<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR96238_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Treasurystatuut</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Delfzijl</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Delfzijl</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Treasurystatuut</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 212</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet financiering decentrale overheden</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-12-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door het <extref doc="1.1:CVDR426185_1">Treasurystatuut 2017</extref>.</al><al>Bron bekendmaking onbekend</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-40653</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Treasurystatuut</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Delfzijl;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 8
                        november 2005;</al><al>gelet op artikel 212 van de Gemeentewet en de Wet financiering decentrale
                        overheden (hierna: Wet fido);</al><al>besluit vast te stellen het navolgende </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Treasurystatuut</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Doelstelling treasurystatuut</titel></kop><al>Het Treasurystatuut van de gemeente Delfzijl heeft tot doel een formeel
                            kader te scheppen waarbinnen de financierings- en beleggingsactiviteiten
                            van de organisatie dienen plaats te vinden. In het Treasurystatuut
                            zorgen de vier elementen sturen, beheersen, verantwoorden en
                            toezichthouden in hun samenhang voor duidelijkheid en transparantie in
                            het treasuryproces. In algemene zin zal het financieel beleid dienen bij
                            te dragen aan en ondersteuning te bieden aan het uitvoeren van de
                            publieke taken van de gemeente. Meer specifiek zal de continuïteit van
                            de gemeente op korte en lange termijn gewaarborgd dienen te worden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2. Doelstellingen van de treasuryfunctie </titel></kop><al>De treasuryfunctie van de gemeente dient tot:</al><lijst><li nr="1."><al>het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen
                                    acceptabele condities;</al></li><li nr="2."><al>het beschermen van gemeentelijke vermogens- en
                                    (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals
                                    renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en
                                    liquiditeitsrisico’s;</al></li><li nr="3."><al>het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe
                                    kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële
                                    posities;</al></li><li nr="4."><al>het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de
                                    Wet FiDO respectievelijk de limieten en richtlijnen van het
                                    treasurystatuut;</al></li><li nr="5."><al>het realiseren van een flexibel en controleerbaar kasbeheer in
                                    de organisatie;</al></li><li nr="6."><al>het opzetten en onderhouden van een goede en efficiënte
                                    financiële infrastructuur;</al></li><li nr="7."><al>het realiseren van informatiestromen ter ondersteuning van het
                                    beleid.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Voorbereiding en vaststelling van het treasurybeleid </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3. Organisatie van de besluitvorming </titel></kop><al>In algemene zin wordt het treasurybeleid voorbereid en uitgevoerd door
                            de medewerker beleid &amp; control belast met treasury, onder
                            verantwoordelijkheid van het hoofd Financiën. De paragraaf financiering
                            van de programmabegroting wordt, als onderdeel van de Begroting,
                            besproken in het college van burgemeester &amp; wethouders en daarna
                            voorgelegd aan de gemeenteraad ter vaststelling. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4. Financiële beleidscyclus/rapportages </titel></kop><al>De organisatie gebruikt de jaarlijkse financiële beleidscyclus voor het
                            vaststellen van het treasurybeleid, voor het afleggen van verantwoording
                            over dat beleid en voor bijstelling van het beleid door het jaar heen.
