<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR96545_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidieregeling natuurbeheer Noord-Brabant 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Noord-Brabant</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-12-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Noord-Brabant</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.brabant.nl/loket/provinciale-bladen.aspx?qvi=42028">Provinciaal Blad, 2012, 271</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieregeling natuurbeheer Noord-Brabant 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inrichting landelijk gebied, art. 4 en 11</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Subsidieverordening inrichting landelijk gebied, art. 2 en 19</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedeputeerde staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-11-13</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-11-20</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-11-20</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>3285414</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>duurzaamheid, leefomgeving, subsidies, financieel kader</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Subsidieregeling natuurbeheer Noord-Brabant 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant</al><al>Gelet op artikel 4 en artikel 11 van de Wet inrichting landelijk gebied;</al><al>Gelet op artikel 2 en artikel 19 van de Subsidieverordening inrichting landelijk gebied 2007;</al><al>Overwegende dat Provinciale Staten in hun vergadering van 5 juni 2009 hebben ingestemd met een nieuw subsidiestelsel voor Natuur- en Landschapsbeheer als vervanging van het bestaande Programma Beheer;</al><al>Overwegende dat het nieuwe stelsel met uitzondering van het onderdeel natuurbeheer met ingang van 1 januari 2010 in werking kan treden;</al><al>Overwegende dat de subsidieregeling natuurbeheer met inwerkingtreding van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant is komen te vervallen;</al><al>Overwegende dat deze subsidieregeling is bedoeld ter vervanging van laatsgenoemde subsidieregeling om in het jaar 2010 subsidiëring van natuurbeheer mogelijk te maken;</al><al>Besluiten vast te stellen de volgende regeling:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1. Algemeen</titel></kop><paragraaf><kop><titel>.</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> In deze regeling wordt verstaan onder:
    </al><lijst><li nr="a."><al> minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;</al></li><li nr="b."><al> terrein: een in de provincie Noord-Brabant gelegen gebied, niet zijnde een erf of tuin, dat niet wordt doorsneden door:
        </al><lijst><li nr="i."><al>   wegen breder dan 5 meter,</al></li><li nr="ii."><al>  waterlopen die op enig punt breder zijn dan 25 meter,</al></li><li nr="iii."><al> een dubbelsporige spoorlijn, of</al></li><li nr="iv."><al> een geëlektrificeerde spoorlijn,</al></li></lijst></li><li nr="-"><al> en ten hoogste tot een oppervlakte van 1% van het gebied bestaat uit bebouwing;</al></li><li nr="c."><al> beheerder:
        </al><lijst><li nr="i "><al>  een eigenaar van een terrein;</al></li><li nr="ii"><al>  een erfpachter van een terrein met een erfpachtovereenkomst met een duur van ten minste 25 jaar;</al></li><li nr="iii"><al> een  gebruiksgerechtigde op basis van een plan van tijdelijk gebruik als  bedoeld in artikel 189 van de Landinrichtingswet, zoals die gold tot 1 januari 2007 mits:
            </al><lijst><li nr="1."><al> het een  terrein betreft dat is begrensd ingevolge artikel 142, eerste lid,  onderdeel b, van de Landinrichtingswet, zoals die gold tot 1 januari 2007, of </al></li><li nr="2."><al> het een terrein betreft dat in het landinrichtingsplan, bedoeld in artikel 73 van de Landinrichtingswet, zoals die gold tot 1 januari 2007, is aangeduid als te realiseren natuurterrein of reservaat;</al></li></lijst></li><li nr="iv"><al> een  gebruiksgerechtigde aan wie het terrein tijdelijk in gebruik is gegeven  op grond van een besluit van Gedeputeerde Staten als bedoeld in artikel  45 van de Wet inrichting landelijk gebied.</al></li></lijst></li><li nr="d."><al> landbouwgrond:  grond waarop ten minste vanaf 31 juli 1992 enige vorm van akkerbouw,  weidebouw, veehouderij, pluimveehouderij, tuinbouw - daaronder begrepen  fruitteelt en het kweken van bomen, bloemen en bloembollen - en elke  andere vorm van bodemcultuur hier te lande, met uitzondering van  bosbouw, wordt bedreven, of gronden die uit productie zijn genomen in  het kader van de Beschikking ter zake van het uit productie nemen van  bouwland of de Regeling GLB-inkomenssteun 2006;</al></li><li nr="e."><al> basispakket: in  één van de bijlagen 12 tot en met 21 beschreven samenstel van in een  terrein voorkomende flora, beheersvoorschriften of terreinkenmerken;</al></li><li nr="f."><al> pluspakket: in  één van de bijlagen 22 tot en met 41 beschreven samenstel van in een  terrein voorkomende flora, fauna, beheersvoorschriften of  terreinkenmerken;</al></li><li nr="g."><al> landschapspakket:  in één van de bijlagen 42 tot en met 56 beschreven samenstel van in een  terrein voorkomende landschappelijke elementen;</al></li><li nr="h."><al> recreatiepakket: in bijlage 58 beschreven samenstel van recreatieve voorzieningen in een terrein en kenmerken van een terrein;</al></li><li nr="i."><al> beheerseenheid:  oppervlakte-eenheid binnen een terrein waarop een basis-, plus-,  recreatie- of landschapspakket ontwikkeld, omgevormd of in stand  gehouden wordt;</al></li><li nr="j."><al> beheerssubsidie: subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en eerste lid, onderdeel a;</al></li><li nr="k."><al> recreatiesubsidie: subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en eerste lid, onderdeel d;</al></li><li nr="l."><al> inrichtingssubsidie: subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en eerste lid, onderdeel c;</al></li><li nr="m."><al> subsidie functieverandering: subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en eerste lid, onderdeel b;</al></li><li nr="n."><al> landschapssubsidie: subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en eerste lid, onderdeel e;</al></li><li nr="o."><al> beheersbijdrage: onderscheidenlijk bedrag als bedoeld in de bijlagen 12 tot en met 56;</al></li><li nr="p"><al>. recreatiebijdrage: bedrag als bedoeld in bijlage 58;</al></li><li nr="q."><al> Bureau beheer landbouwgronden: bureau als bedoeld in artikel 28 van de Wet agrarisch grondverkeer;</al></li><li nr="r."><al> natuurgebiedsplan:  plan als bedoeld in artikel 13 van deze regeling of een plan als  bedoeld in artikel 13 van de Subsidieregeling Natuurbeheer 2000 van de  minister;</al></li><li nr="s."><al> natuurgebied: gebied dat als zodanig is begrensd in een natuurgebiedsplan;</al></li><li nr="t."><al> ruilgebied:  gebied grenzend aan een gebied als bedoeld in artikel 13, eerste lid,  onderdeel f, onderscheidenlijk g, bestaande uit landbouwgronden die  uitsluitend verworven kunnen worden met het oogmerk om te ruilen met  landbouwgronden gelegen in gebieden als bedoeld in artikel 13, eerste  lid, onderdeel f, onderscheidenlijk g;</al></li><li nr="u."><al> Dienst Regelingen: Dienst Regelingen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;</al></li><li nr="v."><al> tijdvak: ononderbroken periode van zes jaar;</al></li><li nr="w."><al> GVE:  grootvee-eenheden, berekend door omrekening aan de hand van de tabel van  Verordening (EEG) nr. 2078/92, betreffende landbouwproductiemethoden  die verenigbaar zijn met de eisen inzake milieubescherming, en  betreffende natuurbeheer (Pb EG 1992, L 215);</al></li><li nr="x."><al> Nationaal Groenfonds: Stichting Groenfonds, gevestigd te ’s-Gravenhage en kantoorhoudend te Hoevelaken;</al></li><li nr="y."><al> landinrichtingsplan:  de plannen als bedoeld in de artikelen 73, en 102 van de  Landinrichtingswet, zoals die gold tot 1 januari 2007, dan wel een  inrichtingsplan als bedoeld in artikel 17 van de Wet inrichting  landelijk gebied, plan van voorzieningen als bedoeld in artikel 81 van  de Reconstructiewet Midden-Delfland, herinrichtingsplan als bedoeld in  artikel 16 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de  Gronings-Drentse Veenkoloniën of reconstructieplan als bedoeld in  artikel 11 van de Reconstructiewet concentratiegebieden;</al></li><li nr="z."><al> plan van  toedeling: plan van toedeling als bedoeld in artikel 201 van de  Landinrichtingswet, zoals die gold tot 1 januari 2007, als bedoeld in  artikel 48 onderdeel b van de Wet inrichting landelijk gebied, als  bedoeld in artikel 81 van de Reconstructiewet Midden-Delfland, als  bedoeld in artikel 85 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de  Gronings-Drentse Veenkoloniën of als bedoeld in artikel 62 van de  Reconstructiewet concentratiegebieden;</al></li><li nr="aa."><al> verdunningsfactor:  quotiënt van de oppervlakte van de grond verkregen door hemelsbreed een  lijn te trekken om de buitenste hoeken van de buitenste terreinen  waarvoor subsidie wordt aangevraagd en de totale oppervlakte van de in  dat gebied gelegen terreinen waarvoor subsidie wordt aangevraagd.</al></li><li nr="ab."><al> verzamelaanvraag: een aanvraag als bedoeld in artikel 17, eerste lid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Voor de toepassing van deze  regeling wordt onder ‘terrein’ mede verstaan: samenstel van terreinen  dat door een beheerder als een geheel wordt beheerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen  aan beheerders en aan anderen dan beheerders als bedoeld in artikel 5  ter bevordering van de duurzame ontwikkeling en instandhouding van  bossen en natuurterreinen, mede met het oog op de recreatieve functie  daarvan, wegens de waardedaling als gevolg van de omzetting van  landbouwgronden naar natuur en bos, alsmede ter bevordering van de  duurzame instandhouding van landschappelijke elementen op aanvraag  subsidie verstrekken ten behoeve van:
    </al><lijst><li nr="a."><al> de instandhouding van basis- of pluspakketten, opgenomen in de bijlagen 12 tot en met 41;</al></li><li nr="b."><al> de functieverandering van landbouwgronden naar natuur en bos door de ontwikkeling van basis- of pluspakketten.</al></li><li nr="c."><al> de ontwikkeling  en omvorming van basis- of pluspakketten, onderscheidenlijk de aanleg of  het herstel van landschapspakketten, door middel van maatregelen met  een eenmalig karakter, die rechtstreeks en direct de fysieke condities  of kenmerken van de desbetreffende terreinen wijzigen, of door middel  van beheer, zonder welke wijzigingen en beheer de daarop volgende  instandhouding van basis- of pluspakketten, onderscheidenlijk  landschapspakketten, niet mogelijk is;</al></li><li nr="d."><al> de instandhouding van het recreatiepakket, opgenomen in bijlage 58, of</al></li><li nr="e."><al> de instandhouding van landschapspakketten, opgenomen in de bijlagen 42 tot en met 56.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Subsidie wordt niet verstrekt aan:
    </al><lijst><li nr="a."><al> andere  publiekrechtelijke rechtspersonen dan aan gemeenten en aan  samenwerkingsverbanden als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke  regelingen voorzover aan die samenwerkingsverbanden in meerderheid  gemeenten deelnemen;</al></li><li nr="b."><al> rechtspersonen die als doelstelling de winning van drink- of industriewater hebben, noch</al></li><li nr="c."><al> privaatrechtelijke  rechtspersonen die kennelijk zijn opgericht ten behoeve van het beheer  van grond of water, waarvan de eigendom geheel of ten dele berust bij de  in de onderdelen a en b bedoelde rechtspersonen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Aan gemeenten of  samenwerkingsverbanden als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, kan  subsidie worden verstrekt overeenkomstig de hoofdstukken 4 en 6, met  dien verstande dat het desbetreffende terrein overeenkomstig zijn  functie in een goedgekeurd bestemmingsplan is bestemd en gedurende het  tijdvak waarvoor subsidie is verleend, deze bestemming niet wordt  gewijzigd en dat de beschikking tot subsidieverlening vergezeld gaat van  een overeenkomst ertoe strekkende dat alvorens een recht tot eigendom  van het terrein gedurende de periode waarover subsidie wordt verleend  aan anderen wordt aangeboden, de provincie als eerste in de gelegenheid  wordt gesteld dit recht te verwerven.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><al>Voorzover voor  dezelfde of vergelijkbare doeleinden eveneens subsidie wordt verstrekt  door Gedeputeerde Staten of andere overheidsorganen en hierdoor het  totaal van de overheidsbijdrage meer bedraagt dan de desbetreffende  beheersbijdrage opgenomen in de desbetreffende bijlage dan wel,  voorzover het inrichtingssubsidie betreft, meer bedraagt dan 95% van de  werkelijke kosten, wordt de subsidie op grond van deze regeling zoveel  lager vastgesteld dat het totaal van de overheidsbijdragen die  beheersbijdrage, onderscheidenlijk die 95%, niet overstijgt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Subsidie aan anderen dan beheerders kan worden verstrekt indien op het tijdstip van indiening van de subsidieaanvraag:
    </al><lijst><li nr="a."><al> tussen de beheerder en de subsidieaanvrager een schriftelijke overeenkomst tot stand is gekomen, bij welke overeenkomst:
        </al><lijst><li nr="1."><al> de  subsidieaanvrager het recht op uitbetaling van subsidies en voorschotten  uit hoofde van deze regeling, betrekking hebbend op het desbetreffende  terrein, bij voorbaat aan de beheerder overdraagt, en</al></li><li nr="2."><al> de  beheerder zich bij voorbaat verbindt tot de nakoming van de  verplichtingen waartoe de subsidieaanvrager uit hoofde van deze regeling  met betrekking tot het desbetreffende terrein gehouden is, zolang de  beheerder beschikt over het recht tot gebruik en beheer van het  desbetreffende terrein, alsmede zich verbindt, bij overdracht van het  desbetreffende gebruiksrecht aan een ander dan het bureau beheer  landbouwgronden of de provincie, van de verkrijger daarvan te bedingen  dat deze, vanaf het moment van verkrijging, de in deze volzin bedoelde  verplichtingen zal nakomen en zulks ook van zijn rechtsopvolger zal  bedingen, en</al></li></lijst></li><li nr="b."><al> de beheerder  jegens de Provincie Noord-Brabant schriftelijk heeft verklaard borg te  staan voor de terugbetaling van onverschuldigd betaalde subsidies en  voorschotten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Bij het aangaan van een  overeenkomst als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en het geven  van een schriftelijke verklaring als bedoeld in het eerste lid,  onderdeel b, wordt gebruik gemaakt van het model, opgenomen in bijlage  63 van deze regeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Provinciale Staten stellen  voor ieder begrotingsjaar een subsidieplafond vast voor de te  verstrekken subsidies, bedoeld in artikel 2. Zij kunnen daarbij voor de  in dat artikel onderscheiden subsidies, voor de verschillende  maatregelen, bedoeld in artikel 2, onderdelen c en d, alsmede per  natuurgebied, en voor de verschillende pakketten of voor verschillende  categorieën subsidieaanvragen verschillende subsidieplafonds  vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Provinciale Staten stellen  tevens voor ieder begrotingsjaar met inachtneming van de  subsidieplafonds, bedoeld in het eerste lid, afzonderlijk  subsidieplafonds vast voor subsidie die wordt verstrekt ten behoeve van  terreinen waarop de in het natuurgebiedsplan opgenomen doelstellingen,  als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel b, worden ontwikkeld,  onderscheidenlijk in stand gehouden en waarvoor eveneens subsidie  functieverandering wordt verstrekt. Gedeputeerde Staten houden daarbij  rekening met alle reeds aangegane verplichtingen</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Gedeputeerde Staten  verdelen de beschikbare bedragen naar de datum van ontvangst van de  subsidieaanvragen. Bij gelijktijdige datum van ontvangst van de  subsidieaanvragen wordt de volgorde van behandeling bepaald door loting.  Als datum van ontvangst wordt aangemerkt de datum waarop de aanvraag  volledig is ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Provinciale Staten kunnen  voor de verschillende subsidies en voor de verschillende basis-, plus-,  landschaps- en recreatiepakketten of voor verschillende categorieën  subsidieaanvragers, verschillende aanvraagperioden instellen.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Aanvragen worden alleen  voor die subsidies en basis-, plus-, landschaps-, of recreatiepakketten  of categorieën subsidieaanvragers in behandeling genomen, waarvoor een  aanvraagperiode als bedoeld in het vijfde lid is ingesteld.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Voor aanvragen wordt gebruik gemaakt van een daartoe vastgesteld aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> Aanvragen tot  subsidieverlening worden beoordeeld aan de hand van natuurgebiedsplannen  zoals deze door Gedeputeerde Staten zijn vastgesteld en van kracht zijn  uiterlijk 25 dagen voor openstelling van de desbetreffende  aanvraagperiode.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7</titel></kop><al>De beheersbijdragen en de recreatiebijdrage van basispakketten,  pluspakketten, landschapspakketten en het recreatiepakket en het  maximumbedrag aan inrichtingssubsidie worden jaarlijks door Gedeputeerde  Staten vastgesteld, gebaseerd op de grondslagen bedoeld in artikel 9.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8</titel></kop><al>Indien  beheerssubsidie, onderscheidenlijk inrichtingssubsidie, wordt  aangevraagd door een beheerder aan wie, voorafgaand aan de aanvraag,  reeds subsidie functieverandering, en beheerssubsidie, onderscheidenlijk  inrichtingssubsidie, op grond van deze regeling is verstrekt, wordt  beheerssubsidie, onderscheidenlijk inrichtingssubsidie, bij voorrang  verstrekt, indien hij:</al><lijst><li nr="a."><al> beheerssubsidie,  onderscheidenlijk inrichtingssubsidie, aanvraagt voor een basis- of  pluspakket dat is opgenomen in het natuurgebiedsplan;</al></li><li nr="b."><al> beheerssubsidie,  onderscheidenlijk inrichtingssubsidie aanvraagt voor een basis- of  pluspakket opgenomen in de bijlagen 20 en 38 ten behoeve van een terrein  dat niet is gelegen in een natuurgebied</al></li><li nr="c."><al> de ontwikkeling van een in het natuurgebiedsplan opgenomen basis- of pluspakket mogelijk maakt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9</titel></kop><al>Bij het vaststellen  van de beheersbijdrage of recreatiebijdrage van een basispakket,  pluspakket, recreatiepakket of landschapspakket als bedoeld in artikel 7  wordt rekening gehouden met de volgende grondslagen:</al><lijst><li nr="a."><al> vorm van exploitatie;</al></li><li nr="b."><al> aan het beheer gerelateerde overheadkosten en</al></li><li nr="c."><al> direct aan het beheer  toe te rekenen kosten, zoals kosten voor personeel, materieel,  monitoring en toezicht, verminderd met opbrengsten die direct met het  produceren van het pakket verband houden en </al></li><li nr="d."><al> in voorkomende gevallen, transactiekosten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Subsidie wordt niet  verstrekt aan beheerders ter voldoening aan verplichtingen die op grond  van enig ander wettelijk voorschrift zijn voorgeschreven.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Subsidie wordt niet verstrekt indien de subsidie minder dan EUR 170 per    jaar bedraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11</titel></kop><al>Indien de aanvrager in een jaar opzettelijk  een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening op grond van deze regeling  of de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 van de Minister heeft  ingediend, wordt geen subsidie verstrekt voor het daaropvolgende jaar.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen  beleidsregels vaststellen met betrekking tot het aantal van een planten-  en diersoort, bedoeld in de onderscheidene basis-, plus- en  landschapspakketten per oppervlaktemaat en de spreiding van de  betreffende soort binnen de beheerseenheid, onderscheidenlijk de  oppervlaktemaat.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Beleidsregels als bedoeld in het eerste lid worden als bijlage bij deze regeling opgenomen.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 Begrenzing van natuur- en ruilgebieden</titel></kop><paragraaf><kop><titel>.</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 13</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Ten behoeve van de  uitvoering van deze regeling worden natuurgebieden begrensd met de  vaststelling van natuurgebiedsplannen, die in ieder geval bevatten:
    </al><lijst><li nr="a."><al> een kaart met een topografische ondergrond op ten hoogste schaal 1 : 25.000, waarin de grenzen van het natuurgebied zijn opgenomen;</al></li><li nr="b."><al> een omschrijving van de in het natuurgebied nagestreefde doelstellingen op het gebied van natuur en bos;</al></li><li nr="c."><al> de in het desbetreffende natuurgebied om te vormen of te ontwikkelen basis- of pluspakketten;</al></li><li nr="d."><al> de in het desbetreffende natuurgebied aan te leggen, te herstellen of in stand te houden landschapspakketten;</al></li><li nr="e."><al> het aantal  hectares ten behoeve waarvan in het natuurgebied beheerssubsidie kan  worden verleend op grond van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer  van de provincie Noord-Brabant;</al></li><li nr="f."><al> een aanduiding  waar verwerving van in het natuurgebied gelegen landbouwgronden of  andere gronden met het oog op natuurontwikkeling, ten behoeve van een  instelling als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Regeling  subsidies particuliere terreinbeherende natuurbeschermings-organisaties,  dan wel ten behoeve van Staatsbosbeheer niet uitsluitend wordt  nagestreefd, en</al></li><li nr="g."><al> een aanduiding  waar verwerving van in het natuurgebied gelegen landbouwgronden of  andere gronden met het oog op natuurontwikkeling, uitsluitend wordt  nagestreefd ten behoeve van een instelling als bedoeld in artikel 3,  eerste lid, van de Regeling subsidies particuliere terreinbeherende  natuurbeschermingsorganisaties of ten behoeve van Staatsbosbeheer dan  wel ten behoeve van een instelling als bedoeld in artikel 3, tweede lid,  van die regeling, doch ten aanzien van deze laatstbedoelde instellingen  slechts voorzover die gronden zijn gelegen in een door de minister  goedgekeurd begrenzingenplan als bedoeld in het derde lid van dat  artikel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Bij een aanduiding als  bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, kan worden vastgesteld in welke  mate subsidies als bedoeld in artikel 2 ten behoeve van de ontwikkeling  of omvorming van basis- of pluspakketten slechts aan instellingen als  bedoeld in die onderdelen kunnen worden verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> In het natuurgebiedsplan  kan een ruilgebied worden begrensd waarvan de grenzen op de in het  eerste lid, onderdeel a, bedoelde kaart zijn opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Voor zover in  natuurgebiedsplannen quota zijn opgenomen wordt met deze quota geen  rekening gehouden bij de beoordeling van subsidieaanvragen.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Voor zover  natuurgebiedsplannen voorzien in het aanleggen, herstellen of in stand  houden van het landschapspakket dat is opgenomen in bijlage 42 kan in  het desbetreffende natuurgebied tevens het landschapspakket dat is  opgenomen in bijlage 43 worden aangelegd, hersteld of in stand gehouden.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Natuurgebiedsplannen worden vastgesteld en gewijzigd bij besluit van Gedeputeerde Staten.</al></li><li nr="2."><al> Op de voorbereiding  van een besluit tot vaststelling of wijziging van een natuurgebiedsplan  is de in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde  procedure van toepassing.</al></li></lijst><al> </al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel><vet>Hoofdstuk 3 Aanvragen van subsidie </vet></titel></kop><paragraaf><kop><titel><vet>.</vet></titel></kop><artikel><kop><titel> Artikel 15</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Aanvragen tot  subsidieverlening uit hoofde van deze regeling worden ingediend bij de  directeur van de Dienst Regelingen met gebruikmaking van een daartoe  bestemd aanvraagformulier dat verkrijgbaar is bij de directeur van de  Dienst Regelingen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In de aanvraag tot subsidieverlening wordt in ieder geval aangegeven:
    </al><lijst><li nr=""><al>a. welk basis-,  plus-, landschaps- of recreatiepakket, onderscheidenlijk welke basis-,  plus-, landschaps- of recreatiepakketten, de aanvraag betreft;</al></li><li nr=""><al>b. of er sprake is van inrichtingssubsidie;</al></li><li nr=""><al>c. of er sprake is van subsidie functieverandering;</al></li><li nr=""><al>d. of er sprake is van landschapssubsidie;</al></li><li nr=""><al>e. of de subsidieaanvrager beheerder is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Tegelijkertijd met de  aanvraag kan een verzoek tot ontheffing van de verplichting als bedoeld  in artikel 29, eerste lid, onderdeel c, worden ingediend op grond van  zwaarwegende natuurwetenschappelijke belangen, bescherming van de  persoonlijke levenssfeer, en de aard van het terrein.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Gedeputeerde Staten  beslissen binnen 45 weken op de aanvraag. De beslissing kan eenmaal met  ten hoogste 7 weken worden verdaagd.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Indien de aanvraag  een perceel of percelen betreft welke tevens zijn gelegen op het  grondgebied van een andere provincie, zal slechts subsidie kunnen worden  toegekend voor dat gedeelte van het perceel of percelen dat is gelegen  op het grondgebid van de provincie Noord-Brabant. Voor het overige  gedeelte van de aanvraag dient bij de desbetreffende provincie een  nieuwe aanvraag in te worden gediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De aanvraag tot  subsidieverlening gaat in ieder geval vergezeld van één of meer  topografische kaarten met een schaal van 1:10.000 waarop de grenzen van  het voor subsidie in aanmerking gebrachte terrein is aangegeven, de in  dat terrein gelegen wegen, vaarwegen, waterlopen en paden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien de aanvraag  betrekking heeft op meerdere basis-, plus-, landschaps- of  recreatiepakketten binnen een terrein worden op de topografische kaart,  bedoeld in het eerste lid, tevens de grenzen aangegeven waar de  verschillende basis-, plus-, landschaps- of recreatiepakketten waarvoor  subsidie wordt aangevraagd, zullen worden in stand gehouden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien de aanvraag  betrekking heeft op een of meer pluspakketten, opgenomen in de bijlagen  22 tot en met 31 en 33, gaat deze vergezeld van een kaart waarop ten  minste één waarnemingslocatie per soort per gridcel is aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Indien subsidie wordt  aangevraagd op grond van artikel 5, gaat de aanvraag tot  subsidieverlening tevens vergezeld van de met betrekking tot het  desbetreffende terrein tot stand gekomen overeenkomst, bedoeld in  artikel 5, eerste lid, onderdeel a, alsmede van de met betrekking tot  die grond of dat water opgestelde verklaring, bedoeld in artikel 5,  eerste lid, onderdeel b.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een verzamelaanvraag voldoet aan de volgende voorschriften:
    </al><lijst><li nr="a."><al> de aanvraag en de  daarbij behorende kaarten worden digitaal ingediend, met gebruikmaking  van een daartoe bestemd aanvraagformulier dat verkrijgbaar is bij de  directeur van de Dienst Regelingen en dat volledig is ingevuld  overeenkomstig de daarbij aangegeven wijze;</al></li><li nr="b."><al> de aanvraag heeft betrekking op ten minste 400 hectare;</al></li><li nr="c."><al> de aanvraag gaat  vergezeld van een protocol dat is opgesteld overeenkomstig de  voorschriften die zijn opgenomen in bijlage 66, en</al></li><li nr="d."><al> de aanvraag gaat  vergezeld van een verklaring, overeenkomstig een door de directeur van  de Dienst Regelingen te verstrekken model, van een  accountant-administratieconsulent of registeraccountant als bedoeld in  artikel 2:393, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, waaruit blijkt  ten behoeve van welke beheerder of beheerders subsidie wordt  aangevraagd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Ingeval de aanvraag,  bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend vóór 1 januari 2009, wordt,  in afwijking van het eerste lid, onderdeel c, het protocol uiterlijk op  31 december 2008 ingediend bij de directeur van de Dienst Regelingen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Artikel 16, vierde lid, is niet van toepassing op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18</titel></kop><al>Indien er met  betrekking tot een terrein meer beheerders zijn, kan door hen  gezamenlijk een aanvraag worden ingediend, welke aanvraag, onverminderd  de artikelen 15 en 16, vergezeld gaat van een tussen hen gesloten  overeenkomst waaruit blijkt dat zij genoegzaam en duurzaam samenwerken  inzake het beheer van dat terrein.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Subsidie wordt niet  verstrekt aan een beheerder indien in de twee jaar voorafgaande aan de  aanvraag voor subsidieverlening een verzoek tot intrekking van een  subsidieverlening op grond van deze regeling of de Subsidieregeling  natuurbeheer 2000 van de minister, voor de desbetreffende beheerseenheid  door de beheerder is ingediend en dit verzoek is gehonoreerd.</al></li><li nr="2."><al> In afwijking van het eerste  lid kan een subsidie worden verstrekt aan een beheerder, die conform  een aanduiding als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdelen f of g,  de desbetreffende beheerseenheid in de twee jaar voorafgaande aan de  aanvraag heeft verworven, aan wie een inrichtingssubsidie is verleend of  die een aanvraag als bedoeld in artikel 17 heeft ingediend.</al></li></lijst><al> </al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4 Beheerssubsidie </titel></kop><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 1 Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 20</titel></kop><al>Beheerssubsidie wordt verstrekt voor een tijdvak.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Per terrein kan voor één of  meerdere basis- of pluspakketten opgenomen in de bijlagen 12 tot en met  41 beheerssubsidie worden verleend, met dien verstande dat in het  terrein niet meerdere basis- of pluspakketten op dezelfde oppervlakte  kunnen worden in stand gehouden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Onverminderd het eerste  lid, kunnen de landschapspakketten opgenomen in de bijlagen 43, 46, 48  tot en met 50 en 56 op dezelfde oppervlakte worden in stand gehouden als  de basis- of pluspakketten opgenomen in de bijlagen 12 tot en met 41 en  43.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22</titel></kop><al>Beheerssubsidie ten behoeve van een terrein wordt verstrekt met het  oog op de instandhouding van een of meerdere basis- of pluspakketten die  op het tijdstip van indiening van de aanvraag voor beheerssubsidie op  het terrein zijn ontwikkeld.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23</titel></kop><al>Beheerssubsidie wordt niet verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al> voor de  instandhouding van een basis- of pluspakket op een beheerseenheid  waarvan de oppervlakte niet ten minste overeenkomt met het aantal  hectares dat is opgenomen als minimumoppervlakte in de bijlage waarin  het desbetreffende basis- of pluspakket is vermeld;</al></li><li nr="b."><al> aan Staatsbosbeheer;</al></li><li nr="c."><al> ten behoeve van terreinen waarop verplichtingen van toepassing zijn op grond van:
    </al><lijst><li nr="1."><al> de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van de minister</al></li><li nr="2."><al> de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer Noord-Brabant.</al></li><li nr="3."><al> de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 van de minister</al></li><li nr="4."><al> de Beschikking beheersovereenkomsten 1983;</al></li><li nr="5."><al> de Regeling beheersovereenkomsten 1988;</al></li><li nr="6."><al> de Regeling beheersovereenkomsten 1993;</al></li><li nr="7."><al> de Regeling beheersovereenkomsten en natuurontwikkeling;</al></li><li nr="8."><al> de regeling stimulering bosuitbreiding op landbouwgronden;</al></li><li nr="9."><al> de Regeling functiebeloning bos en natuurterreinen,</al></li><li nr="10."><al> de Beschikking ter zake het uit productie nemen van bouwland, of</al></li><li nr="11."><al> de Beschikking bijdragen probleemgebieden. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 24</titel></kop><al>In afwijking van  artikel 23, onderdeel a, kan beheerssubsidie worden verstrekt voor de  instandhouding van een basis- of pluspakket op een beheerseenheid  waarvan de oppervlakte kleiner is dan het aantal hectares dat is  opgenomen als minimumoppervlakte in de bijlage waarin het desbetreffende  basis- of pluspakket is vermeld, ingeval sprake is van een aanvraag als  bedoeld in artikel 17.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 25</titel></kop><al>Beheerssubsidie wordt  niet verstrekt indien voor de desbetreffende beheerseenheid voor de  instandhouding van een basis- of pluspakket bijdragen worden genoten  door tussenkomst van een subsidieaanvrager als bedoeld in artikel 5.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 26</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Indien op het terrein een  basis- of pluspakket in stand wordt gehouden, bedraagt de  beheerssubsidie per tijdvak het bedrag dat wordt gevormd door de  vermenigvuldiging van de beheersbijdrage opgenomen in de bijlage van het  desbetreffende basis- of pluspakket met het getal zes en het aantal  hectares waarvoor beheerssubsidie wordt verleend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien op het terrein  meerdere basis- of pluspakketten in stand worden gehouden, bedraagt de  beheerssubsidie de som van de beheersbijdragen die worden gevormd door  de vermenigvuldiging van de beheersbijdragen opgenomen in de bijlagen  van elk van de onderscheiden basis- of pluspakketten met het getal zes  en het aantal hectares per basis- of pluspakket waarvoor beheerssubsidie  wordt verleend.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 2 De subsidieverlening</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 27</titel></kop><al>Indien  beheerssubsidie wordt verleend voor de instandhouding van een of  meerdere basis-of pluspakketten op een terrein, vermeldt de beschikking  tot subsidieverlening in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al> de ligging en grootte van het terrein;</al></li><li nr="b."><al> het doel,  onderscheidenlijk de doelen, van de beheerssubsidie, bestaande uit het  gedurende het tijdvak in stand houden van het natuurresultaat beschreven  in onderdeel 1 van het desbetreffende basis- of pluspakket,  onderscheidenlijk de desbetreffende basis-of pluspakketten;</al></li><li nr="c."><al> de mate waarin het terrein dient te worden opengesteld voor publiek;</al></li><li nr="d."><al> de datum waarop het tijdvak waarover beheerssubsidie wordt verleend, aanvangt, en</al></li><li nr="e."><al> de beheersbijdrage,  onderscheidenlijk de beheersbijdragen, en de berekening op basis waarvan  het bedrag van de beheerssubsidie zal worden vastgesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 28</titel></kop><al>De datum, bedoeld in  artikel 27, onderdeel d, waarop het tijdvak waarover beheerssubsidie  wordt verleend aanvangt, kan uitsluitend de eerste dag van de  onderscheiden maanden zijn.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 3 Voorwaarden en verplichtingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 29</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De subsidieontvanger is verplicht:
    </al><lijst><li nr="a."><al> het in de  beschikking tot subsidieverlening vermelde doel onderscheidenlijk  doelen, bedoeld in artikel 27, onderdeel b, te realiseren;</al></li><li nr="b."><al> de in het  betreffende basis- of pluspakket, onderscheidenlijk betreffende basis-  of pluspakketten,opgenomen beheersvoorschriften te treffen of na te  leven die zijn vermeld in de bijlage waarin dat basis- of pluspakket is,  onderscheidenlijk die basis- of pluspakketten zijn opgenomen;</al></li><li nr="c."><al> het terrein ten  minste 358 dagen per jaar kosteloos van zonsopgang tot zonsondergang  open te stellen, toegankelijk te houden en de openstelling kenbaar te  maken door middel van borden;</al></li><li nr="d."><al> het terrein niet  te bemesten tenzij voor het beheer als bedoeld in de bijlagen 15, 19, 28  of 29 toepassing van ruige mest of kalk noodzakelijk is;</al></li><li nr="e."><al> de bestaande waterhuishouding van het terrein te handhaven;</al></li><li nr="f."><al> het reliëf van het terrein te handhaven;</al></li><li nr="g."><al> geen chemische  onkruidbestrijding toe te passen, tenzij voor het beheer een  pleksgewijze stobbenbehandeling met glyfosaat van Amerikaanse vogelkers,  Amerikaanse eik of Robinia noodzakelijk is;</al></li><li nr="h."><al> in geval van beweiding of begrazing geen hogere veebezetting toe te passen dan 1,5 GVE op enig moment per hectare;</al></li><li nr="i."><al> in het terrein  aanwezige paden, wegen, vaarwegen en waterlopen niet te verwijderen of  te wijzigen en deze voldoende toegankelijk te houden;</al></li><li nr="j."><al> van  omstandigheden als gevolg waarvan het redelijkerwijs niet mogelijk is te  voldoen aan de verplichting, bedoeld in de onderdelen a of b binnen  twee weken nadat de subsidieontvanger daarvan redelijkerwijs op de  hoogte kan zijn aan de directeur van de Dienst Regelingen schriftelijk  melding te doen;</al></li><li nr="k."><al> uiterlijk drie  maanden nadat gehele of gedeeltelijke overdracht van de bevoegdheid tot  gebruik en beheer van het betrokken terrein plaatsvindt, dit  schriftelijk te melden aan de directeur van de Dienst Regelingen, en</al></li><li nr="l."><al> ingeval aan hem  subsidie is verstrekt naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in  artikel 17 zich te houden aan het protocol, bedoeld in het eerste lid,  onderdeel c van dat artikel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De verplichtingen, bedoeld  in het eerste lid, onderdelen d tot en met i, gelden voor de periode  waarover beheerssubsidie is verleend, met dien verstande dat zij niet  gelden voorzover dit in de beschikking tot verlening van  beheerssubsidie, dan wel in het basis- of pluspakket anders is bepaald.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4 Voorschotten</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 30</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde Staten  verstrekken binnen acht weken na afloop van het eerste jaar van het  tijdvak een voorschot en vervolgens telkens ten minste een jaar later.  De hoogte van de voorschot komt overeen met de jaarlijkse  beheersbijdrage van elk van de basis- of pluspakketten waarvoor ten  behoeve van het desbetreffende terrein voor dat tijdvak subsidie wordt  verleend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In afwijking van het eerste  lid wordt in een jaar het voorschot verminderd met 100% als de  beheerder in de twee jaar voorafgaande aan de verstrekking van het  voorschot op enig moment niet heeft voldaan aan de verplichtingen,  bedoeld in artikel 29, onderdelen b tot en met l, of enig ander  voorschrift in de beschikking tot subsidieverlening niet heeft  nageleefd, tenzij de aard en de ernst van het niet-nakomen van de  genoemde verplichtingen aanleiding geven tot vermindering met een lager  percentage.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Per terrein kunnen per tijdvak ten hoogste vijf voorschotten worden verstrekt.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 5 Subsidievaststelling</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 31</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Telkens binnen 8 weken na  afloop van een tijdvak dient de ontvanger van beheerssubsidie voor het  desbetreffende terrein een aanvraag tot subsidievaststelling over dat  tijdvak in bij de directeur van de Dienst Regelingen met gebruikmaking  van een daartoe bestemd aanvraagformulier dat verkrijgbaar is bij de  directeur van de Dienst Regelingen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Een subsidieontvanger aan wie subsidie is verleend op grond van een aanvraag  als bedoeld in artikel 17, verstrekt bij de aanvraag, bedoeld in het  eerste lid, een verklaring, overeenkomstig een door de directeur van de  Dienst Regelingen te verstrekken model, van een accountant-administratieconsulent  of registeraccountant als bedoeld in artikel 2:393, eerste lid, van het  Burgerlijk Wetboek, waaruit blijkt ten behoeve van welke beheerder of  beheerders de subsidie is ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De ontvanger van  beheerssubsidie geeft in de aanvraag aan in hoeverre het doel, bedoeld  in artikel 27, onderdeel b, is gerealiseerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 32</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde Staten stellen  na ontvangst van de in artikel 31 bedoelde aanvraag de beheerssubsidie  telkens vast binnen 13 weken. Deze beslissing kan eenmaal met ten  hoogste 13 weken worden verdaagd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De beheerssubsidie wordt vastgesteld overeenkomstig het bedrag dat bij de beschikking tot subsidieverlening is bepaald</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 33</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De subsidie per basis- of  pluspakket wordt vastgesteld op het bedrag dat uit de subsidieverlening  voor het desbetreffende terrein voortvloeit, verminderd met:
