<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR97171_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening behandeling bezwaar- en beroepschriften</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Boxmeer</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Boxmeer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening behandeling bezwaar- en beroepschriften</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht 1:5</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>1995-12-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1996-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>3079: -2.07.224</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening behandeling bezwaar- en beroepschriften</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van
                        de gemeen-te Boxmeer, ieder voor zoveel het zijn bevoegdheden betreft;</al><al>Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d.</al><al>Gelet op de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet;</al><al>B E S L U I T E N :</al><al>vast te stellen de volgende : Verordening behandeling bezwaar- en
                        beroepschriften. </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder :</al><al>a. beroepsorgaan: het gemeentelijk bestuursorgaan dat dient te
                            beschikken op een be-roepschrift;b. verwerend orgaan: het
                            bestuursorgaan, dat het bestreden besluit heeft genomen;c. commissie: de
                            vaste commissie van advies voor de bezwaar- en beroepschriften als
                            bedoeld in artikel 2;d. voorzitter: de voorzitter van de commissie;e.
                            wet: wet van 4 juni 1992 (Stbl.1992, 315) houdende algemene regels van
                            bestuurs-recht (Algemene wet bestuursrecht).</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Behandeling van de bezwaar- en beroepschriften.</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>De Commissie.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Inleidende bepaling.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op
                                    gemaakte bezwaren en inge-stelde administratieve beroepen als
                                    bedoeld in artikel 1:5 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaar- en
                                    beroepschriften die zijn inge-diend tegen besluiten op grond van
                                    : a. De Procedure-regeling funktiebeschrijving en –waardering
                                    1992.b. Reglement formele personeelsbeoordleing 1990 gemeente
                                    Boxmeer.c. Sociaal statuut gemeentelijke herindeling Oeffelt –
                                    Boxmeer.d. Gemeentelijke belastingen en retributies, met dien
                                    verstande dat het college van bur-ge-meester en wethouders de
                                    commissie kan vragen de voorbereiding van bepaalde beslissin-gen
                                    op bezwaar- en beroepschriften in deze op zich te nemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling van de commissie.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De commissie bestaat uit tenminste 5 leden, die als volgt worden
                                    benoemd:a. de leden worden benoemd door het college van
                                    burgemeester en wethouders be-noemd. Op dezelfde wijze wordt een
                                    genoegzaam aantal plaatsvervangende leden benoemd.b. De
                                    voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter worden door de
                                    commissie uit haar midden benoemd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Tot voorzitter, respektievelijk lid van de commissie, zijn niet
                                    benoembaar: zij, die deel uit-maken van of werkzaam zijn onder
                                    verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeente
                                    Boxmeer.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Leden van de commissie kunnen door eht college van burgemeester
                                    en wethouders, uit-sluitend op voorstel van de commissie c.q. de
                                    meerderheid van de commissie, worden ont-slagen indien zij naar
                                    het oordeel van de commissie niet goed funktioneren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De commissie kan kamers instellen, die belast worden met de
                                    behandeling van bezwaar- of beroepschriften.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De commissie bepaalt het aantal kamers en stelt voor elke kamer
                                    vast welke categorie of categorieën bezwaar- of beroepschriften
                                    door haar zullen worden behandeld.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Elke kamer bestaat uit tenminste drie leden, te weten:a. een
                                    voorzitter, zijnde de voorzitter of een van de leden van de
                                    commissie, uit haar midden aangewezen;b. tenminste twee andere
                                    vaste leden, door de commissie aangewezen uit haar midden.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De commissie wijst uit haar midden voor elk lid, als bedoeld in
                                    het vorige lid onder b., een plaatsvervanger aan. Indien geen
                                    plaatsvervanger beschikbaar is, wijst de voorzitter van de
                                    commissie een ander lid van de commissie als zodanig aan.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De kamer kan beslissen dat de behandeling van een bezwaar- of
                                    beroepschrift door de commissie zal geschieden.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Met betrekking tot de werkwijze van de kamers is het bepaalde in
                                    deze verordening zoveel mogelijk van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Secretaris.</titel></kop><al>Het secretariaat van de commissie en haar kamers wordt bekleed door
                                de gemeentesecreta-ris of een door hem aan te wijzen ambtenaar. De
                                gemeentesecretaris wijst, zo nodig, tevens een of meer
                                plaatsvervangers aan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Zittingsduur.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De leden van de commissie treden af op de dag waarop de leden
                                    van de gemeenteraad aftreden. Zij kunnen terstond worden
                                    herbenoemd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De leden van de commissie kunnen te allen tijde ontslag nemen.
