<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR96951_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Midden-Drenthe</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-04-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Midden-Drenthe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteberichten 28 december 2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artt. 147, 149 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2010-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>subsidiering</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>nieuwe regeling</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>De wet: de Wet sociale werkvoorziening</al></li><li nr="b."><al>Het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                gemeente Midden-Drenthe.</al></li><li nr="c."><al>Wsw-gerechtigden: ingezetenen van de gemeente die voor de Wsw
                                geïndiceerd zijn blijkens een indicatiebeschikking of
                                herindicatiebeschikking als bedoeld in artikel 11 van de Wsw.</al></li><li nr="d."><al>Persoonsgebonden budget begeleid werken: het geheel van periodieke
                                subsidie en vergoedingen dat voor de Wsw-geïndiceerde maximaal ter
                                beschikking wordt gesteld aan respectievelijk een werkgever en een
                                begeleidingsorganisatie om de Wsw-geïndiceerde werkzaamheden te
                                laten verrichten onder aangepaste omstandigheden.</al></li><li nr="e."><al>Gerealiseerd arbeidsjaar: het equivalent van een dienstbetrekking op
                                basis van een volledige werkweek die het gehele kalenderjaar is
                                vervuld door een geïndiceerde ingezetene of een daarmee
                                gelijkgestelde, gebaseerd op het gemiddelde van de twaalf
                                eindemaandstanden.</al></li><li nr="f."><al>Alescon: de door de gemeenteraden van de gemeenten Aa en Hunze,
                                Assen, Hoogeveen, Midden-Drenthe, Tynaarlo en De Wolden opgerichte
                                Gemeenschappelijke Regeling, welke onder meer als doel heeft de
                                uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening, inclusief de
                                uitvoering van de verordening persoonsgebonden budget Begeleid
                                Werken Wsw ( PGB-BW).</al></li><li nr="g."><al>POP: Persoonlijk ontwikkelingsplan van de Wsw- gerechtigde dat het
                                traject van scholing en begeleiding, gericht op het vergroten van de
                                competenties en vaardigheden van de Wsw-gerechtigde, bevat.</al></li><li nr="h."><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet
                                sociale werkvoorziening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Reikwijdte verordening</titel></kop><al>De bepalingen in deze verordening gelden voor: </al><lijst><li nr="1."><al>De Wsw-gerechtigde, die in de gemeente woonachtig is; </al></li><li nr="2."><al>De betrokken werkgever;</al></li><li nr="3."><al>De betrokken begeleidingsorganisatie;</al></li><li nr="4."><al>De betrokken uitvoeringsorganisatie van deze regeling, te weten
                                Alescon.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>De hoogte van de rechtstreeks aan de subsidieverlening verbonden
                            uitvoeringskosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt elk jaar vóór 31 december de hoogte vast van de
                            maximale subsidieverlening per gerealiseerd arbeidsjaar voor elk te
                            verstrekken persoonsgebonden budget voor het daarop volgende
                            kalenderjaar. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beschikbaar gestelde bedrag voor de PGB-BW wordt jaarlijks voor 1
                            januari bekend gemaakt door de gemeente. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Invulling voorwaarden adequate werkplek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt op aanvraag aan iedere Wsw-gerechtigde, een
                            persoonsgebonden budget begeleid werken Wsw, op voorwaarde dat werkgever
                            en begeleidingsorganisatie zorgen voor een arbeidsplaats, die door de
                            Wsw-gerechtigde adequaat wordt ingevuld en past binnen het POP van de
                            Wsw-geïndiceerde.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het onder lid 1 genoemde persoonsgebonden budget wordt alleen ter
                            beschikking gesteld, indien er ruimte is binnen de rijkstaakstelling van
                            de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het onder lid 1 genoemde persoonsgebonden budget wordt alleen ter
                            beschikking gesteld, indien de werkgever voldoet aan de volgende
                            vereisten:</al><lijst><li nr="a."><al>Zijn onderneming staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel
                                    of een gelijkwaardige organisatie dan wel, op grond van de
                                    handelsregisterwet, is vrijgesteld van inschrijfplicht.</al></li><li nr="b."><al>De aangeboden arbeidsplaats is in zijn aard en omvang, gelet op
                                    de indicatiestelling en mogelijkheden van de SW-geïndiceerde,
                                    als passend aan te merken.</al></li><li nr="c."><al>De duur van het dienstverband bedraagt tenminste 12 maanden, met
                                    een mogelijkheid tot verlenging.</al></li><li nr="d."><al>De formele arbeidsduur van de arbeidsovereenkomst bedraagt
                                    minimaal 16 uur per week.</al></li><li nr="e."><al>Er is geen sprake van feiten of omstandigheden die er op wijzen
                                    of redelijkerwijs doen vermoeden dat de onderneming in
