<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  https://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>96336_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie wethouders en raadsleden 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Midden-Drenthe</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-04-07</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteberichten 6 april 2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie wethouders en raadsleden 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artt. 147, 149 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-03-31</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-04-14</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2011-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>algehele herziening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22
                                    maart 1994, Stb. 243.</al></li><li nr="b."><al>Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk
                                    Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244.</al></li><li nr="c."><al>Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van
                                    20 februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het
                                    Rechtspositiebesluit wethouders.</al></li><li nr="d."><al>Verplaatsingskostenregeling 1989: het besluit van de Minister
                                    van Binnenlandse Zaken van 20 oktober 1989, nr.
                                    AB87/74/U6DGMP/AV/FAR, Stcrt. 212.</al></li><li nr="e."><al>Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van
                                    Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt.
                                    56.</al></li><li nr="f."><al>Reisregeling buitenland: het besluit van de Minister van
                                    Binnenlandse Zaken van 12 september 1994, nr. AD94/U1011, Stcrt.
                                    181.</al></li><li nr="g."><al>Raadslid: lid van de gemeenteraad, niet zijnde wethouder.</al></li><li nr="h."><al>Griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de
                                    Gemeentewet.</al></li><li nr="i."><al>Gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de
                                    Gemeentewet.</al></li><li nr="j."><al>Wethouder: de wethouder, bedoeld in artikel 35 van de
                                    Gemeentewet.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II.</nr><titel>Voorzieningen voor raadsleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 2, eerste lid,
                            van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, is gelijk aan het
                            door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
                            vastgesteld bedrag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het raadslid ontvangt een onkostenvergoeding voor aan de uitoefening
                                van het raadslidmaatschap verbonden kosten. Deze vergoeding is
                                gelijk aan het bedrag vermeld in tabel II van het
                                Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge
                                artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting
                                1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt
                                aangemerkt, is in afwijking van het eerste lid de onkostenvergoeding
                                gelijk aan het bedrag vermeld in tabel III van het
                                Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Berekening en betaling vaste vergoedingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij die gedurende een gedeelte van het kalendermaand raadslid is
                                geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3,
                                naar evenredigheid van het aantal kalenderdagen dat hij in die maand
                                raadslid is geweest.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij overgang van de gemeente naar een lagere klasse, vermeld in
                                artikel 2, in verband met een vermindering van het aantal inwoners,
                                behouden de zittende raadsleden tot de eerstvolgende verkiezingen de
                                geldende vergoeding en tegemoetkoming.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3,
                                geschiedt in maandelijkse termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Zakelijke reiskosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte
                                kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente
                                ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur
                                vergoed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een
                                        taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid
                                        gemaakte noodzakelijke reiskosten;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van
                                        de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten conform
                                        de per 1 januari 2011 ingetreden werkkostenregeling.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van
                            reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een
                            beslissing van het gemeentebestuur worden aan het raadslid vergoed,
                            waarbij de bepalingen van de reisregeling binnenland van toepassing
                            zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Buitenlandse excursie of reis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad kan een raadslid uit de gemeenteraad toestemming
                                verlenen voor een excursie of reis naar het buitenland. De
                                gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden verbinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor
                                rekening van de gemeente, waarbij de bepalingen van de reisregeling
                                buitenland van toepassing zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen, congressen,
                                seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens
                                de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                                symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag
                                gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een
                                kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente
                                als deelname van algemeen belang is in verband met de vervulling van
                                het raadslidmaatschap.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                                aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de
                                toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan op
                                aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk personeel geldende
