<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR97457_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Inspraakverordening gewest Gooi en Vechtstreek</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Regio Gooi en Vechtstreek</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Blaricum</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gooise Meren</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hilversum</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Huizen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Laren</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Weesp</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wijdemeren</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Gooi en Eembode, 16-12-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Inspraakverordening gewest Gooi en Vechtstreek</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=150">Gemeentewet, art. 150</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-11-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-12-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>09.0002363</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Inspraakverordening gewest Gooi en Vechtstreek</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>Het algemeen bestuur van het gewest Gooi en Vechtstreek</al><al> gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 1 oktober 2009</al><al>gelet op artikel 150 van de Gemeentewet</al><al>besluit vast te stellen de:</al><al>Inspraakverordening gewest Gooi en Vechtstreek</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>De verordening verstaat onder:</al><al/><lijst><li nr="a."><al>inspraak: het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de
                                voorbereiding van gewestelijk beleid; </al><al/></li><li nr="b."><al>inspraakprocedure: de wijze waarop de inspraak gestalte wordt
                                gegeven;</al><al/></li><li nr="c."><al>beleidsvoornemen: het voornemen van het bestuursorgaan tot het
                                vaststellen of wijzigen van beleid.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Onderwerp van inspraak</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden
                                of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gewestelijk
                                beleid.</al><al/></li><li nr="2."><al>Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe verplicht. </al><al/></li><li nr="3."><al>Geen inspraak wordt verleend:</al><al>a ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder
                                vastgesteld beleidsvoornemen;</al><al>b indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is
                                uitgesloten;</al><al>c indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het
                                bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;</al><al>d inzake de begroting, de tarieven voor gewestelijke
                                dienstverlening;</al><al>e indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend
                                is dat inspraak niet kan worden afgewacht;</al><al>f indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van
                                de verantwoordelijkheid van het gewest voor kwetsbare groepen in de
                                samenleving.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inspraakgerechtigden</titel></kop><al>Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inspraakprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet
                            bestuursrecht van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan voor een of meer beleidsvoornemens een andere
                            inspraakprocedure vaststellen.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Eindverslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een eindverslag
                            op.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eindverslag bevat in elk geval:</al><al>a een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure;</al><al>b een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak mondeling of
                            schriftelijk naar voren zijn gebracht;</al><al> c een reactie op deze zienswijzen, waarbij met redenen omkleed wordt
                            aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van het
                            beleidsvoornemen wordt overgegaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze
                            openbaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bestuursorgaan vermeldt het eindverslag in zijn jaarverslag.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt op de achtste dag na bekendmaking in werking.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: </al><al>Inspraakverordening gewest Gooi en Vechtstreek.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door het algemeen bestuur van het gewest Gooi en
                        Vechtstreek op 26 november 2009.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De secretaris, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>E.J. Bodar. E.C. Bakker.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING OP DE INSPRAAKVERORDENING</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Inspraak: Er zijn veel omschrijvingen van het begrip inspraak. Bij de in
                            dit artikel opgenomen formulering is aangesloten bij de tekst van
                            artikel 150 van de Gemeentewet. Inspraak is een onderdeel van de
                            voorbereiding en uitvoering van het gemeentelijk beleid en heeft een
                            tweeledig doel. Enerzijds wordt aan belanghebbenden de mogelijkheid
                            geboden om hun mening over beleidsvoornemens kenbaar te maken.