                                    financiële problemen verkeert of dat sprake is van een
                                    niet-bonafide onderneming. De onderneming is niet in staat van
                                    faillissement en haar is geen surséance van betaling
                                    verleend.</al></li><li nr="f."><al>De onderneming beschikt over een WA-verzekering, respecteert en
                                    voldoet aan de arbowetgeving.</al></li><li nr="g."><al>De salariëring van de medewerkers is gebaseerd op de voor het
                                    bedrijf of de betreffende branche geldende CAO of
                                    arbeidsvoorwaarden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het onder lid 1 genoemde persoonsgebonden budget wordt alleen ter
                            beschikking gesteld, indien de begeleidingsorganisatie voldoet aan de
                            volgende vereisten: </al><lijst><li nr="a."><al>De begeleidingsorganisatie staat ingeschreven bij de Kamer van
                                    Koophandel of een gelijkwaardige organisatie, dan wel, op grond
                                    van de handelsregisterwet, is vrijgesteld van
                                    inschrijfplicht.</al></li><li nr="b."><al>De begeleidingsorganisatie en/of haar medewerkers zijn
                                    gekwalificeerd voor het begeleiden van de doelgroep, c.q. de
                                    Wsw-gerechtigde voor wie het persoonsgebonden budget is bestemd
                                    en de begeleidingsorganisatie en of de jobcoach voldoen
                                    respectievelijk aan het keurmerk Blik op Werk en/ of de
                                    jobcoacherkenning van het UWV.</al></li><li nr="c."><al>De begeleidingsorganisatie heeft aantoonbare kennis en ervaring
                                    in het werkveld en beschikt over aantoonbaar goede netwerken in
                                    het werkgebied.</al></li><li nr="d."><al>Er is geen sprake van feiten of omstandigheden die er op wijzen
                                    of redelijkerwijs doen vermoeden dat de onderneming in
                                    financiële problemen verkeert of dat sprake is van een
                                    niet-bonafide onderneming. De begeleidingsorganisatie is niet in
                                    staat van faillissement en er is geen surséance van betaling
                                    verleend.</al></li><li nr="e."><al>De begeleidingsorganisatie beschikt over een
                                    WA-verzekering.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De werkgever of de begeleidingsorganisatie kan - tussentijds - worden
                            verzocht gegevens te over te leggen waaruit blijkt dat wordt voldaan aan
                            de gestelde eisen. Indien niet of niet (meer) volledig aan deze eisen
                            wordt voldaan kan de bevoorschotting worden stopgezet. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De begeleidingsorganisatie is verantwoordelijk voor de uitvoering van
                            het POP van de Wsw-gerechtigde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>De wijze van vaststelling van de periodieke subsidie aan de
                            werkgever</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt, op voorstel van de Wsw-gerechtigde, de hoogte van de
                            loonkostensubsidie aan de werkgever vast. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De loonkostensubsidie wordt telkens voor een periode van maximaal 12
                            maanden verleend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorgestelde loonkostensubsidie kan door het college nooit hoger
                            worden vastgesteld dan 60% van het wettelijk minimumloon van de
                            Wsw-gerechtigde bij een full-time dienstverband.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor een parttime dienstverband geldt een loonkostensubsidie als bedoeld
                            in het vorige lid naar rato van de formele arbeidsduur. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De loonkostensubsidie wordt toegekend op basis van het brutoloon van de
                            Wsw-gerechtigde inclusief vakantiegeld. Overige loonbestanddelen en
                            werkgeverslasten komen niet voor subsidie in aanmerking. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien het college niet kan instemmen met de, conform lid 1,
                            voorgestelde loonkostensubsidie, vindt door of namens het college een
                            loonwaardeonderzoek plaats, op basis waarvan de loonkostensubsidie wordt
                            vastgesteld. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in de artikelen 6, 13 en 14 van deze
                            verordening vindt per jaar een loonwaardebepaling plaats in geval er
                            sprake is van een dienstverband voor onbepaalde tijd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Herziening van de loonkostensubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op verzoek van de werkgever kan een loonkostensubsidie worden herzien
                            als hier, gelet op de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit van de
                            werknemer, aanleiding voor is. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De loonkostensubsidie kan ambtshalve (tussentijds) worden gewijzigd als
                            hier gerede aanleiding toe is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Vergoeding begeleidingsorganisatie, werkplekaanpassing en
                            loonkostensubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de Wsw-geïndiceerde in overeenstemming met artikel 7 lid 4 Wsw,
