<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR97797_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Boxmeer</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Boxmeer</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Boxmeer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Boxmeers weekblad, 13 oktober 2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Boxmeer</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Geen.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-09-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-08-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>8217; -2.07.352.65</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Boxmeer</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Boxmeer; gezien het voorstel van het Presidium d.d.
                        30 augustus 2004; gelet op het advies van de commissie Algemene zaken en
                        middelen d.d. 15 september 2004; gelet op artikel 212 van de Gemeentewet; B
                        E S L U I T : vast te stellen de Verordening op de uitgangspunten voor het
                        financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting
                        van de financiële organisatie van de gemeente Boxmeer. </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>1</nr><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: a. administratie: het
                            systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van
                            informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het
                            beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Boxmeer en
                            ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. b.
                            financiële administratie: het onderdeel van de administratie dat omvat
                            het systematisch maken en verwerken van aantekeningen betreffende de
                            financiële gegevens van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente
                            Boxmeer, teneinde te komen tot een goed inzicht in: 一. de
                            financieel-economische positie; 一. het financiële beheer ; 一. de
                            uitvoering van de begroting; 一. het afwikkelen van vorderingen en
                            schulden; 一. alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording
                            daarover. 一. c. administratieve organisatie: het stelsel van
                            organisatorische maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in
                            stand houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke
                            informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke leiding. 一. d.
                            financieel beheer : het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het
                            beheer van middelen en het uitoefenen rechten van de gemeente Boxmeer.
                            一. e. rechtmatigheid het in overeenstemming zijn met geldende wet- en
                            regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen, raadsbesluiten en
                            collegebesluiten. 一. f. doelmatigheid het realiseren van bepaalde
                            prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen. 一. g.
                            doeltreffendheid de mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van
                            het beleid ook daadwerkelijk worden behaald.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>1</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Programmabegroting</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De raad stelt in ieder geval bij de aanvang van de nieuwe
                                raadsperiode een programma¬indeling vast.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De raad stelt per programma vast:</al><al>a. de beoogde maatschappelijke effecten; b. de te leveren goederen
                                en diensten; c. de baten en lasten.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college stelt per programma indicatoren voor met betrekking tot
                                de beoogde maatschappelijke effecten en de te leveren goederen en
                                diensten.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De raad stelt de indicatoren, bedoeld in het derde lid, vast.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van
                                gegevens over de geleverde goederen en diensten en de
                                maatschappelijke effecten, opdat de doelmatigheid en
                                doeltreffendheid van het beleid zoals vastgesteld door de raad,
                                kunnen worden getoetst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Producten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Bij iedere begroting en jaarstukken wordt een overzicht gegeven van
                                de toedeling van de producten uit de productraming aan de
                                programma’s.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De onderverdeling van de programma’s in de producten staat voor de
                                raadsperiode vast, tenzij er dringende redenen zijn tot wijzigen.
                                Wijzigingen worden bij de begroting expliciet vermeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Kaders begroting</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college biedt uiterlijk 1 juni van het begrotingsjaar een nota
                                aan over de kaders voor het volgende begrotingsjaar en de drie
                                opvolgende jaren. In deze nota worden de bevindingen betrokken uit
                                de rapportage van de begrotingsuitvoering bedoeld in artikel 7 en de
                                jaarstukken bedoeld in artikel 8.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De raad stelt deze nota uiterlijk 15 juli vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Nieuw Artikel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college stelt regels die waarborgen dat de uitvoering van de
                                begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend verloopt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college draagt ten aanzien van de productenraming er zorg voor
                                dat:</al><al>a. de lasten en baten, door middel van kostentoerekening, eenduidig
                                zijn toegewezen aan de producten van de productraming; b. de
                                budgetten uit de productraming en kredieten voor investeringen
                                passen binnen de kaders zoals geautoriseerd bij de vaststelling van
                                de uiteenzetting van de financiële positie; c. de lasten van de
                                producten niet dusdanig worden overschreden dat de realisatie van
