<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR96774_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening ambtelijke bijstand</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Veenendaal</dcterms:creator><dcterms:modified>2003-01-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Veenendaal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Veenendaalse Krant, 2003-01-15</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening ambtelijke bijstand</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005416">Gemeentewet, art. 33, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005416">Gemeentewet, art. 33, lid 3</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2002-12-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2003-01-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2002, 2002.17468</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuurlijke organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening ambtelijke bijstand</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Veenendaal;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 oktober 2002,
                        nummer 2002.17468 </al><al/><al>overwegende dat:</al><al>tot de inwerkingtreding van de Aanpassingswet en daarmee de inwerkingtreding
                        van de artikelen 100-107<sup>e</sup> Gemeentewet, voor "griffier" in deze
                        verordening de "plaatsvervangend gemeentesecretaris" wordt gelezen; </al><al/><al>gelet op:</al><al>artikel 33, eerste en derde lid van de Gemeentewet; </al><al/><al>besluit: </al><al>vast te stellen de <vet>Verordening ambtelijke bijstand</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Informatie: gegevens neergelegd in schriftelijke stukken en ander
                                materiaal dat gegevens bevat;</al></li><li nr="b."><al>Advies: het kenbaar maken van een deskundig oordeel;</al></li><li nr="c."><al>Bijstand: het verzamelen en verwerken van informatie en het verlenen
                                van hulp bij de redactionele vormgeving van moties, amendementen en
                                initiatiefvoorstellen, het voorbereiden van interpellaties,
                                voorstellen van orde, schriftelijke vragen, inlichtingen en
                                dergelijke initiatieven op grond van het Reglement van orde voor de
                                vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid of raadscommissielid wendt zich tot de griffier of een
                            ambtenaar met een verzoek om:</al><lijst><li nr="a."><al>feitelijke informatie van geringe omvang;</al></li><li nr="b."><al>inzage in of afschrift van documenten die openbaar zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op
                            informatie bedoeld onder het eerste lid, onderdeel a of b, stelt hij de
                            gemeentesecretaris daarvan in kennis. De gemeentesecretaris
                            beslist.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om bijstand bij
                            het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere
                            bijstand.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De bijstand, bedoeld in het derde lid, wordt verleend door de griffier
                            of een medewerker van de griffie. Indien de gevraagde bijstand niet door
                            de griffier of een medewerker van de griffie kan worden verleend kan de
                            griffier de gemeentesecretaris verzoeken, één of meer ambtenaren aan te
                            wijzen, die de gevraagde bijstand zo spoedig mogelijk
                                verlenen<cursief>.</cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ambtenaar verleent op verzoek van de griffier of de
                            gemeentesecretaris ambtelijke bijstand tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>niet aannemelijk is gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op
                                    de werkzaamheden van de raad;</al></li><li nr="b."><al>dit het belang van de gemeente kan schaden;</al></li><li nr="c."><al>het bijstand, bedoeld in artikel 2, derde lid, betreft en het
                                    raadslid overmatig gebruik blijkt te maken van het verzoek om
                                    ambtelijke bijstand<cursief>;</cursief></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeentesecretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het
                            eerste lid geweigerd wordt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd deelt de
                            gemeente-secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan
                            het raadslid dat het verzoek heeft ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de gemeentesecretaris
                        wordt geweigerd kan de griffier of het betrokken raadslid het verzoek
                        voorleggen aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk
                        over het verzoek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een raadslid niet tevreden is over door een ambtenaar verleende
                            bijstand, doet hij of de griffier hiervan mededeling aan de
                            gemeentesecretaris. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien overleg met de gemeentesecretaris niet leidt tot een voor beide
                            partijen bevredigende oplossing leggen zij de zaak voor aan de
                            burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over de
                            zaak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeentesecretaris houdt een register van de verleende ambtelijke
                            bijstand als bedoeld in artikel 2, derde lid bij, waarin per verzoek om
                            bijstand aan de reguliere ambtelijke organisatie wordt opgenomen:</al><lijst><li nr="a."><al>aan welk raadslid bijstand is verleend;</al></li><li nr="b."><al>over welk onderwerp bijstand is verleend;</al></li><li nr="c."><al>welke ambtenaar de bijstand heeft verleend;</al></li><li nr="d."><al>hoeveel tijd het verlenen van de bijstand heeft gekost;</al></li><li nr="e."><al>in geval van weigering van het verzoek, de reden waarom een
                                    verzoek is geweigerd;</al></li><li nr="f."><al>in geval van weigering van het verzoek, of het verzoek is
                                    voorgelegd aan de burgemeester.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>Bij het vragen van informatie, advies of bijstand mag degene die deze hulp
                        verleent, niet tot geheimhouding verplicht worden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als de "Verordening ambtelijke
                        bijstand".</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Gedaan ter openbare vergadering van 12 december 2002,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de raadsgriffier (a.i.) - J.T. Langelaar</ondertekening><ondertekening>de voorzitter - drs. J.J. Spros</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting </titel></kop><al/><tussenkop>Vertrekpunt:</tussenkop><lijst><li nr="·"><al>De handreiking "ambtelijke ondersteuning voor de duale raad" d.d. 21
                            februari 2002 van de "vernieuwingsimpuls Dualisme en lokale
                            democratie".</al></li><li nr="·"><al>De in de handreiking opgenomen "modelverordening ambtelijke bijstand en
                            fractieondersteuning" welke aan de "Veense situatie" is aangepast.</al></li><li nr="·"><al>Bij koninklijk besluit (Staatsblad 2002, 112) is bepaald dat de Wet
                            dualisering gemeentebestuur op 7 maart 2002 in werking treedt met
                            uitzondering van de onderdelen Dda, II, ZZ, PPP en GGGG van artikel I.
