<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR95632_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Erfgoedverordening Stede Broec 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Stede Broec</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-03-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Stede Broec</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Middenstander, 16-03-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Erfgoedverordening Stede Broec 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149, Monumentenwet artt. 12,15 en 38, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, artt. 2.1 en 2.2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-03-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-03-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-02-21</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Erfgoedverordening Stede Broec 2009</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Erfgoedverordening Stede Broec 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Onderwerp:</al><al>Vaststelling van de Erfgoedverordening Stede Broec 2011</al><al>Intrekking van de Erfgoedverordening Stede Broec 2009</al><al/><al>De raad der gemeente Stede Broec;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders gedateerd 17 februari
                        2011’; </al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, de artikelen 12, 15 en 38 van de
                        Monumentenwet 1988 en de artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen
                        omgevingsrecht;</al><al/><al/><al>b e s l u i t:</al><al/><al/><al>vast te stellen de volgende</al><al/><al><vet>Erfgoedverordening Stede Broec 2011</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1:</nr><titel>Algemene Bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><al><vet>monument</vet>:</al><lijst><li nr="1."><al>zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid,
                                    betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde;</al></li><li nr="2."><al>terrein en/of water dat van algemeen belang is wegens een daar
                                    aanwezige zaak, als bedoeld onder 1;</al></li><li nr="3."><al>complex van zaken, terreinen en/of wateren, dat van belang is
                                    wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of
                                    cultuurhistorische waarde en wegens de samenhang tussen de
                                    zaken, terreinen en/of wateren;</al></li></lijst><al><vet>beschermd gemeentelijk monument</vet>: onroerend monument
                                    als bedoeld in onderdeel a, dat in overeenstemming met de
                                    bepalingen van deze verordening als zodanig is aangewezen, geen
                                    monument betreffende dat is aangewezen op grond van artikel 3
                                    van de Monumentenwet 1988 of op grond van de Provinciale
                                    Monumentenverordening van de provincie Noord-Holland;</al><al><vet>gemeentelijke monumentenlijst</vet>: de lijst waarop zijn
                                    geregistreerd de in overeenstemming met deze verordening als
                                    beschermd gemeentelijk monument aangewezen zaken, terreinen
                                    en/of wateren en complexen;</al><al><vet>beschermd rijksmonument</vet>: beschermd monument als
                                    bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene
                                    bepalingen omgevingsrecht ;</al><al><vet>beschermd provinciaal monument</vet>: onroerend monument,
                                    dat in overeenstemming met de bepalingen van de
                                    Monumentenverordening Noord-Holland op de monumentenlijst van de
                                    provincie Noord-Holland is vermeld;</al><al><vet>Erfgoedcommissie</vet>: de op basis van artikel 15, eerste
                                    lid van de Monumentenwet 1988 ingestelde commissie, met als taak
                                    het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over
                                    de toepassing van de Monumentenwet 1988, de Wet algemene
                                    bepalingen omgevingsrecht, de Erfgoedverordening en het
                                    cultuurhistorische beleid;</al><al><vet>archeologieregime</vet>: niveau van bescherming (rijks,
                                    provinciaal of gemeentelijk) van een bekend archeologisch
                                    terrein of van een archeologisch waardevol gebied, waar in een
                                    bepaalde mate archeologische waarden worden verwacht, vastgelegd
                                    via het archeologiecriterium;</al><al><vet>archeologisch waardevol gebied</vet>: gebied, aangegeven op
                                    de gemeentelijke beleidskaart met thema “Cultuurhistorie en
                                    Archeologie” uit de Milieutoets bij bestemmingsplannen, waarvan
                                    is vastgesteld dat er in bepaalde mate archeologische vondsten
                                    of sporen te verwachten zijn;</al><al><vet>archeologiecriterium</vet>: de omvang (oppervlakte en
                                    diepte) van de grondroerende werkzaamheden in de bodem, zijnde
                                    de ondergrens van werkzaamheden waarbij rekening moet worden
                                    gehouden met de aanwezigheid van archeologische waarden;</al><al><vet>gemeentelijke archeologische waardenkaart</vet>:
                                    topografische kaart, zijnde de gemeentelijke beleidskaart met
                                    thema “Cultuurhistorie en Archeologie” uit de Milieutoets bij
                                    bestemmingsplannen, waarop archeologische en cultuurhistorische
                                    monumenten en waardevolle gebieden zijn aangegeven, onder
                                    vermelding van het archeologieregime en
                                    archeologiecriterium;</al><al><vet>bureauonderzoek</vet>: het verwerven van informatie, aan de
                                    hand van bestaande bronnen, over bekende of verwachte
                                    archeologische waarden binnen een onderzoeksgebied, omvattende
                                    de aard en de omvang, de datering, gaafheid en conservering en
                                    de relatieve kwaliteit daarvan;</al><al><vet>inventariserend veld onderzoek</vet>: door middel van
                                    waarnemingen in het veld verwerven van (extra) informatie over
                                    bekende of verwachte archeologische waarden binnen een
                                    onderzoeksgebied, als aanvulling op en toetsing van de
                                    archeologische verwachting , geformuleerd in het