                            De beleidscyclus kent een meerjarenbegroting, programmabegroting,
                            tussentijdse rapportages en een jaarrekening.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5. (Meerjaren)begroting </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Eén keer per jaar wordt door de afdeling Financiën de
                                programmabegroting inclusief meerjarenbegroting opgesteld onder
                                verantwoordelijkheid van het hoofd Financiën. Dit stuk behandelt het
                                begrotingsjaar en de drie daarop volgende jaren. In de
                                programmabegroting wordt de paragraaf financiering met het
                                financierings- en beleggingsbeleid opgenomen. De paragraaf
                                financiering wordt opgesteld door de medewerker beleid &amp; control
                                belast met treasury en geeft aan welk beleid de organisatie
                                voorstaat met betrekking tot de treasury activiteiten in het komend
                                jaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> In de paragraaf financiering in de programmabegroting zullen de
                                volgende zaken aan de orde komen:</al><lijst><li nr="I."><al>Alle interne en externe ontwikkelingen die voor het komende
                                        jaar van belang zijn met betrekking tot de
                                        liquiditeitspositie en het aantrekken en uitzetten van
                                        gelden;</al></li><li nr="II."><al>De liquiditeitsplanning voor het komend jaar;</al></li><li nr="III."><al> Een prognose van de financieringspositie voor het komend
                                        jaar;</al></li><li nr="IV."><al>Een prognose van de leningenportefeuille voor het komend
                                        jaar;</al></li><li nr="V."><al> De hoogte van het kasgeldlimiet;</al></li><li nr="VI."><al> De omvang van de renterisico’s voor het komend jaar;</al></li><li nr="VII."><al> De omvang van de kredietrisico’s (debiteurenrisico’s) voor
                                        het komende jaar;</al></li><li nr="VIII."><al>De knelpunten en risico’s voor het geld- en
                                        kapitaalbeheer.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6. het mandaat </titel></kop><al>Middels het vaststellen van de programmabegroting en de daarin opgenomen
                            de paragraaf financiering, geeft de gemeenteraad het mandaat aan het
                            college van burgemeester &amp; wethouders om de in de paragraaf
                            financiering voorgestelde transacties ook daadwerkelijk te kunnen
                            uitvoeren. Het college van burgemeester &amp; wethouders mandateert het
                            afsluiten van de feitelijke transacties aan het hoofd Financiën. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7. Jaarrekening </titel></kop><al>De jaarrekening wordt elk jaar vastgesteld op basis van de gegevens
                            zoals die worden aangeleverd door de verschillende afdelingen die
                            daarvoor verantwoordelijk zijn. In de jaarrekening wordt een paragraaf
                            financiering opgenomen. De paragraaf financiering wordt opgesteld door
                            de medewerker beleid &amp; control belast met treasury en geeft aan welk
                            beleid de organisatie heeft uitgevoerd met betrekking tot de
                            treasuryactiviteiten in het afgelopen jaar. In de paragraaf financiering
                            van de jaarrekening zullen dezelfde onderwerpen aan de orde komen als
                            die genoemd zijn bij de paragraaf financiering van de
                            programmabegroting. Op deze wijze kan het uitgevoerde treasurybeleid
                            getoetst worden aan de hand van het voorgenomen beleid - zoals
                            omschreven in de begroting - en het daar aan gekoppeld mandaat.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Uitvoering van het treasurybeleid</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8. Organisatie van de uitvoering </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De medewerker beleid &amp; control belast met treasury kan binnen
                                de kaders van het door de gemeenteraad in de programmabegroting
                                vastgestelde mandaat transacties afsluiten. De medewerker beleid
                                &amp; control belast met treasury sluit transacties af in overleg
                                met het hoofd Financiën. Hiermee wordt het vier-ogen principe
                                gegarandeerd. Beide functionarissen toetsen het tarief en de
                                voorwaarden van elke af te sluiten transactie aan de beschikbare
                                marktgegevens en concurrerende tarieven. Alle relevante gegevens en
                                kopieën van documenten worden bewaard in een treasury ordner.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De afdeling Financiële Administratie is verantwoordelijk voor de
                                administratieve vastlegging en afhandeling van de transacties.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De kassier draagt zorg voor het initiëren van betalingen
                                voortvloeiende uit treasurytransacties. De elektronische
                                tekenbevoegdheid voor deze betalingen ligt bij de Kassier en
                                Comptabele.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Gezien de omvang van de organisatie zal er af en toe een
                                uitzondering moeten worden gemaakt met betrekking tot deze
                                functiescheiding. De juiste uitvoering en administratie van de
                                transacties wordt in die gevallen gewaarborgd door een goed
                                functionerende AO/IC.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Bij afwezigheid van medewerkers treedt een vervangingsregeling in
                                werking om voortgang van de dagelijkse werkzaamheden te garanderen.
