<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR96918_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening van de gemeente Barneveld op de Destructie</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Barneveld</dcterms:creator><dcterms:modified>1988-09-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Barneveld</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">-</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Destructieverordening voor de gemeente Barneveld</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Destructiewet/article=17">Destructiewet, art. 17 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>1981-10-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1988-09-23</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening van de gemeente Barneveld op de Destructie</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><titel/></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><al>'wet' <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Destructiewet">Destructiewet</extref>;</al><al>'directeur' Kringdirecteur van de Rijksdienst voor Vee en Vlees,
                                kring 6</al><al>'slachthuis' de aangewezen en als openbare noodslachtplaats
                                fungerende ruimte(n) in het gebouwencomplex van de Fa. Hallers &amp;
                                Zn. of haar rechtverkrijgende(n), gelegen aan de Kamerlingh Onnesweg
                                1 te Ede;</al><al>'aangifteplichtige' degene, die als eigenaar of houder van
                                destructiemateriaal ingevolge de wet verplicht is daarvan aangifte
                                te doen;</al><al>'ondernemer' de natuurlijke of rechtspersoon, aan wie een vergunning
                                als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Destructiewet/article=5">artikel 5 der wet</extref>, is verleend en in wiens krachtens
                                artikel 10 der wet vastgesteld gebied de gemeente is gelegen;</al><al>'destructor' inrichting, uitsluitend of in hoofdzaak bestemd tot het
                                door verwerking onschadelijk maken van destructiemateriaal voor
                                welke aan de ondernemer een vergunning is verleend, als bedoeld in
                                    <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Destructiewet/article=5">artikel 5 van de wet</extref>;</al><al>'destructiemateriaal' materiaal van dierlijke herkomst, bedoeld in
                                    <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Destructiewet/article=2">artikel 2 der wet</extref>;</al><al>'destructiemateriaal A' doodgeboren slachtdieren, alsmede gestorven
                                of in nood gedode slachtdieren, welke moeten worden onbruikbaar
                                gemaakt voor voedsel voor mens en dier, zonder dat een nader
                                onderzoek ingevolge de Vleeskeuringswet plaats heeft gevonden;</al><al>'destructiemateriaal B' destructiemateriaal, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Destructiewet/article=2">artikel 2, eerste lid, sub b, f en h, der wet</extref>;</al><al>'destructiemateriaal C' overig destructiemateriaal, dat zich tot het
                                tijdstip van ophalen door de ondernemer onder beheer of toezicht van
                                de Rijksdienst voor Vee en Vlees bevindt.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Par. 2. Aangifte, vervoer en bewaring door de
                                aangifteplichtige</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aangifteplichtige doet van het hebben of houden van
                                            destructiemateriaal ten kantore van de directeur voor
                                            zover in de volgende artikelen niet anders wordt
                                            bepaald. De directeur regelt de uren, binnen welke deze
                                            aangifte moet geschieden.</al></li><li nr="2."><al>Ten aanzien van het destructiemateriaal, bedoeld in
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Destructiewet/article=2">artikel 2, eerste lid, sub b, der wet</extref>,
                                            geschiedt de aangifte - met inachtneming van de uren
                                            bedoeld in het eerste lid - terstond na het ontstaan van
                                            dit materiaal. Van ander destructiemateriaal geschiedt
                                            de aangifte zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk voor
                                            9.00 uur des voormiddags op de eerste werkdag volgende
                                            op die, waarop dit materiaal als zodanig is
                                            ontstaan.</al></li><li nr="3."><al>De aangifte geschiedt, onder opgave van de soort en de
                                            hoeveelheid van het destructiemateriaal, alsmede van de
                                            plaats, waar het zich bevindt en of sectie gewenst
                                            wordt. De aangifte wordt in drievoud opgemaakt.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders stellen met inachtneming van
                                            het bepaalde in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Destructiewet/article=12">artikel 12, tweede lid, der wet</extref>, een model
                                            van het aangifteformulier vast.</al></li><li nr="5."><al>Door of vanwege de directeur wordt een gewaarmerkt
                                            exemplaar van het ingevulde aangifteformulier verstrekt
                                            aan de aangifteplichtige.</al></li><li nr="6."><al>De ondernemer ontvangt het derde exemplaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><al>Het bepaalde in artikel 2 geldt niet ten aanzien van
                                    destructiemateriaal C.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Behoudens het bepaalde in artikel 14 is de
                                            aangifteplichtige ten aanzien van Destructiemateriaal A
                                            gehouden; </al><lijst><li nr="a."><al>tot vervoer van het destructiemateriaal naar een
