<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR97099_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Regeling maatgevende hoogwaterstanden regionale keringen Noord-Brabant 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Noord-Brabant</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-05-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Noord-Brabant</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal Blad 2010, 241</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Regeling maatgevende hoogwaterstanden regionale keringen Noord-Brabant 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Verordening water Noord-Brabant, art. 2.2, lid, 2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedeputeerde staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-12-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-12-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-04-09</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>241/10</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>water</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Gelet op artikel 2.2, derde lid, van de Verordening water Noord-Brabant worden de maatgevende hoogwaterstanden voor de regionale keringen telkens voor 6 jaar vastgesteld</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Regeling maatgevende hoogwaterstanden regionale keringen Noord-Brabant 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>GEDEPUTEERDE STATEN van Noord-Brabant</al><al>Gelet op artikel 2.2, tweede lid van de Verordening water
                        Noord-Brabant;</al><al>Gezien het voorstel van waterschap Aa en Maas, waterschap De Dommel en
                        waterschap Brabantse Delta;</al><al>Besluiten vast te stellen de volgende regeling:</al><al>Regeling maatgevende hoogwaterstanden regionale keringen Noord-Brabant
                        2010</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1 maatgevende hoogwaterstanden</titel></kop><al>Bij de bepaling van het waterkerend vermogen van de regionale waterkeringen,
                        bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, van de Verordening water Noord-Brabant,
                        gaat de waterbeheerder uit van de maatgevende hoogwaterstanden, opgenomen in
                        bijlage I.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
                        uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Citeertitel</titel></kop><al>Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling maatgevende hoogwaterstanden
                        regionale keringen Noord-Brabant 2010.</al><al>Deze regeling zal met bijlage I en de bijbehorende toelichting in het
                        Provinciaal Blad worden geplaatst.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>’s-Hertogenbosch, 7 december 2010</ondertekening><ondertekening>Gedeputeerde Staten voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de voorzitter Prof. dr. W.B.H.J. van de Donk</ondertekening><ondertekening>de secretaris drs. W.G.H.M. Rutten</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage</titel></kop><al>Voor de bijlagen, incl. kaarten, download <extref doc="http://www.brabant.nl/loket/provinciale-bladen.aspx?qvi=35019" struct="INTERNET">Provinciaal Blad 2010, 241.pdf</extref></al></bijlage><nota-toelichting><al>Toelichting, behorende bij de Regeling maatgevende hoogwaterstanden regionale
                    keringen Noord-Brabant 2010</al><al>Inleiding In dit document zijn de Maatgevende Hoogwaterstanden (toetspeilen)
                    opgenomen die behoren bij de in de Verordening water van de provincie
                    Noord-Brabant aangewezen regionale waterkeringen langs regionale wateren en de
                    daarbij vastgelegde norm (gemiddelde overschrijdingskans per jaar van de hoogste
                    waterstand). Deze Maatgevende Hoogwaterstanden, aangevuld met relevante
                    hydraulische randvoorwaarden, dienen om te toetsen of de betreffende regionale
                    keringen deze waterstanden veilig kunnen keren. Indien dit laatste niet zo
                    blijkt te zijn, is verbetering van de betreffende regionale kering aan de orde.
