<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR96662_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Afvalstoffenverordening Zaanstad 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zaanstad</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-04-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zaanstad</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2011, 5</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Afvalstoffenverordening Zaanstad 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet milieubeheer, artikel 10.21 t/m 10.28 en</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet milieubeheer, artikel 21.7</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-03-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-03-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-07-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2011/49514</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Afvalstoffenverordening 2010</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Zaanstad 2010</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>artikel 2 werkt terug tot 1 januari 2010</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Afvalstoffenverordening Zaanstad 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><titel>§ 1: ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan:</al><lijst><li nr=""><al>a. wet: Wet milieubeheer; </al></li><li nr=""><al>b. inzamelen: de activiteiten gericht op het ophalen of
                                            innemen van afvalstoffen die binnen de gemeente ter
                                            inzameling worden aangeboden en het feitelijk ophalen en
                                            innemen daarvan;</al></li><li nr=""><al>c. ter inzameling aanbieden: de wijze van overdragen van
                                            afvalstoffen aan een inzamelende persoon of instantie,
                                            inclusief het achterlaten van afvalstoffen in daartoe
                                            door of vanwege de inzamelende persoon of instantie
                                            geplaatste inzamelmiddelen of -voorzieningen of op een
                                            daartoe aangewezen plaats;</al></li><li nr=""><al>d. inzamelmiddel: een voor de inzameling van
                                            afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel, bijvoorbeeld
                                            een huisvuilzak, minicontainer, afvalemmer, kca-box of
                                            big bag, ten behoeve van één huishouden;</al></li><li nr=""><al>e. inzamelvoorziening: een voor de inzameling van
                                            afvalstoffen be­stemd(e) bewaarmiddel of -plaats,
                                            bijvoorbeeld een verzamelcontainer, wijkcontainer of
                                            brengdepot, ten behoeve van meerdere huishoudens;</al></li><li nr=""><al>f. de inzameldienst waaraan krachtens artikel 2, eerste
                                            lid, een alleenrecht is verleend, zoals bedoeld in
                                            artikel 17 van het Besluit aanbestedingsregels voor
                                            overheidsopdrachten, voor de inzameling, het beheer en
                                            de verwerking van binnen de gemeente vrijkomende
                                            huishoudelijke afvalstoffen, zoals bedoeld in artikel
                                            1.1, eerste lid, Wet milieubeheer, alsmede voor
                                            gladheidbestrijding. </al></li><li nr=""><al>g. alleenrecht: bijzonder of uitsluitend recht om binnen
                                            de gemeente vrijkomende stoffen te mogen inzamelen,
                                            beheren en verwerken. </al></li><li nr=""><al>h. andere inzamelaars: de krachtens artikel 2, tweede
                                            lid, aangewezen personen en instanties, belast met het
                                            afzonderlijk inzamelen van categorieën huishoudelijke
                                            afvalstoffen;</al></li><li nr=""><al>i. gebruiker van een perceel: degene die in de gemeente
                                            feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien
                                            waarvan ingevolge artikel 10.21 en artikel 10.22 van de
                                            Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van
                                            huishoudelijke afvalstoffen geldt;</al></li><li nr=""><al>j. straatafval: huishoudelijke afvalstoffen van zeer
                                            beperkte omvang en gewicht, zoals proppen, papier,
                                            sigarettenpeuken, kauwgom, plastic bekertjes en blikjes,
                                            verpakkingsmateriaal, etenswaren, niet zijnde klein
                                            chemisch afval, ontstaan buiten een perceel;</al></li><li nr=""><al>k. wegen: de wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid,
                                            onder b van de Wegenverkeerswet 1994; </al></li><li nr=""><al>l. motorrijtuigen: alle voertuigen, als bedoeld in
                                            artikel 1, eerste lid, onder c van de Wegenverkeerswet
                                            1994.</al></li><li nr=""><al>m. bedrijfsafvalstoffen zijn de in een bedrijf
                                            vrijkomende stoffen (materialen), die voor de houder
                                            nauwelijks of geen waarde hebben en waarvan deze zich
                                            wil ontdoen (<extref doc="http://www.wikihandhaving.nl/index.php/Wet_milieubeheer">Wet milieubeheer</extref> (Wm), Hfdst. 1, art.
                                            1.1). Uitgezonderd zijn: radioactief afval; <extref doc="http://www.wikihandhaving.nl/index.php/Gevaarlijk_afval">gevaarlijk afval</extref> dat is gemeld aan het
                                            Landelijk Meldpunt Afvalstoffen (<extref doc="http://www.wikihandhaving.nl/index.php/LMA">LMA</extref>); bouw- en sloopafval;
                                            verbrandingsresten uit eigen afvalverbranding en stoffen
                                            die geloosd worden met <extref doc="http://www.wikihandhaving.nl/index.php/Afvalwater">afvalwater</extref> of worden uitgestoten in de
                                            lucht.</al></li></lijst></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>§ 2 INZAMELING VAN HUISHOUDELIJKE AFVALSTOFFEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vestiging alleenrecht en aanwijzing inzamelende
                                instanties</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan aan een inzameldienst een alleenrecht verlenen
                                    als bedoeld in artikel 17 van het Besluit aanbestedingsregels
                                    voor overheidsopdrachten voor de inzameling, het beheer en de
                                    verwerking van binnen de gemeente vrijkomende huishoudelijke
                                    afvalstoffen, zoals bedoeld in artikel 1.1, eerste lid Wet
                                    milieubeheer, alsmede voor gladheidbestrijding.</al></li><li nr="2."><al>Naast het verlenen van het in het eerste lid genoemde
                                    alleenrecht kan het college andere inzamelaars aanwijzen die
                                    belast zijn met het afzonderlijk inzamelen van categorieën
                                    huishoudelijke afvalstoffen. </al></li><li nr="3."><al>Het college kan aan het inzamelen van huishoudelijke
                                    afvalstoffen voorschriften en beperkingen verbinden in het
                                    belang van de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Afzonderlijke inzameling</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al> Door de inzameldienst of andere inzamelaars worden in ieder
                                    geval de volgende categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                                    afzonderlijk ingezameld:</al><lijst><li nr="a."><al>groente-, fruit- en tuinafval;</al></li><li nr="b."><al>klein chemisch afval; </al></li><li nr="c."><al>glas;</al></li><li nr="d."><al>oud papier en karton;</al></li><li nr="e."><al>kunststof verpakkingen;</al></li><li nr="f."><al>textiel;</al></li><li nr="g."><al>elektrische en elektronische apparatuur; </al></li><li nr="h."><al>bouw- en sloopafval;</al></li><li nr="i."><al>verduurzaamd hout;</al></li><li nr="j."><al>grof tuinafval;</al></li><li nr="k."><al>asbest en asbesthoudend afval;</al></li><li nr="l."><al>grof huishoudelijk afval;</al></li><li nr="m."><al>(klein) huishoudelijk restafval;</al></li><li nr="n."><al>herbruikbaar (grof) huishoudelijk afval</al></li><li nr="o."><al>herbruikbare producten</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan een omschrijving vaststellen van de categorieën
                                    huishoudelijke afvalstoffen als bedoeld in het eerste lid.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>inzamelmiddelen en -voorzieningen</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>De inzameling kan plaatsvinden via:</al><lijst><li nr=""><al>a. een inzamelmiddel voor de gebruiker van een
                                            perceel;</al></li><li nr=""><al>b. een inzamelvoorziening voor de gebruikers van een
                                            aantal percelen;</al></li><li nr=""><al>c. een inzamelvoorziening op wijkniveau;</al></li><li nr=""><al>d. een brengdepot op lokaal en/of regionaal niveau.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan aanwijzen via welk al dan niet van gemeentewege
                                    verstrekt inzamelmiddel of via welke inzamelvoorziening de
                                    inzameling van een bepaalde categorie huishoudelijke
                                    afvalstoffen ten behoeve van de gebruiker van een perceel
                                    plaatsvindt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Frequentie van inzamelen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Huishoudelijk restafval wordt ten minste een maal per twee weken
                                    bij elk perceel ingezameld.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid wordt huishoudelijk restafval
                                    bij de hoogbouwwoningen en in de delen van de gemeente, waarbij
                                    het gebruik wordt gemaakt van inzamelcontainers en vuilniszakken
                                    ten minste een maal per week nabij elk perceel ingezameld.</al></li><li nr="3."><al>Groente-, fruit- en tuinafval wordt ten minste een maal per twee
                                    weken afzonderlijk bij elk perceel ingezameld.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan de frequentie van inzameling vaststellen van de
                                    overige categorieën huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk
                                    in aangewezen delen van de gemeente bij elk perceel worden
                                    ingezameld. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><label>6</label><titel>Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens
                                aanwijzing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor de inzameldienst of andere
                                    inzamelaars.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor personen of instanties die in het
                                    kader van producentenverantwoordelijkheid bij algemene maatregel
                                    van bestuur of ministeriële regeling een inzamelplicht hebben
                                    gekregen voor categorieën van huishoudelijke afvalstoffen.</al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>§ 3 TER INZAMELING AANBIEDEN VAN HUISHOUDELIJKE AFVALSTOFFEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                afvalstoffen aan anderen</titel></kop><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden
                            aan een ander dan de inzameldienst, andere inzamelaars of de personen of
                            instanties die in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij
                            algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling een
                            inzamelplicht hebben voor categorieën van huishoudelijke
                            afvalstoffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van percelen</titel></kop><al>Het is anderen dan gebruikers van percelen verboden om huishoudelijke
                            afvalstoffen ter inzameling aan te bieden. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Afzonderlijk ter inzameling aanbieden</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden om de categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                                    zoals bepaald in artikel 3, eerste lid (met uitzondering van “m
                                    en n”), anders dan afzonderlijk ter inzameling aan te
                                    bieden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen aan te bieden aan
                                    anderen dan de krachtens artikel 2 aangewezen inzameldienst en
                                    andere inzamelaars.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor de bij
                                    nadere regels aan te wijzen categorieën van personen.</al></li><li nr="4."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor het
                                    aanbieden van categorieën huishoudelijke afvalstoffen aan
                                    personen of instanties die in het kader van
                                    producentenverantwoordelijkheid bij algemene maatregel van
                                    bestuur of ministeriële regeling een inzamelplicht hebben
                                    gekregen voor die categorieën huishoudelijke afvalstoffen.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan aanwijzen aan welke personen, instanties of op
                                    welke locaties de in artikel 3, eerste lid aangewezen
                                    categorieën huishoudelijke afvalstoffen moeten worden
                                    aangeboden. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de gebruiker van een perceel, voor wie krachtens artikel
                                    4, tweede lid een inzamelmiddel (vuilniszak) of
                                    inzamelvoorziening is aangewezen, verboden de huishoudelijke
                                    afvalstoffen anders aan te bieden dan via het betreffende
                                    inzamelmiddel of de betreffende inzamelvoorziening of het
                                    betreffende brengdepot.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                                    via een inzamelmiddel (vuilniszak) of inzamelvoorziening aan te
                                    bieden, dan de categorie waarvoor dit inzamelmiddel of deze
                                    inzamelvoorziening krachtens artikel 4, tweede lid is
                                    bestemd.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan regels stellen omtrent het gebruik van een van
                                    gemeentewege verstekt inzamelmiddel (vuilniszak).</al></li><li nr="4."><al>Het college kan regels stellen omtrent de plaats en wijze waarop
                                    huishoudelijke afvalstoffen moeten worden aangeboden.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                                    aanwijzen die zonder inzamelmiddel of inzamelvoorziening ter
                                    inzameling kunnen worden aangeboden.</al></li><li nr="6."><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijze ter
                                    inzameling aan te bieden dan krachtens dit artikel is
                                    bepaald.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt de dagen en tijden vast waarop categorieën
                                    huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden
                                    aangeboden. </al></li><li nr="2."><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere dagen en
                                    tijden ter inzameling aan te bieden dan krachtens het eerste lid
                                    is bepaald. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van
                                huishoudelijke afvalstoffen</titel></kop><al>In afwijking van hetgeen in deze paragraaf is bepaald kan het college
                            regels stellen omtrent het in bijzondere gevallen ter inzameling
                            aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst of andere
                            inzamelaars.</al><al/><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>§ 4 INZAMELING VAN BEDRIJFSAFVALSTOFFEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inzameling bedrijfsafvalstoffen door inzameldienst</titel></kop><al>Het college kan categorieën bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die door de
                            inzameldienst worden ingezameld. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de
                                inzameldienst</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Het is verboden bedrijfsafvalstoffen aan te bieden aan de
                                    inzameldienst.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan regels stellen omtrent de dagen, tijden, wijzen
                                    en plaatsen waarop de krachtens artikel 13 aangewezen
                                    bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst ter inzameling kunnen
                                    worden aangeboden. </al></li><li nr="3."><al>Het is verboden de krachtens artikel 13 aangewezen
                                    bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden in strijd met
                                    deze regels. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een
                                ander dan de inzameldienst</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan regels stellen voor het ter inzameling aanbieden
                                    van bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de
                                    inzameldienst.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te
                                    bieden in strijd met deze regels. </al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>§ 5 ZWERFAFVAL</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden buiten een daarvoor door het college bestemde
                                    plaats en buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer een afvalstof, stof of voorwerp op of in de bodem
                                    te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins
                                    te plaatsen op een wijze die aanleiding kan geven tot hinder of
                                    nadelige beïnvloeding van het milieu.</al></li><li nr="2."><al> Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. Het verbod
                                    is niet van toepassing op:</al></li><li nr=""><al>a. het overeenkomstig deze verordening ter inzameling aanbieden
                                    van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen;</al></li><li nr=""><al>b. het thuis composteren van groente-, fruit- en tuinafval;</al></li><li nr=""><al>c. voor zover de (afval)stoffen tijdelijk op de weg geraken of
                                    worden gebracht als onvermijdelijk gevolg van het laden, lossen
                                    of vervoeren van afvalstoffen dan wel het verrichten van andere
                                    werkzaamheden op of aan de weg.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de
                                    Wet bodembescherming of het Besluit Bodemkwaliteit voorziet in
                                    de beoogde bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Achterlaten van straatafval</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden straatafval in de openbare ruimte achter te
                                    laten zonder gebruik te maken van de van gemeentewege of
                                    anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of
                                    soortgelijke voorwerpen.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden om andere afvalstoffen dan straatafval achter te
                                    laten in daartoe van gemeentewege of anderszins geplaatste of
                                    voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande
                                afvalstoffen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden afvalstoffen of inzamelmiddelen die ter
                                    inzameling gereed staan te doorzoeken en te verspreiden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden tegen afvalstoffen of inzamelmiddelen, die ter
                                    inzameling gereed staan, te stoten, te schoppen, deze omver te
                                    werpen of deze anderszins te behandelen waardoor er zwerfafval
                                    ontstaat.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en
                                drinkwaren</titel></kop><al>De houder of beheerder van een inrichting waar eet- of drinkwaren worden
                            verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>een afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp in of nabij de
                                    inrichting op een duidelijk zichtbare plaats aanwezig te hebben,
                                    waarin het publiek afval kan achterlaten;</al></li><li nr="b."><al>zorg te dragen dat deze afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp
                                    van een zodanige constructie is dat het afval daarin deugdelijk
                                    geborgen blijft en dat die afvalbak, -mand of voorwerp steeds
                                    tijdig wordt geledigd;</al></li><li nr="c."><al>zorg te dragen dat dagelijks, uiterlijk een uur na sluiting van
                                    de inrichting, doch in ieder geval terstond op eerste aanzegging
                                    van een ambtenaar, belast met het toezicht op de naleving van
                                    dit artikel, in de nabijheid van de inrichting achtergebleven
                                    afval, voor zover kennelijk uit of van die inrichting afkomstig,
                                    wordt opgeruimd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Wegwerpen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal</titel></kop><al>Degene die in de openbare ruimte reclamebiljetten of dergelijke of ander
                            promotiemateriaal onder het publiek verspreidt, is verplicht deze of de
                            verpakking daarvan terstond op te ruimen of te laten opruimen, indien
                            deze in de omgeving van de plaats van uitreiking op de weg of een andere
                            voor het publiek toegankelijke plaats door het publiek worden
                            weggeworpen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen, of overige
                                weerkzaamheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden afvalstoffen, stoffen of voorwerpen zodanig te
                                    laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te
                                    verrichten dat de weg wordt verontreinigd of het milieu nadelig
                                    kan worden beïnvloed.</al></li><li nr="2."><al>Indien bij het laden of lossen of vervoeren van afvalstoffen,
                                    stoffen of voorwerpen deze weg wordt verontreinigd of het milieu
                                    nadelig wordt beïnvloed, is degene die genoemde werkzaamheden
                                    verricht alsmede diens opdrachtgever verplicht deze weg te
                                    reinigen of te laten reinigen:</al><lijst><li nr="a."><al>direct na het ontstaan van de verontreiniging, indien de
                                            verontreiniging gevaar voor de veiligheid van het
                                            verkeer of beschadiging van het wegdek oplevert;</al></li><li nr="b."><al>direct na beëindiging van de werkzaamheden, indien de
                                            verontreiniging geen gevaar voor de veiligheid van het
                                            verkeer of beschadiging van het wegdek oplevert;</al></li><li nr="c."><al>indien de werkzaamheden langer dan een dag duren, elke
                                            dag direct na beëindiging van de werkzaamheden.</al></li></lijst></li></lijst><al/><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>§ 6 OVERIGE ONDERWERPEN DIE DE VERORDENING AANGAAN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Verbod op opslag van afvalstoffen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek zichtbare
                                    plaats in de open lucht en buiten een inrichting in de zin van
                                    de Wet milieubeheer op te slaan of opgeslagen te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod is niet van toepassing op het overdragen of ter
                                    inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de
                                    inzameldienst, andere inzamelaars of de personen of instanties
                                    die in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij
                                    algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling een
                                    inzamelplicht hebben voor categorieën van huishoudelijke
                                    afvalstoffen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden</titel></kop><al>Het is de eigenaar of kentekenhouder verboden zich te ontdoen van een
                            autowrak, dat afkomstig is van een huishouden, anders dan door afgifte
                            aan inrichtingen, genoemd in artikel 6 van het Besluit Beheer
                            Autowrakken.</al><al/><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>§ 7 SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Een gedraging in strijd met de volgende artikelen is een strafbaar feit
                            in de zin van artikel 1a, onder 30, Wet op de economische delicten:</al><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al><vet> Artikel</vet><vet>nr</vet></al></entry><entry><al><vet>Onderwerp</vet></al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Artikel 6</al></entry><entry><al>Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens
                                                aanwijzing</al></entry></row><row><entry><al>Artikel 7</al></entry><entry><al>Verbod op het ter inzameling aanbieden van
                                                huishoudelijke afvalstoffen aan anderen</al></entry></row><row><entry><al>Artikel 8</al></entry><entry><al>Verbod op het ter inzameling aanbieden van
                                                huishoudelijke afvalstoffen door anderen</al><al>dan de gebruikers van percelen</al></entry></row><row><entry><al>Artikel 9</al></entry><entry><al>Afzonderlijk ter inzameling aanbieden</al></entry></row><row><entry><al>Artikel 10 </al></entry><entry><al>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                                afvalstoffen</al></entry></row><row><entry><al>Artikel 11</al></entry><entry><al>Dagen en tijden voor het ter inzameling
                                                aanbieden</al></entry></row><row><entry><al>Artikel 14</al></entry><entry><al>Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen
                                                aan de inzameldienst</al></entry></row><row><entry><al>Artikel 15</al></entry><entry><al>Het ter inzameling aanbieden van
                                                bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de </al><al>inzameldienst</al></entry></row><row><entry><al>Artikel 16</al></entry><entry><al>Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging</al></entry></row><row><entry><al>Artikel 17</al></entry><entry><al>Achterlaten van straatafval </al></entry></row><row><entry><al>Artikel 18</al></entry><entry><al>Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed
                                                staande afvalstoffen</al></entry></row><row><entry><al>Artikel 19</al></entry><entry><al>Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van
                                                eet- en drinkwaren</al></entry></row><row><entry><al>Artikel 20</al></entry><entry><al>Wegwerpen van reclamebiljetten of ander
                                                promotiemateriaal</al></entry></row><row><entry><al>Artikel 21</al></entry><entry><al>Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige
                                                werkzaamheden</al></entry></row><row><entry><al>Artikel 22</al></entry><entry><al>Verbod opslag van afvalstoffen</al></entry></row><row><entry><al>Artikel 23</al></entry><entry><al>Afgifte autowrakken afkomstig uit een
                                                huishouden</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de krachtens artikel 18.4, derde lid, van de wet
                            aangewezen ambtenaren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij
                                    is bekendgemaakt. Artikel 2 werkt terug tot en met 1 januari
                                    2010.</al></li><li nr="2."><al>2. De Afvalstoffenverordening Zaanstad 2004 wordt
                                    ingetrokken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Vergunningen verleend krachtens de verordening bedoeld in
                                    artikel 26, tweede lid, blijven - voor zover zij niet eerder
                                    zijn vervallen of ingetrokken - nog gedurende 1 jaar na de
                                    inwerkingtreding van deze verordening van kracht en worden
                                    beschouwd als een aanwijzing bedoeld in artikel 2 van deze
                                    verordening.</al></li><li nr="2."><al>Ontheffingen verleend krachtens de verordening bedoeld in
                                    artikel 26, tweede lid, blijven - voor zover zij niet eerder
                                    zijn vervallen of ingetrokken - nog gedurende 1 jaar na de
                                    inwerkingtreding van deze verordening van kracht en worden
                                    beschouwd als een ontheffing als bedoeld in deze
                                    verordening.</al></li><li nr="3."><al>Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de verordening
                                    bedoeld in artikel 26, tweede lid, blijven - indien en voor
                                    zover de bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en
                                    beperkingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening
                                    en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken -
                                    nog gedurende 1 jaar na de inwerkingtreding van deze verordening
                                    van kracht.</al></li><li nr="4."><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                    verordening een aanvraag om een vergunning op grond van de
                                    verordening bedoeld in artikel 26, tweede lid, is ingediend en
                                    voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog
                                    niet op die aanvraag is beslist, wordt deze aanvraag beschouwd
                                    als een aanvraag tot aanwijzing, als bedoeld in artikel 2 van
                                    deze verordening. </al></li><li nr="5."><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                    verordening een aanvraag om een ontheffing op grond van de
                                    verordening bedoeld in artikel 26, tweede lid, is ingediend en
                                    voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog
                                    niet op die aanvraag is beslist, wordt deze aanvraag beschouwd
                                    als een aanvraag tot ontheffing, als bedoeld in deze
                                    verordening. </al></li><li nr="6."><al>Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een
                                    vergunning of ontheffing bedoeld in het eerste lid, dan wel
                                    voorschrift of beperking bedoeld in het tweede lid dat voor of
                                    na het tijdstip bedoeld in artikel 26, eerste lid, is ingekomen
                                    binnen de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met
                                    toepassing van de verordening bedoeld in artikel 26, tweede
                                    lid.</al></li><li nr="7."><al>De intrekking van de verordening bedoeld in artikel 26, tweede
                                    lid heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die
                                    verordening genomen nadere regels en aanwijzingsbesluiten,
                                    indien en voor zover de rechtsgrond waarop de
                                    aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze
                                    verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of
                                    ingetrokken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Citeerbepaling</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Afvalstoffenverordening Zaanstad
                            2010.</al><al/><al/><al/><al/></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de raadsvergadering van 17 maart 2011</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>raadsgriffier,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting per artikel</titel></kop><divisie><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Inzameling van huishoudelijke afvalstoffen</titel></kop><al><vet>Toelichting</vet></al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aanwijzing inzameldienst en andere inzamelaars
                        </titel></kop><al><cursief>Eerste lid: </cursief><cursief>Vestiging alleenrecht en aanwijzing
                            inzamelende instanties</cursief>Op grond van artikel 17 van het Besluit
                        aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten voor de inzameling, het beheer
                        en de verwerking van binnen de gemeente vrijkomende huishoudelijke
                        afvalstoffen, zoals bedoeld in artikel 1.1, eerste lid Wet milieubeheer,
                        alsmede voor gladheidbestrijding, kan de gemeente aan een inzameldienst een
                        alleenrecht verlenen. De gemeente is op basis van artikel 10.24, eerste lid,
                        onder a, Wm verplicht bij of krachtens de verordening een inzameldienst aan
                        te wijzen voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. Hoewel de
                        inzameldienst ook direct in de verordening kan worden aangewezen, is er in
                        de modelverordening voor gekozen de aanwijzing in het uitvoeringsbesluit op
                        te nemen. Indien de inzameldienst wordt gewijzigd hoeft slechts het besluit
                        te worden aangepast en niet de hele verordening. </al><al/><al><cursief>Tweede lid: De aanwijzing van andere inzamelaars</cursief></al><al>De brede grondslag van de afvalstoffenverordening ten aanzien van
                        huishoudelijk afval is vastgelegd in artikel 10.24, tweede lid, Wm. Op basis
                        hiervan kunnen regels worden gesteld voor het inzamelen van huishoudelijke
                        afvalstoffen. Zoals de Memorie van Toelichting stelt, gaat het hierbij
                        vooral om de inzameling van bestanddelen van het huishoudelijk afval door
                        anderen dan de inzameldienst. </al><al><cursief>Tweede lid: Detaillisten/reparatiebedrijven</cursief></al><al>De aanwijzing op grond van het tweede lid van dit artikel kan ook worden
                        gebruikt om detaillisten die bijvoorbeeld batterijen van particulieren
                        inzamelen, op hun verzoek aan te merken als inzamelpunt. In het kader van de
                        aanwijzing als inzamelpunt kunnen nadere afspraken worden gemaakt met de
                        inzamelende persoon of instantie over bijvoorbeeld de wijze van inzameling,
                        opslag en de afgifte aan de gemeente, monitoring, etc. </al><al>Indien detaillisten en/of reparatiebedrijven in een AMvB, of ministeriële
                        regeling zijn aangewezen als inzamelende instantie is de gemeente niet
                        bevoegd daarover nadere regels te stellen. Dit betekent dat detaillisten
                        en/of reparatiebedrijven geen aanwijzing van de gemeente nodig hebben om
                        huishoudelijke apparaten in te nemen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de
                        Regeling beheer elektrische en elektronische apparatuur.</al><al/><al><cursief>Europese aanbesteding</cursief></al><al>Wanneer een gemeentelijke overheid een opdracht te vergeven heeft, kan zij
                        in aanraking komen met aanbestedingsregelgeving (zowel Europees als
                        nationaal). De belangrijkste wetgeving op het gebied van aanbesteden wordt
                        gevormd door de twee Europese aanbestedingsrichtlijnen: de richtlijn voor
                        werken, leveringen en diensten<sup/>en de richtlijn voor de nutsectoren
                        water, energie, transport en posterijen. Deze richtlijnen zijn
                        geïmplementeerd in het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten
                        (Boa) en het Besluit aanbestedingen speciale sectoren (Bass). Momenteel ligt
                        er een wetsvoorstel voor een Nederlandse aanbestedingswet bij de Eerste
                        Kamer.</al><al>Aanbesteden betreft een vorm van inkopen. De Europese
                        aanbestedings-richtlijnen zijn onder andere opgesteld om binnen de Europese
                        Unie en ten behoeve van het tot stand komen van een interne markt, de vrije,
                        eerlijke concurrentie te stimuleren. Daarnaast zou een goede toepassing van
                        de richtlijnen opdrachtgevers moeten brengen tot een professioneler
                        inkoopproces, waarbij integriteit van het bestuur, transparantie en het
                        verkrijgen van het beste product tegen de voordeligste prijs (besparingen én
                        efficiëntie derhalve) hoog in het vaandel staan. In de praktijk betekent
                        toepassing van de richtlijnen, dat - voordat gemeenten contracten sluiten
                        voor de uitvoering van (bouw)werken, voor leveringen of voor dienstverlening
                        aan de gemeente - moet worden bekeken of de desbetreffende opdracht volgens
                        een Europese procedure dient te worden aanbesteed. </al><al>De Europese aanbestedingsregels kunnen bij het inzamelen van afval in een
                        gemeente van toepassing zijn op de aanschaf van middelen zoals
                        (ondergrondse) afvalcontainers, inzamelvoertuigen en minicontainers. Ook het
                        uitbesteden aan de inzameldienst dient in vrijwel alle gevallen Europees te
                        gebeuren. Uitzondering hierop is de inzameldienst die volledig eigendom is
                        van de overheid (of in volledig eigendom van meerdere overheden). Volgens de
                        Europese aanbestedingsregels moet er bij een aanbesteding een
                        medecontractant zijn die juridisch wordt onderscheiden van de aanbestedende
                        dienst. Deze ontbreekt wanneer de aanbestedende dienst de dienst zelf
                        verricht, bijvoorbeeld wanneer een gemeente een eigen interne dienst
                        bepaalde opdrachten geeft. In een dergelijk geval is er sprake van
                        inbesteden. De aanbestedingsregels zijn dan niet van toepassing en de
                        gemeente kan de interne dienst de opdracht zonder meer gunnen. Inbesteden is
                        slechts mogelijk onder zeer strikte voorwaarden, die nader zijn uitgewerkt
                        in de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie.</al><al>Voor overige vragen over aanbesteden wordt verwezen naar de website van
                        Europa Decentraal: <extref doc="http://www.europadecentraal.nl/">www.europadecentraal.nl</extref>. </al><al/><al><cursief>Derde lid: Voorschriften en beperkingen</cursief></al><al>De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 1.4 model-APV: Voorschriften
                        en beperkingen. Deze voorschriften en beperkingen worden vervolgens nader
                        gespecificeerd in het uitvoeringsbesluit. De voorschriften en beperkingen
                        kunnen voortvloeien uit het gemeentelijk afvalbeleidsplan.</al><al/><al><cursief>Belang van de bescherming van het milieu</cursief></al><al>De gemeenteraad stelt op grond van artikel 10.23, eerste lid, Wm in het
                        belang van de bescherming van het milieu een afvalstoffenverordening vast.