                                    Zij dienen dit schriftelijk in bij de voorzitter, die daarvan
                                    terstond kennis geeft aan het college van burgemeester en
                                    wethouders.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Aftredende of ontslagnemende leden blijven hun funktie waarnemen
                                    totdat in hun opvol-ging is voorzien.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Procedure</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ingediend bezwaar- of beroepschrift.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Op het ingediende bezwaar- of beroepschrift wordt de datum van
                                    ontvangst aangetekend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het bezwaar- of beroepschrift met de daarbij overgelegde stukken
                                    wordt onmiddellijk in handen van de commissie gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Bij het bericht van ontvangst als bedoeld in artikel 6:4 van de
                                    wet wordt vermeld dat een commissie over het bezwaar of beroep
                                    zal adviseren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Overdracht bevoegdheden.</titel></kop><al>De bevoegdheden ingevolge de artikelen : - 2:1, tweede lid,- 6:6,
                                voor wat betreft het de indiener stellen van een termijn waarbinnen
                                het verzuim in de zin van niet voldoen aan de vereisten als gesteld
                                in artikelen 6:5 van de wet, kan worden hersteld,- 6:17, voor zover
                                het betreft de verzending van stukken tijdens de behandeling door de
                                commissie,- 7:4, tweede lid,- 7:6, vierde lid,- 7:18, tweede en
                                zesde lid, en- 7:20. vierde lid, van de wet worden door de
                                toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van
                                de commissie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vooronderzoek.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De voorzitter draagt er zorg voor, dat al het noodzakelijke
                                    wordt gedaan om de behande-ling van het bezwaar- of
                                    beroepschrift genoegzaam voor te bereiden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Hij is bevoegd in verband hiermee rechtstreeks alle gewenste
                                    inlichtingen in te winnen of te doen inwinnen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de
                                    commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en
                                    dezen zo nodig uitnodigen ter zitting te verschijnen. In-dien
                                    daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het
                                    college van burge-meester en wethouders vereist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Hoorzitting.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de
                                    zitting waarin belangheb-benden en het verwererend orgaan in de
                                    gelegenheid worden gesteld zicht door de commis-sie te doen
                                    horen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De voorzitter beslist over de toepassing van de artikelen 7:3 en
                                    7:17 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien de voorzitter op grond van de in het tweede lid genoemde
                                    artikelen besluit van het horen af te zien, doet hij daarvan
                                    mededeling aan : a. de belanghebbenden;b. het verwerend orgaan
                                    en,c. in geval van behandeling van een beroepschrift, het
                                    beroepsorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Vaststelling zitting.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De voorzitter stelt een zitting vast telkens als dit voor de
                                    behandeling van een of meer be-zwaar- of beroepschriften
                                    noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Hij draagt zorg voor de oproeping van de leden van de commissie
                                    onder mededeling van de voor de zitting vastgestelde agenda. Hij
                                    zorgt dat tegelijk met de oproeping de agenda van de zitting ter
                                    openbare kennis wordt gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Voor het houden van zittingen van de commissie is vereist, dat
                                    de meerderheid van de leden waaronder in ieder geval de
                                    voorzitter of de plaatsvervangend voorzitter aanwezig is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Uitnodiging zitting.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De voorzitter deelt belanghebbenden alsmede het verwerend orgaan
                                    tenminste drie we-ken voor de zitting schriftelijk mede, dat zij
                                    in de gelegenheid worden gesteld zich te doen horen tijdens deze
                                    zitting.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien een belanghebbende of het verwerende orgaan wijziging
                                    wenst van het tijdstip van de zitting, dient zulks binnen drie
                                    dagen na de in het eerste lid bedoelde mededeling, on-der opgaaf
                                    van redenen te worden verzocht aan de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De beslissing van de voorzitter op een verzoek als bedoeld in
                                    het tweede lid, wordt zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval
                                    twee weken voor het tijdstip van de zitting aan de
                                    be-langhebbenden, het verwerend orgaan en in het geval van
                                    behandeling van een be-roep-schrift, aan het beroepsorgaan
                                    medegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te
                                    wijken of afwijking toe te staan van de termijnen, als genoemd