                    De vaststelling van de Maatgevende Hoogwaterstanden op grond van de Verordening
                    Water is hiermee voor de eerste keer gebeurd en zal iedere zes jaren worden
                    herhaald.</al><al>Toelichting op de tabel bij het besluit</al><al>De tabel geeft invulling aan artikel 2.2 van de Verordening water, tweede lid
                    waarin staat: “Voor regionale waterkeringen als bedoeld in het eerste lid
                    stellen Gedeputeerde Staten voor daarbij aan te geven plaatsen vast, welke
                    relatie tussen waterstanden en overschrijdingskansen daarvan uitgangspunt is bij
                    de bepaling van het waterkerend vermogen.” Per kolom is de volgende informatie
                    opgenomen: Kolom 1: De naam van de waterloop aangevuld met geografische
                    aanduidingen.</al><al>Kolom 2: Hierin worden per waterloop de ‘daarbij aan te geven plaatsen’ opgesomd
                    in de vorm van rivierpunten die corresponderen met de kaartbijlagen bij het
                    besluit.</al><al>Kolom 3: Hierin staan de normen vermeld zoals vastgesteld in de Verordening
                    water.</al><al>Kolom 4: In de vierde kolom staan de Maatgevende Hoogwaterstanden benoemd die
                    gelden voor de rivierpunten in kolom 2 en behoren bij normen die in kolom 3
                    vermeld staan.</al><al>Typen regionale waterkeringen Binnen de provincie Noord Brabant worden in de
                    Verordening water twee typen regionale waterkeringen onderscheiden. Enerzijds
                    betreft het regionale waterkeringen langs regionale wateren waarvoor de in dit
                    document genoemde waterstanden (toetspeilen) gelden en anderzijds
                    compartimenteringsdijken. Voor dit laatste type worden geen Maatgevende
                    Hoogwaterstanden vastgesteld. Voor deze keringen geldt dat de beheerder ze
                    handhaaft op het feitelijke profiel zoals dat op de datum van inwerkingtreding
                    van de verordening aanwezig was. In de provincie zijn bovendien nog keringen
                    aanwezig die worden aangeduid met het type “overige keringen”. Het betreft hier
                    keringen waarvan het belang van een mindere orde is zodat ze niet door de
                    provincie zijn aangewezen en genormeerd. De betreffende beheerder zorgt zelf
                    voor beheer, onderhoud, instandhouding en het hiervoor benodigde
                    instrumentarium. In de provincie zijn bovendien regionale keringen aanwezig die
                    in beheer zijn bij rijkswaterstaat. Het aanwijzen en normeren hiervan is een
                    verantwoordelijkheid van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Regionale
                    waterkeringen langs wateren die in open verbinding staan met rijkswater en niet
                    in beheer zijn bij rijkswaterstaat, zijn -in afwachting van de uitkomsten van
                    het aanwijzings- en normeringstraject van het ministerie van Verkeer en
                    Waterstaat- nog niet aangewezen en genormeerd.</al><al>Dubbelfunctie van regionale keringen In enkele gevallen is een aangewezen
                    regionale kering langs een regionaal water tevens een compartimenteringskering.
                    In dit geval geldt het volgende: - In eerste instantie wordt getoetst op de
                    functie van regionale kering langs regionaal water, te weten de vastgestelde
                    Maatgevende Hoogwaterstanden. Bij afkeuring volgt verbetering. Bij verbetering
                    wordt niet ingeboet op de aanwezige hoogte en/of breedte. - Indien de regionale
                    kering na toetsing kan worden goedgekeurd, geldt het vereiste dat hoort bij een
                    compartimenteringskering te weten handhaving van het aanwezige profiel.</al><al>Toetsen van regionale keringen In de toetsing dient de feitelijke toestand van
                    de regionale kering op de peildatum te worden weergegeven. Hierbij wordt geen
                    rekening gehouden met eventuele nog uit te voeren maatregelen (noch aan de
                    kering noch aan het watersysteem). Bij het toetsen wordt rekening gehouden met
                    benodigde aanvullende hydraulische randvoorwaarden op basis van plaatselijke