                        De voorschriften of beperkingen die krachtens de afvalstoffenverordening aan
                        de inzameling kunnen worden verbonden, beogen dus het belang van het milieu
                        te beschermen. </al><al>De memorie van toelichting zegt over artikel 10.23, eerste lid, Wm nog het
                            volgende:<cursief> “De gemeenten zijn gehouden om een
                            afvalstoffenverordening vast te stellen. De regels worden vastgesteld in
                            het belang van het milieu. Dat is ruimer dan de doelmatige verwijdering
                            van afvalstoffen. Ook regels die beogen de milieuaspecten van
                            handelingen met afvalstoffen te beperken, zijn daardoor mogelijk. Men
                            denkt aan een verbod om ter voorkoming van (geluids)- overlast
                            afvalstoffen in te zamelen voor zeven uur ’s ochtends.” </cursief></al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Afzonderlijke inzameling</titel></kop><al><cursief>Eerste lid: Landelijk afvalbeheersplan</cursief></al><al>Artikel 10.14 Wm bepaalt dat bestuursorganen, bij de uitoefening van hun
                        bevoegdheid met betrekking tot afvalstoffen, rekening dienen te houden met
                        het geldende afvalbeheersplan. Hieruit volgt dat bij het vaststellen of
                        wijzigen van de afvalstoffenverordening rekening dient te worden gehouden
                        met het LAP. In de opsomming in het eerste lid van dit artikel is daarom
                        aangesloten bij het Landelijk afvalbeheersplan (LAP). </al><al>Het LAP benoemt in hoofdstuk 14 van deel 1 Beleidskader de volgende door de
                        consument te scheiden afvalstoffen: groente-, fruit- en tuinafval, papier en
                        karton, glas, textiel, elektrische en elektronische apparatuur, klein
                        chemisch afval, en componenten van grof huishoudelijk afval (grof tuinafval,
                        huishoudelijk bouw- en sloopafval, waaronder verduurzaamd hout).</al><al>Als gevolg van de raamovereenkomst verpakkingen zal in het LAP-2 een
                        zorgplicht voor gemeenten voor de inzameling van kunststofverpakkingen
                        worden opgenomen. Deze modelverordening houdt met deze wijziging van het LAP
                        al rekening. Indien er gekozen wordt voor inzameling en nascheiding dan komt
                        sub e te vervallen.</al><al/><al><cursief>Eerste</cursief><cursief> lid: Regeling beheer elektrische en
                            elektronische apparatuur en Besluit Beheer Batterijen</cursief></al><al>Ten slotte verplichten de Regeling beheer elektrische en elektronische
                        apparatuur en het Besluit Beheer Batterijen gemeenten tot de gescheiden
                        inzameling van elektrische en elektronische apparatuur respectievelijk
                        batterijen, afkomstig van huishoudens. </al><al/><al><cursief>Eerste</cursief><cursief> lid: Aanvulling lijst met andere
                            categorieën</cursief></al><al>De lijst genoemd in artikel 3 kan naar behoefte met andere categorieën
                        worden uitgebreid. De grondslag hiervoor is te vinden in artikel 10.21,
                        derde lid, Wm, waarin gesteld wordt dat de raad kan besluiten tot het
                        afzonderlijk inzamelen van andere bestanddelen van huishoudelijke
                        afvalstoffen. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld ijzer of autobanden.</al><al/><al><cursief>Eerste</cursief><cursief> lid: Afstemming met artikel 9
                            Afzonderlijk ter inzameling aanbieden</cursief></al><al>In artikel 9 is een verbod opgenomen om opgesomde categorieën anders dan
                        afzonderlijk ter inzameling aan te bieden. </al><al/><al><cursief>Eerste</cursief><cursief> lid, sub a: GFT-afval</cursief></al><al>Artikel 10.21 tweede lid, Wm verplicht gemeenten in ieder geval tot de
                        afzonderlijke inzameling van groente-, fruit- en tuinafval (GFT-afval). Het
                        Landelijk afvalbeheersplan (LAP) gaat er in ieder geval van uit dat
                        GFT-afval apart wordt ingezameld. Ook het ministerie van VROM houdt vast aan
                        een verplichte GFT-inzameling. </al><al>Desondanks is afwijking van deze verplichting mogelijk in het belang van een
                        doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen, bijvoorbeeld om redenen
                        van de GFT-kwaliteit, kostenniveau of de milieuhygiëne. Op grond van artikel
                        10.26, eerste lid, onder c, Wm kan bij verordening worden bepaald dat in een
                        deel van het grondgebied geen huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld. </al><al>Zie voor de vrijstellingsmogelijkheden voor het inzamelen van GFT-afval
                        tevens § 2.3.2.</al><al/><al><cursief>Eerste lid, sub f: Uitspraak Raad van State over
                        textiel</cursief></al><al>Textiel is een afvalstof in de zin van artikel 1.1, eerste lid, Wm. Dit
                        blijkt uit een uitspraak (voorlopige voorziening) van de Afdeling
                        Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS 28 januari 2003,
                        200206958/1). </al><al>Het Intergemeentelijk Orgaan Rivierenland (IOR) had een inzamelvergunning
                        voor textiel verleend aan een charitatieve instelling. Het bestuur van het
                        IOR besloot uit oogpunt van doelmatigheid de inzameling van textiel zelf ter
                        hand te nemen en de samenwerking met de charitatieve instelling te
                        beëindigen. In een voorlopige voorziening bij de Raad van State werd door de
                        instelling betoogd dat er geen sprake was van een afvalstof, omdat het
                        textiel met het oogmerk op hergebruik werd ingeleverd en ingezameld. </al><al>De Raad van State oordeelde echter anders. Het ingezamelde textiel
                        (draagbare en niet-draagbare kleding, lakens, dekens, grote lappen stof en
                        gordijnen) is aan te merken als een huishoudelijke afvalstof, omdat de
                        aangeboden kleding kennelijk ongesorteerd wordt aangeboden en daarom nog een
                        sorteerbewerking moet ondergaan. Een deel van het ingezamelde textiel kan
                        namelijk gebruikt worden overeenkomstig de oorspronkelijke bestemming, een
                        deel is slechts geschikt voor een ander gebruik en een deel is onbruikbaar. </al><al>De Raad van State verwijst ook naar een uitspraak van het Hof van Justitie,
                        waarin werd geoordeeld dat het toepassingsgebied van het begrip afvalstof
                        afhangt van de term “zich ontdoen van”. In de genoemde feiten ligt volgens
                        de Raad van State een aanwijzing besloten dat de huishoudens zich van het
                        textiel hebben willen ontdoen, voornemens zijn zich daarvan te ontdoen of
                        zich daarvan moeten ontdoen. De inzameling is daarom primair een
                        verantwoordelijkheid van de lokale gemeente.</al><al/><al>De genoemde uitspraak betreft een voorlopige voorziening. De Afdeling
                        Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de voorgestelde lijn echter
                        voortgezet in latere uitspraken; zie bijvoorbeeld ABRS 17 december 2003,
                            <cursief>JM</cursief> 2004/41, 200302669/1 en ABRS 24 februari 2006,
                        LJN: AV2954, 200600642/1. </al><al>Voor de afvalstoffenverordening heeft de uitspraak van de Raad van State de
                        volgende consequentie. Het is niet aannemelijk dat een burger zijn textiel
                        gesorteerd kan aanbieden. Immers deze kan niet weten voor welke bestemming
                        hij bijvoorbeeld lappen of kleren aanbiedt (hergebruik, poetslap of
                        onbruikbaar). Een sorteerbewerking lijkt hierdoor altijd noodzakelijk.
                        Gesteld kan worden dat de gemeente op grond van artikel 10.21 Wm een
                        zorgplicht heeft voor de inzameling van textiel. Dat betekent overigens niet
                        dat de gemeente deze inzameling zelf ter hand moet nemen. De gemeente kan op
                        grond van artikel 2, tweede lid, van deze afvalstoffenverordening besluiten
                        andere inzamelaars dan de inzameldienst aan te wijzen die met de inzameling
                        van textiel zijn belast. </al><al/><al><cursief>Uitvoeringsbesluit op grond van </cursief><cursief>het tweede
                            </cursief><cursief>lid</cursief></al><al>Het vastleggen van een omschrijving van de verschillende categorieën
                        huishoudelijke afvalstoffen is van belang om te kunnen ingrijpen bij
                        vervuiling van de fracties vanwege verkeerd aanbiedgedrag. Een te zeer
                        vervuilde fractie kan leiden tot kostentoerekening voor de verwijdering door
                        de be- of verwerker aan de gemeente, en in het uiterste geval tot weigering
                        van de ingezamelde fractie. </al><al>Het verdient in dat verband aanbeveling om in het besluit ook een
                        ‘welles-nietes’-lijst op te nemen, waarin is aangegeven welke componenten de
                        betreffende afvalcategorie omvat en welke daartoe juist niet behoren (zie
                        bijvoorbeeld de welles-nietes-lijsten in de VNG-handreiking Gescheiden
                        inzameling huishoudelijke afvalstoffen en in het GFT-boekje van het
                        voormalige Afval Overleg Orgaan). </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inzamelmiddelen en -voorzieningen</titel></kop><al><cursief>Eerste lid</cursief></al><al>In dit artikel worden de niveaus van inzameling aangegeven. Hiermee wordt
                        recht gedaan aan de vervaging van het onderscheid tussen
                        huis-aan-huisinzameling en inzameling via brengvoorzieningen op
                        verschillende niveaus. </al><al/><al><cursief>Eerste</cursief><cursief> lid, onder a: Inzameling bij elk perceel
                            (haalsysteem)</cursief></al><al>Op grond van artikel 10.21, eerste lid, Wm is de gemeente verplicht tot het
                        wekelijks inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen bij elk binnen haar
                        grondgebied gelegen perceel. Op grond van artikel 10.21, tweede lid, Wm
                        wordt daarbij in ieder geval groente-, fruit- en tuinafval afzonderlijk
                        ingezameld, tenzij daar in het kader van doelmatig beheer van mag worden
                        afgeweken (zie de toelichting op artikel 3 van deze verordening). </al><al>De inzameling bij elk perceel is individueel en vindt plaats bij elke woning
                        via een haalsysteem. De bewoners maken gebruik van individuele
                        inzamelmiddelen, zoals vuilniszakken of minicontainers.</al><al/><al><cursief>Eerste</cursief><cursief> lid, onder a: Inzameling bij
                            hoogbouw</cursief></al><al>Voor het bewaren en aanbieden van huishoudelijk afval kan van gemeentewege
                        eventueel een bewaar- of inzamelmiddel worden verstrekt. De inzamelmiddelen
                        worden buitengezet op de dag van inzameling. Bij hoogbouw kunnen inpandige
                        inzamelvoorzieningen worden getroffen, zoals stortkokers of containers.
