<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR97528_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Erfgoedverordening Noordwijkerhout 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Noordwijkerhout</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Noordwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Erfgoedverordening Noordwijkerhout 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-02-11</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Erfgoedverordening Noordwijkerhout 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Noordwijkerhout, gelezen het voorstel van het
                        college van burgemeester en wethouders van d.d. 17 november 2010; en gelet
                        op artikel 149 van de Gemeentewet, de artikelen 12, 15 en 38 van de
                        Monumentenwet 1988 en de artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen
                        omgevingsrecht; besluit tot vaststelling van de Erfgoedverordening
                        Noordwijkerhout 2010.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>1</nr><titel>BEGRIPSBEPALINGEN</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Monument:</al><lijst><li nr="1."><al>zaak, die van algemeen belang is wegens zijn
                                            schoonheid, betekenis voor de wetenschap of
                                            cultuurhistorische waarde;</al></li><li nr="2."><al>terrein dat van algemeen belang is wegens een daar
                                            aanwezige zaak bedoeld onder 1;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>gemeentelijk monument: onroerend goed of zaak die overeenkomstig
                                    deze verordening als beschermd gemeentelijk monument is
                                    aangewezen;</al></li><li nr="c."><al>archeologisch monument: monument als bedoeld in onderdeel a,
                                    onder 2;</al></li><li nr="d."><al>gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn
                                    geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als
                                    gemeentelijk monument aangewezen zaken of terreinen bedoeld in
                                    onderdeel a;</al></li><li nr="e."><al>beschermd monument: beschermd monument als bedoeld in artikel
                                    1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht;</al></li><li nr="f."><al>monumentencommissie: de op basis van art.15 Monumentenwet 1988
                                    ingestelde commissie met als taak het college op verzoek of uit
                                    eigen beweging te adviseren over de toepassing van de
                                    Monumentenwet 1988, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht,
                                    de verordening en het monumentenbeleid;</al></li><li nr="g."><al>beschermde beeldbepalende panden of zaken: </al><al>onroerende goederen en zaken, geen monument zijnde, die van
                                    algemeen belang zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>als kenmerkende uitdrukkingen van een bepaalde
                                            bouwwijze, verkaveling of typologie;</al></li><li nr="-"><al>als kenmerkende overblijfselen van een historische
                                            ontwikkeling;</al></li><li nr="-"><al>en als zodanig overeenkomstig de bepalingen van deze
                                            verordening als beschermde beeldbepalende panden of
                                            zaken zijn aangewezen.</al></li></lijst></li><li nr="h."><al>gemeentelijke archeologische waardenkaart: topografische kaart
                                    van het gemeentelijke grondgebied of delen van het grondgebied,
                                    waarop archeologische monumenten en archeologische
                                    verwachtingsgebieden zijn aangegeven;</al></li><li nr="i."><al>landelijke Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden:
                                    landelijke kaart met een schaal van 1:50.000, die op basis van
                                    geomorfologische gegevens, de kans weergeeft op de aanwezigheid
                                    van archeologische vindplaatsen, waarbij onderscheid wordt
                                    gemaakt in hoge, middelhoge, lage en zeer lage trefkans;</al></li><li nr="j."><al>provinciale Archeologische Monumentenkaart: topografische kaart
                                    van (delen van) het provinciale grondgebied, waarop
                                    archeologische monumenten en archeologische gebieden zijn
                                    aangegeven;</al></li><li nr="k."><al>archeologisch verwachtingsgebied: gebied, aangegeven op de
                                    archeologische waardenkaart, waarvan is aangegeven dat in
                                    bepaalde mate archeologische vondsten of sporen te verwachten
                                    zijn;</al></li><li nr="l."><al>hoge verwachtingswaarde: grote kans op archeologische vondsten
                                    of informatie;</al></li><li nr="m."><al>middelhoge verwachtingswaarde: gemiddelde kans op archeologische
                                    vondsten of informatie;</al></li><li nr="n."><al>lage verwachtingswaarde: kleine kans op archeologische vondsten
                                    of informatie;</al></li><li nr="o."><al>plan van aanpak: plan dat weergeeft hoe een archeologische
                                    uitvoerder de vragen zoals omschreven in het programma van eisen
                                    denkt te gaan beantwoorden;</al></li><li nr="p."><al>programma van eisen: programma dat door het college wordt
                                    vastgesteld en waarmee kaders worden gesteld voor het ontwerp en
                                    de uitvoering van archeologisch onderzoek.</al></li><li nr="q."><al>gemeentelijke beleidsadvieskaart: kaart behorende bij de
                                    archeologische paragraaf van het bestemmingsplan.</al></li><li nr="r."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de