    </al><lijst><li nr="a."><al> 100%, indien niet  is voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 29, eerste lid,  onderdelen a of b, tenzij de aard en de ernst van de het niet-nakomen  van de genoemde verplichting aanleiding geven tot vermindering met een  lager percentage;</al></li><li nr="b."><al> 100% indien,  voorzover van toepassing, niet is voldaan aan de verplichting, bedoeld  in artikel 29, eerste lid, onderdelen c tot en met i en l, tenzij de  aard en de ernst van het niet-nakomen van de genoemde verplichtingen  aanleiding geven tot vermindering met een lager percentage, en</al></li><li nr="c."><al> 5%, indien niet is voldaan aan de verplichting, bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdeel j, onderscheidenlijk onderdeel k.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In afwijking van het eerste lid wordt de subsidie vastgesteld op:
    </al><lijst><li nr="a."><al> de  beheersbijdrage, verminderd met 15% indien niet is voldaan aan de  verplichting, bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdeel a, maar wel  is voldaan aan de verplichting, bedoeld in artikel 29, eerste lid,  onderdeel b, ingeval voor een terrein bij aanvang van een tijdvak  subsidie is verleend voor een basispakket;</al></li><li nr="b."><al> de beheersbijdrage van  het corresponderende basispakket, verminderd met 10%, indien niet is  voldaan aan de voorwaarden van het desbetreffende pluspakket, maar wel  is voldaan aan de voorwaarden van het corresponderende basispakket,  ingeval voor een terrein bij aanvang van een tijdvak subsidie is  verleend voor een pluspakket; of</al></li><li nr="c."><al> de  beheersbijdrage van het in bijlage 34 opgenomen pluspakket soortenrijk  weidevogelgrasland, verminderd met 10%, indien niet is voldaan aan de  voorwaarden van het in bijlage 35 opgenomen pluspakket zeer soortenrijk  weidevogelgrasland, maar wel is voldaan aan de voorwaarden van het in  bijlage 34 opgenomen pluspakket soortenrijk weidevogelgrasland, ingeval  bij aanvang van een tijdvak subsidie is verleend voor het pluspakket,  opgenomen in bijlage 35.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De verminderingen, bedoeld  in het eerste lid, onderdeel a en tweede lid, onderdelen a tot en met c,  worden niet toegepast voorzover niet is voldaan aan de verplichting,  bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdelen a en b, ten gevolge van  overmacht.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De verminderingen bedoeld  in het eerste en tweede lid, worden voorts niet toegepast ten aanzien  van dat deel van die verminderingen dat het bedrag van de  beheerssubsidie te boven gaat.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Indien niet wordt voldaan  aan de verplichting, opgenomen in artikel 31, eerste lid, wordt  behoudens overmacht, de subsidie per basis- of pluspakket 15% lager  vastgesteld, tenzij de aard en ernst van het niet-nakomen van de  genoemde verplichting aanleiding geven tot vermindering met een lager  percentage.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 34</titel></kop><al>Indien de subsidieontvanger overeenkomstig deze regeling verplicht is  fysieke en administratieve controles door aangewezen toezichthouders of  bevoegde controleurs toe te laten en door toedoen van de  subsidieontvanger of zijn vertegenwoordiger kunnen een of meer controles  niet plaatsvinden, wordt, behoudens overmacht, de subsidieverlening of  -vaststelling ingetrokken.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5 Subsidie functieverandering</titel></kop><paragraaf><kop><titel>.</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 35</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Subsidie functieverandering wordt verstrekt ten behoeve van de omvorming van landbouwgronden in bos en natuurterrein.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Subsidie functieverandering  wordt niet verstrekt ten behoeve van het beheer van terreinen in  eigendom van een publiekrechtelijke rechtspersoon, tenzij die  publiekrechtelijke rechtspersoon het terrein in gebruik heeft gegeven  aan een ander, niet zijnde een publiekrechtelijke rechtspersoon, op  basis van een erfpachtovereenkomst met een duur van ten minste 25 jaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 36</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Subsidie functieverandering  wordt verstrekt ten behoeve van terreinen die zijn gelegen in  natuurgebieden voor de ontwikkeling van één of meerdere basis- of  pluspakketten die zijn opgenomen in een natuurgebiedsplan waarin het  desbetreffende natuurgebied is opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Subsidie functieverandering  wordt verstrekt ten behoeve van terreinen die niet zijn gelegen in  natuurgebieden ten behoeve van de ontwikkeling van een basis- of  pluspakket opgenomen in de bijlagen 20 en 38.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 37</titel></kop><al>Subsidie functieverandering wordt niet verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al> aan beheerders aan wie ten behoeve van de verwerving van het desbetreffende terrein subsidie is verstrekt, of</al></li><li nr="b."><al> voor terreinen waarvoor reeds eerder subsidie voor functieverandering werd verstrekt, of</al></li><li nr="c."><al> aan instellingen, als  bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Regeling subsidies  particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties, voorzover  de aanvraag betrekking heeft op een subsidie als bedoeld in artikel 36,  eerste lid,</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 38</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De subsidie voor  functieverandering wordt bepaald aan de hand van het bedrag waarmee het  desbetreffende terrein in waarde daalt als gevolg van de omvorming van  landbouwgrond in bos of natuurterrein.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde Staten bepalen  het bedrag, bedoeld in het eerste lid, aan de hand van een door de  Dienst landelijk gebied van het Ministerie van Landbouw, Natuur en  Voedselkwaliteit uitgevoerde taxatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 39</titel></kop><al>Indien subsidie functieverandering wordt verstrekt, vermeldt de beschikking tot subsidieverstrekking in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al> de ligging en de grootte van het terrein;</al></li><li nr="b."><al> het doel van de subsidie, bestaande uit de verplichting, bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel i;</al></li><li nr="c."><al> de datum waarop het tijdvak waarover subsidie functieverandering wordt      verstrekt, aanvangt, en</al></li><li nr="d."><al> het bedrag, bedoeld  in artikel 38, eerste lid, en de berekening op basis waarvan de subsidie  functieverandering wordt vastgesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 40</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Subsidie functieverandering  ten behoeve van de ontwikkeling van één of meerdere natuurdoelpakketten  op landbouwgrond wordt verstrekt onder de voorwaarde dat binnen 12  maanden na de datum van verzending of uitreiking van de beschikking tot  subsidieverstrekking:
    </al><lijst><li nr="a."><al> een overeenkomst tussen degene aan wie de grond toebehoort en de provincie, tot stand komt waarin is opgenomen:
        </al><lijst><li nr="i."><al>   de  verplichting van degene aan wie de grond toebehoort de desbetreffende  landbouwgrond niet te gebruiken of te doen gebruiken met het oog op de  uitoefening van de landbouw, en overigens datgene na te laten wat de  ontwikkeling of instandhouding van het betrokken basis- of pluspakket op  de desbetreffende grond in gevaar brengt of verstoort;</al></li><li nr="ii. "><al> dat die  verplichting zal overgaan op degenen die de grond onder bijzondere titel  zullen verkrijgen en dat mede gebonden zullen zijn degene die van de  rechthebbende een recht tot gebruik van het goed zullen verkrijgen, en</al></li><li nr="iii."><al> dat de overeenkomst zal worden ingeschreven in de openbare registers, en</al></li></lijst></li><li nr="b."><al> een overeenkomst  tot voorfinanciering tussen degene aan wie de grond toebehoort en het  Nationaal Groenfonds tot stand komt waarin is opgenomen:
        </al><lijst><li nr="i."><al> de  verplichting van degene aan wie de grond toebehoort het bedrag, bedoeld  in artikel 38, eerste lid, in zijn geheel te laten voorfinancieren door  het Nationaal Groenfonds, en</al></li><li nr="ii."><al> de  verplichting van het Nationaal Groenfonds het bedrag, bedoeld in artikel  38, eerste lid, in zijn geheel te betalen binnen 8 weken nadat zowel de  desbetreffende overeenkomst is ondertekend als de overeenkomst, bedoeld  in onderdeel a, is ingeschreven in de openbare registers.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De kosten voor de  inschrijving in de openbare registers van de overeenkomst, bedoeld in  het eerste lid, onderdeel a, alsmede de kosten die voortvloeien uit de  overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, komen voor  rekening van de provincie. Gedeputeerde Staten kunnen een model voor een  overeenkomst als bedoeld in het eerste of tweede lid vaststellen.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofstuk 6 Inrichtingssubsidie</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 1 Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 41</titel></kop><al>Inrichtingssubsidie wordt verstrekt voor de duur van ten hoogste een tijdvak.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 42</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Inrichtingssubsidie wordt verstrekt ten behoeve van terreinen gelegen in natuurgebieden voor zover:
    </al><lijst><li nr="a."><al> deze betrekking heeft op het, door middel van eenmalige maatregelen, rechtstreeks wijzigen van de fysieke condities of kenmerken van het desbetreffende terrein, gericht op behoud, omvorming of ontwikkeling van een of meerdere basis- of pluspakketten of landschapspakketten ten behoeve van behoud of realisering van een basis- of pluspakket of een landschapspakket voor zover dat in overeenstemming is met het desbetreffende natuurgebiedsplan of</al></li><li nr="b."><al> deze betrekking heeft op beheersmaatregelen die gericht zijn op de omvorming of ontwikkeling van een of meerdere basis- of pluspakketten of landschapspakketten ten behoeve van het realiseren van een basis- of pluspakket of een landschapspakket voor zover dat in overeenstemming is met het desbetreffende natuurgebiedsplan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Inrichtingssubsidie wordt verstrekt met het oog op de ontwikkeling van een basis- of pluspakket opgenomen in de bijlagen 20 en 38 ten behoeve van terreinen die niet zijn gelegen in natuurgebieden.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 43</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Inrichtingssubsidie wordt niet verstrekt ten behoeve van een terrein dat is gelegen in een natuurgebied aan andere beheerders dan instellingen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Regeling subsidies particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties voorzover dit in het desbetreffende natuurgebiedsplan op grond van artikel 13, tweede lid, is aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In de periode tussen de vaststelling van een landinrichtingsplan en de vaststelling van een plan van toedeling wordt aan instellingen, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Regeling subsidies particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties met betrekking tot een terrein dat is gelegen binnen een blok, zoals dat in het landinrichtingsplan is begrensd, geen inrichtingssubsidie verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 44</titel></kop><al>Inrichtingssubsidie wordt niet verstrekt voor de ontwikkeling of omvorming:</al><lijst><li nr="a."><al> van een basis- of pluspakket op een terrein waarvan de oppervlakte niet ten minste overeenkomt met het aantal hectares dat is opgenomen als minimumoppervlakte in de bijlage waarin het desbetreffende basis- of pluspakket is vermeld, tenzij het terrein grenst aan een ander terrein waar hetzelfde basis- of pluspakket in stand wordt gehouden en beide terreinen tezamen voldoen aan de eisen ten aanzien van de minimumoppervlakte, of</al></li><li nr="b."><al> van een landschapspakket voor een landschapselement waarvan de oppervlakte, de lengte of het aantal niet voldoet aan de eisen die met betrekking tot de oppervlakte, de lengte of het aantal zijn gesteld in de bijlage waarin het desbetreffende landschapspakket is vermeld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 45</titel></kop><al>Onverminderd artikel 41 wordt inrichtingssubsidie verstrekt overeenkomstig een inrichtingsplan waarin in ieder geval zijn opgenomen:</al><lijst><li nr="a."><al> de te treffen inrichtingsmaatregelen;</al></li><li nr="b."><al> een beschrijving van de uitgangssituatie;</al></li><li nr="c."><al> de oppervlakte waarop die maatregelen zullen worden uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al> de motivering voor het treffen van de maatregelen;</al></li><li nr="e."><al> de met die maatregelen beoogde situatie van het terrein;</al></li><li nr="f."><al> een gedetailleerde beschrijving van de in stand te houden, te verbeteren, aan te leggen, of te verwijderen wegen en paden;</al></li><li nr="g."><al> voorzover van toepassing, een tijdplanning voor het tijdvak waarvoor subsidie wordt verleend;</al></li><li nr="h."><al> de benodigde beheersmaatregelen;</al></li><li nr="i."><al> een gespecificeerde begroting;</al></li><li nr="j."><al> een opgave van de financieringswijze van de kosten, inclusief de financiële planning van de uitvoering, en</al></li><li nr="k."><al> een topografische kaart met een schaal van 1 : 10.000 waarop zo nodig is aangegeven waar de onderscheiden maatregelen zullen worden getroffen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 46</titel></kop><al>Tot de subsidiabele kosten behoren de kosten, inclusief BTW, voorzover verrekening niet mogelijk is, verband houdende met:</al><lijst><li nr="a."><al> het opstellen door derden van een inrichtingsplan;</al></li><li nr="b."><al> bebossing van een terrein, voorzover dit betrekking heeft op de ontwikkeling en daaropvolgende instandhouding van een basis- of pluspakket dat is vermeld in een van de bijlagen 20 en 38;</al></li><li nr="c."><al> maatregelen, gericht op wijziging van de waterhuishouding;</al></li><li nr="d."><al> grondverzet;</al></li><li nr="e."><al> maatregelen tot wijziging van de feitelijke bereikbaarheid van een terrein, waaronder in ieder geval is begrepen de aanleg of het herstel van wegen en paden;</al></li><li nr="f."><al> de verwijdering van opstallen;</al></li><li nr="g."><al> de verwijdering van begroeiing en beplanting, of</al></li><li nr="h."><al> overige maatregelen voorzover noodzakelijk in verband met de desbetreffende inrichting.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 47</titel></kop><al>Tot de subsidiabele beheersmaatregelen behoren in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al> waterhuishoudkundig beheer;</al></li><li nr="b."><al> begrazingsbeheer;</al></li><li nr="c."><al> maaien, of</al></li><li nr="d."><al> kappen of verwijderen van gewas of begroeiing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 48</titel></kop><al>Niet tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval de kosten, verband houdende met:</al><lijst><li nr="a."><al> de verwijdering van bodemverontreiniging of afval;</al></li><li nr="b."><al> de bouw van opstallen;</al></li><li nr="c."><al> de aanschaf van machines;</al></li><li nr="d."><al> de aanschaf van materialen, anders dan ten behoeve van het treffen van maatregelen als bedoeld in artikel 46;</al></li><li nr="e."><al> de aanschaf of plaatsing van recreatieve voorzieningen;</al></li><li nr="f."><al> de aanleg van parkeergelegenheid, of</al></li><li nr="g."><al> achterstallig onderhoud, tenzij subsidie functieverandering is verleend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 49</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Geen inrichtingssubsidie wordt verstrekt:
    </al><lijst><li nr="a."><al> voor kosten die zijn gemaakt, alvorens een beslissing op de aanvraag voor inrichtingssubsidie is genomen, behoudens de kosten, bedoeld in artikel 46, onderdeel a, of</al></li><li nr="b."><al> ten behoeve van maatregelen waarmee een aanvang is gemaakt, onderscheidenlijk die reeds zijn uitgevoerd, alvorens een beslissing op de aanvraag voor inrichtingssubsidie is genomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Ten behoeve van de inrichting van een terrein in eigendom van een publiekrechtelijke rechtspersoon anders dan een gemeente wordt geen inrichtingssubsidie verstrekt met geldmiddelen van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, tenzij die publiekrechtelijke rechtspersoon het terrein in gebruik heeft gegeven aan een ander, niet zijnde een publiekrechtelijke rechtspersoon, op basis van een erfpachtovereenkomst met een duur van ten minste 25 jaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 50</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Inrichtingssubsidie bedraagt 95% van de werkelijk gemaakte noodzakelijke subsidiabele kosten, met dien verstande dat geen vergoeding wordt verstrekt voor zover deze kosten meer bedragen dan een door Gedeputeerde Staten bij de subsidieverlening te bepalen maximumbedrag.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het bedrag aan inrichtingssubsidie als bedoeld in artikel 42, eerste lid, onderdeel a, dat ten hoogste kan worden verstrekt is opgenomen in bijlage 64 bij deze regeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 51</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen beleidsregels vaststellen met het oog op de toepassing van artikelen 45, 46, 47 en 50.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 2 Subsidieverlening</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 52</titel></kop><al>De subsidieverlening vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al> in hoeverre het inrichtingsplan in uitvoering kan worden genomen;</al></li><li nr="b."><al> het bedrag waarop de inrichtingssubsidie ten hoogste kan worden  vastgesteld, en</al></li><li nr="c."><al> de datum waarop de periode waarover inrichtingssubsidie wordt verleend aanvangt en eindigt.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 3 Verplichtingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 53</titel></kop><al>De subsidieontvanger is verplicht de maatregelen overeenkomstig het inrichtingsplan als bepaald bij de subsidieverlening uit te voeren en overeenkomstig de tijdsplanning, bedoeld in artikel 45, onderdeel g.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4 Voorschotten</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 54</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Op de inrichtingssubsidie kunnen Gedeputeerde Staten ten hoogste viermaal per jaar op aanvraag tot ten hoogste 95% voorschotten verlenen, met een minimum van EUR 2.500.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van de werkelijk gemaakte kosten.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De aanvraag tot voorschotverlening wordt ingediend bij de directeur van de Dienst Regelingen met gebruikmaking van een daartoe bestemd aanvraagformulier dat verkrijgbaar is bij de directeur van de Dienst Regelingen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Het voorschot wordt binnen acht weken na de voorschotverlening betaald.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 5 Subsidievaststelling</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 55</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ontvanger van inrichtingssubsidie dient binnen 8 weken na afloop van het tijdvak voor het desbetreffende terrein een aanvraag tot subsidievaststelling over dat tijdvak in bij de directeur van de Dienst Regelingen met gebruikmaking van een daartoe bestemd aanvraagformulier dat verkrijgbaar is bij de directeur van de Dienst Regelingen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van:
    </al><lijst><li nr="a."><al> een verklaring dat de maatregelen en, voorzover van toepassing, het beheer overeenkomstig de subsidieverlening zijn uitgevoerd, en</al></li><li nr="b."><al> een financiële verantwoording met betrekking tot de getroffen maatregelen, bestaande uit een rekening alsmede, indien de subsidieverlening een bedrag van EUR 25.000 te boven gaat, een verklaring, overeenkomstig een door de directeur van de Dienst Regelingen te verstrekken model, van een accountant-administratieconsulent of registeraccountant als bedoeld in artikel 2:393, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek waaruit blijkt dat de maatregelen zijn uitgevoerd overeenkomstig de beschikking tot verlening van inrichtingssubsidie.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 56</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen na ontvangst van de in artikel 55 bedoelde bescheiden de inrichtingssubsidie binnen 26 weken vast op grond van de werkelijk gemaakte kosten, zoals bepaald bij de subsidieverlening. Deze beslissing kan eenmaal met ten hoogste 13 weken worden verdaagd.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 7 Recreatiesubsidie</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 1 Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 57</titel></kop><al>Recreatiesubsidie  wordt uitsluitend verstrekt ten behoeve van de instandhouding van een  recreatiepakket ten aanzien van terreinen waarvoor tevens  beheerssubsidie wordt verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 58</titel></kop><al>Recreatiesubsidie  wordt niet verstrekt ten behoeve van het beheer van terreinen in  eigendom van een publiekrechtelijke rechtspersoon, tenzij die  publiekrechtelijke rechtspersoon het terrein in gebruik heeft gegeven  aan een ander, niet zijnde een publiekrechtelijke rechtspersoon, op  basis van een erfpachtovereenkomst met een duur van ten minste 25 jaar.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 59</titel></kop><al>Recreatiesubsidie  bedraagt per hectare per tijdvak het bedrag dat wordt gevormd door de  vermenigvuldiging van de recreatiebijdrage opgenomen in de bijlage van  het desbetreffende recreatiepakket met het getal zes.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 60</titel></kop><al>Recreatiesubsidie  wordt verstrekt voor een tijdvak dat begint op hetzelfde tijdstip als  het tijdvak waarvoor beheerssubsidie wordt verstrekt.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 2 De subsidieverlening</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 61</titel></kop><al>De beschikking tot verlening van recreatiesubsidie vermeldt in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al> de ligging en grootte van het terrein;</al></li><li nr="b."><al> het doel van de  recreatiesubsidie, bestaande uit het gedurende het tijdvak op het  terrein in stand houden van een recreatiepakket;</al></li><li nr="c."><al> de recreatiebijdrage op basis waarvan de recreatiesubsidie zal worden vastgesteld, en</al></li><li nr="d."><al> de datum waarop het tijdvak waarover recreatiesubsidie wordt verleend, aanvangt.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 3 Verplichtingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 62</titel></kop><al>De subsidieontvanger is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al> het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde doel, bedoeld in artikel 61, onderdeel b, te realiseren, en</al></li><li nr="b."><al> van omstandigheden  als gevolg waarvan het redelijkerwijs niet mogelijk is te voldoen aan de  verplichting, bedoeld in onderdeel a, binnen twee weken nadat de  subsidieontvanger daarvan redelijkerwijs op de hoogte kan zijn aan de  directeur van de Dienst Regelingen schriftelijk melding te doen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 63</titel></kop><al>De artikelen 21, 25, 28 tot en met 32 zijn van overeenkomstige toepassing.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 8 Landschapssubsidie</titel></kop><paragraaf><kop><titel>.</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 64</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Landschapssubsidie wordt verstrekt ten behoeve van terreinen gelegen in natuurgebieden voor de instandhouding van een landschapspakket dat is opgenomen in een natuurgebiedsplan waarin het desbetreffende natuurgebied is opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Onverminderd het eerste lid, wordt landschapssubsidie verstrekt ten behoeve van terreinen gelegen in bestaande bossen en natuurterreinen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Landschapssubsidie wordt niet verstrekt ten behoeve van het beheer van terreinen in eigendom van een publiekrechtelijke rechtspersoon, tenzij die publiekrechtelijke rechtspersoon het terrein in gebruik heeft gegeven aan een ander, niet zijnde een publiekrechtelijke rechtspersoon, op basis van een erfpachtovereenkomst met een duur van ten minste 25 jaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 65</titel></kop><al>Landschapssubsidie wordt verstrekt voor een tijdvak.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 66</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Indien op het terrein een landschapspakket in stand wordt gehouden, bedraagt de landschapssubsidie het bedrag per tijdvak dat wordt gevormd door de vermenigvuldiging van het getal zes met de beheersbijdrage opgenomen in de bijlagen van het desbetreffende landschapspakket en het aantal hectares, onderscheidelijk meters, onderscheidelijk stuks waarvoor landschapssubsidie wordt verleend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien op het terrein meerdere landschapspakketten in stand worden gehouden bedraagt de landschapssubsidie de som van de beheersbijdragen die worden gevormd door de vermenigvuldiging van het getal zes met de beheersbijdragen opgenomen in de bijlagen van de desbetreffende landschapspakketten en het aantal hectares, onderscheidelijk meters, onderscheidelijk stuks per landschapspakket waarvoor landschapssubsidie wordt verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 67</titel></kop><al>Indien landschapssubsidie wordt verstrekt voor de instandhouding van een of meerdere landschapspakketten binnen een terrein, vermeldt de beschikking tot subsidieverlening in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al> de ligging en grootte van het terrein;</al></li><li nr="b."><al> het doel van de landschapssubsidie, bestaande uit het gedurende het tijdvak op het terrein ontwikkelen of in stand houden van een of meerdere landschapspakketten;</al></li><li nr="c."><al> het bedrag, onderscheidenlijk de bedragen, op basis waarvan de landschapssubsidie zal worden vastgesteld, en</al></li><li nr="d."><al> de datum waarop het tijdvak waarover landschapssubsidie wordt verleend, aanvangt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 68</titel></kop><al>De subsidieontvanger is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al> het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde doel, bedoeld in artikel 67, onderdeel b, te realiseren;</al></li><li nr="b."><al> van omstandigheden als gevolg waarvan het redelijkerwijs niet mogelijk is te voldoen aan de verplichting, bedoeld in onderdeel a, binnen twee weken nadat de subsidieontvanger daarvan redelijkerwijs op de hoogte kan zijn aan de directeur van de Dienst Regelingen schriftelijk melding te doen, en</al></li><li nr="c."><al> uiterlijk drie maanden nadat gehele of gedeeltelijke overdracht van de bevoegdheid tot gebruik en beheer van het betrokken terrein plaatsvindt, dit schriftelijk te melden aan de directeur van de Dienst Regelingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 69</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De artikelen 21, eerste lid, 23, 25, 28, 30, 31, eerste lid, 32, 33, eerste en vijfde lid, en 34 zijn van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Artikel 24 is van overeenkomstige toepassing voor zover subsidie wordt verstrekt voor een landschapspakket opgenomen in de bijlagen 42, 43, 46, 47, 48, 51, 54 en 55.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 9 Wijziging en intrekking </titel></kop><paragraaf><kop><titel>.</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 70</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een verzoek tot wijziging   van de beschikking tot subsidieverlening kan worden gedaan met het oog   op het vergroten van het areaal waarvoor subsidie is verleend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Een verzoek als bedoeld in   het eerste lid, kan slechts eenmaal per jaar worden gedaan te rekenen   vanaf het jaar waarvoor de subsidie is verleend.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Een verzoek als bedoeld in het eerste lid, wordt slechts in behandeling genomen indien:
    </al><lijst><li nr="a."><al> op de toe te   voegen terreinen hetzelfde basis-, plus- of landschapspakket wordt   ontwikkeld, omgevormd of instandgehouden als dat waarvoor reeds subsidie   is verleend of</al></li><li nr="b."><al> de terreinen   waarvoor subsidie wordt verzocht, voldoen aan de voorwaarden die voor de   verlening van subsidies als bedoeld in deze regeling gelden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> In het geval, bedoeld in   het derde lid, onderdeel a, zijn bepalingen omtrent minimumoppervlakte   of minimumlengten, opgenomen in de basis-, plus-of landschapspakketten,   niet van toepassing, voorzover de vergroting van het areaal een   beheerseenheid vormt met de beheerseenheid waarvoor subsidie wordt   verleend.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> De artikelen 1 tot en met   10, eerste lid, 12 en 15 tot en met 19 zijn ten aanzien van het verzoek,   bedoeld in het eerste lid, van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> De subsidie met betrekking   tot het vergroten van het areaal, bedoeld in het eerste lid, wordt naar   evenredigheid verleend en vastgesteld voor het resterende gedeelte van   het tijdvak, bedoeld in artikel 20, waarvoor reeds subsidie was   verleend.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> Een verzoek als bedoeld in   het eerste lid wordt afgewezen indien de subsidie door toewijzing van   dat verzoek met minder dan EUR 50 per jaar zou toenemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 71</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een verzoek tot wijziging   van de beschikking tot subsidieverlening kan worden gedaan met het oog   op het verkleinen van het areaal waarvoor subsidie is verleend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Een verzoek als bedoeld in   het eerste lid, kan slechts eenmaal per jaar worden gedaan te rekenen   vanaf het jaar waarvoor de subsidie is verleend.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Een verzoek als bedoeld in   het eerste lid, wordt slechts in behandeling genomen indien het   verkleinen van het areaal een gevolg is van de uitvoering van een werk   ten algemene nutte.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Bepalingen omtrent   minimumoppervlakte of minimumlengten opgenomen in de beheerspakketten of   landschapspakketten blijven van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> De subsidie met betrekking   tot het verkleinen van het areaal, bedoeld in het eerste lid, wordt  naar  evenredigheid verleend en vastgesteld voor het resterende gedeelte  van  het tijdvak, bedoeld in artikel 20, waarvoor reeds subsidie was   verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 72</titel></kop><al>In geval subsidie is verleend met betrekking tot een terrein waarvan   de oppervlakte waarop de subsidieverlening betrekking heeft groter is   dan de daadwerkelijke oppervlakte wordt de subsidieverlening als volgt   gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al> de subsidieverlening wordt gebaseerd op de daadwerkelijke oppervlakte als de afwijking ten hoogste 3% is;</al></li><li nr="b."><al> de subsidieverlening   wordt gebaseerd op de daadwerkelijke oppervlakte, verminderd met   tweemaal het vastgestelde verschil tussen de oppervlakte waarop de   subsidieverlening betrekking heeft en de daadwerkelijke oppervlakte   wanneer dit verschil groter is dan 3% of 2 hectare maar niet groter dan   20%;</al></li><li nr="c."><al> de subsidieverlening   wordt ingetrokken, wanneer het verschil tussen de oppervlakte waarop de   subsidieverlening betrekking heeft en de daadwerkelijke oppervlakte   groter is dan 20%.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 73</titel></kop><al>In geval subsidie is   verleend ten behoeve van een terrein, waarvan het recht tot gebruik en   beheer berust bij de subsidieontvanger, en dat recht gaat over op een   derde gedurende de periode waarover de desbetreffende subsidie is   verleend, kan de desbetreffende subsidieverlening worden gewijzigd in   een subsidieverlening aan die derde indien deze, uiterlijk drie maanden   na de datum waarop het recht tot gebruik en beheer is overgegaan, bij   wege van een aan de directeur van de Dienst Regelingen gericht   schriftelijk stuk, verklaart te treden in de aan de subsidieverlening   verbonden rechten en plichten, vanaf de datum met ingang waarvan de   wijziging uit hoofde van dit lid van kracht zal zijn.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 74</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In geval subsidie is   verleend op grond van hoofdstuk 4, 6, 7 of 8 met betrekking tot een   terrein waarvan het gebruiksrecht berust bij een natuurlijk persoon die   overlijdt tijdens de periode waarover subsidie is verleend, wordt de   desbetreffende subsidieverlening voor dat terrein ingetrokken met ingang   van de dag, volgend op de dag van overlijden, op voorwaarde dat de   erfgenamen uiterlijk drie maanden na het overlijden om deze intrekking   verzoeken bij wege van een aan de directeur van de Dienst Regelingen   gericht schriftelijk verzoek.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In geval van intrekking uit   hoofde van het eerste lid, wordt de subsidie over het tijdvak waarin   het overlijden plaatsvond ambtshalve vastgesteld op het bedrag naar   evenredigheid ten opzichte van de subsidie zoals die op grond van de   subsidieverlening ten hoogste zou kunnen worden vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 75</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een aanvraag als   bedoeld in artikel 17 die wordt ingediend tezamen met een verzoek van   een beheerder of een ander dan een beheerder als bedoeld in artikel 5   tot intrekking van een aan hem verleende subsidie voor het terrein   waarop die aanvraag betrekking heeft, wordt niet gehonoreerd indien die   aanvraag ertoe zou leiden dat minder dan vijf jaren subsidie voor het   desbetreffende terrein kan worden verleend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Artikel 74, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 76</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> In geval subsidie is   verleend op grond van de onderhavige regeling met betrekking tot een   terrein dat deel uitmaakt van een gebied waar landinrichting uit kracht   van de Landinrichtingswet, zoals die gold tot 1 januari 2007, of   uit kracht van de Wet inrichting landelijk gebied geschiedt en het   voldoen aan de aan desbetreffende subsidieverlening verbonden   verplichtingen na vaststelling van het landinrichtingsplan niet meer   mogelijk is, wordt de desbetreffende subsidieverlening ingetrokken met   ingang van de dag, waarop in zodanig gebied de kavelovergang plaatsvindt   ingevolge de in het plan van toedeling opgenomen bepalingen omtrent de   inbezitneming, bedoeld in artikel 196, tweede lid, onderdeel e, van de   Landinrichtingswet,zoals die gold tot 1 januari 2007, of als bedoeld  in  artikel 51 eerste lid onderdeel f van de Wet inrichting landelijk   gebied.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Artikel 74, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 77</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Indien subsidie is verleend   met betrekking tot een terrein dat is verworven door Staatsbosbeheer,   het bureau beheer landbouwgronden, een instelling als bedoeld in  artikel  3, eerste en tweede lid, van de Regeling subsidies particuliere   terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties of de provincie en het   de subsidieontvanger als gevolg van de overdracht aan een van de   bedoelde organisaties onderscheidelijk bestuursorgaan niet meer mogelijk   is te voldoen aan de verplichtingen verbonden aan de  subsidieverlening,  wordt de subsidieverlening ingetrokken met ingang  van de dag, waarop de  overdracht van het terrein heeft plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In geval van intrekking op   grond van het eerste lid, wordt de subsidie over het tijdvak waarin de   verwerving plaatsvond ambtshalve vastgesteld op een bedrag evenredig  met  het deel van het tijdvak dat voor de overdracht is verstreken.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 78</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> In geval subsidie is   verleend op grond van de onderhavige regeling met betrekking tot grond   die wordt onteigend tijdens de periode waarover subsidie is verleend,   wordt de desbetreffende subsidieverlening ingetrokken met ingang van de   dag waarop het besluit tot onteigening van de betrokken grond   onherroepelijk vaststaat.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Artikel 74, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 79</titel></kop><al>Onverschuldigd   betaalde subsidies en voorschotten worden teruggevorderd, vermeerderd   met wettelijke rente. De wettelijke rente wordt berekend over de periode   die verstrijkt tussen de kennisgeving van de  terugbetalingsverplichting  en het moment van terugbetaling of  verrekening</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 10 Slotbepalingen</titel></kop><paragraaf><kop><titel>.</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 80</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze regeling bepaalde zijn belast de ambtenaren van de Dienst landelijk gebied en de Algemene inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 81</titel></kop><al>De natuurgebiedsplannen die zijn vastgesteld in het kader van de Subsidieregeling natuurbeheer Noord-Brabant blijven van kracht tot zij zijn ingetrokken of vervangen door een natuurgebiedsplan als bedoeld in artikel 13 van deze regeling.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 82</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Subsidies of voorschotten daarop worden verleend onder het voorbehoud van goedkeuring van Commissie van de Europese Gemeenschappen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De beslissing tot verlening van een subsidie of een voorschot daarop kan worden ingetrokken of gewijzigd ter verkrijging van de goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen voor deze regeling, of wegens het uitblijven daarvan.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 83</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 10 september 2009.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 84</titel></kop><al>Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling natuurbeheer Noord-Brabant 2010.