                            Anderzijds biedt inspraak aan bestuursorganen een belangrijk hulpmiddel
                            in het kader van de voor de beleidsvoorbereiding noodzakelijke
                            belangenafweging.</al></li><li nr="b."><al>Inspraakprocedure: De verantwoordelijkheid voor het maken van een
                            regeling over inspraak ligt ingevolge artikel 150 van de Gemeentewet bij
                            de raad. Ingevolge artikel 33 van de Wet gemeenschappelijke regelingen
                            zijn de regels voor de bevoegdheden van het gemeentebestuur van
                            overeenkomstige toepassing op besturen in de zin van de Wet
                            gemeenschappelijke regelingen, zoals het algemeen bestuur van het
                            gewest. Het algemeen bestuur verklaart afdeling 3.4 Awb van
                            toepassing.</al></li><li nr="c."><al>Beleidsvoornemen: Het begrip beleidsvoornemen is gedefinieerd als het
                            voornemen van het bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van
                            beleid. Het zal duidelijk zijn dat het hierbij niet gaat om de
                            vaststelling van concrete besluiten of maatregelen, maar om de vorming
                            van het beleid waarop deze kunnen worden gebaseerd.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Onderwerp van inspraak</titel></kop><al>In het eerste lid is bepaald dat elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn
                        eigen bevoegdheden besluit of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding
                        van gewestelijk beleid. Het begrip bestuursorgaan is gedefinieerd in artikel
                        1:1, eerste lid, van de Awb. Elk bestuursorgaan kan zijn eigen
                        beleidsvoornemens aan inspraak onderwerpen. In de MvT (TK 1999-2000, 27 023,
                        nummer 3, blz. 20) is vermeld dat het ter volledige beoordeling van het
                        gewest blijft ten aanzien van welke beleidsvoornemens inspraak wordt
                        verleend. Omdat het in bepaalde gevallen doelmatiger zal kunnen zijn als
                        inspraak geschiedt door middel van bijvoorbeeld spreekrecht bij
                        vergaderingen, blijft door de formulering van het eerste lid de mogelijkheid
                        bestaan dat voor bepaalde beleidsvoornemens een andere wijze van inspraak
                        wordt geregeld. Het besluit om al dan niet inspraak te verlenen is een
                        besluit in de zin van de Awb. Hiertegen kan dus bezwaar worden gemaakt. </al><al>In het tweede lid is bepaald dat inspraak altijd wordt verleend indien een
                        wettelijk voorschrift daartoe verplicht. </al><al>In het derde lid is opgenomen wanneer geen inspraak wordt verleend.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inspraakgerechtigden</titel></kop><al>De omschrijving van inspraakgerechtigden vloeit rechtstreeks voort uit de
                        tekst van artikel 150 van de Gemeentewet. In de Wet uniforme openbare
                        voorbereidingsprocedure Awb zijn de woorden ‘in de gemeente een belang
                        hebbende natuurlijke en rechtspersonen’ vervangen door: belanghebbenden. Het
                        begrip ‘belanghebbende’ is in artikel 1:2 Awb gedefinieerd en deze definitie
                        heeft ook gelding voor wetgeving buiten de Awb.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inspraakprocedure</titel></kop><al>Ter uniformering en deregulering is in het eerste lid afdeling 3.4 van de
                        Awb van toepassing verklaard op de inspraak. In artikel 3:11 tot en met 3:17
                        Awb is de inspraakprocedure te vinden. Na terinzagelegging en bekendmaking
                        van het beleidsvoornemen kunnen belanghebbenden gedurende zes weken
                        schriftelijk of mondeling hun zienswijze naar voren brengen. In de meeste
                        gevallen zal deze procedure passend zijn voor de inspraak. Zo niet, dan kan
                        op grond van het tweede lid de inspraakprocedure worden aangepast. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Eindverslag</titel></kop><al>In dit geval is niet gekozen voor verwijzing naar afdeling 3.4 Awb. In
                        artikel 3:17 Awb wordt namelijk slechts bepaald dat een verslag word gemaakt
                        van hetgeen tijdens de inspraakprocedure mondeling naar voren is
                        gebracht.</al><al>Onder het in het tweede lid, onderdeel a, genoemde verslag van de gevolgde
                        inspraakprocedure wordt verstaan: Hoe is de procedure feitelijk verlopen? Is
                        afdeling 3.4 Awb onverkort toegepast? Wanneer is het beleidsvoornemen ter
                        inzage gelegd enz.? </al><al>Onderdeel b betekent dat de eindrapportage een volledig overzicht dient te
                        bevatten van zowel de mondelinge als de schriftelijke inspraakreacties. De
                        schriftelijke inspraakreacties kunnen aan het verslag worden gehecht. In de
                        MvT bij de Awb wordt opgemerkt dat in het verslag kan worden volstaan met
                        een korte zakelijke weergave van de naar voren gebrachte opvattingen en
                        vermelding van de personen die hun opvatting naar voren hebben
                        gebracht.</al><al>Onder c wordt als het sluitstuk van inspraak voorgeschreven dat het
                        bestuursorgaan aangeeft wat met de zienswijzen wordt gedaan.</al><al>In het derde lid is bepaald dat het bestuursorgaan het eindverslag op de
                        gebruikelijke wijze openbaar maakt. In ieder geval wordt aan degenen die
                        hebben ingesproken een exemplaar van het eindverslag gestuurd. Daarnaast kan
                        het eindverslag algemeen worden gepubliceerd in de krant en op de
                        gewestelijke website. Als het aantal insprekers omvangrijk is, kan worden
                        gekozen voor het volstaan met een algemene bekendmaking.</al><al>In het vierde lid is opgenomen dat het eindverslag moet worden opgenomen in
                        het jaarverslag.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al> Deze verordening treedt op de achtste dag na bekendmaking in werking. De
                        termijn van zes weken na de dag van bekendmaking is met het vervallen van de
                        Tijdelijke referendumwet van 1 januari 2002 komen te vervallen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Inspraakverordening gewest Gooi en
                        Vechtstreek. In de citeertitel wordt geen jaartal opgenomen om te voorkomen
                        dat de schijn wordt gewekt dat de verordening slechts voor een jaar
                        geldt.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>