<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" cvdr-version="1.0" owms-version="3.5" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>963_1</dcterms:identifier><dcterms:title>EILANDSVERORDENING, van de 17e april 1957, houdende regelen nopens het verkeer op de wegen Wegenverkeersverordening Bonaire)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:CaribischOpenbaarLichaam">Bonaire</dcterms:creator><dcterms:modified>2008-09-30</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanAnderOpenbaarLichaam">Eilandsraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">A.B. 1998, no. 15</dcterms:isFormatOf><dcterms:issued>1998-11-10</dcterms:issued><dcterms:alternative>Wegenverkeersverordening Bonaire</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1999-08-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>1999-08-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>bijlage</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>EILANDSBESLUIT dd. 15 mei 1957 no. 1, houdende algemene maatregelen tot
                    vaststelling van de rechten, welke ingevolge de Wegenverkeersverordening Bonaire
                    worden geheven</al><al>Besluit maximum snelheidsvermogen rijwielen met hulpmotor</al><al>Uitvoeringsbesluit onderzoek rijvaardigheid</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vastgesteld en in werking getreden vóór 10-10-2010, maar op grond van artikel 7 van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de Positieve lijst regelgeving Eilandsraad Bonaire (AB 2010, no. 20) dan wel het Eilandsbesluit vaststellen positieve lijst regelgeving Bestuurscollege Bonaire (AB 2010, nr. 19) tevens vastgesteld voor het openbaar lichaam Bonaire en derhalve met ingang van 10-10-2010 in het openbaar lichaam Bonaire van toepassing.</al><al>Deze verordening vervangt de artikelen 8, 39, eerste lid, 41 tot en met 68, 68a,
                    eerste lid, 69 tot en met 80, 81, 86 sub 4°, 5° en 9° van de keur, houdende
                    bepalingen omtrent de straatpolitie en andere politievoorschriften op het eiland
                    Bonaire (P.B. 1919 No. 25).</al><al>De datum van
                    inwerkingtreding van de oorspronkelijke regeling is vastgesteld bij
                    ei/landsbesluit van 26-4-1957 (A.B. 1957, no. 6).</al><al>De dag van
                    inwerkingtreding van de bij de wijzigingsregeling van 25-6-1963 (A.B. 1963, no.
                    10) gewijzigde artikelen 2 en 57 is bij die regeling vastgesteld. De dag van
                    inwerkingtreding (1-9-1963) van het bij die wijzigingsregeling gewijzigde
                    hoofdstuk V en artikelen 80a t/m 80f is vastgesteld bij eilandsbesluit van
                    22-7-1963 (A.B. 1963, no. 12).</al><al>Bij het EILANDSBESLUIT HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN VAN 27 maart 2001, no. 2
                    betreffende de intrekking van het eilandsbesluit houdende algemene maatregelen
                    van 30-06-‘99, no. 17 (A.B.1999, no. 6) tot vaststelling van de datum van
                    inwerkingtreding van de Eilandsverordening van 10 november 1998, no. 3
                    (A.B.1998, no. 15), tot wijziging van de Wegenverkeersverordening Bonaire
                    (A.B.1957.no. 4) (A.B. 2001, 7) is het inwerkingtredingsbesluit
                    van 30-6-1999
                    (A.B. 1999, no. 6) met betrekking tot de
                    wijzigingsverordening van 10-11-1998 (A.B. 1998, no. 15) ingetrokken. De in die
                    verordening aangegeven wijziging is dus niet in de tekst van
                    deze
                    regeling verwerkt.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>EILANDSVERORDENING, van de 17e april 1957, houdende regelen nopens het verkeer op
            de wegen Wegenverkeersverordening Bonaire)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr status="officieel">I</nr><titel status="officieel">Definities.</titel></kop><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">1.</nr></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening worden verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>VOERTUIGEN: Motorrijtuigen, rijwielen en andere rij- of
                                    voertuigen, met uitzondering van kruiwagens, kinderwagens en
                                    dergelijke kleine voertuigen;</al></li><li nr="b."><al>MOTORRIJTUIGEN: Rij- of voertuigen, bestemd om uitsluitend of
                                    mede door een mechanische kracht, op of aan het rij- of voertuig
                                    zelf aanwezig, te worden voortbewogen;</al></li><li nr="c."><al>VRACHTAUTO’S: Motorrijtuigen op meer dan drie wielen,
                                    uitsluitend of hoofdzakelijk ingericht tot of blijkens hun
                                    oorspronkelijk bouw uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd voor
                                    het vervoer van goederen;</al></li><li nr="d."><al>RIJWIELEN: Voertuigen op twee of drie wielen, bestemd om te
                                    worden voortbewogen door physieke kracht van de op dat voertuig
                                    gezeten bestuurder, door hem overgebracht door trap- of
                                    armbewegingen op het voortbewegingsmechanisme, met uit zondering
                                    van die voertuigjes, welke kennelijk als kinderspeelgoed zijn
                                    aan te merken;</al></li><li nr="e."><al>RIJWIELEN MET HULPMOTOR: Motorrijtuigen, welke voor zover hun
                                    bouw betreft, alle voor rijwielen normale eigenschappen bezitten
                                    en mede door mechanische kracht op of aan het rijwiel zelf
                                    aanwezig, kunnen worden voortbewogen, zodanig dat daarmede geen
                                    hogere snelheid kan worden bereikt dan bij Eilandsbesluit,
                                    houdende algemene maatregelen, zal worden bepaald;</al></li><li nr="f."><al>AANHANGERS; Voertuigen, met inbegrip van kleine voertuigen,
                                    welke door een motorrijtuig worden voortbewogen, of kennelijk
                                    bestemd zijn, om aldus te worden voortbewogen, met uitzondering
                                    van niet rijklaar zijnde motorrijtuigen, welke door een ander
                                    motorrijtuig worden voortbewogen, uitsluitend met het doel om
                                    een plaats van berging of herstel te bereiken of om het
                                    motorrijtuig rijklaar te maken;</al></li><li nr="g."><al>WAGENS: Alle onder a. bedoelde voertuigen met uitzondering van
                                    motorrijtuigen, aanhangwagens en rijwielen;</al></li><li nr="h."><al>RIJ- EN TREKDIEREN EN VEE:</al><lijst><li nr="1."><al>rij- en trekdieren: paarden, ezels, muilezels en
                                            muildieren;</al></li><li nr="2."><al>vee: paarden, ezels, muilezels, muildieren, runderen,
                                            schapen, bokken, geiten en varkens;</al></li></lijst></li><li nr="i."><al>WEGEN, RIJBAAN, RIJSTROOK:</al><lijst><li nr="1."><al>Alle voor het openbaar rij- of ander vervoer openstaande
                                            wegen of paden; de in de wegen of paden liggende bruggen
                                            en duikers maken daarvan deel uit; de tot de wegen
                                            behorende paden en bermen of zijkanten maken deel van de
                                            weg uit;</al></li><li nr="2."><al>rijbaan: het gedeelte van een weg, gewoonlijk gebruikt
                                            voor verkeer met voertuigen;</al></li><li nr="3."><al>rijstrook: elk der delen, waarin een rijbaan in de
                                            verkeersinrichting kan worden verdeeld en gewoonlijk
                                            gebruikt wordt door of kennelijk aangeduid is voor het
                                            asverkeer in een bepaalde richting;</al></li></lijst></li><li nr="j."><al>VOORRANGSWEGEN: Wegen of weggedeelten, welke overeenkomstig
                                    Hoofdstuk II als zodanig zijn aangewezen en aangeduid;</al></li><li nr="k."><al>VERHARDE WEGEN: Wegen, welke zijn voorzien van een kunstmatig
                                    aangebrachte vaste deklaag;</al></li><li nr="l."><al>RIJWIELPADEN: Wegen of weggedeelten, welke overeenkomstig
                                    Hoofdstuk II als zodanig zijn aangewezen en aangeduid;</al></li><li nr="m."><al>BESTUURDER: Ieder, die een voertuig bestuurt, een trekdier, een
                                    lastdier, een rijdier of een kudde dieren langs een weg geleidt,
                                    dan wel feitelijk de macht daarover heeft;</al><al>BESTUURDER VAN EEN MOTORRIJTUIG: Hij, die het motorrijtuig
                                    bestuurd, of hij, die overeenkomstig de voorwaarden, in deze
                                    verordening gesteld, geacht wordt het motorrijtuig onder zijn
                                    onmiddellijk toezicht te doen besturen;</al></li><li nr="n."><al>KENTEKEN: Letter of letters en nummer, aangebracht op de
                                    belastingnummerplaat, vanwege het eilandgebied overeenkomstig
                                    het bepaalde in de “Motorrijtuigbelastingverordening”
                                    afgegeven;</al></li><li nr="o."><al>DAG: De tijd van zonsopgang tot zonsondergang;</al><al>NACHT: De tijd van zonsondergang tot zonsopgang;</al></li><li nr="p."><al>AS: De lijn, die de middens verbindt van twee symmetrisch aan
                                    weerszijden van het voertuig aangebrachte wielen, wanneer deze
                                    zich in de stand bevinden, waarin rechtuit wordt gereden of,
                                    indien het voertuig een in het symmetrievlak daarvan aangebracht
                                    wiel heeft, de as van dat wiel;</al></li><li nr="q."><al>TOTAALGEWICHT: Het ledige gewicht van een voertuig, vermeerderd
                                    met de lading, wanneer het in rust is en uitgerust voor vertrek,
                                    daaronder mede begrepen het gewicht van de bestuurder en andere
                                    tezelfder tijd te vervoeren personen;</al></li><li nr="r."><al>LEDIG GEWICHT: Het gewicht van het voertuig, in bedrijfswaardige
                                    staat met inbegrip van de bedrijfsstoffen, reservedelen en
                                    gereedschappen, welke tot de normale uitrusting behoren, doch
                                    zonder lading en zonder de bestuurder en andere personen, die
                                    met het voertuig worden vervoerd, een en ander wanneer het
                                    voertuig in rust is;</al></li><li nr="s."><al>GEWICHT v.d. LADING: Het totaal gewicht van het voertuig
                                    verminderd met het ledige gewicht;</al></li><li nr="t."><al>LAADVERMOGEN: Het maximum toegestane gewicht aan lading;</al></li><li nr="u."><al>LICHT: Niet-knipperend licht, tenzij anders is bepaald;</al></li><li nr="v."><al>MILITAIRE COLONNE: Een aantal zich achter elkander in formatie
                                    bevindende militaire voertuigen onder een commandant, dan wel
                                    een aantal militairen te voet in enigerlei aaneengesloten
                                    formatie onder een commandant;</al></li><li nr="w."><al>WACHTEN (PARKEREN): Het doen of laten staan van een voertuig,
                                    anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt
                                    tot het onmiddellijk en voortgezet in- of uitstappen van
                                    personen of voor het onmiddellijk en voortgezet laden of lossen
                                    van goederen;</al></li><li nr="x."><al>STOPLIJNEN: Al dan niet onderbroken lijnen, stroken of strepen
                                    overeenkomstig het bepaalde in Hoofdstuk II in een bij de weg
                                    afstekende kleur, overdwars in of op het wegdek
                                    aangebracht;</al></li><li nr="y."><al>ASLIJNEN: Al dan niet onderbroken lijnen of stroken, op of in
                                    een rijbaan in een daarbij afstekende kleur aangebracht,
                                    waardoor de rijbaan overlangs verdeeld wordt in twee delen van
                                    gelijke of nagenoeg gelijke breedte;</al></li><li nr="z."><al>BEBOUWDE KOMMEN; De bij Eilandsbesluit, houdende algemene
                                    maatregelen, als zodanig omschreven en bekendgemaakte, min of
                                    meer aaneengesloten bebouwingen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr status="officieel">II</nr><titel status="officieel">Maatregelen, bevelen, aanwijzingen en aanduidingen
                            nopens het wegverkeer.</titel></kop><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">2.</nr></kop><al>In het belang van de vrijheid van het verkeer of de veiligheid op de weg
                            kunnen door of vanwege de Gezaghebber de volgende maatregelen worden
                            getroffen, welke worden kenbaar gemakt door de daarbij behorende
                            verkeersborden en verkeerstekens en zonodig door bekendmaking in een of
                            meer plaatselijke bladen: </al><lijst><li nr="1."><al>snelheidsbepaling</al><lijst><li nr="a."><al>maximum snelheid (bijlage model 1);</al></li><li nr="b."><al>minimum snelheid (bijlage model 2);</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>aanwijzing als voorangsweg; borden:</al><lijst><li nr="a."><al>voorrangsweg (bijlage model 3);</al></li><li nr="b."><al>einde voorrangsweg (bijlage model 4);</al></li><li nr="c."><al>voorwaarschuwing einde voorrangsweg na 150 m (bijlage
                                            model 5);</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>aanwijzing als voorrangskruising of -splitsing; bord:</al><al>kruising met een weg, welke geen voorrang heeft (bijlage model
                                    6); </al></li><li nr="4."><al>aanwijzingen bij nadering van voorrangsweg, -kruising of
                                    -splitsing; borden:</al><lijst><li nr="a."><al>nadering voorrangsweg, -kruising of -splitsing met
                                            verplichting tot het verlenen van voorrang (bijlage
                                            model 7);</al></li><li nr="b."><al>als onder a. met de verplichting tot stoppen voor
                                            stoplijn (bijlage model 8);</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>gesloten verklaring voor het verkeer met alle voertuigen, rij-
                                    en trekdieren en vee;</al><lijst><li nr="a."><al>in beide richtingen (bijlage model 9);</al></li><li nr="b."><al>in één richting (bijlage model 10), met aanwijzing van
                                            de inrij-zijde van de één-richtingsweg (bijlage model
                                            10a);</al></li><li nr="c."><al>in de andere richting dan die, welke de pijl aangeeft
                                            (bijlage model 11);</al></li><li nr="d."><al>aan de andere zijde van het bord dan die de pijl
                                            aangeeft (bijlage model 12);</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>gesloten verklaring voor verkeer met:</al><lijst><li nr="a."><al>motorrijtuigen op meer dan twee wielen (bijlage model
                                            13);</al></li><li nr="b."><al>motorrijtuigen op twee wielen (bijlage model 14);</al></li><li nr="c."><al>rijwielen (bijlage model 15);</al></li><li nr="d."><al>alle motorrijtuigen (bijlage model 16);</al></li><li nr="e."><al>alle motorrijtuigen en rijwielen (bijlage model
                                            17);</al></li><li nr="f."><al>motorrijtuigen op twee wielen en rijwielen (bijlage
                                            model 18);</al></li></lijst></li><li nr="7."><al>gesloten verklaring voor motorrijtuigen, waardoor een of meer
                                    aanhangwagens worden voortbewogen (bijlage model 19);</al></li><li nr="8."><al>gesloten verklaring voor voertuigen op meer dan twee wielen met
                                    inbegrip van lading, die:</al><lijst><li nr="a."><al>een bepaalde breedte te boven gaan (bijlage model
                                            20);</al></li><li nr="b."><al>een bepaalde lengte te boven gaan (bijlage model
                                            21);</al></li><li nr="c."><al>een bepaalde hoogte te boven gaan (bijlage model
                                            22);</al></li><li nr="d."><al>een bepaald totaal gewicht te boven gaan (bijlage model
                                            23);</al></li></lijst></li><li nr="9."><al>verbod om af te slaan naar;</al><lijst><li nr="a."><al>links (bijlage model 24);</al></li><li nr="b."><al>rechts (bijlage model 25);</al></li></lijst></li><li nr="10."><al>inhaalverbod (bijlage model 26);</al></li><li nr="11."><al>doorgaanverbod;</al><lijst><li nr="a."><al>bij nadering van verkeer uit tegengestelde richting
                                            (bijlage model 27);</al></li><li nr="b."><al>voor verkeer uit de tegengestelde richting (bijlage
                                            model 28);</al></li></lijst></li><li nr="12."><al>stopverbod:</al><lijst><li nr="a."><al>algemeen (bijlage model 29);</al></li><li nr="b."><al>voor de linker zijde van de weg (bijlage model 30);</al></li><li nr="c."><al>voor de rechter zijde van de weg (bijlage model
                                            31);</al></li><li nr="d."><al>gedurende een bepaalde tijd (bijlage model 32);</al></li><li nr="e."><al>gedurende een bepaalde tijd aan de linker zijde van de
                                            weg (bijlage model 33);</al></li><li nr="f."><al>gedurende een bepaalde tijd aan de rechter zijde van de
                                            weg (bijlage model 34);</al></li></lijst></li><li nr="13."><al>wachtverbod:</al><lijst><li nr="a."><al>algemeen (bijlage model 35);</al></li><li nr="b."><al>voor de linker zijde van de weg (bijlage model 36);</al></li><li nr="c."><al>voor de rechter zijde van de weg (bijlage model
                                            37);</al></li><li nr="d."><al>gedurende een bepaalde tijd (bijlage model 38);</al></li><li nr="e."><al>gedurende een bepaalde tijd aan de linker zijde van de
                                            weg (bijlage model 39);</al></li><li nr="f."><al>gedurende een bepaalde tijd aan de rechter zijde van de
                                            weg (bijlage model 40);</al></li><li nr="g."><al>langer dan een bepaalde tijd (bijlage model 41);</al></li><li nr="h."><al>langer dan een bepaalde tijd aan de linker zijde van de
                                            weg (bijlage model 42);</al></li><li nr="i."><al>langer dan een bepaalde tijd aan de rechter zijde van de
                                            weg (bijlage model 43);</al></li><li nr="j."><al>algemeen, behalve voor de dienst of personen onder dat
                                            bord aangeduid (bijlage model 44); deze aanwijzing kan
                                            ook geschieden door het markeren van het betreffende
                                            weggedeelte met witte lijnen, waarbinnen de hoofdletters
                                            "N.P.” zijn aangebracht;</al></li><li nr="k."><al>aanwijzing tot taxi-standplaats, tevens wachtverbod ter
                                            plaatse, behalve voor het op het bord aangegeven aantal
                                            taxi's (bijlage model 45);</al></li></lijst></li><li nr="14."><al>verplicht rijwielpad (bijlage model 46);.</al></li></lijst></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">3.</nr></kop><al>In het belang van de vrijheid van het verkeer of de veiligheid op de weg
                            kunnen door of vanwege de Gezaghebber bevelen en aanwijzingen gegeven
                            worden door de volgende tekens;</al><lijst><li nr="1."><al>stoplijnen;</al></li><li nr="2."><al>vakken op het wegdek, ter regeling van het verkeer op of nabij
                                    kruispunten;</al></li><li nr="3."><al>verkeerszuilen:</al><lijst><li nr="a."><al>die met een voertuig, rij- of trekdier of vee, dat aan
                                            die zijde nadert slechts aan de rechter zijde
                                            voorbijgereden of gegaan mogen worden (bijlage model
                                            47);</al></li><li nr="b."><al>die door motorrijtuigen, welke aan die zijde naderen,
                                            aan weerszijden voorbijgereden mogen worden (bijlage
                                            model 48);</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>stoptekens:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het verkeer, dat de verkeersregelaar van voren
                                            nadert (bijlage model 49);</al></li><li nr="b."><al>voor het verkeer, dat de verkeersregelaar van achteren
                                            nadert (bijlage model 50);</al></li><li nr="c."><al>voor het verkeer, dat de verkeersregelaar van voren en
                                            van achteren nadert (bijlage model 51);</al></li><li nr="d."><al>voor het verkeer, op welke richting het bord loodrecht
                                            of nagenoeg loodrecht wordt getoond (bijlage model
                                            52);</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>teken: "Let op" voor het verkeer in de stopgezette
                                    richting;</al><al>teken: "Stop" voor het verkeer in de tot dusver vrije
                                    richting;</al><al>teken: "Kruising vrij maken" voor het verkeer, dat zich op een
                                    kruispunt bevindt (bijlage model 53); </al></li><li nr="6."><al>doorgaan-tekens:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het verkeer, dat aan de linker zijde van de
                                            verkeersregelaar is opgesteld (bijlage model 54);</al></li><li nr="b."><al>voor het verkeer, dat aan de rechter zijde van de
                                            verkeersregelaar is opgesteld (bijlage model 55);</al></li><li nr="c."><al>voor hot verkeer, dat aan de linker zijde als voor het
