<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR96943_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wet inburgering Haren 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Haren</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-12-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Groningen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Harener Weekblad,
                09-12-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet inburgering Haren 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">de Wet inburgering, art. , 19, vijfde lid, 23, derde lid, 24 a, vijfde lid, 24e, tweede lid, 24f en 35</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">het besluit inburgering, art. 4.27, derde lid</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-11-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-12-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Correcties opmaak</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>12 oktober 2010</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Wet inburgering Haren 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>DE RAAD DER GEMEENTE HAREN,</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 oktober
                        2010;</al><al>gelet op de artikelen 8, 19, vijfde lid, 23, derde lid, 24 a, vijfde lid,
                        24e, tweede lid, 24f en 35 van de Wet inburgering en artikel 4.27, derde lid
                        van het besluit inburgering;</al><al>overwegende dat de raad bij verordening regels dient te stellen over:</al><lijst><li nr="1."><al>de informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen en vrijwillige
                                inburgeraars;</al></li><li nr="2."><al>het vaststellen van een inburgerings- of taalkennisvoorziening ten
                                behoeve van inburgeringsplichtigen;</al></li><li nr="3."><al>de rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een
                                inburgerings- of taalkennisvoorziening is vastgesteld;</al></li><li nr="4."><al>het bedrag van de bestuurlijke boete die voor de verschillende
                                overtredingen kan worden opgelegd;</al></li><li nr="5."><al>de eigen bijdrage van vrijwillige inburgeraars;</al></li></lijst><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de:</al><al><vet>Verordening Wet Inburgering 2010</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>de wet:</cursief> de Wet Inburgering;</al></li><li nr="b."><al><cursief>inburgeringsplichtige</cursief>: iedere oudkomer en
                                        nieuwkomer tussen de 16 en 65 jaar, die duurzaam in
                                        Nederland wil en mag wonen en die volgens de wet nog niet
                                        aan zijn inburgeringsplicht heeft voldaan;</al></li><li nr="c."><al><cursief>inburgeringsbehoeftige: </cursief>iedere inwoner
                                        van Nederland, niet zijnde een inburgeringsplichtige, tussen
                                        de 16 en 65 jaar van een andere dan Nederlandse afkomst
                                        wiens participeren in de Nederlandse samenleving wordt
                                        beperkt door onvoldoende kennis van de Nederlandse taal en
                                        samenleving;</al></li><li nr="d."><al><cursief>geestelijke bedienaar:</cursief> de persoon die een
                                        geestelijk, godsdienstig of levensbeschouwelijk ambt
                                        bekleedt, arbeid verricht als geestelijk voorganger,
                                        godsdienstleraar of zendeling, dan wel ten behoeve van een
                                        kerkgenootschap of een ander genootschap op geestelijke of
                                        levensbeschouwelijke grondslag werkzaamheden van overwegend
                                        godsdienstige, geestelijke of levensbeschouwelijke aard
                                        verricht;</al></li><li nr="e."><al><cursief>inburgeringsvoorziening</cursief>: de voorziening
                                        die toeleidt naar het inburgeringsexamen of het staatsexamen
                                        Nederlands als tweede taal I of II;</al></li><li nr="f."><al><cursief>taalkennisvoorziening</cursief>: de voorziening
                                        gericht op verwerving van de kennis van de Nederlandse taal
                                        die noodzakelijk is voor het afronden van een middelbare
                                        beroepsopleiding (mbo) op niveau 1 of 2;</al></li><li nr="g."><al><cursief>Informatie Beheer Groep:</cursief> zelfstandig
                                        bestuursorgaan dat in opdracht van het ministerie van VROM
                                        gemeenten ondersteunt bij uitvoering van de Wet
                                        inburgering;</al></li><li nr="h."><al><cursief>college:</cursief> het college van burgemeester en
                                        wethouders van de gemeente Haren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet
                                inburgering (Wi), de daarop berustende regelingen en de Algemene wet
                                bestuursrecht (Awb).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Informatieverstrekking</titel></kop><al>Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen en
                            inburgeringsbehoeftigen op een doeltreffende en doelmatige wijze worden
                            geïnformeerd over hun rechten en plichten uit hoofde van de wet en over
                            het aanbod van en de toegang tot inburgerings- en
                            taalkennisvoorzieningen</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Doelgroep en samenstelling van de inburgeringsvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vaststelling inburgeringsvoorziening</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Het college stelt, conform de wet, voor asielgerechtigde
                                    inburgeringsplichtigen een inburgerings-of taalkennisvoorziening
                                    vast;</al></li><li nr="b."><al>Het college van stelt, conform de wet, voor geestelijk
                                    bedienaren een inburgeringsvoorziening vast;</al></li><li nr="c."><al>Het college kan voor overige inburgeringsplichtigen een
                                    inburgerings- of taalkennisvoorziening vaststellen;</al></li><li nr="d."><al>Het college kan voor inburgeringsbehoeftigen een inburgerings-