                                andere producten binnen hetzelfde programma onder druk komt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de lasten van de programma’s
                                zoals geautoriseerd in de (gewijzigde) begroting niet worden
                                overschreden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Interne controle</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en de
                                rechtmatigheid van de jaarrekening zorg voor de jaarlijkse interne
                                toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking, en de
                                rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het
                                college maatregelen tot herstel.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college biedt ten minste elke vier jaar een nota aan inzake de
                                bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van de gemeentelijke
                                regelingen. De raad stelt deze nota vast binnen drie maanden nadat
                                deze is aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van een
                                aantal bedrijfsonderdelen op juistheid, volledigheid en tijdigheid
                                van de bestuurlijke informatievoorziening, de rechtmatigheid van
                                beheershandelingen en op misbruik en oneigenlijk gebruik van de
                                gemeentelijke regelingen. Ieder bedrijfsonderdeel van de gemeente
                                wordt minimaal eens in de acht jaar getoetst.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college zorgt op basis van de resultaten van de toets bedoeld in
                                het derde lid indien nodig voor een plan van verbetering. Het
                                college neemt op basis van het plan van verbetering maatregelen voor
                                herstel van de tekortkomingen.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De resultaten van de toets en het plan van verbetering worden ter
                                kennisgeving aan de raad aangeboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Tussentijdse rapportage en informatie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college informeert de raad door middel van tussentijdse
                                rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over
                                de eerste drie maanden en de eerste acht maanden van het lopende
                                boekjaar.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De tussenrapportages worden aan de raad aangeboden op de volgende
                                tijdstippen:</al><al>a. de driemaands rapportage vóór 1 juni van het lopende
                                begrotingsjaar; b. de achtmaands rapportage vóór 1 november van het
                                lopende begrotingsjaar;</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de
                                programma-indeling van de begroting.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De rapportages gaan in op afwijkingen, zowel wat betreft de baten en
                                lasten, de geleverde goederen en diensten en indien daar aanleiding
                                voor is de maatschappelijke effecten. In de rapportages wordt in
                                ieder geval aandacht besteed aan afwijkingen van:</al><al>a. inkomsten uit de algemene uitkering; b. de rente-ontwikkeling op
                                de kapitaalmarkt; c. resultaten uit grondexploitatie; d. realisatie
                                op begrote subsidieverwachtingen.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt pas
                                een besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen
                                en bedenkingen ter kennis van het college te brengen voorzover het
                                betreft niet bij begroting vastgestelde afzonderlijke verplichtingen
                                inzake: a. investeringen groter dan € 100.000 b. aankoop en verkoop
                                van goederen en diensten groter dan € 50.000; c. het verstrekken van
                                leningen, waarborgen en garanties groter dan € 100.000;</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Het college informeert vooraf de raad en neemt pas een besluit nadat
                                de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter
                                kennis van het college te brengen indien het college nieuwe
                                meerjarige verplichtingen aangaat waarvan de jaarlijkse lasten
                                groter zijn dan € 15.000.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college draagt zorg voor een adequate vertaling van de
                                verantwoording van de diensten naar de productrealisatie en naar de
                                programmaverantwoording.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college legt verantwoording af over de uitvoering van de
                                programma’s. In de verantwoording geeft het college aan:</al><al>a. wat is bereikt; b. welke goederen en diensten zijn geleverd; c.
                                wat de kosten zijn d. hoe de resultaten zich verhouden tot de in de
                                begroting gestelde doelen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma’s of
                                de beleidsdoelen van de programma’s voor het lopende jaar
                                bijstelling behoeven.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>2</nr><titel>Financiële positie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Financiële positie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor, dat al het beleid waartoe de raad
                                heeft besloten, in de uiteenzetting van de financiële positie en de
                                meerjarenramingen is opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het totaalbedrag aan verleende garanties en waarborgen worden bij de
                                uiteenzetting van de financiële positie expliciet vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de financiële positie de
                                investeringskredieten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Waardering </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald
                                actief het saldo van agio en disagio worden lineair afgeschreven
                                zoals hierna is aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste
                                van de exploitatie gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De materiele vaste activa met economisch nut, zoals bedoeld in
                                artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                                gemeenten, worden lineair afgeschreven zoals hierna is aangegeven.