                                spaarloonregeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                                aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de
                                toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan
                                deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van
                                de Wet op de loonbelasting 1964.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien het
                                raadslid gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen
                                aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Verlaging vergoeding werkzaamheden bij
                                arbeidsongeschiktheid</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, kan op
                            verzoek van een raadslid worden verlaagd in het geval hij een uitkering
                            ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke
                            arbeidsongeschiktheid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Compensatie korting werkloosheidsuitkering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In het geval een raadslid een uitkering op grond van de
                                Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van artikel 20 van die
                                wet ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het
                                uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel
                                2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid
                                ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd
                                tot het bedrag van bedoelde korting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het geval dat een raadslid een uitkering op grond van het Besluit
                                Werkloosheid onderwijs en onderzoekpersoneel ontvangt en de na
                                toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat besluit ontstane
                                korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het
                                raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde
                                vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt
                                deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag
                                van bedoelde korting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de
                                gemeenteraad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid dat op grond van artikel 77 van de Gemeentewet meer dan
                                30 dagen onafgebroken het voorzitterschap van de gemeenteraad
                                waarneemt, ontvangt voor die waarneming een toeslag van 8% van de in
                                artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden over de tijd van
                                de waarneming.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de
                                onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 3.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12a.</nr><titel>Voorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en
                                bevalling of ziekte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De artikelen 2 tot en met 4, 8, 10 tot en met 12 en 13a blijven van
                                toepassing op het raadslid aan wie ingevolge artikel X 10 van de
                                Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en
                                bevalling of ziekte, met dien verstande dat de onkostenvergoeding
                                die dit raadslid op grond van artikel 3, eerste of tweede lid,
                                ontvangt de helft bedraagt van het bedrag dat op grond van die
                                bepalingen van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De artikelen 1 tot en met 7, 8, eerste, tweede, vierde en vijfde
                                lid, en 11 tot en met 13a van deze verordening zijn van toepassing
                                op raadsleden die tijdelijk worden benoemd ter vervanging van een
                                raadslid dat ingevolge artikel X10 van de Kieswet tijdelijk ontslag
                                heeft verkregen wegens zwangerschap en bevalling of ziekte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12b.</nr><titel>Verzekering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Raadsleden vallen onder de algemene aansprakelijkheidsverzekering
                                van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Raadsleden zijn uit hoofde van hun functie naast lid 1 verzekerd
                                voor rechtsbijstand.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De premies van de in lid 1 en 2 genoemde verzekeringen komen ten
                                laste van de gemeente.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III.</nr><titel>Voorzieningen voor wethouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De wethouder ontvangt een onkostenvergoeding voor aan de uitoefening
                                van het wethouderschap verbonden kosten. Deze vergoeding is gelijk
                                aan het bedrag vermeld in artikel 25 van het Rechtspositiebesluit
                                wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In geval de wethouder een mobiele telefoon in bruikleen ter
                                beschikking wordt gesteld, als bedoeld in artikel 20, wordt de
                                onkostenvergoeding als bedoeld in het eerste lid gekort met de
                                component telefoonkosten. De component telefoonkosten bedraagt 9%
                                van de onkostenvergoeding voor de voltijd wethouder, voor de
                                deeltijdwethouder 12%. De wethouder ontvangt hiernaast een korting
                                in verband met gebruik van de privételefoon voor zakelijke
                                doeleinden. Deze korting is gelijk aan het bedrag dat de
                                burgemeester hiervoor ontvangt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Berekening en betaling vaste vergoedingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De wethouder, die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar het
                                wethouderschap heeft bekleed, ontvangt de onkostenvergoeding als
                                bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van het aantal dagen
                                dat hij het wethouderschap heeft bekleed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij overgang van de gemeente naar een lagere klasse, vermeld in
                                artikel 25 van het Rechtspositiebesluit wethouders, in verband met
                                een vermindering van het aantal inwoners, behouden de zittende
                                wethouders tot hun aftreden de geldende vergoeding.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De betaling van de vergoedingen, bedoeld in artikel 14, geschiedt in
                                maandelijkse termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Zakelijke reiskosten</titel></kop><al>Aan de wethouder wordt een vergoeding verleend voor reiskosten ter zake