                                            verkeer, dat aan de rechter zijde van de
                                            verkeersregelaar is opgesteld (bijlage model 56);</al></li><li nr="d."><al>voor het verkeer, op welke richting het bord loodrecht
                                            of nagenoeg loodrecht getoond wordt (bijlage model
                                            57);</al></li></lijst></li><li nr="7."><al>snelheidswijzigingstekens:</al><lijst><li nr="a."><al>snelheid vermeerderen voor het verkeer, dat de
                                            verkeersregelaar van de linker zijde nadert (bijlage
                                            model 58);</al></li><li nr="b."><al>snelheid verminderen voor het verkeer, dat de
                                            verkeersregelaar van voren nadert (bijlage model
                                            59);</al></li><li nr="c."><al>snelheid vermeerderen voor het verkeer, dat de
                                            verkeersregelaar van de rechter zijde nadert (bijlage
                                            model 60);</al></li><li nr="d."><al>snelheid verminderen voor het verkeer, dat de
                                            verkeersregelaar van achteren nadert (bijlage model
                                            61);</al></li></lijst></li><li nr="8."><al>lichtsignalen:</al><lijst><li nr="a."><al>doorgaan (groen licht) (bijlage model 62);</al></li><li nr="b."><al>stop voor de stoplijn, voor het verkeer, dat de stoplijn
                                            reeds gepasseerd is of zo dicht is genaderd, dat
                                            stilhouden voor de stoplijn redelijkerwijze niet meer
                                            mogelijk is: doorgaan (geel licht), (bijlage model
                                            63);</al></li><li nr="c."><al>stop en wel voor de stoplijn, indien aanwezig (rood
                                            licht) (bijlage model 64);</al></li><li nr="d."><al>voorzichtigheid geboden (geel knipperlicht);</al></li><li nr="e."><al>doorgaan in de aangewezen richting (verlichte pijl)
                                            (bijlage model 65);</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">4.</nr></kop><al>Voorts kunnen vanwege de Gezaghebber onder meer worden geplaatst
                            verkeersborden en verkeerstekens:</al><lijst><li nr="1."><al>ter aanduiding van gevaren op de weg, aanduidende:</al><lijst><li nr="a."><al>gevaarlijke bocht (bijlage model 66);</al></li><li nr="b."><al>gevaarlijke kruising of splitsing van wegen (bijlage
                                            model 67);</al></li><li nr="c."><al>opgebroken weg (bijlage model 68);</al></li><li nr="d."><al>wegversmalling (bijlage model 69);</al></li><li nr="e."><al>mogelijkheid slipgevaar (bijlage model 70);</al></li><li nr="f."><al>nadering school, speelterrein of andere plaats, waar
                                            kinderen plegen over te steken (bijlage model 71);</al></li><li nr="g."><al>oversteekplaats voor voetgangers (bijlage model
                                            72);</al></li><li nr="h."><al>overstekende ezels (bijlage model 72-a);</al></li><li nr="i."><al>een ander gevaar dan de sub a t/m g vermelde (bijlage
                                            model 73);</al></li><li nr="j."><al>waarschuwingshek, aanduidende dat een opgebroken
                                            weggedeelte, een wegvernauwing, een walkant of
                                            dergelijke wordt genaderd (bijlage model 74), alsmede
                                            waarschuwingshekken met aanduiding rijrichting (bijlage
                                            modellen 74-a, 74-b en 74-c);</al></li><li nr="k."><al>uitholling overdwars (bijlage model 75);</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>als aanwijzing voor het verkeer op de weg:</al><lijst><li nr="a."><al>standplaats huurauto-s (bijlage model 75);</al></li><li nr="b."><al>parkeerplaats (bijlage model 76);</al></li><li nr="c."><al>hulppost of meldingspost (bijlage model 77);</al></li><li nr="d."><al>hospitaal of ziekenhuis (bijlage model 78);</al></li><li nr="e."><al>bushalte (bijlage model 79);</al></li><li nr="f."><al>verkeersstremming doorgaand rijverkeer (bijlage model
                                            80);</al></li><li nr="g."><al>richtingsaanduiding (bijlage model 81);</al></li><li nr="h."><al>andere dan de sub a t/m g vermelde (blauw rechthoekig
                                            bord met wit opschrift of afbeelding).</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr status="officieel">III</nr><titel status="officieel">GEDRAGSREGELS</titel></kop><paragraaf><kop><label>Par. </label><nr status="officieel">1.</nr><titel status="officieel">Algemene Verbodsbepalingen.</titel></kop><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">5.</nr></kop><al>Het is verboden zich zodanig te gedragen, dat de vrijheid van het
                                verkeer op de weg zonder noodzaak wordt belemmerd of de veiligheid
                                op de weg in gevaar wordt gebracht of redelijkerwijze is aan te
                                nemen, dat de veiligheid op de weg in gevaar kan worden
                                gebracht.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">6.</nr></kop><al>Het is de bestuurder van een voertuig verboden daarmede over een weg
                                te rijden: </al><lijst><li nr="a."><al>terwijl hij verkeert onder zodanige invloed van het gebruik
                                        van alcoholhoudende drank of andere bedwelmende middelen,
                                        dat hij niet in staat moet worden geacht het voertuig naar
                                        behoren te besturen;</al></li><li nr="b."><al>indien hij door ouderdom, zwakte, ziekte of vermoeidheid of
                                        wegens andere oorzaken klaarblijkelijk daartoe onbekwaam
                                        is.</al></li></lijst></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">7.</nr></kop><al>Het is degene, die een motorrijtuig onder toezicht bestuurt,
                                verboden daarmede over een weg te rijden:</al><lijst><li nr="a."><al>terwijl hij verkeert onder zodanige invloed van het gebruik
                                        van alcoholhoudende drank of andere bedwelmende middelen,
                                        dat hij niet in staat moet worden geacht het motorrijtuig
                                        naar behoren te besturen;</al></li><li nr="b."><al>indien hij door ouderdom, zwakte, ziekte of vermoeidheid of
                                        wegens andere oorzaken klaarblijkelijk daartoe onbekwaam
                                        is;</al></li><li nr="c."><al>inden de toezichthouder onder zodanige invloed van het
                                        gebruik van alcoholhoudende drank of andere bedwelmende
                                        middelen verkeert, dat deze niet in staat moet worden geacht
                                        het vereiste toezicht te kunnen uitoefenen.</al></li></lijst></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">8.</nr></kop><al>Het is de bestuurder van een voertuig verboden daarmede over een weg
                                te rijden gedurende de tijd, waarvoor hem zulks door of vanwege de
                                Gezaghebber is verboden op grond van het feit, dat hij onder
                                zodanige invloed van het gebruik van alcoholhoudende drank of andere
                                bedwelmende middelen verkeert, dat deze hem niet in staat acht
                                gedurende die tijd het voertuig naar behoren te besturen.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">9.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Het is de bestuurder van een voertuig verboden na een ongeval,
                                    ontstaan, hetzij als gevolg van botsing, aan- of overrijding met
                                    het voertuig, hetzij als gevolg van enige handeling ter
                                    voorkoming van botsing met of aan- of overrijding door dat
                                    voertuig;</al><lijst><li nr="a."><al>waarbij een mens is gedood of gekwetst, de gezondheid
                                            van een mens is benadeeld, of schade is toegebracht aan
                                            enig goed van een ander dan een inzittende van dat
                                            voertuig, danwel, indien het een rijwiel betreft, een
                                            ander dan degene of degenen, die met het rijwiel reden,
                                            door te rijden of weg te rijden, voordat de identiteit
                                            van zijn persoon, of, voor wat motorrijtuigen betreft,
                                            van het motorrijtuig en van degene; die tijdens het
                                            ongeval het motorrijtuig bestuurde, behoorlijk is kunnen
                                            worden vastgesteld;</al></li><li nr="b."><al>waarbij een mens letsel heeft bekomen of de gezondheid
                                            van een mens is benadeeld, deze opzettelijk in hulpeloze
                                            toestand te laten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Strafvervolging op grond van het eerste lid, aanhef en onder a.
                                    is uitgesloten tegen de in dat lid bedoelde bestuurder, die
                                    binnen vier en twintig uur na het ongeval, voordat hij als
                                    verdachte is aangehouden of gehoord, vrijwillig van het ongeval
                                    kennis geeft aan een opsporingsambtenaar en daarbij tevens de
                                    opgaven doet, vereist voor de vaststelling van de identiteit van
                                    zijn persoon, en, voor wat betreft de bestuurder van een
                                    motorrijtuig, van het motorrijtuig en van degene, die tijdens
                                    het ongeval het rijtuig bestuurde.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">10.</nr></kop><al>Het is verboden opzettelijk wederrechtelijk een aan een ander
                                toebehorend motorrijtuig op een weg te gebruiken.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">11.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de Gezaghebber op een weg
                                    een wedstrijd met voertuigen of dieren te houden of daaraan deel
                                    te nemen.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Onder wedstrijd wordt voor de toepassing van dit artikel
                                    verstaan elk rijden ter vaststelling of vergelijking van
                                    prestaties hetzij van de deelnemers, hetzij van de voertuigen of
                                    dieren, hetzij van de onderdelen daarvan, hetzij van de
                                    bedrijfsstoffen.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Als deelnemer worden beschouwd de bestuurder van een voertuig of
                                    dier, waarmede aan een wedstrijd wordt deelgenomen, en de
                                    eigenaar of houder van een voertuig, of dier, die daarmede aan
                                    een wedstrijd doet of laat deelnemen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Par.</label><nr status="officieel">2.</nr><titel status="officieel">Algemene Gedragsregels.</titel></kop><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">12.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Behoudens het bepaalde in het tweede lid is het de bestuurder
                                    van een motorrijtuig verboden te rijden met een grotere snelheid
                                    dan:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen bebouwde kommen 40 km. per uur;</al></li><li nr="b."><al>buiten bebouwde kommen 60 km. per uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Het is verboden met een hogere respectievelijk lagere dan de
                                    aangegeven snelheid te rijden op wegen of weggedeelten waar
                                    ovoreenkomstig Hoofdstuk II een maximum- of minimum snelheid is
                                    vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">13.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Bestuurders van voertuigen, die langs een weg, een kruising of
                                    splitsing van die weg en een of meer andere wegen naderen, zijn
                                    verplicht de doorgang voor zich langs vrij te laten voor
                                    bestuurders van voertuigen, ruiters en rij- en trekdieren en vee
                                    met hun begeleiders, die uit een andere richting langs een der
                                    wegen gelijktijdig of nagenoeg gelijktijdig met hen die kruising
                                    of splitsing naderen en daar volgens het tweede en derde lid van
                                    dit artikel voorrang hebben, en, indien op de weg, waarlangs zij
                                    naderen, een bord volgens model 8 van de bijlage is aangebracht,
                                    te stoppen, alvorens de genaderde kruising of splitsing op te
                                    rijden. Op de geleiders van begrafenisstoeten en commandanten
                                    van militaire colonnes rust gelijke verplichting ten aanzien van
                                    de voorrang, toegekend in het derde lid,</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Ten aanzien van de in de eerste volzin van het eerste lid
                                    bedoelde voorrang geldt:</al><lijst><li nr="a."><al>bij kruisingen en splitsingen van een voorrangsweg en
                                            een andere weg heeft het verkeer op de voorrangsweg
                                            voorrang boven het verkeer op de andere weg;</al></li><li nr="b."><al>het verkeer op een weg, welke kruist of zich splitst van
                                            een weg, waarop een bord volgens een der modellen 7 of 8
                                            van de bijlage is aangebracht, heeft voorrang boven het
                                            verkeer, dat het kruispunt of de splitsing nadert langs
                                            de weg, waarop een der genoemde borden is
                                            aangebracht;</al></li><li nr="c."><al>bij kruisingen en splitsingen van een verharde weg en
                                            een onverharde weg heeft het verkeer op de verharde weg
                                            voorrang boven het verkeer op de onverharde weg;</al></li><li nr="d."><al>onverminderd het bepaalde onder a, b en c hebben bij
                                            kruisingen en splitsingen van wegen bestuurders van
                                            motorrijtuigen voorrang boven andere weggebruikers,
                                            echter met dien verstande, dat zij, indien zij het zich
                                            langs de door hen gevolgde weg voortbewegende verkeer
                                            wensen te kruisen, het verkeer, dat die weg blijft
                                            volgen, dienen te laten voorgaan;</al></li><li nr="c."><al>overigens heeft het verkeer van rechts voorrang.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>In afwijking van het in het tweede lid bepaalde hebben
                                    motorrijtuigen ten dienste van politie en brandweer en
                                    ziekenauto’s, voorzover zij bij de nadering van een kruising of
                                    splitsing van wegen gebruik maken van een sirene,
                                    begrafenisstoeten en militaire colonnes voorrang boven het
                                    overige verkeer. De genoemde categorieën hebben in de volgorde,
                                    waarin zij opgesomd zijn, voorrang boven elkander.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">4.</lidnr><al>In afwijking van het in het tweede lid bepaalde onder d. dient
                                    alle verkeer, dat over een weg het kruispunt nadert, waar die
                                    weg loodrecht of nagenoeg loodrecht op een andere weg uitmondt
                                    en ter plaatse eindigt, voorrang te verlenen aan het verkeer,
                                    dat over de andere (doorlopende) weg het kruispunt nadert.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">14</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Behoudens de categorie bedoeld in artikel 55, vierde lid, mits
                                    gebruik makend van een sirene, is het iedere weggebruiker
                                    verboden over een weg of weggedeelte te rijden of te gaan in
                                    strijd met een gesloten verklaring overeenkomstig Hoofdstuk
                                    II.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid mogen militaire colonnes te voet
                                    gebruik maken van wegen, welke openstaan voor verkeer met andere
                                    voertuigen dan rijwielen.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">15.</nr></kop><al>Het is de bestuurders van voertuigen verboden links of rechts af te
                                slaan, waar overeenkomstig Hoofdstuk II een verbod tot links
                                respectievelijk rechts afslaan bestaat.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">16.</nr></kop><al>Het is de bestuurder van een motorrijtuig op meer dan twee wielen
                                verboden een ander motorrijtuig op meer dan twee wielen in te halen
                                op wegen of weggedeelten waar overeenkomstig Hoofdstuk II een
                                inhaalverbod bestaat.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">17.</nr></kop><al>Het is bestuurders van voertuigen verboden een weg of een
                                weggedeelte, waarvoor overeenkomstig Hoofdstuk II voor hun richting
                                een doorgaanverbod bestaat, in te rijden, wanneer een voertuig, een
                                rij- of trekdier of vee uit de tegengestelde richting die weg of dat
                                weggedeelte is genaderd dan wel zich daarop bevindt. Het is hun
                                bovendien verboden zich zodanig voor die weg of dat weggedeelte op
                                te houden, dat het uit de tegengestelde richting naderende verkeer
                                hinder ondervindt bij het verlaten daarvan.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">18.</nr></kop><al>Het is verboden voertuigen te doen of te laten stilstaan:</al><lijst><li nr="1."><al>a. zodanig, dat de vrijheid van het verkeer daardoor meer
                                        dan nodig wordt belemmerd of de veiligheid op de weg in
                                        gevaar wordt gebracht;</al><lijst><li nr="b."><al>anders dan op het afzonderlijk weggedeelte voor
                                                stilstaande voertuigen bestemd, indien dit rechts
                                                van de weg is gelegen en bij gebreke hiervan anders
                                                dan aan de uiterste rechterzijde van de rijbaan of
                                                pad, en anders dan in een richting evenwijdig
                                                daaraan;</al></li><li nr="c."><al>op wegen of weggedeelten, waar overeenkomstig
                                                Hoofdstuk II een stopverbod bestaat;</al></li><li nr="d."><al>op rijwielpaden en op voetpaden, met dien verstande,
                                                dat bestuurders van tweewielige rijwielen op
                                                rijwielpaden mogen afstappen en dat - onverminderd
                                                het bepaalde in art. 46 tweede lid - tweewielige
                                                rijwielen geplaatst mogen worden op voetpaden;</al></li><li nr="e."><al>op een brug;</al></li><li nr="f."><al>in of nabij een bocht en op of nabij het hoogste
                                                punt van een helling, een en ander tenzij het
                                                uitzicht voor het overige verkeer voldoende vrij
                                                blijft;</al></li><li nr="g."><al>naast of op een afstand van minder dan 5 meter van
                                                een verkeersheuvel, tenzij de breedte van de rijbaan
                                                naast de verkeersheuvel tenminste 6 meter
                                                bedraagt;</al></li><li nr="h."><al>op een afstand van minder dan 5 meter van een bord
                                                tot aanduiding van een bushalte tenzij op of aan dat
                                                bord een andere afstand is voorgeschreven; dit
                                                verbod geldt niet met betrekking tot het stilstaan
                                                van autobussen bij de voor de betrokken autobus
                                                aangewezen haltes;</al></li><li nr="i."><al>op een als zodanig aangeduide oversteekplaats voor
                                                voetgangers of voor wielrijders;</al></li><li nr="j."><al>bij kruisingen en splitsingen van wegen binnen een
                                                afstand van 5 meter van het snijpunt van de
                                                rijbaankanten of de verlengden daarvan.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, aanhef en
                                        onder b., mogen bestuurders van voertuigen het door hen
                                        bestuurde doen of laten stilstaan aan de linkerzijde van
                                        rijbaan of pad in een richting evenwijdig daaraan:</al><lijst><li nr="a."><al>op wegen, welke voor het verkeer; waartoe de
                                                bestuurders behoren, in tegengestelde richting zijn