                            vóóraf heeft verzocht om ondersteuning van een – door hem ingeschakelde
                            – begeleidingsorganisatie bij het zoeken van een begeleid werkenplaats
                            (jobfinding), worden de hiervoor gemaakte kosten vergoed tot maximaal
                            het hiervoor vastgestelde tarief conform artikel 3, lid 1. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kosten verbonden aan het vinden van een baan worden alleen vergoed
                            indien er daadwerkelijk een arbeidsovereenkomst tot stand komt (no cure,
                            no pay).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De hoogte van de vergoeding aan de begeleidingsorganisatie en de omvang
                            van het aantal uren begeleiding wordt door partijen in onderling overleg
                            vastgesteld. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vergoeding aan de begeleidingsorganisatie en de omvang van het aantal
                            uren begeleiding wordt door partijen in overleg, in ieder geval 12
                            maanden na aanvang dienstverband, opnieuw vastgesteld door het
                            college.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kosten voor begeleiding door de begeleidingsorganisatie bedragen per
                            jaar maximaal 25% van het bedrag zoals bedoeld in artikel 3.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Vergoeding voor eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van de
                            omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een vergoeding verstrekken - in de vorm van een
                            eenmalige subsidie - voor de eenmalige kosten van aanpassing van de
                            omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht als blijkt dat
                            aanpassingen op de werkplek noodzakelijk zijn, deze persoonsgerelateerd
                            zijn, en het college bepaalt dat het niet redelijk is dat deze kosten
                            door de werkgever worden gedragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Kosten voor aanschaf van apparatuur, kosten voor de werkplek en kosten
                            voortvloeiend uit arbowetgeving die de werkgever uit hoofde van normaal
                            en goed werkgeverschap voor iedere werknemer zou moeten maken komen niet
                            in aanmerking voor vergoeding door het college. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergoeding wordt alleen verstrekt indien er in aanvang sprake is van
                            een dienstverband van minimaal 24 maanden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aanpassingen waarvan de kosten, in totaliteit, hoger zijn dan € 3.000
                            komen niet voor een vergoeding in aanmerking. In dat geval wordt de
                            arbeidsplaats niet als passend in de zin van artikel 4,derde lid sub b
                            beschouwd. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college regelt de wijze van uitbetaling van de vergoeding. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Indienen van de aanvraag voor inschakeling van een
                            begeleidingsorganisatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag voor inschakeling van een begeleidingsorganisatie voor het
                            vinden van een begeleid werkplek (Jobfinding) wordt vooraf door de
                            Wsw-gerechtigde ingediend door middel van een volledig ingevulde
                            aanvraag. De aanvraag wordt mede-ondertekend door de
                            begeleidingsorganisatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag wordt tenminste vier weken voor de beoogde ingangsdatum
                            ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Beslistermijn inschakeling begeleidingsorganisatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college besluit over de in artikel 9 genoemde aanvraag binnen vier
                            weken na ontvangst van alle benodigde gegevens. Het besluit wordt zowel
                            aan de Wsw-geïndiceerde als de begeleidingsorganisatie medegedeeld.
                        </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan dit besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het
                            college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Indienen van de aanvraag voor een PGB-BW</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag voor een persoonsgebonden budget Begeleid Werken wordt door
                            de Wsw-gerechtigde ingediend door middel van een volledig ingevulde
                            aanvraag. De aanvraag wordt mede-ondertekend door de werkgever en de
                            begeleidingsorganisatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag wordt tenminste vier weken voor de beoogde ingangsdatum
                            ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Beslistermijn aanvraag PGB-BW</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college besluit over de in artikel 11 genoemde aanvraag binnen vier
                            weken na ontvangst van de complete aanvraag. Het besluit wordt zowel aan
                            de Wsw-geïndiceerde als aan de werkgever en de begeleidingsorganisatie
                            medegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan dit besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het
                            college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Het besluit tot verlenen van de periodieke subsidie</titel></kop><al>Het besluit tot verlening van een periodieke subsidie bevat in ieder
                        geval:</al><lijst><li nr="a."><al>De hoogte van de periodieke subsidie aan de werkgever en de wijze