                    omstandigheden. Over de toetsing wordt verslag uitgebracht aan de provincie op
                    een nader te bepalen tijdstip. Ook de frequentie van toetsen wordt nader bepaald
                    in overleg tussen GS en de beheerders. Bij het toetsen worden gebruikelijke
                    voorschriften op het gebied van onderscheidenlijke waterkeringen
                    aangehouden.</al><al>Effect van nog te realiseren waterbergingsmaatregelen na 2010 De Maatgevende
                    Hoogwaterstanden in dit document hebben 2010 als referentie situatie. Het
                    handhaven/realiseren van de voorgeschreven beschermingsnorm kan bestaan uit een
                    mix van maatregelen. In het algemeen gaat het hierbij om het in stand houden (en
                    verbeteren) van waterkeringen en/of het realiseren van (extra) waterberging
                    waardoor de hoogste waterstanden dalen of (in de toekomst) minder stijgen. Onder
                    (extra) waterberging valt ook de verruiming van het watersysteem door
                    bijvoorbeeld verdieping van het rivierbed, (her-)meandering en/of verlegging van
                    keringen. In het geval dat een regionale kering moet worden afgekeurd is het van
                    belang om het effect van (geplande) nog te realiseren veranderingen aan het
                    watersysteem te kennen. Aan de hand van deze prognose kan bezien worden of
                    versterking nodig is of dat gewacht kan worden op de realisering van de
                    waterstandsveranderingen door extra waterberging. Deze prognoses zijn ter
                    indicatie opgenomen in de laatste kolommen van tabel a en tabel b aan het eind
                    van deze toelichting.</al><al>Bij de vaststelling van de Maatgevende Hoogwaterstanden (iedere zes jaar), wordt
                    de dan aanwezige situatie van het regionale riviersysteem als basis gebruikt
                    voor de berekening. Indien in de tussentijd extra waterberging is gerealiseerd,
                    zal de Maatgevende Hoogwaterstand die hiervan het gevolg is, worden
                    geformaliseerd bij de volgende vaststelling van de Maatgevende
                    Hoogwaterstanden.</al><al>Maatgevende Hoogwaterstanden bij het ontwerpen van verbeteringswerken en/of
                    aanpassingen van de regionale keringen Bij het toetsen van regionale keringen
                    geldt de op dat moment aanwezige situatie van de kering. Indien de kering
                    voldoet kan deze de vastgestelde Maatgevende Hoogwaterstand veilig keren en
                    wordt voldaan aan de in de verordening voorgeschreven beschermingsnorm. Indien
                    na afkeuring de conclusie wordt getrokken dat deze dient te worden verbeterd,
                    ligt het voor de hand om de verbetering zodanig uit te voeren dat de kering
                    daarna meerdere toetsingscycli kan worden goedgekeurd. Over het algemeen wordt
                    voor een waterkering uitgegaan van een levensduur van ca. 50 jaar. Met een
                    dergelijke levensduur kan een investering en een daaraan vaak gekoppelde
                    ruimtelijke herinrichting voldoende renderen. Om een ontwerp te kunnen maken dat
                    ca. 50 jaar voldoet, dient de beheerder een inschatting te maken van de
                    veranderingen in de Maatgevende Hoogwaterstand binnen deze periode. Hierbij
                    dienen met name klimaatontwikkelingen en veranderingen aan het riviersysteem in
                    beschouwing genomen te worden. Indien stijgingen van Maatgevende
                    Hoogwaterstanden te krap worden ingeschat, zal de frequentie van afkeuren en
                    verbeteren en daarmee de hoogte van de kosten toenemen.</al><al>Hydraulische randvoorwaarden Naast de Maatgevende Hoogwaterstanden als afvoer-
                    en peilgedomineerde waterstanden, kan het nodig zijn om andere hydraulische
                    randvoorwaarden mee te nemen die relevant zijn voor de bepaling van de
                    hoogte/zwaarte van de belasting. Uiteraard vormt vervolgens de belasting een
                    maat om de sterkte van de regionale keringen te kunnen beoordelen. Op het gebied
                    van hydraulische randvoorwaarden dient voor zover aan de orde rekening gehouden
                    te worden met wind (richting en snelheid met het oog op golven, opwaaiing),