                                In deze regeling wordt het principe van bovenstaande
                                functiescheiding gehandhaafd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van iedere
                                transactie te versturen naar de financiële administratie zonder
                                tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van de
                                transacties;</al><table><tgroup cols="3" char="" charoff="50" align="left"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry morerows="0" rotate="0"><al><vet>Figuur 1 VERVANGINGSREGELING TREASURY
                                                  </vet></al></entry></row><row><entry morerows="0" rotate="0"><al><vet>Taak</vet></al></entry><entry morerows="0" rotate="0"><al><vet>Functionaris</vet></al></entry><entry morerows="0" rotate="0"><al><vet>Vervanger</vet></al></entry></row><row><entry morerows="0" rotate="0"><al>Treasury uitvoering I</al></entry><entry morerows="0" rotate="0"><al>medewerker beleid &amp; control belast met
                                                  treasury</al></entry><entry morerows="0" rotate="0"><al>medewerker beleid &amp; control</al></entry></row><row><entry morerows="0" rotate="0"><al>Treasury uitvoering II</al></entry><entry morerows="0" rotate="0"><al>hoofd Financiën</al></entry><entry morerows="0" rotate="0"><al>Plaatsvervangend hoofd Financiën</al></entry></row><row><entry morerows="0" rotate="0"><al>Administratie</al></entry><entry morerows="0" rotate="0"><al>Financiële Administratie</al></entry><entry morerows="0" rotate="0"><al>Financiële Administratie</al></entry></row><row><entry morerows="0" rotate="0"><al>Betaling 1e handtekening</al></entry><entry morerows="0" rotate="0"><al>Kassier</al></entry><entry morerows="0" rotate="0"><al>overige Kassiers</al></entry></row><row><entry morerows="0" rotate="0"><al>Betaling 2e handtekening</al></entry><entry morerows="0" rotate="0"><al>Comptabele</al></entry><entry morerows="0" rotate="0"><al>overige Comptabelen</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Risicobeheer </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9. Uitgangspunten risicobeheer </titel></kop><al>Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene
                            uitgangspunten:</al><lijst><li nr="1."><al>De gemeente mag leningen of garanties uit hoofde van de
                                    “publieke taak” uitsluitend verstrekken aan door de gemeenteraad
                                    goedgekeurde derde partijen, waarbij vooraf advies van de
                                    afdeling Financiën wordt ingewonnen over de financiële positie
                                    en de kredietwaardigheid van de betreffende partij. </al></li><li nr="2."><al>De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de
                                    treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent karakter
                                    hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door
                                    het lopen van overmatig risico. Het prudente karakter van deze
                                    uitzettingen wordt gewaarborgd middels de richtlijnen en
                                    limieten van dit treasurystatuut.</al></li><li nr="3."><al>Het gebruik van derivaten is alleen toegestaan indien de
                                    renterisico’s zodanig groot zijn, dat het verminderen of
                                    afdekken van financiële risico’s wenselijk is. Het gebruik van
                                    derivaten mag nooit leiden tot ongedekte posities. Het beleid
                                    dienaangaande dient prudent en transparant te zijn. Het gebruik
                                    van derivaten is nader uitgewerkt in artikel 19.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10. Renterisicobeheer </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De kasgeldlimiet zoals bedoeld in de Wet fido wordt niet
                                overschreden, tenzij hiervoor ontheffing van de toezichthouder,
                                zoals genoemd in artikel 22, lid 1, wordt verkregen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De renterisiconorm zoals bedoeld in de Wet fido wordt niet
                                overschreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande
                                financiële positie en de liquiditeitenplanning. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende
                                lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele
                                rentestand en de rentevisie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> De rentevisie van de gemeente wordt periodiek opgesteld op basis
                                van de rentevisie van minimaal 2 vooraanstaande financiële
                                instellingen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al> Binnen de kaders gesteld onder lid 3 en lid 4, streeft de gemeente
                                tevens naar spreiding in de rentetypische looptijden van
                                uitzettingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11. Koersrisicobeheer </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeente beperkt de koersrisico’s op uitzettingen uit hoofde van
                                treasury, door daarbij uitsluitend de volgende producten te
                                hanteren: rekening courant, spaarrekening, daggeld, deposito’s,
                                commercial paper (CP), certificates of deposit (CD), obligaties,
                                medium term notes (MTN) en garantieproducten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Uitzettingen in de vorm van aandelen (deelneming) is alleen
                                mogelijk, indien dit tot de publieke taak van de gemeente