                            Deze onderdelen zullen op een later tijdstip in werking treden. Met name
                            de latere inwerkingtreding van Hoofdstuk VII (onderdeel ZZ) betreffende
                            de secretaris en de griffier heeft belangrijke consequenties. De
                            benoeming van de secretaris door de raad blijft voorlopig gehandhaafd,
                            terwijl de Gemeentewet zoals deze luidt na inwerkingtreding van de Wet
                            dualisering gemeentebestuur de door de raad benoemde griffier nog niet
                            kent. Dit zou betekenen dat gemeenten vooruitlopend op de
                            inwerkingtreding van Hoofdstuk VII weliswaar een griffier kunnen
                            benoemen, maar dat, althans na 7 maart 2002 , niet de raad maar het
                            college op grond van het nieuwe artikel 160 Gemeentewet bevoegd zou zijn
                            om de griffier te benoemen, ongeacht het feit dat artikel 160 lid 1
                            onderdeel d, bepaalt dat het college bevoegd is ambtenaren niet zijnde
                            de griffier en de op de griffie werkzame ambtenaren te benoemen. In deze
                            uitleg van de Wet wordt er vanuit gegaan dat de griffier wordt benoemd
                            als "reguliere" ambtenaar omdat de griffierfunctie formeel nog niet
                            bestaat. Na de inwerkingtreding van Hoofdstuk VII en het wetsvoorstel
                            voor de aanpassing van enkele wetten in verband met de inwerkingtreding
                            van de Wet dualisering gemeentebestuur (Aanpassingswet) zou de raad de
                            griffier (opnieuw) moeten benoemen of in ieder geval het besluit tot
                            benoeming van de griffier door het college moeten bekrachtigen. Deze
                            constructie doet vanuit de dualiserings gedachte gewrongen aan,
                            bovendien zou de griffier in dat geval formeel gezien de wettelijke
                            taken van de secretaris niet mogen vervullen. Immers uitsluitend de door
                            de raad benoemde secretaris is bevoegd de uitgaande stukken van de raad
                            mede te ondertekenen en de raad en zijn commissies bij te staan. Daarom
                            kan, als tijdelijke noodvoorziening, de griffier tijdelijk door de raad
                            worden benoemd tot plaatsvervangend secretaris voor zover het gaat om
                            zijn bevoegdheden ten aanzien van de raad. In navolging daarvan dient
                            tot de inwerkingtreding van de artikelen 100 – 107<sup>e</sup> van de
                            Gemeentewet en de Aanpassingswet voor de "griffier" in deze verordening
                            "plaatsvervangend secretaris" te worden gelezen.</al><al/></li></lijst><tussenkop>Voornaamste uitgangspunten:</tussenkop><lijst><li nr="·"><al>Verzoeken om ambtelijke bijstand worden gecoördineerd via de
                            raadsgriffie(r);</al></li><li nr="·"><al>De ambtelijke bijstand wordt vooralsnog niet gelimiteerd. Bij de
                            evaluatie van de Bestuurlijke Vernieuwing (dit najaar) zal het beroep op
                            ambtelijke bijstand in de evaluatie worden betrokken. Mocht blijken dat
                            een en ander niet werkzaam is in de praktijk dan zal de verordening op
                            dit punt worden aangepast;</al></li><li nr="·"><al>De griffie(r) ondersteunt de raad procesmatig (informatief,
                            organisatorisch en administratief) en vervult daarmee een spilfunctie
                            tussen de raad, het college, de ambtelijke organisatie en mogelijk ook
                            de buitenwereld.</al><al/></li></lijst><tussenkop>Artikelgewijze toelichting</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>Het begrip "informatie" is afgeleid uit de Wet Openbaarheid van Bestuur. Het
                    begrip "bijstand" is als zodanig afgebakend dat daarmee wordt voorkomen dat met
                    gebruikmaking van ambtelijke bijstand wordt beoogd een bepaald beleid te
                    ontwerpen. De beleidsontwikkelingen en de oordeelsvorming daarover zijn
                    specifieke aangelegenheden van de daarvoor verantwoordelijke raadsleden. Door de
                    omschrijving wordt ook voorkomen dat het ambtelijke apparaat wordt
                    geconfronteerd met tegenstrijdige opdrachten.</al><al/><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al>In de gehele verordening is er voor gekozen een onderscheid aan te brengen
                    tussen ambtenaren en medewerkers van de griffie. Als er over ambtenaren wordt
                    gesproken, worden ambtenaren van de reguliere ambtelijke organisatie bedoeld die
                    onder gezag van het college staan en worden dus niet griffiemedewerkers bedoeld.