                                Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 5.000 worden niet
                                geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Deze laatst
                                genoemden worden altijd geactiveerd.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Onder activa met een meerjarig maatschappelijk nut, zoals bedoeld in
                                artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                                gemeenten, worden verstaan investeringen in aanleg en
                                renovatie/reconstructie van: (inrichting) wegen, waterwegen; civiele
                                kunstwerken, groen en kunstwerken,</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Aankoop en vervaardiging van activa met een meerjarig
                                maatschappelijk nut worden onder aftrek van bijdragen van derden en
                                bestemmingsreserves ten laste van de exploitatie gebracht. Hiervan
                                kan bij raadsbesluit worden afgeweken. In geval van activering bij
                                raadbesluit wordt het actief lineair afgeschreven over de verwachte
                                levensduur van het actief of een kortere, door de raad aan te geven
                                tijdsduur.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Afschrijving op grond van de voorgaande leden vindt plaats zoals
                                hierna is aangegeven:</al><al/><table summary=""><title/><tgroup cols="3"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><colspec colname="col3"/><tbody><row><entry><al>Nummer 1)</al></entry><entry><al>Vaste activa</al></entry><entry><al>(maximale) afschrijvingstermijn</al></entry></row><row><entry><al>34</al></entry><entry><al>Immateriële vaste activa:</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>34.a</al></entry><entry><al>Kosten sluiten geldleningen en het saldo van
                                                  agio en disagio</al></entry><entry><al>1</al></entry></row><row><entry><al>34.b.1</al></entry><entry><al>Kosten van onderzoek en ontwikkeling</al></entry><entry><al>5</al></entry></row><row><entry><al>34.b.2</al></entry><entry><al>Overige immateriële vaste activa:</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>34.b.2.b</al></entry><entry><al>Automatisering (software)</al></entry><entry><al>5</al></entry></row><row><entry><al>35</al></entry><entry><al>Materiele vaste activa:</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>35.1.a</al></entry><entry><al>Investeringen met een economisch nut:</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>35.1.a.1</al></entry><entry><al>Gronden en terreinen</al></entry><entry><al>Geen</al></entry></row><row><entry><al>35.1.a.2</al></entry><entry><al>Woonruimten</al></entry><entry><al>40</al></entry></row><row><entry><al>35.1.a.3</al></entry><entry><al>Bedrijfsgebouwen</al></entry><entry><al>40</al></entry></row><row><entry><al>35.1.a.4</al></entry><entry><al>Vervoermiddelen</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>35.1.a.4.a</al></entry><entry><al>t.b.v. brandweer</al></entry><entry><al>15</al></entry></row><row><entry><al>35.1.a.4.b</al></entry><entry><al>Overige vervoermiddelen</al></entry><entry><al>8</al></entry></row><row><entry><al>35.1.a.5</al></entry><entry><al>Machines, apparaten en installaties</al></entry><entry><al>10</al></entry></row><row><entry><al>35.1.a.6</al></entry><entry><al>Overige materiële vaste activa:</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>35.1.a.6.a</al></entry><entry><al>Automatisering (hardware)</al></entry><entry><al>5</al></entry></row><row><entry><al>35.1.a.6.b</al></entry><entry><al>Overige materiële vaste activa</al></entry><entry><al>10</al></entry></row><row><entry><al>35.1.b</al></entry><entry><al>Investeringen in de openbare ruimte met een
                                                  maatschappelijk nut:</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>35.1.b.1</al></entry><entry><al>Grond-, weg- en waterbouwkundige werken:</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>35.1.b.2</al></entry><entry><al>Wegen, bruggen, sloten</al></entry><entry><al>25</al></entry></row><row><entry><al>35.1.b.3</al></entry><entry><al>Riolen:</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>35.1.b.3.a</al></entry><entry><al>Eerste aanleg</al></entry><entry><al>40</al></entry></row><row><entry><al>35.1.b.3.b</al></entry><entry><al>Renovatie</al></entry><entry><al>25</al></entry></row><row><entry><al>Nummer 2)</al></entry><entry><al>Vaste activa</al></entry><entry><al>(maximale) afschrijvingstermijn</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>36</al></entry><entry><al>Financiële vaste activa</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>36.a.</al></entry><entry><al>Kapitaalverstrekkingen:</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>36.a.1</al></entry><entry><al>Deelnemingen:</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>36.a.1.1</al></entry><entry><al>Effecten</al></entry><entry><al>Geen</al></entry></row><row><entry><al>36.a.2</al></entry><entry><al>Aandelen in gemeenschappelijke regelingen