                                    of taalkennisvoorziening vaststellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Samenstellen voorziening</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college stemt de inburgeringsvoorziening, met uitzondering van
                                de inburgeringsvoorziening voor geestelijk bedienaren, of de
                                taalkennisvoorziening af op het startniveau en de vaardigheden, de
                                persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke positie van de
                                inburgeringsplichtige.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien de inburgeringsplichtige een voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg
                                voor dat de inburgerings- of taalkennisvoorziening op de voorziening
                                gericht op arbeidsinschakeling wordt afgestemd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Een voorziening omvat een cursus, die toeleidt naar een
                                inburgeringsexamen, Staatsexamen of een diploma waarmee de
                                inburgeraar aantoonbaar aan zijn inburgeringsverplichting heeft
                                voldaan, en een inburgeringsexamen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4a</nr><titel>De voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de inburgeraar een voorziening in de
                                vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget aanbieden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college nodigt verzoeker uit om binnen twaalf weken na indiening
                                van het verzoek als bedoeld in het voorgaande lid schriftelijk een
                                persoonlijk inburgeringsplan bij het college in te dienen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college keurt het persoonlijk inburgeringsplan goed indien dit
                                plan:</al><lijst><li nr="a."><al>naar het oordeel van het college passend is om hem voor te
                                        bereiden op en toe te leiden naar het inburgeringsexamen of
                                        staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II; dan
                                        wel</al></li><li nr="b."><al>naar het oordeel van het college een taalkennisvoorziening
                                        bevat die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een
                                        mbo-opleiding op niveau 1 of 2; en</al></li><li nr="c."><al>wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf dat staat
                                        ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van
                                        Koophandel;</al></li><li nr="d."><al>voor zover scholing deel uitmaakt van het persoonlijk
                                        inburgeringsplan, dient de docent bevoegd te zijn tot het
                                        geven van de betreffende scholing. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Indien het college de voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget ten behoeve van de inburgeringsplichtige heeft
                                vastgesteld, dan wel dienaangaande de overeenkomst met de
                                vrijwillige inburgeraar heeft gesloten, sluit de inburgeraar een
                                overeenkomst met het inburgeringsbedrijf.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De hoogte van het persoonsgebonden inburgeringsbudget bedraagt
                                maximaal € 4.000,-.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Opleggen verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking een of meer
                            van de volgende verplichtingen opleggen:</al><lijst><li nr="a."><al>het deelnemen aan de inburgerings- of
                                    taalkennisvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider;</al></li><li nr="c."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="d."><al>het deelnemen aan het inburgerings(her)examen of staatsexamen
                                    Nederlands als tweede taal I of II of mbo-examen;</al></li><li nr="e."><al>het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante
                                    omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan
                                    worden voldaan;</al></li><li nr="f."><al>overige verplichtingen die het bereiken van het doel van de
                                    inburgeringsvoorziening kunnen ondersteunen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Het besluit</titel></kop><al>Het besluit tot toekenning van een inburgering- of taalkennisvoorziening
                            bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>Een beschrijving van de voorziening;</al></li><li nr="b."><al>Een opgave van de rechten en verplichtingen van de inburgeraar
                                    en de gevolgen die het niet nakomen van deze verplichtingen
                                    kunnen hebben;</al></li><li nr="c."><al>De datum waarop het inburgeringexamen of het Staatsexamen
                                    Nederlands als tweede taal I of II moet zijn behaald wanneer het
                                    inburgeringaanbod een inburgeringsplichtige betreft; de datum
                                    waarop het inburgeringexamen moet zijn gedaan, wanneer het
                                    inburgeringaanbod een inburgeringbehoeftige betreft;</al></li><li nr="d."><al>Voor inburgeringsplichtigen de verplichting tot betaling van de
                                    eigen bijdrage alsmede de termijnen en de wijze van betaling van
                                    de eigen bijdrage;</al></li><li nr="e."><al>De bepalingen inzake boeten aan inburgeringsplichtigen en
                                    terugvordering van trajectkosten van inburgeringsbehoeftigen;
                                    en</al></li><li nr="f."><al>Ingeval van een inburgeringsplichtige oudkomer: de datum waarop
                                    de termijn van handhaving van de inburgeringplicht, bedoeld in
                                    artikel 26 van de wet, aanvangt.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Handhaving</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inning eigen bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet
                                wordt ineens, dan wel in ten hoogste 12 termijnen betaald.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college heeft de bevoegdheid om in individuele gevallen een
                                aflossing vast te stellen die afwijkt van hetgeen is bepaald in het