                                waarop deze kan worden aangepast. </al></li><li nr="b."><al>De wijze van bevoorschotting van de subsidie aan de werkgever.</al></li><li nr="c."><al>De verplichtingen van de werkgever.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Het vaststellen van de periodieke subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De werkgever verstrekt binnen vier weken na afloop van het kalenderjaar
                            aan het college een schriftelijke opgave van het door hem in het
                            voorgaande jaar betaalde bruto (CAO-)loon, inclusief vakantiegeld, van
                            de Wsw-geïndiceerde. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt de periodieke subsidie binnen vier weken na ontvangst
                            van deze opgave vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college maakt nadere afspraken met de werkgever over de wijze van
                            bevoorschotting en afrekening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Verrekening met de voorschotten</titel></kop><al>De subsidie wordt overeenkomstig de vaststelling binnen vier weken na de
                        vaststelling betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Verplichtingen van de werkgever</titel></kop><al>De werkgever doet onmiddellijk schriftelijke mededeling aan het college van
                        alle feiten en omstandigheden, die hij redelijkerwijs kent c.q. verwacht en
                        die van belang kunnen zijn voor de verstrekking van de subsidie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze
                        verordening, indien toepassing daarvan tot onbillijkheden van overwegende
                        aard leidt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                        college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening persoonsgebonden
                                budget Begeleid Werken Wet sociale werkvoorziening.</al></li><li nr="2."><al>Zij treedt in werking op 1 januari 2010.</al><al/></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad,</ondertekening><ondertekening>gehouden op 17 december 2009,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>J.Pit</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>J.Broertjes</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al>De (herziene) Wet sociale Werkvoorziening (Wsw), geldend vanaf 1 januari 2008,
                    bepaalt dat gemeenten de verplichting hebben in een verordening regels vast te
                    stellen voor het toekennen van zogeheten Persoonsgebonden budgetten (PGB) voor
                    Begeleid Werken. Daarbij gaat het om regels over de wijze waarop de hoogte van
                    de periodieke subsidie aan de werkgever dient te worden vastgesteld, over de
                    hoogte van de uitvoeringskosten van de verordening, over vergoeding voor de
                    werkplekaanpassingen en over de voorwaarden waaronder de gemeente een door de
                    Wsw-geïndiceerde zelf aangewezen begeleidingsorganisatie inschakelt. De wet
                    verplicht gemeenteraden om bij verordening nadere regels vast te stellen over de
                    wijze waarop het college vormgeeft aan het PGB-Begeleid Werken (artikel 7,
                    tiende lid, Wsw). </al><al>De Drentse gemeenten Aa en Hunze, Assen, Hoogeveen, Midden-Drenthe, Tynaarlo en
                    de Wolden hebben een Gemeenschappelijke Regeling vastgesteld, welke onder meer
                    als doel heeft de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening. </al><al>Het bijzondere aan dit Persoonsgebonden budget Begeleid Werken (PGB-BW) is dat
                    het bestemd is voor de Wsw-geïndiceerde, maar dat het budget uitgekeerd wordt
                    aan de werkgever die de Wsw-geïndiceerde onder aangepaste omstandigheden arbeid
                    biedt en aan de begeleidingsorganisatie die de Wsw-geïndiceerde helpt bij het
                    verkrijgen en helpt bij het behouden van deze arbeid.</al><al>Het PGB-BW wordt door de Wsw-geïndiceerde, samen met de begeleidingsorganisatie
                    en de werkgever, aangevraagd. Er worden eisen gesteld aan de werkgever en aan de
                    begeleidingsorganisatie. Als niet aan de vereisten wordt voldaan, dan wordt het
                    PGB-BW afgewezen.</al><al><vet>Twee vormen van begeleid werken </vet></al><al>Sinds 1998 kent de Wsw de mogelijkheid van begeleid werken door Wsw-gerechtigden
                    bij een reguliere werkgever. Het begeleid werken was onder de oude wet geregeld
                    in het Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken. Bij deze
                    vorm van begeleid werken worden begeleid werkenplekken tot stand gebracht door
                    gemeente of schap. Deze wijze van tot stand brengen van begeleid werken blijft
                    ook onder de huidige wet bestaan. </al><al>Naast het begeleid werken dat namens de gemeente door Alescon tot stand wordt
                    gebracht, introduceert de nieuwe Wsw het begeleid werken via de figuur van het
                    persoonsgebonden budget (PGB-BW). Dit vanuit de gedachte dat de Wsw als
                    vrijwillige voorziening voor een specifieke groep arbeidsgehandicapten zo goed
                    mogelijk moet aansluiten bij de capaciteiten en mogelijkheden van een
                    Wsw-gerechtigde. Daarbij past ook dat Wsw-gerechtigden de mogelijkheid moeten
                    hebben om zelf te bepalen op welke manier hun arbeidsplaats wordt gerealiseerd.
                    Door de Wsw-gerechtigde een recht op een PGB-BW te geven wordt hierin voorzien.
                    Tussen beide vormen van begeleid werken, totstandkoming via een PGB-BW dan wel
                    met behulp van Alescon, bestaat een aantal verschillen. Zo is begeleid werken
                    met een PGB als een recht voor elke Wsw-gerechtigde geformuleerd. Deze heeft
                    recht op begeleid werken met een PGB als de aanvraag aan de wettelijke eisen en
