<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR95633_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de Erfgoedcommissie Stede Broec 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Stede Broec</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-10-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Stede Broec</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Stede Broec</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Middenstander, 16-03-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de Erfgoedcommissie Stede Broec 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet art. 149, Algemene wet bestuursrecht, Monumentenwet 1988, Erfgoedverordening Stede Broec 2011</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-03-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-03-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-04-04</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Verordening op de Erfgoedcommissie Stede Broec 2009</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening op de Erfgoedcommissie Stede Broec 2011
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad der gemeente Stede Broec;</al>
          <al/>
          <al/>
          <al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders gedateerd 17 februari
                  2011;</al>
          <al/>
          <al/>
          <al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht, de
                  Monumentenwet 1988 en de Erfgoedverordening Stede Broec 2011;</al>
          <al/>
          <al>b e s l u i t:</al>
          <al/>
          <al>vast te stellen de volgende</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Verordening op de Erfgoedcommissie Stede Broec 2011</vet>
          </al>
          <al/>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>1:</nr>
            <titel>Algemene Bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:</nr>
              <titel>Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening verstaat onder:</al>
            <al>
              <vet>monument</vet>:</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor
                           de wetenschap of cultuurhistorische waarde;</al></li>
              <li nr="2."><al>terrein en/of water dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige
                           zaak, als bedoeld onder 1;</al></li>
              <li nr="3."><al>complex van zaken, terreinen en/of wateren, dat van belang is wegens
                           zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische
                           waarde en wegens de samenhang tussen de zaken, terreinen en/of
                           wateren;</al><al>
                  <vet>beschermd gemeentelijk monument</vet>: onroerend monument als
                           bedoeld in onderdeel a, dat in overeenstemming met de bepalingen van deze
                           verordening als zodanig is aangewezen, geen monument betreffende dat is
                           aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of op grond
                           van de Provinciale Monumentenverordening van de provincie
                           Noord-Holland;</al><al>
                  <vet>gemeentelijke monumentenlijst</vet>: de lijst waarop zijn
                           geregistreerd de in overeenstemming met de Erfgoedverordening Stede Broec
                           2011 aaangewezen beschermde gemeentelijke monumenten;</al><al>
                  <vet>erfgoedverordening</vet>: Erfgoedverordening Stede Broec 2011;</al><al>
                  <vet>commissie:</vet> de op basis van artikel 15, eerste lid van de
                           Monumentenwet 1988 ingestelde Erfgoedcommissie van de gemeente Stede
                           Broec, met als taak het college op verzoek of uit eigen beweging te
                           adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, de
                           Erfgoedverordening en het cultuurhistorische beleid;</al><al>
                  <vet>college</vet>: het college van burgemeester en wethouders van de
                           gemeente Stede Broec;</al><al>
                  <vet>beschermd rijksmonument</vet>: onroerend monument, dat is
                           ingeschreven in de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde
                           registers;</al><al>
                  <vet>stads- of dorpsgezicht</vet>: de waardevolle verschijningsvorm van
                           een gebied, in zijn stedenbouwkundige en architectonische samenhang,
                           zoals deze wordt gevormd door groepen van zaken, hieronder begrepen
                           bomen, wegen, straten, dijken, bruggen, vaarten, sloten en andere
                           wateren, die met één of meer monumenten een beeld vormen, dat van
                           algemeen belang is wegens de schoonheid of het eigen karakter van het
                           geheel;</al><al>
                  <vet>beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht</vet>: stads- of
                           dorpsgezichten, die overeenkomstig de bepalingen van de
                           Erfgoedverordening Stede Broec 2009 zijn aangewezen als beschermde
                           gemeentelijke stads- of dorpsgezichten;</al><al>
                  <vet>beeldbepalend pand</vet>: pand dat in een bestemmingsplan voor een
                           beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht als zodanig is aangemerkt
                           en dat, naast de beschermde monumenten in het als zodanig aangewezen
                           gebied, als referentie dient voor het waardevol geachte beeld van de
                           bebouwing in het dorpsgezicht;</al><al>
                  <vet>karakteristiek pand</vet>: pand dat in een bestemmingsplan als
                           zodanig is aangemerkt en dat van cultuurhistorische waarde wordt geacht
                           op grond van typering, architectuur, landschappelijke en/of
                           stedenbouwkundige situering, beeldbepalende onderdelen, bijzondere
