken de ontvangst van
                                de gereedmelding als bedoeld in artikel 30 aan burgemeester en
                                wethouders en aan de subsidie-ontvanger.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Binnen vier weken na ontvangst van de gereedmelding als bedoeld
                                    in artikel 30 neemt het Dagelijks Bestuur een besluit op de
                                    aanvraag tot vaststelling en betaling van subsidie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur kan een besluit als bedoeld in het eerste
                                    lid éénmaal met vier weken verdagen, voor zover de controle op
                                    de juistheid van de gegevens daartoe aanleiding geeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel/></kop><al>Indien de gereedmelding betrekking heeft op een koopwoning,
                                koopstandplaats of een koopwoonwagen, stemt het Dagelijks Bestuur in
                                met de aanvraag als bedoeld in artikel 25, mits de woning, de
                                standplaats of de woonwagen ten behoeve waarvan subsidie is
                                verstrekt, bewoond wordt door de eigenaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel/></kop><al>Indien het Dagelijks Bestuur instemt met de aanvraag tot
                                vaststelling en betaling, stelt het de subsidie vast overeenkomstig
                                het bepaalde in artikel 4:46 van de Algemene wet bestuursrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel/></kop><al>De subsidie wordt betaald als bijdrage ineens, uiterlijk één jaar na
                                de gereedkomingsdatum als bedoeld in artikel 26, eerste lid, onder
                                b.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.5</nr><titel>Nadere bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel/></kop><al>Intrekking en wijziging van de beschikking tot subsidieverlening en
                                subsidievaststelling geschieden overeenkomstig afdeling 4.2.6 van de
                                Algemene wet bestuursrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel/></kop><al>Het Dagelijks Bestuur voegt aan het budget het bedrag toe dat
                                beschikbaar komt als gevolg van intrekking van een besluit tot
                                verlening van subsidie.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.6</nr><titel>Nadere bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur kan op een daartoe strekkende en
                                    gemotiveerde aanvraag van burgemeester en wethouders ontheffing
                                    verlenen van de in artikel 19 genoemde termijn. Een dergelijke
                                    aanvraag wordt vóór het verstrijken van de termijn bij het
                                    Dagelijks Bestuur ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien het Dagelijks Bestuur een aanvraag als bedoeld in het
                                    eerste lid honoreert, geeft het een nieuwe termijn aan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkende en
                                    gemotiveerde aanvraag van de aanvrager, dan wel de
                                    subsidie-ontvanger ontheffing verlenen van de in de artikelen
                                    13,22 en 25 genoemde termijnen. Een dergelijke aanvraag wordt
                                    vóór het verstrijken van de termijn bij burgemeester en
                                    wethouders ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien burgemeester en wethouders een aanvraag als bedoeld in
                                    het eerste lid honoreren, geven zij een nieuwe termijn aan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel/></kop><al>Het Dagelijks Bestuur kan voor de uitvoering van deze verordening
                                nadere regels vaststellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel/></kop><al>De werking van artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht wordt
                                uitgesloten.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>BEPALINGEN PER SUBSIDIECATEGORIE</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.1</nr><titel>Huurwoningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel/></kop><al>Het Dagelijks Bestuur kan aan een toegelaten instelling subsidie
                                verlenen voor het bouwen van een huurwoning.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel/></kop><al>In aanvulling op het gestelde in de artikelen 15 en 16 dienen
                                burgemeester en wethouders een aanvraag om subsidie in, indien de
                                huurprijs van de woning bij aanvang van bewoning niet hoger is dan
                                de hoogste aftoppingsgrens als bedoeld in de Huursubsidiewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel/></kop><al>De subsidie als bedoeld in artikel 42 bedraagt maximaal €
                                5.500,--.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr><titel/></kop><al>Indien specifieke kostenverhogende factoren de bouwprijs van de
                                woning beïnvloeden, kan de subsidie als genoemd in artikel 44 worden
