<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR95749_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzalen gemeente Etten-Leur.</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Etten-Leur</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Etten-Leur</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Etten-Leurse Bode, datum onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzalen gemeente Etten-Leur.</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=art. 149">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-05-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-05-23</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>GO/SL</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Onderwijs</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Publicatiedatum onbekend</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING KWALITEITSREGELS PEUTERSPEELZAALWERK</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Etten-Leur;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 29 maart 2005 inzake
                        de verordening kwaliteitsregels peuterspeelzaalwerk.</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al>overwegende dat het wenselijk is regels te stellen ten aanzien van de
                        kwaliteit van peuterspeelzalen;</al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>VERORDENING KWALITEITSREGELS PEUTERSPEELZALEN</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>peuterspeelzaalwerk: het bieden van speelgelegenheid aan
                                    kinderen van twee tot vier jaargedurende een of meer dagdelen
                                    per week van maximaal 3,5 uur met als doel de ontwikkeling van
                                    deze kinderen te bevorderen en hen samen te laten spelen;</al></li><li nr="b."><al>peuterspeelzaal: een voorziening waar peuterspeelzaalwerk
                                    plaatsvindt;</al></li><li nr="c."><al>houder: degene die een peuterspeelzaal exploiteert;</al></li><li nr="d."><al>beroepskracht: degene die in een peuterspeelzaal werkzaamheden
                                    verricht die zijn opgenomen in de voor het peuterspeelzaalwerk
                                    geldende CAO en die beschikt over een voor deze werkzaamheden
                                    passende beroepskwalificaties;</al></li><li nr="e."><al>begeleider: degene die anders dan als beroepskracht is belast
                                    met de begeleiding van kinderen bij een peuterspeelzaal.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>MELDINGSPLICHT</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Melding in exploitatie nemen van een peuterspeelzaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die voornemens is een peuterspeelzaal in exploitatie te nemen
                                binnen de gemeentedoet daarvan melding aan het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De melding vindt plaats met behulp van een door het college
                                vastgesteld en beschikbaar gesteld formulier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Ambitieniveau van het peuterspeelzaalwerk</titel></kop><al>De houder geeft in de melding aan het college aan voor welk
                            ambitieniveau van het peuterspeelzaalwerk hij kiest, waarbij de volgende
                            ambitieniveaus worden onderscheiden:</al><lijst><li nr="a."><al>ambitieniveau 0: ‘spelen en ontmoeten’;</al></li><li nr="b."><al>ambitieniveau 1: ‘spelen, ontmoeten, ontwikkelen en
                                    signaleren’;</al></li><li nr="c."><al>ambitieniveau 2: ‘spelen, ontmoeten, ontwikkelen, signaleren en
                                    ondersteunen’.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Termijn van in exploitatie nemen van een peuterspeelzaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een peuterspeelzaal wordt niet in exploitatie genomen voordat de
                                termijn van dertien weken, ingaande op het tijdstip van de melding,
                                is verstreken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien uit het onderzoek van de toezichthouder, bedoeld in artikel
                                17, eerste lid, eerder is gebleken dat de exploitatie redelijkerwijs
                                zal plaatsvinden in overeenstemming met de bepalingen in hoofdstuk 3
                                van deze verordening, kan de exploitatie vanaf dat moment
                                plaatsvinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verbod op het in exploitatie nemen van een
                                peuterspeelzaal</titel></kop><al>Het is verboden een peuterspeelzaal in exploitatie te nemen indien uit
                            het onderzoek van de</al><al>toezichthouder, bedoeld in artikel 17, eerste lid, blijkt dat niet aan
                            de eisen van de verordening wordt voldaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Register</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college houdt een register bij van gemelde peuterspeelzalen. In
                                dit register worden na een melding onmiddellijk de gegevens
                                opgenomen die ingevolge artikel 2, tweede lid, en artikel 3 zijn
                                verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college deelt de houder schriftelijk mee dat opneming van de
                                peuterspeelzaal in het register heeft plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het register ligt op het gemeentehuis kosteloos voor een ieder ter
                                inzage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijzigingen van gegevens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De houder doet van wijzigingen in de gegevens die bij de melding
                                zijn verstrekt, onmiddellijk mededeling aan het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college deelt de houder schriftelijk mee dat de wijzigingen in