                                    in de leden 1 tot en met 3.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>niet deelneming aan behandeling.</titel></kop><al>De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de
                                behandeling van een bezwaar- of beroepschrift, waarbij zij op
                                enigerlei wijze direkt of indirekt zijn betrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Openbaarheid zitting.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De zittingen van de commissie zijn openbaar.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De deuren worden gesloten wanneer één der aanwezige leden of de
                                    voorzitter het nodig oordeelt of indien een belanghebbende
                                    daartoe een verzoek doet.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien de commissie vervolgens beslist dat er gewichtige redenen
                                    aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting
                                    verzetten, vindt de zitting plaats met gesloten deuren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Schriftelijke vastlegging.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 en 7:121 van de wet
                                    vermeldt de namen van de aanwezigen, met daarbij een vermelding
                                    van hun hoedanigheid.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het verslag houdt vermelding in van hetgeen over en weer is
                                    gezegd en overigens ter zit-ting is voorgevallen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren
                                    plaatsvond, of indien belang-hebbenden respectievelijk hun
                                    gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn ge-hoord,
                                    maakt het verslag hiervan melding.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het verwijst naar de ter zitting overgelegde bescheiden, die aan
                                    het verslag worden ge-hecht.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de
                                    secretaris van de commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Nader onderzoek.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien na afloop van de zitting als bedoeld in artikel 10, doch
                                    voordat de beslissing om-trent het uit te brengen advies wordt
                                    genomen, een nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de
                                    voorzitter van de commissie uit eigen beweging of op verlangen
                                    van de commissie dit onderzoek houden of doen houden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De uit het onderzoek verkregen informatie worden in afschrift
                                    aan de leden van de com-missie, het verwerend orgaan en de
                                    belanghebbenden toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de
                                    belanghebbenden kunnen bin-nen een week na verzending van de in
                                    het eerste lid bedoelde informatie aan de voorzit-ter van de
                                    commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe
                                    hoorzitting.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Op een nieuwe hoorzitting, als bedoeld in het derde lid, zijn de
                                    bepalingen in deze veror-dening, die betrekking hebben op de
                                    hoorzitting zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Raadkamer en advies</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over
                                    het door haar uit te brengen advies.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>a. De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit
                                    te brengen advies.b. Indien bij een stemming de stemmen staken
                                    dan beslist de stem van de voorzitter.c. Van een
                                    minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt,
                                    indien die min-der-heid dat verlangt. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen
                                    beslissing op het be-zwaar- of beroepschrift.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de
                                    commissie ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Uitbrengen advies.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het schriftelijk advies wordt, onder medezending van het in
                                    artikel 15 bedoelde verslag en eventueel door de commissie
                                    ontvangen nadere informatie, zo spoedig mogelijk uitge-bracht
                                    aan het bestuursorgaan dat op het bezwaar- of beroepschrift
                                    dient te beslissen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien naar het oordeel van de voorzitter de termijn van tien
                                    weken, als bedoeld in artikel 7:10, eerste lid, of artikel 7:24,
                                    tweede lid van de wet ontoereikend is voor achtereenvol-gens het
                                    uitbrengen van een advies door de commissie en het nemen van een
                                    beslissing verzoekt hij het in het eerste lid bedoelde
                                    bestuursorgaan zo spoedig mogelijk de beslis-sing te
                                    verda-gen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie, de
                                    belanghebbenden en in het geval van een beroepschrift het
                                    verwerend orgaan, een afschrift.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Slotbepalingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Inwerkingtreding en citeerartikel.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als : Verordening behandeling
                                bezwaar- en beroepschriften.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Zij treedt in werking op 1 januari 1996.Terzelfder tijd vervalt de
                                Verordening behandeling bezwaar- en beroepschriften, zoals
                                vast-gesteld bij besluit van 23 december 1993. </al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>