                                                  alsmede deelnemingen</al></entry><entry><al>Geen</al></entry></row><row><entry><al>36.a.3</al></entry><entry><al>Overige verbonden partijen</al></entry><entry><al>Geen</al></entry></row><row><entry><al>36.b</al></entry><entry><al>Leningen aan:</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>36.b.1</al></entry><entry><al>Woningbouwcorporaties</al></entry><entry><al>Geen</al></entry></row><row><entry><al>36.b.2</al></entry><entry><al>Deelnemingen</al></entry><entry><al>Geen</al></entry></row><row><entry><al>36.b.3</al></entry><entry><al>Overige verbonden partijen</al></entry><entry><al>Geen</al></entry></row><row><entry><al>36.c</al></entry><entry><al>Overige langlopende leningen</al></entry><entry><al>30</al></entry></row><row><entry><al>36.d</al></entry><entry><al>Overige uitzettingen met een rentetypische
                                                  looptijd van één jaar of langer</al></entry><entry><al>Geen</al></entry></row><row><entry><al>36.e</al></entry><entry><al>Bijdragen aan activa in eigendom van derden</al></entry><entry><al>10</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>1 De nummers verwijzen naar de desbetreffende artikelen van het BBV
                                2 De nummers verwijzen naar de desbetreffende artikelen van het
                                BBV</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor openstaande vorderingen betreffende: a. onroerende
                                zaakbelasting gebruikers; b. onroerende zaakbelasting eigenaren; c.
                                rioolrechten;d. en reinigingsrechten; wordt een voorziening wegens
                                oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische percentage van
                                oninbaarheid.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens
                                oninbaarheid gevormd op basis van een beoordeling op inbaarheid van
                                de openstaande vorderingen ouder dan drie maanden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college biedt jaarlijks gelijktijdig met de in artikel 4
                                genoemde nota de (bijgestelde) nota reserves en voorzieningen
                                aan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De nota behandelt:</al><al>a. de vorming en besteding van reserves; b. de vorming en besteding
                                voorzieningen; c. de toerekening en verwerking van rente over de
                                reserves en de voorzieningen, in relatie tot de nota
                                weerstandsvermogen bedoeld in artikel 16.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De raad stelt deze nota uiterlijk 15 juli vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten en diensten
                                van de gemeente Boxmeer wordt een systeem van kostentoerekening
                                gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten
                                alleen die indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen
                                met de door de gemeente verleende diensten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij de indirecte kosten worden betrokken de bijdragen aan reserves
                                voor de noodzakelijke vervanging vande betrokken activa, de
                                kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en voor rioolrechten,
                                reinigingsrechten en afvalstoffenheffing de compensabele BTW.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De omslagrente voor de rentetoerekening van de kapitaallasten wordt
                                bepaald door het rentetotaal van de uitstaande leningen en de bij
                                begroting vastgestelde gecalculeerde rente over het eigen vermogen
                                en voorzieningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college draagt bij de uitoefening van de financieringsfunctie
                                zorg voor a. het aantrekken van voldoende financiële middelen en het
                                uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de
                                raad vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren; b.
