<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR96695_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening burgerinitiatief Veenendaal 2005</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Veenendaal</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-04-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Veenendaal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Veenendaalse Krant, 2005-12-14</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005416">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-11-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-04-03</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2005, 2005.096377</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuurlijke organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-27542</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-27543</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening burgerinitiatief Veenendaal 2005</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Veenendaal;</al><al/><al>gelezen </al><al>het initiatiefvoorstel van de fractie van Groen Links van 30 augustus 2005,
                        nummer 2005.096377;</al><al/><al>gehoord en gelezen</al><al>het amendement van de fracties van het CDA, de ChristenUnie, de PvdA en
                        Lokaal Veenendaal waarin zij betogen positief te staan tegenover het
                        initiatiefvoorstel van GroenLinks. Een voor de hand liggende voorwaarde is
                        dat het burgerinitiatief een zekere, aantoonbare steun onder de bevolking
                        heeft. De hoeveelheid van die ondersteuners kan de raad zelf vaststellen. De
                        omvang van het aantal moet van die aard zijn dat het – zonder verhinderend
                        te zijn – toch een zekere garantie biedt dat het desbetreffende voorstel
                        gedragen wordt door een gedeelte van de bevolking. Om die reden moet het in
                        het voorstel opgenomen aantal initiatiefgerechtigden van 25 worden gewijzigd
                        in 60. Daarom zou artikel 2, lid 2 onder a. moeten worden gewijzigd in:</al><al>“Ongeldig is het verzoek dat: a. niet door tenminste 60
                        initiatiefgerechtigden wordt ondersteund;“</al><al>Verder wordt betoogd dat er verschillende mogelijkheden zijn voor wat
                        betreft de minimale leeftijd voor initiatiefgerechtigden. Een leeftijd van
                        zestien jaar voor het indienen van een initiatiefvoorstel is meer passend,
                        gezien hun ontwikkeling en bijgebrachte kennis omtrent de democratie binnen
                        het onderwijs dan de leeftijd van dertien die is opgenomen in het
                        voorliggende voorstel. Daarom stellen genoemde fracties voor om artikel 3,
                        eerste zin te wijzigen in:</al><al>“initiatiefgerechtigd zijn degenen die kiesgerechtigd zijn voor de
                        verkiezing van de leden van de gemeenteraad, alsmede ingezetenen van de
                        gemeente van zestien jaar en ouder die met uitzondering van hun leeftijd,
                        voldoen aan de vereisten voor het kiesrecht voor de leden van de
                        gemeenteraad”.</al><al/><al>besluit: </al><al>vast te stellen de <vet>Verordening burgerinitiatief Veenendaal
                        2005</vet>.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder een burgerinitiatiefvoorstel:</al><lijst><li nr="a."><al>een uitgewerkt voorstel van een initiatiefgerechtigde ter plaatsing
                                op de agenda van de vergadering van de raad of</al></li><li nr="b."><al>een voorstel van een initiatiefgerechtigde om een concreet
                                omschreven onderwerp op de agenda van de vergadering van de raad te
                                plaatsen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad plaatst een burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van zijn
                            vergadering indien daartoe door een initiatiefgerechtigde een geldig
                            verzoek is ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ongeldig is het verzoek dat:</al><lijst><li nr="a."><al>niet door ten minste 60 initiatiefgerechtigden wordt
                                    ondersteund;</al></li><li nr="b."><al>een onderwerp als bedoeld in artikel 4 bevat, of</al></li><li nr="c."><al>niet voldoet aan de voorwaarden, gesteld in artikel 5.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Initiatiefgerechtigd zijn degenen die kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing
                        van de leden van de gemeenteraad, alsmede ingezetenen van de gemeente van
                        zestien jaar en ouder die met uitzondering van hun leeftijd, voldoen aan de
                        vereisten voor het kiesrecht voor de leden van de gemeenteraad.</al><al>Voor de beoordeling of aan de vereisten voor initiatiefgerechtigdheid is
                        voldaan, is de toestand op de dag van indiening van het verzoek
                        bepalend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een burgerinitiatiefvoorstel houdt niet in:</al><lijst><li nr="a."><al>een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van de