                            van de gemeente</al><al>gemaakt. De vergoeding betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi:
                                    een volledige vergoeding van de reiskosten;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen personenauto: een vergoeding van de in
                                    redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten conform de per 1
                                    januari 2011 ingetreden werkkostenregeling.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Dienstauto</titel></kop><al>De wethouder kan voor reizen ten behoeve van de gemeente gebruik maken
                            van een dienstauto. Onder dienstauto wordt voor de toepassing van dit
                            artikel mede verstaan een door de gemeente ingehuurde auto.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van
                            reizen, bedoeld in artikel 14 worden aan de wethouder vergoed, waarbij
                            de bepalingen van de reisregeling binnenland van toepassing zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Buitenlandse dienstreis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten
                                Nederland maakt worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                                reis- en verblijfkosten vergoed, waarbij de bepalingen van de
                                reisregeling buitenland van toepassing zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet
                                zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming
                                van het college vereist. Hiervan wordt melding gedaan aan de
                                gemeenteraad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen, congressen,
                                seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens
                                de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                                symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag
                                gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een
                                kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente
                                als deelname van algemeen belang is in verband met de uitoefening
                                van het ambt van wethouder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Mobiele telefoon</titel></kop><al>Op aanvraag wordt de wethouder voor de uitoefening van zijn ambt een
                            mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking gesteld die uitsluitend
                            bedoeld is voor zakelijk gebruik.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De wethouder kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk
                                personeel geldende spaarloonregeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wethouder kan deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in
                                artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien de
                                wethouder gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat geen
                                aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Reis-, pension- en verhuiskosten bij benoeming</titel></kop><al>De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente
                            beschikt heeft ten</al><al>laste van de gemeente aanspraak op vergoeding van:</al><lijst><li nr="a."><al>reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 1
                                    van de Regeling rechtspositie wethouders;</al></li><li nr="b."><al>verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder
                                    overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Regeling
                                    rechtspositie wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Verzekering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wethouders vallen onder de algemene aansprakelijkheidsverzekering
                                van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wethouders zijn uit hoofde van hun functie naast lid 1 verzekerd
                                voor rechtsbijstand en bestuurdersaansprakelijkheid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De premies van de in lid 1 en 2 genoemde verzekeringen komen ten
                                laste van de gemeente.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV.</nr><titel>De procedure van declaratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Betaling van kosten</titel></kop><al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door</al><lijst><li nr="a."><al>betaling uit eigen middelen; of</al></li><li nr="b."><al>rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Declaratie van vooruit betaalde kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 5, 6, 15
                                en 17 wordt gebruik gemaakt van een declaratieformulier, waarvan het
                                model door het college is vastgesteld, indien deze kosten uit eigen
                                middelen vooruit zijn betaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend. Het
                                raadslid, onderscheidenlijk de wethouder dient het
                                declaratieformulier binnen 3 maanden in bij de griffier,
                                onderscheidenlijk de gemeentesecretaris ter accordering, onder
                                bijvoeging van de originele bewijsstukken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Rechtstreekse facturering bij de gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1)</lidnr><al>De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 6, 7, 8, 17,18 en
                                19 kan plaatsvinden door rechtstreekse toezending van de door het
                                raadslid, onderscheidenlijk de wethouder voor akkoord ondertekende
                                factuur aan de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2)</lidnr><al>Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door het
                                begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is
                                vastgesteld, volledig in te vullen en te ondertekenen.</al></lid><lid><lidnr>3)</lidnr><al>Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder dient het
                                begeleidingsformulier en de factuur binnen 2 maanden in bij de
                                griffier, onderscheidenlijk de gemeentesecretaris ter
                                accordering.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De verordening vergoeding onkosten wethouders van 26 februari 1998 wordt
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2011.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie
                            wethouders en raadsleden 2011.</al><al></al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Besloten in de openbare vergadering van de raad,</al><al>gehouden op 31 maart 2011,</al><al></al><al></al><al>de griffier</al><al></al><al>de voorzitter,</al><al></al><al></al><al></al><al></al><al>C.J. Onderwater</al><al></al><al>J.Broertjes</al><al></al><al></al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>