 </al></artikel></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening> ’s-Hertogenbosch, 15 september 2009.</ondertekening><ondertekening>Gedeputeerde Staten voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de voorzitter   J.R.H. Maij-Weggen</ondertekening><ondertekening>de secretaris drs. W.G.H.M.   Rutten</ondertekening><ondertekening> </ondertekening><ondertekening>                                                                                     </ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlagen behorende bij de Subsidieregeling natuurbeheer Noord-Brabant 2010</titel></kop><divisie><kop><titel>BIJLAGE 1</titel></kop><al>[vervallen]</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 2</titel></kop><al>[vervallen]</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 3</titel></kop><al>[vervallen]</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 4</titel></kop><al>[vervallen]</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 5</titel></kop><al>[vervallen]</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 6</titel></kop><al>[vervallen]</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 7</titel></kop><al>[vervallen]</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 8</titel></kop><al>[vervallen]</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 9</titel></kop><al>[vervallen]</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 10</titel></kop><al>[vervallen]</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 11a</titel></kop><al>[vervallen]</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 11b</titel></kop><al>[vervallen]</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 11c</titel></kop><al>[vervallen]</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 12</titel></kop><al>Basispakket: Plas en ven</al><lijst><li nr=""><al>1. Ten minste 90% van de   oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit water; En ten hoogste 40%   van de oppervlakte van de beheerseenheid wordt bedekt door Kroossoorten   of Kroosvaren; En de beheerseenheid maakt ten hoogste 90 % deel uit  van  een terrein, waarvan de overige delen voldoen aan één of meer van  de  andere basis- of pluspakketten in de bijlagen van deze regeling, met   uitzondering van bijlage 21.</al></li><li nr=""><al>2. Beheersvoorschriften: regulier onderhoud ten behoeve van de instandhouding van de plas.</al></li></lijst><al>Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij basispakket Plas en ven: 0,5 hectare.</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 13</titel></kop><al>Basispakket: Moeras</al><lijst><li nr=""><al>1. Ten minste 70 % van de   oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit moeras; En ten hoogste 40 %   van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit bos of struweel;   En ten hoogste 20 % van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat  uit  water.</al></li><li nr=""><al>2. Beheersvoorschriften: Ten   minste 60% van de oppervlakte van de beheerseenheid vrijhouden van bos   en struweel; Hetzelfde deel van de beheerseenheid wordt nooit in twee   opeenvolgende jaren gemaaid.</al></li></lijst><al>Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij basispakket Moeras: 0,5 hectare</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 14</titel></kop><al>Basispakket: Rietcultuur</al><lijst><li nr=""><al>1. Ten minste 90% van de   oppervlakte van de beheerseenheid is bedekt met riet; En tenminste 75%   van het riet is ten hoogste 1 jaar oud.</al></li><li nr=""><al>2. Beheersvoorschriften:   Vorming van bos en struweel wordt tegengegaan op de oppervlakte van de   beheerseenheid die met riet is bedekt; Maaiwerkzaamheden vinden plaats   in de periode tussen 1 september en 15 april; Het maaisel wordt in   dezelfde periode afgevoerd.</al></li></lijst><al>Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij basispakket Rietcultuur: 0.5 hectare.</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 15</titel></kop><al>Basispakket: (Half)natuurlijk grasland</al><lijst><li nr=""><al>1. Ten minste 90% van de   oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit grasland of kwelder; En in   geval van grasland zijn in het zesde jaar van het eerste tijdvak,   alsmede in alle volgende tijdvakken waarvoor subsidie wordt verleend, op   de beheerseenheid ten minste 15 inheemse plantensoorten inclusief   mossen aanwezig per 25m2; En ten hoogste 10% van de oppervlakte van de   beheerseenheid is bedekt met Pijpestrootje of Bochtige smele.</al></li><li nr=""><al>2. Beheersvoorschriften: In   geval van grasland ten minste 90% van het gewas jaarlijks afvoeren via   maaien of beweiden; In de periode van  1 juli tot 1 april is een   veebezetting van ten hoogste 3 GVE per hectare op enig moment   toegestaan.</al></li></lijst><al>Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij basispakket (Half)natuurlijk grasland: 0,5 hectare</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 16</titel></kop><al>Basispakket: Heide</al><lijst><li nr=""><al>1. De beheerseenheid bestaat   uit bos- of natuurterrein; En tenminste 30% van de oppervlakte van de   beheerseenheid is bedekt met een of meer van de volgende struiksoorten:   Struikhei, Dophei, Kraaihei, Vossebes, Rode bosbes of blauwe bosbes; En   de resterende oppervlakte van de beheerseenheid is bedekt met grassen,   kruiden, mossen, korstmossen, stuifzand, struweel, bos of water; En  ten  hoogste 20% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit  water;  En ten hoogste 25% van de oppervlakte van de beheerseenheid  bestaat uit  bos of uit ander struweel dan Jeneverbes of Gagel.</al></li><li nr=""><al>2. Beheersvoorschriften: Regulier beheer ten behoeve van de instandhouding van heide.</al></li></lijst><al>Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij basispakket Heide: 0,5 hectare.</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 17</titel></kop><al>Basispakket: Struweel</al><lijst><li nr=""><al>1. De beheerseenheid bestaat   uit bos- of natuurterrein; En ten minste 75% van de oppervlakte van de   beheerseenheid is bedekt met bomen, struiken of kruidachtige planten; En   ten minste 50% van de oppervlakte van de beheerseenheid is bedekt met   inheemse houtachtige gewassen (zie bijlage 57) met een lengte van ten   minste 1 meter en ten hoogste 5 meter; Ten minste 90% van de oppervlakte   van de beheerseenheid bestaat uit struweel.</al></li><li nr=""><al>2. Beheersvoorschriften: Regulier beheer ten behoeve van de instandhouding van struweel.</al></li></lijst><al>Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij basispakket Struweel: 0,5 hectare.</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 18</titel></kop><al>Basispakket: Hoogveen</al><lijst><li nr=""><al>1. Op ten minste 5% van de   oppervlakte van de beheerseenheid komen Veenmossoorten voor, niet   gedomineerd door Waterveenmos [bedekkingsgraad kleiner dan 50%]; En ten   hoogste 20% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit water;   En ten hoogste 10% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat  uit  bos of struweel; En de overige oppervlakte bestaat uit  Pijpestrootje of  natte heide; En de beheerseenheid ligt in de  Fysisch-Geografische Regio  Heuvelland of Hogere zandgronden.</al></li><li nr=""><al>2. Beheersvoorschriften: Regulier onderhoud ten behoeve van de instandhouding van hoogveen.</al></li></lijst><al>Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij basispakket Hoogveen: 0,5 hectare.</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 19</titel></kop><al>Basispakket: Akker</al><lijst><li nr=""><al>1. Op de gehele beheerseenheid wordt ten minste vijf van de zes jaren graan, met uitzondering van maïs, verbouwd;</al></li><li nr=""><al>2. Beheersvoorschriften:   Bemesting met mest van rundvee, schapen of paarden is in ten hoogste 2   jaren van het tijdvak toegestaan; Mechanische onkruidbestrijding is niet   toegestaan tussen het zaaien en de oogst.</al></li></lijst><al>Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij basispakket Akker: 0,5 hectare</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 20</titel></kop><al>Basispakket: Bos</al><lijst><li nr=""><al>1. De beheerseenheid bestaat   uit bos- of natuurterrein; en ten minste 75% van de oppervlakte van de   beheerseenheid bestaat uit houtopstand waarvoor een herplantplicht als   bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Boswet geldt; En de   verjongingsvlakten zijn ten hoogste 2 hectare groot.</al></li><li nr=""><al>2. Beheersvoorschriften: Regulier beheer ten behoeve van de instandhouding van het bos.</al></li></lijst><al>Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij basispakket Bos: 0,5 hectare.</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 21</titel></kop><al>Basispakket: Natuurlijke Eenheid: </al><lijst><li nr=""><al>A: zonder begrazing</al></li><li nr=""><al>B: met begrazing</al><lijst><li nr="-"><al> De beheerseenheid bestaat uit aaneengesloten natuurgebied (land en/of water).</al></li><li nr="-"><al> Beheersvoorschriften:
        </al><lijst><li nr="-"><al> Variant A: Op ten minste 90% van de oppervlakte van de beheerseenheid vindt ongecompartimenteerd waterbeheer plaats.</al></li><li nr="-"><al> Variant B: Op ten minste 90% van de oppervlakte van de beheerseenheid vindt begrazingsbeheer plaats.</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><al>Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij basispakket Natuurlijke Eenheid: 0,5 hectare.</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 22</titel></kop><al>Pluspakket: Soortenrijke plas</al><lijst><li nr=""><al>1. In de beheerseenheid komen   ten minste 7 van de meetsoorten voor uit de lijst A; of ten minste 3  uit  de lijst B; of ten minste 10 uit de lijsten A en C; of ten minste 6  uit  de lijsten B en C. Ook kunnen voor het resultaat naast de hier  genoemde  soorten ten hoogste 2 andere soorten uit de lijsten genoemd in  bijlage  62 (rode lijsten) meetellen.</al><lijst><li nr="A"><al> [flora/zoet]: Brede   waterpest, Holpijp, Waterviolier, Waterdrieblad, Kransvederkruid, Groot   nimfkruid, Spits fonteinkruid, Rossig fonteinkruid, Plat fonteinkruid,   Stomp fonteinkruid, Langstengelig fonteinkruid, Fijne waterranonkel,   Grote boterbloem, Grote waterranonkel, Kleine egelskop, Krabbenscheer,   Groot blaasjeskruid, Stekelharig kransblad, Sterkranswier, Bronmos,   Watergentiaan, Glanzig fonteinkruid, Lidsteng, Ruw kransblad, Paarbladig   fonteinkruid, Blauwe waterereprijs, Smalle waterweegbree, Slanke   waterweegbree, Slangenwortel, Padderus, Gebogen kransblad;</al></li><li nr="B"><al> [flora/brak]: Lidsteng,   Zilte waterranonkel, Spiraalruppia, navelruppia, Gesteelde  zannichellia,  Groot nimfkruid, Ruwe bies, Stekelharig kransblad,  Sterkranswier,  Gebogen kransblad;</al></li><li nr="C"><al> [fauna]: Zomertaling,   Slobeend, Krooneend, Tafeleend, Visdief, Zwarte stern, Dodaars, Bruine   korenbout, Plasrombout, Grote keizerlibel, Glassnijder, Vroege   glazenmaker, Groene glazenmaker, Rugstreeppad, Poelkikker,   Kamsalamander, Knoflookpad, Boomkikker, Ringslang, Waterspitsmuis,   Franjestaart, Gewone grootoorvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Gewone   baard- of Brandt’s vleermuis;</al><al/><al>
        En ten minste 90% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit water.</al></li></lijst></li><li nr=""><al>2. Beheersvoorschriften: Meetsoorten monitoren. Beheer ten behoeve van instandhouding van een soortenrijke plas.</al></li><li nr=""><al>3. Corresponderend Basispakket: Bijlage 12 Basispakket: Plas en ven.</al></li></lijst><al>Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij pluspakket Soortenrijke plas: 0,5 hectare.</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 23</titel></kop><al>Pluspakket: Soortenrijk ven</al><lijst><li nr=""><al>1. In de beheerseenheid komen   ten minste 4 van de meetsoorten voor uit de lijst A; of ten minste 8  uit  de lijsten A en B. Ook kunnen voor het resultaat naast de hier  genoemde  soorten ten hoogste 2 andere soorten uit de lijsten genoemd in  bijlage  62 (rode lijsten) meetellen.</al><lijst><li nr="A"><al> [flora]: Ondergedoken   moerasscherm, Stijve moerasweegbree, Kruipende moerasweegbree, Gesteeld   glaskroos, Moerashertshooi, Kleine biesvaren, Grote biesvaren,   Oeverkruid, Waterlobelia, Waterlepeltje, Waterpostelein, Pilvaren,   Ongelijkbladig fonteinkruid, Weegbreefonteinkruid, Witte waterranonkel,   Vlottende bies, Drijvende egelskop, Kleinste egelskop, Doorschijnend   glanswier, Moerassmele, Duizendknoopfonteinkruid, Drijvende   waterweegbree, Naaldwaterbies, Draadzegge;</al></li><li nr="B"><al> [fauna]: Dodaars,   Geoorde fuut, Wintertaling, Zwarte stern, Speerwaterjuffer, Tengere   pantserjuffer, Venwitsnuitlibel, Gevlekte witsnuitlibel, Koraaljuffer,   Bruine winterjuffer, Venglazenmaker, Kamsalamander, Vinpootsalamander,   Poelkikker, Heikikker, Boomkikker, Ringslang, Franjestaart, Gewone   grootoorvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Gewone baard- of Brandt’s   vleermuis;</al><al/><al>
        En ten minste 90% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit water.</al></li></lijst></li><li nr=""><al>2. Beheersvoorschriften: Meetsoorten monitoren. Beheer ten behoeve van instandhouding van een soortenrijke ven</al></li><li nr=""><al>3. Corresponderend Basispakket: Bijlage 12 Basispakket: Plas en ven.</al></li></lijst><al>Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij pluspakket Soortenrijk ven: 0,1 hectare.</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 24</titel></kop><al>Pluspakket: Beek en duinrel</al><lijst><li nr=""><al>1. In de beheerseenheid komen   ten minste 2 van de meetsoorten voor uit de lijst A; of 5 uit de  lijsten  A en B. Ook kunnen voor het resultaat naast de hier genoemde  soorten  ten hoogste 2 andere soorten uit de lijsten in bijlage 62 (rode  lijsten)  meetellen.</al><lijst><li nr="A"><al> [flora]: Bittere   veldkers, Verspreidbladig goudveil, Paarbladig goudveil, Drijvende   waterweegbree, Groot bronkruid, Vlottende waterranonkel,   Klimopwaterranonkel, Grote waterranonkel, Haaksterrenkroos, Teer   vederkruid, Beekpunge, Bronmos, Doorgroeid fonteinkruid,   Rivierfonteinkruid;</al></li><li nr="B"><al> [fauna]: IJsvogel, Grote   gele kwikstaart, Waterspreeuw, Bosbeekjuffer, Beekoeverlibel, Gewone   bronlibel, Weidebeekjuffer, Beekrombout, Blauwe breedscheenjuffer,   Vuursalamander, Franjestaart, Gewone grootoorvleermuis, Gewone baard- of   Brandt’s vleermuis., Waterspitsmuis;</al><al/><al>
        En ten minste 90% van de oppervlakte van de beheerseenheid   bestaat uit ongekanaliseerde stromende beek of duinrel met een breedte   van ten hoogste 25 meter.</al></li></lijst></li><li nr=""><al>2. Beheersvoorschriften: Meetsoorten monitoren. Beheer ten behoeve van instandhouding van een beek en duinrel.</al></li><li nr=""><al>3. Corresponderend Basispakket: Bijlage 12 Basispakket: Plas en ven.</al></li></lijst><al>Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij pluspakket Beek en duinrel: 0,1 hectare.</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 25</titel></kop><al>Pluspakket: Trilveen</al><lijst><li nr=""><al>1. Op de beheerseenheid komen   ten minste 7 van de volgende meetsoorten voor: [flora] Knotszegge,  Ronde  zegge, Draadzegge, Vleeskleurige orchis, Slank wollegras,   Veenmosorchis, Geelhartje, Groenknolorchis, Rietorchis, Waterdrieblad,   Parnassia, Moeraskartelblad, Sierlijke vetmuur, Plat blaasjeskruid,   Klein blaasjeskruid, Kleine valeriaan, Rood schorpioenmos, Groot   veenvedermos, Echt vetmos. Ook kunnen voor het resultaat naast de hier   genoemde soorten ten hoogste 2 andere soorten uit de lijsten genoemd in   bijlage 62 (rode lijsten) meetellen.
    En ten minste 70 % van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat   uit moeras; En ten hoogste 20 % van de oppervlakte van de  beheerseenheid  bestaat uit water; En ten hoogste 5% van de oppervlakte  van de  beheerseenheid bestaat uit bos of struweel;</al></li><li nr=""><al>2. Beheersvoorschriften:   Jaarlijks wordt in de periode van 15 juni tot en met 15 september   gemaaid; Het maaisel wordt in dezelfde periode afgevoerd. Meetsoorten   monitoren.</al></li><li nr=""><al>3. Corresponderend Basispakket: Bijlage 13 Basispakket: Moeras.</al></li></lijst><al>Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij pluspakket Trilveen: 0,05 hectare.</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 26</titel></kop><al>Pluspakket: Overjarig rietland</al><lijst><li nr=""><al>1. Op de beheerseenheid komen   ten minste 6 van de volgende meetsoorten voor: [fauna] Roerdomp,   Woudaapje, Purperreiger, Lepelaar, Bruine kiekendief, Waterral,   Porseleinhoen, Blauwborst, Snor, Sprinkhaanzanger, Grote Karekiet,   Baardmannetje, Rietzanger, Vroege glazenmaker, Bruine korenbout,   Ringslang, Noordse woelmuis, Waterspitsmuis, Ruige dwergvleermuis.
    Ook kunnen voor het resultaat naast de hier genoemde soorten ten   hoogste 2 andere soorten uit de lijsten genoemd in bijlage 62 (rode   lijsten) meetellen.