                    de daarop gebaseerde gemeentelijke voorwaarden voldoet. Dit betekent dat zowel
                    Wsw-gerechtigden op de wachtlijst als Wsw-gerechtigden in dienst van Alescon of
                    een reguliere werkgever voor een PGB-BW in aanmerking kan komen. Bovendien ligt
                    bij begeleid werken met een PGB het initiatief bij de Wsw-gerechtigde zelf. De
                    Wsw-gerechtigde, of iemand namens hem, zal een PGB-BW bij de gemeente moeten
                    aanvragen en om dit te kunnen doen zal hij zelf een werkgever en een
                    begeleidingsorganisatie moeten aandragen en de wijze van werkplekaanpassing
                    moeten regelen, dan wel daar een voorstel voor doen. Als een Wsw-gerechtigde (of
                    een door hem ingeschakelde begeleidingsorganisatie) een werkgever vindt die hem
                    een adequate werkplek aanbiedt, de begeleiding op de werkplek adequaat wordt
                    geregeld én de kosten van begeleid werken binnen het beschikbare budget vallen,
                    dan is de gemeente (na de aanvraag te hebben beoordeeld) verplicht de wens van
                    de Wsw-gerechtigde te honoreren. Iedere Wsw-gerechtigde komt in beginsel in
                    aanmerking voor begeleid werken met een PGB. Voor personen op de wachtlijst
                    geldt dat zij pas van het PGB-BW gebruik kunnen maken als zij op grond van hun
                    plek op die wachtlijst aan de beurt zijn voor een Wsw-plek. Voor het beroep op
                    een PGB-BW is geen advies Begeleid Werken van het UWV-WERKbedrijf vereist. Een
                    sw-indicatie volstaat. Ook een werknemer met een bestaand dienstverband, in het
                    kader van de Wet, kan dus een beroep doen op een PGB-BW. </al><al>Het verschil tussen begeleid werken dat door Alescon wordt georganiseerd en
                    begeleid werken met een PGB is in beginsel uitsluitend gelegen in de procedurele
                    wijze waarop een begeleid werkenplek tot stand wordt gebracht. Als de begeleid
                    werkenplek eenmaal is gerealiseerd zijn er in principe geen verschillen. Dit
                    betekent dat gemeenten bij het stellen van regels voor begeleid werken met een
                    PGB zoveel mogelijk kunnen aansluiten bij de wijze waarop zij het begeleid
                    werken op dit moment organiseren. Dit geldt met name voor de eisen die zij aan
                    werkgevers, de werkplek en aan begeleidingsorganisaties stellen. </al><al><vet>De regeling van begeleid werken met een PGB</vet></al><al>Het begeleid werken met een PGB wordt geregeld in artikel 7 Wsw. De gemeente kan
                    een verzoek van een Wsw-gerechtigde om voor een PGB-BW in aanmerking te komen
                    niet weigeren, als: </al><al>De betrokkene al een dienstbetrekking heeft in het kader van de Wet of recht
                    heeft op plaatsing vanaf de wachtlijst;</al><al>De door de Wsw-gerechtigde voorgestelde werkplek en begeleiding op de werkplek
                    adequaat zijn; </al><al>De door de gemeente aan de werkgever te verstrekken periodieke subsidie en de
                    aan begeleidingsorganisatie te verstrekken vergoeding, na aftrek van de voor de
                    gemeente rechtstreeks aan de subsidieverlening verbonden uitvoeringskosten, mag
                    niet hoger zijn dan de kostprijs die beschikbaar is voor een Wsw-plaats in het
                    kader van het product begeleid werken. Dit is vastgelegd in de raamovereenkomst
                    (artikel 6.4 bijdragen per productgroep) voor de uitvoering van de Wsw tussen
                    het college en de Gemeenschappelijke Regeling Alescon de dato 11 december 2008.
                    Komt het bedrag van de periodieke subsidie en de periodieke vergoeding van
                    begeleiding boven de hoogte van de kostprijs voor het product begeleid werken
                    (inclusief de uitvoeringskosten) uit, dan is het college niet verplicht om
                    subsidie te verstrekken, maar mag het dat wel doen (artikel 7, eerste lid, Wsw). </al><al>Het uitgangspunt van de wet is dat een Wsw-gerechtigde recht heeft op begeleid
                    werken met een PGB. Het college heeft de bevoegdheid om op grond van de wet en
                    de voorwaarden in deze verordening te toetsen of het aangevraagde bedrag voor
                    het PGB-BW nodig is om de betreffende Wsw-gerechtigde op een adequate wijze
                    begeleid te laten werken, dan wel dat zou kunnen worden volstaan met een lager
                    bedrag. Omgekeerd kan het college, hoewel hij de toekenning van een dergelijke
                    hogere aanvraag mag weigeren, ook besluiten een hoger bedrag toe te kennen dan
                    het beschikbare bedrag. </al><al><vet>Het PGB-BW bestaat uit drie bestanddelen: </vet></al><al>Een periodieke subsidie aan de werkgever waar de Wsw-gerechtigde in dienst is.
                    Deze subsidie is primair bedoeld als een tegemoetkoming in de loonkosten in
                    verband met de geringere arbeidsproductiviteit. Ook kan deze subsidie worden
                    gebruikt als een vergoeding voor structurele kosten van de werkgever die verband
                    houden met het in dienst hebben van een Wsw-gerechtigde onder aangepaste
                    omstandigheden. Daarbij kan worden gedacht aan reiskosten of kosten voor
                    intermediaire activiteiten voor mensen met een visuele of auditieve handicap
                    (zoals een voorleeshulp of een doventolk).</al><al>Een periodieke vergoeding aan de begeleidingsorganisatie die de begeleiding van
                    de Wsw-gerechtigde verzorgt.</al><al>Een vergoeding voor de eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van de
                    omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht (artikel 7, derde lid, Wsw).