                           vormgeving, bijdrage aan herkenbaarheid van de omgeving en/of
                           gaafheid.</al><al/></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2:</nr>
              <titel>Taak commissie</titel>
            </kop>
            <al>De commissie heeft tot taak het college op verzoek of uit eigen beweging te
                     adviseren over:</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>het aanwijzen van beschermde gemeentelijke monumenten en de
                           samenstelling van de gemeentelijke monumentenlijst;</al></li>
              <li nr="2."><al>de aanwijzing van beschermde rijksmonumenten, als bedoeld in artikel 3
                           van de Monumentenwet 1988;</al></li>
              <li nr="3."><al>aanvragen vergunning en subsidie voor gemeentelijke monumenten;</al></li>
              <li nr="4."><al>aanvragen vergunning voor beschermde rijksmonumenten als bedoeld in
                           artikel 11 van de Monumentenwet 1988;</al></li>
              <li nr="5."><al>het aanwijzen van en vergunningsaanvragen voor beschermde stads- en
                           dorpsgezichten, beeldbepalende panden en karakteristieke panden;</al></li>
              <li nr="6."><al>het archeologisch belang bij ruimtelijke ontwikkelingen;</al></li>
              <li nr="7."><al>bestemmingsplannen, voor zover daarbij belangen van cultuurhistorische
                           waarden in het geding zijn;</al></li>
              <li nr="8."><al>alle overige aangelegenheden die van belang zijn voor de behartiging van
                           het cultuurhistorisch beleid in de gemeente Stede Broec.</al><al/></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3:</nr>
              <titel>Reikwijdte advies</titel>
            </kop>
            <al>Bij het uitbrengen van het advies laat de commissie zich uitsluitend leiden
                     door overwegingen van geschiedkundig, architectonisch, archeologisch, cultuur-,
                     kunst-, bouw- en sociaalhistorisch belang en/of historisch geografisch
                     belang.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4:</nr>
              <titel>Samenstelling commissie</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De commissie is samengesteld uit ten minste vijf leden, inclusief de
                           voorzitter. De leden en voorzitter worden door het college benoemd. De
                           commissie bestaat uit:</al></li>
              <li nr="•"><al>1 restauratiearchitect;</al></li>
              <li nr="•"><al>1 architectuurhistoricus of bouwhistoricus;</al></li>
              <li nr="•"><al>1 lid namens de plaatselijke historische vereniging(-en);</al></li>
              <li nr="•"><al>1 (amateur)archeoloog;</al></li>
              <li nr="•"><al>1 overig lid.</al></li>
              <li nr="2."><al>De leden hebben zitting voor een periode van vier jaar en zijn
                           onmiddellijk hernoembaar voor nog één zittingsperiode. Na deze tweede
                           zittingsperiode wordt in een rooster van aftreden de wisseling van de
                           commissie leden zodanig geregeld dat jaarlijks ongeveer een vijfde deel
                           van de commissieleden aftreedt.</al></li>
              <li nr="3."><al>Een lid kan te allen tijde zijn ontslag nemen en dient dit schriftelijk
                           in bij het college.</al></li>
              <li nr="4."><al>In geval van onvoldoende functioneren van de voorzitter of een
                           commissielid, of wanneer de voorzitter of een commissielied drie
                           achtereenvolgende vergaderingen zonder opgaaf van redenen niet aanwezig
                           is, kan het college de voorzitter of het commissielid ontslaan.</al></li>
              <li nr="5."><al>Een lid dat aftreedt of ontslag neemt blijft lid, totdat een opvolger de
                           benoeming heeft aanvaard.</al></li>
              <li nr="6."><al>Bij afwezigheid van de voorzitter kan een ander lid van de commissie,
                           daartoe door de commissie aangewezen, als voorzitter optreden.</al><al/></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>2:</nr>
            <titel>Vergaderingen commissie</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5:</nr>
              <titel>Werkwijze</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De commissie vergadert:</al></li>
              <li nr="a."><al>na schriftelijke oproep van de voorzitter en/of secretaris;</al></li>
              <li nr="b."><al>op verzoek van tenminste twee van haar leden;</al></li>
              <li nr="c."><al>op verzoek van het college.</al><al>De voorzitter en/of secretaris belegt vervolgens binnen twee weken na
                           ontvangst van het verzoek de vergadering.</al></li>
              <li nr="2."><al>De commissie vergadert minimaal vier keer per kalenderjaar.</al></li>
              <li nr="3."><al>De commissie vergadert slechts indien minimaal 3 leden aanwezig zijn.
                           Wanneer het vereiste aantal leden niet is opgekomen, zal een nieuwe
                           vergadering worden belegd.</al></li>
              <li nr="4."><al>In spoedeisende gevallen kan van het bepaalde in het derde lid van dit
                           artikel worden afgeweken, waarvan mededeling wordt gedaan in het uit te
                           brengen advies.</al></li>
              <li nr="5."><al>De commissie is bevoegd om zich te laten adviseren door andere personen
                           en/of instanties.</al></li>
              <li nr="6."><al>De vergaderingen van de commissie zijn in beginsel openbaar. Op voorstel
                           van voorzitter en/of een lid van de commissie, kan de commissie besluiten
                           om de vergadering achter gesloten deuren voort te zetten.</al><al/></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:</nr>
              <titel>Advisering</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Adviezen worden uitgebracht met volstrekte meerderheid van stemmen.