                                verhoogd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen van de in artikel 43 bedoelde
                                    huurprijs afwijken indien de woning vijf of méér kamers zal
                                    hebben.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voor het bepalen van het aantal kamers als bedoeld in het eerste
                                    lid worden een afzonderlijke keuken en een afzonderlijke
                                    badkamer niet meegerekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr><titel/></kop><al>Het Dagelijks Bestuur kan in afwijking van het bepaalde in artikel
                                43 subsidie verlenen voor het bouwen van een woning waarvan de
                                huurprijs hoger is dan de in artikel 43 bedoelde huurprijs, indien
                                specifieke kostenverhogende factoren de bouwprijs van de woning
                                beïnvloeden.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.2</nr><titel>Huurstandplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr><titel/></kop><al>Het Dagelijks Bestuur kan aan een toegelaten instelling of een
                                gemeente subsidie verlenen voor het bouwen van een
                                huurstandplaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr><titel/></kop><al>In aanvulling op het gestelde in de artikelen 15 en 16 dienen
                                burgemeester en wethouders een aanvraag om subsidie in, indien:a. de
                                huurprijs van de standplaats bij aanvang van bewoning, tezamen met
                                de huurprijs van de woonwagen niet hoger is dan de hoogste
                                aftoppingsgrens als bedoeld in de Huursubsidiewet;b. door het bouwen
                                van de standplaats in de onmiddellijke nabijheid van andere
                                standplaatsen, het aantal bijeen gelegen standplaatsen niet meer dan
                                15 zou komen te bedragen, tenzij met instemming van gedeputeerde
                                staten daarvan wordt afgeweken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50</nr><titel/></kop><al>De subsidie als bedoeld in artikel 48 bedraagt maximaal €
                                4.100,--.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51</nr><titel/></kop><al>Indien specifieke kostenverhogende factoren de bouwprijs van de
                                standplaats beïnvloeden, kan de subsidie als genoemd in artikel 50
                                worden verhoogd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52</nr><titel/></kop><al>Indien de standplaats niet is een standplaats met een huurwoonwagen,
                                stelt het Dagelijks Bestuur in het kader van artikel 49 nader vast
                                hoe hoog de huurprijs van de standplaats bij aanvang van bewoning
                                ten hoogste mag zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53</nr><titel/></kop><al>Het Dagelijks Bestuur kan in afwijking van het bepaalde in artikel
                                49 subsidie verlenen voor het bouwen van een standplaats waarvan de
                                huurprijs hoger is dan de in artikel 49 bedoelde huurprijs, indien
                                specifieke kostenverhogende factoren de bouwprijs van de standplaats
                                beïnvloeden.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.3</nr><titel>Huurwoonwagens</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>54</nr><titel/></kop><al>Het Dagelijks Bestuur kan aan een toegelaten instelling of een
                                gemeente subsidie verlenen voor het bouwen van een
                                huurwoonwagen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>55</nr><titel/></kop><al>In aanvulling op het gestelde in de artikelen 15 en 16 dienen
                                burgemeester en wethouders een aanvraag om subsidie in, indien de
                                huurprijs van de woonwagen bij aanvang van bewoning, tezamen met de
                                huurprijs van de standplaats niet hoger is dan de hoogste
                                aftoppingsgrens als bedoeld in de Huursubsidiewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>56</nr><titel/></kop><al>De subsidie als bedoeld in artikel 54 bedraagt maximaal €
                                8.200,--.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.4</nr><titel>Koopwoningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>57</nr><titel/></kop><al>Het Dagelijks Bestuur kan aan een natuurlijke persoon die de woning
                                als eigenaar zal bewonen, en aan de aanvrager subsidie verlenen voor
                                het bouwen van een koopwoning.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>58</nr><titel/></kop><al>In aanvulling op het gestelde in de artikelen 15 en 16 dienen
                                burgemeester en wethouders een aanvraag om subsidie in, indien:a. de
                                kosten van het verkrijgen in eigendom niet hoger zijn dan het in
                                artikel 24 van het Besluit genoemde bedrag; b. de aanvrager
                                verklaart dat het aangaan van de koopovereenkomst of de koop- en