                    stroomsnelheden, scheefstand, vorm en duur van hoogwatergolven. Voor veel
                    regionale wateren geldt dat deze een beperkte breedte en diepte hebben. De
                    beheerders dienen in het kader van de toetsing zelf te motiveren waar en waarom
                    bepaalde hydraulische randvoorwaarden van toepassing zijn. Hierbij kan aan de
                    orde zijn dat verschillende belastingsituaties met elkaar vergeleken moeten
                    worden.</al><al>Uitgangspunten die hebben gegolden bij de bepaling van de Maatgevende
                    Hoogwaterstanden</al><al>Algemeen</al><al>* De Maatgevende Hoogwaterstanden gelden op de as van het watersysteem, en op
                    een interval van meestal 1 km. Hiertoe moeten genoeg rekenpunten worden
                    vastgesteld in de hydraulische modellering om de ruimtelijke variatie van de
                    Maatgevende Hoogwaterstanden weer te geven. * Er dient een goede archivering van
                    de waterschappen te zijn van de onderbouwing van de Maatgevende
                    Hoogwaterstanden. Hierin dient te zijn opgenomen hoe is geschematiseerd,
                    gekalibreerd en gevalideerd. De rapportages over achtergronden en resultaten
                    worden door de beheerders digitaal aan de provincie geleverd. * Bij het
                    opstellen van de Maatgevende Hoogwaterstanden wordt zo veel mogelijk aangesloten
                    bij de uitgangspunten van de eerder opgestelde normgevende waterstanden die
                    worden gebruikt voor de uitvoering van maatregelen in en om ’s-Hertogenbosch en
                    Breda. * De Maatgevende Hoogwaterstanden worden vastgesteld op basis van de
                    situatie in 2010. Rivierkundige maatregelen die effect hebben op de Maatgevende
                    Hoogwaterstanden, maar niet operationeel zijn medio 2010, worden niet verwerkt
                    in de berekeningen en derhalve niet in de Maatgevende Hoogwaterstanden. Wel
                    wordt het toekomstig effect van deze maatregelen op de Maatgevende
                    Hoogwaterstanden in beschouwing genomen in het beheerdersoordeel voor de
                    toetsing van de keringen (en daarmee in de beslissing over eventuele
                    versterkingen van de regionale keringen). De inschatting van deze toekomstige
                    effecten is weergegeven in tabel a en b van deze bijlage.</al><al>Technisch/inhoudelijk</al><al>* De Maatgevende Hoogwaterstanden zijn representatief voor de waterstanden in
                    het midden van de waterloop. * Er wordt aangenomen dat ook onder maatgevende
                    omstandigheden, de structuur van het watersysteem onveranderd blijft; het falen
                    van bijvoorbeeld kunstwerken en dijken wordt buiten beschouwing gelaten. * Bij
                    hydraulische en hydrologische modellering moet de schematisatie inzichtelijk en
                    onderbouwd zijn. Onder de schematisatie wordt verstaan: het modelgebied en de
                    modelranden en de in het hydraulisch model opgenomen waterlopen, dwarsprofielen,
                    kunstwerken en rekenpunten. * Bij hydraulische en hydrologische modellering moet
                    de parameterisatie (bijvoorbeeld ruwheid van waterlopen, coëfficiënten van
                    kunstwerken en drainageweerstanden van de bodem) inzichtelijk en onderbouwd
                    zijn. * De afleiding van de randvoorwaarden die aan de boven- en benedenranden
                    van het model zijn opgelegd en hun onderlinge relatie, moet inzichtelijk en
                    onderbouwd zijn. * De keuze van de uiteindelijke hoogste waterstand dient
                    onderbouwd te worden door middel van een beheerdersoordeel.</al><al>Totstandkoming berekende hoogste waterstanden</al><al>Methodiek waterschap Aa en Maas</al><al>Het HOWABO gebied voor Aa en Maas omvat de waterlopen de Dommel vanaf de Bossche
                    Broek, de Aa vanaf stuw Runkampen, de Dieze en het Drongelens kanaal. Om
                    hoogwaterberekeningen voor het HOWABO gebied uit te voeren, zijn de
                    stroomgebieden van de Dommel en de Aa geschematiseerd in een
                    neerslag-afvoermodel dat gekoppeld is aan een hydraulisch model (Sobek RR-CF).
