<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR96663_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de ambtelijke bijstand en ondersteuning voor raadsleden</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Midden-Drenthe</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-04-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Midden-Drenthe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteberichten 28 december 2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de ambtelijke bijstand en ondersteuning voor raadsleden</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artt. 147, 149 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2002-11-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2002-11-29</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de ambtelijke bijstand en ondersteuning voor raadsleden</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elk raadslid heeft recht op ambtelijke bijstand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier of een ambtenaar met een verzoek
                            om:</al><lijst><li nr="a."><al>feitelijke informatie van geringe omvang;</al></li><li nr="b."><al>inzage in of afschrift van documenten die openbaar zijn;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op
                            informatie bedoeld onder het tweede lid, onderdeel a of b, stelt hij de
                            secretaris daarvan in kennis. De secretaris beslist.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om bijstand bij
                            het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere
                            bijstand.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De bijstand, bedoeld in het vierde lid, wordt verleend door de griffier
                            of een medewerker van de griffie. Indien de gevraagde bijstand niet door
                            de griffier of een medewerker van de griffie kan worden verleend kan de
                            griffier de secretaris verzoeken, één of meer ambtenaren aan te wijzen,
                            die de gevraagde bijstand zo spoedig mogelijk verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ambtenaar verleent op verzoek van de secretaris ambtelijke bijstand
                            tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand
                                    betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad;</al></li><li nr="b."><al>dit het belang van de gemeente kan schaden;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het eerste
                            lid geweigerd wordt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd deelt de
                            secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het
                            raadslid dat het verzoek heeft ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris wordt
                        geweigerd kan de griffier of het betrokken raadslid het verzoek voorleggen
                        aan het college van burgemeester en wethouders. Het college beslist zo
                        spoedig mogelijk over het verzoek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een raadslid niet tevreden is over door een ambtenaar verleende
                            bijstand, doet hij of de griffier hiervan mededeling aan de
                            secretaris.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor beide partijen
                            bevredigende oplossing leggen zij de zaak voor aan het college van
                            burgemeester en wethouders. Het college beslist zo spoedig mogelijk over
                            de zaak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>De secretaris of de betrokken ambtenaar informeert de desbetreffende
                        portefeuillehouder over de verleende bijstand.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders wijst een vergaderkamer voor de
                        avondvergaderingen aan elke raadsfractie toe.</al><al>Indien vergaderingen overdag worden gehouden dan dient reservering op de
                        reguliere wijze plaats te vinden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na vaststelling.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad,</ondertekening><ondertekening>gehouden op 28 november 2002,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier/loco secretaris,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>J.Pit</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>R.W. ter Avest</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al>Artikelsgewijze toelichting “Verordening op de ambtelijke bijstand en
                    ondersteuning”</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>De verordening is niet bedoeld om formele barrières op te werpen die het
                        verlenen van bijstand aan raadsleden juist bemoeilijkt. Indien het gaat om
                        het verzoek om informatie van feitelijke aard, dan wel inzage in of
                        afschrift van openbare documenten, kan een raadslid contact opnemen met de
                        griffier of een ambtenaar uit de reguliere ambtelijke organisatie. Het
                        begrip document wordt hier overigens gebruikt in de betekenis die het in de
                        Wet openbaarheid bestuur. Met openbaar wordt bedoeld openbaar in de zin van
                        de Wet openbaarheid van bestuur. Voor niet openbare documenten wordt een
                        regeling gegeven in de artikelen 25, 55 en 86 van de Gemeentewet. Deze
                        rechten zijn uitgewerkt in het reglement van orde voor de raad, het
                        reglement van orde voor het college en de verordening op de
                        raadscommissies.</al><al>Door aan ieder raadslid recht op ambtelijke bijstand door de reguliere
                        ambtelijke organisatie toe te kennen wordt een extra garantie geboden dat
                        dit recht ook geëffectueerd kan worden. Er is voor gekozen de griffier te
                        noemen als centrale functionaris. Omdat de griffier geen zeggenschap heeft
                        over de reguliere ambtelijke organisatie zal de secretaris de ambtenaar die
                        de bijstand verleent moeten aanwijzen. De ontvlechting van posities leidt in
                        dit geval dus noodzakelijk tot een verdergaande formalisering van de
                        regeling omtrent ambtelijke bijstand. De bijstand wordt zo spoedig mogelijk
                        verleend. Het is niet mogelijk in de verordening hiervoor vaste termijnen op
                        te nemen in verband met de verschillen in aard en omvang van de
                        werkzaamheden voor een verzoek. De griffier ziet er op toe dat er voortgang
                        blijft in het proces. In de gehele verordening is er voor gekozen een
                        onderscheid aan te brengen tussen ambtenaren en medewerkers van de griffie.
                        Als er over ambtenaren gesproken wordt, worden ambtenaren van de reguliere
                        ambtelijke organisatie bedoeld die onder gezag van het college staan en
                        worden dus niet griffiemedewerkers bedoeld. Dit neemt niet weg dat ook
                        medewerkers van de griffie ook ambtenaren in de zin van de Ambtenarenwet
                        zijn. Op grond van het derde lid is er bij twijfel een rol voor de
                        secretaris weggelegd. Deze zal moeten beslissen of het een verzoek als
                        bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en b betreft.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikelen 2 en 3</titel></kop><al>Beoordeling of één van de in artikel 2 genoemde weigeringsgronden zich
                        voordoet vindt in eerste instantie plaats door de gemeentesecretaris als
                        hoofd van de reguliere ambtelijke organisatie. In artikel 4 is aangegeven
                        dat de uiteindelijke beslissing over het niet verlenen van ambtelijke
                        bijstand is voorbehouden aan het college van burgemeester en wethouders. Het
                        ligt in de rede dat hierover overleg gevoerd wordt met de secretaris en de
                        griffier (en indien nodig ook het betrokken raadslid).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>Ook indien – naar de mening van het raadslid – op onvoldoende wijze aan zijn
                        of haar verzoek om hulp gehoor wordt gegeven kan de zaak aan een hogere
                        instantie worden voorgelegd: het college van burgemeester en wethouders is
                        daar gezien zijn eigenstandige positie in het geneentelijke bestuur de meest
                        aangewezen instantie voor. Wel dient het betrokken raadslid of de griffier
                        hierover eerst overleg te voeren met de secretaris.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>In dit artikel is aangegeven dat het van belang is dat de betrokken
                        portefeuillehouder op de hoogte is van het feit dat bijstand is verleend
                        door onder zijn verantwoordelijkheid functionerende ambtenaren. Gezien de
                        vergroting van de stand tussen raad en college die met de dualisering is
                        gecreëerd is het logisch dat desgewenst melding wordt gemaakt van het
                        verschaffen van ambtelijke bijstand. Het college en de secretaris kunnen
                        afspreken in welke gevallen hiervan melding wordt gemaakt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>Het is zinvol dat duidelijkheid bestaat over de vergaderkamer van elke
                        raadsfractie. De interne dienstverlening in de avonduren wordt hierop
                        afgestemd. Indien vergaderingen van raadsfracties overdag plaatsvinden dan
                        dient hiervoor een reservering op de reguliere wijze plaats te vinden.
                        Afhankelijk van de mogelijkheden zal de receptie een vergaderkamer
                        toewijzen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>