                    Hieronder worden bijvoorbeeld kosten verstaan die gemaakt worden voor technische
                    aanpassingen in de werkplek. De gemeente kan deze vergoedingen verstrekken, ze
                    is daartoe niet verplicht. </al><al>Het PGB-BW is geen rugzakje: de Wsw-gerechtigde krijgt geen budget mee. In feite
                    moet het PGB-BW als hier bedoeld dan ook eerder worden gezien als een
                    persoonsvolgend budget. Het PGB-BW wordt aangevraagd door de Wsw-gerechtigde,
                    maar de subsidie en vergoeding worden door de gemeente verstrekt aan de
                    werkgever respectievelijk de begeleidingsorganisatie. De Wsw-gerechtigde heeft
                    echter geen recht op een bepaald budget. Het uitgangspunt van de wet is dat een
                    Wsw-gerechtigde recht heeft op begeleid werken met een PGB. Enerzijds bestaat er
                    dus een recht op een PGB-BW, anderzijds heeft het college de
                    verantwoordelijkheid voor het zo efficiënt en effectief inzetten van publieke
                    middelen en het realiseren van de jaarlijkse (rijks)taakstelling voor het
                    realiseren van Wsw-plekken. Het bestaan van een PGB-BW ontslaat het college ook
                    niet van de zorgplicht zoals die is geformuleerd in art. 1 lid 3 van de wet. </al><al><vet>De onderwerpen in de verordening</vet></al><al>In artikel 7, tiende lid, Wsw staan de onderwerpen genoemd die de gemeenteraad
                    in ieder geval in zijn verordening zal moeten regelen: </al><al>de wijze waarop de hoogte van de periodieke subsidie aan de werkgever dient te
                    worden vastgesteld;</al><al>de hoogte van de voor het college rechtstreeks aan de subsidieverlening
                    verbonden uitvoeringskosten omgerekend op jaarbasis;</al><al>de voorwaarden waaronder het college aan de werkgever een vergoeding verstrekt
                    voor de eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van de omstandigheden
                    waaronder arbeid wordt verricht, en</al><al>de voorwaarden waaronder het college een begeleidingsorganisatie inschakelt die
                    door de Wsw-gerechtigde zelf is aangewezen. </al><al>Naast deze vier verplichte onderwerpen heeft de gemeente in haar verordening nog
                    een aantal andere zaken geregeld. Het gaat dan om voorwaarden die de gemeente
                    stelt aan de werkgever en de werkplek van de Wsw-gerechtigde. Het college zal
                    bij elke aanvraag van een PGB-BW moeten beoordelen of de werkgever de
                    voorgestelde inpassing in de arbeid adequaat kan verzorgen. Omdat begeleid
                    werken met een PGB een recht is voor alle Wsw-gerechtigden, zijn de voorwaarden
                    waaronder dit recht kan worden gerealiseerd in deze verordening opgenomen.
                    Daarnaast zijn er enkele procedurele bepalingen in de verordening opgenomen die
                    verband houden met het feit dat een PGB-BW moet worden aangevraagd. Het gaat om
                    aangelegenheden als gegevens en documenten die bij de aanvraag voor een PGB-BW
                    moeten worden overgelegd, de beslistermijn en de bevoegdheid van het college om
                    een subsidie te wijzigen. </al><al><vet>Onderscheid subsidies en vergoedingen</vet></al><al>De wet maakt een onderscheid tussen subsidies en vergoedingen. De periodieke
                    betalingen door de gemeente aan een werkgever worden als een subsidie aangemerkt
                    en de periodieke betalingen aan de begeleidingsorganisatie als een vergoeding.
                    Ook de betalingen in verband met eenmalige kosten van aanpassing van de werkplek
                    worden in de wet als een vergoeding aangemerkt. </al><al>Om vast te stellen of een bepaalde geldverstrekking een subsidie is (die op
                    basis van een beschikking wordt verstrekt) of een commerciële transactie
                    (waarvoor een overeenkomst wordt gesloten) doet de naamgeving van de
                    geldverstrekking niet ter zake. Als tegenover de betaling door de gemeente een
                    reële economische tegenprestatie staat (in de vorm van een concrete dienst of
                    concreet product), is er sprake van een commerciële transactie. Staat tegenover
                    de betaling door de gemeente geen duidelijke economische tegenprestatie, dan is
                    er sprake van een subsidie. Dit betekent dat de periodieke subsidie aan de
                    werkgever en de vergoeding voor de eenmalige kosten van aanpassing van de
                    werkplek moeten worden aangemerkt als een subsidie. Dit, ondanks de andere
                    terminologie (vergoeding) die het rijk hier aan geeft in de wet. Tegenover deze
                    betalingen staan immers geen economische tegenprestaties van werkgevers. </al><al>De periodieke vergoeding aan een begeleidingsorganisatie moet worden opgevat als
                    een commerciële transactie. De gemeente koopt een dienst in bij de
                    begeleidingsorganisatie en betaalt daarvoor in principe de marktprijs. </al><al>Het verstrekken van subsidies is een publiekrechtelijke rechtshandeling: het
                    vindt plaats op basis van een beschikking. De bepalingen in de Algemene wet
                    bestuursrecht (Awb) zijn in beginsel van toepassing op de subsidies die de
                    gemeente in het kader van het PGB-BW verstrekt. In de verordening kunnen nadere
                    regels worden gesteld over de subsidieverstrekking in het kader van het PGB-BW.