                    Het gekoppelde model is gekalibreerd en goed bevonden door deskundigen van de
                    Waterschappen Aa en Maas en De Dommel en rijkswaterstaat. Omdat ‘s-Hertogenbosch
                    een beschermingsniveau van 1/150 jaar heeft, zijn voor deze herhalingstijd
                    berekeningen gemaakt.</al><al>Hoge waterstanden in ’s-Hertogenbosch treden op als gevolg van relatief hoge
                    afvoeren van de Aa en de Dommel in combinatie met hoge waterstanden op de Maas.
                    Als uitgangspunt voor de hoogwaterberekeningen is gesteld dat de kans op
                    samenvallen van afvoergolven op de Maas en afvoergolven op de Aa en de Dommel
                    0.8 is, met een vertraging van de Maaspiek met 55 uur ten opzichte van de Aa en
                    de Dommel. Hieruit is afgeleid dat een 1/125 jaar afvoergolf op de Maas in
                    combinatie met 1/100 jaar afvoer van de Aa en de Dommel leidt tot een 1/150 jaar
                    gebeurtenis in ’s-Hertogenbosch.</al><al>Het waterschap Aa en Maas heeft alleen regionale keringen die gelegen zijn in
                    het zogeheten HOWABO-gebied. De ontwerp-Maatgevende Hoogwaterdstanden voor het
                    HOWABO gebied zijn gebaseerd op de modelberekeningen van Hydrologic,
                    [Hydrologic, 2006]. De afvoer van de Maas is sterk bepalend voor de optredende
                    waterstanden in ’s-Hertogenbosch en meer bovenstrooms op de Aa en de Dommel. Het
                    al dan niet dan niet samenvallen van de afvoergolven van de Maas en de Aa/Dommel
                    is hierin belangrijk. In de uitgevoerde hoogwaterstudie is uitgegaan van een
                    vaste vorm en looptijd van de Maasafvoer en een bepaalde kans op samenvallen van
                    de afvoergolven, met een vaste vertraging ten opzichte van de Aa en de Dommel.
                    De afvoer van 1/100 jaar voor de Aa en de Dommel is berekend door een
                    negendaagse neerslaggebeurtenis van in totaal 110 mm in combinatie met een
                    initiële grondwaterstand gelijk aan de GHG (Gemiddeld HoogGrondwaterstand).</al><al>Methodiek waterschap De Dommel</al><al>Voor de keringen die niet onder HOWABO vallen, is er een inventarisatie gemaakt
                    van de beschikbare meetgegevens van waterstanden. De lengte van de tijdreeksen
                    varieert van circa 1 tot 36 jaar. Indien geen meetreeks beschikbaar was, is
                    gebruik gemaakt van het bestaande SOBEK model. De maatgevende waterstanden uit
                    het SOBEK model zijn getypeerd als ‘ zeer grove indicatie peilen’.</al><al>De Maatgevende Hoogwaterstanden zijn aan de hand van overschrijdingsfrequenties
                    van gemeten waterstanden bepaald. De waterstanden voor lagere frequenties zijn
                    geëxtrapoleerd. Bij het afleiden van statistiek op basis van meetreeksen is de
                    POT methode toegepast. Deze POT-waarden zijn geselecteerd uit een meetreeks. Om
                    een verantwoorde statistische analyse van extreme waterstanden toe te passen is
                    gekeken naar onafhankelijke gebeurtenissen. Bij iedere POT-waarde is een
                    tijdsvenster van 30 dagen gehanteerd. Om de POT-waarden grafisch weer te geven
                    is gebruik gemaakt van plotposities van Benard en Bos-Levenbach.</al><al>De invloed van de hoge Maas waterstanden op de regionale waterstanden is
                    geanalyseerd en indien nodig zijn de Maatgevende Hoogwaterstanden gecorrigeerd.