                                eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college legt in de beschikking tot vaststelling van de
                                inburgerings- of de taalkennisvoorziening de termijnen van betaling
                                vast. Indien het college de eigen bijdrage verrekent met de algemene
                                bijstand, wordt dat in de beschikking vastgelegd.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>In afwijking van artikel 24e, eerste lid, van de wet, zijn
                                inburgeringsbehoeftigen geen eigen bijdrage verschuldigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>De hoogte boete inburgeringsplichtige</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Aan de inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het
                                college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze
                                inburgeringsplichtig is, die geen of onvoldoende medewerking
                                verleent aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25, vierde lid, van
                                de wet, wordt een bestuurlijke boete opgelegd van € 50,-. Indien aan
                                deze inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het
                                college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze
                                inburgeringsplichtig is voor een dergelijke gedraging daarna opnieuw
                                een boete wordt opgelegd, bedraagt deze boete het bedrag genoemd in
                                artikel 34 onderdeel a van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Aan de inburgeringsplichtige die geen of onvoldoende medewerking
                                verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde
                                inburgerings- of taalkennisvoorziening, bedoeld in artikel 23,
                                eerste lid, van de wet of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel
                                5 van deze verordening wordt een bestuurlijke boete opgelegd van €
                                100,-. Indien aan deze inburgeringsplichtige voor een dergelijke
                                gedraging daarna opnieuw een boete wordt opgelegd, bedraagt de boete
                                het bedrag genoemd in artikel 34 onderdeel b van de wet.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Aan de inburgeringsplichtige die niet binnen de in artikel 7, eerste
                                lid, van de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op
                                grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet verlengde
                                termijn het inburgeringsexamen heeft behaald, wordt een bestuurlijke
                                boete opgelegd ter hoogte van het bedrag genoemd in artikel 34
                                onderdeel c van de wet.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Aan de inburgeringsplichtige die niet binnen de door het college op
                                grond van artikel 32 en 33 van de wet vastgestelde termijn het
                                inburgeringsexamen heeft behaald, wordt een bestuurlijke boete
                                opgelegd ter hoogte van het bedrag genoemd in artikel 34 onderdeel d
                                van de wet.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De boete wordt afgestemd op de ernst van de overtreding, de mate
                                waarin de inburgeringsplichtige de overtreding kan worden verweten
                                en de omstandigheden waarin hij verkeert.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Het college kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete
                                indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>Geen bestuurlijke boete wordt opgelegd indien voor dezelfde
                                gedraging de bijstand kan worden verlaagd op grond van artikel 18,
                                tweede lid, van de Wet werk en bijstand, de inkomensvoorziening kan
                                worden verlaagd op grond van artikel 41 van de Wet investeren in
                                jongeren, dan wel indien voor dezelfde gedraging een boete of
                                maatregel kan of moet worden opgelegd op grond van een van de bij de
                                algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 19, vierde lid
                                van de wet aan te wijzen socialezekerheidswetten of
                                socialezekerheidsregelingen.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>De beleidsregels herziening en terugvordering zijn van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De boetebeschikking</titel></kop><al>De beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete vermeldt in ieder
                            geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de overtreding alsmede het overtreden voorschrift (artikel 5:9
                                    Awb);</al></li><li nr="b."><al>zo nodig een aanduiding van de plaats waar en het tijdstip
                                    waarop de overtreding is geconstateerd (artikel 5:9 Awb);</al></li><li nr="c."><al>de naam van de overtreder (artikel 5:52 Awb);</al></li><li nr="d."><al>het bedrag van de boete (artikel 5:52 Awb);</al></li><li nr="e."><al>de te betalen geldsom en de termijn waarbinnen de betaling moet
                                    plaatsvinden (artikel 4:86 Awb). </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Terugvordering trajectkosten inburgeringsbehoeftigen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In de gevallen waarin het inburgeringstraject niet voltooid kan
                                worden, kunnen de reeds ten behoeve van het inburgeringstraject
                                gemaakte kosten van de inburgeraar worden teruggevorderd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het eerste lid is alleen van toepassing op
                                inburgeringsbehoeftigen</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Terugvordering kan uitsluitend plaatsvinden indien het niet
                                voltooien van het inburgeringstraject het gevolg is van verwijtbare
                                gedragingen van de inburgeraar.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De beleidsregels herziening en terugvordering zijn van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 december
                                2010;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De Verordening inburgering gemeente Haren wordt ingetrokken met