                                behoort.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tevens beperkt de gemeente de koersrisico’s door conform artikel 11
                                de looptijd van de uitzettingen af te stemmen op de
                                liquiditeitenplanning.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12. Kredietrisicobeheer </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van treasury gelden de
                                volgende uitgangspunten: Uitzettingen vinden uitsluitend plaats bij: </al><lijst><li nr="-"><al> Instellingen, voor wiens waardepapier een
                                        solvabiliteitsratio van 0% geldt;</al></li><li nr="-"><al>Financiële instellingen (kredietinstellingen,
                                        beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars
                                        en pensioenfondsen) die onder Nederlands of anderszins
                                        EER-toezicht<sup>1</sup> te vallen, zoals De Nederlandsche
                                        Bank en de Verzekeringskamer en voldoen aan de minimale
                                        kredietwaardigheidseis A-rating van één van de volgende
                                        erkende rating-bureau’s: Moody’s, Standard &amp; Poors of
                                        Fitch IBCA;</al></li><li nr="-"><al> Financiële instellingen die onder Nederlands of anderszins
                                        EER-toezicht te vallen en die een kredietwaardigheid hebben
                                        die vergelijkbaar is met minimaal een A-rating. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het verstrekken van leningen uit hoofde van de publieke taak
                                worden indien mogelijk zekerheden of garanties geëist. </al></lid><lid><lidnr>&lt;1&gt;</lidnr><al>Onder de Europese Economische Ruimte (EER) vallen naast de lidstaten
                                van de Europese Unie ook Noorwegen, IJsland en Liechtenstein.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13. Intern liquiditeitsrisicobeheer </titel></kop><al>De gemeente zal haar interne liquiditeitsrisico’s beperken door haar
                            treasuryactiviteiten te baseren op een korte termijn
                            liquiditeitenplanning (het komende jaar op maandbasis) alsmede een lange
                            termijn liquiditeitenplanning (de komende vijf jaar op jaarbasis). </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14. Valutarisicobeheer </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Valutarisico’s worden in de gemeente uitgesloten door uitsluitend
                                leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in
                                euro’s;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Daar waar verplichtingen worden aangegaan in een andere valuta dan
                                de euro, zullen de daarmee gepaard gaande valutarisico’s direct
                                worden afgedekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15. Korte en lange financiering </titel></kop><al>Bij het aantrekken van korte en lange financieringen gelden de volgende
                            uitgangspunten en procedures:</al><lijst><li nr="1."><al>Voor het aantrekken van gelden op de geld- en kapitaalmarkt
                                    worden aan tegenpartijen in principe geen restricties gesteld,
                                    anders dan dat zij een goede reputatie behoren te hebben op de
                                    financiële markten en in het algemeen maatschappelijk
                                    verkeer;</al></li><li nr="2."><al>Financieringen worden enkel aangetrokken ten behoeve van de
                                    uitoefening van de publieke taak;</al></li><li nr="3."><al>Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel
                                    mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne
                                    financieringsmiddelen te gebruiken teneinde de renterisico’s te
                                    beperken en het renteresultaat te optimaliseren;</al></li><li nr="4."><al>Voor korte en lange financieringen geldt dat door de
                                    beleidsmedewerker van de afdeling Financiën belast met treasury
                                    – binnen het verleende mandaat – een voorstel voor het hoofd
                                    Financiën wordt voorbereid. Na goedkeuring van dit voorstel is
                                    de medewerker beleid &amp; control belast met treasury
                                    gemachtigd om volgens de procedure als beschreven in artikel 8
                                    en hetgeen hieronder wordt vastgesteld inzake richtlijnen en
                                    limieten voor financieringen in het algemeen de geldlening met
                                    de gunstigste condities af te sluiten;</al></li><li nr="5."><al>Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen
                                    zijn: daggeld, kasgeldleningen, kredietlimieten op rekening
                                    courant, onderhandse leningen, commercial paper (CP) en medium
                                    term notes (MTN);</al></li><li nr="6."><al>Bij de uitvoering van de financieringstransacties gelden voorts
                                    de volgende richtlijnen en limieten:</al><lijst><li nr="a."><al>Geld wordt uitsluitend aangetrokken op basis van een
                                            recente liquiditeitsprognose en een actuele
                                            rentevisie;</al></li><li nr="b."><al>De gemeente vraagt offertes op bij minimaal 2
                                            instellingen alvorens een financiering wordt