                                aanneemovereenkomst niet afhankelijk wordt gesteld van het tegen een
                                meerprijs afnemen van voorzieningen, leveringen of diensten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>59</nr><titel/></kop><al>De subsidie als bedoeld in artikel 57 bedraagt maximaal €
                                5.500,--.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>60</nr><titel/></kop><al>Indien specifieke kostenverhogende factoren de bouwprijs van de
                                woning beïnvloeden, kan de subsidie als genoemd in artikel 59 worden
                                verhoogd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>61</nr><titel/></kop><al>De subsidie als genoemd in artikel 59 wordt betaald aan de
                                natuurlijke persoon die de woning als eigenaar zal bewonen; de
                                subsidie als bedoeld in artikel 60 wordt betaald aan de
                                aanvrager.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>62</nr><titel/></kop><al>Het Dagelijks Bestuur kan in afwijking van het bepaalde in artikel
                                58 subsidie verlenen voor het bouwen van een woning waarvan de
                                kosten van het verkrijgen in eigendom hoger zijn dan het in artikel
                                58 bedoelde bedrag, indien specifieke kostenverhogende factoren de
                                bouwprijs van de woning beïnvloeden.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.5</nr><titel>Koopstandplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>63</nr><titel/></kop><al>Het Dagelijks Bestuur kan aan een natuurlijke persoon die de
                                standplaats als eigenaar zal bewonen, en aan de aanvrager subsidie
                                verlenen voor het bouwen van een koopstandplaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>64</nr><titel/></kop><al>In aanvulling op het gestelde in de artikelen 15 en 16 dienen
                                burgemeester en wethouders een aanvraag om subsidie in, indien:a. de
                                kosten van het verkrijgen in eigendom niet hoger zijn dan €
                                32.000,--;b. door het bouwen van de standplaats in de onmiddellijke
                                nabijheid van andere standplaatsen, het aantal bijeen gelegen
                                standplaatsen niet meer dan 15 zou komen te bedragen, tenzij met
                                instemming van gedeputeerde staten daarvan wordt afgeweken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>65</nr><titel/></kop><al>De subsidie als bedoeld in artikel 63 bedraagt maximaal €
                                4.100,--.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>66</nr><titel/></kop><al>Indien specifieke kostenverhogende factoren de bouwprijs van de
                                standplaats beïnvloeden, kan de subsidie als genoemd in artikel 65
                                worden verhoogd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>67</nr><titel/></kop><al>De subsidie als genoemd in artikel 65 wordt betaald aan de
                                natuurlijke persoon die de standplaats als eigenaar zal bewonen; de
                                subsidie als bedoeld in artikel 66 wordt betaald aan de
                                aanvrager.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>68</nr><titel/></kop><al>Het Dagelijks Bestuur kan in afwijking van het bepaalde in artikel
                                64 subsidie verlenen voor het bouwen van een standplaats waarvan de
                                kosten van het verkrijgen in eigendom hoger zijn dan het in artikel
                                64 genoemde bedrag, indien specifieke kostenverhogende factoren de
                                bouwprijs van de standplaats beïnvloeden.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.6</nr><titel>Koopwoonwagens</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>69</nr><titel/></kop><al>Het Dagelijks Bestuur kan aan een natuurlijke persoon die de
                                woonwagen als eigenaar zal bewonen subsidie verlenen voor het bouwen
                                van een koopwoonwagen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>70</nr><titel/></kop><al>In aanvulling op het gestelde in de artikelen 15 en 16 dienen
                                burgemeester en wethouders een aanvraag om subsidie in, indien de
                                kosten van het verkrijgen in eigendom niet hoger zijn dan €
                                45.000,--.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>71</nr><titel/></kop><al>De subsidie als bedoeld in artikel 69 bedraagt maximaal €
                                8.200,--.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.7</nr><titel>Ingrijpende voorzieningen aan woningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>72</nr><titel/></kop><al>Het Dagelijks Bestuur kan aan een verhuurder die de woning verhuurt,
                                subsidie verlenen voor het treffen van ingrijpende voorzieningen aan
                                een woning.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>73</nr><titel/></kop><al>In aanvulling op het gestelde in de artikelen 15 en 16 dienen
                                burgemeester en wethouders een aanvraag om subsidie in, indien:a. de