                        Benadrukt moet worden dat een of meer inzamelvoorzieningen bij één flat,
                        moet worden gezien als inzameling bij elk perceel.</al><al/><al><cursief>Eerste</cursief><cursief> lid, onder b: Inzameling nabij elk
                            perceel (brengsysteem)</cursief><vet><cursief>In afwijking van artikel
                                10.21 Wm kan de raad op grond van artikel 10.26 eerste lid, onder a,
                                Wm bij verordening besluiten dat - in plaats van bij elk perceel -
                                nabij elk perceel wordt ingezameld. Zoals reeds in § 2.3.1
                                uiteengezet is, in het kader van het VROM-project ‘herijking
                                regelgeving’ (Kamerstukken II, 2003/04, 29 200 XI, nr 7),
                                voorgesteld de Regeling voorwaarden inzamelen huishoudelijke
                                afvalstoffen nabij elk perceel in te trekken. Uit het oogpunt van
                                decentralisatie is het dan niet noodzakelijk om te bepalen binnen
                                welke maximale afstand van de perceelgrens de gemeente moet
                                zorgdragen voor de inzameling van huishoudelijk afval, indien het
                                inzameling nabij elk perceel betreft. De gemeente heeft hierin haar
                                eigen beleidsvrijheid. Indien het wetsvoorstel, dat eind 2007 naar
                                de Raad van State is gestuurd, doorgang zal vinden, zal de regeling
                                vervallen en krijgen gemeenten de vrijheid om invulling te geven aan
                                de inzameling nabij elk perceel. Gemeenten kunnen ervoor kiezen om
                                de criteria uit de ministeriele regeling te blijven gebruiken of
                                gezien hun eigen specifieke omstandigheden andere criteria
                                vastleggen. De Tweede Kamer heeft op 30 september 2008 met dit
                                wetsvoorstel ingestemd.</cursief></vet></al><al/><al>Voor de inzameling nabij elk perceel wordt gebruik gemaakt van collectieve
                        inzamelmiddelen, dit zijn brengsystemen waar een groep huishoudens
                        gezamenlijk gebruik van maakt. Huishoudelijk afval wordt dus niet bij elk
                        perceel - bij elke woning - opgehaald, maar vanaf een centraal punt voor
                        meerdere huishoudens gezamenlijk. </al><al>De huishoudens beschikken over individuele bewaarmiddelen en moeten deze
                        brengen naar de plaats waar het collectieve inzamelmiddel staat
                        opgesteld.</al><al/><al><cursief>Inzameling nabij elk perceel: clusterplaatsen
                            en inzamelvoorzieningen</cursief></al><al>Inzameling nabij elk perceel kan plaatsvinden via clusterplaatsen en via
                        inzamelcontainers nabij elk perceel. Een inzamelcontainer kan boven- of
                        ondergronds zijn. </al><al>Een clusterplaats is een plaats waar de burger het inzamelmiddel op de dag
                        van ophalen naar toe brengt. Voorbeelden van clusterplaatsen zijn: een
                        parkje, een pleintje, een parkeerplaats waar op de dag van inzameling niet
                        mag worden geparkeerd of een centrale plaats op de stoep.</al><al/><al>Voor beide vormen van collectieve inzameling geldt dat de inzameling
                        laagdrempelig moet zijn.</al><al>Voor de clusterplaats geldt dat dit het geval is als de afstand tussen
                        perceel en clusterplaats niet meer is dan 75 meter, waarbij de raad in
                        bijzondere gevallen maximaal 125 meter kan toestaan. </al><al>Voor de inzamelvoorzieningen geldt hetzelfde, echter aangevuld met een
                        aantal extra eisen. Deze eisen zijn: de inzamelvoorziening is voor een ieder
                        goed bereikbaar en toegankelijk, de afvalstoffen kunnen eenvoudig worden
                        achtergelaten en er wordt tussen clusterplaatsen en overige inzamelwijzen
                        nabij elk perceel (de zogenaamde inzamelvoorzieningen) gelegenheid gegeven
                        om ten minste 12 aaneengesloten uren per week huishoudelijke afvalstoffen
                        aan te bieden.</al><al/><al><cursief>Handreiking inzamelen bij/nabij elk perceel</cursief></al><al>Naar aanleiding van deze regeling heeft de VNG de ‘Handreiking inzamelen
                        bij/nabij elk perceel’ opgesteld, die in 1999 verschenen is (ISBN 90 322
                        7344 2). Deze handreiking gaat in op de keuze tussen bij en nabij elk
                        perceel inzamelen en beoogt het bieden van een afwegingskader van alle
                        lokale belangen. Uitgegaan wordt van een gelijkwaardigheid van beide
                        inzamelwijzen.</al><al/><al><cursief>Eerste</cursief><cursief> lid, onder c: Inzamelvoorziening op
                            wijkniveau</cursief></al><al>Bij inzamelvoorzieningen op wijkniveau kan in de eerste plaats worden
                        gedacht aan glasbakken, textielbakken, en dergelijke. Dit zijn permanent
                        aanwezige voorzieningen. De voorzieningen op wijkniveau kunnen ook mobiel of
                        niet permanent aanwezig zijn. Voorbeelden van dergelijke mobiele
                        voorzieningen zijn de chemokar en ‘afvaleilanden’ die gedurende een bepaalde
                        periode in de wijk aanwezig zijn. Het gebruik van de wijkvoorzieningen is
                        niet beperkt tot de gebruikers van een bepaalde groep percelen. In het
                        belang van de doelmatige verwijdering van kca, glas, oud papier en karton en
                        textiel kan de gemeente bepalen dat dit afval dient te worden gebracht naar
                        een door de gemeente aangewezen plaats.</al><al/><al><cursief>Uitvoeringsbesluit op grond van het tweede lid</cursief></al><al>Het college kan bij uitvoeringsbesluit voor iedere gebruiker van een perceel
                        per categorie huishoudelijke afvalstoffen aanwijzen via welk(e)
                        inzamelmiddel of -voorziening wordt ingezameld. De inzamelmiddelen kunnen
                        van gemeentewege worden verstrekt of geplaatst, of moeten door de burger
                        zelf worden aangeschaft.</al><al>Bij dit uitvoeringsbesluit kan worden gedacht aan een overzicht van de
                        gemeente, waarop is aangegeven waar ingezameld wordt via inzamelmiddelen
                        voor de gebruiker van een perceel, dan wel via inzamelvoorzieningen voor een
                        groep gebruikers van percelen. Wat betreft de inzamelvoorzieningen op
                        wijkniveau (zoals glasbakken) en de brengdepots kan eventueel worden
                        volstaan met het aanwijzen van de categorie van huishoudelijk afval waarvoor
                        de voorziening is bestemd (dit kan bijvoorbeeld door het aanbrengen van een
                        pictogram op de container). Het opstellen van een dergelijk overzicht is
                        bewerkelijker naarmate de variatie in inzamelmiddelen en -voorzieningen
                        tussen gebruikers groter is. </al><al>Specifieke aanwijzing van de groep gebruikers van percelen die hun
                        afvalstoffen via een bepaalde inzamelvoorziening mogen (of moeten)
                        aanbieden, kan van belang zijn om tegen te gaan dat ook inwoners uit andere
                        delen van de gemeente gebruik maken van de inzamelvoorziening, met als
                        gevolg bijvoorbeeld een (vroegtijdig) overvolle container. </al><al>Het aanwijzen van een groep gebruikers is noodzakelijk indien de
                        afvalstoffenheffing binnen de gemeente wordt gedifferentieerd naar het
                        aanbod van afval.</al><al/><al><cursief>Eisen aan het inzamelmiddel </cursief></al><al>Wanneer het inzamelmiddel niet door de gemeente wordt verstrekt, kan worden
                        vereist dat het inzamelmiddel aan bepaalde normen voldoet. Ook kan via deze
                        bepaling worden geregeld dat alleen huisvuilzakken met een gepatenteerde
                        gemeentelijke opdruk mogen worden gebruikt indien wordt gewerkt met een
                        systeem van dure zakken als vorm van tariefdifferentiatie. Voor bepaalde
                        categorieën huishoudelijke afvalstoffen (bijvoorbeeld asbest) kunnen
                        specifieke eisen aan het inzamelmiddel worden gesteld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Frequentie van inzamelen</titel></kop><al><cursief>Wekelijkse inzamelfrequentie</cursief></al><al>De gemeentelijke zorgplicht voor de inzameling van huishoudelijk afval en
                        groente-, fruit- en tuinafval bij elk perceel is op grond van artikel 10.21,
                        eerste lid, respectievelijk tweede lid, Wm gesteld op ten minste eenmaal per
                        week. Artikel 10.21, eerste lid, Wm bepaalt dat de gemeente, al dan niet in
                        samenwerking met andere gemeenten, er voor zorg draagt dat ten minste
                        eenmaal per week de huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld bij elk
                        binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld
                        kunnen ontstaan. Op grond van artikel 10.21, tweede lid, Wm wordt daarbij in
                        ieder geval groente-, fruit- en tuinafval afzonderlijk ingezameld. </al><al>De wekelijkse inzamelplicht bij elk perceel geldt uitdrukkelijk niet voor
                        grove huishoudelijke afvalstoffen (zie ook artikel 10.21, eerste lid, Wm).
                        Wel geldt voor deze categorie huishoudelijke afvalstoffen op grond van
                        artikel 10.22, eerste lid, onder a en b, Wm een zorgplicht. </al><al/><al><cursief>Eerste</cursief><cursief> lid</cursief></al><al>Het eerste lid is een uitwerking van artikel 10.26, eerste lid, onder b, Wm,
                        dat de mogelijkheid biedt om af te wijken van de wekelijkse
                        inzamelfrequentie van huishoudelijk afval en groente-, fruit- en tuinafval.
                        Huishoudelijke afvalstoffen mogen - in het belang van een doelmatig beheer -
                        worden ingezameld met een bij de verordening aangegeven regelmaat. </al><al>In dit lid is vastgelegd met welke frequentie de huishoudelijke afvalstoffen
                        bij elk perceel worden ingezameld.</al><al>Indien de raad besluit tot afwijking van de wekelijkse inzamelfrequentie, is
                        de raad verplicht om de inspraakverordening toe te passen (zie artikel
                        10.26, tweede lid, Wm). Daarnaast is het college verplicht om de inspecteur
                        op de hoogte te stellen van het voornemen tot dit besluit (zie artikel
                        10.26, derde lid, Wm. Nota bene: het wetsvoorstel waarin het derde lid van
                        artikel 10.26 Wm wordt geschrapt is eind 2007 naar de Raad van State
                        gestuurd. Dit Tweede Kamer heeft op 30 september 2008 met dit wetsvoorstel
                        ingestemd.)</al><al/><al><cursief>Tweede </cursief><cursief>lid</cursief></al><al>Het tweede lid is een uitwerking van artikel 10.26, eerste lid, onder a, Wm,
                        dat de mogelijkheid biedt om - in het belang van een doelmatig beheer -
                        huishoudelijke afvalstoffen nabij elk perceel in te zamelen. Zie voor een
                        uitgebreide toelichting voor de inzameling nabij elk perceel de toelichting
                        onder artikel 4. Op grond van het tweede lid wordt de frequentie van
                        inzameling van huishoudelijke afvalstoffen nabij elk perceel geregeld. Dit
                        is vooral van belang voor de zogenaamde clusterplaatsen.</al><al/><al><cursief>Derde</cursief><cursief> lid</cursief></al><al>Het derde lid kan worden gebruikt om een afwijking van de inzamelfrequentie
                        in een deel van de gemeente vast te leggen. </al><al/><al><cursief>Vierde</cursief><cursief> lid</cursief></al><al>Het vierde lid regelt het niet bij elk perceel inzamelen van huishoudelijke
                        afvalstoffen in een deel van de gemeente. De basis hiervoor wordt gevonden
                        in artikel 10.26, eerste lid, onder c, Wm. De raad kan namelijk, in
                        afwijking van 10.21 Wm, bepalen dat - in het belang van een doelmatig beheer
                        - in een gedeelte van het grondgebied van de gemeente geen huishoudelijke
                        afvalstoffen worden ingezameld. Bij ‘een deel van de gemeente’ kan gedacht
                        worden aan het aanwijzen van bepaalde wijken, maar ook aan bepaalde
                        bebouwingstypen. </al><al>Indien de raad besluit tot het niet bij elk perceel inzamelen is zij
                        verplicht om de inspraakverordening toe te passen (zie artikel 10.26, tweede
                        lid, Wm). Daarnaast is het college verplicht om de inspecteur op de hoogte
                        te stellen van het voornemen tot dit besluit (zie artikel 10.26, derde lid,
                        Wm). Het wetsvoorstel waarin het derde lid van artikel 10.26 Wm wordt
                        geschrapt is eind 2007 naar de Raad van State gestuurd. De Tweede Kamer
                        heeft op 30 september 2008 met dit wetsvoorstel ingestemd.</al><al/><al><cursief>Vijfde tot en met achtste lid</cursief></al><al>Het vijfde tot en met het achtste lid regelt hetzelfde als het eerste tot en
                        met het vierde lid, maar dan voor groente-, fruit- en tuinafval. </al><al>Indien wordt besloten GFT-afval in een deel van de gemeente niet gescheiden
                        in te zamelen, dient dit in het uitvoeringsbesluit behorende bij het achtste
                        lid geregeld te worden. </al><al/><al><cursief>Negende</cursief><cursief> lid</cursief></al><al>Het college kan op basis van het negende lid de frequentie van inzameling
                        bij elk perceel bepalen van andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                        dan huishoudelijk restafval en groente-, fruit- en tuinafval. Dit artikel
                        heeft alleen betrekking op de categorieën huishoudelijke afvalstoffen die
                        afzonderlijk bij elk perceel worden ingezameld en is beperkt tot het regelen
                        van de frequentie van inzamelen. </al><al>De dagen en tijden waarop huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen
                        worden aangeboden, kunnen worden geregeld op basis van artikel 11 van deze
                        verordening.</al><al/><al><cursief>Verplichting gemeente bij afwijking van de inzamelfrequentie
                            genoemd in artikel 10.21 Wm</cursief></al><al>Indien de gemeente op grond van artikel 10.26 onder a, b en c, Wm bij
                        verordening afwijkt van de inzamelfrequentie genoemd in artikel 10.21 Wm, is
                        zij op grond van artikel 10.27 Wm verplicht om op ten minste één daartoe ter
                        beschikking gestelde plaats binnen de gemeente of binnen de gemeenten
                        waarmee wordt samengewerkt, in voldoende mate gelegenheid te bieden om
                        huishoudelijke afvalstoffen achter te laten.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens
                            aanwijzing</titel></kop><al><cursief>De inzameling</cursief></al><al>Gemeenten zijn belast met de zorgplicht voor de inzameling van
                        huishoudelijke afvalstoffen. Zij hebben daarmee ook het recht om te bepalen
                        dat het verboden is aan andere dan de door het college aangewezen
                        inzameldienst en instanties om huishoudelijke afvalstoffen in te
                        zamelen.</al><al/><al><cursief>Tweede</cursief><cursief> lid</cursief></al><al>In dit kader is de brede omschrijving die in artikel 1 is gegeven van het
                        begrip inzamelen van belang. Ook het innemen van huishoudelijke afvalstoffen
                        in de winkel valt hieronder. Wanneer de gemeente deze serviceverlening op
                        prijs stelt, kunnen de betreffende winkels op grond van artikel 2, tweede
                        lid, door het college worden aangewezen als inzamelende persoon of
                        instantie. </al><al/><al><cursief>Derde </cursief><cursief>lid</cursief></al><al>Het derde lid is nodig omdat het inzamelverbod behoudens aanwijzing niet mag
                        gelden voor personen of instanties die bij AMvB of ministeriële regeling in
                        het kader van producentenverantwoordelijkheid een inzamelplicht hebben
                        gekregen. </al><al/><al/></divisie><divisie><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                            afvalstoffen aan anderen</titel></kop><al>Burgers mogen hun afvalstoffen alleen aanbieden aan de krachtens in het
                        eerste lid van artikel 2 aangewezen inzameldienst, andere inzamelaars die
                        zijn aangewezen krachtens het tweede lid van artikel 2 en personen of
                        instanties die in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij AMvB of
                        ministeriële regeling een inzamelplicht hebben (zie de toelichting bij
                        artikel 2 en artikel 6). In dit geval mag de burger zijn huishoudelijke
                        afvalstoffen, zoals elektrische en elektronische apparatuur, ook aan deze
                        personen of instanties aanbieden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                            afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van percelen</titel></kop><al>Dit artikel bepaalt dat alleen diegenen die binnen de gemeente
                        afvalstoffenheffing betalen, huishoudelijke afvalstoffen mogen aanbieden.