                                                gesloten;</al></li><li nr="b."><al>op wegen waar overeenkomstig Hoofdstuk II een stop-
                                                of een wachtverbod voor de rechterzijde
                                                bestaat.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">19.</nr></kop><al>Het is verboden met een ander voertuig dan een rijwiel te wachten
                                (parkeren):</al><lijst><li nr="a."><al>in strijd met een overeenkomstig Hoofdstuk lI daartoe
                                        strekkend verbod;</al></li><li nr="b."><al>vóór een in- of uitrit, zonder toestemming van de
                                        rechthebbende;</al></li><li nr="c."><al>daar, waar vanwege de Gezaghebber parkeermeters zijn
                                        geplaatst, indien de aanwijzingen voor het gebruik van deze
                                        meters gegeven niet worden opgevolgd;</al></li><li nr="d."><al>op een afstand van minder dan vijf meter van een bord tot
                                        aanduiding van de aanwezigheid ter plaatse van een
                                        watervindplaats voor de brandweer, welk bord bestaat uit een
                                        vierkant witgeschilderd veld, waarop een rode hoofdletter
                                        "B".</al></li></lijst></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">20.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Waar langs een rijbaan een verplicht rijwielpad aanwezig is, is
                                    het bestuurders van rijwielen verboden de rijbaan te
                                    volgen.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Indien geen verplicht rijwielpad aanwezig is zijn bestuurders
                                    van rijwielen verplicht te rijden over de - gezien hun
                                    rijrichting - rechterberm van de weg of op het meest rechts
                                    gelegen deel van de rijbaan.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Indien echter de door hen gevolgde weg een uit meerdere
                                    rijstroken bestaande rijbaan heeft en bestuurders van rijwielen
                                    gebruik maken van de - gezien hun voorgenomen rijroute - meest
                                    links gelegen, mede voor hen bestemde rijstrook, mogen zij, in
                                    afwijking van het bepaalde in het tweede lid, rijden over de
                                    linkerberm van die weg of over het meest links gelegen deel van
                                    die rijstrook.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">21.</nr></kop><al>Iedere weggebruiker is op een weg verplicht stipt en onmiddellijk
                                gevolg te geven aan de bevelen en aanwijzingen, door de in artikel
                                116 bedoelde ambtenaren en personen en aan de verdere aanwijzingen
                                door of vanwege de Gezaghebber, in het belang van de vrijheid van
                                het verkeer of de veiligheid op de weg gegeven overeenkomstig de
                                bepalingen van deze verordening.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">22.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Het is de bestuurder van een voertuig verboden daarmede te
                                    rijden en de eigenaar of houder verboden daarmede te doen of te
                                    laten rijden, indien het:</al><lijst><li nr="a."><al>niet van deugdelijke bouw of inrichting is danwel
                                            rijtechnisch niet in voldoende staat van onderhoud
                                            verkeert, of</al></li><li nr="b."><al>zodanig is ingericht, dat de bestuurder geen voldoende
                                            uitzicht naar voren of terzijde heeft, of</al></li><li nr="c."><al>niet voldoet aan de in Hoofdstuk IV ten aanzien van de
                                            inrichting van voertuigen van de categorie, waartoe het
                                            behoort, gestelde eisen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Het is de bestuurder van een voertuig verboden daarmede te
                                    rijden en de eigenaar of houder verboden daarmede te doen of te
                                    laten rijden, indien het overbeladen is of zodanig beladen, dat
                                    de bestuurder geen voldoende uitzicht naar voren, terzijde of,
                                    al dan niet met behulp van een spiegel, op het links achter hem
                                    liggende weggedeelte heeft of indien hij door passagiers, lading
                                    of op andere wijze bij het besturen wordt gehinderd of indien er
                                    gevaar bestaat voor het op de weg vallen van een meegevoerde
                                    persoon of lading alsmede indien niet is voldaan aan de in
                                    Hoofdstuk IV ten aanzien van de belading van voertuigen van de
                                    categorie, waartoe het behoort, gestelde eisen.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Het is de bestuurder van een voertuig verboden daarmede te
                                    rijden en de eigenaar of houder verboden daarmede te doen of te
                                    laten rijden, indien het voertuig of de lading scherp
                                    uitstekende delen heeft, tenzij aan deze delen een duidelijk
                                    zichtbare rode vlag is aangebracht en bij dag wordt
                                    gereden.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">4.</lidnr><al>Het is de bestuurder van een voertuig verboden daarmede bij
                                    nacht te rijden en de bestuurder en de eigenaar of houder
                                    verboden, het bij nacht te doen of te laten staan, indien het
                                    niet voldoet aan de in Hoofdstuk IV ten aanzien van de
                                    verlichting gestelde eisen voor rijdende, respectievelijk
                                    stilstaande voertuigen van de categorie, waartoe het
                                    behoort.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">23.</nr></kop><al>Het is de bestuurder van een voertuig verboden daarmede te rijden en
                                de eigenaar of houder verboden daarmede te doen of te laten rijden,
                                indien de hoogte van het voertuig, de lading medegerekend, meer dan
                                3.50 m of indien de breedte, de lading medegerekend meer dan 2.60 m
                                bedraagt.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">24.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Behoudens het bepaalde in art. 20 mogen bestuurders uitsluitend
                                    gebruik maken van de rijbaan en zijn verplicht op de door hen te
                                    volgen rijbanen, rijstroken en paden rechts te houden, waarbij
                                    zij zich niet verder van de rechterkant mogen bevinden dan door
                                    de omstandigheden gerechtvaardigd wordt.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Echter mogen twee ruiters naast elkander rijden zolang het
                                    verkeer daardoor niet in gevaar gebracht of belemmerd wordt en
                                    mogen bestuurders van twee tweewielige rijwielen naast elkander
                                    rijden uitsluitend op rijwielpaden.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Op wegen, bestaande uit twee gelijkwaardige rijbanen, moeten de
                                    bestuurders gebruiken maken van de voor hen rechts gelegen baan.
                                    De rijbanen worden in de voorgeschreven richting gelijkgesteld
                                    met wegen voor eenrichtingsverkeer.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">4.</lidnr><al>Indien een rijbaan bestaat uit twee of meer rijstroken moeten
                                    bestuurders gebruik maken van die rijstrook, welke, gezien hun
                                    rijrichting, daarvoor is bestemd of aangewezen.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">25.</nr></kop><al>Bestuurders van voertuigen moeten in rijbanen gelegen
                                verkeersheuvels aan de rechterzijde voorbijrijden of -gaan. Echter
                                mogen bestuurders van motorrijtuigen in rijbanen gelegen
                                verkeersheuvels ook aan de linkerzijde voorbijrijden, tenzij zij
                                daarbij komen op het voor het verkeer uit de tegengestelde richting
                                bestemde gedeelte van de rijbaan.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">26.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Bestuurders van voertuigen zijn verplicht behoorlijk uit te
                                    wijken bij het tegenkomen en het inhalen van en tijdens het
                                    ingehaald worden door andere voertuigen, rij- en trekdieren of
                                    vee op dezelfde rijbaan of hetzelfde pad.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Bij het tegenkomen moet worden uitgeweken naar rechts.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Bij het inhalen moet de ingehaald wordende weggebruiker
                                    uitwijken naar rechts, de inhalende naar links; de ingehaald
                                    wordende weggebruiker mag zijn snelheid niet opvoeren.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">4.</lidnr><al>Het is in de in het eerste lid bedoelde inhalende weggebruikers
                                    verboden tijdens het inhalen op het voor het verkeer uit de
                                    tegengestelde richting bestemde gedeelte van de weg te
                                    komen:</al><lijst><li nr="a."><al>vòòr of op een kruising of splitsing van wegen, of</al></li><li nr="b."><al>indien daardoor gevaar of belemmering ontstaat of kan
                                            ontstaan voor tegemoetkomend verkeer.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr status="officieel">5.</lidnr><al>Het is de inhalende weggebruikers verboden zich na het inhalen
                                    eerder naar rechts te begeven dan uit een oogpunt van gevaar
                                    voor of belemmerinq van het ingehaalde verkeer verantwoord
                                    is.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">6.</lidnr><al>Het is hun verboden tijdens het voorbijrijden of -qaan van
                                    militaire colonnes of andere groepen als bedoeld in de artikelen
                                    39 en 41, op de weg staande voertuigen, rij- of trekdieren of
                                    vee of voorwerpen, op het voor het verkeer uit de tegengestelde
                                    richting bestemde gedeelte van een weg te komen, indien daardoor
                                    gevaar of belemmering ontstaat of kan ontstaan voor
                                    tegemoetkomend verkeer of dwarsverkeer,</al></lid><lid><lidnr status="officieel">7.</lidnr><al>Het derde lid is niet van toepassing ingeval de ingehaald
                                    wordende weggebruiker voornemens is op een kruising of splitsing
                                    van wegen linksaf te slaan en bij de nadering van de kruising of
                                    splitsing zich naar de linkerzijde van het voor het verkeer uit
                                    zijn richting bestemde weggedeelte heeft begeven, mits hij zijn
                                    voornemen daartoe tijdig en duidelijk heeft kenbaar
                                    gemaakt.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">8.</lidnr><al>In afwijking van het tweede en derde lid moet worden uitgeweken
                                    naar links bij het tegenkomen en naar rechts bij het inhalen van
                                    motorrijtuigen, die ingevolqe het bepaalde in artikel 56 links
                                    houden.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">9.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde weggebruikers zijn verplicht bij
                                    het naderen van voertuigen, waarop ingevolge artikel 55, vierde
                                    lid, een sirene in werking is gesteld, aan deze vrije doorgang
                                    te verlenen.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">27.</nr></kop><al>Het is de bestuurders van voertuigen verboden van een uitrit een weg
                                op te rijden, indien daardoor het verkeer op die weg gehinderd
                                wordt.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">28.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Bestuurders van voertuigen, die van richting wensen te
                                    veranderen, zijn verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>tijdig en op duidelijk zichtbare wijze het voornemen
                                            daartoe kenbaar te maken; hierbij zijn bestuurders van
                                            motorrijtuigen, welke ingevolge het bepaalde in art. 62
                                            sub g., voorzien moeten zijn van richtingaanwijzers als
                                            bedoeld in art. 66., verplicht op de juiste wijze van
                                            die richtingaanwijzers gebruik te maken;</al></li><li nr="b."><al>de doorgang naast zich vrij te laten voor het
                                            tegemoetkomende verkeer en voor het verkeer, dat zich
                                            naast hen bevindt of zo dicht achter hen, dat door dit
                                            veranderen van richting gevaar voor botsing zou
                                            ontstaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Het is hun verboden op een weg te keren of de weg over te
                                    steken, teneinde een links gelegen uitrit in te rijden of
                                    teneinde links te stoppen, hetzij van rijstrook te veranderen,
                                    indien daardoor het overige verkeer wordt gehinderd.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Bestuurders van motorrijtuigen, niet zijnde rijwielen met
                                    hulpmotor, moeten, bestuurders van overige voertuigen mogen,
                                    ingeval zij voornemens zijn op een kruising of splitsing van
                                    wegen links af te slaan, bij de nadering van die kruising of
                                    splitsing zich, met inachtneming van het in het eerste lid onder
                                    b. bepaalde, tevoren naar de linkerzijde van het voor het
                                    verkeer uit hun richting bestemde weggedeelte begeven, mits zij
                                    hun voornemen daartoe tijdig en op duidelijk zichtbare wijze
                                    hebben kenbaar gemaakt.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">4.</lidnr><al>Bij een kruising of splitsing van wegen moet het afslaande
                                    verkeer de bocht naar links ruim en de bocht naar rechts kort
                                    maken.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">29.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Bestuurders van voertuigen mogen slechts op zodanige wijze
                                    stoppen en wegrijden, dat het verkeer niet gehinderd wordt.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Zij moeten, ingeval zij voornemens zijn te stoppen of plotseling
                                    snelheid te verminderen, tijdig en op duidelijk zichtbare wijze
                                    dat voornemen kenbaar maken aan het verkeer, dat zich achter hen
                                    bevindt.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">30.</nr></kop><al>Bestuurders van voertuigen zijn verplicht, daar waar het verkeer
                                moet stilhouden, zich in volgorde van aankomst aansluitend op te
                                stellen voor de stoplijn, indien deze aanwezig is, op de voor hen
                                bestemde rijbaan en het voor verkeer uit tegengestelde richting
                                bestemde gedeelte van de weg vrij te laten. Daarbij moeten
                                bestuurders van wagens en rijwielen, die een rijbaan volgen, zich
                                zodanig opstellen, dat motorrijtuigen niet meer gehinderd worden dan
                                in de gegeven omstandigheden onvermijdelijk is.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">31.</nr></kop><al>Bestuurders van voertuigen mogen daarmede slechts stapvoets en langs
                                die zijde van de rijbaan, waar het voertuig zich vóór het
                                achteruitrijden bevond, achteruitrijden, indien daardoor geen gevaar
                                of hinder voor andere weggebruikers kan ontstaan of schade kan
                                worden toegebracht.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">32.</nr></kop><al>Het is verboden een portier van een voertuig te openen of geopend te
                                laten, indien daardoor de vrijheid van het verkeer wordt belemmerd
                                of de veiligheid op de weg in gevaar wordt gebracht.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">33.</nr></kop><al>Het is verboden op voor het verkeer met motorrijtuigen openstaande
                                weggedeelten met ballen en andere voorwerpen te gooien of deze voort
                                te schoppen of te slaan, op rolschaatsen, autopeds of soortgelijke
                                voortbewegingsmiddelen te rijden of kinderspelen te beoefenen.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">34.</nr></kop><al>Het is verboden stoffen of voorwerpen, hinderlijk of schadelijk voor
                                het verkeer, op een weg te werpen of te laten vallen, te plaatsen of
                                te leggen of te laten staan of liggen.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">35.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder verboden een niet rijklaar of
                                    anderszins defect voertuig langer dan tweemaal 24 uur op een weg
                                    te laten staan.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Bij overtreding van het bepaalde in het eerste lid, alsmede
                                    indien enig voertuig op een voor het verkeer hinderlijke wijze
                                    op een weg wordt aangetroffen, zijn de in art. 116 genoemde
                                    ambtenaren en personen bevoegd het voertuig voor rekening en
                                    risico van de eigenaar of houder naar een plaats van berging of
                                    herstel te vervoeren of te doen vervoeren.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">36.</nr></kop><al>Het is verboden voorwerpen, waardoor weg of werken zouden kunnen
                                worden beschadigd, slepende over een verharde weg te vervoeren.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">37.</nr></kop><al>Het is verboden voorwerpen of inrichtingen, van welke aard ook,
                                welke aanleiding tot verwarring zouden kunnen geven met
                                verkeerstekens of welke afbreuk zouden kunnen doen aan de uitwerking
                                daarvan, op, langs of boven de wegen aan te brengen, te doen
                                aanbrengen of te houden.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Par.</label><nr status="officieel">3.</nr><titel status="officieel">Gedragsregels voor bepaalde
                                weggebruikers.</titel></kop><structuurtekst><tussenkop>A. Voetgangers.</tussenkop></structuurtekst><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">38.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Voetgangers zijn verplicht van de trottoirs of, bij gebreke
                                        daarvan, van de onverharde berm of zijkant van de weg
                                        gebruik te maken.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Bij afwezigheid daarvan, alsmede, indien zij in het gebruik
                                        daarvan worden belemmerd of wanneer de gehele rijbaan
                                        onverhard is, mogen zij van een rijwielpad of van een
                                        rijbaan gebruik maken, waarbij zij zoveel mogelijk aan de
                                        kant moeten lopen en in ieder geval het rijverkeer niet meer
                                        mogen hinderen dan onvermijdelijk is.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Zij mogen rijbanen en rijwielpaden slechts haaks op de
                                        verkeersrichting, voorzichtig en zonder nodeloze
                                        onderbreking oversteken. Waar oversteekplaatsen aanwezig
                                        zijn, zijn zij verplicht daarvan gebruik te maken.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">4.</lidnr><al>Het blijven staan op en nabij kruisingen en splitsingen van
                                        wegen en op bruggen is hun verboden, indien daardoor het
                                        verkeer wordt belemmerd of in gevaar gebracht.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">5.</lidnr><al>Zij zijn verplicht op bruggen rechts te houden.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">39.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Voetgangers, een marscolonne vormende onder leiding van een
                                        tenminste zestienjarige, mogen de rijbaan volgen, mits van
                                        het voornemen daartoe tenminste 24uren tevoren aan de
                                        Gezaghebber wordt kennis gegeven.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Een zodanige marscolonne, een rijbaan volgende, moet voldoen