    En ten minste 80% van de oppervlakte van de beheerseenheid is bedekt   met riet, Rietgras, Mattenbies, Ruwe bies, Kleine lisdodde, Grote   lisdodde of zeggen; En ten hoogste 10% van de oppervlakte van de   beheerseenheid bestaat uit bos of struweel.</al></li><li nr=""><al>2. Beheersvoorschriften:   Jaarlijks ten hoogste een derde van de beheerseenheid maaien, in   afwijking hiervan is het toegestaan ten hoogste de helft van de   beheerseenheid te maaien als dit noodzakelijk is om verbossing tegen te   gaan of als de beheerseenheid kleiner is dan 0,75 hectare; Het maaisel   afvoeren; Geen werkzaamheden uitvoeren in de beheerseenheid in de   periode tussen 1 april en 1 oktober; Meetsoorten monitoren.</al></li><li nr=""><al>3. Corresponderend Basispakket: Bijlage 13 Basispakket: Moeras.</al></li></lijst><al>Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij pluspakket Overjarig riet: 0,5 hectare.</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 27</titel></kop><al>Pluspakket: Veenmosrietland en moerasheide</al><lijst><li nr=""><al>1. Op de beheerseenheid komen   ten minste 5 van de meetsoorten voor uit de lijst A of ten minste 10  uit  de lijsten A en B. Ook kunnen voor het resultaat naast de hier  genoemde  soorten ten hoogste 2 andere soorten uit de lijsten genoemd in  bijlage  62 (rode lijsten) meetellen.</al><lijst><li nr="A"><al> [flora]: Lavendelhei,   Struikhei, Kraaihei, Gewone dophei, Grote veenbes, Kleine veenbes, Rode   bosbes, Knotszegge, Ronde zegge, Sterzegge, Draadzegge, Vleeskleurige   orchis, Brede en Rietorchis, Slank wollegras, Veenmosorchis, Geelhartje,   Groenknolorchis, Waterdrieblad, Addertong, Parnassia,  Moeraskartelblad,  Welriekende nachtorchis, Sierlijke vetmuur, Plat  blaasjeskruid, Klein  blaasjeskruid, Blauwe knoop, Ronde zonnedauw,  Kamvaren, Moerasviooltje,  Tormentil, Ruwe bies, Welriekende  nachtorchis, Gevleugeld hertshooi,  Grote ratelaar, Moeraszoutgras,  Echte koekoeksbloem;</al></li><li nr="B"><al> [fauna] Bruine   kiekendief, Porseleinhoen, Kwartelkoning, Waterral, Wulp, St.   Jansvlinder, Grote vuurvlinder, Zilveren maan, Groentje, Noordse   winterjuffer, Groene glazenmaker, Glassnijder, Gevlekte witsnuitlibel,   Poelkikker, Heikikker, Levendbarende hagedis, Ringslang, Franjestaart,   Gewone grootoorvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Gewone baard- of   Brandt’s vleermuis, Noorse woelmuis, Waterspitsmuis;</al></li></lijst></li><li nr=""><al>- En ten minste 20% van de   oppervlakte van de beheerseenheid is bedekt met veenmossoorten; En ten   minste 70 % van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit moeras;   En ten hoogste 20 % van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat   uit water; En ten hoogste 5% van de oppervlakte van de beheerseenheid   bestaat uit bos of struweel.</al></li><li nr=""><al>2. Beheersvoorschriften: Op 80% van de oppervlakte het gewas jaarlijks maaien en afvoeren. Meetsoorten monitoren.</al></li><li nr=""><al>3. Corresponderend Basispakket: Bijlage 13 Basispakket: Moeras.</al></li></lijst><al>Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij pluspakket Veenmosrietland en moerasheide: 0,05 hectare.</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 28</titel></kop><al>Pluspakket: Nat soortenrijk grasland</al><lijst><li nr=""><al>1. Op de beheerseenheid komen   ten minste 5 van de volgende meetsoorten voor uit de lijst A; of ten   minste 4 uit de lijst B; of ten minste 5 uit de lijst C; Of ten minste 3   uit de lijst D; of ten minste 7 uit de lijst E; Of ten minste 8 uit de   lijsten A en F; Of ten minste 8 uit de lijsten B en F; Of ten minste 8   uit de lijsten C en F; Of ten minste 7 uit de lijsten D en F; Of ten   minste 10 uit de lijsten E en F. Ook kan van de genoemde aantallen bij   de lijsten A t/m C en E ten hoogste 1 soort uit 1 van de andere lijsten A   t/m E meetellen voor het resultaat. Ook kunnen voor het resultaat  naast  de hier genoemde soorten ten hoogste 2 andere soorten uit de  lijsten  genoemd in bijlage 62 (rode lijsten) meetellen.</al><lijst><li nr="A"><al>   [Flora/Dotterbloemhooiland]: Trosdravik, Moesdistel, Wilde   herfsttijloos, Moerasstreepzaad, Vleeskleurige orchis, Brede en   Rietorchis, Addertong, Harlekijn, Adderwortel, Slanke sleutelbloem,   Knolsteenbreek, Echte koekoeksbloem, Gewone dotterbloem, Grote ratelaar,   Gevleugeld hertshooi, Waterkruiskruid, Kleine valeriaan,   Moeraskartelblad, Welriekende nachtorchis, Bevertjes;</al></li><li nr="B"><al> [Flora/Nat schraalland]:   Tweehuizige zegge, Blonde zegge, Vlozegge, Spaanse ruiter, Gevlekte   orchis, Moeraswespenorchis, Breed wollegras, Klokjesgentiaan, Draadrus,   Parnassia, Vetblad, Welriekende nachtorchis, Klein glidkruid, Zaagblad,   Kleine valeriaan, Melkviooltje, Schildereprijs, Sterzegge, Brede en   Rietorchis, Vleeskleurige orchis, Blauwe knoop;</al></li><li nr="C"><al> [Flora/Natte   duinvallei]: Dwergbloem, Teer guichelheil, Zomer- en Herfstbitterling,   Platte bies, Vleeskleurige orchis, Armbloemige waterbies,   Moeraswespenorchis, Bonte paardenstaart, Grote muggenorchis, Slanke   gentiaan, Honingorchis, Groenknolorchis, Parnassia, Knopbies,   Moerasgamander, Drienervige zegge, Geelgroene en Dwergzegge, Gevlekte   orchis, Sierlijke vetmuur, Geelhartje;</al></li><li nr="D"><al> [Flora/Nat   uiterwaardhooiland]: Trosdravik, Wilde kievitsbloem, Genadekruid,   Engelse alant, Polei, Rode ogentroost, Gulden boterbloem, Weidekervel,   Grote pimpernel, Noords walstro, Echte koekoeksbloem, Gewone   dotterbloem, Draadrus;</al></li><li nr="E"><al> [Flora/Brak grasland]:   Aardbeiklaver, Moeraszoutgras, Schorrenzoutgras, Selderij, Kruipend   moerasscherm, Zulte, Zilte zegge, Zilte rus, Melkkruid, Rode ogentroost,   Fraai duizendguldenkruid, Zeeweegbree, Behaarde boterbloem,   Knolvossenstaart, Zilt torkruid, Zilte schijnspurrie, Gerande   schijnspurrie, Kwelderzegge, Veldgerst, Zeekraal;</al></li><li nr="F"><al> [Fauna] Zomertaling,   Slobeend, Kwartelkoning, Kemphaan, Watersnip, Grutto, Tureluur, Gele   kwikstaart, Grauwe klauwier, Zilveren maan, Aardbeivlinder, Bruine   vuurvlinder, Groot dikkopje, Bruin zandoogje, Rugstreeppad, Ringslang,   Kamsalamander, Poelkikker, Noordse woelmuis, Ondergrondse woelmuis,   Veldspitsmuis, Ruige dwergvleermuis, Gewone baard- of Brandt’s   vleermuis;</al></li></lijst></li><li nr=""><al>- En ten minste 90% van de   oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit grasland; En het grasland   bevindt zich binnendijks ten opzichte van zeewerende dijken;</al></li><li nr=""><al>2. Beheersvoorschriften: Op   ten minste 90% van de oppervlakte van de beheerseenheid wordt het gewas   jaarlijks vóór 1 november afgevoerd via maaien of beweiden. In de   periode van 1 juli tot 1 april is een veebezetting van ten hoogste 3 GVE   per hectare op enig moment toegestaan; Meetsoorten monitoren;Voor   instandhoudingsbemesting is toestemming van de Dienst Regelingen   vereist.</al></li><li nr=""><al>3. Corresponderend Basispakket: Bijlage 15 Basispakket: (Half)natuurlijk grasland.</al></li></lijst><al>Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij pluspakket Nat soortenrijk grasland: 0,5 hectare.</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 29</titel></kop><al>Pluspakket: Droog soortenrijk grasland</al><lijst><li nr=""><al>1. Op de beheerseenheid komen   ten minste 4 van de meetsoorten voor uit de lijst A; of ten minste 5  uit  de lijst B; of ten minste 5 uit de lijst C; Of ten minste 5 uit de   lijst D; Of ten minste 8 uit de lijsten A en E; Of ten minste 9 uit de   lijsten B en E; Of ten minste 9 uit de lijsten C en E; Of ten minste 9   uit de lijsten D en E. Ook kan van de genoemde aantallen bij de lijsten  A  t/m D ten hoogste één soort uit één der andere lijsten    A t/m D   meetellen voor het resultaat. Ook kunnen voor het resultaat naast de   hier genoemde soorten ten hoogste 2 andere soorten uit de lijsten   genoemd in bijlage 62 (rode lijsten) meetellen.</al><lijst><li nr="A"><al> [Heischraal grasland]:   Rozenkransje, Valkruid, Gelobde maanvaren, Stijve ogentroost,   Klokjesgentiaan, Addertong, Heidekartelblad, Liggende vleugeltjesbloem,   Blauwe knoop, Harlekijn, Hondsviooltje, Betonie, Herfstschroeforchis,   Groene nachtorchis, Welriekende nachtorchis, Veldgentiaan;</al></li><li nr="B"><al> [Kalkgrasland]:   Poppenorchis, Hondskruid, Aarddistel, Kalkwalstro, Franjegentiaan,   Duitse gentiaan, Grote muggenorchis, Geel zonneroosje, Beemdhaver,   Honingorchis, Tengere veldmuur, Bijenorchis, Vliegenorchis, Soldaatje,   Aapjesorchis, Bergnachtorchis, Kuifvleugeltjesbloem, Gulden   sleutelbloem, Harige ratelaar, Grote centaurie, Trosgamander, Echte   gamander, Berggamander, Driedistel, Duifkruid, Ruige scheefkelk, Breed   fakkelgras;</al></li><li nr="C"><al> [Stroomdalgrasland]:   Wilde averuit, Voorjaarszegge, Vroege zegge, Kleine steentijm,   Steenanjer, Zandwolfsmelk, Sikkelklaver, Walstrobremraap, Rode bremraap,   Voorjaarsganzerik, Veldsalie, Tripmadam, Zacht vetkruid, Kleine ruit,   Grote tijm, Gestreepte klaver, Brede ereprijs, Liggende ereprijs, Smal   fakkelgras, Duifkruid, Overblijvende hardbloem;</al></li><li nr="D"><al> [Bloemdijk]: Gewone   agrimonie, Moeslook, Kluwenklokje, Rapunzelklokje, Grote centaurie,   Wollige distel, Ruige anjer, Beemdkroon, Aardaker, Glad parelzaad,   Klavervreter, Wilde peterselie, Karwijvarkenskervel, Grote bevernel,   Ruige weegbree, Kleine ratelaar, Veldsalie, Knopig doornzaad, Groot   streepzaad, Kattendoorn, Wilde marjolein, Echte kruisdistel, Grote   leeuwenklauw, Bevertjes, Zeegroene zegge, Gewone bermzegge, Knoopkruid,   Geel walstro, Blauw walstro, Fijne ooievaarsbek, Veldgerst,  Donderkruid,  Glad parelzaad, Mantelanjer, Kleinbloemige salie,  Akkerdoornzaad,  Goudhaver, IJzerhard.</al></li><li nr="E"><al> [Fauna]: Kwartel,   Patrijs, Grauwe klauwier, Geelgors, Roodborsttapuit, Steenuil, Oranje   zandoogje, Bruin dikkopje, Icarusblauwtje, Hooibeestje, Kleine   vuurvlinder, Argusvlinder, Bruin blauwtje, Grashommel, Boomkikker,   Kamsalamander, Levendbarende hagedis, Ondergrondse woelmuis,   Veldspitsmuis;</al></li></lijst></li><li nr=""><al>- En ten minste 90% van de   oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit grasland; En ten hoogste   20% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit struweel.</al></li><li nr=""><al>2. Beheersvoorschriften: Ten minste 90% van het gewas jaarlijks afvoeren via maaien of beweiden; 
    In de periode van 1 juli tot 1 april is een veebezetting van ten   hoogste   3 GVE per hectare op enig moment toegestaan; Bij beheer met   een gescheperde schaapskudde is een hogere veebezetting dan 3 GVE op   enig moment toegestaan; 
    Meetsoorten monitoren.</al></li><li nr=""><al>3. Corresponderend Basispakket: Bijlage 15 Basispakket: (Half)natuurlijk grasland.</al></li></lijst><al>Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij pluspakket Droog soortenrijk grasland: 0,5 hectare.</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 30</titel></kop><al>Pluspakket: Soortenrijk stuifzand</al><lijst><li nr=""><al>1. Op de beheerseenheid komen   ten minste 4 van de volgende meetsoorten voor: [Fauna] Nachtzwaluw,   Draaihals, Boomleeuwerik, Duinpieper, Gekraagde roodstaart, Tapuit,   Klapekster, Geelgors, Kleine heivlinder, Kommavlinder, Heivlinder. Ook   kunnen voor het resultaat naast de hier genoemde soorten ten hoogste 2   andere soorten uit de lijsten genoemd in bijlage 62 (rode lijsten)   meetellen;
    En ten minste 50 % van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat   uit levend stuifzand; En ten minste 10% van de oppervlakte van de   beheerseenheid is bedekt met Buntgras of Korstmos; En ten hoogste 30%   van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit heide; En ten   hoogste 20% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit   struweel of bos.</al></li><li nr=""><al>2. Beheersvoorschriften: Regulier beheer ten behoeve van de instandhouding van soortenrijk stuifzand; Meetsoorten monitoren.</al></li><li nr=""><al>3. Corresponderend Basispakket: Bijlage 21 Basispakket: Natuurlijke Eenheid: Variant A: zonder begrazing.</al></li></lijst><al>Minimum oppervlakte van de beheerseenheid behorende bij pluspakket Soortenrijk stuifzand: 0,5 hectare.</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 31</titel></kop><al>Pluspakket: Soortenrijke heide</al><lijst><li nr=""><al>1. Op de beheerseenheid komen   ten minste 5 van de meetsoorten voor uit lijst A; Of ten minste 11 uit   de lijsten A en B. Ook kunnen voor het resultaat naast de hier genoemde   soorten ten hoogste 2 andere soorten uit de lijsten in bijlage 62  (rode  lijsten) meetellen.</al><lijst><li nr="A"><al> [Flora] Heidezegge,   Stekelbrem, Duitse brem, Kruipbrem, Dennenwolfsklauw, Grondster, Grote   wolfsklauw, Kleine schorseneer, Klein warkruid, Rode dophei, Kleine   wolfsklauw, Verfbrem, Draadgentiaan, Gevlekte orchis, Kleine zonnedauw,   Ronde zonnedauw, Klokjesgentiaan, Moeraswolfsklauw, Beenbreek,   Heidekartelblad, Witte snavelbies, Bruine snavelbies, Gewone en Noordse   veenbies, Wijdbloeiende rus, Koprus, Dwergrus, Borstelgras, Buntgras,   Pilzegge, Tormentil, Rond wintergroen, Bronsmos, Rode en Dove   heidelucifer, Rood bekermos, Rendiermossen;</al></li><li nr="B"><al> [Fauna] Watersnip,   Grutto, Tureluur, Wulp, Korhoen, Patrijs, Nachtzwaluw, Draaihals,   Boomleeuwerik, Blauwborst, Paapje, Roodborsttapuit, Tapuit, Grauwe   klauwier, Klapekster, Geelgors, Heidegentiaanblauwtje, Heideblauwtje,   Groentje, Heivlinder, Kommavlinder, Bruine vuurvlinder, Kleine   vuurvlinder, Hooibeestje, Zandhagedis, Levendbarende hagedis, Gladde   slang, Adder, Ringslang, Heikikker, Venwitsnuitlibel, Noordse   witsnuitlibel, Tengere pantserjuffer, Ruige dwergvleermuis, Gewone   baard- of Brandt’s vleermuis;</al></li></lijst></li><li nr=""><al>- En ten minste 20% van de   oppervlakte van de beheerseenheid is bedekt met een of meer van de   volgende heidesoorten: Struikhei, Dophei, Kraaihei; 
    En de resterende oppervlakte van de beheerseenheid is bedekt met   grassen, kruiden, mossen, korstmossen, stuifzand, struweel, bos, water;   En ten hoogste 60% is bedekt met grassen; En ten hoogste 20% van de   oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit water; En ten hoogste 20%   van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit bos of uit ander   struweel dan Jeneverbes of Gagel.</al></li><li nr=""><al>2. Beheersvoorschriften: Op   ten minste 50% van de oppervlakte van de beheerseenheid wordt   vergrassing bestreden door middel van begrazen; Bij beheer met een   gescheperde schaapskudde is een hogere veebezetting dan 1,5 GVE op enig   moment toegestaan; 
    Of in het tijdvak wordt op ten minste 10% van de oppervlakte van de   beheerseenheid waar vergrassing optreedt, vergrassing bestreden door   middel van plaggen, chopperen, maaien en afvoeren; 
    Meetsoorten monitoren.</al></li><li nr=""><al>3. Corresponderend Basispakket: Bijlage 16 Basispakket: Heide.</al></li></lijst><al>Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij pluspakket Soortenrijke heide: 0,5 hectare.</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 32</titel></kop><al>[vervallen]</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 33</titel></kop><al>Pluspakket: Levend hoogveen</al><lijst><li nr=""><al>1. Op de beheerseenheid komen   ten minste 4 van de meetsoorten voor uit de lijst A; of ten minste 11   uit de lijsten A en B. Ook kunnen voor het resultaat naast de hier   genoemde soorten ten hoogste 2 andere soorten uit de lijsten in bijlage   62 (rode lijsten) meetellen.</al><lijst><li nr="A"><al> [Flora]: Lavendelhei,   Eenarig wollegras, Kleine veenbes, Witte snavelbies, Veenbloembies,   Lange zonnedauw, Ronde zonnedauw, Geoord veenmos, Rood veenmos, Wrattig   veenmos, Hoogveen-veenmos, Slijkzegge, Beenbreek.</al></li><li nr="B"><al> [Fauna]: Dodaars,   Geoorde fuut, Wintertaling, Blauwe kiekendief, Korhoen, Kemphaan,   Watersnip, Grutto, Wulp, Tureluur, Zwarte stern, Nachtzwaluw, Gele   kwikstaart, Blauwborst, Paapje, Roodborsttapuit, Grauwe Klauwier,   Klapekster, Kraanvogel, Veenhooibeestje, Veenbesparelmoervlinder,   Veenbesblauwtje, Groot dikkopje, Hoogveenglanslibel, Noordse   glazenmaker, Tengere pantserjuffer, Koraaljuffer, Noordse witsnuitlibel,   Heikikker, Levendbarende hagedis, Adder, Gladde slang, Ringslang,  Ruige  dwergvleermuis, Gewone baard- of Brandt’s vleermuis,  Franjestaart,  Gewone grootoorvleermuis.</al></li></lijst></li><li nr=""><al>- En ten minste 5% van de   oppervlakte van de beheerseenheid is bedekt met Veenmos, waaronder ten   minste 1 van de volgende soorten: Wrattig veenmos, Hoogveen-veenmos,   Rood veenmos. En ten hoogste 30% van de oppervlakte van de   beheerseenheid bestaat uit water; 
    En ten hoogste 20% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat   uit bos; En de overige oppervlakte bestaat uit Pijpestrootje of natte   heide; 
    En de beheerseenheid ligt in de Fysisch-Geografische Regio Heuvelland of Hogere zandgronden.</al></li><li nr=""><al>2. Beheersvoorschriften: Meetsoorten monitoren. Beheer ten behoeve van instandhouding van levend hoogveen.</al></li><li nr=""><al>3. Corresponderend Basispakket: Bijlage 16 Basispakket: Hoogveen.</al></li></lijst><al>Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij pluspakket Levend hoogveen: 0,5 hectare.</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 34</titel></kop><al>Pluspakket: Soortenrijk weidevogelgrasland</al><lijst><li nr=""><al>1. Op de beheerseenheid komen   ten minste 75 broedparen per 100 hectare voor van een of meer van de   volgende meetsoorten: Grutto, Kievit, Scholekster, Tureluur, Watersnip,   Kemphaan, Slobeend, Zomertaling, Veldleeuwerik, Wulp, Kluut, Krakeend,   Kuifeend, Wintertaling, Graspieper,Gele kwikstaart, waarvan ten minste   35 broedparen van de soorten Grutto, Tureluur, Watersnip, Kemphaan,   Slobeend, Zomertaling, Veldleeuwerik, Wulp, Kluut, Krakeend, Kuifeend,   Wintertaling, Graspieper, Gele kwikstaart;
    En ten minste 90% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit grasland;
    En de beheerseenheid ligt binnen een gebied met een oppervlakte van   ten minste 25 hectare waar in een Natuurgebiedsplan het pluspakket   Soortenrijk weidevogelgrasland of het pluspakket Zeer soortenrijk   weidevogelgrasland is opengesteld.</al></li><li nr=""><al>2. Beheersvoorschriften: 
    Ten minste 3% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit   vluchtstroken [verspreid liggende gronden met een oppervlakte van ten   minste 1000 m2 die niet eerder dan 22 mei worden gemaaid of beweid en in   ieder geval steeds ten minste twee weken later dan de datum waarop   omliggende gronden zijn gemaaid of voor het eerst worden beweid] of   slootranden met een breedte van ten minste 2 meter en ten hoogste 5   meter en een lengte van ten minste 200 meter die niet worden bemest;
    En ten minste 25% van de oppervlakte van de beheerseenheid in de   periode van 1 april tot 8 juni vrijwaren van beweiding, maaien, rollen,   slepen, inzaaien, doorzaaien en bemesting;
    Met inachtneming van voornoemde beheersvoorschriften is bemesting   toegestaan en is een hogere veebezetting dan 1,5 GVE per hectare   toegestaan;
    Meetsoorten monitoren.</al></li><li nr=""><al>3. Corresponderend   Basispakket: Bijlage 21 Basispakket: Natuurlijke Eenheid: Variant A:   zonder begrazing of Variant B: met begrazing.
