<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR97532_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Monumentenverordening Noordwijkerhout 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Noordwijkerhout</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Noordwijkerhout</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Monumentenverordening Noordwijkerhout 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2001-05-31</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2000-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Monumentenverordening Noordwijkerhout 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Noordwijkerhout 2008; gelezen het voorstel van het
                        college van burgemeester en wethouders, gelet op artikel 149 van de
                        Gemeentewet en de artikelen 12, 14, 15 van de Monumentenwet 1988; besluit
                        tot vaststelling van de Monumentenverordening Noordwijkerhout 2008.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Monumenten:</al><lijst><li nr="1."><al>zaken die van algemeen belang zijn wegens hun
                                            schoonheid, betekenis voor de wetenschap of
                                            cultuurhistorische waarde;</al></li><li nr="2."><al>terreinen die van algemeen belang zijn wegens een daar
                                            aanwezige zaak als bedoeld onder 1;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>gemeentelijke archeologische monumenten: onroerende goederen en
                                    zaken, bedoeld in onderdeel a, onder 2;</al></li><li nr="c."><al>beschermde gemeentelijke monumenten: onroerende goederen en
                                    zaken, die overeenkomstig de bepalingen van deze verordening als
                                    beschermde gemeentelijke monumenten zijn aangewezen;</al></li><li nr="d."><al>gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn
                                    geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als beschermd
                                    gemeentelijk monument of als beschermd beeldbepalend pand of
                                    zaak aangewezen zaken;</al></li><li nr="e."><al>rijksmonumenten: onroerende goederen en zaken, die op grond van
                                    artikel 3 van de Monumentenwet 1988 zijn aangewezen als
                                    beschermd monument en zijn ingeschreven in het register als
                                    bedoeld in artikel 6 van de Monumentenwet 1988;</al></li><li nr="f."><al>kerkelijke monumenten: onroerende goederen of zaken met de
                                    status van beschermd rijksmonument of beschermd gemeentelijk
                                    monument, die eigendom zijn van een kerkgenootschap, kerkelijke
                                    gemeente of parochie of van een kerkelijke instelling en die
                                    uitsluitend of voor een overwegend deel wordt gebruikt voor de
                                    uitoefening van de eredienst;</al></li><li nr="g."><al>beschermde beeldbepalende panden of zaken:</al><al>onroerende goederen en zaken, geen monument zijnde, die van
                                    algemeen belang zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>als kenmerkende uitdrukkingen van een bepaalde
                                            bouwwijze, verkaveling of typologie;</al></li><li nr="-"><al>als kenmerkende overblijfselen van een historische
                                            ontwikkeling;</al></li><li nr="-"><al>en als zodanig overeenkomstig de bepalingen van deze
                                            verordening als beschermde beeldbepalende panden of
                                            zaken zijn aangewezen.</al></li></lijst></li><li nr="h."><al>Monumentencommissie: de op basis van art. 15, lid 1
                                    Monumentenwet 1988 ingestelde commissie met als taak het college
                                    op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing
                                    van de Monumentenwet 1988, de Monumentenverordening
                                    Noordwijkerhout 2008 en het beleid ten aanzien van onroerend
                                    cultureel erfgoed in ruime zin;</al></li><li nr="i."><al>bouwhistorisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd
                                    onderzoek naar de bouwgeschiedenis en de bouwhistorische
                                    kwaliteit van een monument.</al></li><li nr="j."><al>College: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Noordwijkerhout.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Het gebruik van het monument</titel></kop><al>Bij toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het
                            gebruik van het monument.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Beschermde gemeentelijke monumenten</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>De aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument en de
                                registratie op de gemeentelijke monumentenlijst</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende,
                                    een pand, terrein of object aanwijzen als beschermd gemeentelijk
                                    monument.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt
                                    het advies aan de Monumentencommissie. In spoedeisende gevallen
                                    kan het vragen van dit advies achterwege blijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ten behoeve van de aanwijzing van een onroerend
                                    goed of zaak als beschermd gemeentelijk monument bepalen dat
                                    bouwhistorisch of archeologisch onderzoek wordt verricht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college stelt de raad in kennis van het besluit over de
                                    aanwijzing van een beschermd gemeentelijk monument.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voordat het college een kerkelijk monument als beschermd
                                    gemeentelijk monument aanwijst, voert het overleg met de
                                    eigenaar.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op
                                    grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of op grond van
                                    artikel 4 van de Monumentenverordening Zuid-Holland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Voorbescherming</titel></kop><al>Met ingang van de datum waarop het college bij besluit het voornemen
                                heeft uitgesproken om een onroerend goed of zaak aan te wijzen als
                                beschermd gemeentelijk monumenten tot het moment dat inschrijving in
                                het register als bedoeld in artikel 7 plaatsvindt, dan wel
                                onherroepelijk vaststaat dat het onroerend goed of zaak niet wordt
                                geregistreerd op de gemeentelijke monumentenlijst, zijn de artikelen
                                10 tot en met 14 van overeenkomstige toepassing als ware het een
                                beschermd gemeentelijk (archeologisch) monument.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Termijnen advies en aanwijzingsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken
                                    na ontvangst van het verzoek van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beslist binnen twaalf weken na ontvangst van het
                                    advies van de Monumentencommissie, maar in ieder geval binnen 20
                                    weken na de adviesaanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Mededeling aanwijzingsbesluit</titel></kop><al>De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt meegedeeld