                                het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie
                                zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s; c. het zo
                                veel mogelijk beperken van de kosten van de leningen en het bereiken
                                van een voldoende rendement op de uitgezette gelden; d. het beperken
                                van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren
                                van de geldstromen en financiële posities.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college neemt bij de uitvoering van de financieringsfunctie de
                                richtlijnen in acht die zijn opgenomen in het door de raad
                                vastgestelde Treasurystatuut.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van financiële
                                participaties anders dan genoemd in het tweede lid worden
                                uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak. Bij het
                                uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het aangaan
                                van financiële paricipaties uit hoofde van de publieke taak bedingt
                                het college indien mogelijk zekerheden. Het college motiveert in
                                zijn besluit het openbaar belang van dergelijke uitzettingen van
                                middelen, verstrekkingen van garanties en financiële
                                participaties.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college stelt regels op ter uitvoering van het gestelde onder
                                het eerste tot en met derde lid en legt deze regels alsmede de
                                regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de
                                bijbehorende informatievoorziening vast in een besluit
                                financieringsstatuut. Het college zendt het besluit
                                financieringsstatuut ter kennisgeving aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Registratie bezittingen, activa en vermogen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college draagt zorgt voor een actuele en volledige registratie
                                van bezittingen. In de registratie worden ook opgenomen
                                niet-geactiveerde kunstvoorwerpen met cultuurhistorische waarde en
                                de niet- of netto-geactiveerde investeringen in de openbare
                                ruimte.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor, dat de registratie en de
                                ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de gemeente
                                systematisch worden gecontroleerd, met dien verstande dat de
                                waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de
                                (debiteuren-)vorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen en
                                de (crediteuren-)schulden jaarlijks worden gecontroleerd en
                                registergoederen en bedrijfsmiddelen tenminste eenmaal in de vier
                                jaar.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Bij afwijkingen in de registratie van bezittingen neemt het college
                                maatregelen voor herstel van de tekortkomingen. De resultaten van de
                                controle en eventuele plannen van verbetering worden ter
                                kennisgeving aan de raad aangeboden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>3</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Lokale heffingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college biedt tenminste eenmaal in de vier jaar een
                                (bijgestelde) nota lokale heffingen aan. Deze nota behandelt in
                                ieder geval: . de samenstelling van het pakket aan gemeentelijke
                                belastingen en heffingen; . de verdeling van de druk van de
                                belastingen over de diverse bevolkingsgroepen en
                                belanghebbenden;</al><al>-de kostendekkendheid van de heffingen; . de druk van de lokale
                                belastingen en heffingen; . het kwijtscheldingsbeleid en het
                                tarievenbeleid.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De nota bevat voorts een overzicht van de verordeningen met de
                                bijbehorende vaststellingsdata waarin tarieven, heffingen en prijzen
                                zijn vastgelegd. Het college draagt er zorg voor dat er een actueel
                                overzicht is van de tarieven, heffingen, prijzen en kosten per
                                verstrekte dienst. De raad stelt de nota vast binnen drie maanden
                                nadat de nota is aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Voor het vaststellen van de hoogte van gemeentelijke tarieven,
                                heffingen en prijzen door de raad verstrekt het college aan de raad
                                per verordening de actueel geraamde hoeveelheden per door de
                                gemeente verstrekte dienst, waarover de tarieven, heffingen en
                                prijzen in rekening worden gebracht en per verordening het totaal
                                van de geraamde kosten van de erin genoemde door de gemeente
                                verstrekte diensten.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Bij de begroting en jaarstukken doet het college in de paragraaf
                                lokale heffingen verslag van: de opbrengsten per lokale heffing; het
                                volume en bedrag aan kwijtscheldingen; de kostendekkendheid van de
                                rioolrechten en de afvalstoffenheffing; de (ontwikkeling van de)
                                lokale lastendruk voor gezinshuishoudingen en bedrijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Weerstandsvermogen en risicomanagement</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college biedt tenminste eenmaal in de vier jaar een
                                (bijgestelde) nota weerstandsvermogen en risicomanagement aan. In
                                deze nota wordt ingegaan op het risicomanagement, het opvangen van
                                risico’s door verzekeringen, voorzieningen, het weerstandsvermogen
                                of anderszins. In de nota wordt tevens het gewenste
                                weerstandscapaciteit bepaald. De raad stelt de nota vast binnen drie
                                maanden nadat de nota is aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college geeft aan in de paragraaf weerstandsvermogen van de