    De beheerseenheden hebben een gezamenlijke oppervlakte van ten   minste 5 hectare binnen een gebied dat met een verdunningsfactor van ten   hoogste 3 bij de beschikking tot subsidieverlening in aanmerking wordt   genomen.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 35</titel></kop><al>Pluspakket: Zeer soortenrijk weidevogelgrasland </al><lijst><li nr=""><al>1. Op de beheerseenheid komen   ten minste 100 broedparen per 100 hectare voor van een of meer van de   volgende meetsoorten: Grutto, Kievit, Scholekster, Tureluur, Watersnip,   Kemphaan, Slobeend, Zomertaling, Veldleeuwerik, Wulp, Kluut, Krakeend,   Kuifeend, Wintertaling, Graspieper, Gele kwikstaart, waarvan ten minste   50 broedparen van de soorten Grutto, Tureluur, Watersnip, Kemphaan,   Slobeend, Zomertaling, Veldleeuwerik, Wulp, Kluut, Krakeend, Kuifeend,   Wintertaling, Graspieper, Gele kwikstaart;
    En ten minste 90% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat   uit grasland; En de beheerseenheid ligt binnen een gebied met een   oppervlakte van ten minste 25 hectare waarvoor een Natuurgebiedsplan het   pluspakket Soortenrijk weidevogelgrasland of het pluspakket Zeer   soortenrijk weidevogelgrasland toestaat.</al></li><li nr=""><al>2. Beheersvoorschriften: Ten   minste 4% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit   vluchtstroken [verspreid liggende gronden met een oppervlakte van ten   minste 1000 m2 die niet eerder dan 22 mei worden gemaaid of beweid en in   ieder geval steeds ten minste twee weken later dan de datum waarop   omliggende gronden zijn gemaaid of voor het eerst worden beweid], of   slootranden met een breedte van ten minste 2 meter en ten hoogste 5   meter en een lengte van ten minste 200 meter die niet worden bemest;
    En ten minste 30% van de oppervlakte van de beheerseenheid in de   periode van 1 april tot 8 juni vrijwaren van beweiding, maaien, rollen,   slepen, inzaaien, doorzaaien en bemesting;
    Met inachtneming van voornoemde beheersvoorschriften is bemesting   toegestaan en is een hogere veebezetting dan 1,5 GVE per hectare   toegestaan;
    Meetsoorten monitoren.</al></li><li nr=""><al>3. Corresponderend   Basispakket: Bijlage 21 Basispakket: Natuurlijke Eenheid: Variant A:   zonder begrazing of Variant B: met begrazing.
    De beheerseenheden hebben een gezamenlijke oppervlakte van ten   minste 5 hectare binnen een gebied dat met een verdunningsfactor van ten   hoogste 3 bij de beschikking tot subsidieverlening in aanmerking wordt   genomen.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 36</titel></kop><al>Pluspakket: Wintergastenweide</al><lijst><li nr=""><al>1. In de beheerseenheid komt   ten minste een van de volgende meetsoorten voor: Wilde zwaan, Kleine   zwaan, Brandgans, Grauwe gans, Kleine rietgans, Kolgans, Taiga-rietgans,   Toendra-rietgans, Gewone rotgans, Smient;
    En ten minste 90% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit grasland;
    En op ten minste 90% van de oppervlakte van de beheerseenheid is op 1   oktober een grasmat aanwezig met een voedingswaarde van ten minste 500   kVEM per ha;
    En de beheersvoorschriften vermeld onder 2 worden nageleefd.</al></li><li nr=""><al>2. Beheersvoorschriften: Ten   minste 90% van de oppervlakte van de beheerseenheid jaarlijks ten minste   een maal bemesten in de periode van 1 september tot 1 oktober, met   tenminste 50 kilogram zuivere Stikstof per hectare;
    En de beheerseenheid een maal maaien in de periode van 1 september tot 1 oktober;
    En in de periode van 1 oktober tot 1 juni, of zoveel eerder als de   onder 1 genoemde soorten vertrokken zijn, geen handelingen verrichten of   laten verrichten in de beheerseenheid;
    En de onder 1 genoemde soorten niet opzettelijk verstoren, bejagen of verjagen;
    Met inachtneming van voornoemde beheersvoorschriften is een hogere veebezetting dan 1,5 GVE per hectare toegestaan;
    Meetsoorten monitoren.</al></li><li nr=""><al>3. Corresponderend   Basispakket: Bijlage 21 Basispakket: Natuurlijke Eenheid: Variant A:   zonder begrazing of Variant B: met begrazing.</al></li></lijst><al>Minimum oppervlakte van een beheerseenheid, behorende bij het pluspakket Wintergastenweide: 100 ha.</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 37</titel></kop><al>[vervallen]</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 38</titel></kop><al>Pluspakket: Bos met verhoogde natuurwaarde</al><lijst><li nr=""><al>1. De beheerseenheid bestaat   uit bos- of natuurterrein; En ten minste 90% van de oppervlakte van de   beheerseenheid bestaat uit houtopstand waarvoor een herplantplicht als   bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Boswet geldt; En de   beheerseenheid bevat per hectare ten minste twee inheemse boomsoorten   (zie bijlage 57), waarbij er van elke inheemse boomsoort gemiddeld ten   minste 15 exemplaren met een hoogte van ten minste 5 meter per hectare   aanwezig zijn; En verjongingsvlakten zijn ten hoogste 2 hectare groot;   En monoculturen van niet-inheemse bomen (aaneengesloten deel van de   beheerseenheid met minder dan  30 inheemse bomen met een hoogte van ten   minste 5 meter per hectare zijn ten hoogste 2 hectare groot; En de   beheerseenheid bevat per hectare bos ten minste 3 staande of liggende   dode bomen met een stamdiameter van ten minste 30 centimeter of indien   het een bos is op grondwatertrap Gt I of II ten minste 15 centimeter.</al></li><li nr=""><al>2. Beheersvoorschriften: Regulier beheer ten behoeve van de instandhouding van bos met verhoogde natuurwaarde.</al></li><li nr=""><al>3. Corresponderend   Basispakket: Bijlage 20 Basispakket: Bos Minimumoppervlakte van een   beheerseenheid, behorende bij het pluspakket Bos met verhoogde   natuurwaarde: 5 hectare.</al></li></lijst><al>Minimum oppervlakte van een beheerseenheid, behorende bij het pluspakket Bos met verhoogde natuurwaarde: 5 hectare.</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 39</titel></kop><al>Pluspakket: Natuurbos</al><lijst><li nr=""><al>1. De beheerseenheid bestaat   uit bos- of natuurterrein; En ten minste 90% van de oppervlakte van de   beheerseenheid bestaat uit houtopstand waarvoor een herplantplicht als   bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Boswet geldt; En de   beheerseenheid bevat per hectare ten hoogste 10 niet-inheemse bomen   (bomen die niet zijn opgenomen in bijlage 57) met een stamdiameter van   ten minste 20 centimeter, gemeten op1,30 meter boven het maaiveld; En de   beheerseenheid bevat per hectare bos ten minste 40 levende bomen met   een stamdiameter van ten minste 15 centimeter voor bos op veengrond en   op grondwatertrap Gt I of II en ten minste 30 centimeter voor bos op   overige grondsoorten, gemeten op 1,30 meter boven het maaiveld; En de   beheerseenheid bevat per hectare bos ten minste 3 staande of liggende   dode bomen met een stamdiameter van ten minste 30 centimeter of indien   het een bos is op grondwatertrap Gt I of II ten minste 15 centimeter.</al></li><li nr=""><al>2. Beheersvoorschriften: Het   is niet toegestaan bomen of struiken of delen daarvan uit de   beheerseenheid te verwijderen. Regulier beheer ten behoeve van de   instandhouding van natuurbos.</al></li><li nr=""><al>3. Corresponderend   Basispakket: Bijlage 20 Basispakket: Bos Minimum oppervlakte van een   beheerseenheid, behorende bij het pluspakket Natuurbos: 5 hectare.</al></li></lijst><al>Minimum oppervlakte van een beheerseenheid, behorende bij het pluspakket Natuurbos: 5 hectare.</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 40</titel></kop><al>Pluspakket: Hakhout en griend</al><lijst><li nr=""><al>1. Ten minste 90% van de   oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit hakhout, waarbij ten   minste 60 % van de hakhout-stoven ouder is dan 25 jaar; En tenminste 80%   van de oppervlakte van de beheerseenheid is bezet met inheemse   boomsoorten (zie bijlage 57); En de diameter van de staken is ten   hoogste 15 centimeter, gemeten op 50 centimeter boven de stoof.</al></li><li nr=""><al>2. Beheersvoorschriften:   Verjonging vindt vlaksgewijs plaats op vegetatieve wijze door middel van   stronkopslag of door vervanging van dode stoven door jonge staken; En   afgezette staken afvoeren.</al></li><li nr=""><al>3. Corresponderend Basispakket: Bijlage 20 Basispakket: Bos.</al></li></lijst><al>Minimum oppervlakte van een beheerseenheid, behorende bij het pluspakket Hakhout en griend: 0,5 hectare.</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 41</titel></kop><al>Pluspakket: Middenbos</al><lijst><li nr=""><al>1. Tenminste 90 % van de   oppervlakte van de beheerseenheid is een bestaand of voormalig middenbos   [Middenbos is opgaand bos met een ondergroei van hakhout]; En ten   minste 60% van de hakhout-stoven is ouder dan 25 jaar; En tenminste 70%   van de oppervlakte van de beheerseenheid is bezet met inheemse   boomsoorten (zie bijlage 57); En de diameter van de staken is ten   hoogste 15 centimeter, gemeten op 50 centimeter boven de stoof; En op de   beheerseenheid staan per hectare ten minste 25 overstaanders met een   hoogte van ten minste 15 meter.</al></li><li nr=""><al>2. Beheersvoorschriften:   Verjonging van het hakhout vindt vlaksgewijs plaats op vegetatieve wijze   door middel van stronkopslag of door vervanging van dode stoven door   jonge staken; En afgezette staken afvoeren</al></li><li nr=""><al>3. Corresponderend Basispakket: Bijlage 20 Basispakket: Bos.</al></li></lijst><al>Minimum oppervlakte van een beheerseenheid, behorende bij het pluspakket Middenbos: 0,5 hectare.</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 42</titel></kop><al>Landschapspakket: Houtkade, houtwal, haag en singel</al><lijst><li nr=""><al>1. Het is een vrijliggend   lijnvormig landschapselement met opgaande begroeiing van inheemse bomen   en struiken met een bedekking van minimaal 90% (zie bijlage 57);</al></li><li nr=""><al>2. Het element is ten minste 50 meter lang en ten hoogste 20 meter breed;</al></li><li nr=""><al>3. Het element bestaat uit hakhout met een bedekking van ten minste 60% en mag overstaanders bevatten;</al></li><li nr=""><al>4. Het actief beheren van het   element: periodiek onderhoud uitvoeren; het element vrijwaren van   beschadiging door vee; geen werkzaamheden verrichten die wijzigingen tot   gevolg hebben van het landschapselement anders dan ten behoeve van het   behoud van het element; geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruiken,   tenzij voor het beheer een pleksgewijze stobbenbehandeling met  glyfosaat  van Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik of Robinia  noodzakelijk is,  geen meststoffen gebruiken en niet branden in of in  directe omgeving van  het element;</al></li><li nr=""><al>5. Werkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 september en 1 april.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 43</titel></kop><al>Landschapspakket: Bomenrij</al><lijst><li nr=""><al>1. Het is een vrijliggend   lijnvormig landschapselement met opgaande begroeiing van inheemse bomen   en struiken, met uitzondering van wilgsoorten en populieren, met een   bedekking van minimaal 90% (zie bijlage 57).</al></li><li nr=""><al>2. Het element bestaat uit ten hoogste 2 rijen van opgaande bomen.</al></li><li nr=""><al>3. Het element is ten minste 50 meter lang en ten hoogste 10 meter breed.</al></li><li nr=""><al>4. Het actief beheren van het   element: periodiek onderhoud uitvoeren; geen werkzaamheden verrichten   die wijzigingen tot gevolg hebben van het landschapselement anders dan   ten behoeve van het behoud van het element; geen chemische   bestrijdingsmiddelen gebruiken, tenzij voor het beheer een pleksgewijze   stobbenbehandeling met glyfosaat van Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse   eik of Robinia noodzakelijk is, geen meststoffen gebruiken en niet   branden in of in directe omgeving van het element; het element vrijwaren   van beschadiging door vee.</al></li><li nr=""><al>5. Werkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 15 juni en 15 maart.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 44</titel></kop><al>[vervallen]</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 45</titel></kop><al>[vervallen]</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 46</titel></kop><al>Landschapspakket: Elzensingel</al><lijst><li nr=""><al>1. Het is een vrijliggend   landschapselement met opgaande begroeiing van inheemse bomen of struiken   met een bedekking van ten minste 90% met voor ten minste 50% opgaande   begroeiing van Zwarte els;</al></li><li nr=""><al>2. Het element is ten minste 50 meter lang;</al></li><li nr=""><al>3. Het element bestaat uit hakhout met een bedekking van ten minste 60% en mag overstaanders bevatten;</al></li><li nr=""><al>4. Het actief beheren van het   element: periodiek onderhoud uitvoeren; het element vrijwaren van   beschadiging door vee; geen werkzaamheden verrichten die wijzigingen tot   gevolg hebben van het landschapselement anders dan ten behoeve van het   behoud van het element; geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruiken,   tenzij voor het beheer een pleksgewijze stobbenbehandeling met  glyfosaat  van Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik of Robinia  noodzakelijk is,  geen meststoffen gebruiken  en niet branden in of in  de directe omgeving  van het element.</al></li><li nr=""><al>5. Werkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 september en 1 april;</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 47</titel></kop><al>Landschapspakket: Geriefhoutbosje</al><lijst><li nr=""><al>1. Het is een vrijliggend landschapselement met opgaande begroeiing;</al></li><li nr=""><al>2. Het element is ten minste 5 en ten hoogste 50 are groot;</al></li><li nr=""><al>3. Het element bestaat uit hakhout met een bedekking van ten minste 60% en mag overstaanders bevatten.</al></li><li nr=""><al>4. Het element is begroeid met inheemse bomen en struiken (zie bijlage 57);</al></li><li nr=""><al>5. Het actief beheren van het   element: periodiek onderhoud uitvoeren; geen werkzaamheden verrichten   die wijzigingen tot gevolg hebben van het landschapselement anders dan   ten behoeve van het behoud van het element; geen chemische   bestrijdingsmiddelen gebruiken, tenzij voor het beheer een pleksgewijze   stobbenbehandeling met glyfosaat van Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse   eik of Robinia noodzakelijk is, geen meststoffen gebruiken en niet   branden in of in de directe omgeving van het element.</al></li><li nr=""><al>6. Werkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 september en 1 april;</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 48</titel></kop><al>Landschapspakket: Knip- en scheerheg</al><lijst><li nr=""><al>1. Het is een vrijliggend lijnvormig landschapselement met aaneengesloten opgaande begroeiing van struikvormende soorten;</al></li><li nr=""><al>2. Het element is ten minste 50 meter lang;</al></li><li nr=""><al>3. Het actief beheren van het   element: periodiek dubbelzijdig onderhoud uitvoeren; het element   vrijwaren van beschadiging door vee; geen werkzaamheden verrichten die   wijzigingen tot gevolg hebben van het landschapselement anders dan ten   behoeve van het behoud van het element; geen chemische   bestrijdingsmiddelen gebruiken, tenzij voor het beheer een pleksgewijze   stobbenbehandeling met glyfosaat van Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse   eik of Robinia noodzakelijk is, geen meststoffen gebruiken en niet   branden in of in de directe omgeving van het element;</al></li><li nr=""><al>4. Werkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 juli en 1 april;</al></li><li nr=""><al>5. Het element wordt ten minste eenmaal per 2 jaar geknipt.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 49</titel></kop><al>[vervallen]</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 50</titel></kop><al>Landschapspakket: Knotbomen</al><lijst><li nr=""><al>1. Het is een vrijliggend   landschapselement, bestaande uit een rij van ten minste 10 bomen of een   groep van ten minste 10 bomen en ten hoogste 20 bomen, waarvan de stam   is afgezet op een hoogte van ten minste 1 meter;</al></li><li nr=""><al>2. De onderlinge afstand van de bomen is ten minste 3 meter en ten hoogste 20 meter;</al></li><li nr=""><al>3. De onderlinge afstand tussen de parallelle rijen op een perceel is ten minste 20 meter;</al></li><li nr=""><al>4. Het actief beheren van het   element: periodiek onderhoud uitvoeren; het element vrijwaren van   beschadiging door vee; geen werkzaamheden verrichten die wijzigingen tot   gevolg hebben van het landschapselement anders dan ten behoeve van het   behoud van het element; geen chemische bestrijdingsmiddelen of   meststoffen gebruiken en niet branden in of in de directe omgeving van   het element;</al></li><li nr=""><al>5. Werkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 september en 1 april.