                           Staande de vergadering van de commissie wordt het advies
                           geformuleerd.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien geen eenstemmig advies wordt uitgebracht, wordt het gevoelen van
                           de minderheid in het advies vermeld.</al></li>
              <li nr="3."><al>Geen lid mag tegenwoordig zijn bij de beraadslaging en bij de
                           vaststelling van een advies over zaken, waarbij het lid als
                           belanghebbende is betrokken.</al></li>
              <li nr="4."><al>Alle adviezen zijn met redenen omkleed.</al><al/></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7:</nr>
              <titel>De voorzitter</titel>
            </kop>
            <al>De voorzitter is belast met:</al>
            <lijst>
              <li nr="•"><al>het leiden van de vergadering;</al></li>
              <li nr="•"><al>het handhaven van de orde van de vergadering;</al></li>
              <li nr="•"><al>het doen naleven van deze verordening;</al></li>
              <li nr="•"><al>hetgeen deze verordening de voorzitter verder opdraagt.</al><al/></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8:</nr>
              <titel>Secretariaat</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college wijst een ambtenaar aan als secretaris voor de
                           commissie.</al></li>
              <li nr="2."><al>De secretaris heeft tot taak:</al><lijst>
                  <li nr="•"><al>het in overleg met de voorzitter samenstellen van de
                                 vergaderagenda;</al></li>
                  <li nr="•"><al>het maken van een verslag van het tijdens de vergadering
                                 behandelde;</al></li>
                  <li nr="•"><al>het ondersteunen van de commissie bij het formuleren van de
                                 adviezen;</al></li>
                  <li nr="•"><al>het college in kennis stellen van de adviezen van de
                                 commissie;</al></li>
                  <li nr="•"><al>de commissie in kennis stellen van de besluiten van het college
                                 aangaande de door de commissie uitgebrachte adviezen.</al><al/></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9:</nr>
              <titel>Vergoeding commissieleden</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De commissieleden en de voorzitter ontvangen per bijgewoonde
                           commissievergadering presentiegeld en een reiskostenvergoeding voor de
                           reisafstand groter dan 10 kilometer tussen hun woonplaats en het
                           gemeentehuis of een nader bepaalde vergaderlocatie.</al></li>
              <li nr="2."><al>De commissieleden en de voorzitter ontvangen ingeval van een werkbezoek
                           op locatie, indien dit werkbezoek wordt uitgevoerd op verzoek van de
                           gemeente en noodzakelijk is voor het uitbrengen van een advies, een
                           vergoeding en een reiskostenvergoeding voor de reisafstand groter dan 10
                           kilometer tussen hun woonplaats en de locatie van het werkbezoek.</al></li>
              <li nr="3."><al>De commissieleden en de voorzitter ontvangen ingeval van een werkbezoek
                           op locatie, indien dit werkbezoek wordt uitgevoerd op eigen initiatief,
                           een reiskostenvergoeding voor de reisafstand groter dan 10 kilometer
                           tussen hun woonplaats en de locatie van het werkbezoek.</al></li>
              <li nr="4."><al>Ingeval van advisering over veelomvattende cultuurhistorische
                           aangelegenheden, waarbij naar het oordeel van het college een
                           onevenredige hoeveelheid uren gemoeid is met de voorbereiding door leden
                           en voorzitter op deze advisering , kan het college besluiten een extra
                           vergoeding toe te kennen aan de voorzitter en de leden, in aanvulling op
                           het bovengenoemde presentiegeld.</al></li>
              <li nr="5."><al>De hoogte van het presentiegeld, de vergoeding voor werkbezoek, de
                           reiskosten en de eventuele extra vergoeding wordt vastgesteld door het
                           college.</al><al/></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10:</nr>
              <titel>Horen derden</titel>
            </kop>
            <al>De commissie is bevoegd derden te horen, met dien verstande dat de commissie
                     machtiging van het college behoeft, indien aan het horen van derden kosten zijn
                     verbonden voor de gemeente. Het verzoek tot machtiging wordt gedaan onder
                     overlegging van een kostenoverzicht.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11:</nr>
              <titel>Ondertekening</titel>
            </kop>
            <al>Alle stukken welke van de commissie uitgaan worden getekend door de voorzitter
                     en de secretaris.</al>
            <al/>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12:</nr>
              <titel>Overige bepaling</titel>
            </kop>
            <al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, evenals bij gerezen
                     geschillen, beslist het college, de commissie gehoord hebbende.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13:</nr>
              <titel>Intrekken oude regeling</titel>
            </kop>
            <al>De Verordening op de Erfgoedcommissie Stede Broec 2009, vastgesteld op 11 juni
                     2009, wordt ingetrokken op de datum waarop artikel 14 toepassing vindt.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14:</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening treedt in werking de dag na bekendmaking.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15:</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening op de Erfgoedcommissie
                     Stede Broec 2011”.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad</ondertekening>
        <ondertekening>van de gemeente Stede Broec, gehouden op 3 maart 2011.</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>De raadsgriffier, De voorzitter,</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>