<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR96229_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Erfgoedverordening Renswoude 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Renswoude</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Renswoude</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Heraut, 21.03.2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Erfgoedverordening Renswoude 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">gelet op art. 12, 15 en 38 van de Monumentenwet 1988</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-03-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-03-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>100899</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Erfgoedverordening Renswoude 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nr. </al><al>De raad van de gemeente Renswoude;</al><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d.
                            25 januari 2011, nr. ;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, de artikelen 12, 15 en 38 van
                            de Monumentenwet 1988 en de artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene
                            bepalingen omgevingsrecht;</al><al>besluit </al><al>in te trekken de Monumentenverordening Renswoude 1994, zoals vastgesteld
                            op 15 november 1994 en laatstelijk gewijzigd op 26 januari 2010;</al><al>vast te stellen de navolgende </al><al><vet>ERFGOEDVERORDENING RENSWOUDE 2011</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemeen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>gemeentelijk monument</cursief>: een overeenkomstig
                                    deze of eerdere verordening als beschermd gemeentelijk monument
                                    aangewezen:</al><lijst><li nr="1."><al>zaak, die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid,
                                            betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische
                                            waarde;</al></li><li nr="2."><al>terrein dat van algemeen belang is wegens een daar
                                            aanwezige zaak als bedoeld onder 1;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al><cursief>gemeentelijke monumentenlijst</cursief>: de lijst
                                    waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als
                                    gemeentelijk monument aangewezen zaken of terreinen als bedoeld
                                    in onderdeel a;</al></li><li nr="c."><al><cursief>beschermd monument</cursief>: beschermd monument als
                                    bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene
                                    bepalingen omgevingsrecht;</al></li><li nr="d."><al><cursief>monumentencommissie</cursief>: de op basis van art.15
                                    Monumentenwet 1988 ingestelde commissie met als taak het college
                                    op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing
                                    van de Monumentenwet 1988, de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht, de verordening en het monumentenbeleid;</al></li><li nr="e."><al><cursief>gemeentelijke archeologische waardenkaart</cursief>:
                                    topografische kaart van het gemeentelijke grondgebied of delen
                                    van het grondgebied, waarop archeologische monumenten en
                                    archeologische verwachtingsgebieden zijn aangegeven;</al></li><li nr="f."><al><cursief>landelijke Indicatieve Kaart van Archeologische
                                        Waarden</cursief>: landelijke kaart met een schaal van
                                    1:50.000, die op basis van geomorfologische gegevens, de kans
                                    weergeeft op de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen,
                                    waarbij onderscheid wordt gemaakt in hoge, middelhoge, lage en
                                    zeer lage trefkans;</al></li><li nr="g."><al><cursief>provinciale Archeologische Monumentenkaart</cursief>:
                                    topografische kaart van (delen van) het provinciale grondgebied,
                                    waarop archeologische monumenten en archeologische gebieden zijn
                                    aangegeven;</al></li><li nr="h."><al><cursief>archeologisch verwachtingsgebied</cursief>: gebied,
                                    aangegeven op de archeologische waardenkaart, waarvan is
                                    aangegeven dat in bepaalde mate archeologische vondsten of
                                    sporen te verwachten zijn;</al></li><li nr="i."><al><cursief>hoge verwachtingswaarde</cursief>: grote kans op
                                    archeologische vondsten of informatie;</al></li><li nr="j."><al><cursief>middelhoge verwachtingswaarde</cursief>: gemiddelde
                                    kans op archeologische vondsten of informatie;</al></li><li nr="k."><al><cursief>lage verwachtingswaarde</cursief>: kleine kans op
                                    archeologische vondsten of informatie;</al></li><li nr="l."><al><cursief>plan van aanpak</cursief>: plan dat weergeeft hoe een
                                    archeologische uitvoerder de vragen zoals omschreven in het
                                    programma van eisen denkt te gaan beantwoorden;</al></li><li nr="m."><al><cursief>programma van eisen</cursief>: programma dat door het
                                    college wordt vastgesteld en waarmee kaders worden gesteld voor
                                    het ontwerp en de uitvoering van archeologisch onderzoek.</al></li><li nr="n."><al><cursief>gemeentelijke beleidsadvieskaart</cursief>: kaart
                                    behorende bij de archeologische paragraaf van het
                                    bestemmingsplan.</al></li><li nr="o."><al><cursief>bevoegd gezag</cursief>: bestuursorgaan als bedoeld in
                                    artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li><li nr="p."><al><cursief>het college</cursief>: het college van burgemeester en
                                    wethouders van de gemeente Renswoude.</al></li><li nr="q."><al><cursief>vergunning</cursief>: een omgevingsvergunning als
                                    bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of 2.2 van de Wet algemene