                    De verstrekking van periodieke vergoedingen aan een begeleidingsorganisatie is
                    privaatrechtelijk van aard. Hierover worden in de verordening geen regels
                    gesteld. </al><al><vet>De bevoegdheid om de verordening vast te stellen</vet></al><al>De gemeente heeft de uitvoering van de Wsw opgedragen aan Alescon. Voor
                    gemeenten die de uitvoering van de Wsw hebben opgedragen aan een
                    gemeenschappelijke regeling is het antwoord op de vraag wie dan bevoegd is om de
                    verordening vast te stellen, afhankelijk van de wijze waarop de bestuursorganen
                    van gemeenten op dit moment bevoegdheden hebben overgedragen aan de
                    gemeenschappelijke regeling. In de situatie van Alescon is in de beleidsnotitie
                    modernisering Wsw overeengekomen, dat de gemeenteraad de verordeningen
                    vaststelt, omdat dit het beste aansluit bij de bedoelingen van de gewijzigde
                    wet. Deze verordening is gebaseerd op het uitgangspunt dat de ‘Alescon
                    gemeenten’ allen éénzelfde verordening opstellen, met uitzondering van de
                    gemeente De Wolden, die de Wsw formeel laat uitvoeren door het
                    werkvoorzieningsschap Reestmond te Meppel. Ten aanzien van de uitvoering van de
                    verordening PGB-BW treedt het Dagelijks Bestuur van Alescon in de plaats van het
                    college. </al><al>Hierna volgt een artikelgewijze toelichting van de verordening. Alleen de
                    artikelen die daadwerkelijk toelichting behoeven, worden toegelicht.</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In artikel 1 is een beperkt aantal begrippen opgenomen, omdat de wet
                        voldoende duidelijk is over gehanteerde termen en begrippen. Een
                        uitgebreide(re) begrippenlijst is derhalve overbodig. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Onder de uitvoeringskosten vallen onder anderen kosten van de uitvoering van
                        de regeling door Alescon, kosten van de begeleidingsorganisatie voor
                        jobfinding; kosten van de begeleidingsorganisatie voor jobcoaching, kosten
                        voor werkplekaanpassing en loonkostensubsidie.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>Het college zal bij elke aanvraag van een PGB-BW moeten beoordelen of de
                        inpassing in de arbeid van betrokkene, met inbegrip van begeleiding op zijn
                        werkplek adequaat door de werkgever wordt verzorgd (artikel 7, eerste lid,
                        Wsw). In verband hiermee heeft de gemeente eisen gesteld aan de werkgever en
                        de door hem aangeboden werkplek. In artikel 7, tiende lid, Wsw dient de
                        gemeenteraad in zijn verordening de voorwaarden te regelen waaronder het
                        college een begeleidingsorganisatie inschakelt die door de Wsw-gerechtigde
                        is aangewezen. </al><al>De gemeente heeft bij het stellen van eisen aan werkgevers en
                        begeleidingsorganisaties in het kader van begeleid werken met een PGB
                        aangesloten bij de wijze waarop zij op dit moment begeleid werken
                        organiseert via Alescon. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>De gemeenteraad dient bij verordening nadere regels te stellen met
                        betrekking tot de wijze waarop de hoogte van de periodieke subsidie aan de
                        werkgever dient te worden vastgesteld (artikel 7, tiende lid, onderdeel a,
                        Wsw). De periodieke subsidie bestaat uit een loonkostensubsidie en eventueel
                        ook uit een vergoeding voor structurele kosten van de werkgever die verband
                        houden met het in dienst hebben van een Wsw-gerechtigde (bijvoorbeeld
                        reiskosten of terugkerende kosten voor intermediaire activiteiten). </al><al>Het doel van de loonkostensubsidie is het verstrekken van een tegemoetkoming
                        in de loonkosten in verband met de geringere arbeidsproductiviteit van de
                        Wsw-gerechtigde. Om te kunnen bepalen wat de hoogte van de
                        loonkostensubsidie moet zijn, is inzicht nodig in de verdiencapaciteit
                        (loonwaarde) van de betrokken Wsw-gerechtigde. In de praktijk kan de hoogte
                        van de loonkostensubsidie worden bepaald in onderhandeling. Daarbij wordt in
                        veel gevallen overigens gebruik gemaakt van methodieken voor inschatting van
                        de loonwaarde. Ook het functieprofiel van de te vervullen functie en het
                        daarbij behorende (CAO)loon maken vaak deel uit van dit proces. </al><al>In het model is gekozen voor een methode waarbij een percentage van het
                        brutoloon als maximale loonkostensubsidie kan worden verstrekt op basis van
                        het wettelijk minimumloon bij een full-time arbeidsovereenkomst. Bij een
                        parttime arbeidsovereenkomst vindt een maximale toekenning naar rato van het
                        wettelijke minimumloon plaats. De hoogte van het betreffende percentage
                        stelt de gemeente zelf vast. Vanuit een oogpunt van administratieve
                        lastenverlichting is deze methode te verkiezen. Bovendien blijkt uit
                        ervaringsgegevens in de praktijk dat dit een werkbare manier is. </al><al>Om te voorkomen dat ook in gevallen waarbij gerede twijfel is of de
                        werkgever het betreffende (generiek vastgestelde percentage loonkosten) wel
                        nodig heeft, dus in het geval de verdiencapaciteit van de Wsw-gerechtigde
                        door het college hoger wordt ingeschat dan het bedrag aan loonkostensubsidie