                                            aangetrokken.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16. Kortlopende en langlopende uitzettingen </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor kortlopende en langlopende uitzettingen geldt dat door de
                                medewerker beleid &amp; control belast met treasury – binnen het
                                verleende mandaat – een voorstel voor het hoofd Financiën wordt
                                voorbereid. Na goedkeuring van dit voorstel is de medewerker beleid
                                &amp; control belast met treasury gemachtigd om volgens de procedure
                                als beschreven in artikel 8 en hetgeen hieronder wordt vastgesteld
                                inzake richtlijnen en limieten voor het uitzetten van middelen in
                                het algemeen de belegging met de gunstigste condities af te
                                sluiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie
                                gelden voorts de volgende richtlijnen en limieten:</al><lijst><li nr="a."><al> Uitzettingen worden uitsluitend gedaan onder de in artikel
                                        10, 11 en 12 genoemde voorwaarden;</al></li><li nr="b."><al>De gemeente vraagt bij minimaal 2 instellingen offertes op
                                        alvorens een uitzetting wordt gedaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17. Geldstromenbeheer </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Teneinde de kosten van het geldstromenbeheer te minimaliseren
                                wordt: </al><lijst><li nr="a."><al>Het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op
                                        gemeenteniveau op elkaar en de liquiditeitenplanning af te
                                        stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat de
                                        liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de
                                        verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen;</al></li><li nr="b."><al>Het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd
                                        door één bank;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De liquiditeitspositie wordt zoveel mogelijk geconcentreerd binnen
                                één rentecompensatiecircuit bij de bank met de gunstigste condities
                                teneinde het saldo en liquiditeitenbeheer gestalte te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18. Derivaten </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Derivaten zullen alleen ingezet worden om toekomstige (rente-)
                                risico’s te verminderen of weg te nemen. Goedkeuring voor het
                                gebruik van derivaten zal geregeld zijn in de Treasuryparagraaf in
                                de Begroting. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het gebruik van derivaten is alleen toegestaan indien het leidt tot
                                een vermindering of verschuiving van het renterisico en als deze
                                vermindering of verschuiving vooraf inzichtelijk is gemaakt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vóór afsluiting van de transactie (-s) zullen de werking, de kosten
                                en de risico’s die verband houden met het betreffende derivaat / de
                                betreffende derivaten aan het hoofd Financiën en het college van
                                burgemeester &amp; wethouder inzichtelijk zijn gemaakt. Indien de
                                medewerker beleid &amp; control belast met treasury niet bekend is
                                met de werking, de kosten en de risico’s van een derivaat, zal
                                advies van een onafhankelijke adviseur worden ingewonnen, alvorens
                                een derivatentransactie wordt afgesloten. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Na goedkeuring van het voorstel tot gebruik van een derivaat, is de
                                medewerker beleid &amp; control belast met treasury gemachtigd om,
                                volgens de procedure beschreven in artikel 8, de derivaat met de
                                meest gunstige condities af te sluiten. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor de tegenpartijen, waarmee transacties in derivaten worden
                                afgesloten, gelden dezelfde eisen aan kredietwaardigheid als die
                                voor uitzettingen gelden, zoals in artikel 12 lid 1 zijn
                                opgenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19. Relatiebeheer </titel></kop><al>De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme
                            condities voor af te nemen financiële diensten. Hiervoor gelden de
                            volgende uitgangspunten:</al><lijst><li nr="1."><al>Bankrelaties en hun bancaire condities worden ten minste ééns in
                                    de 2 jaar beoordeeld;</al></li><li nr="2."><al>Bankrelaties dienen wat betreft hun kredietwaardigheid minimaal
                                    te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in artikel 12;</al></li><li nr="3."><al>Tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit
                                    Financiële Markten (AFM) en daarvan een vergunning als makelaar
                                    te hebben ontvangen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Toetsing en controle </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 20. Interne controle </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Informatie omtrent de beleidsplannen wordt vastgelegd in de
                                paragraaf financiering in de programmabegroting; op basis hiervan
                                wordt het mandaat voor het komende begrotingsjaar opgesteld.