                        Achtergrond van dit artikel is de toename in het illegaal aanbieden van
                        afvalstoffen door inwoners van andere gemeenten (afvaltoerisme) of door
                        bedrijven van binnen en buiten de eigen gemeente, die op deze manier de
                        kosten van de verwijdering van hun afvalstoffen willen ontlopen. </al><al>Een aantal gemeenten heeft een apart artikel in hun afvalstoffenverordening
                        opgenomen om afvaltoerisme tegen te gaan. Deze zou als volgt kunnen luiden:
                            <cursief>“Het is aan personen, die geen woon- of verblijfplaats in de
                            gemeente ... hebben, verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling
                            aan te bieden of achter te laten.”</cursief></al><al/><al>De keuze voor de formulering ‘anderen dan de gebruikers van ...’ is
                        gekoppeld aan de Verordening reinigingsrechten. Overigens is het natuurlijk
                        niet de bedoeling om te verbieden dat degene die de heffing betaalt zijn
                        afvalstoffen door iemand anders laat aanbieden namens hem. </al><al/><al><cursief>Recreatiewoningen</cursief></al><al>Geldt er een zorgplicht voor de gemeente voor de inzameling van
                        huishoudelijke afvalstoffen bij recreatiewoningen? Er zijn twee situaties
                        mogelijk.</al><al>In de eerste plaats kan een recreatiewoning deel uitmaken van een inrichting
                        in de zin van de Wet milieubeheer. Er is sprake van een inrichting zodra er
                        een technische, organisatorische of functionele samenhang is. Dit is
                        bijvoorbeeld zo wanneer het gaat om een recreatiepark of als er voor de
                        recreatiewoningen veel gezamenlijk is geregeld. Bij recreatiewoningen die
                        vaak worden verhuurd is gauw sprake van een organisatorische samenhang.
                        Indien er gezamenlijke technische voorzieningen zijn (bijvoorbeeld gastanks
                        of warmwatervoorzieningen) is er ook al gauw sprake van een inrichting.
                        Vrijkomend afval moet dan worden gezien als bedrijfsafval. De
                        verantwoordelijkheid voor de verwijdering van bedrijfsafval ligt in dat
                        geval bij de houder van de inrichting. De regels die hiervoor gelden, staan
                        in het Activiteitenbesluit.</al><al/><al>Maken de recreatiewoningen geen onderdeel uit van een inrichting in de zin
                        van de Wet milieubeheer, dan is het vrijkomende afval huishoudelijk afval.
                        Van belang is vervolgens de vraag of er op het perceel geregeld
                        huishoudelijke afvalstoffen vrijkomen. Artikel 10.21, eerste lid, Wm
                        verklaart de zorgplicht van de gemeente namelijk van toepassing indien er op
                        een perceel geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan.
                        Daartegenover staat dat de gemeente in dat geval ook een afvalstoffenheffing
                        kan heffen. Omgekeerd geldt ook hetzelfde. Ontstaan er op een perceel niet
                        geregeld huishoudelijke afvalstoffen, dan geldt de zorgplicht van de
                        gemeente niet en kan eveneens geen afvalstoffenheffing worden geheven.</al><al/><al>In sommige gevallen kan de inzameling van huishoudelijk afval niet doelmatig
                        zijn, bijvoorbeeld wanneer de recreatiewoningen vrijwel onbereikbaar zijn.
                        In dat geval kan de raad op grond van artikel 10.26, eerste lid, onder b en
                        c, Wm beslissen dat op een deel van het grondgebied niet of met een andere
                        regelmaat wordt ingezameld (zie ook artikel 10.26, tweede en derde lid, Wm
                        en artikel 10.27 Wm).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Afzonderlijk ter inzameling aanbieden van GFT-afval</titel></kop><al><cursief>GFT-afval</cursief></al><al>Afwijking van de wettelijke inzamelplicht van groente-, fruit- en tuinafval
                        is mogelijk in het belang van een doelmatig beheer van huishoudelijke
                        afvalstoffen, bijvoorbeeld om redenen van de GFT-kwaliteit, kostenniveau of
                        de milieuhygiëne. Op grond van artikel 10.26, eerste lid, onder c, Wm kan
                        bij verordening worden bepaald dat in een deel van het grondgebied geen
                        huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld. In dit geval is de
                        inspraakverordening van toepassing en stelt het college de inspecteur op de
                        hoogte van het voornemen. Zie ook de toelichting op artikel 3.</al><al/><al><cursief>Afstemming met artikel 3: Afzonderlijke inzameling</cursief></al><al>In artikel 3 is een opsomming opgenomen van de categorieën huishoudelijke
                        afvalstoffen die afzonderlijk worden ingezameld. Artikel 9 houdt een verbod
                        in voor de burger.</al><al/><al><cursief>Ongeadresseerd reclamedrukwerk</cursief></al><al>Om het afzonderlijk ter inzameling aanbieden van oud papier te bevorderen,
                        hebben een aantal gemeenten hierover een artikel in hun
                        afvalstoffenverordening opgenomen. Een voorbeeld hiervan:</al><al><cursief>“Het is verboden ongeadresseerd reclamedrukwerk te bezorgen of te
                            laten bezorgen bij een woning, bedrijf of woonschip, indien de bewoner
                            ervan of gebruiker ervan duidelijk kenbaar heeft gemaakt (op een door
                            het college vastgestelde wijze) geen prijs te stellen op het ontvangen
                            van ongeadresseerd reclamedrukwerk.”</cursief></al><al/><al><cursief>Vierde lid</cursief></al><al>Het vierde lid is nodig, omdat het verbod op het aanbieden van
                        huishoudelijke afvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst of andere
                        inzamelaars niet mag gelden voor het aanbieden van afval aan personen of
                        instanties die bij AMvB of ministeriële regeling in het kader van
                        producentenverantwoordelijkheid een inzamelplicht hebben gekregen.
                            </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen Wettelijke
                            plicht brengdepots</titel></kop><al><cursief>Wettelijke plicht brengdepots </cursief></al><al>Op grond van artikel 10.27 Wm is een gemeente in een aantal gevallen
                        verplicht om op tenminste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen
                        de gemeente (of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt) een
                        brengdepot te realiseren.</al><al>Het gaat om de gevallen waarin de raad op grond van artikel 10.26, eerste
                        lid, onder a, b en c, Wm afwijkt van artikel 10.21 Wm: inzameling nabij elk
                        perceel, inzameling met een bij verordening aangegeven regelmaat en
                        uitsluiting van inzameling op een deel van het grondgebied van de
                        gemeente.</al><al/><al><cursief>Eerste lid</cursief></al><al>Het eerste lid betreft het verbod om huishoudelijke afvalstoffen anders aan
                        te bieden dan via het aangewezen inzamelmiddel of de inzamelvoorziening. </al><al>Bij inzamelmiddelen voor de gebruiker van een perceel kan worden gedacht aan
                        vaste inzamelmiddelen, zoals minicontainers, afvalemmers, kratjes, kca-boxen
                        en dergelijke, maar ook aan huisvuilzakken of plastic folie waarin
                        asbesthoudend afval moet worden verpakt. De inzamelmiddelen kunnen al dan
                        niet van gemeentewege worden verstrekt. </al><al/><al><cursief>Tweede lid</cursief></al><al>Het tweede lid betreft het verbod om categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                        anders aan te bieden dan via het aangewezen inzamelmiddel of de aangewezen
                        inzamelvoorziening. </al><al/><al><cursief>Vijfde lid</cursief></al><al>De mogelijkheid om huishoudelijke afvalstoffen te kunnen aanbieden zonder
                        inzamelmiddel of -voorziening (bij het perceel of op een ander
                        inzamelniveau) is vooral van belang voor grof huisvuil of grof tuinafval. </al><al/><al><cursief>Uitvoeringsbesluiten</cursief></al><al>Artikel 10 biedt de basis tot het stellen van diverse regels die relevant
                        zijn voor het inzamelen van huishoudelijk afval. Deze regels kunnen bijv.
                        betrekking hebben op:</al><al>- maximale gewicht</al><al>- maximaal aantal aan te bieden inzamelmiddelen</al><al>- voorwaarden voor gebruik van inzamelmiddelen</al><al>- eisen aan inzamelmiddel</al><al>- regels voor het gebruik van inzamelvoorzieningen op wijkniveau</al><al>- regels ten aanzien van het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen bij </al><al> het brengdepot op lokaal of regionaal niveau</al><al/><al> In het onderstaande wordt (niet uitputtend) aangegeven welke regels door
                        het college kunnen worden gesteld.</al><al/><al><cursief>Uitvoeringsbesluiten</cursief></al><al><cursief>Derde lid: Voorwaarden waaronder het inzamelmiddel wordt verstrekt
                        </cursief></al><al>Op grond van dit lid kan het college regels stellen over voorwaarden
                        waaronder het inzamelmiddel wordt verstrekt. Gedacht kan worden aan de
                        juridische basis van de verstrekking (bijvoorbeeld bruikleenovereenkomst),
                        regels in geval van verhuizing van een gebruiker van een perceel,
                        aansprakelijkheid voor de schade of verdwijning van het verstrekte
                        inzamelmiddel.</al><al/><al><cursief>Derde lid: Gebruik en reiniging van het verstrekte inzamelmiddel
                        </cursief></al><al>Met betrekking tot het gebruik van vaste inzamelmiddelen kunnen bijvoorbeeld
                        regels worden gesteld rond het aanbrengen van veranderingen aan de
                        container. Dit kan in het bijzonder relevant zijn wanneer de gemeente ook
                        met herkenningssystemen voor individuele containers werkt. Daarnaast kan
                        bijvoorbeeld worden gedacht aan een verbod op het deponeren van hete
                        vloeistoffen in de container. Bepaald kan worden dat het inzamelmiddel in
                        het belang van de doelmatige verwijdering (voorkomen dat afval in de
                        container blijft plakken) regelmatig wordt gereinigd. De burger kan dit
                        eventueel uitbesteden, maar blijft zelf verantwoordelijk voor de naleving
                        van de regels gesteld krachtens de verordening</al><al/><al><cursief>Vierde lid: Plaats van aanbieden</cursief></al><al>Bepaald kan worden dat het inzamelmiddel op de krachtens artikel 11
                        vastgestelde inzameldag langs de inzamelroute op de weg kan worden
                        geplaatst, eventueel uit te breiden met nadere aanwijzingen voor een
                        specifiek verzamelpunt voor het plaatsen van de inzamelmiddelen. Dit kan
                        gebeuren vanuit oogpunt van verkeersveiligheid, maar bijvoorbeeld ook om
                        redenen van doelmatige inzameling en arbeidsbelasting. In artikel 10.26 Wm
                        is hiervoor uitdrukkelijk de bevoegdheid gecreëerd. </al><al>Voorgeschreven kan worden dat bepaalde categorieën huishoudelijke
                        afvalstoffen (met name klein chemisch afval) niet op de weg mogen worden
                        geplaatst, maar persoonlijk moeten worden aangeboden aan de inzamelaar.