                                begroting en van de jaarstukken de risico’s van materieel belang en
                                een inschatting van de kans dat deze risico’s zich voordoen. Het
                                college brengt hierbij in elk geval de risico’s in beeld en
                                actualiseert de risico’s genoemd in de nota bedoeld in het eerste
                                lid.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college geeft aan in de paragraaf weerstandsvermogen van de
                                begroting en van de jaarstukken de weerstandscapaciteit en in
                                hoeverre schade en verliezen als gevolg van de risico’s van
                                materieel belang met de weerstandscapaciteit kunnen worden
                                opgevangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Nieuw Artikel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college biedt tenminste eens in de vier jaar een nota onderhoud
                                openbare ruimte aan. De nota geeft het kader weer voor de inrichting
                                van het onderhoud en het beoogde onderhoudsniveau voor het openbaar
                                groen, water, wegen, kunstwerken en straatmeubilair en eveneens de
                                normkostensystematiek en het meerjarig budgettair beslag. De raad
                                stelt de nota vast binnen drie maanden nadat de nota is
                                aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college biedt ten minste eens in de vier jaar een nota
                                rioleringsplan aan. De nota geeft het kader weer voor de inrichting
                                van het onderhoud, het beoogde onderhoudsniveau en de uitbreiding
                                van de riolering alsmede de kwaliteit van het milieu en eveneens de
                                normkostensystematiek en het meerjarig budgettair beslag. De raad
                                stelt de nota vast binnen drie maanden nadat de nota is
                                aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college biedt tenminste eens in de vier jaar een nota onderhoud
                                gebouwen aan ter behandeling en vaststelling door de raad. De nota
                                bevat de voorstellen voor het te plegen onderhoud en de bijbehorende
                                kosten aan de gemeentelijke gebouwen en eveneens de
                                normkostensystematiek en het meerjarig budgettair beslag. De raad
                                stelt de nota voor 15 juli vast.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf
                                onderhoud kapitaalgoederen verslag over de voortgang van het
                                geplande onderhoud en het eventuele achterstallig onderhoud aan
                                openbaar groen, water, wegen, kunstwerken, straatmeubilair,
                                riolering, gebouwen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Financiering</titel></kop><al>Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf
                            financiering in ieder geval verslag van: a de kasgeldlimiet; b de
                            renterisico norm; de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte
                            voor de komende drie jaar; d de rentevisie en e de rentekosten en
                            rente-opbrengsten verbonden aan de financieringsfunctie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Bedrijfsvoering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college stelt tenminste eenmaal in de vier jaar een nota
                                bedrijfsvoering vast. De nota wordt ter kennisgeving aan de raad
                                gezonden. In de nota wordt speciale aandacht geschonken aan de
                                relatie tussen het gemeentelijk apparaat en de inwoners van de
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In de bedrijfsvoeringsparagraaf in de begroting wordt ingegaan op de
                                tijdelijke en actuele onderwerpen die aandacht behoeven. In de
                                bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag wordt gerapporteerd
                                over de bij de begroting bepaalde onderwerpen aangaande de
                                bedrijfsvoering alsmede over nieuwe ontwikkelingen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college rapporteert in de bedrijfsvoeringsparagraaf van de
                                begroting en jaarstukken over de voortgang van de onderzoeken naar
                                de doelmatigheid en doeltreffendheid, bedoeld in artikel 213a
                                Gemeentewet, en de uitputting van de bijbehorende budgetten.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Geen inhoud aanwezig van lid</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Verbonden partijen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college biedt tenminste eenmaal in de vier jaar een nota
                                verbonden partijen aan. De raad stelt de nota vast binnen drie
                                maanden nadat de nota is aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Van elk van de verbonden partijen wordt weergegeven het openbaar
                                belang, het eigen vermogen, de solvabiliteit, het financieel
                                resultaat en het financieel belang en de zeggenschap van de
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De nota bevat voorts de kaders voor het beleid aangaande (het
                                aangaan van nieuwe) participaties met name de condities waaronder
                                het publiek belang is gediend met behartiging door verbonden
                                partijen, de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de
                                verbonden partijen en de financiële voorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>In de begroting en de jaarstukken wordt in de paragraaf verbonden
                                partijen in elk geval ingegaan op nieuwe verbonden partijen, het
                                beëindigen van bestaande verbonden partijen, het wijzigen van
                                bestaande verbonden partijen en eventuele problemen bij bestaande
                                verbonden partijen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Grondbeleid</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college biedt jaarlijks een (bijgestelde) nota grondbeleid aan
                                ter behandeling en vaststelling door de raad. In deze nota wordt
                                aandacht besteed aan: a. de relatie met de programma’s van de