                                ingang van 1 december 2010.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Naamgeving</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet inburgering
                            2010.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Haren, 29 november 2010</ondertekening><ondertekening>de raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>P.A. Lambeck MSc, griffier </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>mr. M. Boumans MPM, voorzitter</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>Op 1 januari 2007 is de Wet inburgering (Wi) ingevoerd. Met ingang van 1 april
                    2007 is de Verordening inburgering gemeente Haren inwerking getreden. Sindsdien
                    is de regelgeving rondom inburgering op onderdelen gewijzigd en staan nog meer
                    wijzigingen op stapel. Met name de (aanstaande )wijziging in de financiering van
                    inburgering springt hierbij in het oog. Met al deze wijzigingen wil het Rijk
                    bereiken dat aan meer inburgeringsplichtigen een inburgeringsvoorziening wordt
                    aangeboden en dat door gemeenten meer wordt gestuurd op output.Voorgaande vraagt
                    om actualisering van de verordening, maar ook om herijking van onze
                    doelstellingen en herbezinning op de gemaakte (werk-)afspraken.</al><al><vet>Achtergrond Wi</vet></al><al>De Wi beoogt een inburgeringstelsel te bereiken dat meer verplichtend en
                    resultaatgericht is. De kern is de inburgeringsplicht voor in beginsel alle
                    vreemdelingen van 16 tot 65 jaar die duurzaam in Nederland willen en mogen
                    verblijven, voor zover deze personen niet gedurende minstens acht jaar van de
                    leerplichtige leeftijd in Nederland verbleven. Ze beschikken niet over bepaalde
                    diploma’s, certificaten of andere soortgelijke bewijsstukken en hebben niet
                    aangetoond te beschikken over voldoende vaardigheden in de Nederlandse taal en
                    kennis van de Nederlandse samenleving. De wet geldt zowel voor nieuwkomers als
                    voor oudkomers die tot deze doelgroep behoren. Het ander leidend beginsel van
                    het nieuwe stelsel is eigen verantwoordelijkheid. De inburgeraar is zelf
                    verantwoordelijk voor het behalen van het inburgeringsexamen. Dat betekent dat
                    de inburgeraar zelf moet zorgen dat hij of zij ingeburgerd raakt. Consequentie
                    daarvan is dat hij of zij de vrijheid heeft om zelf een keuze te maken uit
                    inburgeringscursussen of ander activiteiten. Hiermee vervalt de verplichting om
                    de cursus bij een ROC te volgen. Tot slot is het uitgangspunt dat de gemeente
                    een spilfunctie heeft bij de uitvoering van de wet. Dat betekent dat we
                    inburgeraars moeten informeren, ondersteunen bij hun inburgering en dat we hun
                    verplichtingen moeten handhaven. Voor een deel moeten we ons daarbij houden aan
                    landelijke regels en voor een deel kunnen we zelf keuzes maken voor doelgroepen
                    en voor de aard en intensiteit van informatie, advies en ondersteuning. De
                    centrale rol van de gemeente bij de uitvoering van de Wi en de wijzigende
                    financiële kaders voor inburgering, dwingt ons tot herziening van de wijze
                    waarop wij tot nu toe uitvoering hebben gegeven aan het inburgeringsproces.</al><al><vet>Wijziging financiering Wi 2012</vet></al><al>Tot nu toe was voor de financiering van de Wet inburgering niet van belang of de
                    inburgeraar ook daadwerkelijk slaagde voor het inburgeringsexamen. Met ingang
                    van 2012 wordt het deelbudget inburgering echter bepaald door te kijken naar
                    output in 2010 (T-2). De financiering wordt dan als volgt vastgesteld:
                    inburgeringsvoorzieningen (20%), vastgestelde duale inburgeringsvoorzieningen of
                    taalkennisvoorzieningen (30%) en geslaagden voor het inburgeringsexamen of
                    staatsexamen NT2 I of II (50%).De uitvoeringskosten zijn opgenomen in het
                    Gemeentefonds. Verder kunnen er aparte budgetten beschikbaar worden gesteld ten
                    behoeve van inburgering.Vanaf 2010 wordt het voor de financiering (vanaf 2012)
                    dus van belang of de inburgeraar slaagt. Voorgaande vraagt meer sturing op het
                    succesvol afronden van het inburgeringstraject. Met voorgestelde
                    beleidswijzigingen wordt getracht hierop in te spelen. De huidige Verordening
                    inburgering gemeente Haren wordt ingetrokken met ingang van 1 juli 2010 en
                    vervangen door de Verordening Wet inburgering 2010. De belangrijkste wijzigingen
                    zijn:</al><lijst><li nr=""><al>• De overgang van een aanbiedingstelsel naar vaststellingstelsel;</al></li><li nr=""><al>• De
                                invoering van een nieuw boeteartikel en boeteprocedure;</al></li><li nr=""><al>• De afschaffing van de
                                        eigen bijdrage voor inburgeringsbehoeftigen;</al></li><li nr=""><al>• De vaststelling van regels voor
                                                terugvordering en invordering conform bestaande beleid;</al></li><li nr=""><al>• Het stellen van
                                                        zwaardere eisen aan de handhavingsbeschikking;</al></li></lijst><al><vet>Artikelsgewijze Toelichting</vet></al><al><cursief>Paragraaf 1. Algemene bepalingen</cursief></al><al><onderstreept>Artikel 1</onderstreept><vet> Begripsomschrijving</vet></al><al>Het tweede lid geeft aan dat de omschrijvingen van de begrippen die worden
                    gebruikt in respectievelijk de Wet inburgering (Wi), het Besluit inburgering en
                    de Regeling inburgering ook van toepassing zijn op deze verordening.</al><al><onderstreept>Artikel 2</onderstreept><vet> Informatieverstrekking</vet></al><al>Het college heeft als taak de inburgeringsplichtigen binnen de gemeente goed te
                    informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit de Wi. De wet laat
                    gemeenten vrij om zelf te bepalen op welke manier de informatievoorziening aan
                    de inburgeringsplichtigen wordt georganiseerd. Wel bepaalt artikel 8 Wi dat de
                    raad bij verordening regels vaststelt over de informatieverstrekking door de