                                    bureauonderzoek;</al><al><vet>programma van eisen</vet>: door een blijkens het
                                    beroepsregister daartoe gekwalificeerd archeoloog op basis van
                                    het selectiebesluit opgesteld programma, waarin probleem- en
                                    doelstelling van de te verrichten werkzaamheden van de
                                    vindplaats worden gegeven alsmede formulering van de daaruit af
                                    te leiden eisen met betrekking tot het uit te voeren werk;</al><al><vet>plan van aanpak</vet>: plan dat weergeeft hoe een
                                    archeologische uitvoerder de vragen zoals omschreven in het
                                    Programma van Eisen denkt te gaan beantwoorden;</al><al><vet>definitief opgravend onderzoek</vet>: definitieve
                                    archeologische ontsluiting van een vindplaats met als doel de
                                    informatie te verzamelen en vast te leggen die nodig is voor het
                                    beantwoorden van de in het Programma van Eisen verwoorde
                                    onderzoeksvragen en het behalen van de
                                    onderzoeksdoelstelling;</al><al><vet>selectiebesluit</vet>: een gemotiveerd besluit van het
                                    bevoegd gezag tot het al dan niet behouden van een bepaalde
                                    archeologische waarde, gebaseerd op een selectieadvies en
                                    leidend tot het al dan niet, of onder voorwaarden, verlenen van
                                    een vergunning;</al><al><vet>eigenaar</vet>: de natuurlijke of rechtspersoon die in de
                                    kadastrale registers is ingeschreven als eigenaar, dan wel als
                                    erfpachter of opstalhouder;</al><al><vet>stads- of dorpsgezicht</vet>: de waardevolle
                                    verschijningsvorm van een gebied, in zijn stedenbouwkundige en
                                    architectonische samenhang, zoals deze wordt gevormd door
                                    groepen van zaken, hieronder begrepen bomen, wegen, straten,
                                    dijken, bruggen, vaarten, sloten en andere wateren, die met één
                                    of meer monumenten een beeld vormen, dat van algemeen belang is
                                    wegens de schoonheid of het eigen karakter van het geheel;</al><al><vet>beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht</vet>: stads-
                                    of dorpsgezichten, die overeenkomstig de bepalingen van de
                                    Erfgoedverordening Stede Broec 2009 zijn aangewezen als
                                    beschermde gemeentelijke stads- of dorpsgezichten;</al><al><vet>beeldbepalend pand</vet>: pand dat in een bestemmingsplan
                                    voor een beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht als
                                    zodanig is aangemerkt en dat, naast de beschermde monumenten in
                                    het als zodanig aangewezen gebied, als referentie dient voor het
                                    waardevol geachte beeld van de bebouwing in het
                                    dorpsgezicht;</al><al><vet>karakteristiek pand</vet>: pand dat in een bestemmingsplan
                                    als zodanig is aangemerkt en dat van cultuurhistorische waarde
                                    wordt geacht op grond van typering, architectuur,
                                    landschappelijke en/of stedenbouwkundige situering,
                                    beeldbepalende onderdelen, bijzondere vormgeving, bijdrage aan
                                    herkenbaarheid van de omgeving en/of gaafheid;</al><al><vet>college</vet>: het college van burgemeester en wethouders
                                    van de gemeente Stede Broec;</al><al><vet>bevoegd gezag</vet>: bestuursorgaan als bedoeld in artikel
                                    1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al><al><vet>vergunning</vet>: een omgevingsvergunning als bedoeld in
                                    artikel 2.1, eerste lid, of 2.2 van de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht;</al><al><vet>Wabo</vet>: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>Het gebruik van het beschermd gemeentelijk
                                monument</titel></kop><al>Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden
                                    met het gebruik van het beschermd monument.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2:</nr><titel>De aanwijzing van beschermde gemeentelijke monumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>Aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende,
                                    een monument aanwijzen als beschermd gemeentelijk monument.</al></li><li nr="2."><al>Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt
                                    het college advies aan de Erfgoedcommissie.</al></li><li nr="3."><al>De aanwijzing kan geen beschermd monument betreffen, dat is
                                    aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of
                                    op grond van de monumentenverordening van de provincie
                                    Noord-Holland.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>Voorbescherming</titel></kop><al>Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de
                            kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als beschermd gemeentelijk
                            monument ontvangt tot het moment dat de aanwijzing en registratie als
                            bedoeld in artikel 7 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het monument
                            niet wordt geregistreerd, zijn de artikelen 10 tot en met 14 van
                            overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>Termijnen advies en aanwijzingsbesluit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Erfgoedcommissie adviseert schriftelijk binnen 8 weken na
                                    verzending van het adviesverzoek van het college.</al></li><li nr="2."><al>Het college beslist binnen 12 weken na ontvangst van het advies
                                    van de Erfgoedcommissie, maar in ieder geval binnen 20 weken na
                                    de adviesaanvraag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr><titel>Mededeling aanwijzingsbesluit</titel></kop><al>De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt medegedeeld
                            aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend
                            staan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7:</nr><titel>Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college registreert het beschermd gemeentelijk monument op