                                        aan de volgende bepalingen:</al><lijst><li nr="a."><al>zij mag, de leider medegerekend, een breedte van ten
                                                hoogste drie personen en een lengte van ten hoogste
                                                dertig personen hebben;</al></li><li nr="b."><al>zij moet in gesloten verband lopen;</al></li><li nr="c."><al>zij moet tot een zich vóór haar bevindende colonne
                                                een afstand van tenminste 30 meter bewaren;</al></li><li nr="d."><al>bij nacht moet een naar alle zijden wit of geel
                                                licht uitstralende lantaarn vóór de colonne en een
                                                naar alle zijden rood licht uitstralende lantaarn
                                                achter de colonne worden medegevoerd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Voor overtredingen van het bepaalde in het tweede lid is
                                        aansprakelijk de leider der colonne.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">40.</nr></kop><al>De bepalingen van de artikelen 38 en 39 gelden niet voor
                                    militaire colonnes.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">41.</nr></kop><al>Toegelaten processies, toegelaten optochten alsmede
                                    begrafenisstoeten mogen van de rijbanen gebruik maken.</al></artikel><artikel><kop><nr status="officieel">B.</nr><titel status="officieel">Gebruikers van openbare
                                    vervoersmiddelen.</titel></kop><al></al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">42.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Het is personen, die gebruik wensen te maken van een
                                        openbaar vervoermiddel, verboden zich elders op te stellen
                                        dan op een trottoir, verkeersheuvel, of de berm nabij een
                                        halte of, bij gebreke van een zodanige verkeersheuvel of
                                        berm, aan de uiterste zijde van de rijbaan.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Passagiers mogen alleen in of uit een openbaar vervoermiddel
                                        stappen, wanneer het daartoe stilstaat en voor zover
                                        mogelijk aan de niet voor passerend rijverkeer bestemde
                                        zijde.</al></lid></artikel><artikel><kop><nr status="officieel">C. </nr><titel status="officieel">Rij- en trekdieren en vee.</titel></kop><al></al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">43.</nr></kop><al>Het is verboden rij- of trekdieren of vee zich onbeheerd of
                                    onder toezicht van personen beneden de vijftien jaren op het
                                    voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de weg te doen of te
                                    laten bevinden.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">44.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Geleiders van rij- en trekdieren en vee moeten, wanneer zij
                                        zich daarmede op een weg bevinden, de dieren voldoende in
                                        hun macht hebben en mogen die binnen bebouwde kommen niet
                                        anders dan stapvoets geleiden of drijven.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Geleiders van rij- en trekdieren en vee moeten bij nacht een
                                        naar alle zijden rood licht uitstralende lantaarn ter
                                        linkerzijde van het transport mede voeren.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Geleiders van vee mogen binnen bebouwde kommen buiten de
                                        door de Gezaghebber vastgestelde uren geen en binnen die
                                        uren per geleider ten hoogste vijf runderen of ten hoogste
                                        tien stuks ander vee drijven.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">4.</lidnr><al>Ruiters moeten bij nacht aan hun linker stijgbeugel, in
                                        ieder geval aan de linkerzijde, een naar achteren gericht
                                        rood licht of een naar achteren gerichte rode reflector
                                        voeren.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">5.</lidnr><al>Het is ruiters verboden binnen bebouwde kommen anders dan
                                        stapvoets of in korte draf en over bruggen en bij het
                                        omslaan van een hoek anders dan stapvoets te rijden.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">45.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Het bepaalde in de artikelen 13, 15, 17, 18, 24 tot en met
                                        29 is van overeenkomstige toepassing op rij- en trekdieren
                                        en vee, respectievelijk de berijders en geleiders
                                        daarvan.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het bepaalde in artikel 30, tweede
                                        zin, worden ruiters en geleiders van rij- en trekdieren en
                                        vee gelijk gesteld met bestuurders van wagens en
                                        rijwielen.</al></lid></artikel><artikel><kop><nr status="officieel">D.</nr><titel status="officieel">Bestuurders van rijwielen.</titel></kop><al></al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">46.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Het is bestuurders van rijwielen verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich door een ander voertuig te doen of te laten
                                                voortbewegen;</al></li><li nr="b."><al>te rijden zonder het stuur met tenminste één hand
                                                vast te houden;</al></li><li nr="c."><al>gedurende het rijden de voeten niet op de trappers
                                                te hebben;</al></li><li nr="d."><al>meer dan één dier te geleiden;</al></li><li nr="e."><al>voorzover het tweewielige rijwielen betreft meer dan
                                                één persoon daarop te vervoeren; voor deze personen
                                                moeten vaste voetsteunen op doeltreffende wijze op
                                                het rijwiel aangebracht zijn. De meerijder, die op
                                                het tweede zadel van een tandem-rijwiel gezeten is,
                                                wordt voor de toepassing van dit artikel niet als
                                                meegevoerde persoon beschouwd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Het is verboden op een weg een tweewielig rijwiel te
                                        plaatsen of te laten staan tegen de rand van een trottoir of
                                        tegen een stoep.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">47.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Bestuurders van rijwielen zijn verplicht, wanneer door hun
                                        nadering voor een weggebruiker gevaar dreigt, een belsignaal
                                        te geven, indien dit ter afwending van het gevaar nodig is.
                                        Zij mogen buiten bebouwde kommen bovendien een belsignaal
                                        geven om aan andere weggebruikers kenbaar te maken, dat zij
                                        hen wensen in te halen.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Het is hun verboden geluidsignalen in andere gevallen of op
                                        andere wijze te geven dan in het eerste lid is
                                        voorgeschreven of toegelaten.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste en tweede lid is mede van
                                        toepassing op bestuurders van rijwielen met hulpmotor.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">48.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Met betrekking tot de bij of krachtens deze verordening
                                        bestelde verboden tot het berijden van bepaalde wegen en
                                        weggedeelten worden rijwielen op meer dan twee wielen,
                                        ingericht voor het vervoer van goederen, die, de lading
                                        medegerekend, een grootste breedte hebben van meer dan 75
                                        cm, als wagens beschouwd.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Het te voet voortbewegen van rijwielen als in het eerste lid
                                        bedoeld, wordt gelijk gesteld met het berijden ervan.</al></lid></artikel><artikel><kop><nr status="officieel">E.</nr><titel status="officieel">Bestuurders van wagens.</titel></kop><al></al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">49.</nr></kop><al>Het is verboden op een weg binnen bebouwde kommen:</al><lijst><li nr="a."><al>een bespannen wagen, tot vervoer van goederen bestemd,
                                            anders te besturen dan stapvoets;</al></li><li nr="b."><al>met een bespannen wagen, tot vervoer van personen
                                            bestemd, sneller dan in matige draf en over bruggen, bij
                                            het omslaan van een hoek en waar twee wagens elkaar niet
                                            kunnen passeren, anders dan stapvoets te rijden.</al></li></lijst></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">50.</nr></kop><al>Het is verboden op een weg binnen bebouwde kommen een wagen te
                                    besturen, waaraan enig niet aangespannen vee of een andere wagen
                                    vastgemaakt is of vanuit een wagen zodanig vee of een wagen te
                                    geleiden.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">51.</nr></kop><al>Het is verboden als bestuurder op te treden van een wagen,
                                    waarvoor méér dan twee trekdieren anders dan naast elkaar zijn
                                    gespannen.</al></artikel><artikel><kop><nr status="officieel">F.</nr><titel status="officieel">Bestuurders van motorrijtuigen.</titel></kop><al></al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">52.</nr></kop><al>Het is degene, die een motorrijtuig bestuurt, verboden te rijden
                                    zonder het stuur met tenminste één hand vast te houden.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">53.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Bestuurders van motorrijtuigen zijn verplicht hun snelheid
                                        zodanig te regelen, dat zij steeds het motorrijtuig tot
                                        stilstand kunnen brengen binnen de afstand, waarover zij de
                                        weg vóór het motorrijtuig kunnen overzien en waarover deze
                                        vrij is.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Zij zijn verplicht buiten bebouwde kommen ten opzichte van
                                        een voertuig, waar zij achter blijven rijden, een zodanige
                                        afstand te bewaren, dat een inhalend voertuig zich kan
                                        invoegen.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Zij zijn verplicht binnen bebouwde kommen ten opzichte van
                                        een voertuig waar zij achter blijven rijden, een afstand van
                                        vier meter te bewaren, tenzij het in een file-rijden tot een
                                        geringere afstand noopt.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">54.</nr></kop><al>Het is de bestuurder van een motorrijtuig verboden dit zonder
                                    voldoende toezicht op de weg te laten staan anders dan met in
                                    rust zijnde motor en zonder voldoende maatregelen te hebben
                                    getroffen ter voorkoming, dat het motorrijtuig zich eigener
                                    beweging verplaatst.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">55.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Bestuurders van andere motorrijtuigen dan rijwielen met
                                        hulpmotor zijn verplicht, wanneer door hun nadering voor een
                                        weggebruiker gevaar dreigt, indien dit ter afwending van dat
                                        gevaar nodig is, een der volgende signalen te geven:</al><lijst><li nr="a."><al>bij dag een geluidssignaal van vaste toonhoogte met
                                                de hoorn;</al></li><li nr="b."><al>bij nacht een knippersignaal door zeer snel herhaald
                                                in- en uitschakelen van het ver vooruit-stralende
                                                licht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Zij mogen bovendien bij dag een geluidssignaal als in het
                                        eerste lid onder a. bedoeld geven om andere weggebruikers
                                        kenbaar te maken, dat zij hen wensen in te halen.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Zij zijn verplicht bij het geven van signalen zoveel
                                        mogelijk alles te vermijden, wat het schrikken van rij- of
                                        trekdieren of vee op de weg ten gevolge zou kunnen
                                        hebben.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">4.</lidnr><al>Bestuurders van motorrijtuigen ten dienste van de politie en
                                        van de brandweer en bestuurders van motorrijtuigen, welke
                                        kennelijk en uitsluitend zijn ingericht voor ziekenvervoer,
                                        mogen in plaats van de hoorn een sirene gebruiken, waarvan
                                        zij bovendien gebruik mogen maken bij dag en bij nacht om
                                        andere weggebruikers op hun nadering opmerkzaam te maken,
                                        een en ander, indien zulks in het dienstbelang, dan wel in
                                        het belang van het vervoer van zieken, nodig is.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">56.</nr></kop><al>Bestuurders van motorrijtuigen, die werkzaamheden uitoefenen ten
                                    behoeve van de weg of deszelfs beplanting, de riolering of
                                    utiliteitsbedrijven, en die daarbij in afwijking van het
                                    bepaalde in de artikelen 18, 19 en 24 genoopt zijn
                                    respectievelijk links stil te houden, te wachten of te rijden
                                    zijn verplicht bij dag aan de rechterzijde van het motorrijtuig
                                    een duidelijk zichtbare rode vlag en bij nacht een zowel naar
                                    voren als naar achteren zichtbaar rood licht aan de bovenzijde
                                    van het motorrijtuig te voeren.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">57.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Het is de bestuurder van een motorrijtuig verboden door
                                        middel daarvan een aanhangwagen voort te bewegen en de
                                        eigenaar of houder verboden daarmede een aanhangwagen te
                                        doen of te laten voortbewegen, anders dan met vergunning van
                                        of vanwege de Gezaghebber.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op
                                        aanhangwagens voor militaire doeleinden gebruikt.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Het is de bestuurder van een motorrijtuig verboden daarmede
                                        te rijden en de eigenaar of houder verboden daarmede te doen
                                        of te laten rijden, indien door het motorrijtuig meer dan
                                        één niet-rijklaar zijnde motorrijtuig wordt voortbewogen
                                        naar een plaats van berging of herstel.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">4.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde vergunning c.q. het daarvoor
                                        in de plaats getreden afschrift is geldig gedurende een
                                        tijdvak van een jaar, aanvangende op de dag van verlening
                                        der vergunning.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">58.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Het is de bestuurder van een vrachtauto verboden daarmede
                                        personen over een weg te vervoeren en de eigenaar of houder
                                        verboden daarmede personen te doen of te laten vervoeren
                                        anders dan op de daartoe bestemde zitplaatsen in de
                                        bestuurderscabine, tenzij dit vervoer noodzakelijk is voor
                                        het verzorgen van de lading tijdens de rit dan wel voor het
                                        laden of lossen.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing
                                        op:</al><lijst><li nr="a."><al>vervoer met militaire vrachtauto's en met
                                                vrachtauto's in gebruik voor militaire
                                                doeleinden;</al></li><li nr="b."><al>vervoer van ambtenaren van politie in de uitoefening
                                                van hun functie en van personen onder geleide van
                                                politie of justitie;</al></li><li nr="c."><al>vervoer met vrachtauto’s in gebruik bij
                                                utiliteitsbedrijven ter richtige uitoefening hunner
                                                werkzaamheden;</al></li><li nr="d."><al>vervoer van zieken of gewonden en hun begeleiders
                                                met in het bijzonder daartoe ingerichte
                                                vrachtauto's;</al></li><li nr="e."><al>vervoer van personen met vrachtauto's, waarvoor door
                                                of vanwege de Gezaghebber aan de eigenaar van de
                                                vrachtauto vergunning is verleend en het
                                                vergunningsbewijs op eerste vordering van de in
                                                artikel 116 genoemde personen aan deze ter inzage
                                                wordt afgeven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Een vergunning is bedoeld in het tweede lid sub e., kan voor
                                        een bepaalde rit of doorlopend op schriftelijke aanvraag
                                        worden verleend aan de eigenaar van de vrachtauto voor de
                                        tijd van ten hoogste één jaar, indien de vrachtauto voldoet
                                        aan de bij beschikking van de Gezaghebber te stellen
                                        bijzondere eisen met betrekking tot de inrichting van de
                                        vrachtauto. In de vergunning wordt vermeld het aantal
                                        personen, dat ten hoogste buiten de bestuurderscabine met de
                                        vrachtauto mag worden vervoerd.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">59.</nr></kop><al>Hel is bestuurders van rijwielen met hulpmotor verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>voorzover het tweewielige rijwielen met hulpmotor
                                            betreft meer dan één persoon daarop te vervoeren; voor
                                            deze personen moeten vaste voetsteunen op doeltreffende
                                            wijze op het motorrijtuig aangebracht zijn, alsmede een
                                            ingerichte zitplaats waarop de meegevoerde persoon
                                            gezeten moet zijn. De meerijder, die op het tweede zadel
                                            van een tandem-rijwiel met hulpmotor gezeten is, wordt
                                            voor de toepassing van dit artikel niet als meegevoerde
                                            persoon beschouwd;</al></li><li nr="b."><al>enig ander voertuig of deszelfs bestuurder voort te
                                            bewegen;</al></li><li nr="c."><al>een dier te geleiden.</al></li></lijst></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">60</nr></kop><al>De afgifte van vergunningen als bedoeld in de artikelen 11, 57
                                    en 58, vindt slechts plaats tegen betaling van een bij
                                    eilandsbesluit houdende algemene maatregelen, te bepalen
                                    bedrag.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr status="officieel">IV.</nr><titel status="officieel">Eisen ten aanzien van de inrichting, de belading
                            en de verlichting van voertuigen.</titel></kop><paragraaf><kop><nr status="officieel">A.</nr><titel status="officieel">Eisen ten aanzien van de inrichting en de
                                belading van motorrijtuigen.</titel></kop><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">61.</nr></kop><al>Motorrijtuigen moeten voldoen aan de volgende eisen:</al><lijst><li nr="a."><al>de wielen moeten voorzien zijn van luchtbanden dan wel van
                                        een andere soort banden van gelijke veerkracht of van
                                        massieve banden;</al></li><li nr="b."><al>zij moeten voorzien zijn van goedwerkende draagveren; dit
                                        geldt niet voor motorrijtuigen op twee of drie wielen,
                                        waarvan het ledige gewicht niet meer bedraagt dan 400 kg.