                                begroting; b. de strategische visie van het toekomstig grondbeleid
                                van de gemeente; c. aan te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen
                                projecten; d. de voorraadverwerving en uitgifte van gronden; e. de
                                uitgifte van gronden in erfpacht en de bijstelling van
                                erfpachtvergoedingen. De raad stelt de nota vast binnen drie maanden
                                nadat de nota is ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In de paragraaf grondbeleid van de begroting en de jaarstukken wordt
                                ingegaan op de uitvoering van de nota grondbeleid, met name de
                                belangrijkste financiële ontwikkelingen zoals
                                verlies/winstverwachtingen, de verwerving van gronden e.d. en de
                                relaties van het grondbeleid met de programma’s.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Verstrekking subsidies</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college biedt tenminste eens in de vier jaar een (bijgestelde)
                                nota verstrekking gemeentelijke subsidies aan. De nota bevat het
                                kader voor de verstrekking van gemeentelijke subsidies en een
                                overzicht van de toegekende gemeentelijke subsidies.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De raad stelt de nota vast binnen drie maanden na aanbieding van de
                                nota door het college.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>4</nr><titel>Financiële organisatie en administratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Administratie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder
                                geval dienstbaar is voor: a. het sturen en het beheersen van
                                activiteiten en processen in de gemeente; b. het verstrekken van
                                informatie over ontwikkelingen in de omvang van activa met
                                economisch nut, activa met maatschappelijk nut, voorraden,
                                vorderingen en schulden, enzovoorts.; c. het verschaffen van
                                informatie aan de budgethouders en voor het maken van
                                kostencalculaties; d. het bevorderen van de rechtmatigheid, de
                                doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in
                                relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake
                                geldende wet- en regelgeving; e. het afleggen van verantwoording
                                over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van
                                het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                begroting en ter zake geldende wet- en regelgeving; f. de controle
                                van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan
                                ontleende informatie alsmede voor de controle op de rechtmatigheid,
                                de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in
                                relatie tot de gestelde beleidsdoelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Financiële administratie</titel></kop><al>Het college draagt er zorg voor dat: a. de inrichting en de werking van
                            de financiële administratie voldoet aan het Besluit begroting en
                            verantwoording provincies en gemeenten en andere relevante wet- en
                            regelgeving; b. de vereiste informatie verstrekt wordt aan het rijk, de
                            provincie en de Europese Unie, alsmede aan andere instellingen die
                            specifieke verantwoordingsverplichtingen opleggen aan gemeenten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college draagt de zorg voor en legt (in een besluit) vast: a. een
                            eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig
                            toewijzing van de gemeentelijke taken; b. een adequate scheiding van
                            taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen
                            van interne controle wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de
                            verstrekte informatie aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd; c.
                            de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                            verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                            investeringskredieten; d. de regels voor de opdrachtverlening en de
                            verrekening van leveringen tussen de diverse onderdelen van de gemeente;
                            e. de te maken afspraken over de te leveren prestaties, de daarvoor
                            beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de
                            voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Aanbesteding en inkoop</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor en legt (in een besluit) vast de interne
                            regels (protocol) voor de inkoop en aanbesteding van werken en diensten.
                            De regels waarborgen dat wordt gehandeld in overeenstemming met de
                            regels terzake van de Europese Unie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Subsidieverstrekking en steunverlening</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor en legt (in een besluit) vast de interne
                            regels (protocol) voor de toekenning van steunverlening aan
                            ondernemingen en de toekenning van subsidies. De regels waarborgen dat
                            wordt gehandeld in overeenstemming met de regels terzake van de Europese
                            Unie en de subsidieverordening van de gemeente Boxmeer.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking per 1 januari 2005, met dien
                            verstande dat de begroting, meerjarenraming, de jaarstukken, de
                            uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden en de daarbij
                            behorende toelichtingen met ingang van de begroting voor het
                            begrotingsjaar 2005 voldoen aan de bepalingen van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam “Financiële
                            verordening gemeente Boxmeer”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de Raad van de gemeente Boxmeer in zijn openbare
                        vergadering van 30 september 2004. De Raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de Griffier, de Voorzitter, </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>