                        rechtvaardigt, vindt alsnog vooraf een loonwaardebepaling plaats. </al><al>Ingeval er sprake is van een dienstverband voor onbepaalde tijd kan het
                        wenselijk zijn om periodiek onderzoek te doen naar de loonwaarde, om op die
                        manier een actueel beeld te krijgen en zo mogelijk het subsidiebedrag bij te
                        stellen. </al><al>Het verstrekken van subsidies aan werkgevers kan onder bepaalde
                        omstandigheden vallen onder staatssteun (die op grond van Europese
                        regelgeving verboden is). Voor het verstrekken van loonkostensubsidies aan
                        werkgevers die Wsw-gerechtigden in dienst hebben is de Europese
                        Vrijstellingsverordening werkgelegenheidssteun van belang. Deze Europese
                        verordening staat toe dat maximaal 60% van de loonkosten wordt gesubsidieerd
                        zonder dat daaraan een individuele loonwaardebepaling ten grondslag ligt.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>De productiviteit van een Wsw-geïndiceerde kan wijzigen, als deze persoon
                        langer op een begeleid werkenplek werkzaam is. Als dat het geval is, kan de
                        loonkostensubsidie worden aangepast. De werkgever kan dan, als de
                        productiviteit, c.q. verdiencapaciteit van de werknemer meer of minder
                        wordt, na overleg en met instemming van de werknemer, een verzoek indienen
                        om de loonkostensubsidie te herzien. De werkgever moet zijn verzoek om
                        herziening met redenen omkleden. </al><al>De herbeoordeling van de loonwaarde kan plaatsvinden op basis van een
                        loonwaardeonderzoek. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>De Wsw-geïndiceerde zoekt zelf naar een werkgever. Soms is begeleiding
                        hierbij nodig. Dit artikel regelt onder andere de voorwaarden voor
                        vergoeding van de bijkomende kosten. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>De verordening dient regels te bevatten die betrekking hebben op de
                        voorwaarden waaronder het college aan de werkgever een vergoeding (subsidie)
                        verstrekt voor de eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van de
                        omstandigheden waaronder arbeid wordt verricht (artikel 7, tiende lid, Wsw).
                        Dit artikel vormt de uitwerking van deze verplichting. </al><al>Het eerste lid bepaalt dat een eenmalige vergoeding kan worden verstrekt. </al><al>Het derde lid stelt een minimale duur aan het dienstverband dat de werkgever
                        met de betrokken Wsw-gerechtigde moet aangaan, alvorens tot investeringen
                        wordt overgegaan. </al><al>In het vierde lid wordt een maximum gesteld aan de hoogte van de vergoeding.
                        De gedachte hierachter is dat als de kosten boven dit bedrag uitgaan de
                        aangeboden arbeidsplaats als niet passend moet worden beschouwd. Het bedrag
                        hiervoor is gemaximeerd. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>De Wsw-geïndiceerde kan een aanvraag indienen voor het mogelijk inschakelen
                        van een begeleidingsorganisatie voor het zoeken, vinden en begeleiden bij de
                        totstandkoming van een PGB-BW. Het college toets deze aanvraag. De kosten
                        voor deze vorm van begeleiding worden alleen vergoed als er daadwerkelijk
                        een arbeidsovereenkomst volgt met een PGB-BW. De Wsw-geïndiceerde en de
                        begeleidingsorganisatie ondertekenen beide de aanvraag. Het college stelt
                        ten behoeve van de aanvraag een aanvraagformulier vast.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>De Wsw-gerechtigde zal het PGB-BW moeten aanvragen. Omdat begeleid werken
                        met een PGB leidt tot een subsidierelatie met de werkgever (in verband met
                        het verstrekken van een periodieke subsidie) en een contractrelatie met de
                        begeleidingsorganisatie (in verband met het verstrekken van een periodieke
                        vergoeding), zullen ook de werkgever en de begeleidingsorganisatie van de
                        Wsw-gerechtigde de aanvraag moeten ondertekenen. Het college stelt ten
                        behoeve van de aanvraag een aanvraagformulier vast.</al><al>Op basis van de aanvraag beslist het college vervolgens of een periodieke
                        subsidie aan de werkgever en een periodieke vergoeding aan de
                        begeleidingsorganisatie worden verstrekt en voor welke bedragen. Vervolgens
                        vindt de verstrekking van de periodieke subsidie aan de werkgever plaats op
                        basis van een beschikking en de verstrekking van een periodieke vergoeding
                        aan de begeleidingsorganisatie op basis van een overeenkomst. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al>Met het vaststellen van de subsidie wordt de subsidieverstrekking voor het
                        betreffende kalenderjaar afgerond. De hoogte van het subsidiebedrag voor dat
                        jaar wordt definitief vastgesteld. Om de subsidie te kunnen vaststellen,
                        dient de werkgever een schriftelijke opgave te doen van het door hem in het
                        voorgaande jaar betaalde bruto (CAO-) loon van de Wsw-gerechtigdeVoor
                        subsidie komt in aanmerking het brutoloon inclusief vakantiegeld. Alle
                        overige loonbestanddelen, al dan niet voortvloeiend uit een CAO en overige
                        werkgeverslasten komen niet voor subsidie in aanmerking. </al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>