                    gemeente aan inburgeringsplichtigen, ter zake van hun rechten en plichten uit
                    hoofde van deze wet, alsmede van het aanbod van en de toegang tot
                    inburgeringsvoorzieningen.De raad heeft ervoor gekozen de informatieverstrekking
                    niet te beperken tot de inburgeringsplichtigen, maar ook te richten op
                    inburgeringsbehoeftigen.</al><al><cursief>Paragraaf 2. Doelgroep en samenstelling van de
                        inburgeringsvoorziening</cursief></al><al><onderstreept>Artikel 3</onderstreept><vet> Vaststelling inburgeringsvoorziening</vet></al><al>Omdat de raad het belangrijk vindt dat ook vrijwillige inburgeraars de
                    mogelijkheid krijgen om hun kennis van de Nederlandse taal en samenleving te
                    vergroten, is in dit artikel opgenomen dat het college voor
                    inburgeringsbehoeftigen een inburgerings of taalkennisvoorziening kan
                    vaststellen. De overige bepalingen uit de verordening zijn slechts van
                    toepassing op vrijwillige inburgeraars als dit uitdrukkelijk is aangegeven.</al><al><onderstreept>Artikel 4</onderstreept><vet> Samenstellen voorziening</vet></al><al>In de verordening dienen regels te worden gesteld met betrekking tot de
                    vaststelling door het college van een passende inburgerings- of
                    taalkennisvoorziening, met inbegrip van de totstandkoming en samenstelling van
                    de inburgeringsvoorziening (artikel 19, vijfde lid, sub b, Wi). In dit artikel
                    worden de kaders vastgesteld waarbinnen het college de opdracht heeft voor
                    iedere inburgeringsplichtige die daarvoor in aanmerking komt, een op de persoon
                    toegesneden inburgeringsvoorziening samen te stellen.In het eerste lid wordt
                    aangegeven op welke wijze het college een passende inburgerings- of
                    taalkennisvoorziening moet vaststellen. Bij het bepalen van de passendheid van
                    een inburgeringsvoorziening, kunnen de volgende factoren een rol spelen:</al><lijst><li nr="1."><al>De kennis van de inburgeringsplichtige van de Nederlandse taal en de
                            Nederlandse samenleving en zijn of haar leercapaciteit.</al></li><li nr="2."><al>De maatschappelijke rol die de inburgeringsplichtige vervult of gaat
                            vervullen in de Nederlandse samenleving. Daarbij kan worden gedacht aan
                            het verrichten van betaalde arbeid en/of het opvoeden van kinderen.</al></li><li nr="3."><al>De persoonlijke situatie van de inburgeringsplichtige. Hierbij kan
                            worden gedacht aan eventuele zorgtaken die de inburgeringsplichtige moet
                            vervullen.</al></li></lijst><al>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening voor geestelijk bedienaren wordt
                    geregeld bij ministeriële regeling. Gemeenten hebben dus niet de mogelijkheid om
                    de inburgeringsvoorziening die zij aan geestelijk bedienaren aanbieden naar
                    eigen inzicht vorm te geven.In geval van uitkeringsgerechtigde
                    inburgeringsplichtigen die een voorziening gericht op arbeidsinschakeling
                    ontvangen of zullen ontvangen, dient de inburgeringsvoorziening daarop te worden
                    afgestemd. Dit beginsel is vastgelegd in het tweede lid van dit artikel. Bij het
                    vaststellen van een inburgerings- of taalkennisvoorziening moet overigens
                    rekening worden gehouden met het bepaalde in artikel 19, vierde lid Wi. In deze
                    bepaling uit de Wi is opgenomen dat er voor een uitkeringsgerechtigde
                    inburgeringsplichtige geen inburgerings- of taalkennisvoorziening wordt
                    vastgesteld, indien dat diens arbeidsinschakeling belemmert.Het derde lid van
                    het artikel beschrijft waaruit een inburgeringsvoorziening in ieder geval moet
                    bestaan: een cursus die toeleidt naar het inburgeringsexamen of het staatsexamen
                    Nederlands als tweede taal I of II en het eenmaal kosteloos afleggen van het
                    desbetreffende examen. Een taalkennisvoorziening is gericht op de verwerving van
                    de kennis van de Nederlandse taal die noodzakelijk is voor het kunnen afronden
                    van een beroepsopleiding (artikel 19, derde lid, Wi).Voor asielgerechtigde
                    inburgeringsplichtigen (oud- en nieuwkomers) maakt ook maatschappelijke
                    begeleiding een verplicht onderdeel uit van de inburgerings- of
                    taalkennisvoorziening (artikel 19, zesde lid, Wi).</al><al><onderstreept>Artikel 4a</onderstreept><vet> De voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget</vet></al><al>Op grond van artikel 4.27 Besluit inburgering moet de gemeenteraad bij
                    verordening regels stellen over de procedure die door het college wordt gevolgd
                    bij het behandelen van verzoeken om een persoonlijk inburgeringsbudget en de
                    criteria die worden gehanteerd bij het toekennen ervan. Een
                    inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening in de vorm van een persoonlijk
                    inburgeringsbudget (PIB) kan alleen worden toegekend op verzoek van de
                    inburgeraar (art. 19, tweede lid en 24a, tweede lid van de wet). Een inburgeraar
                    dient nadat hij dat verzoek heeft gedaan binnen 12 weken een zogenoemd
                    persoonlijk inburgeringsplan in te dienen. Op grond van artikel 4.27, tweede
                    lid, Besluit inburgering moet het college vervolgens het persoonlijk
                    inburgeringsplan van de inburgeraar goedkeuren – aan de hand van in het derde
                    lid vastgelegde criteria. Na goedkeuring dient de inburgeraar zelf een
                    overeenkomst met het gekozen inburgeringsbedrijf te sluiten (art. 4.27, lid 3 en
                    4, Besluit inburgering). De inburgeraar krijgt geen geld in handen. De nota’s
                    worden rechtstreeks door de gemeente aan het inburgeringsbedrijf vergoed.</al><al><onderstreept>Artikel 5</onderstreept><vet> Opleggen verplichtingen</vet></al><al>In dit artikel is gebruik gemaakt van de bevoegdheid uit artikel 19a, eerste
                    lid, Wi om in een verordening te bepalen dat het college een inburgerings- of
                    taalkennisvoorziening kan vaststellen zonder dat daar een procedure van aanbod
                    (door het college) en aanvaarding (door de inburgeringsplichtige) vooraf gaat.