                        Verder kan worden bepaald dat het inzamelmiddel zodanig op de weg moet
                        worden geplaatst dat het voetgangers- en overige verkeer niet wordt
                        gehinderd of in de doorgang wordt belemmerd en gevaar of schade wordt
                        voorkomen.</al><al/><al><cursief>Vierde lid: Wijze van aanbieden. </cursief></al><al>Gedacht kan worden aan de volgende regels:</al><al>-het inzamelmiddel dient goed gesloten te zijn;</al><al>-er mag geen sprake zijn van uitsteeksels, die kunnen leiden tot
                        verwondingen of het scheuren van de huisvuilzak.</al><al/><al><cursief>Vierde lid: Maximaal gewicht en maximaal aantal inzamelmiddelen per
                            keer. </cursief></al><al>Het maximaal toelaatbare gewicht zal onder meer samenhangen met de wijze van
                        inzameling, de toelaatbare arbeidsbelasting van de huisvuilbeladers, het
                        gebruikte inzamelvoertuig. Behalve een beperking aan het gewicht per
                        inzamelmiddel kan ook een beperking worden opgelegd naar aantal
                        inzamelmiddelen dat per keer mag worden aangeboden. Er kan op dit punt een
                        koppeling worden gelegd met de tarieven in de belastingverordening.
                        Overigens moet daarbij wel worden gelet op de handhaafbaarheid van de
                        bepaling.</al><al/><al><cursief>Vierde lid: Regels ten aanzien van het gebruik van
                            inzamelvoorzieningen</cursief></al><al>Regels die door het college kunnen worden gesteld ten aanzien van
                        inzamelvoorzieningen omtrent de wijze van aanbieding zijn bijvoorbeeld:</al><al>- de afvalstoffen dienen in een goed gesloten zak in de verzamelcontainer te
                        worden gedeponeerd;</al><al>- de inzamelvoorziening dient na gebruik goed te worden gesloten;</al><al>- het is verboden afvalstoffen naast de verzamelcontainer te plaatsen</al><al>- het al dan niet mogen gebruiken van zakken voor groente-, fruit- en
                        tuinafval.</al><al/><al><cursief>Vierde lid: Brengdepot</cursief></al><al>Met de term ‘brengdepots’ wordt gedoeld op bemande voorzieningen op lokaal
                        of regionaal niveau waar meerdere afvalcomponenten heen kunnen worden
                        gebracht. Wanneer het een brengdepot op regionaal niveau betreft, zal de
                        vaststelling van de wijze waarop afvalstoffen bij het depot kunnen worden
                        aangeboden, vaak overgedragen zijn aan het bestuur van de regio. De
                        bepalingen in het uitvoeringsbesluit zullen daarop moeten worden
                        aangepast.</al><al/><al><cursief>Vijfde lid: Inzamelen zonder inzamelmiddel</cursief></al><al>Ten aanzien van die componenten kan bepaald worden dat deze bijvoorbeeld
                        gebundeld dienen te worden aangeboden. Ook kan worden gedacht aan de
                        inzameling van oud papier en karton, gebundeld of in kartonnen dozen.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden</titel></kop><al><cursief>Uitvoeringsbesluit op grond van het eerste lid</cursief></al><al>Bij het vaststellen van de dagen en tijden kan in het besluit van het
                        college een onderscheid worden gemaakt naar de verschillende niveaus van
                        inzameling en de daarbij gehanteerde inzamelmiddelen en -voorzieningen. Voor
                        de inzameling via een inzamelroute bij de percelen kan worden gedacht aan de
                        volgende regels:</al><al>-plaatsing op de weg mag niet geschieden vóór … uur op de vastgestelde
                        inzameldag of de dag voorafgaande aan de vastgestelde inzameldag;</al><al>-het van gemeentewege verstrekte inzamelmiddel dient zo spoedig mogelijk na
                        lediging, doch uiterlijk voor ... uur op de vastgestelde inzameldag, van de
                        weg te zijn verwijderd;</al><al/><al>Bepaald kan ook worden dat inzameling bij het perceel op afroep plaatsvindt.
                        Afvalstoffen kunnen dan worden aangeboden op de dag die, na de melding van
                        de burger dat hij bepaalde afvalstoffen ter inzameling wil aanbieden, wordt
                        aangewezen (niet voor ... uur op de vastgestelde inzameldag).</al><al/><al>Met betrekking tot inzamelvoorzieningen op buurt- of wijkniveau kan worden
                        bepaald dat de burger zijn afvalstoffen niet mag aanbieden tussen ... en ...
                        uur. </al><al/><al>Ten slotte kunnen op basis van dit artikel de openingstijden van brengdepots
                        worden vastgelegd. Wanneer dit een regionaal depot betreft en de
                        vaststelling van de openingstijden is overgedragen aan het bestuur van de
                        regio, dient dat in dit artikel tot uitdrukking te komen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van
                            huishoudelijke afvalstoffen</titel></kop><al>Dit artikel biedt de grondslag voor een door het college vast te stellen
                        calamiteitenregeling. Een dergelijke (eventueel tijdelijke) regeling zou
                        bijvoorbeeld nodig kunnen zijn in geval van stakingen, etc.</al><al>Ook kan worden gedacht aan een regeling voor het aanbieden van
                        huishoudelijke afvalstoffen bij wegopbrekingen. </al><al/></divisie><divisie><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Inzameling van bedrijfs-afvalstoffen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inzameling bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst</titel></kop><al>De inzameldienst kan naast huishoudelijke afvalstoffen bijvoorbeeld ook
                        bedrijfsafvalstoffen (of een bepaalde categorie van bedrijfsafvalstoffen)
                        inzamelen. Gedacht kan worden aan afval uit de
                        kantoren/winkels/dienstensector of bouw- en sloopafval (voor zover dit niet
                        wordt gerekend tot het huishoudelijk afval).De gemeente heeft met betrekking
                        tot bedrijfsafvalstoffen geen zorgplicht en kan niet bepalen wie er binnen
                        de gemeente al dan niet mogen inzamelen zoals dat bij huishoudelijke
                        afvalstoffen het geval is.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de
                            inzameldienst</titel></kop><al>Alleen die bedrijven die betalen voor de gemeentelijke inzamelvoorzieningen
                        mogen, voor zover artikel 13 daartoe de mogelijkheid biedt, hun
                        bedrijfsafvalstoffen aanbieden aan de inzameldienst. Het college kan, net
                        als bij huishoudelijke afvalstoffen, regels stellen over de wijze waarop de
                        afvalstoffen ter inzameling moeten worden aangeboden.</al><al/><al>In haar uitspraak van 1 november 2006 geeft de Afdeling Bestuursrechtspraak
                        van de Raad van State (LJN: AZ1257, 200603719/1) nadere invulling aan het
                        begrip ‘bedrijfsafval’. Dit wordt in de verordening gedefinieerd als
                        ‘afvalstoffen, niet zijnde huishoudelijke afvalstoffen of gevaarlijke
                        afvalstoffen’. Punt van discussie vormen een aantal poststukken met naam en
                        adresgegevens van appelante, die aan de inzameldienst zijn aangeboden. De
                        Afdeling bepaalt dat ondanks de aard van het afval (papier), de geringe
                        hoeveelheid en de omstandigheid dat er sprake is van een kantoor aan huis,
                        de brieven, die gelet op de adressering afkomstig zijn van een bedrijf,
                        dienen te worden aangemerkt als bedrijfsafval. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Het ter inzameling aanbieden van bedrijfs-afvalstoffen aan een ander
                            dan de inzameldienst</titel></kop><al>I<cursief>nzameling bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de
                            inzameldienst</cursief></al><al>De basis voor het stellen van regels over de inzameling van
                        bedrijfsafvalstoffen kan worden gevonden in artikel 10.23, derde lid, Wm. De
                        memorie van toelichting zegt hierover: “Ten aanzien van de inzameling van
                        bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen mogen ook in het belang van
                        de bescherming van het milieu regels worden gesteld. Blijkens het derde lid
                        mogen deze regels geen vergunningstelsel inhouden. Dit is krachtens artikel
                        10.48 Wm voorbehouden aan de minister. Vanzelfsprekend mogen de gemeenten
                        hun bevoegdheid evenmin benutten ter bevoordeling van de eigen inzameldienst
                        en ten nadele van andere aanbieders op de markt.”</al><al/><al><cursief>Eerste lid</cursief></al><al>De Wet milieubeheer geeft de gemeente uitdrukkelijk de bevoegdheid om regels
                        te stellen over de inzameling van bedrijfsafvalstoffen in het belang van de
                        bescherming van het milieu. Dit artikel is de uitwerking hiervan. Het
                        college kan in het belang van de bescherming van het milieu regels stellen
                        omtrent bijvoorbeeld de dagen, tijden, wijze en plaatsen waarop
                        bedrijfsafvalstoffen ter inzameling moeten worden aangeboden. </al><al/><al><cursief>Uitvoeringsbesluit op grond van het tweede lid</cursief></al><al>Op grond van het tweede lid kan het college in het belang van de bescherming
                        van het milieu regels stellen over bijvoorbeeld dagen, tijden, wijze en
                        plaatsen waarop de bedrijfsafvalstoffen worden aangeboden.</al><al>Het is dus mogelijk om in het belang van het milieu bepaalde dagen te kunnen
                        aanwijzen waarop bedrijfsafvalstoffen mogen worden ingezameld. Bijvoorbeeld
                        ter beperking of voorkoming van geluidhinder of aanzuigende werking of om
                        ritten zoveel mogelijk te combineren. Dit artikel kan met name van belang
                        zijn voor de inzameling van bedrijfsafvalstoffen in een (historisch)
                        centrum. Uiteraard gelden deze regels voor alle betrokken inzamelaars die
                        bedrijfsafvalstoffen ophalen.</al><al/><al><cursief>Afbakening met artikel 13 en artikel 14</cursief></al><al>Op grond van de artikel 13 en artikel 14 kunnen regels worden gesteld over
                        de inzameling van bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst. Artikel 15
                        betreft het stellen van regels over het ter inzameling aanbieden van
                        bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst. </al><al/><al><cursief>Publicatie</cursief></al><al>Het is niet nodig om in het uitvoeringsbesluit een bepaling op te nemen over
                        de publicatie van de dagen en tijden waarop afval wordt ingezameld (of
                        andere uitvoeringsbesluiten). De bekendmaking van besluiten is geregeld in
                        afdeling 3.6 van de Algemene wet bestuursrecht.</al></divisie><divisie><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Zwerfafval</titel></kop><al><cursief>Inleiding zwerfafval</cursief></al><al>Zwerfafval staat hoog op de politieke agenda. In het kader van het
                        Impulsprogramma Zwerfafval hebben VNG, het ministerie van VROM en VNO-NCW
                        (bedrijfsleven) afgesproken om de hoeveelheid zwerfafval terug te dringen.
                        In het Impulsprogramma is de volgende ambitie geformuleerd. <cursief>‘De
                            ambitie van het programma, en daarmee van de samenwerkende partijen is
                            om de preventie van zwerfafval, de handhaving en het opruimen zodanig
                            ter hand te nemen dat de openbare ruimte eenduidig zichtbaar en meetbaar
                            schoner is.’ </cursief> De ergernis van de burger over zwerfafval is
                        groot. Gemeenten spelen daarom een belangrijke rol bij het voorkomen en
                        bestrijding van zwerfafval en daarmee het verbeteren van de directe
                        leefomgeving van de burger. Gedacht kan worden aan het creëren van voldoende
                        voorzieningen voor inzameling en verwijdering, communicatie met de burger en
                        de controle van (on)gewenst aanbied- en wegwerpgedrag. Op grond van artikel
                        10.25, onder a en b, Wm kunnen gemeenten in hun afvalstoffenverordening de
                        zwerfafvalproblematiek regelen. Er is sprake van facultatief medebewind.
                        Gemeenten hebben hiertoe de bevoegdheid, maar geen wettelijke plicht. In
                        deze paragraaf van de afvalstoffenverordening is een aantal artikelen over
                        het voorkomen en beperken van zwerfafval opgenomen. Het regelen van het
                        voorkomen en bestrijden van zwerfafval in de afvalstoffenverordening en de
                        handhaving hiervan is het sluitstuk van een goede aanpak van het
                        zwerfafval.Een goede aanpak van zwerfafval vereist in de eerste plaats een
                        goede analyse van het daadwerkelijke probleem. Wie zijn de veroorzakers
                        (bijvoorbeeld scholieren, recreanten)? Op welke plekken ontstaat zwerfafval
                        (invalswegen, snoeproutes, winkelcentra, recreatiegebieden, evenementen)?