                                                  door de directeur goedgekeurde, voor een
                                                  vervoermiddel van de ondernemer redelijkerwijs
                                                  bereikbare plaats, of tot afgifte aan een door
                                                  burgemeester en wethouders aangewezen lokale of
                                                  regionale ophaaldienst voor vervoer naar en de
                                                  bewaring van het destructiemateriaal op die
                                                  plaatsen kan de directeur nadere aanwijzingen
                                                  geven;</al></li><li nr="b."><al>tot het ter beschikking houden van het
                                                  destructiemateriaal, afkomstig van gestorven
                                                  dieren, geleden hebbende aan of verdacht van een
                                                  ziekte, waarop titel III der Veewet van toepassing
                                                  is, alsmede tot het afgeven daarvan voor vervoer
                                                  door of vanwege de ondernemer ter plaatse, waar
                                                  dit destructiemateriaal zich bevindt, met
                                                  inachtneming van de omtrent de bewaring van dat
                                                  destructiemateriaal door het hoofd van dienst
                                                  gegeven aanwijzingen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders geven met betrekking tot het
                                            afsluiten, het schoonhouden en het verdere beheer van
                                            verzamelplaatsen, alsmede het gemeentelijk toezicht
                                            daarop, nadere voorschriften.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aangifteplichtige is gehouden destructiemateriaal B
                                            en C te bewaren, ter beschikking te stellen en af te
                                            geven voor vervoer naar de destructor met inachtneming
                                            van de terzake door de directeur gegeven
                                            aanwijzingen;</al></li><li nr="2."><al>Destructiemateriaal genoemd in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Destructiewet/article=2">artikel 2, eerste lid, sub b, der wet</extref>, dat
                                            ontstaat buiten het terrein van slachterijen en
                                            vleeswarenfabrieken wordt door de zorgen van de
                                            aangifteplichtige ten spoedigste en in elk geval niet
                                            later dan 6 uren na het tijdstip van de aangifte
                                            daarvan, als bedoeld in artikel 2, tweede lid, eerste
                                            volzin, overgebracht naar het slachthuis en afgegeven
                                            onder deponering in een door of vanwege de directeur
                                            aangewezen bewaarplaats, als bedoeld in het volgende
                                            lid.</al></li><li nr="3."><al>Destructiemateriaal, genoemd in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Destructiewet/article=2">artikel 2, eerste lid, sub b, c, d of f der
                                                wet</extref>, alsmede dat, genoemd in artikel 2,
                                            tweede lid, der wet, moet worden bewaard in daarvoor
                                            bestemde bakken, dan wel met metalen confiscaatemmers,
                                            tenzij de directeur terzake van de bewaring een andere
                                            regeling met de aangifteplichtige treft.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van het
                                            bepaalde in dit artikel afwijkende regelen met
                                            betrekking tot destructiemateriaal B of C vaststellen,
                                            indien terzake van de afgifte van dit materiaal een
                                            voorziening is getroffen, als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Destructiewet/article=20">artikel 20 der wet</extref>.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><al>De aangifteplichtige is gehouden, zolang destructiemateriaal
                                    onder zijn berusting is, bederf of vermenging met andere stoffen
                                    tegen te gaan, zulks overeenkomstig door de directeur gegeven
                                    aanwijzingen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7</titel></kop><al>Aanwijzingen van de directeur omtrent de bewaring van
                                    destructiemateriaal, anders dan op grond van artikel 6, kunnen
                                    slechts strekken ter voorkoming van gevaar, schade of hinder
                                    voor de openbare gezondheid.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Par. 3. Ophalen en vervoer van destructiemateriaal door of
                                vanwege de ondernemer</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ondernemer is verplicht tot het ophalen van
                                            destructiemateriaal van de plaats, waar dit zich
                                            ingevolge de bepalingen van deze verordening
                                            bevindt.</al></li><li nr="2."><al>Het ophalen geschiedt uiterlijk op de werkdag, volgende
                                            op die, waarop het destructiemateriaal is aangemeld,
                                            tenzij het betreft destructiemateriaal B of C, dat door
                                            de ondernemer, ingevolge een met de directeur getroffen
                                            regeling, op gezette tijden wordt opgehaald.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van het
                                            bepaalde in het eerste lid afwijkende regelen met