                                    Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li><li nr="s."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Noordwijkerhout</al></li><li nr="t."><al>vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1,
                                    eerste lid, of 2.2 van de Wetalgemene bepalingen
                                    omgevingsrecht.</al></li><li nr="u."><al>Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>2</nr><titel>HET GEBRUIK VAN HET MONUMENT</titel></kop><al>Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het
                            gebruik van het monument.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>BESCHERMDE GEMEENTELIJKE MONUMENTEN</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>De aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument en de
                                registratie op de gemeentelijke monumentenlijst</titel></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>3</nr><titel>DE AANWIJZING TOT GEMEENTELIJK MONUMENT</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en Wethouders kunnen, al dan niet op aanvraag
                                    van een belanghebbende, een pand, terrein of object aanwijzen
                                    als beschermd gemeentelijk monument.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voordat Burgemeester en Wethouders over de aanwijzing een
                                    besluit nemen, vragen zij advies aan de monumentencommissie. In
                                    spoedeisende gevallen kan het vragen van dit advies achterwege
                                    blijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en Wethouders kunnen ten behoeve van de
                                    aanwijzing van een onroerend goed of zaak als beschermd
                                    gemeentelijk monument bepalen dat bouwhistorisch of
                                    archeologisch onderzoek wordt verricht. De eigenaar zijn
                                    desgevraagd verplicht het onderzoek uit te voeren dan wel aan
                                    uitvoering van het onderzoek mee te werken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voordat Burgemeester en Wethouders een pand, terrein of object
                                    als beschermd gemeentelijk monument aanwijzen, voeren zij
                                    overleg met de eigenaar.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en Wethouders stellen de raad in kennis van
                                    het besluit over de aanwijzing van een beschermd gemeentelijk
                                    monument.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is
                                    aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of
                                    dat is aangewezen op grond van de monumentenverordening van de
                                    provincie Zuid-Holland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>4</nr><titel>VOORBESCHERMING</titel></kop><al>Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de
                                kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als gemeentelijk
                                monument ontvangt tot het moment dat de aanwijzing en registratie
                                als bedoeld in artikel 7 plaatsvindt, dan wel onherroepelijk
                                vaststaat dat het onroerend goed of zaak niet wordt geregistreerd op
                                de gemeentelijke monumentenlijst, zijn de artikelen 10 tot en met 14
                                van overeenkomstige toepassing als ware het een beschermd
                                gemeentelijk (archeologisch) monument betreft.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>5</nr><titel>TERMIJNEN ADVIES EN AANWIJZINGSBESLUIT</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken
                                    na ontvangst van het verzoek van Burgemeester en
                                    Wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en Wethouders beslissen binnen twaalf weken na
                                    ontvangst van het advies van de monumentencommissie, maar in
                                    ieder geval binnen 20 weken na de adviesaanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>6.</nr><titel>MEDEDELING AANWIJZINGSBESLUIT</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt
                                    medegedeeld aan de aanvrager en aan degenen die in de kadastrale
                                    registratie als eigenaar en beperkt zakelijk gerechtigden staan
                                    vermeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanwijzing wordt onverwijld opgenomen in de openbare
                                    registers zoals bedoeld in artikel 1, onderdeel e van de Wet
                                    kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen en onroerende
                                    zaken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>7</nr><titel>REGISTRATIE OP DE GEMEENTELIJKE MONUMENTENLIJST</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en Wethouders registreren het gemeentelijke
                                    monument op de gemeentelijke monumentenlijst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De registratie bevat de plaatselijke aanduiding, de datum
                                    van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding, de tenaamstelling
                                    en een beschrijving of typering van het beschermde gemeentelijke
                                    monument.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>8</nr><titel>WIJZIGEN VAN DE AANWIJZING</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en Wethouders kunnen de aanwijzing ambtshalve
                                    of op aanvraag van een belanghebbende wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 3, tweede en derde lid, alsmede artikel 4, 5 en 6
                                    zijn van overeenkomstige toepassing op het