                        Ook het ontwikkelen van gemeentelijk beleid voor de aanpak van zwerfafval is
                        zeer wenselijk. Daarnaast zullen er ook een aantal fysieke maatregelen
                        genomen moeten worden, zoals voldoende afvalbakken, blikvangers en
                        dergelijke. Voor een goede aanpak in de gemeente is het ook wenselijk om een
                        coördinator te benoemen, omdat er vaak meerdere afdelingen binnen een
                        gemeente betrokken zijn. Ten slotte is communicatie naar de burger een zeer
                        belangrijk element in de aanpak van zwerfafval. Gedacht kan worden aan
                        lokale reclamespotjes, folders, persberichten, lespakketten voor basis en
                        middelbaar onderwijs of zogenaamde speciale schoonmaakacties.SenterNovem
                        heeft een Quickscan zwerfafval ontwikkeld voor gemeenten. Zie voor meer
                        informatie over deze quickscan <extref doc="http://www.uitvoeringafvalbeheer.nl/">www.uitvoeringafvalbeheer.nl</extref>.Voor meer informatie over
                        zwerfafval, wordt verwezen naar de website van het Impulsprogramma: <extref doc="http://www.samenwerkenaaneenschonernederland.nl/">www.samenwerkenaaneenschonernederland.nl</extref>. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging</titel></kop><al>Dit artikel heeft een primair een milieubeschermende functie en beoogt de
                        gemeenten een instrument te geven om illegale dumpingen, voor zover er geen
                        hogere wet- of regelgeving van toepassing is, of het ontstaan van zwerfafval
                        tegen te gaan. Zie voor illegale dumpingen ook de toelichting op artikel
                        1.</al><al>Uiteraard zal in een aantal gevallen het brengen van stoffen op of in de
                        bodem zodanig kunnen gebeuren dat een hogere wet, zoals de Wet
                        bodembescherming of het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing is.</al><al/><al>Met opzet worden in het eerste lid ook de termen “stof” en “voorwerp”
                        gebruikt en niet alleen de term “afvalstof”, omdat niet altijd duidelijk is
                        of de desbetreffende stoffen of voorwerpen afvalstoffen zijn.</al><al/><al><cursief>Wettelijke grondslag</cursief></al><al>In artikel 10.25, onder a, Wm wordt de basis gelegd voor het opnemen van een
                        dergelijk artikel in de afvalstoffenverordening. Zie hiervoor ook de Memorie
                        van Toelichting, die hierover zegt: <cursief>“De onderdelen a en b hebben
                            betrekking op zwerfafval. Onderdeel a betreft het voorkomen of het
                            beperken van zwerfafval. Regels hieromtrent kunnen op diverse wijze
                            worden gesteld.”</cursief></al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Achterlaten van straatafval</titel></kop><al><cursief>Straatafval</cursief></al><al>In artikel 1 van deze verordening wordt een definitie gegeven van
                        straatafval. Bij het begrip straatafval gaat het in feite om afval ‘dat
                        onderweg ontstaat’, buiten een perceel, dat niet als zwerfafval op straat of
                        in het plantsoen terecht dient te komen en waarvoor je de burger (in dit
                        geval ook toeristen) de mogelijkheid wilt bieden om zich ter plekke ervan te
                        ontdoen (voor zover van zeer beperkte omvang en gewicht). Klein chemisch
                        afval is uitdrukkelijk uitgesloten van de omschrijving. Dit afval dient in
                        alle gevallen via de daartoe opgezette inzamelstructuur te worden
                        verwijderd.</al><al/><al>In de definitie van straatafval wordt uitdrukkelijk gesproken over “buiten
                        een perceel ontstaan”. Een huishoudelijke afvalstof, ontstaan op of binnen
                        het perceel, moet worden aangeboden volgens de bepalingen uit paragraaf 3
                        ‘Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen (regels voor de
                        burger over de aanbieding van huishoudelijke afvalstoffen)’.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande
                            afvalstoffen</titel></kop><al><cursief>Wettelijke grondslag</cursief></al><al>In hoofdstuk 10 van de Wet milieubeheer wordt in artikel 10.25, onder a, Wm
                        de basis gelegd voor het opnemen van een dergelijk artikel in de
                        afvalstoffenverordening. Zie hiervoor ook de Memorie van Toelichting, die
                        hierover zegt: <cursief>“De onderdelen a en b hebben betrekking op
                            zwerfafval. Onderdeel a betreft het voorkomen of het beperken van
                            zwerfafval. Regels hieromtrent kunnen op diverse wijze worden gesteld.
                            Zo kunnen er regels worden gesteld omtrent het direct veroorzaken van
                            dit soort verontreiniging. Ook een verbod om ter inzameling gereed gezet
                            afval te doorzoeken (“morgensterrenverbod”) kan op onderdeel a worden
                            gebaseerd”.</cursief></al><al/><al><cursief>Eerste lid: Morgensterren</cursief></al><al>Het eerste lid heeft betrekking op wat wel de “morgenster”-problematiek
                        wordt genoemd. Het beoogt paal en perk te stellen aan het doorzoeken en
                        verwijderen van ter inzameling aangeboden afvalstoffen voordat de
                        medewerkers van de inzameldienst ter plaatse zijn. Vaak immers heeft dit
                        doorzoeken tot gevolg dat het huisvuil over de hele straat verspreid ligt en
                        de inzameldienst zijn werk niet meer kan verrichten. Het aldus ontstane
                        zwerfafval veroorzaakt een zware belasting van de gemeentelijke
                        veegdienst.</al><al/><al><cursief>Eerste lid: Inzameldiensten, andere inzamelaars en
                            toezichthouders</cursief></al><al>Het kan in plaatselijke situaties wenselijk en doelmatig zijn, op beperkte
                        schaal “morgensterren” te dulden en het moet vanzelfsprekend ook mogelijk
                        zijn dat toezichthouders en handhavers in de gelegenheid zijn om zo nodig de
                        inhoud van aangebroken zakken, emmers en (mini)containers te onderzoeken. In
                        dit geval zou een alternatief voor het eerste lid kunnen zijn:
                            <cursief>“Voor anderen dan de inzameldienst of andere inzamelaars is het
                            verboden afvalstoffen die ter inzameling gereed staan te doorzoeken en
                            te verspreiden.”</cursief></al><al/><al><cursief>Eerste lid: Mogelijkheid tot verwijdering van grof huishoudelijk
                            afval</cursief></al><al>Er zou kunnen worden gekozen voor toevoeging van een extra lid:
                            <cursief>“Het verwijderen van grof huishoudelijke afvalstoffen is
                            toegestaan, mits dit niet gepaard gaat met het veroorzaken van
                            verontreiniging van de omgeving.”</cursief></al><al/><al><cursief>Tweede lid: Voorkomen van zwerfafval</cursief></al><al>In artikel 10.25, onder a, Wm wordt de basis gelegd voor het opnemen van het
                        tweede lid. Zie hiervoor ook de Memorie van Toelichting, die hierover zegt:
                            <cursief>“De onderdelen a en b hebben betrekking op zwerfafval.
                            Onderdeel a betreft het voorkomen of het beperken van zwerfafval. Regels
                            hieromtrent kunnen op diverse wijze worden gesteld.” </cursief>Met het
                        tweede lid wordt beoogd om zwerfafval bij ter inzameling gereed staande
                        afvalstoffen te voorkomen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en
                            drinkwaren</titel></kop><al><cursief>Wettelijke grondslag</cursief></al><al>In artikel 10.25, onder a, Wm is de basis gelegd voor het opnemen van een
                        dergelijk artikel in de afvalstoffenverordening. Zie hiervoor ook de Memorie
                        van Toelichting, die over dit artikel zegt: <cursief>“De onderdelen a en b
                            hebben betrekking op zwerfafval. Onderdeel a betreft het voorkomen of
                            het beperken van zwerfafval. Regels hieromtrent kunnen op diverse wijze
                            worden gesteld. Zo kunnen er regels worden gesteld omtrent het direct
                            veroorzaken van dit soort verontreiniging. Veelal zal het daarbij gaan
                            om een verbod, bijvoorbeeld om afval op straat of in het water te
                            werpen. De regels kunnen ook de aanwezigheid van bepaalde voorzieningen
                            (bijvoorbeeld een afvalbak bij een snackbar) of het gebruik daarvan
                            voorschrijven."</cursief></al><al/><al>Inrichtingen waar eet- en/of drinkwaren worden verkocht zijn bijvoorbeeld
                        een winkel, hal of kraam. Het afval dat hierbij kan vrijkomen is
                        bijvoorbeeld papier, etensresten, verpakkingsmateriaal of ander
                        afval.</al><al/><al><cursief>Wet milieubeheer</cursief></al><al>Opgemerkt wordt dat een inrichting zoals bedoeld in dit artikel,
                        vergunningplichtig kan zijn op grond van de Wet milieubeheer, dan wel
                        meldingsplichtig op grond van het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                        milieubeheer, ook wel het Activiteitenbesluit genoemd. Met de
                        inwerkingtreding van het Activiteitenbesluit op 1 januari 2008 is het
                        voormalig Besluit Horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer
                        komen te vervallen. </al><al><vet><cursief>1.1.1</cursief></vet><vet><cursief>De verplichting zoals opgenomen onder c van deze
                                bepaling kan in deze gevallen als voorschrift aan een dergelijke
                                milieuvergunning worden verbonden, dan wel rechtstreeks voortvloeien
                                uit het Activiteitenbesluit. </cursief></vet><vet>1.1.2
                            </vet><vet>In de nabijheid van de
                                inrichting</vet><vet><cursief>1.1.3</cursief></vet><vet><cursief>Artikel 213 van het Activiteitenbesluit bepaalt het
                                volgende: </cursief></vet><vet>‘Degene die de inrichting drijft
                            verwijdert zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, sport- of
                            spelmaterialen, of andere materialen die uit de inrichting afkomstig
                            zijn of voor de inrichting zijn bestemd binnen een straal van 25 meter
                            van de inrichting.’ </vet><vet><cursief>Hieruit volgt dat het criterium
                                ‘in de nabijheid van de inrichting’ kan worden uitgelegd als binnen
                                een straal van 25 meter van de inrichting.
                            </cursief></vet></al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Wegwerpen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal</titel></kop><al><cursief>Wettelijke grondslag</cursief></al><al>In artikel 10.25, onder b, Wm is de basis gelegd voor het opnemen van een
                        dergelijk artikel in de afvalstoffenverordening. Zie hiervoor ook de Memorie
                        van Toelichting, die over artikel 10.25 Wm zegt<cursief>: “De onderdelen a
                            en b hebben betrekking op zwerfafval. …….. Onderdeel b betreft het
                            opruimen van zwerfafval.”</cursief></al><al>Dit artikel is dus een uitwerking van artikel 10.25, onder b, Wm in de vorm
                        van een verplichting tot opruimen of laten opruimen van reclamebiljetten of
                        ander promotiemateriaal.</al><al>Een bepaling als vervat in dit artikel, werd door de Hoge Raad verenigbaar
                        geacht met artikel 7 grondwet (oud artikel 7, eerste lid, van de herziene
                        Grondwet). Zie HR 27 februari 1951, 472 (Eindhoven).</al><al/><al><cursief>Promotiemateriaal</cursief></al><al>Niet alleen reclamebiljetten worden aan het publiek uitgereikt. Ook ander
                        promotiemateriaal wordt vaak uitgereikt. Gedacht kan worden aan de
                        zogenaamde samplings, monsters of miniverpakkingen, waarin ter promotie een
                        product in een kleine hoeveelheid wordt aangeboden. Op grond van dit artikel
                        kan degene die dergelijk promotiemateriaal uitreikt, worden verplicht het
                        promotiemateriaal, de verpakking of de inhoud daarvan op te ruimen of te
                        laten opruimen.</al><al/><al><cursief>Relatie met APV</cursief></al><al>Dit artikel stond vroeger in de APV. Het is niet verstandig om, om redenen
                        van eenduidigheid, dit artikel in beide verordeningen op te nemen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige
                            werkzaamheden</titel></kop><al><cursief>E</cursief><cursief>erste lid</cursief></al><al>De grondslag voor het eerste lid is opgenomen in artikel 10.25, onder a, Wm.
                        Zie hiervoor ook de Memorie van Toelichting, die over artikel 10.25 Wm zegt:
                            <cursief>“De onderdelen a en b hebben betrekking op zwerfafval.
                            Onderdeel a betreft het voorkomen of het beperken van zwerfafval. Regels
                            hieromtrent kunnen op diverse wijze worden gesteld. Zo kunnen er regels
                            worden gesteld omtrent het direct veroorzaken van dit soort
                            verontreiniging.”</cursief></al><al/><al>Het eerste lid beoogt het ontstaan van zwerfafval bij het laden of lossen of
                        vervoeren van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te voorkomen. </al><al/><al><cursief>Tweede lid</cursief></al><al>Het tweede lid vloeit voort uit artikel 10.25, onder b, Wm. De memorie van
                        toelichting zegt hierover: <cursief>“</cursief>De onderdelen a en b hebben
                        betrekking op zwerfafval. Onderdeel b betreft het opruimen van zwerfafval.”
                        Dit artikel is dus een uitwerking van artikel 10.25, onder b, Wm in de vorm
                        van een verplichting tot het reinigen of laten reinigen van de weg bij het
                        ontstaan van zwerfafval. De opname van het tweede lid heeft vooral betekenis
                        in verband met het op kosten van de overtreder laten reinigen van de weg
                        (bestuursdwang).</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Paragraaf</label><nr>6</nr><titel>Overige onderwerpen die de verordening aangaan</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Verbod opslag van afvalstoffen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden afvalstoffen op voor het publiek zichtbare plaats in
                                de open lucht en buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                milieubeheer op te slaan of opgeslagen te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                gestelde verbod. </al></li><li nr="3."><al>Het verbod is niet van toepassing op het overdragen of ter
                                inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de
                                inzameldienst, andere inzamelaars of de personen of instanties die
                                in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij algemene
                                maatregel van bestuur of ministeriële regeling een inzamelplicht
                                hebben voor categorieën van huishoudelijke afvalstoffen. </al></li></lijst><al/><al>In artikel 10.25, onder c, Wm is de basis gelegd voor het opnemen van een
                        dergelijk artikel in de afvalstoffenverordening. Bij de
                        afvalstoffenverordening kunnen voortaan in ieder geval regels worden gesteld
                        omtrent het op een voor het publiek zichtbare plaats aanwezig hebben van
                        afvalstoffen. </al><al>Artikel 10.25, onder c, Wm geldt voor de opslag van alle afvalstoffen (zie
                        ook de toelichting bij artikel 1 en artikel 23 van deze verordening). Net
                        als bij de bepalingen over zwerfafval, die zijn gebaseerd op artikel 10.25,
                        onder a en b, Wm is ook hier sprake van facultatief medebewind. </al><al/><al><cursief>APV</cursief></al><al>In de model-APV is een soortgelijke bepaling opgenomen. Op grond van het
                        tweede lid kan het college ontheffingen verlenen op het verbod om onder
                        andere afvalstoffen en autowrakken op te slaan op buiten de weg gelegen
                        plaatsen. Door het opnemen van deze bepaling in de
                        model-afvalstoffenverordening is het artikel uit de model-APV - alleen -
                        voor wat betreft het aanwijzen van plaatsen voor afvalstoffen en autowrakken
                        komen te vervallen. </al><al/><al> Artikel 22 beoogt het belang van het milieu te beschermen. Ten aanzien van
                        autowrakken die op de weg zijn geplaatst heeft het artikel in de APV een
                        aanvullend motief op grond van de verkeersveiligheid.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden</titel></kop><al><cursief>Wettelijk regime autowrakken</cursief></al><al>De regelgeving voor autowrakken is in 2002 drastisch gewijzigd. Op 8 mei
                        2002 is de wijziging van de Wet milieubeheer (structuur beheer afvalstoffen,
                        Staatsblad 2001, 346) gedeeltelijk in werking getreden. Op 2 juli 2002 is
                        het Besluit beheer autowrakken (Staatsblad 2002, 259) in werking getreden.