                                aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger
                                bekend staan en aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college registreert het beschermde gemeentelijke monument op
                                    de gemeentelijke monumentenlijst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke
                                    aanduiding, de datum van de aanwijzing, de kadastrale
                                    aanduiding, de tenaamstelling en een beschrijving of typering
                                    van het beschermde gemeentelijke monument.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijziging van de aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de aanwijzing ambtshalve of op aanvraag van een
                                    belanghebbende wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 3, tweede tot en met zesde lid, en artikel 4 tot en met
                                    6, zijn van overeenkomstige toepassing op het
                                    wijzigingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de wijziging naar het oordeel van het college van
                                    ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing
                                    als bedoeld in het tweede lid, achterwege.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De inhoud en de datum van de wijziging worden op de
                                    gemeentelijke monumentenlijst aangetekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Intrekken van de aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de aanwijzing intrekken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college de aanwijzing intrekt, zijn artikel 3, tweede
                                    lid, en de artikel 4 en 5 van overeenkomstige toepassing op de
                                    intrekking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanwijzing wordt geacht te zijn ingetrokken, indien
                                    toepassing wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988
                                    of aan artikel 4 van de Monumentenverordening Zuid-Holland.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst
                                    aangetekend.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Instandhouding van beschermde gemeentelijke monumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Instandhoudingbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een beschermd gemeentelijk monument te
                                    beschadigen of te vernielen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>is verboden zonder vergunning van het college of in strijd met
                                    bij zodanig vergunning gestelde voorschriften:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschermd gemeentelijk monument af te breken, te
                                            verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te
                                            wijzigen;</al></li><li nr="b."><al>een beschermd gemeentelijk monument te herstellen, te
                                            gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze,
                                            dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het eerste en
                                    tweede lid, gelden niet indien het college nadere regels stelt
                                    met betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te
                                    worden uitgevoerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>De aanvraag</titel></kop><al>De aanvraag van de vergunning als bedoeld in artikel 10, lid 2,
                                wordt schriftelijk via een door de gemeente vastgesteld formulier
                                ingediend bij het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Termijnen van advies en vergunningverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op de voorbereiding van een besluit op de aanvraag om vergunning
                                    als bedoeld in artikel 10, lid 2, is afdeling 3.4 van de
                                    Algemene wet bestuursrecht van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college zendt onmiddellijk een afschrift van de
                                    ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een beschermd
                                    gemeentelijk monument aan de Monumentencommissie voor
                                    advies.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Binnen acht weken na de datum van verzending van het afschrift
                                    brengt de Monumentencommissie schriftelijk advies uit aan het
                                    college.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het college niet besluit binnen de (in artikel 3:18
                                    Algemene wet bestuursrecht) gestelde termijn, wordt de
                                    vergunning – met uitzondering van de aanvraag om sloopvergunning
                                    - geacht te zijn verleend. Voor een sloopvergunning geldt dat
                                    als het college niet voldoet aan de in de eerste zin van dit
                                    artikel bedoelde termijn, deze wordt geachte te zijn
                                    geweigerd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een vergunning ingevolge deze verordening blijft buiten werking
                                    gedurende zes weken na de datum waarop zij is verleend of van
                                    rechtswege is verleend. Indien gedurende deze termijn bezwaar
                                    wordt gemaakt op grond van de Algemene wet bestuursrecht, blijft
                                    de vergunning buiten werking totdat op het bezwaar is
                                    beslist.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan in het belang van het behoud van monumentale en
                                    bouwhistorische waarden bepalen dat voorafgaand aan de
                                    vergunningverlening bouwhistorisch onderzoek wordt
                                    verricht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Kerkelijk monument</titel></kop><al>Het college verleent met betrekking tot een kerkelijk monument geen
                                vergunning ingevolge de bepalingen van artikel 10, lid 2 dan in
                                overeenstemming met de eigenaar, indien en voor zover het een
                                vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de
                                godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Intrekken van een vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning kan door het college worden ingetrokken
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
                                            onvolledige opgave is verleend;</al></li><li nr="b."><al>blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als
                                            bedoeld in artikel 10, lid 2, niet naleeft;</al></li><li nr="c."><al>de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder
                                            zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het
                                            monument zwaarder dient te wegen;</al></li><li nr="d."><al>niet binnen twee jaar van de vergunning gebruik wordt
                                            gemaakt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het besluit tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de