                                        ten aanzien van het in het symmetrievlak aangebrachte
                                        wiel;</al></li><li nr="c."><al>zij mogen niet hoger zijn dan 3.50 m;</al></li><li nr="d."><al>zij mogen niet breder zijn dan 2,50 m;</al></li><li nr="e."><al>zij mogen behoudens het bepaalde onder f. niet langer zijn
                                        dan10m. Het vorenstaande geldt niet voor motorrijtuigen
                                        ingericht voor het vervoer van meer dan acht personen, de
                                        bestuurder daaronder niet begrepen, welke motorrijtuigen
                                        niet langer mogen zijn dan 11 m;</al></li><li nr="f."><al>zij mogen, indien zij bestaan uit een samenstel van trekker
                                        en oplegger, niet langer zijn dan 14 m;</al></li><li nr="g."><al>zij mogen met daarachter gekoppelde aanhangwagen niet langer
                                        zijn dan 18 m;</al></li><li nr="h."><al>met uitzondering van motorrijtuigen op twee of drie wielen,
                                        waarvan het ledige gewicht niet meer bedraagt dan 400 kg. en
                                        waarbij de bestuurder een zodanige plaats inneemt, dat de
                                        door hem met de aangegeven seinen voor het achterop komende
                                        verkeer duidelijk zichtbaar zijn, moeten zij zijn voorzien
                                        van een of twee stoplichten volgens art. 65;</al></li><li nr="i."><al>de electrische installatie moet, op door of vanwege het
                                        Plaatselijk Hoofd van Politie te bepalen wijze beproefd,
                                        geen storingen veroorzaken voor radio- en televisie
                                        ontvangst apparaten.</al></li></lijst></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">62.</nr></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 61 moeten motorrijtuigen
                                voldoen aan de volgende eisen:</al><lijst><li nr="a."><al>zij moeten voorzien zijn van een deugdelijke
                                        stuurinrichting;</al></li><li nr="b."><al>zij moeten zijn voorzien van twee remmen, welke deugdelijk
                                        zijn, waarvan delen gemeenschappelijk moeten zijn en welke
                                        voldoen aan de in artikel 64 gestelde eisen;</al></li><li nr="c."><al>zij moeten voorzien zijn van tenminste één hoorn met vaste
                                        toonhoogte en voldoende sterkte. Een samenstel van zodanige,
                                        tegelijkwerkende hoorns wordt als één hoorn beschouwd. Zij
                                        mogen niet voorzien zijn van andere toestellen tot het geven
                                        van geluidsignalen, met dien verstande echter, dat
                                        motorrijtuigen ten dienste van de politie, brandweer en
                                        ziekenvervoer bovendien voorzien mogen zijn van een
                                        sirene;</al></li><li nr="d."><al>zij moeten zodanig zijn ingericht, dat gevaar voor brand en
                                        ontploffing en hinder voor enige weggebruiker door rook,
                                        damp of walm zoveel mogelijk wordt voorkomen;</al></li><li nr="e."><al>de afgewerkte gassen mogen niet anders worden afgevoerd dan
                                        door een inrichting, welke behoorlijk geluiddempend en over
                                        de gehele lengte gasdicht is en waarvan de uitmonding niet
                                        naar de rechterzijde van het motorrijtuig is gericht en,
                                        indien de onderzijde van het koetswerk meer dan 0.40 m boven
                                        het wegdek blijft, niet onder het voor het vervoer van
                                        personen of dieren bestemde deel van het koetswerk en in
                                        andere gevallen niet onder het koetswerk is gelegen;</al></li><li nr="f."><al>met uitzondering van motorrijtuigen op twee of drie wielen,
                                        waarvan het ledige gewicht niet weer bedraagt dan 400 kg. en
                                        waarbij de bestuurder een zodanige plaats inneemt, dat hij
                                        van zijn zitplaats het achter hem liggende weggedeelte kan
                                        overzien, moeten zij zijn voorzien van een spiegel, met
                                        behulp waarvan de bestuurder van zijn zitplaats het links
                                        achter hem liggende weggedeelte kan overzien;</al><al>bij het bepalen van de breedte van het motorrijtuig wordt de
                                        spiegel buiten beschouwing gelaten;</al></li></lijst><lijst><li nr="g."><al>met uitzondering van motorrijtuigen op twee of drie wielen,
                                        waarvan het ledige gewicht niet meer bedraagt dan 400 kg.,
                                        waarop de bestuurder een zodanige plaats inneemt, dat de
                                        door hem met de arm gegeven seinen zowel voor het achterop
                                        komende als voor het tegemoet komende verkeer duidelijk
                                        zichtbaar zijn, moeten zij zijn voorzien van
                                        richtingaanwijzers volgens artikel 66;</al></li><li nr="h."><al>zij moeten voorzien zijn van de volgende aanwijzingen, welke
                                        op een behoorlijk toegankelijk plaats en in gemakkelijk
                                        leesbare, onuitwisbare tekens moeten zijn aangebracht;</al><lijst><li nr="I."><al>de naam of het handelsmerk van de fabrikant van het
                                                motorrijtuig;</al></li><li nr="II."><al>op het onderstel of bij gebreke daarvan op het
                                                koetswerk het fabrieksnummer of serienummer;</al></li><li nr="III."><al>op de motor, het fabrieksnummer, indien daarop een
                                                dergelijk nummer is aangebracht; </al></li></lijst></li><li nr="i."><al>opleggers moeten voorzien zijn van de tekens bedoeld in sub
                                        h. onder I en II en op gelijke wijze aangebracht;</al></li><li nr="j."><al>voorruiten moeten zijn vervaardigd van duurzaam, goed
                                        doorzichtig materiaal, dat in geval van breuk geen scherpe
                                        splinters geeft. Voorwerpen mogen door dit materiaal niet
                                        verwrongen gezien worden;</al></li><li nr="k."><al>met uitzondering van motorrijtuigen op twee of drie wielen,
                                        waarvan het ledige gewicht niet meer bedraagt dan 400 kg.,
                                        moeten zij, indien zij zijn uitgerust met een voorruit,
                                        voorzien zijn van tenminste één voor de bestuurder
                                        doelmatige ruitenwisser, welke werkt zonder dat hij bij
                                        voortduring door de bestuurder behoeft te worden
                                        bewogen;</al></li><li nr="l."><al>motorrijtuigen met een ledig gewicht van meer dan 400 kg.
                                        moeten voorzien zijn van een inrichting om achteruit te
                                        rijden;</al></li><li nr="m."><al>een oplegger moet zodanig zijn ingericht, dat bij
                                        gelijkmatige normale belading van het laadvlak tenminste 1/4
                                        deel van de lading op de koppeling drukt;</al></li><li nr="n."><al>de afstand van de voorzijde van een motorrijtuig tot de
                                        achterzijde van het stuurwiel mag niet meer bedragen dan
                                        3.50 m.</al></li></lijst></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">63.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>De lading van motorrijtuigen moet voldoen aan de volgende
                                    eisen:</al><lijst><li nr="a."><al>de lading, voor zover deze vóór of achter het voertuig
                                            uitsteekt, mag alleen bestaan uit voorwerpen van
                                            langgerekte vorm, die op het laadvlak zodanig zijn
                                            ondersteund en bevestigd, dat zij in geen enkele
                                            richting kunnen kantelen of verschuiven, geen grote
                                            trillingen kunnen teweegbrengen, de stabiliteit van het
                                            voertuig niet in gevaar brengen en niet in aanraking
                                            kunnen komen met het wegdek;</al></li><li nr="b."><al>de lading mag bij motorrijtuigen niet meer dan 3.50 m.
                                            voor de achterzijde van het stuurwiel uitsteken;</al></li><li nr="c."><al>de lading mag niet meer dan 5 m. achter de achteras van
                                            het voertuig uitsteken;</al></li><li nr="d."><al>aan de uiterste voorzijde van vooruitstekende en aan de
                                            uiterste achterzijde van achteruitstekende lading moet
                                            bij dag een rode vlag met zijden van ten minste 0.40 m.
                                            aan de uiteinden met één gespannen zijde zijn bevestigd
                                            en bij nacht een naar alle zijden licht uitstralende
                                            lantaarn, welk licht wit moet zijn, indien de lantaarn
                                            aan de voorzijde en rood, indien de lantaarn aan de
                                            achterzijde is bevestigd;</al></li><li nr="e."><al>indien naast de bestuurder van een motorrijtuig op meer
                                            dan twee wielen een of meer personen gezeten zijn, moet
                                            de vrije ruimte van de zitplaatsen, langs de achterzijde
                                            van de zitting, tussen de wanden gemeten, tenminste 0.60
                                            m. bedragen voor de bestuurder 0.40 m., voor elk der
                                            andere personen, voor zover zij de leeftijd van 12 jaren
                                            hebben bereikt of ten minste 0.30 m. voor zover zij die
                                            leeftijd niet hebben bereikt;</al></li><li nr="f."><al>naast of voor de bestuurder mag zich geen persoon
                                            bevinden, die niet op een daarvoor bestemde zitplaats is
                                            gezeten, uitgezonderd een kind beneden vijf jaren, dat
                                            zich op de schoot bevindt van een naast de bestuurder
                                            gezeten persoon.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">64.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>De eisen, waaraan de in artikel 62 onder b., bedoelde remmen
                                    moeten voldoen voor motorrijtuigen op drie wielen met een ledig
                                    gewicht van meer dan 400 kg. en voor motorrijtuigen op meer dan
                                    drie wielen, zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>de bedieningsorganen moeten zich onder het onmiddellijk
                                            bereik vinden van hem, die het motorrijtuig
                                            bestuurt;</al></li><li nr="b."><al>één rem, de bedrijfsrem, moet alle wielen remmen; zij
                                            moet rechtstreeks werken op met de wielen verbonden
                                            remschijven of remtrommels zonder tussenkomst van
                                            tandwielen; de remkracht moet zodanig over de wielen
                                            verdeeld zijn, dat de kans op slippen van het
                                            motorrijtuig zo gering mogelijk is; bij samenstellen van
                                            trekker en oplegger moeten de wielen van de oplegger
                                            tegelijk met of eerder dan en in gelijke mate met de
                                            wielen van de trekker geremd worden;</al></li><li nr="c."><al>de andere rem moet tenminste twee wielen remmen, waarbij
                                            de beremde wielen zich symmetrisch aan weerszijden van
                                            het motorrijtuig moeten bevinden; zij moet in werking
                                            kunnen worden gebracht door een geheel mechanische
                                            overbrenging zonder behulp van enige
                                            hulpkrachtinrichting, tenzij de hulpkracht uitsluitend
                                            langs mechanische weg wordt geleverd en zij moet in
                                            aangezette toestand kunnen worden vastgezet, tenzij het
                                            motorrijtuig van een afzonderlijke vastzetinrichting is
                                            voorzien;</al></li><li nr="d."><al>remvertraging moet op een droge of nagenoeg droge en
                                            ongeveer horizontaal liggende weg ten minste bedragen
                                            3.86 m/sec2 bij gebruik uitsluitend van de bedrijfsrem
                                            en 1 m/sec2 bij gebruik uitsluitend van de andere
                                            rem.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>De in het eerste lid gestelde eisen gelden eveneens, indien het
                                    motorrijtuig bestaat uit een samenstel van trekker en oplegger,
                                    met dien verstande, dat het remmen in dit geval bovendien met de
                                    reminrichting van de oplegger mag geschieden.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>De eisen, waaraan de in artikel 62 onder b. bedoelde remmen
                                    moeten voldoen voor motorrijtuigen op twee wielen en voor
                                    motorrijtuigen op drie wielen met een ledig gewicht van ten
                                    hoogste 400 kg., zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>de bedieningsorganen moeten zich onder het onmiddellijk
                                            bereik bevinden van hem, die het motorrijtuig
                                            bestuurt;</al></li><li nr="b."><al>op elk van de wielen, met uitzondering van het wiel van
                                            een zijspanwagen, moet ten minste één van de remmen
                                            werken; één van de remmen moet rechtstreeks werken op
                                            één of meer met de wielen verbonden remschijven of
                                            rechtstreeks zonder tussenkomst van tandwielen; de
                                            andere rem moet rechtstreeks werken op één of meer
                                            wielen of op met deze wielen verbonden remschijven of
                                            remtrommels; bij motorrijtuigen op drie wielen, geen
                                            motorrijtuigen op twee wielen met zijspanwagen zijnde,
                                            moet één van de remmen tenminst twee wielen remmen,
                                            welke zich symmetrisch aan weerszijden van het
                                            motorrijtuig moeten bevinden;</al></li><li nr="c."><al>de remvertraging moet op een droge of nagenoeg droge en
                                            ongeveer horizontaal liggende weg, bij gebruik van beide
                                            remmen tezamen, ten minste 3.86 m/sec2 bedragen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr status="officieel">4.</lidnr><al>Indien de in artikel 62 onder b. bedoelde remmen delen
                                    gemeenschappelijk hebben moet de inrichting van deze remmen
                                    zodanig zijn, dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de bedieningsorganen elkander niet ongunstig
                                            beïnvloeden;</al></li><li nr="b."><al>wanneer enig deel van de remmen, met uitzondering van
                                            die delen, waarvoor zulks, gezien de sterkte en de
                                            bevestiging daarvan, redelijkerwijzeniet verwacht kan
                                            worden, onklaar wordt, moet met ten minste één der
                                            remmen nog steeds ten minste twee wielen kunnen geremd
                                            worden, de geremde wielen zich symmetrisch aan
                                            weerszijden van het motorrijtuig bevinden en voor de in
                                            het eerste lid genoemde motorrijtuigen de remvertraging
                                            bij gebruik van deze rem niet kleiner is dan zij zou
                                            zijn bij gebruik van de in dat lid onder c. genoemde
                                            andere rem.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr status="officieel">5.</lidnr><al>Bij driewielige motorrijtuigen wordt met betrekking tot het in
                                    het eerste lid onder c. en in het vierde lid onder b. bepaalde
                                    een in het symmetrievlak van het motorrijtuig aangebracht wiel
                                    gelijk gesteld met twee zich symmetrisch aan weerszijden van het
                                    motorrijtuig bevindende wielen.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">6.</lidnr><al>De reminrichting moet ook overigens doeltreffend zijn.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">65.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Het stoplicht of de stoplichten moeten zijn aangebracht aan de
                                    achterzijde van het motorrijtuig of, indien door het
                                    motorrijtuig een aanhangwagen wordt voortbewogen, aan de
                                    achterzijde van de aanhangwagen, niet hoger dan 1.25 m. en niet
                                    lager dan 0.40 m. boven het wegdek.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Indien één stoplicht aanwezig is, moet dit in het midden of
                                    links van het midden van de achterzijde van het voertuig zijn
                                    aangebracht.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Indien twee stoplichten aanwezig zijn, moeten deze op gelijke
                                    hoogte en symmetrisch ten opzichte van het midden van de
                                    achterzijde van het voertuig zijn aangebracht.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">4.</lidnr><al>Stoplichten moeten zodanig zijn ingericht, dat zij tijdens het
                                    rijden automatisch worden ontstoken zodra de bedrijfsrem in
                                    werking wordt gesteld en automatisch gedoofd, zodra deze rem
                                    buiten werking wordt gesteld. Echter behoeft, indien twee
                                    stoplichten aanwezig zijn, gedurende de tijd dat één daarvan
                                    knipperlicht uitstraalt om te doen blijken welke richting zal
                                    worden ingeslagen, dit stoplicht niet te zijn ontstoken.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">5.</lidnr><al>Ontstoken stoplichten moeten door gekleurd doorzichtig materiaal
                                    achterwaarts een ook bij dag duidelijk zichtbaar oranjegeel tot
                                    oranjerood of rood licht uitstralen, dat, indien het stoplicht
                                    in het achterlicht is ingebouwd, ook bij brandend achterlicht
                                    opvallend is.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">66.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>De richtingaanwijzers moeten zich aan weerszijden van het
                                    motorrijtuig bevinden, niet hoger dan 2 m. boven het
                                    wegdek.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Deze richtingaanwijzers moeten:</al><lijst><li nr="a."><al>van langwerpige vorm zijn, zodanig dat de grootste
                                            breedte ten hoogste 1/3 van de lengte bedraagt en,
                                            wanneer zij in werking zijn, hetzij een vaste, ongeveer
                                            horizontale stand aannemen en over het grootste gedeelte
                                            van hun lengte naar voren en naar achteren oranje-geel
                                            tot oranje-rood licht uitstralen, hetzij op en neer
                                            bewegen en tenminste aan het uiteinde naar voren en naar
                                            achteren oranje-geel tot oranje-rood licht uitstralen,
                                            of</al></li><li nr="b."><al>buiten de zijwand van het voertuig, ter plaatse waar zij
                                            zijn bevestigd, zijwaarts uitsteken en, wanneer zij in
                                            werking zijn, naar voren en naar achteren oranje-geel
                                            tot oranje-rood knipperlicht uitstralen, dat ook bij dag
                                            opvallend is, of</al></li><li nr="c."><al>in of tegen de voorzijde en de achterzijde symmetrisch
                                            ten aanzien van het midden van die zijden op een
                                            onderlinge afstand van niet minder dan 0.60 m. zijn
                                            aangebracht en wanneer zij in werking zijn, voor het
                                            tegemoetkomende verkeer duidelijk zichtbaar oranje-geel
                                            tot oranje-rood knipperlicht uitstralen, dat ook bij dag
                                            en bij brandend achterlicht duidelijk moet blijken welke
                                            richting zal worden ingeslagen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Motorrijtuigen en motorrijtuigen met daarachter gekoppelde
                                    aanhangwagen, waarbij de lengte van het motorrijtuig of van het
                                    samenstel meer bedraagt dan 8 m, welke zijn voorzien van
                                    richtingaanwijzers als bedoeld in het tweede lid onder c.,
                                    moeten bovendien zijn voorzien van richtingaanwijzers als
                                    bedoeld in het tweede lid onder a. of b.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">4.</lidnr><al>Richtingaanwijzers als bedoeld in het tweede lid onder a. of b.