                    Op grond van dit artikel kan het college voor elke inburgeringsplichtige een
                    inburgerings- of een taalkennisvoorziening vaststellen.Nadere toelichting:De Wet
                    inburgering gaat uit van de eigen verantwoordelijkheid van de
                    inburgeringsplichtige. Daarin paste de mogelijkheid om een aanbod van het
                    college af te slaan (aanbodstelsel). Het college kan als iemand een aanbod voor
                    een inburgeringstraject weigert, slechts via handhaving en boeten proberen de
                    inburgeraar weer te laten deelnemen aan een traject. Het college kan
                    inburgeraars niet verplichten deel te nemen aan een aangeboden
                    inburgeringsvoorziening.Dat is onwenselijk. Iedereen die dat nodig heeft, krijgt
                    immers ter invulling van de inburgeringsplicht een traject dat aansluit bij de
                    mogelijkheden en situatie van de individuele klant. Vrijblijvendheid past daar
                    niet bij.Keuze voor het vaststellingsstelsel betekent dat als een
                    inburgeringsvoorziening naar het oordeel van het college van noodzakelijk is,
                    het college deze direct vaststelt per beschikking. De aanbod- en acceptatiefase
                    wordt overgeslagen en de inburgeraar wordt verplicht mee te werken aan het
                    traject dat voor hem of haar is vastgesteld.</al><al><onderstreept>Artikel 6</onderstreept><vet> Het besluit</vet></al><al>Het besluit tot het vaststellen van een inburgerings- of taalkennisvoorziening
                    is een beschikking. Dit betekent dat de inburgeringsplichtige de mogelijkheid
                    heeft tegen dit besluit in bezwaar en beroep te gaan.</al><al>In dit artikel wordt geregeld welke onderwerpen in ieder geval in de beschikking
                    moeten worden neergelegd. In de beschikking zullen de toegekende
                    inburgeringsvoorziening en de daaraan verbonden rechten en plichten van de
                    inburgeringsplichtige nauwkeurig moeten worden vermeld (onderdelen a en b). De
                    inburgeringsplichtige is verplicht zijn medewerking te verlenen aan de
                    uitvoering van de inburgerings- of taalkennisvoorziening (artikel 23, eerste lid
                    Wi). Handhaving hiervan is alleen mogelijk als de verplichtingen van de
                    inburgeringsplichtige duidelijk zijn omschreven en aan de betrokkene (onder
                    andere door middel van de beschikking) bekend zijn gemaakt. De termijn
                    waarbinnen een inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moet hebben behaald,
                    ligt vast in de wet (artikel 7, eerste lid, Wi). In de beschikking hoeft (en
                    kan) van deze termijn alleen melding worden gemaakt (onderdeel c). Onderdeel d
                    bepaalt dat in beschikking moet worden vastgelegd in hoeveel termijnen de eigen
                    bijdrage kan worden betaald en op welke wijze de betaling plaatsvindt (al dan
                    niet op basis van verrekening met de bijstandsuitkering). Dit is geregeld in
                    artikel 7 derde lid van deze verordening. Onderdeel e geeft aan dat in de
                    beschikking duidelijk aangegeven dient te worden wat het beleid van de gemeente
                    is inzake boeten aan inburgeringsplichtigen (artikel 8 van deze verordening) en
                    terugvordering van trajectkosten van inburgeringsbehoeftigen (artikel 10 van
                    deze verordening),.Onderdeel g heeft betrekking op beschikkingen voor oudkomers.
                    Indien het college een inburgerings- of taalkennisvoorziening vaststelt voor een
                    oudkomer, dan moet het college in de betreffende beschikking ook de dag opnemen
                    waarop de termijn van handhaving van de inburgeringsplicht van start gaat
                    (artikel 22, tweede lid, juncto artikel 26 Wi). Binnen vijf jaar na deze datum
                    moet de betreffende oudkomer het inburgeringexamen hebben behaald. Het college
                    kan zelf bepalen wanneer de termijn van handhaving van de inburgeringsplicht van
                    start gaat. Het ligt voor de hand om deze termijn direct te laten ingaan (en
                    bijvoorbeeld niet te koppelen aan de datum waarop de inburgeringsvoorziening van
                    start gaat). De precieze datum waarop de inburgeringsvoorziening van start gaat,
                    zal niet altijd bekend zijn op het moment dat deze wordt vastgesteld. Bovendien
                    past het vaststellen van een datum van aanvang van handhaving van de
                    inburgeringsplicht, onafhankelijk van het moment waarop met de
                    inburgeringsvoorziening kan worden begonnen bij het uitgangspunt van de wet dat
                    de betreffende persoon als oudkomer inburgeringsplichtig is en in beginsel zelf
                    verantwoordelijk is voor het behalen van het inburgeringsexamen.</al><al><cursief>Paragraaf 3. Handhaving</cursief></al><al><onderstreept>Artikel 7</onderstreept><vet> Inning eigen bijdrage</vet></al><al>Betaling van de eigen bijdrage is een wettelijke verplichting. In beginsel dient
                    de eigen bijdrage in één keer te worden voldaan aan het begin van het traject.
                    In gevallen waarin de betaling van de eigen bijdrage ineens niet mogelijk is of
                    problemen oplevert, kan de bijdrage in ten hoogste 12 termijnen worden betaald.