                    Dit neemt niet weg dat medewerkers van de griffie ook ambtenaren in de zin van
                    de Ambtenarenwet zijn.</al><al/><al>Lid 1 </al><al>De verordening is niet bedoeld om formele barrières op te werpen die het
                    verlenen van bijstand aan raadsleden of commissieleden juist bemoeilijkt. Indien
                    het gaat om het verzoek om informatie van feitelijke aard, dan wel inzage in of
                    afschrift van openbare documenten, kan een raadslid of raadscommissielid contact
                    opnemen met een ambtenaar of met de griffier, die het verzoek kan neerleggen bij
                    een ambtenaar uit de reguliere ambtelijke organisatie. Het begrip document wordt
                    hier overigens gebruikt in de betekenis die het in de Wet openbaarheid bestuur
                    heeft. Met openbaar wordt bedoeld openbaar in de zin van de Wet openbaarheid van
                    bestuur. Voor niet openbare documenten wordt een regeling gegeven in de
                    artikelen 25, 55 en 86 van de Gemeentewet. Deze regelingen zijn onder andere
                    uitgewerkt in het reglement van orde voor de raad en de verordening op de
                    raadscommissies.</al><al/><al>Lid 3 </al><al>Bij een verzoek om bijstand is er voor gekozen de griffier te noemen als
                    centrale functionaris. Het bestaan van het instituut griffie en de ontvlechting
                    van de posities van de raad en het college, die bij de dualisering zijn beslag
                    heeft gekregen, leidt ertoe dat de ambtelijke organisatie parallel ontvlochten
                    wordt. Omdat de griffier geen zeggenschap heeft over de reguliere ambtelijke
                    organisatie zal de secretaris de ambtenaar die de bijstand verleent moeten
                    aanwijzen. De ontvlechting van posities leidt in dit geval dus noodzakelijk tot
                    een verdergaande formalisering van de regeling omtrent ambtelijke bijstand. De
                    bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend. Het is niet mogelijk in de
                    verordening hiervoor vaste termijnen op te nemen in verband met de verschillen
                    in aard en omvang van de werkzaamheden voor een verzoek. De griffier ziet er op
                    toe dat er voortgang blijft in het proces.</al><al/><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>Lid 1 sub b Deze weigeringsgrond is opgenomen om in een bijzonder geval het
                    belang van de gemeente te beschermen.</al><al/><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>Uiteraard zal de burgemeester hierover overleg voeren met de secretaris en de
                    griffier (en indien nodig ook het betrokken raadslid). De raad kan ook via de
                    gebruikelijke weg hierover de burgemeester verzoeken verantwoording af te leggen
                    (artikel 180 Gemeentewet).</al><al/><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>Spreekt voor zich.</al><al/><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>Gezien het uitgangspunt dat ambtelijke bijstand vooralsnog niet wordt
                    gelimiteerd, is in tegenstelling tot de modelverordening geen limiet in dit
                    artikel opgenomen. Wel is de bepaling over het register opgenomen. Daardoor
                    ontstaat inzicht in het aantal, soort en de "tijdrovendheid" van bepaalde
                    verzoeken. Mocht alsnog worden overgegaan op limitering van verzoeken dan is
                    daarmee tevens een basis opgebouwd voor een te stellen limiet.</al><al/><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al>In relatie tot het voorgaande behoeft dit artikel geen nadere toelichting.</al><al/><tussenkop>Artikel 8 en 9</tussenkop><al>Spreekt voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>