                                    raad;</al></li><li nr="b."><al>een vraag over het gemeentelijk beleid;</al></li><li nr="c."><al>een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht over een gedraging van het gemeentebestuur;</al></li><li nr="d."><al>een bezwaar in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht tegen een besluit van het gemeentebestuur;</al></li><li nr="e."><al>een onderwerp waarover korter dan 2 jaar voor indiening van het
                                    burgerinitiatief door de raad een besluit is genomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een burgerinitiatief over een onderwerp of voorstel dat niet behoort tot
                            de bevoegdheid van de raad, maar wel valt onder de bevoegdheid van het
                            gemeentebestuur, zal door de raad, eventueel vergezeld van zijn advies,
                            worden doorgezonden naar het college of naar de burgemeester in de
                            hoedanigheid van portefeuillehouder.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college of de burgemeester zal een onderwerp of voorstel als bedoeld
                            in lid 2 behandelen als ware het een burgerinitiatief.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verzoek ter plaatsing van een burgerinitiatiefvoorstel op de agenda
                            van de vergadering van de raad wordt schriftelijk ingediend bij de
                            voorzitter van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verzoek bevat ten minste:</al><lijst><li nr="a."><al>een nauwkeurige omschrijving van het
                                    burgerinitiatiefvoorstel;</al></li><li nr="b."><al>een toelichting op het burgerinitiatiefvoorstel;</al></li><li nr="c."><al>de achternaam, de voornamen, het adres, de geboortedatum en de
                                    handtekening van de verzoeker en zijn plaatsvervanger, en</al></li><li nr="d."><al>een lijst met de voornamen, achternamen, adressen, geboortedata
                                    en handtekeningen van de initiatiefgerechtigden die het verzoek
                                    ondersteunen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de indiening van het verzoek wordt gebruik gemaakt van het door de
                            gemeenteraad vastgestelde model.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad agendeert het burgerinitiatief voor zijn eerstvolgende
                            vergadering na de datum van indiening van het initiatief, indien het
                            voldoet aan de vereisten zoals gesteld in artikel 5. Er dient ten minste
                            twee weken te liggen tussen de dag van indiening van het
                            burgerinitiatief en de dag van de vergadering waarin over het
                            burgerinitiatief wordt beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter van de raad nodigt de initiatiefnemer schriftelijk uit
                            voor de vergadering waarvoor het burgerinitiatief is geagendeerd. De
                            initiatiefnemer of zijn plaatsvervanger heeft tijdens deze vergadering
                            de gelegenheid om zijn burgerinitiatief mondeling nader toe te
                            lichten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Zo spoedig mogelijk nadat de raad over het burgerinitiatief een besluit
                            heeft genomen, wordt dit besluit bekendgemaakt door kennisgeving van het
                            besluit of van de zakelijke inhoud ervan in een van overheidswege
                            uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op
                            een andere geschikte wijze.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling
                            gedaan aan de initiatiefnemer.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De initiatiefnemer wordt daarna ingelicht over de vervolgstappen inzake
                            de uitwerking van het burgerinitiatief.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien een burgerinitiatief is afgewezen, is sprake van een besluit in
                            de zin van de Algemene wet bestuursrecht waartegen bezwaar en beroep
                            open staat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>De burgemeester besteedt elk jaar in het burgerjaarverslag aandacht aan de
                        werking van het recht van burgerinitiatief in de praktijk.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>een evaluatie van de verordening vindt plaats na behandeling van 3
                            ingediende burgerinitiatieven, maar uiterlijk in het eerste halfjaar van
                            2007.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>deze verordening treedt uiterlijk 1 januari 2006 in werking.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: “Verordening burgerinitiatief
                        Veenendaal 2005”.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 3 november 2005,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de heer mr. W.E.J.M. van Wel- waarnemend raadsgriffier</ondertekening><ondertekening>de heer mr. T. Elzenga- voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Veenendaal/i35365.pdf">Verzoek burgerinitiatief</extref></al></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Veenendaal/i35366.pdf">Ondersteuningsverklaringen burgerinitiatiefvoorstel</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>