                    Het tweede lid geeft het college de bevoegdheid om in individuele gevallen een
                    afwijkende aflossing vast te stellen.Artikel 24, eerste lid, Wi maakt het bij
                    inburgeringsplichtigen die algemene bijstand of een andere door de gemeente te
                    verstrekken socialezekerheidsuitkering ontvangen mogelijk dat de Dienst de eigen
                    bijdrage verrekent met deze uitkering. Als de Dienst op deze wijze wil
                    verrekenen, dan moet dat worden opgenomen in de beschikking waarmee de
                    inburgeringsvoorziening wordt vastgesteld.Het vierde lid beschrijft dat de
                    vrijwillige inburgeraars geen eigen bijdrage zijn verschuldigd.</al><al><onderstreept>Artikel 8</onderstreept><vet> De hoogte boete inburgeringsplichtige</vet></al><al>Artikel 35 Wi draagt het college op bij verordening de hoogte van de
                    bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen kan
                    worden opgelegd. In artikel 34 Wi zijn voor de verschillende overtredingen de
                    maximumbedragen van de bestuurlijke boete vastgelegd. Het college kan deze
                    boetebedragen in zijn verordening overnemen, maar kan ook lagere bedragen
                    vaststellen. In het eerste en het tweede lid zijn lagere bedragen genoemd bij
                    een eerste overtreding van een bepaald voorschrift. Deze lagere bedragen passen
                    ons inziens bij de aard van de gedragingen en een eerste overtreding.
                    Vervolgovertredingen worden in beginsel beboet naar het maximumbedrag zoals
                    aangegeven in artikel 34 Wi.In het derde en het vierde lid wordt aangesloten bij
                    de bedragen die genoemd worden in respectievelijk artikel 34 onderdeel c en
                    onderdeel d Wi.De boetebedragen die in deze verordening zijn opgenomen zijn
                    maximumbedragen en geen gefixeerde bedragen. Het college zal bij elke
                    overtreding de bestuurlijke boete moeten afstemmen op de ernst van de
                    overtreding, de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten.
                    Bovendien moet het college daarbij zo nodig rekening houden met de
                    omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd (artikel 5:46, tweede lid
                    Awb). Deze bepaling brengt met zich mee dat het college bij elke op te leggen
                    bestuurlijke boete zal moeten nagaan welke boete passend is, gelet op de
                    individuele omstandigheden van de betrokken inburgeringsplichtige. Op grond van
                    het zesde lid kan het college afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete
                    indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. Bij het opleggen van een boete
                    dient onderzocht te worden of er dringende redenen zijn om af te zien van het
                    opleggen van een boete (lees: het opleggen van een boete van € 0,00). Deze
                    mogelijkheid is in de deze verordening opgenomen, omdat uitzonderingen op de
                    algemene regel mogelijk moeten zijn indien in een individueel geval blijkt dat
                    door een boeteoplegging voor de betrokkene onaanvaardbare consequenties zouden
                    optreden. Niet alleen financiële redenen, maar ook immateriële redenen kunnen
                    een rol spelen. Een nadere duiding van het begrip dringende reden is niet
                    doenlijk, de bepaling is juist opgenomen voor niet precies te voorziene
                    gevallen.Op grond van het motiveringsbeginsel zoals dat is neergelegd in artikel
                    3:46 Awb dient het college de mogelijkheid om wegens dringende redenen af te
                    zien van het opleggen van een boete altijd te beoordelen. Het is daarom aan te
                    bevelen om in de boetebeschikking uitdrukkelijk te vermelden dat al dan niet is
                    gebleken van dringende redenen om af te zien van het opleggen van een boete.Bij
                    dringende redenen kan het alleen gaan om omstandigheden die los staan van de
                    gedraging zelf. Uiteraard moet in de motivering van de beschikking, waarbij
                    wordt afgezien van oplegging van een boete wegens de aanwezigheid van dringende
                    redenen, tot uitdrukking worden gebracht welke onaanvaardbare consequenties voor
                    de betrokkene zouden optreden als de boete zou worden opgelegd.In het kader van
                    de uitvoering van een gecombineerde re-integratie- en inburgeringsvoorziening
                    kan het voorkomen dat dezelfde gedraging (bijvoorbeeld het niet voldoen aan een
                    oproep om te verschijnen en gegevens te verstrekken) zowel aanleiding kan zijn
                    voor het opleggen van een bestuurlijke boete als voor het verlagen van de
                    bijstand (een maatregel op grond van artikel 18, tweede lid, Wet werk en
                    bijstand) of het opleggen van een boete of maatregel op grond van een andere
                    sociale zekerheidswet of -regeling. Het zevende lid (jo. Artikel 37 Wi) bevat
                    een regeling voor deze samenloop. In dit artikel wordt bepaald dat het college
                    in dat geval geen bestuurlijke boete kan opleggen.De beleidsregels herziening en
                    terugvordering, vastgesteld bij collegebesluit d.d. 29-04-2008, zijn van
                    overeenkomstige toepassing.</al><al><cursief>Nadere toelichting:</cursief></al><al>Indien in voldoende mate vaststaat dat er sprake is van een beboetbare gedraging
                    wordt de boeteprocedure gestart. De administratieve boete wordt aangemerkt als