                                    moeten, wanneer zij in werking zijn, zichtbaar zijn binnen een
                                    hoek van 45° buitenwaarts van de raaklijn, getrokken evenwijdig
                                    aan de lengteas en langs de zijkant van het voertuig of de
                                    uitstekende lading, van welke hoek het hoekpunt zich bevindt ter
                                    plaatse van de aanhechting van de richtingaanwijzer aan het
                                    motorrijtuig.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">5.</lidnr><al>Het bepaalde in het vierde lid is niet van toepassing op
                                    motorrijtuigen, waarbij behalve de in het tweede lid bedoelde
                                    richtingaanwijzers aan de achterzijde van het motorrijtuig of,
                                    indien dit een aanhangwagen voortbeweegt, aan de achterzijde van
                                    de aanhangwagen, een tweede paar richtingaanwijzers
                                    overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid is aangebracht,
                                    welke voldoen aan de in het tweede lid gestelde eisen, met
                                    uitzondering van het daar onder c. ten aanzien van de
                                    zichtbaarheid voor het tegemoetkomende verkeer gestelde. Alsdan
                                    moeten de voorste richtingaanwijzers, wanneer zij in werking
                                    zijn, voor het tegemoetkomende verkeer duidelijk zichtbaar zijn
                                    buiten de omtrek van de voorzijde van het motorrijtuig.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">6.</lidnr><al>De in dit artikel bedoelde richtingaanwijzers mogen, wanneer zij
                                    niet in werking zijn, geen licht uitstralen. Bovendien mogen
                                    richtingaanwijzers welke, teneinde richting aan te wijzen,
                                    uitgestoken moeten worden, wanneer zij niet in werking zijn,
                                    noch van voren noch van achteren zichtbaar zijn.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">7.</lidnr><al>Onder het onmiddellijk bereik van de bestuurder van het
                                    motorrijtuig moet zich een bedieningstoestel bevinden, waarmede
                                    de richtingaanwijzers terstond in werking en weder buiten
                                    werking kunnen worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">8.</lidnr><al>Indien voor het aangeven van een richting meer dan één
                                    richtingaanwijzer aanwezig is, moet de inrichting zodanig zijn,
                                    dat deze richtingaanwijzers tegelijkertijd in werking en buiten
                                    werking worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">9.</lidnr><al>Indien de richtingaanwijzers tengevolge van de kleur van het
                                    voertuig niet duidelijk zichtbaar zouden zijn, moeten daartegen
                                    voorzieningen zijn getroffen.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">10.</lidnr><al>Onder knipperlicht wordt in dit artikel verstaan licht, dat ten
                                    minste 40 maal per minuut en ten hoogste 90 maal per minuut
                                    automatisch gedoofd en weder ontstoken wordt.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">67.</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bepaalde in de artikelen 61 en 63 is voor aanhangwagens
                                        van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="2."><al>Aanhangwagens moeten voorts voldoen aan de volgende
                                        eisen:</al><lijst><li nr="I."><al>Reminrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>de reminrichting moet in werking treden hetzij
                                                  door bediening van de bedrijfsrem van het
                                                  trekkende motorrijtuig hetzij als gevolg daarvan
                                                  tijdens het rijden, en wel zodanig, dat de wielen
                                                  van de aanhangwagen gelijk met of eerder dan en in
                                                  gelijke mate met de wielen van het trekkende
                                                  motorrijtuig geremd worden. In afwijking van het
                                                  vorenstaande is het gebruik van een oplooprem
                                                  toegestaan voor aanhangwagens, waarvan het totaal
                                                  gewicht niet meer bedraagt dan 3500 kg.;</al></li><li nr="b."><al>zij moet tenminste twee wielen remmen, waarbij
                                                  de beremde wielen zich symmetrisch aan weerszijden
                                                  van het voertuig moeten bevinden en rechtstreeks
                                                  werken op met de wielen verbonden remschijven of
                                                  remtrommels, zonder tussenkomst van
                                                  tandwielen;</al></li><li nr="c."><al>zij moet zodanig werken, dat de kans op
                                                  slippen zo gering mogelijk is;</al></li><li nr="d."><al>zij moet, behalve bij eenassige aanhangwagens,
                                                  zodanig zijn ingericht, dat bij het verbreken van
                                                  de verbinding tussen het trekkende motorrijtuig en
                                                  de aanhangwagen de rem van de aanhangwagen vanzelf
                                                  in werking treedt;</al></li><li nr="e."><al>zij moet, behalve wanneer de aanhangwagen van
                                                  een afzonderlijke vastzetinrichting is voorzien,
                                                  zodanig zijn ingericht, dat de rem door een geheel
                                                  mechanische overbrenging met de hand in werking
                                                  gebracht kan worden, ook wanneer zij niet
                                                  verbonden is aan die van een motorrijtuig;</al></li><li nr="f."><al>zij moet ook overigens doeltreffend zijn;</al></li></lijst></li><li nr="II."><al>Koppeling;</al><al>Zij moeten door een sterke koppeling, welke niet los
                                                kan trillen, zodanig aan het motorrijtuig, door
                                                middel waarvan zij worden voortbewogen, zijn
                                                verbonden, dat zijdelings uitwijken van de
                                                aanhangwagen zoveel mogelijk wordt voorkomen;</al></li><li nr="III."><al>laadvlak;</al><lijst><li nr="a."><al>de som van de oppervlakten van het laadvlak
                                                  van een twee- of meerassige aanhangwagen, gelegen
                                                  vóór de vooras en achter de achteras, mag niet
                                                  groter zijn dan de oppervlakte van het laadvlak,
                                                  gelegen tussen de voor- en achteras;</al></li><li nr="b."><al>de as van eenassige aanhangwagens moet
                                                  ongeveer midden onder het laadvlak zijn
                                                  aangebracht.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="3."><al>In afwijking van het bepaalde in het tweede lid sub I is
                                        geen reminrichting vereist voor eenassige aanhangwagens,
                                        waarvan de druk van enig wiel niet meer bedraagt dan 375
                                        kg., alsmede de aanhangwagens, gebezigd voor militaire
                                        oefeningen.</al></li></lijst></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">68.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in de artikelen 61 tot en met 66
                                    moeten rijwielen met hulpmotor voldoen aan de volgende
                                    eisen:</al><lijst><li nr="a."><al>de krachtoverbrenging tussen motor en wielen moet op
                                            eenvoudige wijze blijvend kunnen worden onderbroken.
                                            Indien het voertuig tweewielig is en de motor het
                                            voorwiel aandrijft moet de krachtoverbrenging bovendien
                                            zodanig zijn, dat bij plotselinge stilstand van de motor
                                            het voorwiel niet wordt geblokkeerd;</al></li><li nr="b."><al>de trekkracht van de motor moet op eenvoudige wijze door
                                            de bestuurder kunnen worden geregeld, zonder dat deze
                                            hiertoe het stuur behoeft los te laten;</al></li><li nr="c."><al>ieder wiel moet zijn voorzien van tenminste een goed
                                            werkende rem, welke niet op de buitenomtrek van de band
                                            werkt;</al></li><li nr="d."><al>bij ten minste een van de wielen moet de rem werken op
                                            een met het wiel verbonden trommel of schijf;</al></li><li nr="e."><al>de remvertraging van rijwielen met hulpmotor op meer dan
                                            twee wielen, niet kennelijk en uitsluitend ingericht
                                            voor een invalide, moet op een droge of nagenoeg droge
                                            en ongeveer horizontaal liggende weg 2.65 m/sec2
                                            bedragen;</al></li></lijst><al>èèn der remmen moet in aangezette toestand vastgezet kunnen
                                    worden, tenzij een afzonderlijke vastzetinrichting aanwezig is.
                                </al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Behoudens het bepaalde in het eerste lid, zijn de artikelen 69,
                                    70, 77 en 78, derde lid, van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><nr status="officieel">B.</nr><titel status="officieel">Eisen ten aanzien van de inrichting en de
                                belading van rijwielen.</titel></kop><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">69.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Rijwielen mogen, de lading medegerekend, niet breder zijn dan
                                    0.75 m., behoudens het bepaalde in het eerste lid van artikel
                                    70.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>zij moeten voorzien zijn van:</al><lijst><li nr="a."><al>een duidelijke stuurinrichting;</al></li><li nr="b."><al>een bel, waaraan het geluid op een afstand van 25 m.
                                            duidelijk hoorbaar is;</al></li><li nr="c."><al>tenminste een goed werkende rem.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">70.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Rijwielen op meer dar twee wielen, ingericht voor het vervoer
                                    van goederen dan wel van een of meer personen buiten de
                                    bestuurder, rijwielen kennelijk en uitsluitend ingericht voor
                                    een invalide en rijwielen, waaraan een zij- of achterspanwagen
                                    in is bevestigd, mogen, de lading medegerekend, niet breder zijn
                                    dan 1.50 m.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Voor de in het eerste lid bedoelde rijwielen moet de
                                    remvertraging van de in artikel 69, tweede lid, onder c.
                                    bedoelde rem op een droge of nagenoeg droge en ongeveer
                                    horizontaal liggende weg ten minste 1.65 m/sec2 bedragen. Deze
                                    rem moet in aangezette toestand vastgezet kunnen worden, tenzij
                                    een afzonderlijke vastzetinrichting aanwezig is.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><nr status="officieel">C.</nr><titel status="officieel">Eisen ten aanzien van de inrichting en de
                                belading van wagens.</titel></kop><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">71.</nr></kop><al>Wagens moeten voldoen aan de volgende eisen:</al><lijst><li nr="a."><al>zij mogen niet hoger zijn dan 3.50 m;</al></li><li nr="b."><al>zij mogen niet breder zijn dan 2.60 m;</al></li><li nr="c."><al>achter een wagen mag geen andere wagen zijn gekoppeld;</al></li><li nr="d."><al>indien de lading meer dan één meter achter de achterzijde
                                        van de wagen reikt, moet aan het uiterste achtereinde van de
                                        lading bij dag een rode vlag met zijden van tenminste 40 cm
                                        aan de uiteinden van één zijde zijn bevestigd en bij nacht
                                        een naar alle zijden rood licht uitstralende lantaarn.</al></li></lijst></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">72.</nr></kop><al>Wagens, niet bestemd om te worden aangespannen, mogen, de lading
                                medegerekend, niet breder zijn dan 1.50 m.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><nr status="officieel">D.</nr><titel status="officieel">Eisen ten aanzien van de verlichting van
                                voertuigen.</titel></kop><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">73.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Een motorrijtuig op meer dan twee wielen, dat zich hij nacht op
                                    een weg bevindt, moet voorzien zijn van:</al><lijst><li nr="a."><al>ten minste twee, aan weerszijden van het motorrijtuig
                                            aangebrachte lantaarns, die voorwaarts een helder wit
                                            licht of helder geel licht uitstralen;</al></li><li nr="b."><al>ten minste twee aan weerszijden van het motorrijtuig
                                            aangebrachte achterlichten, die achterwaarts een helder
                                            rood licht uitstralen, alsmede van twee aan weerszijden
                                            aan de achterzijde van het motorrijtuig aangebrachte
                                            goed werkende rode reflectoren van een niet driehoekige
                                            vorm, welke al of niet in de rode achterlichten zijn
                                            ingebouwd. In geval het motorrijtuig door een
                                            aanhangwagen wordt gevolgd, dient de voorgeschreven
                                            achterverlichting door de aanhangwagen te worden
                                            gevoerd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing ten
                                    aanzien van motorrijtuigen, welke zich op een weg bevinden
                                    binnen een afstand van dertig meter van de plaats van de weg,
                                    waarboven een ontstoken lichtpunt, behorende tot de openbare
                                    straatverlichting, aanwezig is en welke motorrijtuigen direct
                                    verlicht worden door dit ontstoken lichtpunt, noch ten aanzien
                                    van motorrijtuigen, waarmede gewacht (geparkeerd) wordt op
                                    plaatsen, door de Gezaghebber, blijkens een van zijnentwege
                                    aldaar aangebracht bord aIs zodanig aangewezen, en de motor in
                                    rust gebracht, de schakelaar uitgeschakeld en de sleutel van de
                                    schakelaar, indien mogelijk, medegenomen is.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">74.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Een motorrijtuig op twee wielen, dat zich bij nacht op een weg
                                    bevindt, moet voorzien zijn van minstens één lantaarn, die
                                    voorwaarts een helder wit of helder geel licht uitstraalt, van
                                    minstens één lantaarn, die achterwaarts een duidelijk zichtbaar
                                    rood licht uitstraalt en van een rode reflector, niet driehoekig
                                    van vorm, welke aan de achterzijde van het motorrijtuig is
                                    bevestigd, al dan niet in het rode achterlicht ingebouwd.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op
                                    motorrijtuigen op twee wielen, die op een weg stilstaan.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">75.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Van een motorrijtuig, dat zich bij nacht op de weg bevindt, moet
                                    het aan de achterzijde aangebrachte kenteken zodanig zijn
                                    verlicht, dat het duidelijk zichtbaar is.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>een motorrijtuig op meer dan twee wielen, dat op een
                                            door de Gezaghebber, blijkens een van zijnentwege aldaar
                                            aangebracht bord als zodanig aangewezen parkeerplaats of
                                            stationneerplaats dan wel in de onmiddellijke nabijheid
                                            van een brandende straatlantaarn geplaatst is;</al></li><li nr="b."><al>een motorrijtuig op twee wielen, dat op een weg
                                            stilstaat.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">76.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Het is verboden bij nacht zich met een motorrijtuig op een weg
                                    te bevinden, terwijl het is voorzien van een verlichting die
                                    verwarring voor het verkeer op die weg zou kunnen stichten.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Onder verwarring stichtende verlichting wordt mede begrepen een
                                    verlichting aan de voor- of achterzijde van het motorrijtuig van
                                    een kleur, die afwijkt van de wettelijk voorgeschreven
                                    verlichting, met dien verstande, dat een achteruitrijlicht bij
                                    het achterwaarts rijden mag worden gevoerd.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">77.</nr></kop><al>Een rijwiel, waarmede bij nacht over een weg wordt gereden, moet
                                voorzien zijn van minstens één lantaarn, die voorwaarts een helder
                                wit of helder geel licht uitstraalt en aan de achterzijde van één
                                lantaarn, die achterwaarts een duidelijk zichtbaar rood licht
                                uitstraalt. Bovendien moet aan het achterwiel van elk rijwiel, dat
                                zich op een weg bevindt, een achterspatbord zijn aangebracht,
                                hetwelk, duidelijk zichtbaar voor het achteropkomend verkeer, over
                                een lengte van ten minste 0.30 m, gemeten van het ondereinde af,
                                helder wit is. </al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">78.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Een motorrijtuig of een rijwiel, hetwelk zich bij nacht op een
                                    weg bevindt, mag geen verblindende verlichting voeren:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen bebouwde kommen;</al></li><li nr="b."><al>wanneer het stilstaat;</al></li><li nr="c."><al>bij het tegemoetkomen van een ander voertuig, of een
                                            rij- of trekdier van het ogenblik af, dat het op 100
                                            meter afstand is tot het ogenblik, waarop een ontmoeting
                                            heeft plaats gehad.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Onder verblindende verlichting van een motorrijtuig wordt
                                    verstaan elke andere verlichting dan:</al><lijst><li nr="a."><al>stadslichten;</al></li><li nr="b."><al>verlichting door lantaarns, die zodanig zijn
                                            aangebracht, dat, na inschakeling van de gedempte
                                            verlichting, de gerichte stralenbundel, geprojecteerd op
                                            een grijze schijf met een doorsnede van 0.40 m., op
                                            ongeveer 10 m. afstand voor het midden van het
                                            motorrijtuig verticaal of nagenoeg verticaal geplaatst,
                                            een duidelijk horizontale of nagenoeg horizontale
                                            scheidingslijn tussen licht en donker te zien geeft en
                                            waarbij het lichte vlak, hetwelk aan de bovenkant door
                                            die scheidingslijn wordt begrensd, niet hoger reikt dan
                                            de hoogte van het midden van het lichtdoorlatende
                                            gedeelte van de lantaarn boven de begane grond
                                            verminderd met 10 cm;</al></li><li nr="c."><al>verlichting door lantaarns, welke zijn ingericht om
                                            daaruit afwisselend gedempt en ongedempt licht uit te
                                            stralen, zolang die lantaarns ongedempt licht
                                            uitstralen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Onder de verblindende verlichting van een rijwiel wordt verstaan
                                    elke andere verlichting dan verlichting, uitgestraald door een
                                    lantaarn, welke zodanig is aangebracht en ingericht, dat de
                                    uitgestraalde lichtbundel voorwaarts en kennelijk omlaag is
                                    gericht..</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">79.</nr></kop><al>Een wagen, welke zich bij nacht op een weg bevindt, moet aan de
                                linkervoorzijde voorzien zijn van ten minste één lantaarn, die
                                voorwaarts een helder wit licht of helder geel licht uitstraalt en
                                aan de linkerachterzijde van één lantaarn of verticaal geplaatste
                                reflector, die achterwaarts een rood licht uitstraalt,
                                respectievelijk bij het beschenen worden, daarop vallende
                                lichtstralen duidelijk zichtbaar rood terugkaatst.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr status="officieel">V.</nr><titel status="officieel">Kentekens, keuringsbewijzen, onderscheidingstekens
                            voor motorrijtuigen in het internationaal verkeer en
                            kentekenbewijzen.</titel></kop><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">80.</nr></kop><al>Het kenteken met worden aangebracht:</al><lijst><li nr="a."><al><onderstreept>bij motorrijtuigen op meer dan drie
                                        wielen:</onderstreept></al><al>aan de voor- en achterzijde van het motorrijtuig en in geval een
                                    aanhangwagen door een motorrijtuig wordt voortbewogen, aan de
                                    voorzijde van het motorrijtuig en aan de achterzijde van de
                                    aanhangwagen, op duidelijk waarneembare wijze in nagenoeg
                                    horizontale en vaste stand loodrecht op de lengterichting van
                                    het voertuig;</al></li><li nr="b."><al><onderstreept>bij motorrijtuigen op twee of drie
                                        wielen:</onderstreept></al></li></lijst><al>bij motorrijwielen als onder a. omschreven;</al><al>voor rijwielen met hulpmotor: als voor motorrijwielen, doch slechts aan
                            de achterzijde van het voertuig.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">80a.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Het is de bestuurder verboden met een motorrijtuig over een weg te
                                rijden, tenzij hij bij zich heeft een op naam van de eigenaar
                                gesteld, geldig bewijs van goedkeuring van het betrokken
                                motorrijtuig, afgegeven door een door het Bestuurscollege benoemde
                                deskundige.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen worden regels
                                gesteld over het uiterlijk en het gebruik van het
                                keuringsbewijs.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">80b.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>De geldigheidsduur van een keuringsbewijs wordt per categorie
                                Motorrijtuig bepaald bij eilands-besluit, houdende algemene
                                maatregelen. In dit besluit kan bepaald worden dat voor nieuwe
                                motorrijtuigen tot een bepaalde ouderdom een keuringsbewijs wordt
                                uitgereikt zonder dat zij daadwerkelijk zijn gekeurd.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Op het keuringsbewijs kunnen mede in verband met de aard van het
                                vervoer, waarvoor het voertuig is bedoeld, beperkende voorwaarden
                                worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Bij gegrond vermoeden, dat een motorrijtuig, waarvoor een geldig
                                keuringsbewijs is afgegeven, niet aan de gestelde eisen voldoet, is
                                de eigenaar verplicht op vordering van of vanwege de Gezaghebber
                                binnen een door deze te bepalen tijd het motorrijtuig te laten
                                herkeuren.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">4.</lidnr><al>Indien bij herkeuring blijkt, dat het motorrijtuig niet voldoet aan
                                de bij of krachtens deze verordening gestelde eisen, wordt het