                                het register zijn aangetekend.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>DE KWALITEITSEISEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Algemene kwaliteitseisen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De houder van een peuterspeelzaal biedt peuterspeelzaalwerk aan dat
                                bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een
                                veilige en gezonde omgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De houder organiseert het peuterspeelzaalwerk op zodanige wijze,
                                voorziet de peuterspeelzaal zowel kwalitatief als kwantitatief
                                zodanig van personeel en materieel, draagt zorg voor een zodanige
                                verantwoordelijkheidstoedeling en voert een zodanig pedagogisch
                                beleid, dat een en ander leidt of moet leiden tot verantwoord
                                peuterspeelzaalwerk.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Eisen ten aanzien van veiligheid en gezondheid</titel></kop><al>De houder voert een beleid dat ertoe leidt dat de veiligheid en de
                            gezondheid van de op te vangen kinderen in elk door hem geëxploiteerde
                            peuterspeelzaal zoveel mogelijk is gewaarborgd. De houder legt, voor
                            zover hierin niet wordt voorzien bij of krachtens andere wet- en
                            regelgeving, in een risico-inventarisatie schriftelijk vast welke
                            risico’s de opvang van kinderen met zich meebrengt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Oppervlakte speelruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor ieder kind is minimaal 3,5 m2 bruto-oppervlakte aan
                                binnenspeelruimte beschikbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor ieder kind is buitenspeelruimte beschikbaar, waarvan de
                                bruto-oppervlakte minimaal 3 m2 per kind bedraagt. De
                                buitenspeelruimte is aangrenzend aan de peuterspeelzaal en is veilig
                                en toegankelijk.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Groepen en groepsgrootte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De opvang van kinderen vindt plaats in vaste groepen in passend
                                ingerichte vaste afzonderlijke ruimtes.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In een groep zijn ten hoogste zestien kinderen gelijktijdig
                                aanwezig.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Aantal beroepskrachten of begeleiders per groep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het aantal beroepskrachten of begeleiders per groep is afhankelijk
                                van het door de houder gekozen ambitieniveau.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de houder heeft gekozen voor ambitieniveau 0: ‘spelen en
                                ontmoeten’ zijn er in elke groep ten minste twee begeleiders
                                aanwezig en er is één beroepskracht voor ten minste 50% van de
                                openingsuren aanwezig in de peuterspeelzaal.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de houder heeft gekozen voor ambitieniveau 1: ‘spelen,
                                ontmoeten, ontwikkelen en signaleren’ zijn er in elke groep ten
                                minste één beroepskracht en één begeleider aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de houder heeft gekozen voor ambitieniveau 2: ‘spelen,
                                ontmoeten, ontwikkelen, signaleren en ondersteunen’ zijn er in elke
                                groep ten minste één beroepskracht aanwezig en één begeleider die
                                een VVE-opleidingstraject heeft gevolgd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overeenkomst tussen houder en ouder</titel></kop><al>Opvang in een peuterspeelzaal geschiedt op basis van een schriftelijke
                            overeenkomst tussen de houder en een ouder.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Informatieplicht aan de ouders</titel></kop><al>De houder van een peuterspeelzaal informeert de ouder voorafgaand aan
                            het aangaan van</al><al>deze overeenkomst in ieder geval over:</al><lijst><li nr="a."><al>de plaatsingsprocedure en leveringsvoorwaarden;</al></li><li nr="b."><al>het gekozen ambitieniveau als bedoeld in artikel 3;</al></li><li nr="c."><al>het te voeren beleid, waaronder het beleid inzake veiligheid en
                                    gezondheid, alsmede het pedagogisch beleid waarin vanuit de
                                    visie op de ontwikkeling van kinderen de visie op de omgang met
                                    kinderen is beschreven;</al></li><li nr="d."><al>de wijze en frequentie van informatie-uitwisseling na plaatsing
                                    van het kind bij de peuterspeelzaal.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Verklaring omtrent het gedrag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Personen die als beroepskracht of begeleider werkzaam zijn bij een
                                peuterspeelzaal zijn in het bezit van een verklaring omtrent het
                                gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële gegevens.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verklaring wordt aan de houder overgelegd voordat een persoon
                                zijn werkzaamheden aanvangt. De verklaring is op het moment dat zij
                                wordt overgelegd niet ouder dan twee maanden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de houder of de toezichthouder redelijkerwijs vermoedt dat
                                een persoon niet langer voldoet aan de eisen voor het afgeven van
                                een verklaring omtrent het gedrag, verlangt de houder dat die