                    straf of strafvervolging in de zin van artikel 6 van het Europees Verdrag van de
                    Rechten van de Mens (EVRM) en artikel 14 van het Internationaal Verdrag inzake
                    Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR). Het opleggen van de boete gaat dan
                    ook samen met de volgende voorwaarden:</al><lijst><li nr="1."><al>De belanghebbende heeft het recht tot zwijgen indien mondeling
                            informatie wordt gevraagd over de gedraging waarvoor naar verwachting
                            een boete zal worden opgelegd (de cautie);</al></li><li nr="2."><al>Er dient een kennisgeving afgegeven te worden waarin het voornemen tot
                            het opleggen van een boete wordt medegedeeld;</al></li><li nr="3."><al>Het vooraf mondeling of schriftelijk horen van de belanghebbende;</al></li><li nr="4."><al>Indien belanghebbende dat wenst dient het besluit in een voor hem/haar
                            begrijpelijke taal te worden medegedeeld. Er kan bijvoorbeeld gekozen
                            worden voor het inschakelen van een tolk. Wanneer de overtreder zijn
                            zienswijze mondeling naar voren draagt het college er zorg voor dat een
                            tolk wordt benoemd.</al></li></lijst><al>Het college verstuurt in alle gevallen een kennisgeving van het voornemen om een
                    boete op te leggen aan de overtreder. Deze kennisgeving is voor boetes boven het
                    bedrag genoemd in artikel 5:53 lid 3 Awb tevens het rapport zoals bedoeld in
                    artikel 5:53 Awb en artikel 5:48 lid 1 Awb. De kennisgeving van het voornemen om
                    een boete op te leggen is gedagtekend en vermeldt (artikel 5:48 lid 2 Awb):</al><lijst><li nr="1."><al>de naam van de overtreder;</al></li><li nr="2."><al>de overtreding alsmede het overtreden voorschrift;</al></li><li nr="3."><al>zo nodig een aanduiding van de plaats waar en het tijdstip waarop de
                            overtreding is geconstateerd;</al></li></lijst><al>De overtreder wordt in alle gevallen in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze
                    naar voren te brengen (artikel 5:53 Awb en afdeling 4.1.2 Awb). De kennisgeving
                    van het voornemen om een boete op te leggen bevat tevens de uitnodiging aan de
                    overtreder om voor een bepaalde datum zijn zienswijze mondeling of schriftelijk
                    naar voren te brengen. Het college zorgt voor bijstand door een tolk, indien
                    blijkt dat de verdediging van de overtreder dit redelijkerwijs vergt (artikel
                    5:50 lid 1 onderdeel b Awb). Indien het college nadat de overtreder zijn
                    zienswijze naar voren heeft gebracht, beslist dat voor de overtreding geen
                    bestuurlijke boete zal worden opgelegd, wordt dit schriftelijk aan de overtreder
                    medegedeeld (artikel 5:50 lid 2 Awb).Het college beslist omtrent het opleggen
                    van de bestuurlijke boete binnen dertien weken na verzending van de kennisgeving
                    van het voornemen om een boete op te leggen (artikel 5:51 lid 1 Awb).
                    Overschrijding van de beslistermijn heeft niet tot gevolg dat de bevoegdheid tot
                    het opleggen van een boete vervalt. Daarvoor geldt de langere termijn van
                    artikel 5:45 Awb. Wel zou de rechter de overschrijding van de beslistermijn
                    kunnen verdisconteren in de hoogte van de bestuurlijke boete.Mandaat tot het
                    opleggen van een bestuurlijke boete wordt niet verleend aan degene die van de
                    overtreding een rapport heeft opgemaakt (artikel 10:3 lid 4 Awb in samenhang met
                    artikel 5:53 Awb).</al><al><onderstreept>Artikel 9</onderstreept><vet> De boetebeschikking</vet></al><al>De beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete vermeldt in ieder
                    geval:</al><lijst><li nr="1."><al>de overtreding alsmede het overtreden voorschrift (artikel 5:9
                            Awb);</al></li><li nr="2."><al>zo nodig een aanduiding van de plaats waar en het tijdstip waarop de
                            overtreding is geconstateerd (artikel 5:9 Awb);</al></li><li nr="3."><al>de naam van de overtreder (artikel 5:52 Awb);</al></li><li nr="4."><al>het bedrag van de boete (artikel 5:52 Awb);</al></li><li nr="5."><al>de te betalen geldsom en de termijn waarbinnen de betaling moet
                            plaatsvinden (artikel 4:86 Awb)</al></li></lijst><al><onderstreept>Artikel 10</onderstreept><vet> Terugvordering trajectkosten inburgeringsbehoeftigen</vet></al><al>In de gevallen waarin het inburgeringstraject niet voltooid kan worden, kunnen
                    de reeds ten behoeve van het inburgeringstraject gemaakte kosten van de
                    inburgeraar worden teruggevorderd.Het eerste lid is alleen van toepassing op
                    inburgeringstrajecten voor inburgeringsbehoeftigen Terugvordering kan
                    uitsluitend plaatsvinden indien het niet voltooien van het inburgeringstraject
                    het gevolg is van verwijtbare gedragingen van de inburgeraar.De beleidsregels
                    herziening en terugvordering, vastgesteld bij collegebesluit d.d. 29-04-2008,
                    zijn van overeenkomstige toepassing.</al><al><cursief>Paragraaf 4. Overige bepalingen</cursief></al><al><onderstreept>Artikel 11</onderstreept><vet> Inwerkingtreding</vet></al><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 december 2010, onder
                    gelijktijdige intrekking van de Verordening inburgering gemeente Haren.</al><al><onderstreept>Artikel 12</onderstreept><vet> Naamgeving </vet></al><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet inburgering 2010. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>