                                    bepalingen omgevingsrecht.</al></li><li nr="r."><al><cursief>Wabo</cursief>: Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Het gebruik van het monument</titel></kop><al>Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het
                            gebruik van het monument.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>de monumentencommissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De monumentencommissie bestaat uit</al><lijst><li nr="a."><al>een onafhankelijk, door de raad te benoemen voorzitter;</al></li><li nr="b."><al>minimaal 3 en maximaal 5 door de raad te benoemen
                                        leden;</al></li><li nr="c."><al>de portefeuillehouder Monumentenzaken of diens
                                        plaatsvervanger als adviseur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders doen een voordracht, waarbij zo veel
                                mogelijk rekening wordt gehouden met de deskundigheid van de
                                kandidaten op het terrein van de monumentenzorg, de architectuur of
                                de lokale geschiedenis.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders benoemen een ambtelijk secretaris en
                                kunnen ambtelijke adviseurs aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De zittingsduur van de commissieleden is, behoudens tussentijdse
                                aftreding, gelijk aan de zittingsduur van de gemeenteraad.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De leden zijn onmiddellijk herbenoembaar.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een lid, ter vervulling van een, anders dan ten gevolge van een
                                periodieke aftreding, opengevallen plaats wordt benoemd, treedt af
                                op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, moest
                                aftreden.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De vergaderingen van de commissie zijn openbaar.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Aanwijzing gemeentelijke monumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>De aanwijzing tot gemeentelijk monument</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een
                                monument aanwijzen als gemeentelijk monument.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, hoort het
                                college de eigenaar en vraagt het advies aan de
                                monumentencommissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voordat het college een monument met een religieuze bestemming dat
                                uitsluitend of in overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening
                                van de eredienst, als gemeentelijk monument aanwijst, voert hij
                                overleg met de eigenaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond
                                van artikel 3 van de Monumentenwet 1988.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Voorbescherming</titel></kop><al>Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de
                            kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als gemeentelijk monument
                            ontvangt tot het moment dat de aanwijzing en registratie bedoeld in
                            artikel 8 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het monument niet wordt
                            geregistreerd, zijn de artikelen 11 tot en met 15 van overeenkomstige
                            toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Termijnen advies en aanwijzingsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken na
                                ontvangst van het verzoek van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van het advies
                                van de monumentencommissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij overschrijding van deze termijn worden burgemeester en
                                wethouders geacht niet tot aanwijzing te hebben besloten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Mededeling aanwijzingsbesluit</titel></kop><al>De aanwijzing bedoeld in artikel 4, eerste lid, wordt medegedeeld aan
                            degenen die als eigenaren en/ of zakelijk gerechtigden in de kadastrale
                            legger bekend staan, aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisen en,
                            indien om aanwijzing is verzocht, aan de aanvrager.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college registreert het gemeentelijke monument op de
                                gemeentelijke monumentenlijst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke en kadastrale
                                aanduiding, de datum van de aanwijzing, de tenaamstelling en een
                                beschrijving van het gemeentelijke monument.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gemeentelijke monumentenlijst ligt ter gemeentesecretarie voor
                                een ieder ter inzage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Wijzigen van de aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan al dan niet op aanvraag van een belanghebbende de
                                gemeentelijke monumentenlijst wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 4, tweede en derde lid, alsmede artikel 5, 6 en 7 zijn van
                                overeenkomstige toepassing op het wijzigingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de wijziging naar het oordeel van het college van
                                ondergeschikte betekenis is of indien de wijziging betreft het
                                doorhalen van de inschrijving van een monument dat is teniet gegaan,
                                blijft overeenkomstige toepassing, als bedoeld in lid 2,
                                achterwege.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De inhoud en de datum van de wijziging worden op de gemeentelijke
                                monumentenlijst aangetekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Intrekken van de aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het college de aanwijzing intrekt, zijn artikel 4, tweede
                                lid, en artikel 6 van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanwijzing wordt geacht te zijn ingetrokken, indien toepassing