                    Beheerders hebben de Maatgevende Hoogwaterstanden gecontroleerd aan de hand van
                    hun gebiedskennis. Voor het HOWABO gebied wordt verwezen naar de opmerkingen bij
                    waterschap Aa en Maas. Omdat de gegevens waarop de berekende hoogste
                    waterstanden zijn gebaseerd, te beperkt zijn voor een betrouwbaar resultaat,
                    heeft de provincie een onzekerheidsmarge van 0,10m op de door waterschap De
                    Dommel aangeleverde toetspeilen toegepast en is uitgegaan van verhang op de
                    Essche stroom. Een en ander op basis van een deskundigenadvies.</al><al>Methodiek waterschap Brabantse Delta In het beheergebied van waterschap
                    Brabantse Delta zijn voor het vaststellen van de normering van de regionale
                    keringenwaterstanden bepaald voor de Mark-Vliet boezem, het Oude Maasje en de
                    Roode Vaart Noord. De veiligheidsnorm voor deze keringen is vastgesteld op een
                    overschrijdingsfrequentie van 1/100 per jaar. De waterstanden voor de normering
                    zijn met een gecombineerd hydrologisch/ hydraulisch model (SOBEK CF-RR)
                    berekend. Dit model is gekalibreerd over een tienjarige periode om hoogwater
                    situaties goed te simuleren. De kansen van voorkomen van de met het model
                    berekende waterstanden zijn bepaald aan hand van de stochastenmethode. De
                    stochasten die gebruikt zijn, zijn 1) negen-daags neerslagvolume, 2)
                    neerslagpatroon (verdeling van de neerslag over de tijd) en 3) de
                    voorgeschiedenis van de bodem. De benedenrand is niet als stochast gedefinieerd,
                    en is vastgesteld als een constant peil (0,5 m + NAP) op het Volkerak–Zoommeer.
                    De berekende benedenstroomse waterstanden op de Mark-Vliet boezem worden sterk
                    beïnvloed door deze rand.</al><al>Het waterschap stelt dat de afgeleide Maatgevende Hoogwaterstanden ten behoeve
                    van de normering (niet zondermeer) kunnen worden gehanteerd als de Maatgevende
                    Hoogwaterstanden voor de toetsing. Een belangrijke reden hiervoor zijn
                    (impliciete) onzekerheden verbonden aan de gehanteerde stochastenmethode.
                    Berekende maatgevende waterstanden worden bij deze methode over het algemeen
                    overschat doordat de kansverdeling van de stochastische parameters en hun
                    onderlinge relaties niet bekend zijn. Het waterschap heeft daarom de Maatgevende
                    Hoogwaterstanden afgeleid op basis van berekeningen met gecorrigeerde 100-jarige
                    neerslagreeksen en een aanvullende extreme waarden analyse. Neerslagreeksen
                    (1906-2005) van De Bilt zijn getransformeerd naar 100-jarige reeksen voor 7 KNMI
                    stations in het beheergebied van waterschap Brabantse Delta. Deze reeksen zijn
                    doorgerekend met het oppervlaktewater model (Sobek CF-RR) en vervolgens middels
                    kansdichtheidfuncties geanalyseerd aan de hand van jaarmaxima. Deze
                    frequentieanalyses hebben uiteindelijk geleid tot maatgevende waterstanden
                    behorend bij het beschermingsniveau van 1/100 jaar.</al><al>De resultaten van deze berekeningen zijn op consistentie vergeleken met de
                    eerdergenoemde stochastenberekeningen en analyses van maatgevende afvoeren en
                    waterstanden uit het verleden. Ook is een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd
                    voor:</al><al>* de keuze van de benedenrandvoorwaarde (geconstrueerde dynamische benedenrand
                    voor de huidige situatie en constant (hoog) peil op het Volkerak–Zoommeer) * de
                    inzet van de vierde bergboezem * klimaatscenario G+ * ruimtelijke variabiliteit
                    van neerslag (met neerslagradar data) * toekomstige ontwikkelingen.</al><al>Voor de tabellen bij de toelichting, download <extref doc="http://www.brabant.nl/loket/provinciale-bladen.aspx?qvi=35019" struct="INTERNET">Provinciaal Blad 2010, 241.pdf</extref></al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>