                                bouw van de woning is voltooid vóór 1 januari 1946, tenzij sprake is
                                van het bouwkundig splitsen van de woning;b. de kosten van de
                                voorzieningen aan de woning méér bedragen dan € 22.690,--;c. de
                                warmteweerstand van de gevel en het dak na het treffen van de
                                voorzieningen gelijk is aan, of hoger is dan 1,3 m2kW, met inbegrip
                                van de in artikel 27, derde lid, van het Besluit genoemde
                                afwijkingsmogelijkheden;d. naar het oordeel van burgemeester en
                                wethouders over het bouwplan in voldoende mate overleg heeft
                                plaatsgehad met degene(n) die met de verhuurder van de woning,
                                waarop het bouwplan betrekking heeft, een huurovereenkomst heeft
                                gesloten als bedoeld in artikel 7A:1584 van het Burgerlijk
                                Wetboek;e. voor de woning waaraan de voorzieningen worden getroffen,
                                géén gemeenteraadsbesluit tot onteigening, dan wel tot ontbinding
                                van de erfpachtrechten is genomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>74</nr><titel/></kop><al>De subsidie als bedoeld in artikel 72 bedraagt maximaal €
                                10.900,--.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>75</nr><titel/></kop><al>Indien specifieke kostenverhogende factoren de kosten van het
                                treffen van voorzieningen aan de woning beïnvloeden, kan de subsidie
                                als genoemd in artikel 74 worden verhoogd.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>76</nr><titel/></kop><al>Op aanvragen waarop vóór de inwerkingtreding van deze verordening een
                            bijdrage is verleend, blijven de bepalingen van de regeling op grond
                            waarvan de bijdrage is verleend van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>77</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de uitvoering van bepalingen van
                                deze verordening, voor zover die uitvoering tot hun bevoegdheid
                                behoort, opdragen aan door hen aan te wijzen
                                gemeenteambtenaren.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In de besluiten van ambtenaren als bedoeld in het eerste lid wordt
                                tot uitdrukking gebracht dat deze namens burgemeester en wethouders
                                zijn genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>78</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur kan de uitvoering van bepalingen van deze
                                verordening, voor zover die uitvoering tot zijn bevoegdheid behoort,
                                opdragen aan door hem aan te wijzen gemeenteambtenaren en ambtenaren
                                van het openbaar lichaam.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In de besluiten van ambtenaren als bedoeld in het eerste lid wordt
                                tot uitdrukking gebracht dat deze namens het dagelijks bestuur zijn
                                genomen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Wanneer de uitvoering als bedoeld in het eerste lid wordt opgedragen
                                aan gemeenteambtenaren, is hiervoor de toestemming van burgemeester
                                en wethouders van de betreffende gemeente(n) vereist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>79</nr><titel/></kop><al>Indien vanwege bijzondere omstandigheden een strikte toepassing van het
                            bepaalde in deze verordening naar het oordeel van het dagelijks bestuur
                            zou leiden tot een onredelijke beslissing, kan het Dagelijks Bestuur
                            afwijken van het bepaalde in deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>80</nr><titel/></kop><al>Deze verordening treedt in werking op , zulks onder gelijktijdige
                            intrekking van de Verordening woninggebonden subsidies 1996 voor het
                            Streekgewest Brabant-Noordoost. Genoemde verordening blijft voor de
                            afhandeling van de op basis van die verordening aangegane verplichtingen
                            van kracht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>81</nr><titel/></kop><al>De vaststelling van deze verordening wordt bekend gemaakt in een
                            huis-aan-huisblad of een plaatselijk dagblad. In de bekendmaking wordt
                            tevens aangegeven waar de verordening ter inzage ligt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>82</nr><titel/></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: de "Verordening
                            woninggebonden subsidies 2002 voor het Regionaal Milieubedrijf
                            Brabant-Noordoost".</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld te Cuijk, in de openbare vergadering van het algemeen
                        bestuur van .</ondertekening><ondertekening>De voorzitter, De secretaris, </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>