                        Het nieuwe Besluit Beheer Autowrakken (hierna te noemen BBA) verplicht
                        autofabrikanten om een hoogwaardig inname- en verwerkingssysteem voor
                        autowrakken op te zetten. </al><al/><al><vet>Definitie autowrak</vet></al><al>Het begrip autowrak wordt in artikel 1, onder b, BBA als volgt gedefinieerd:
                            <cursief>“voertuig dat een afvalstof is in de zin van artikel 1.1 lid 1
                            van de Wm”. </cursief></al><al>De Wet milieubeheer definieert het begrip afvalstof als:
                            <cursief>“</cursief><cursief>alle stoffen, preparaten of andere
                            producten …… waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te
                            ontdoen of zich moet ontdoen”.</cursief></al><al>Door deze definities wordt een autowrak altijd aangemerkt als afvalstof en
                        valt hiermee dus onder de werking van deze bepaling.</al><al/><al>In de Nota van toelichting van het BBA wordt nader ingegaan op het begrip
                        autowrak. </al><al><cursief>“De houder van een voertuig zal zich doorgaans daarvan ontdoen,
                            voornemens zijn zich daarvan te ontdoen of zich daarvan moeten ontdoen,
                            wanneer het voertuig rijtechnisch in onvoldoende staat verkeert en het
                            niet meer op rendabele wijze in een rijtechnisch voldoende staat is te
                            brengen. Een motorrijtuig verkeert in een rijtechnisch onvoldoende staat
                            wanneer het niet voldoet aan de wettelijke inrichtingseisen, genoemd in
                            de wegenverkeerswetgeving of aan de apk-eisen of andere ernstige
                            technische gebreken kent, bijvoorbeeld of essentiële onderdelen zijn
                            gedemonteerd. Voor het beantwoorden van de vraag of een voertuig op
                            rendabele wijze weer in rijtechnisch voldoende staat te brengen is, kan
                            worden uitgegaan van de richtprijzen voor gebruikte voertuigen en van de
                            door garages en schadeherstelbedrijven gehanteerde tarieven voor
                            reparatie werkzaamheden. De vraag of sprake is van een autowrak zal van
                            geval tot geval door een persoon belast met de handhaving bepaald moeten
                            worden op grond van de wet- en regelgeving en de jurisprudentie
                            terzake.” </cursief></al><al>Er is dus sprake van een autowrak indien een voertuig niet meer op
                        economisch rendabele wijze in rijtechnisch voldoende staat is te
                        brengen.</al><al/><al><cursief>Opslag van autowrakken in inrichtingen in de zin van de Wet
                            milieubeheer</cursief></al><al>De provincie is bevoegd gezag voor Wm-inrichtingen die vijf of meer
                        autowrakken opslaan. Het college van de gemeente is bevoegd gezag voor
                        inrichtingen die onder de werking van het Besluit inrichtingen voor
                        motorvoertuigen milieubeheer vallen. In dergelijke inrichtingen is de opslag
                        van maximaal vier autowrakken toegestaan. </al><al/><al><cursief>Zich ontdoen van een autowrak door huishoudens</cursief></al><al>Dit artikel is een uitwerking van artikel 6 BBA. Hierin is de afgifte van
                        autowrakken door huishoudens geregeld. Op grond van artikel 6 BBA moeten
                        gemeenten in hun afvalstoffenverordening bepalen dat een autowrak, zijnde
                        een huishoudelijke afvalstof, slechts mag worden afgegeven aan auto
                        demontagebedrijven, garages en autoschadeherstelbedrijven of aan een persoon
                        die in een ander land dan Nederland is gevestigd (onder strikte
                        voorwaarden). </al><al>Op grond van artikel 7 BBA worden autowrakken, afkomstig van huishoudens
                        uitdrukkelijk uitgezonderd van de gemeentelijke zorgplicht voor de
                        inzameling van huishoudelijk afval. </al><al/></divisie><divisie><kop><label>Paragraaf</label><nr>7</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al><vet>Artikel Onderwerp</vet></al><al>Artikel 6 Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens
                        aanwijzing</al><al>Artikel 7 Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                        afvalstoffen aan anderen</al><al>Artikel 8 Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                        afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van percelen</al><al>Artikel 9 Afzonderlijk ter inzameling aanbieden</al><al>Artikel 10 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen</al><al>Artikel 11 Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden </al><al>Artikel 14 Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de
                        inzameldienst</al><al>Artikel 15 Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een
                        ander dan de inzameldienst</al><al>Artikel 16 Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging</al><al>Artikel 17 Achterlaten van straatafval </al><al>Artikel 18 Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande
                        afvalstoffen </al><al>Artikel 19 Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en
                        drinkwaren</al><al>Artikel 20 Wegwerpen van reclamebiljetten of ander promotie-materiaal</al><al>Artikel 21 Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige
                        werkzaamheden</al><al>Artikel 22 Verbod opslag van afvalstoffen</al><al>Artikel 23 Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden</al><al/><al> De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 6.1 model-APV:
                        Strafbepaling. </al><al/><al><cursief>Aanduiding strafbare feiten</cursief></al><al>In dit artikel worden de bepalingen opgesomd die als strafbaar feit worden
                        aangeduid om strafrechtelijk te kunnen worden gehandhaafd. De
                        strafbaarstelling van artikel 10.23 Wm over de gemeentelijke
                        afvalstoffenverordening is geregeld in de Wet op de economische delicten
                        (Wed). Aangezien niet alle bepalingen in de afvalstoffenverordening zich
                        voor strafrechtelijke handhaving lenen, is de strafbaarstelling
                        geclausuleerd. </al><al>Artikel 1a, aanhef, onder 3º Wed luidt: “Economische delicten zijn eveneens:
                        overtredingen van voorschriften, gesteld bij of krachtens: de Wet
                        milieubeheer, 10.23 – voor zover aangeduid als strafbare feiten - en ” In de
                        afvalstoffenverordening moet daarom worden aangegeven welke overtredingen
                        (lees: de overtreding van welke artikelen) een strafbaar feit opleveren.
                        Uitsluitend indien dat het geval is, vormt de overtreding een economisch
                        delict in de zin van artikel 1a, onder 3º Wed. </al><al/><al>In dit kader is tevens van belang dat de afvalstoffenverordening tijdig
                        wordt aangepast aan een eventuele wijziging van hogere wetgeving. Zo werd in
                        een uitspraak van de rechtbank Zwolle (d.d. 14 december 2004, LJN:AR7488,
                        07.750227-03) overwogen, dat de APV ten tijde van het bewezen verklaarde
                        feit nog niet was aangepast aan de wijziging van de Wet milieubeheer, zodat
                        het gedrag in strijd met de verordening niet uitdrukkelijk is aangeduid als
                        strafbaar feit. De rechtbank bepaalde dat niet was voldaan aan het vereiste
                        van de Wed en dat alleen sprake was van een economisch delict, indien de
                        betreffende gedraging is aangeduid als strafbaar feit en besluit tot ontslag
                        van alle rechtsvervolging.</al><al/><al><cursief>Als strafbaar feit aangeduide bepalingen uit de
                            Afvalstoffenverordening</cursief></al><al>Gedragingen in strijd met de volgende artikelen van de
                        Afvalstoffen-verordening kunnen worden aangeduid als een strafbaar feit in
                        de zin van artikel 1a, onder 3º Wed:</al><al>Art. 6: Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens aanwijzing </al><al>Art. 7: Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                        afvalstoffen aan anderen.</al><al>Art. 8: Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                        afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van percelen.</al><al>Art. 9: Afzonderlijk ter inzameling aanbieden</al><al>Art. 10: Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen</al><al>Art. 11: Dagen en tijden voo rhet ter inzameling aanbieden</al><al>Art. 14: Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de
                        inzameldienst</al><al>Art. 15: Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de een ander
                        dan de inzameldienst</al><al>Art. 16: Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging</al><al>Art. 17: Achterlaten van straatafval</al><al>Art. 18: Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande
                        afvalstoffen</al><al>Art. 19: Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en
                        drinkwaren</al><al>Art. 20: Wegwerpen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal</al><al>Art. 21: Zwerfafval bij het vervoeren, laden en lossen of overige
                        werkzaamheden</al><al>Art. 22: Verbod op opslag van afvalstoffen</al><al>Art. 23: Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden</al><al/><al><cursief>Strafmaat</cursief></al><al>In de Wed is de strafmaat aangegeven van overtredingen van plaatselijke
                        verordeningen die gebaseerd zijn op de Wet milieubeheer. In het geval van de
                        afvalstoffenverordening hechtenis van ten hoogste zes maanden of een
                        geldboete van de vierde categorie. Artikel 23, vierde lid, van het Wetboek
                        van Strafrecht stelt de hoogte van een boete van de vierde categorie vast op
                        maximaal 11.250 euro. Artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht geeft de
                        officier van justitie de mogelijkheid om met een boete strafvervolging te
                        voorkomen. </al><al>Het openbaar ministerie heeft richtlijnen opgesteld voor boetes. De boete
                        voor het verkeerd aanbieden van huishoudelijk afval of voor zwerfafval is op
                        dit moment (voorjaar 2008) gesteld op een standaardbedrag van 50 euro.</al><al/><al/><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 6.2 model- APV:
                        Toezichthouders. </al><al/><al>Aanwijzing van de toezichthouder in de afvalstoffenverordening is
                        noodzakelijk, indien een toezichthouder tevens opsporingsbevoegdheden dient
                        te krijgen. Alleen voor de aanwijzing van toezichthouders is een bepaling
                        opgenomen in de afvalstoffenverordening. Opsporingsambtenaren worden
                        namelijk aangewezen in de artikelen 141 en 142 Wetboek van
                        Strafvordering.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al><vet><cursief>De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 6.4 model-APV:
                                Inwerkingtreding. </cursief></vet></al><al/><al><vet>Tweede lid: Intrekking Afvalstoffenverordening of artikelen
                        APV</vet></al><al>Als de gemeente al beschikt over een Afvalstoffenverordening dan moet die
                        met het vaststellen van de nieuwe Afvalstoffenverordening worden
                        ingetrokken.</al><al><vet><cursief>Indien de afvalstoffenverordening nog was opgenomen in de APV
                                en nu gekozen wordt voor het onderbrengen in een aparte
                                afvalstoffenverordening heeft tot gevolg dat in ieder geval de
                                volgende artikelen van de model- APV moeten worden ingetrokken en/of
                                aangepast. </cursief></vet></al><al/><al>- afdeling 4.2 Afvalstoffen in het geheel</al><al>- artikel 4.4.1 Verontreiniging van de weg en van terreinen</al><al>- artikel 4.4.2 Verontreiniging bij werkzaamheden op de weg</al><al>- artikel 4.4.3 Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet-
                        en</al><al> drinkwaren</al><al>- artikel 4.4.4 Wegwerpen van reclame- of strooibiljetten</al><al>- artikel 4.4.7 Verbod doorzoeken van ter inzameling gereed staande
                        afvalstoffen</al><al>- artikel 4.1.7, eerste lid, onder e en f: Opslag bromfietsen,
                        motorvoertuigen, caravans, afvalstoffen, mest, ingekuilde landbouwproducten
                        e.d. <sup/></al><al><sup/></al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 6.5 model- APV:
                        Overgangsbepaling. Omdat echter de oude verordening een vergunningstelsel
                        kende en de nieuwe verordening dit niet kent zijn de bepalingen iets
                        aangepast.</al><al>Het bepaalde in het tweede lid moet geregeld worden in het
                        uitvoeringsbesluit dat hoort bij deze nieuwe verordening door het intrekken
                        van het oude uitvoeringsbesluit.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Citeerbepaling</titel></kop><al>De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 6.6 model- APV:
                        Citeerbepaling. </al></divisie></nota-toelichting><bijlage><kop><titel>Opbouw van de afvalstoffen-verordening</titel></kop><al><vet>Paragraaf 1: Algemene bepalingen</vet></al><al><vet>Paragraaf 2: Inzameling van huishoudelijke afvalstoffen (regels over
                        inzameldienst, andere inzamelaarsen de inzamelstructuur;)</vet></al><al><vet>Paragraaf 3: Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
                        (regels voor de burger over de aanbieding van huishoudelijke
                        afvalstoffen)</vet></al><al><vet>Paragraaf 4: Inzameling van bedrijfsafvalstoffen</vet></al><al><vet>Paragraaf 5: Zwerfafval</vet></al><al><vet>Paragraaf 6: Overige onderwerpen die de afvalstoffenverordening
                        aangaan</vet></al><al><vet>Paragraaf 7: Slotbepalingen (strafbaarstelling, toezicht en
                        overgangstermijn) </vet></al><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>