                                            betrekking tot destructiemateriaal B of C vaststellen,
                                            indien terzake van de aangifte van dit materiaal een
                                            voorziening is getroffen, als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Destructiewet/article=20">artikel 20 der wet</extref>.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9</titel></kop><al>Het vervoer van destructiemateriaal binnen de gemeente dient
                                    langs de kortste weg plaats te vinden. De vervoerder is
                                    verplicht er voor zorg te dragen, dat het vervoer geen sporen
                                    van het destructiemateriaal op de openbare weg nalaat.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Par. 4 Overdracht</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 10</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ten dienste van de overdracht aan de ondernemer wordt
                                            destructiemateriaal A door of vanwege de directeur op de
                                            dag van aangifte telefonisch aangemeld bij de
                                            ondernemer, onder mededeling van de gegevens, bedoeld in
                                            artikel 2, derde lid.</al></li><li nr="2."><al>De aanmelding bij de ondernemer van destructiemateriaal
                                            B of C geschiedt door de directeur zo spoedig mogelijk,
                                            tenzij het betreft destructiemateriaal, dat door de
                                            ondernemer, ingevolge een met de directeur getroffen
                                            regeling, op gezette tijden wordt opgehaald.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De overdracht van destructiemateriaal geschiedt door
                                            inlading in een daarvoor bestemd vervoermiddel van de
                                            ondernemer.</al></li><li nr="2."><al>De ondernemer is verplicht de overdracht van
                                            destructiemateriaal B of C jaarlijks vóór 1 maart, onder
                                            opgave van de totale hoeveelheid over het voorgaande
                                            jaar, aan het gemeentebestuur te bevestigen.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Par. 5 Dode honden en katten</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 12</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Omtrent de aangifte, het vervoer, het ophalen en de
                                            overdracht van dode honden en katten, alsmede omtrent de
                                            afgifte daarvan aan een van gemeentewege aangewezen
                                            verzameldienst, kunnen burgemeester en wethouders, met
                                            inachtneming van het bepaalde in artikel 32 van het
                                            Destructiebesluit (Stbl. 1958, 71) nadere voorschriften
                                            geven.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een plaats aanwijzen
                                            waar dode honden en katten mogen worden begraven.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen met betrekking tot het
                                            begraven van dode honden en katten nadere voorschriften
                                            geven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanwijzing van materiaal, als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Destructiewet/article=2">artikel 2, derde lid, laatste alinea, der
                                                wet</extref>, geschiedt door de burgemeester op
                                            voorstel van de directeur of de directeur gehoord; zij
                                            wordt onverwijld aan de eigenaar of houder
                                            medegedeeld.</al></li><li nr="2."><al>De directeur houdt aantekening van het ingevolge het
                                            eerste lid aangewezen destructiemateriaal.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen, met afwijking van het
                                    bepaalde in artikel 2, eerste lid, bepalen, dat de aangifte
                                    geschiedt bij een door hen aangewezen ambtenaar. Hetzelfde geldt
                                    met betrekking tot de aanmelding, bedoeld in artikel 10, eerste
                                    lid.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15</titel></kop><al>Indien de directeur, dan wel de eigenaar of houder van
                                    destructiemateriaal A, sectie van dit destructiemateriaal
                                    noodzakelijk of wenselijk acht, wordt de sectie verricht in een
                                    daartoe bestemde lokaliteit van het slachthuis dan wel van de
                                    destructor geschiedt, verplicht het destructiemateriaal te
                                    voeren of te doen vervoeren naar een plaats, welke
                                    redelijkerwijs bereikbaar is voor het, voor transport naar het
                                    slachthuis te bezigen, vervoermiddel.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als
                                    'Destructieverordening voor de gemeente Barneveld' en treedt in
                                    werking met ingang van de dag, volgende op die van haar
                                    afkondiging. Met ingang van de dag, waarop deze verordening in
                                    werking treedt, vervalt de 'Destructieverordening voor de
                                    gemeente Barneveld', laatstelijk vastgesteld bij raadsbesluit
                                    van 19 september 1963.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 13 oktober 1981.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>eerste wijziging 86-133c 24 juni 1986</ondertekening><ondertekening>tweede wijziging 88-85 26 april 1988</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>