                                Controle op de uitvoering van het beleid vindt voorts plaats in de
                                paragraaf financiering in het jaarverslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De medewerker beleid &amp; control belast met treasury zal van het
                                vastgestelde beleid en alle plannen, nota’s en besluiten zorgvuldig
                                dossiers aanleggen. De medewerker beleid &amp; control belast met
                                treasury zal van alle kopieën van originele documenten en eventuele
                                andere documenten met betrekking tot de uitgevoerde transacties
                                zorgvuldig dossiers aanleggen. Originele contracten e.d. zullen
                                worden bewaard in het centrale archief.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De medewerker van de afdeling Financiën belast met interne controle
                                voert interne controle uit op de uitgevoerde treasurytransacties,
                                zoals in bijlage II wordt genoemd, en rapporteert hierover periodiek
                                aan het hoofd Financiën.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Gezien de beperkte omvang van de financiële functie in de
                                organisatie is het niet mogelijk om de functiescheiding tussen het
                                afsluiten van transacties, de administratieve vastlegging en het
                                betalingsproces continu te realiseren. Bovendien wordt de
                                organisatorische functiescheiding tussen het afsluiten van
                                transacties en de administratieve vastlegging niet door het
                                automatiseringssysteem afgedwongen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21. Externe controle </titel></kop><al>De gemeente Delfzijl zal alle maatregelen treffen die noodzakelijk zijn
                            voor het (doen) uitvoeren van een effectieve externe controle. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22. De toezichthouder (Gedeputeerde Staten van de
                                provincie) </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Conform de Wet fido zal de paragraaf financiering als onderdeel van
                                het jaarverslag worden aangeboden aan de externe toezichthouder,
                                zijnde Gedeputeerde Staten van de Provincie Groningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Aan het einde van ieder kwartaal een opgave van de laatst berekende
                                gemiddelde netto-vlottende schuld en de kasgeldlimiet voor het
                                desbetreffende kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Bovenstaande informatie zal door de medewerker beleid &amp; control
                                belast met treasury worden verzorgd en waar nodig worden
                                verklaard.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23. Het Centraal Bureau voor de Statistiek </titel></kop><al>Conform de Wet Fido zal voorts de volgende informatie worden aangeboden
                            aan het Centraal Bureau voor de Statistiek:</al><lijst><li nr="1."><al>Driemaandelijks een opgave van de stand van het EMU-saldo op een
                                    door het Centraal Bureau voor de Statistiek te bepalen wijze,
                                    zodat zij de informatie aan het Ministerie van Financiën kan
                                    presenteren. </al></li><li nr="2."><al>Bovenstaande informatie zal door de medewerker beleid &amp;
                                    control belast met treasury worden verzorgd en waar nodig worden
                                    verklaard.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 24. Inwerkingtreding </titel></kop><al>Dit treasurystatuut treedt in werking per 1 januari 2006.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Delfzijl, 22 december 2005.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>voorzitter.</ondertekening><ondertekening>(mw. drs. M. Appel-de Waart)</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>griffier.</ondertekening><ondertekening>(O. Rijkens)</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlagen</label><nr>1 t/m 5</nr><titel>Treasurystatuut</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Delfzijl/i34985.pdf">bijlagen Treasurystatuut</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>