                                keuringsbewijs ongeldig verklaard.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">80c.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Keuring heeft niet plaats dan na betaling van een bij
                                eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, vast te stellen
                                bedrag.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geschiedt
                                kosteloos;</al><lijst><li nr="a."><al>de keuring als bedoeld in artikel 80b, derde lid;</al></li><li nr="b."><al>de keuring van motorrijtuigen, waarvan het Rijk, het Land of
                                        het Eilandgebied eigenaar is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">80d.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>De met keuring belaste deskundige legt een register aan,waarin ten
                                aanzien van ieder motorrijtuig vermeld worden de namen en woonplaats
                                van de eigenaar, de dagtekening der keuring, heb nummer en de aard
                                van het motorrijtuig en, voor zoveel autobussen aangaat, ook het
                                aantal op grond van de op dat stuk bestaande regelingen bepaalde
                                zitplaatsen.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Van het in het eerste lid bedoelde register wordt desverzocht door
                                de deskundige een uittreksel aan de politie verstrekt.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen worden nadere
                                regels gesteld met betrekking tot de keuring, de organisatie daarvan
                                en de werkwijze van de deskundige en al hetgeen in het belang van de
                                goede uitvoering van de keuring geregeld moet worden.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">80e.</nr></kop><al>Het is de bestuurder verboden op een weg een bewijs van keuring voor een
                            ander motorrijtuig, dan waarvoor het stuk afgegeven is, te
                            gebruiken.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">80f.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Bij overgang van het motorrijtuig op een nieuwe eigenaar of houder
                                of bij verandering van nummer, is in het eerste geval, de nieuwe
                                eigenaar of houder, en in het tweede geval, de eigenaar of houder
                                verplicht binnen dertig dagen na de overgang of de nummerverandering
                                van dat feit in het in artikel 80d bedoelde register aantekening te
                                laten houden en het keuringsbewijs dienovereenkomstig te doen
                                wijzigen.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Bij gebreke van een aantekening, als in het eerste lid vermeld, is
                                het na het verstrijken van de daarin bedoelde dertig dagen verboden
                                het motorrijtuig op de weg te gebruiken of te besturen, totdat de
                                vereiste aantekening alsnog is geschied.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Indien het motorrijtuig blijvend buiten gebruik is gesteld, is de
                                eigenaar of houder verplicht het keuringsbewijs in te leveren bij
                                genoemde deskundige, bij gebreke waarvan dit door of vanwege de
                                Gezaghebber kan worden ongeldig verklaard.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">81</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Het onderscheidingsteken van een motorrijtuig, ingeschreven in het
                                eilandgebied, in het internationaal verkeer, is samengesteld uit de
                                twee latijnse hoofdletters “NA”.</al><al>De letters hebben een hoogte van ten minste 80 millimeter, terwijl
                                de lijndikte der letters 10 millimeter bedraagt.</al><al>De letters zijn in het zwart geschilderd op een witte, ovale
                                achtergrond, waarvan de langste achteras horizontaal gericht
                                is.</al><al>De ellips heeft een breedte van 175 millimeter en een hoogte van 115
                                millimeter.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Indien het onderscheidingsteken wordt gevoerd op een speciale plaat,
                                is deze in verticale of nagenoeg verticale stand bevestigd loodrecht
                                op de lengte-as van het voertuig zelf. Indien het teken op het
                                voertuig zelf wordt bevestigd of daarop geschilderd, geschiedt dit
                                op een verticaal of nagenoeg verticaal vlak op de achterzijde van
                                het voertuig.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">82.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Ten behoeve van een motorrijtuig kan desverzocht een kentekenbewijs
                                worden verstrekt als bedoeld in artikel 18, tweede lid van het
                                Verdrag van Genève van de 19de September 1949 nopens het
                                wegverkeer.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Dit kenteken-bewijs vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>het kenteken;</al></li><li nr="b."><al>de naam of het handelsmerk van de fabrikant van het
                                        motorrijtuig;</al></li><li nr="c."><al>het fabrieksnummer of serienummer van de motor;</al></li><li nr="d."><al>de datum van eerste uitgifte van het kentekenbewijs;</al></li><li nr="e."><al>de naam, de voornamen, het adres en de woonplaats van de
                                        aanvrager.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Een kentekenbewijs verliest zijn geldigheid, zodra het motorrijtuig
                                niet geheel meer beantwoordt aan de aanduidingen, als bedoeld in het
                                tweede lid, met dien verstande, dat bij overgang van het
                                motorrijtuig op een andere eigenaar, het geldige kentekenbewijs kan
                                worden overgeschreven ten name van de nieuwe eigenaar.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">83.</nr></kop><al>Het kentekenbewijs wordt ingericht volgens een bij deze verordening
                            behorend model (bijlage model 82).</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">84.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Van de afgifte van kentekenbewijzen wordt aantekening gehouden in
                                een daartoe bestemd register.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Bij overgang van het motorrijtuig op een nieuwe eigenaar of houder
                                of bij verandering van nummer, is in het eerste geval, de nieuwe
                                eigenaar of houder, en in het tweede geval, de eigenaar of houder
                                verplicht binnen dertig dagen na de overgang of de nummerverandering
                                van dat feit in het in het eerste lid bedoelde register aantekening
                                te laten houden en het kentekenbewijs dienovereenkomstig te doen
                                wijzigen.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Indien het motorrijtuig blijvend buiten gebruik is gesteld, is de
                                eigenaar of houder verplicht het kentekenbewijs bij de Gezaghebber
                                in te leveren bij gebreke waarvan dit door of vanwege de Gezaghebber
                                kan worden ongeldig verklaard.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">85.</nr></kop><al>Voor verloren geraakte, versleten, geheel of ten dele onleesbaar
                            geworden of teniet gegane keurings- en kentekenbewijzen kunnen door
                            degene, die ze heeft afgegeven, duplicaten worden afgegeven. De
                            bewijzen, waarvoor de duplicaten worden afgegeven, verliezen alsdan hun
                            geldigheid.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">86.</nr></kop><al>De afgifte en overschrijving van keuringsbewijzen kentekenbewijzen en
                            duplicaten hiervan, alsmede de afgifte van onderscheidingstekens voor
                            motorrijtuigen in het internationale verkeer, vindt slechts plaats tegen
                            betaling van een bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, te
                            bepalen bedrag.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr status="officieel">VI.</nr><titel status="officieel">Rijbewijzen.</titel></kop><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">87.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Behoudens het voorts bepaalde in dit hoofdstuk is het de bestuurder
                                verboden met een motorrijtuig over een weg te rijden, tenzij hij bij
                                zich heeft een te zijnen name gesteld door of vanwege de Gezaghebber
                                afgegeven geldig rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig
                                van de aard als door hem bestuurd uitgereikt en ingericht volgens
                                een bij deze verordening behorend model. (bijlage model 83).</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Het is de bestuurder verboden met een rijwiel met hulpmotor over een
                                weg te rijden, tenzij hij bij zich heeft een te zijnen name gesteld
                                door of vanwege de Gezaghebber afgegeven geldige vergunning
                                ingericht volgens een bij deze verordening behorend model (bijlage
                                model 84).</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op
                                militaire bestuurders van militaire motorrijtuigen, voorzover deze
                                bestuurders bij zich hebben een door de bevoegde militaire
                                autoriteit afgegeven geldig rijbewijs of geldige vergunning voor het
                                besturen van de soort militaire motorrijtuigen als door hem
                                bestuurd.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">88.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Rijbewijzen als bedoeld in artikel 87, eerste lid, worden afgegeven
                                voor het besturen van de volgende categorieën motorrijtuigen:</al><lijst><li nr="a."><al>motorrijwielen met of zonder zijspanwagen, invalide-wagens
                                        en motorrijtuigen op drie wielen waarvan het ledige gewicht
                                        niet meer bedraagt dan 400 kg. (900 Ibs.) (Rijbewijs
                                        A.);</al></li><li nr="b."><al>motorrijtuigen niet zijnde voertuigen genoemd onder a.
                                        bestemd voor het vervoer van personen met ten hoogste 8
                                        zitplaatsen buiten die van de bestuurder en motorrijtuigen,
                                        bestemd voor goederenvervoer, waarvan het maximum toegestane
                                        gewicht niet meer bedraagt dan 3500 kg. (7700 lbs.) De
                                        motorrijtuigen van deze categorie mogen een lichte
                                        aanhangwagen voortbewegen (Rijbewijs B.);</al></li><li nr="c."><al>motorrijtuigen, voor het vervoer van goederen bestemd en
                                        waarvan het maximum toegestane gewicht meer bedraagt dan
                                        3500 kg. (7700 Ibs.). De motorrijtuigen van deze categorie
                                        mogen een lichte aanhangwagen voortbewegen (Rijbewijs
                                        C.);</al></li><li nr="d."><al>motorrijtuigen, bestemd voor het vervoer van personen, met
                                        meer dan 8 zitplaatsen buiten die van de bestuurder. De
                                        voertuigen van deze categorie mogen een lichte aanhangwagen
                                        voortbewegen (Rijbewijs D.);</al></li><li nr="e."><al>motorrijtuigen van die der categorie b, c en d, waarvoor de
                                        bestuurder een rijbewijs heeft, met een aanhangwagen anders
                                        dan een lichte aanhangwagen. (Rijbewijs B-E of C-E of
                                        D-E).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Voor het besturen van een motorrijtuig door een bestuurder, die in
                                verband met een lichamelijk gebrek slechts een motorrijtuig kan
                                besturen, dat voldoet aan bepaalde eisen, wordt een rijbewijs als
                                bedoeld in het eerste lid afgegeven, uitsluitend voor het besturen
                                van een aan die eisen voldoend motorrijtuig, in welk rijbewijs deze
                                beperking is aangeduid door een omschrijving van de bedoelde eisen
                                en het woord "Restreint" in rode letters.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Het maximum toegestane gewicht van een motorrijtuig omvat het ledige
                                gewicht van het motorrijtuig, vermeerderd met het laadvermogen,
                                wanneer het motorrijtuig tot vertrek gereed is.</al><al>"Lichte aanhangwagens" zijn die, waarvan het maximum toegestane
                                gewicht niet meer bedraagt dan 750 kg. (1650 lbs.).</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">89.</nr></kop><al>Een rijbewijs als bedoeld in artikel 87, eerste lid, wordt voor de
                            eerste keer slechts afgegeven aan hem, die: </al><lijst><li nr="a."><al>de leeftijd van 18 jaren heeft bereikt, met dien verstande, dat
                                    de bestuurder van motorrijtuigen als bedoeld in artikel 88,
                                    eerste lid onder c tot en met e, de leeftijd van 21 jaren moet
                                    hebben bereikt;</al></li><li nr="b."><al>overlegt een verklaring, hem afgegeven door of namens het hoofd
                                    van de instantie, aangewezen door het bestuurscollege, belast
                                    met het beoordelen van rijvaardigheid, waaruit blijkt, dat hij
                                    voldoende bewijzen van bekwaamheid en vaardigheid heeft gegeven
                                    om op te treden als bestuurder van een motorrijtuig van de aard
                                    als waarvoor hij een rijbewijs verlangt en voldoende kennis van
                                    de verkeerswetgeving bezit.</al><al>Tot het leveren van het in dit lid bedoeld bewijs wordt de
                                    aanvrager niet toegelaten dan na voor dit doel een motorrijtuig
                                    van de aard als waarvoor hij een rijbewijs verlangt, ter
                                    beschikking van de instantie te hebben gesteld en na betaling
                                    van een bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, vast
                                    te stellen bedrag.</al><al>Deze storting geeft de aanvrager het recht zich binnen een
                                    termijn van zes maanden tweemaal voor dit doel bij de instantie
                                    aan te melden;</al></li><li nr="c."><al>overlegt een verklaring van lichamelijke en geestelijke
                                    geschiktheid, niet vroeger dan twee maanden voor de aanvrage
                                    door een tot de uitoefening van de geneeskunde in de Nederlandse
                                    Antillen bevoegd persoon afgegeven, en ingericht volgens een bij
                                    deze verordening behorend model (bijlage model 85); deze al dan
                                    niet voorwaardelijk gestelde verklaring wordt slechts afgegeven
                                    nadat een door de aanvrager ingevulde en ondertekende, niet
                                    ouder dan veertien dagen zijnde, eigen verklaring betreffende
                                    zijn lichamelijke en geestelijke geschiktheid (bijlage model 86)
                                    aan de geneeskundige ter hand is gesteld; deze eigen verklaring
                                    wordt binnen èèn maand na de afgifte van de hiervoren bedoelde
                                    geneeskundige verklaring door de geneeskundige ingezonden aan
                                    het Hoofd van de Gezondheidsdienst.</al></li></lijst></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">90.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, wordt geregeld
                                aan welke eisen van bekwaamheid de aanvrager van een rijbewijs moet
                                voldoen ter verkrijging van de in artikel 89 sub b. bedoelde
                                verklaring</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Bij het in het eerste lid bedoeld eilandsbesluit worden nadere
                                regelen gesteld betreffende de samenstelling en werkwijze van de
                                instantie bedoeld in artikel 89, sub b.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">91.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Het is verboden opzettelijk onjuiste opgave te doen bij de aanvrager
                                of bij het geven van inlichtingen voor het verkrijgen van een
                                rijbewijs of duplicaat-rijbewijs.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Een rijbewijs, bij de verkrijging waarvan een onjuiste opgave als
                                bedoeld in het eerste lid is verstrekt, is ongeldig.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">92.</nr></kop><al>Vanwege de Gezaghebber wordt een register aangehouden, waarin
                            aantekening wordt gehouden van de dag, waarop en de aard van het
                            motorrijtuig of de motorrijtuigen waarvoor, het rijbewijs wordt
                            afgegeven, van de naam en de woonplaats, de dag en de plaats van
                            geboorte van de houder van het rijbewijs, alsmede, ingeval een en ander
                            plaats vindt, van de dag, waarop het rijbewijs wordt ingetrokken, zijn
                            geldigheid verliest of wederom geldigheid verkrijgt. </al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">93.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Bij de aanvrage van een rijbewijs worden twee welgelijkende
                                afdrukken van een fotografisch portret van de aanvrager verstrekt en
                                doet de aanvrager, zo mogelijk met vertoon van een
                                identificatie-bewijs ten genoegen van de Gezaghebber, de van hem
                                verlangde opgaven omtrent zijn naam en voornamen, datum en plaats
                                van geboorte en woonplaats.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Het rijbewijs is niet geldig, tenzij daarop een van het stempel van
                                de Gezaghebber voorziene afdruk van een fotografisch portret van de
                                houder aangebracht is.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">94.</nr></kop><al>Geen rijbewijs wordt aangegeven aan hem:</al><lijst><li nr="a."><al>wiens rijbewijs is ingetrokken, voor de duur der intrekking en
                                    voorts zolang – ofschoon na de intrekking de geldigheidsduur van
                                    het rijbewijs verstreken is – de reden dier intrekking niet
                                    heeft opgehouden te bestaan;</al></li><li nr="b."><al>wie de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen bij onherroepelijk
                                    gevonden rechterlijke uitspraak is ontzegd voor de duur der
                                    ontzegging;</al></li><li nr="c."><al>tegen wie er gegrond vermoeden bestaat, dat hij in de
                                    Nederlandse Antillen strafrechtelijk vervolgbaar is wegen een
                                    feit, bij veroordeling wegens hetwelk hem bij rechtelijke
                                    uitspraak de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen kan worden
                                    ontzegd.</al></li></lijst></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">95.</nr></kop><al>Van de weigering van afgifte van een rijbewijs geeft de Gezaghebber aan
                            de betrokkene schriftelijk kennis, met opgave van de reden, waarop de
                            weigering gegrond is.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">96.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Een ingevolge artikel 87, eerste lid, afgegeven rijbewijs is geldig
                                voor de duur van vijf achtereenvolgende jaren, gerekend van de dag
                                van afgifte af.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Het rijbewijs verliest zijn geldigheid en wordt ingenomen:</al><lijst><li nr="a."><al>voor de duur der intrekking daarvan door de
                                        Gezaghebber;</al></li><li nr="b."><al>bij opname van de houder in een krankzinnigengesticht op
                                        grond van een wettelijk bevel, met dien verstande, dat na
                                        ontslag uit dit gesticht, het rijbewijs teruggegeven kan
                                        worden op grond van een uitgebracht medisch rapport.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">97.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>De Gezaghebber is bevoegd, met schriftelijke opgave van redenen aan
                                de betrokkene, het rijbewijs in te trekken bij gegrond vermoeden dat
                                de houder daarvan:</al><lijst><li nr="a."><al>ongeschikt of onbekwaam is in het besturen van een
                                        motorrijtuig van een categorie of van motorrijtuigen van
                                        categorieën als in dat rijbewijs aangegeven;</al></li><li nr="b."><al>zich heef schuldig gemaakt aan een strafbaar feit, bij
                                        veroordeling wegens hetwelk hem bij rechterlijke uitspraak
                                        de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen is of kan worden
                                        ontzegd;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Gelijke bevoegdheid, als bedoeld in het eerste lid, heeft de
                                Gezaghebber met betrekking tot in het buitenland afgegeven
                                rijbewijzen gedurende de periode van ontzegging van de
                                rijbevoegdheid, doch nimmer langer dan gedurende het verblijf van de
                                houder in het eilandgebied.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">98.</nr></kop><al>De intrekking blijft van kracht voor de gehele duur van het rijbewijs,
                            voor zover niet: </al><lijst><li nr="a."><al>voor wat betreft het geval, vermeld in artikel 97, eerste lid
                                    sub a, uit een na de intrekking afgegeven verklaring als bedoeld
                                    in artikel 89 sub b en/of een verklaring als bedoeld in dat
                                    artikel sub c. blijkt, dat de bestuurder geschikt en bekwaam is;
                                    en</al></li><li nr="b."><al>voor wat betreft de gevallen, vermeld in artikel 97, eerste lid,
                                    sub b., door de rechter bij onherroepelijk geworden uitspraak
                                    omtrent de feiten is beslist, of het Openbaar Ministerie,
                                    volgens schriftelijke mededeling aan de Gezaghebber, van de
                                    vervolging van de bestuurder te dier zake heeft afgezien.</al></li></lijst></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">99.</nr></kop><al>Voor de toepassing van de bepalingen van dit Hoofdstuk wordt vrijwillige
                            voldoening aan de voorwaarde, door de bevoegde ambtenaar van het
                            Openbaar Ministerie, krachtens artikel 76 van het wetboek van Strafrecht
                            voor Curaçao gesteld, gelijkgesteld met een onherroepelijk geworden
                            rechterlijke uitspraak.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">100.</nr></kop><al>Van de intrekking van het rijbewijs wordt door of namens de Gezaghebber
                            aankondiging gedaan in de bladen, waarin van eilandswege de officiële
                            berichten worden geplaatst.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">101.</nr></kop><al>Hij, wiens rijbewijs is ingetrokken, is verplicht dit binnen 8 dagen bij
                            de Gezaghebber in te leveren. </al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">102.</nr></kop><al>Ingeval van overtreding van het bepaalde in artikel 6 van deze
                            verordening wordt het proces-verbaal of rapport dat terzake wordt
                            opgemaakt ten spoedigste ingediend bij de Gezaghebber ter beoordeling of
                            tot intrekking van het rijbewijs zal worden overgegaan.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">103.</nr></kop><al>Het is degene, die weet, of redelijkerwijze moet weten, dat zijn
                            rijbewijs is ingetrokken, verboden gedurende de tijd dier intrekking op
                            een weg een motorrijtuig te besturen.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">104.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Bij verdere uitgifte van rijbewijzen aan personen, die in het bezit
                                zijn van een in de Nederlandse Antillen afgegeven of een ingevolge
                                art. 107 derde lid, daarmede gelijkgesteld rijbewijs, is telkens
                                slechts, overlegging van een verklaring als bedoeld in artikel 89
                                sub c, zomede van twee welgelijkende afdrukken van een fotografisch
                                portret van de aanvrager noodzakelijk.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Indien de aanvrager van een rijbewijs in het bezit is van een in de
                                Nederlandse Antillen afgegeven rijbewijs, dat ouder is dan vijf
                                jaren, kan tevens de overlegging van de in artikel 89 sub b.