                                    wijzigingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de wijziging naar het oordeel van Burgemeester en
                                    Wethouders van ondergeschikte betekenis is, blijft
                                    overeenkomstige toepassing, als bedoeld in lid 2,
                                    achterwege.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De inhoud en de datum van de wijziging worden op de
                                    gemeentelijke monumentenlijst aangetekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>9</nr><titel>INTREKKEN VAN DE AANWIJZING</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en Wethouders kunnen de aanwijzing tot
                                    gemeentelijk monument intrekken. Indien Burgemeester en
                                    Wethouders de aanwijzing intrekken, zijn artikel 3, tweede lid,
                                    en artikel 5 van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien
                                    toepassing wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988
                                    of aan de monumentenverordening van de provincie
                                    Zuid-Holland.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst
                                    geregistreerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en Wethouders kunnen bepalen dat een monument
                                    moet worden gedocumenteerd. De eigenaar is desgevraagd verplicht
                                    mee te werken aan documentatie van het monument.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Instandhouding van beschermde gemeentelijke monumenten</titel></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>10</nr><titel>INSTANDHOUDINGBEPALING</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een gemeentelijk monument, als bedoeld in
                                    artikel 1, onder b, te beschadigen of te vernielen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag of
                                    in strijd met bij zodanig vergunning gestelde
                                    voorschriften:</al><lijst><li nr="a."><al>een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel
                                            1, onder b, af te breken, te verstoren, te verplaatsen
                                            of in enig opzicht te wijzigen;</al></li><li nr="b."><al>een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel
                                            1, onder b, te herstellen, te gebruiken of te laten
                                            gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd
                                            of in gevaar gebracht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in resp.
                                    het eerste en tweede lid, gelden niet indien burgemeester en
                                    wethouders nadere regels stellen met betrekking tot de wijze
                                    waarop werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een
                                    monument met een religieuze bestemming, geen vergunning als
                                    bedoeld in het tweede lid, dan in overeenstemming met de
                                    eigenaar, indien en voor zover het een vergunning betreft,
                                    waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het
                                    monument in het geding zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>11</nr><titel>DE SCHRIFTELIJKE AANVRAAG</titel></kop><al>Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.2. Besluit omgevingsrecht voor
                                een vergunning als bedoeld in artikel 10 en de daarbij te overleggen
                                gegevens en bescheiden worden in 4-voud bij Burgemeester en
                                Wethouders ingediend. </al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>12</nr><titel>TERMIJNEN ADVIES</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en Wethouders zenden onmiddellijk een
                                    afschrift van de ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een
                                    gemeentelijk monument aan de monumentencommissie voor
                                    advies.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen twee weken na de datum van verzending van het
                                    afschrift brengt de monumentencommissie schriftelijk advies uit
                                    aan Burgemeester en Wethouders.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning kan slechts worden verleend indien het belang van de
                                monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Bij de beslissing houdt
                                het bevoegd gezag rekening met het gebruik van het monument. </al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>14</nr><titel>INTREKKEN VAN DE VERGUNNING</titel></kop><al>De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste
                                        of onvolledige opgave is verleend;</al></li><li nr="b."><al>blijkt dat de vergunninghouder aan de vergunning
                                        verbonden voorschriften, bedoelt in artikel 10, lid 2, niet
                                        naleeft;</al></li><li nr="c."><al>de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder
                                        zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het
                                        monument zwaarder dient te wegen.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>BESCHERMDE RIJKSMONUMENTEN</titel></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>15</nr><titel>VERGUNNING VOOR BESCHERMD RIJKSMONUMENT</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de
                                ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een beschermd monument aan
                                de monumentencommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag
                                binnen acht weken na de datum van verzending van het afschrift.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij overschrijding van de in het tweede lid genoemde termijn
                                wordt de monumentencommissie geacht geadviseerd te hebben.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Instandhouding van archeologische terreinen</titel></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>16</nr><titel>INSTANDHOUDINGBEPALING</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden om in een archeologisch monument, bedoeld
                                    in artikel 1, onder a, sub 2 of een archeologisch
                                    verwachtingsgebied, bedoeld in artikel 1, onder h, de bodem
                                    dieper dan 30 cm onder de oppervlakte te verstoren.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien;</al><lijst><li nr="a."><al>het een verstoring betreft van een archeologisch
                                            monument of archeologisch verwachtingsgebied als
                                            aangegeven op de archeologische waardekaart van
                                            Noordwijkerhout en waarbij die verstoring
                                            plaatsvindt:</al><lijst><li nr="-"><al>in een gebied met lage archeologische
                                                  verwachtingswaarde en het te verstoren gebied
                                                  kleiner is dan 500 m2, of;</al></li><li nr="-"><al>in een gebied met een middelhoge archeologische
                                                  verwachtingswaarde en het te verstoren gebied
                                                  kleiner is dan 100 m2, of;</al></li><li nr="-"><al>in een gebied met hoge archeologische
                                                  verwachtingswaarde en het te verstoren gebied
                                                  kleiner is dan 100 m2.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>in het geldend bestemmingsplan bepalingen zijn
                                            opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg.</al></li><li nr="c."><al>sprake is van een activiteit als bedoeld in
                                            artikel 2.12, eerste en tweede lid, van de Wet algemene
                                            bepalingen omgevingsrecht en hierin voorschriften zijn
                                            opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg.</al></li><li nr="d."><al>burgemeester en wethouders kunnen nadere regels
                                            stellen met betrekking tot de uitvoering van
                                            werkzaamheden die leiden tot een verstoring van een
                                            archeologisch monument of archeologisch
                                            verwachtingsgebied als aangegeven op gemeentelijke
                                            archeologische waardenkaart;</al></li><li nr="e."><al>een rapport is overgelegd waarin de archeologische
                                            waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van
                                            het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en
                                            waaruit blijkt dat:</al><lijst><li nr="-"><al>het behoud van de archeologische waarden in
                                                  voldoende mate kan worden geborgd; of</al></li><li nr="-"><al>de archeologische waarden door de verstoring
                                                  niet onevenredig worden geschaad; of</al></li><li nr="-"><al>in het geheel geen archeologische waarden
                                                  aanwezig zijn.</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>17</nr><titel>OPGRAVINGEN EN BEGELEIDING</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien binnen het grondgebied van de gemeente Noordwijkerhout
                                onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van het doen van opgravingen
                                in de zin van artikel 1 sub h Monumentenwet 1988, dient,
                                onverminderd de overige bepalingen van deze wet:</al><lijst><li nr="a."><al>het college een programma van eisen vast te stellen
                                        als bedoeld in artikel 1 onder p, waarbij nadere regels
                                        worden gesteld ten aanzien van het onderzoek.</al></li><li nr="b."><al>de verstoorder, voorafgaande aan het onderzoek, een
                                        plan van aanpak als bedoeld in artikel 1 onder o van deze
                                        verordening ter goedkeuring aan het bevoegd gezag te
                                        overleggen,.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de nadere regels nemen burgemeester en wethouders
                                bepalingen op met betrekking tot het toezicht op de feitelijke
                                uitvoering van het plan van aanpak. Tijdens het onderzoek dienen
                                aanwijzingen van het college in acht te worden genomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Om te kunnen beoordelen of het plan van aanpak aan het
                                programma van eisen en eventuele nadere regels voldoet, vraagt het
                                bevoegd gezag advies aan een deskundige, zoals omschreven in de Wet
                                op de Archeologische monumentenzorg.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Procedure</titel></kop><al>De bepalingen uit artikel 11, 12, 13 en 14 zijn van overeenkomstige
                            toepassing op de bepalingen uit artikel 16, tweede lid, onder e, en
                            artikel 17, eerste lid, onder b.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>beeldbepalende panden of zaken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Aanwijzing tot beschermd beeldbepalend pand of zaak</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op verzoek van
                            belanghebbende, besluiten een onroerende zaak, groenelement of structuur