                                persoon opnieuw een verklaring omtrent het gedrag overlegt die niet
                                ouder is dan twee maanden. De desbetreffende persoon overlegt de
                                verklaring binnen een door de houder vast te stellen termijn.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>HET GEMEENTELIJK TOEZICHT</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Aanwijzing van toezichthouders</titel></kop><al>Het college wijst toezichthouders aan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Onderzoek door de toezichthouder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toezichthouder onderzoekt na een melding als bedoeld in artikel
                                2, eerste lid, binnen dertien weken of de exploitatie redelijkerwijs
                                zal plaatsvinden in overeenstemming met de voorschriften in
                                hoofdstuk 3 van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het eerste lid onderzoekt de toezichthouder jaarlijks
                                of de exploitatie van elke peuterspeelzaal plaatsvindt in
                                overeenstemming met de voorschriften in hoofdstuk 3 van deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Naast het onderzoek bedoeld in het eerste en tweede lid kan de
                                toezichthouder incidenteel onderzoek verrichten naar de naleving
                                door een houder van de voorschriften in hoofdstuk 3 van deze
                                verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Het inspectierapport</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toezichthouder legt zijn oordeel naar aanleiding van een
                                onderzoek bij een peuterspeelzaal vast in een inspectierapport.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de toezichthouder oordeelt dat door de houder de
                                voorschriften van deze verordening niet zijn of zullen worden
                                nageleefd, vermeldt hij dat in het rapport.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Alvorens het rapport vast te stellen, stelt het college de houder in
                                de gelegenheid van het ontwerprapport kennis te nemen en daarover
                                zijn zienswijze kenbaar te maken. De toezichthouder vermeldt de
                                zienswijze van de houder in een bijlage bij het rapport.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De toezichthouder zendt het inspectierapport onverwijld aan de
                                houder, die een afschrift daarvan zo spoedig mogelijk ter inzage
                                legt op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De toezichthouder maakt het inspectierapport uiterlijk drie weken na
                                de vaststelling daarvan openbaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Aanwijzing en bevel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de houder een schriftelijke aanwijzing geven indien
                                op basis van het inspectierapport blijkt dat deze de voorschriften
                                in deze verordening niet of in onvoldoende mate naleeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de aanwijzing geeft het college met redenen omkleed aan op welke
                                punten de voorschriften niet of in onvoldoende mate worden
                                nageleefd, alsmede de in verband daarmee te nemen maatregelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de toezichthouder oordeelt dat de kwaliteit van de opvang bij
                                een peuterspeelzaal zodanig tekortschiet dat het nemen van
                                maatregelen redelijkerwijs geen uitstel kan lijden, kan de
                                toezichthouder een schriftelijk bevel geven. Het bevel heeft een
                                geldigheidsduur van zeven dagen, die door het college kan worden
                                verlengd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De houder neemt de maatregelen binnen de bij de aanwijzing
                                onderscheidenlijk het bevel gestelde termijn. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van de artikelen 2, eerste lid, en de artikelen in hoofdstuk
                            3 van deze verordeningen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste
                            drie maanden of een geldboete van de tweede categorie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Beroepskrachten en begeleiders die op het tijdstip van
                                inwerkingtreding van deze verordening werkzaam zijn bij een
                                peuterspeelzaal, hoeven aan de houder na de inwerkingtreding geen
                                verklaring omtrent het gedrag te overleggen. Indien de houder of de
                                toezichthouder redelijkerwijs vermoedt dat een persoon niet langer
                                voldoet aan de eisen voor het afgeven van een verklaring omtrent het
                                gedrag, verlangt de houder dat die persoon alsnog een verklaring
                                omtrent het gedrag overlegt die niet ouder is dan twee maanden. De
                                desbetreffende persoon overlegt de verklaring binnen een door de
                                houder vast te stellen termijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het reguliere onderzoek zoals bedoeld in artikel 17, tweede lid
                                vindt plaats vanaf 2006.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 23 mei 2005.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: Verordening kwaliteitsregels
                            peuterspeelzalen gemeente Etten-Leur.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 23 mei 2005.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>drs. W.C.M. Voeten. drs. J.A.M. van Agt.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>