                                wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of het
                                overeenkomstige artikel van de monumentenverordening van de
                                provincie Utrecht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst
                                geregistreerd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Instandhouding van gemeentelijke monumentale zaken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Instandhoudingbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1,
                                onder a, sub 1, te beschadigen of te vernielen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag of in strijd
                                met bij zodanige vergunning gestelde voorschriften:</al><lijst><li nr="a."><al>een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder
                                        a, sub 1, af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in
                                        enig opzicht te wijzigen;</al></li><li nr="b."><al>een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder
                                        a, sub 1, te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken
                                        op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar
                                        gebracht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod en de vergunningplicht, bedoeld in het tweede lid, gelden
                                niet indien het college nadere regels stelt met betrekking tot de
                                wijze waarop werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een
                                monument met een religieuze bestemming, geen vergunning als bedoeld
                                in het tweede lid, dan in overeenstemming met de eigenaar indien en
                                voor zover het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen
                                van de godsdienstuitoefening in het monument in het geding
                                zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>De schriftelijke aanvraag</titel></kop><al>Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.2. van het Besluit omgevingsrecht
                            voor een vergunning als bedoeld in artikel 11 en de daarbij te
                            overleggen gegevens en bescheiden worden in drievoud ingediend. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Termijnen advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de
                                ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een gemeentelijk monument
                                aan de monumentencommissie voor advies.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen acht weken na de datum van verzending van het afschrift
                                brengt de monumentencommissie schriftelijk advies uit aan het
                                college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning kan slechts worden verleend indien het belang van de
                            monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Bij de beslissing houdt het
                            bevoegd gezag rekening met het gebruik van het monument. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Voorschriften</titel></kop><al>Het bevoegd gezag kan aan een vergunning voorschriften verbinden in het
                            belang van de monumentenzorg.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Intrekken van de vergunning</titel></kop><al>De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
                                    onvolledige opgave is verleend;</al></li><li nr="b."><al>blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften, als bedoeld in
                                    artikel 15 niet naleeft;</al></li><li nr="c."><al>de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich
                                    zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument
                                    zwaarder dient te wegen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>BESCHERMDE monumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Vergunning voor beschermd monument</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de
                                ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een beschermd monument aan
                                de monumentencommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag
                                binnen acht weken na de datum van verzending van het afschrift.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Instandhouding van archeologische terreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Instandhoudingbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om in een archeologisch monument, als bedoeld in
                                artikel 1, onder a, sub 2 of een archeologisch verwachtingsgebied,
                                als bedoeld in artikel 1, onder h, de bodem dieper dan 30 cm onder
                                de oppervlakte te verstoren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien;</al><lijst><li nr="a."><al>het een verstoring betreft van een archeologisch monument of
                                        archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de
                                        provinciale Archeologische Monumentenkaart of de landelijke
                                        Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden, en waarbij die
                                        verstoring plaatsvindt:</al><lijst><li nr="·"><al>in een gebied met lage archeologische
                                                verwachtingswaarde en het te verstoren gebied
                                                kleiner is dan 10.000 m<sup>2</sup>, of;</al></li><li nr="·"><al>in een gebied met een middelhoge archeologische
                                                verwachtingswaarde en het te verstoren gebied
                                                kleiner is dan 1.000 m<sup>2</sup>, of;</al></li><li nr="·"><al>in een gebied met hoge archeologische
                                                verwachtingswaarde en het te verstoren gebied
                                                kleiner is dan 100 m<sup>2</sup>.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>in het geldend bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen
                                        omtrent archeologische monumentenzorg.</al></li><li nr="c."><al>sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12,
                                        eerste en tweede lid, van de Wet algemene bepalingen
                                        omgevingsrecht en hierin voorschriften zijn opgenomen
                                        omtrent archeologische monumentenzorg.</al></li><li nr="d."><al>het college nadere regels stelt met betrekking tot de
                                        uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring
                                        van een archeologisch monument of archeologisch
                                        verwachtingsgebied als aangegeven op gemeentelijke
                                        archeologische waardenkaart of de gemeentelijke
                                        beleidsadvieskaart, dan wel bij het ontbreken daarvan,de
                                        provinciale Archeologische Monumentenkaart of de landelijke
                                        Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden;</al></li><li nr="e."><al>een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde
                                        van het te verstoren terrein naar het oordeel van het
                                        bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit
                                        blijkt dat:</al><lijst><li nr="·"><al>het behoud van de archeologische waarden in
                                                voldoende mate kan worden geborgd; of</al></li><li nr="·"><al>de archeologische waarden door de verstoring niet
                                                onevenredig worden geschaad; of</al></li><li nr="·"><al>in het geheel geen archeologische waarden aanwezig
                                                zijn.</al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Opgravingen en begeleiding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien binnen het grondgebied van de gemeente Renswoude onderzoek
                                wordt uitgevoerd in het kader van het doen van opgravingen in de zin
                                van artikel 1 sub h Monumentenwet 1988, dient, onverminderd de
                                overige bepalingen van deze wet:</al><lijst><li nr="a."><al>het college een programma van eisen vast te stellen als
                                        bedoeld in artikel 1 onder m, waarbij nadere regels worden
                                        gesteld ten aanzien van het onderzoek.</al></li><li nr="b."><al>de verstoorder, voorafgaande aan het onderzoek, een plan van
                                        aanpak als bedoeld in artikel 1 onder l van deze verordening
                                        ter goedkeuring aan het bevoegd gezag te overleggen,.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de nadere regels neemt het college bepalingen op met betrekking
                                tot het toezicht op de feitelijke uitvoering van het plan van
                                aanpak. Tijdens het onderzoek dienen aanwijzingen van het college in
                                acht te worden genomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Om te kunnen beoordelen of het plan van aanpak aan het programma van
                                eisen en eventuele nadere regels voldoet, vraagt het bevoegd gezag
                                advies aan een deskundige, zoals omschreven in de Wet op de
                                Archeologische monumentenzorg.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Procedure</titel></kop><al>De bepalingen uit artikel 12, 13, 14 en 15 zijn van overeenkomstige
                            toepassing op de bepalingen uit artikel 18, tweede lid, onder e, en
                            artikel 19, eerste lid, onder b.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Tegemoetkoming in schade</titel></kop><al>Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt of zal
                            lijden, die redelijkerwijze niet of </al><al>niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent het bevoegd gezag
                            hem op zijn aanvraag een naar </al><al>billijkheid te bepalen tegemoetkoming toe, indien de schade in relatie
                            staat tot:</al><lijst><li nr="a."><al>de weigering van het bevoegd gezag een vergunning als bedoeld in
                                    artikel 11 te verlenen;</al></li><li nr="b."><al>de voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een
                                    vergunning als bedoeld in artikel 11;</al></li><li nr="c."><al>de door het college nader te stellen regels bedoeld in artikel
                                    11, derde lid;</al></li><li nr="d."><al>de door het college nader te stellen regels bedoeld in artikel
                                    18, tweede lid, onder d;</al></li><li nr="e."><al>een aanwijzing als bedoeld in artikel 19, tweede lid, tweede
                                    volzin.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Degene, die handelt in strijd met artikel 11 en artikel 18 van deze
                            verordening, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of
                            een hechtenis van ten hoogste drie maanden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de bij besluit van het college dan wel de
                            burgemeester aan te wijzen personen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Intrekken oude regeling</titel></kop><al>De Monumentenverordening Renswoude 1994, laatstelijk gewijzigd op 26
                            januari 2010, wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De op grond van de onder artikel 24 ingetrokken
                                Monumentenverordening Renswoude 1994 aangewezen en geregistreerde
                                gemeentelijke monumenten, worden geacht aangewezen en geregistreerd
                                te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding
                                van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de in
                                artikel 24 ingetrokken verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na de dag van vaststelling.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Erfgoedverordening Renswoude
                            2011.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 1 maart 2011.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>