                            aan te wijzen als beschermd beeldbepalend pand of zaak.</al><al>Artikel 3, tweede tot en met zesde lid, artikel 4 tot en met 9 en
                            artikel 11 tot en met 14 zijn van overeenkomstige toepassing. In
                            genoemde artikelen moet ‘het beschermde gemeentelijke monument’ echter
                            gelezen worden als ‘het beschermde beeldbepalende pand of de beschermde
                            beeldbepalende zaak’.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>20</nr><titel>ADVIES VAN DE MONUMENTENCOMMISSIE EN BESLISSING OP DE
                                AANVRAAG</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het beoordelen van de (ver)bouwplannen voor een
                                beeldbepalende zaak, moet de Monumentencommissie voor zover van
                                toepassing haar aandacht richten op het instandhouden van de
                                uiterlijke verschijningsvorm en karakteristiek van de beeldbepalende
                                zaak, evenals op de uitstraling of beeldbepaling in de openbare
                                ruimte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het interieur wordt, voor zover van toepassing, niet betrokken
                                bij de beoordeling van (ver)bouwplannen voor beeldbepalende
                                zaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 10 wordt geweigerd,
                                indien door de uitvoering van de aangevraagde werkzaamheden, dan wel
                                door te verwachten directe of indirecte gevolgen, blijvend
                                onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het uitwendige karakter van de
                                onroerende zaak, het groenelement of de structuur en hieraan door
                                het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden
                                gekomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in artikel 10,
                                het eerste en tweede lid, gelden niet indien het college nadere
                                regels stelt met betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden dienen
                                te worden uitgevoerd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>OVERIGE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>21.</nr><titel>TEGEMOETKOMING IN SCHADE</titel></kop><al>Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt of zal
                            lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort
                            te blijven, kent het bevoegd gezag hem op zijn aanvraag een naar
                            billijkheid te bepalen tegemoetkoming toe, indien de schade in relatie
                            staat tot:</al><lijst><li nr="a."><al>de weigering van het bevoegd gezag een vergunning als
                                    bedoeld in artikel 10 te verlenen;</al></li><li nr="b."><al>de voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een
                                    vergunning als bedoeld in artikel 10;</al></li><li nr="c."><al>de door het college nader te stellen regels als bedoeld in
                                    artikel 10, derde lid;</al></li><li nr="d."><al>de door het college nader te stellen regels als bedoeld in
                                    artikel 16, tweede lid, onder d;</al></li><li nr="e."><al>een aanwijzing als bedoeld in artikel 17, tweede lid,
                                    tweede volzin.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>22</nr><titel>STRAFBEPALING</titel></kop><al>Degene, die handelt in strijd met artikel 10 van deze verordening, wordt
                            gestraft met een geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van
                            ten hoogste drie maanden.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>23</nr><titel>TOEZICHTHOUDERS</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening zijn belast:</al><lijst><li nr="a."><al>Met betrekking tot zakelijke monumenten als bedoeld in
                                        artikel 1, onder a, sub 1; de door her college aangewezen
                                        (handhavings) ambtenaren.</al></li><li nr="b."><al>Met betrekking tot monumentale terreinen als bedoeld
                                        in artikel 1, onder a, sub 2; de door het college aangewezen
                                        (handhavings) ambtenaren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde
                                bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het
                                college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>24</nr><titel>INTREKKEN OUDE REGELING</titel></kop><al>De Monumentenverordening Noordwijkerhout 2008, vastgesteld in uw
                            openbare raadsvergadering van 16 april 2009, wordt ingetrokken op het
                            moment dat deze verordening in werking treedt. </al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>25</nr><titel>OVERGANGSRECHT</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De op grond van de onder artikel 22 ingetrokken
                                Monumentenverordening Noordwijkerhout 2008 aangewezen en
                                geregistreerde gemeentelijke monumenten, worden geacht aangewezen en
                                geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de
                                inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met
                                inachtneming van de in artikel 22 ingetrokken verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>26</nr><titel>INWERKINGTREDING</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. </al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>27</nr><titel>CITEERTITEL</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als ”Erfgoedverordening
                            Noordwijkerhout 2010”. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 december 2010.</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>