                                bedoelde verklaring worden geëist in die gevallen, waarin de
                                Gezaghebber zulks in verband met de verkeersveiligheid nodig
                                acht.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">105.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Voor verloren geraakte, versleten, geheel of ten dele onleesbaar
                                geworden of teniet gegane rijbewijzen en vergunningen kunnen door of
                                vanwege de Gezaghebber duplicaten worden afgegeven.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>De bewijzen, waarvoor duplicaten worden afgegeven, verliezen alsdan
                                hun geldigheid.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">106.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Een dienst-rijbewijs, hetwelk alleen geldig is voor personen in
                                dienst van het Land of het Eilandgebied en uit hoofde van hun
                                dienstuitoefening als bestuurders van motorrijtuigen op te treden,
                                wordt door de Gezaghebber op aanvrage van het hoofd van de
                                landsdienst of eilandsdienst, waartoe betrokkene behoort, afgegeven
                                aan iedere persoon in dienst van het Land of Eilandgebied, aan wie
                                een door het Bestuurscollege daarvoor in het bijzonder aan te wijzen
                                commissie een verklaring, als in artikel 89 sub b. bedoeld,
                                afgegeven heeft.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Op het dienst-rijbewijs worden de beperkingen als in het eerste lid
                                omschreven, uitdrukkelijk vermeld.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Behoudens de voorschriften van dit artikel zijn op het
                                dienst-rijbewijs de in deze verordening omtrent rijbewijzen
                                voorkomende bepalingen van kracht.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">4.</lidnr><al>Bij ontslag of schorsing van de in het eerste lid bedoelde personen
                                uit 's Lands of eilandsdienst verliest het dienstrijbewijs zijn
                                geldigheid en zorgt het hoofd van de dienst, waartoe de
                                rechthebbende op dat bewijs behoort, voor onmiddellijke inlevering
                                daarvan bij de Gezaghebber, die daarvan de betrokken persoon
                                mededeling doet.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">5.</lidnr><al>Bij intrekking van het dienstrijbewijs geeft de Gezaghebber daarvan
                                terstond kennis aan het hoofd van de Dienst, waartoe de
                                rechthebbende op dat bewijs behoort.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">6.</lidnr><al>Voor het leveren van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde
                                bewijzen van bekwaamheid is generlei betaling verschuldigd.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">107.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Op de buiten de Nederlandse Antillen woonachtige bestuurder van een
                                motorrijtuig, die als rechthebbende gebruik maakt van een geldig
                                internationaal rijbewijs afgegeven buiten de Nederlandse Antillen
                                ingevolge artikel 24 van het Verdrag van Genève van de 19e September
                                1949 nopens het wegverkeer, is artikel 87, eerste lid, niet van
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Met een internationaal rijbewijs, als bedoeld in het eerste lid,
                                wordt gelijkgesteld een rijbewijs, afgegeven door het bevoegde gezag
                                van Staten of samenstellende delen daarvan, aangesloten bij voormeld
                                Verdrag, voor zover door de Gezaghebber niet anders wordt
                                bepaald.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Rijbewijzen door het bevoegd gezag afgegeven in Nederland, Suriname
                                of de andere eilandgebieden van de Nederlandse Antillen worden
                                gelijkgesteld met ingevolge artikel 87, eerste lid, afgegeven
                                rijbewijzen, mits deze niet ouder zijn dan vijf jaren.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">108.</nr></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 107 kan aan tijdelijk op de
                            Nederlandse Antillen vertoevende personen, die de leeftijd van achttien
                            jaren hebben bereikt, op vertoon van een te hunnen name afgegeven geldig
                            buitenlands rijbewijs door de Gezaghebber een tijdelijke vergunning
                            worden verleend om als bestuurder van motorrijtuigen op te treden,
                            geldig voor ten hoogste drie maanden. </al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">109.</nr></kop><al>Geen rijbewijs wordt vereist ten aanzien van:</al><lijst><li nr="a."><al>bestuurders van motorrijtuigen, welke niet sneller kunnen rijden
                                    dan 20 km. per uur;</al></li><li nr="b."><al>bestuurders, die zich moeten onderwerpen aan een onderzoek naar
                                    hun rijvaardigheid, op de dag van dit onderzoek, indien zij in
                                    het bezit zijn van een oproep voor dat onderzoek.</al></li></lijst><al>Deze oproep moet op de eerste vordering van de in artikel 116 genoemde
                            personen aan deze ter inzage worden afgegeven.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">110.</nr></kop><al>Het is verboden zonder vergunning van de Gezaghebber zich op de weg te
                            bekwamen in het besturen van een motorrijtuig op twee of drie
                            wielen.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">111.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg zonder vergunning van de Gezaghebber een
                                motorrijtuig onder zijn onmiddellijk toezicht te doen besturen.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid dient degene, onder
                                wiens toezicht een ander een motorrijtuig bestuurt, te voldoen aan
                                de volgende voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>dat hij ten opzichte van degeen, die het motorrijtuig onder
                                        toezicht bestuurt, een zodanige plaats inneemt, dat hij
                                        voldoende kan ingrijpen;</al></li><li nr="b."><al>dat degeen, die het motorrijtuig onder toezicht bestuurt, de
                                        leeftijd van achttien jaren heeft bereikt, niet de
                                        bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen is ontzegd,
                                        noch diens rijbewijs is ingevorderd, noch verkeert onder
                                        zodanige invloed van het gebruik van alcoholhoudende drank
                                        of andere bedwelmende middelen, dat hij niet in staat moet
                                        worden geacht het motorrijtuig naar behoren te
                                        besturen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Het is de bestuurder verboden een motorrijtuig op de weg onder
                                toezicht te besturen, indien hij weet of redelijkerwijze kan
                                vermoeden, dat de toezichthouder handelt in strijd met het bepaalde
                                in het eerste of tweede lid.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">112.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>De afgifte van rijbewijzen en vergunningen, als in dit Hoofdstuk
                                bedoeld, alsmede van duplicaten daarvan, vindt slechts plaats tegen
                                betaling van een bij eilandsbesluit houdende algemene maatregelen te
                                bepalen bedrag.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Het bezit van een dienstrijbewijs verleent geen vrijheden van
                                betaling van rechten, bedoeld in het eerste lid of in artikel 89 sub
                                b. tot het verkrijgen van een der in artikel 88 genoemde
                                rijbewijzen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr status="officieel">VII.</nr><titel status="officieel">Straf-, slot- en overgangsbepalingen.</titel></kop><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">113.</nr></kop><al>Met inachtneming van de voorschriften van deze verordening kunnen bij
                            eilandsbesluit, houdende algemene matregelen, nadere regelen worden
                            gesteld omtrent punten, waarin deze verordening niet voorziet.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">114.</nr></kop><al>De bij deze verordening behorende bijlagen maken deel uit van deze
                            verordening.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">115.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Door de Gezaghebber kan van de bepalingen vervat in de artikelen 12,
                                14, 22, 23, 33, 34, 37, en 76 in bijzondere gevallen ontheffing
                                worden verleend.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Van ingevolge het eerste lid verleende ontheffingen wordt mededeling
                                gedaan aan het Bestuurscollege en wordt aan degene, aan wie zij is
                                verleend een bewijs verstrekt hetwelke op eerste vordering van de in
                                artikel 116 genoemde personen behoorlijk ter inzage moet worden
                                afgegeven.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">116.</nr></kop><al>Behalve de opsporingsambtenaren bedoeld in artikel 8 van het Wetboek van
                            Strafvordering voor Curaçao zijn met het toezicht op de naleving van de
                            bepalingen van deze vergunning tevens belast de door het Bestuurscollege
                            daartoe aangewezen personen.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">117.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Op eerste vordering van opsporingsambtenaren is de 'bestuurder van
                                een voertuig verplicht dit te doen stilhouden en, indien het betreft
                                een motorrijtuig, het rijbewijs behoorlijk ter inzage af te
                                geven.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Opsporingsambtenaren zijn bevoegd zich te vergewissen van de
                                naleving van de bepalingen van deze verordening en zonodig een
                                voertuig, ten aanzien waarin zij een onderzoek wensen in te stellen,
                                te betreden en naar een nabij gelegen plaats te voeren of te doen
                                voeren voor rekening van de eigenaar of houder. De bestuurder is
                                verplicht desgevorderd hun de tot het onderzoek en het vervoer
                                noodzakelijke medewerking te verlenen en desverlangd de bedoelde
                                personen in het voertuig te vervoeren.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Ingeval van toepassing van het eerste lid kan het motorrijtuig voor
                                zover geen andere bestuurder beschikbaar is, onder toezicht, of,
                                voor zover degene die het proces-verbaal opmaakt, zulks nodig
                                oordeelt, in bewaring worden gesteld. In het laatste geval wordt het
                                motorrijtuig voor rekening en risico van de verdachte overgebracht
                                naar een door de verbaliserende persoon geschikt geachte plaats en
                                aldaar bewaard, totdat het door of vanwege de eigenaar of houder,
                                zonodig tegen betaling der kosten, wordt afgehaald.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">118.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Hij, aan wie bij deze verordening bevoegdheid is gegeven tot het
                                verlenen van een vergunning, kan daaraan voorwaarden verbinden.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Hij, die handelt in strijd met, of niet nakomt de voorwaarden
                                verbonden aan een vergunning, hem overeenkomstig deze verordening
                                verleend, wordt geacht gehandeld te hebben zonder vergunning.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">119.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Handelen in strijd met de artikelen 6, 7, 4 8, 9, 10 en 103 wordt
                                gestraft met hechtenis van ten hoogte twee maanden of geldboete van
                                ten hoogste vijfduizend gulden.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Overtreding van of handelen in strijd met de overige bepalingen van
                                deze verordening wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste dertig
                                dagen of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als
                                misdrijven en die, strafbaar gesteld krachtens het tweede lid, als
                                overtredingen.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">4.</lidnr><al>Indien tijdens het plegen van het strafbaar feit nog geen jaar is
                                verlopen, sedert een vroegere veroordeling van de schuldige wegens
                                een gelijk misdrijf of een gelijke overtreding onherroepelijk is
                                geworden, of, in geval van overtreding, vrijwillig voldaan is aan de
                                voorwaarde, door de bevoegde ambtenaar van het Openbaar Ministerie
                                krachtens artikel 76 van het Wetboek van Strafrecht voor Curaçao
                                gesteld, kan hechtenis of geldboete worden opgelegd tot het dubbele
                                van het voor elk gestelde maximum.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">120.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Voorzover bij deze verordening de eigenaar of houder van een
                                motorrijtuig niet reeds naast de bestuurder voor overtreding van de
                                daarin vervatte strafbepalingen aansprakelijk is gesteld, zal die
                                eigenaar,of houder op gelijke wijze aansprakelijk zijn voor de door
                                de bestuurder van een motorrijtuig gepleegde overtreding van de
                                tegen deze als zodanig gerichte strafbepalingen, vervat in deze
                                verordening, tenzij bekend is, wie die bestuurder is, of wel deze op
                                de eerste aanmaning van de betrokken ambtenaar van het Openbaar
                                Ministerie binnen een daarbij te stellen termijn door de eigenaar of
                                houder is bekend gemaakt.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt slechts dan niet, wanneer door
                                de eigenaar of houder van het motorrijtuig aannemelijk wordt
                                gemaakt, dat van dat rijtuig tegen zijn wil is gebruik gemaakt en
                                dat hij dit gebruik redelijkerwijze niet heeft kunnen beletten.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">121.</nr></kop><al>Indien de eigenaar of houder van een motorrijtuig is een naamloze
                            vennootschap, wederkerige verzekerings- of waarborgmaatschappij,
                            coöperatieve of andere rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging of
                            stichting, worden in de gevallen, waarin wegens overtreding straf wordt
                            bedreigd tegen eigenaren of houders van motorrijtuigen voor de
                            toepassing van deze verordening, de leden van het bestuur als eigenaren
                            of houders van het motorrijtuig aangemerkt.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">122.</nr></kop><al>Ingeval een bestuurder van een motorrijtuig overtreedt of in strijd
                            handelt met een bepaling van deze verordening, terwijl het motorrijtuig
                            onder toezicht wordt bestuurd, wordt, tenzij uitdrukkelijk anders is
                            bepaald, het strafbare feit geacht te zijn gepleegd door degene, die
                            overeenkomstig het bepaalde in artikel 111 als toezichthouder
                            optreedt.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">123.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Rijbewijzen, afgeven vóór de inwerkingtreding dezer verordening
                                verliezen hun geldigheid 2 jaar na de dag van de inwerkingtreding
                                van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Alle maatregelen, bevelen, aanwijzingen en aanduidingen nopens het
                                wegverkeer, welke van kracht of aangebracht zijn op het tijdstip van
                                inwerkingtreding van deze verordening, worden geacht ingevolge deze
                                verordening te zijn uitgevaardigd of aangebracht.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">124.</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Deze eilandsverordening treedt in werking met ingang van een bij
                                eilandsbesluit houdende algemene maatregelen te bepalen datum en kan
                                worden aangehaald onder de titel “Wegenverkeersverordening
                                Bonaire”</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Met ingang van diezelfde datum vervallen; de artikelen 8, 39 eerste
                                lid, 41 tot en met 68, 68a lid 1, 69 tot en met 80, 81, 86 sub 4°,
                                5° en 9° van de keur, houdende bepalingen omtrent de straatpolitie
                                en andere politievoorschriften op het eiland Bonaire (P.B. 1919 No.
                                25) terwijl in art. 68a lid 2 dezer keur de woorden "Bovendien is"
                                vervallen, het daaropvolgende woord "de" met een hoofdletter wordt
                                geschreven en tussen de woorden "motorrijtuig" en “verplicht” het
                                woord "is" wordt opgenomen.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage status="goed"><kop><label></label><nr status="officieel"></nr><titel status="officieel">BIJLAGE
                        BEHORENDE BIJ DE WEGENVERKEERSVERORDENING
                        BONAIRE</titel></kop><tussenkop kopopmaak="cur"></tussenkop><al></al><al><plaatje><illustratie uitlijning="start" kleur="nee" formaat="jpeg" naam="bijlage" type="lijn" id="i83"></illustratie></plaatje></al><al>72-a</al><al><plaatje><illustratie uitlijning="start" kleur="nee" formaat="png" naam="bijlage1" type="lijn" id="i84"></illustratie></plaatje><plaatje><illustratie uitlijning="start" kleur="nee" formaat="png" naam="bijlage2" type="lijn" id="i85"></illustratie></plaatje><plaatje><illustratie uitlijning="start" kleur="nee" formaat="png" naam="bijlage3" type="lijn" id="i86"></illustratie></plaatje><plaatje><illustratie uitlijning="start" kleur="nee" formaat="png" naam="bijlage4" type="lijn" id="i87"></illustratie></plaatje><plaatje><illustratie uitlijning="start" kleur="nee" formaat="png" naam="bijlage5" type="lijn" id="i88"></illustratie></plaatje><plaatje><illustratie uitlijning="start" kleur="nee" formaat="png" naam="bijlage6" type="lijn" id="i89"></illustratie></plaatje><plaatje><illustratie uitlijning="start" kleur="nee" formaat="png" naam="bijlage7" type="lijn" id="i90"></illustratie></plaatje><plaatje><illustratie uitlijning="start" kleur="nee" formaat="png" naam="bijlage8" type="lijn" id="i91"></illustratie></plaatje><plaatje><illustratie uitlijning="start" kleur="nee" formaat="png" naam="bijlage9" type="lijn" id="i92"></illustratie></plaatje><plaatje><illustratie uitlijning="start" kleur="nee" formaat="png" naam="bijlage10" type="lijn" id="i93"></illustratie></plaatje></al></bijlage></regeling></body></cvdr>