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 51</titel></kop><al>Landschapspakket: Grubbe en holle weg</al><lijst><li nr=""><al>1. Het is een smal, diep ingesneden dal met steile, begroeide wanden;</al></li><li nr=""><al>2. Het element is ten minste 50 meter lang;</al></li><li nr=""><al>3. In geval van opgaande begroeiing dient sprake te zijn van inheemse bomen of struiken (zie bijlage 57);</al></li><li nr=""><al>4. Het actief beheren van het   element: periodiek onderhoud uitvoeren; het element vrijwaren van   beschadiging door vee; geen werkzaamheden verrichten die wijzigingen tot   gevolg hebben van het landschapselement anders dan ten behoeve van het   behoud van het element; geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruiken,   tenzij voor het beheer een pleksgewijze stobbenbehandeling met  glyfosaat  van Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik of Robinia  noodzakelijk is,  geen meststoffen gebruiken en niet branden in of in de  directe omgeving  van het element;</al></li><li nr=""><al>5. Werkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 september en 1 april;</al></li><li nr=""><al>6. De begroeiing van de taluds   wordt jaarlijks gemaaid (maaisel afvoeren) indien de begroeiing  bestaat  uit grasachtige of kruidige vegetaties.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 52</titel></kop><al>Landschapspakket: Hoogstamboomgaard</al><lijst><li nr=""><al>1. Het is een boomgaard met   fruit- of notenbomen (appel, peer, pruim, kers, walnoot); Het aantal   walnotenbomen is ten hoogste 10% van het totaal aantal bomen in de   boomgaard;</al></li><li nr=""><al>2. De boomgaard heeft een   oppervlakte van ten minste 25 are, met een dichtheid van ten minste 50   en ten hoogste 200 bomen per hectare;</al></li><li nr=""><al>3. Volgroeide bomen zijn ten minste 4 meter hoog;</al></li><li nr=""><al>4. Het actief beheren van het   element: periodiek onderhoud uitvoeren; geen werkzaamheden verrichten   die wijzigingen tot gevolg hebben van het landschapselement anders dan   ten behoeve van het behoud van het element; geen chemische   bestrijdingsmiddelen gebruiken en niet branden in of in de directe   omgeving van het element;
    Voor instandhoudingsbemesting is uitsluitend het gebruik van ruige mest, uitgezonderd pluimveemest, of kalk toegestaan.</al></li><li nr=""><al>5. Boomgaard jaarlijks maaien of begrazen.</al></li><li nr=""><al>6. Indien het appel of peer betreft worden de fruitbomen ten minste eenmaal per twee jaar gesnoeid.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 53</titel></kop><al>Landschapspakket: Eendenkooi</al><lijst><li nr=""><al>1. Het is een installatie, die   als eendenkooi is geregistreerd in de Openbare Registers, bestaande  uit  een kooiplas en omringend struweel of bos;</al></li><li nr=""><al>2. Instandhouden van het element als vanginstallatie voor eendachtigen.</al></li><li nr=""><al>3. De beheerseenheid is maximaal 4 hectare groot.</al></li><li nr=""><al>4. Pleksgewijze stobbenbehandeling met glyfosaat van Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik of Robinia is toegestaan.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 54</titel></kop><al>Landschapspakket: Poel</al><lijst><li nr=""><al>1. Ten minste 80% van de oppervlakte van het element bestaat uit open water;</al></li><li nr=""><al>2. Het element heeft een   oppervlakte van ten minste 0,5 en ten hoogste  50 are, tenzij het een   voortplantingspoel voor amfibieën in het heuvelland betreft;</al></li><li nr=""><al>3. De waterdiepte in de diepste delen is in de periode van 1 oktober tot 1 april ten minste 0,5 meter</al></li><li nr=""><al>4. Het actief beheren van het   element: het element vrijwaren van beschadiging door vee; geen   werkzaamheden verrichten die wijzigingen tot gevolg hebben van het   landschapselement anders dan ten behoeve van het behoud van het element;   geen chemische bestrijdingsmiddelen of meststoffen gebruiken en niet   branden in of in de directe omgeving van het element;</al></li><li nr=""><al>5. Geen water onttrekken aan het element anders dan voor het drenken van vee dat de aan het element grenzende percelen beweidt;</al></li><li nr=""><al>6. Schoningswerkzaamheden, voor zover nodig, alleen verrichten in de periode tussen 1 september en 15 oktober.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 55</titel></kop><al>Landschapspakket: Rietzoom en klein rietperceel</al><lijst><li nr=""><al>1. De begroeiing van het element bestaat voor ten minste 90% uit riet;</al></li><li nr=""><al>2. Het element is ten minste 5 en ten hoogste 50 are groot;</al></li><li nr=""><al>3. Ten minste 10 en ten hoogste 20% riet is tussen een en twee jaar oud;</al></li><li nr=""><al>4. Het actief behern van het   element: het element vrijwaren van beschadiging door vee; geen   werkzaamheden verrichten die wijzigingen tot gevolg hebben van het   landschapselement anders dan ten behoeve van het behoud van het element;   geen chemische bestrijdingsmiddelen of meststoffen gebruiken en niet   branden in of in de directe omgeving van het element;</al></li><li nr=""><al>5. Werkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 september en 1 april;</al></li><li nr=""><al>6. Ten minste 80 en ten hoogste 90% van het riet wordt jaarlijks gemaaid.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 56</titel></kop><al>Landschapspakket: Raster</al><lijst><li nr=""><al>1. Het is een permanent veekerend raster ten behoeve van een landschapselement;</al></li><li nr=""><al>2. Er is sprake van een   beschikking landschapssubsidie voor het landschapselement voor één of   meer van de landschapspakketten in de bijlagen 42 tot en met 51 en 53   tot en met 55.</al></li><li nr=""><al>3. Het raster bevindt zich op zodanige afstand van het landschapselement, dat schade door vraat of betreding wordt voorkomen;</al></li><li nr=""><al>4. Instandhouden van een veekerend raster;</al></li><li nr=""><al>5. Jaarlijks worden zo nodig overhangende takken, die de instandhouding van het raster bedreigen, verwijderd.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 57</titel></kop><al>Inheemse boom- en struiksoorten</al><al>Aalbes, Amandelwilg, Appel, Bastaardbosbes, Beredruif, Beuk,   Bezemdophei, Bittere wilg, Bitterzoet, Blauwe bosbes, Bosrank, Bosroos,   Boswilg, Braamsoorten, Brem, Duindoorn, Duinroos, Kruising van   Eenstijlige en Tweestijlige meidoorn, Eenstijlige meidoorn, Egelantier,   Fladderiep, Framboos, Gagel, Gladde iep, Gaspeldoorn, Gelderse roos,   Gele kornoelje, Geoorde wilg, Gewone dophei, Gewone es, Gewone esdoorn,   Gewone vlier, Grauwe abeel, Kruising van Grauwe en Geoorde wilg, Grauwe   wilg, Grove den, Haagbeuk, Hazelaar, Heggeroos, Hollandse linde,   Hondsroos, Hulst, Jeneverbes, Katwilg, Kruising van Katwilg en Grauwe   wilg, Kleinbloemige roos, Klimop, Kruising van Koraalmeidoorn en   Tweestijlige meidoorn, Koraalmeidoorn, Kraagroos, Kraaihei, Kraakwilg,   Krent, Kruipbrem, Kruipwilg, Kruisbes, Laurierwilg, Lavendelhei,   Maretak, Mispel, Peer, Ratelpopulier, Rijsbes, Rode bosbes, Rode dophei,   Rode kamperfoelie, Rode kornoelje, Rode paardekastanje, Rood   peperboompje, Rossige wilg, Ruwe berk, Ruwe iep, Kruising van Schietwilg   en Kraakwilg, Schietwilg, Sleedoorn, Spaanse aak, Sporkehout,   Stekelbrem, Struikhei, Tamme kastanje, Taxus, Trosbes, Trosvlier,   Tweestijlige meidoorn, Verfbrem, Viltroos, Vogelkers, Wegedoorn, Wilde   kamperfoelie, Wilde kardinaalmuts, Wilde liguster, Wilde lijsterbes,   Wilde peer, Kruising van Wintereik en zomereik, Wintereik, Winterlinde,   Witte els, Witte paardekastanje, Wollige sneeuwbal, Zachte berk, Zoete   kers, Zomereik, Zomerlinde, Zuurbes, Zwarte bes, Zwarte els, Zwarte   populier.</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 58</titel></kop><al>Recreatiepakket</al><lijst><li nr=""><al>1. Voor openstelling van het terrein is geen ontheffing verkregen als bedoeld in artikel 15, derde lid.</al></li><li nr=""><al>2. Het terrein is voldoende toegankelijk en bevat voldoende wegen, vaarwegen en paden, die recreatief gebruik mogelijk maken.</al></li><li nr=""><al>3. Voor de in het tweede lid genoemde wegen, vaarwegen en paden heeft de beheerder een onderhoudsplicht</al></li><li nr=""><al>4. De beheerder dient – indien   van toepassing – medewerking te verlenen aan de aanleg, markering en   het beheer van doorgaande routes voor wandelen en fietsen in het kader   van de landelijke afstandswandelpaden (LAW’s) en lange fietsroutes (LF).</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 59</titel></kop><al>[vervallen]</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 60</titel></kop><al>[vervallen]</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 61</titel></kop><al>[vervallen]</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 62</titel></kop><al>Flora en fauna van de rode lijsten als meetsoort</al><al>Voor het bereiken van het natuurresultaat bij de pluspakketten in de   bijlagen 22 tot en met 31 en 33 kunnen naast de in de bijlagen  specifiek  genoemde meetsoorten ook soorten meetellen die zijn genoemd  in de  categorieën Verdwenen uit Nederland, In het wild verdwenen uit   Nederland, Ernstig bedreigd, Bedreigd of Kwetsbaar van de Rode Lijst   Zoogdieren, de Rode Lijst Reptielen, de Rode Lijst amfibieën, de Rode   Lijst Dagvlinders, de Rode lijst Libellen of de Rode Lijst Vaatplanten,   die zijn opgenomen in de bijlage bij het besluit Rode Lijsten flora en   fauna.</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 63</titel></kop><al>Overeenkomst tussen de beheerder, de subsidieaanvrager en de   provincie ter uitvoering van artikel 5 van Subsidieregeling natuurbeheer   2000.</al><al>Hierbij komen:</al><al>ondergetekende sub 1, [naam, voorletters], [woonachtig] / [gevestigd]   [straatnaam, huisnummer] te [postcode, woonplaats], hierna te noemen  de  beheerder,</al><al>ondergetekende sub 2, [naam, voorletters], [woonachtig] / [gevestigd]   [straatnaam, huisnummer] te [postcode, woonplaats], hierna te noemen  de  subsidieaanvrager,</al><al>de Provincie …, ten deze vertegenwoordigd door Dienst Regelingen,</al><al>ter uitvoering van het bepaalde in artikel 5 van de Subsidieregeling   Natuurbeheer 2000 in verband met de beschikking tot subsidieverlening   van [datum] onder [nummer] aan de subsidieaanvrager overeen dat:</al><al>de subsidieaanvrager hierbij het recht op uitbetaling van subsidies   en voorschotten, die in verband met voornoemde beschikking zijn of   worden verleend, bevoorschot, of vastgesteld aan de beheerder   overdraagt;</al><al>de beheerder zich verbindt tot de nakoming van de verplichtingen waartoe de subsidieaanvrager is gehouden;</al><al>de beheerder zich verbindt bij overdracht van het gebruiksrecht van   de verkrijger te bedingen dat deze, vanaf het moment van verkrijging, de   verplichtingen nakomt waartoe de subsidieaanvrager is gehouden en  zulks  ook van zijn rechtsopvolger zal bedingen;</al><al>de beheerder zich borgstelt jegens de provincie voor de terugbetaling   van onverschuldigd betaalde subsidies en voorschotten in verband met   voornoemde beschikking tot subsidieverlening.</al><al>Deze overeenkomst wordt na ondertekening door de ondergetekenden sub 1   en sub 2 toegezonden aan de Dienst Regelingen als vertegenwoordiger  van  de Provincie. De Dienst Regelingen draagt er zorg voor dat de  beheerder  en de subsidieaanvrager een afschrift ontvangen.</al><al>Gedaan te [woonplaats] op [datum]</al><al>De beheerder</al><al>[naam</al><al>[handtekening]</al><al>De subsidieaanvrager</al><al>[naam</al><al>[handtekening]</al><al>de Provincie …</al><al>voor deze,</al><al>de Teammanager van de Dienst Regelingen</al><al>[naam</al><al>[handtekening]</al></divisie><divisie><kop><titel>Bijlage 64</titel></kop><al>[vervallen]</al></divisie><divisie><kop><titel>BIJLAGE 65</titel></kop><al>Objectivering doelpakketten, versie 2006</al><al>Dit ‘objectiveringsdocument’, dat identiek is aan bijlage 51 van de   Subsidie-regeling agrarisch natuurbeheer, is wegens de omvang hier niet   opgenomen maar als apart document in te zien en op te vragen bij de   provincie en Dienst Regelingen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Bijlage 66</titel></kop><al>Voorschriften met betrekking tot het protocol, bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel c</al><lijst><li nr="I."><al> Het protocol, bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel c, wordt   opgesteld door degene die een aanvraag als bedoeld in artikel 17   indient.</al></li><li nr="II."><al> Degene die een aanvraag als bedoeld in artikel 17 indient neemt de volgende gegevens op in het protocol:
    </al><lijst><li nr=""><al>1. gegevens met betrekking tot door hem te verrichten controles van de beheerseenheden, te weten:</al><lijst><li nr="a."><al> de kwaliteitseisen die gelden per beheerseenheid of groep van beheerseenheden;</al></li><li nr="b."><al> de wijze van controle;</al></li><li nr="c."><al> de frequentie van de controles, waarbij alle beheerseenheden minimaal één keer in het tijdvak worden gecontroleerd, en</al></li><li nr="d."><al> de wijze waarop de   aanvrager de uit de controles verkregen gegevens vastlegt en verstrekt   aan de directeur van de Dienst Regelingen;</al></li></lijst></li><li nr=""><al>2. gegevens met betrekking tot door hem te verrichten monitoring van de beheerseenheden, te weten:</al><lijst><li nr="a."><al> gegevens met betrekking tot de per beheerseenheid of groep van beheerseenheden opgestelde monitoringsplannen;</al></li><li nr="b."><al> de wijze van   monitoring, waarbij afwijking van de monitoringssystematiek die is   beschreven in bijlage 65 slechts is toegestaan als de voorgestane   systematiek een naar het oordeel van de minister Gedeputeerde Staten   nauwkeuriger systematiek betreft;</al></li><li nr="c."><al> de frequentie van de   monitoring, waarbij in ieder geval ten aanzien van pluspakketten   monitoring in het derde, vierde of vijfde jaar van het tijdvak   plaatsvindt, en</al></li><li nr="d."><al> de wijze waarop hij de   uit de monitoring verkregen gegevens vastlegt, en verstrekt aan de   directeur van de Dienst Regelingen, en</al></li></lijst></li><li nr=""><al>3. gegevens met betrekking tot een door hem te laten verrichten audit in het zesde jaar van het tijdvak, te weten:</al><lijst><li nr="a."><al> de wijze waarop de opdracht voor de audit zal worden verstrekt;</al></li><li nr="b."><al> de wijze waarop hij waarborgt dat de audit wordt uitgevoerd door een derde die onafhankelijk van hem opereert, en</al></li><li nr="c."><al> de wijze waarop de audit wordt uitgevoerd, waarbij in elk geval is voldaan aan de volgende criteria:
            </al><lijst><li nr="i."><al> in het kader van de   audit wordt ten minste 10% van de terreinen waarop de aanvraag,  bedoeld  in artikel 17, betrekking heeft steekproefsgewijs  gecontroleerd, en</al></li><li nr="ii."><al> de controle betreft de wijze waarop de afspraken overeenkomstig dit protocol zijn uitgevoerd.</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst></li><li nr="III. "><al/><lijst><li nr=""><al>1. Goedkeuring van gedeputeerde staten behoeven:</al><lijst><li nr="a."><al> het protocol, bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel c;</al></li><li nr="b."><al> een eventuele herziening van het protocol, bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel c, en</al></li><li nr="c."><al> de opdracht voor de audit, bedoeld in onderdeel II, derde lid.</al></li></lijst></li><li nr=""><al>2. Het voornemen tot   verstrekking van de opdracht voor de audit, bedoeld in onderdeel II,   derde lid, wordt uiterlijk één maand voor het beoogde aanvangstijdstip   van de audit gemeld aan de directeur van de Dienst Regelingen.</al></li></lijst></li><li nr="IV."><lijst><li nr=""><al>1. Degene aan wie subsidie is   verleend als gevolg van een aanvraag, bedoeld in artikel 17, maakt bij   een aanvraag tot subsidievaststelling gebruik van de resultaten van de   controles, de monitoring en de audit.</al></li><li nr=""><al>2. In voorkomend geval maakt   degen aan wie subsidie is verleend als gevolg van een aanvraag, bedoeld   in artikel 17, bij een aanvraag voor subsidie voor een nieuw tijdvak   gebruik van de resultaten van de controles en de monitoring. </al></li></lijst></li></lijst><al> </al></divisie></bijlage></regeling></body></cvdr>