                                    Monumentencommissie.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Beschermde beeldbepalende panden of zaken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Aanwijzing tot beschermd beeldbepalend pand of zaak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, al dan niet op verzoek van belanghebbende,
                                besluiten een onroerende zaak, groenelement of structuur aan te
                                wijzen als beschermd beeldbepalend pand of zaak.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 3, tweede tot en met zesde lid, artikel 4 tot en met 9, 11,
                                artikel 12, eerste tot en met vijfde lid, artikel 13 tot en met 14
                                zijn van overeenkomstige toepassing. In genoemde artikelen moet ‘het
                                beschermde gemeentelijke monument’ echter gelezen worden als ‘het
                                beschermde beeldbepalende pand of de beschermde beeldbepalende
                                zaak’.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Advies van de Monumentencommissie en beslissing op de
                                aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het beoordelen van de (ver)bouwplannen voor een beeldbepalende
                                zaak, moet de Monumentencommissie voor zover van toepassing haar
                                aandacht richten op het instandhouden van de uiterlijke
                                verschijningsvorm en karakteristiek van de beeldbepalende zaak,
                                evenals op de uitstraling of beeldbepaling in de openbare
                                ruimte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het interieur wordt, voor zover van toepassing, niet betrokken bij
                                de beoordeling van (ver)bouwplannen voor beeldbepalende zaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 10 wordt geweigerd, indien
                                door de uitvoering van de aangevraagde werkzaamheden, dan wel door
                                te verwachten directe of indirecte gevolgen, blijvend onevenredige
                                afbreuk wordt gedaan aan het uitwendige karakter van de onroerende
                                zaak, het groenelement of de structuur en hieraan door het stellen
                                van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden
                                gekomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in artikel 10, het
                                eerste en tweede lid, gelden niet indien het college nadere regels
                                stelt met betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te
                                worden uitgevoerd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Beschermde rijksmonumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Vergunning voor beschermd rijksmonument</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke
                                aanvraag om vergunning voor een beschermd rijksmonument met de naar
                                voren gebrachte zienswijzen aan de Monumentencommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Monumentencommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag
                                binnen acht weken na de datum van verzending van het afschrift.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij overschrijding van de in het tweede lid genoemde termijn wordt
                                de Monumentencommissie geacht te hebben geadviseerd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>Alle vormen van schade als gevolg van de toepassing van deze verordening
                            worden afgehandeld volgens de bepalingen in het Nieuw Burgerlijk
                            Wetboek.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Degene die handelt in strijd met de artikel 10 van deze verordening,
                            wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Opsporingsbevoegdheid</titel></kop><al>De opsporing van de in artikel 18 strafbaar gestelde feiten is, naast de
                            in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde
                            opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door het college met de
                            zorg voor de naleving van deze verordening zijn belast, ieder voor zover
                            het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Binnentreden</titel></kop><al>Zo dikwijls de zorg voor de naleving van deze verordening dit vereist,
                            wordt hierbij de machtiging verstrekt al dan niet besloten ruimten en
                            plaatsen, met uitzondering van woningen, desnoods tegen de wil van de
                            rechthebbende, bewoner of gebruiker, te betreden, aan hen die en voor
                            zover zij door het bevoegd gezag belast zijn met het toezicht op de
                            naleving van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde
                                gemeentelijke monumenten treedt zij – conform artikel 142 van de
                                Gemeentewet – in werking op de eerste dag van de maand volgend op
                                die van bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verordening, vastgesteld bij raadsbesluit van 31 mei 2001, voor
                                zover het betreft bepalingen over beschermde gemeentelijke
                                monumenten, vervalt op de datum dat de nieuwe verordening in werking
                                treedt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De 41 onroerende zaken die voorafgaande aan de vaststelling van de
                                Monumentenverordening 2001 op voorspraak van de Monumentencommissie
                                ad hoc zijn geselecteerd om te worden aangewezen als beschermd
                                gemeentelijk monument, geldt dat niet opnieuw het advies van de
                                Monumentencommissie hoeft te worden ingewonnen. Het college kan de
                                aanwijzingsprocedure voor de nog bestaande onroerende zaken op basis
                                van de Monumentenverordening Noordwijkerhout 2008 onverwijld
                                starten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde
                                rijksmonumenten, treedt zij in werking overeenkomstig het bepaalde
                                in artikel 15, tweede lid, van de Monumentenwet 1988.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De monumentenverordening, vastgesteld bij raadsbesluit van 31 mei
                                2001, voor zover het bepalingen betreft over beschermde
                                rijksmonumenten, vervalt op de datum waarop het vierde lid
                                betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De op grond van de oude, in het tweede lid ingetrokken, verordening
                                aangewezen gemeentelijke monumenten worden geacht te zijn aangewezen
                                en geregistreerd overeenkomstig de bepalingen van deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding
                                van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de
                                bepalingen van de in het tweede lid ingetrokken verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>In bijzondere gevallen kan het college in het belang van de
                            instandhouding van een beschermd gemeentelijk monument afwijken van de
                            bepalingen van deze verordening. De Monumentencommissie adviseert over
                            de afwijking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Monumentenverordening
                            Noordwijkerhout 2008”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>