                                    de gemeentelijke monumentenlijst.</al></li><li nr="2."><al>De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke
                                    aanduiding, de datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding
                                    en een beschrijving van het beschermde gemeentelijke
                                    monument.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8:</nr><titel>Wijzigen van de aanwijzing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende,
                                    de aanwijzing wijzigen.</al></li><li nr="2."><al>Artikel 3 tweede en derde lid, alsmede artikel 4, 5 en 6 zijn
                                    van overeenkomstige toepassing op het wijzigingsbesluit.</al></li><li nr="3."><al>Indien de wijziging naar het oordeel van het college van
                                    ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing
                                    als bedoeld in lid 2 achterwege.</al></li><li nr="4."><al>De inhoud en de datum van de wijziging worden op de
                                    gemeentelijke monumentenlijst aangetekend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9:</nr><titel>Intrekken van de aanwijzing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien het college de aanwijzing intrekt, zijn artikel 3, tweede
                                    lid, en artikel 5 van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="2."><al>De aanwijzing wordt geacht te zijn ingetrokken indien toepassing
                                    wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of aan
                                    artikel 2 van de monumentenverordening van de provincie
                                    Noord-Holland.</al></li><li nr="3."><al>De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst
                                    geregistreerd, onder vermelding van de datum van intrekking van
                                    de aanwijzing.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3:</nr><titel>De instandhouding van beschermde gemeentelijke monumentale
                            zaken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10:</nr><titel>Instandhoudingsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een beschermd gemeentelijk monument, als
                                        bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1, te beschadigen of te
                                        vernielen.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een
                                        beschermd gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1,
                                        onder a, sub 1:</al><lijst><li nr="a."><al>af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig
                                        opzicht te wijzigen;</al></li><li nr="b."><al>te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een
                                        dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar
                                        gebracht.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het
                                        tweede lid, gelden niet indien het college nadere regels
                                        stelt met betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden
                                        dienen te worden uitgevoerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11:</nr><titel>De schriftelijke aanvraag</titel></kop><al>Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.2. Besluit omgevingsrecht voor
                                een vergunning als bedoeld in artikel 10 en de daarbij te overleggen
                                gegevens en bescheiden worden digitaal of analoog in tweevoud
                                ingediend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:</nr><titel>Termijnen advies</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de
                                        ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een gemeentelijk
                                        monument aan de Erfgoedcommissie voor advies.</al></li><li nr="2."><al>Binnen 6 weken na de datum van verzending van het afschrift
                                        brengt de Erfgoedcommissie schriftelijk advies uit aan het
                                        college.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning kan slechts worden verleend indien het belang van de
                                monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Bij de beslissing houdt
                                het bevoegd gezag rekening met het gebruik van het monument.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14:</nr><titel>Intrekken van de vergunning</titel></kop><al>De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
                                        onvolledige opgave is verleend;</al></li><li nr="b."><al>de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich
                                        zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument
                                        zwaarder dient te wegen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4:</nr><titel>Beschermde rijksmonumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15:</nr><titel>Vergunning voor beschermd rijksmonument</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de
                                    ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een beschermd monument
                                    aan de Erfgoedcommissie.</al></li><li nr="2."><al>De Erfgoedcommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag
                                    binnen acht weken na de datum van verzending van het
                                    afschrift.</al></li><li nr="3."><al>Bij overschrijding van de in het tweede lid genoemde termijn,
                                    wordt de Erfgoedcommissie geacht geadviseerd te hebben.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5:</nr><titel>De instandhouding van beschermde terreinen en/of wateren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16:</nr><titel>Instandhoudingsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden om zonder vergunning van het bevoegd gezag:</al><lijst><li nr="a."><al>in een beschermd monument, bedoeld in artikel 1, onder
                                            a, sub 2 of in een archeologisch waardevol gebied,
                                            bedoeld in artikel 1, onder h, de bodem te verstoren,
                                            behoudens de normale onderhoudswerkzaamheden en
                                            archeologisch onderzoek door een daartoe gekwalificeerde
                                            archeoloog;</al></li><li nr="b."><al>aanwezige (delen van) fundamenten of andere, met de
                                            archeologische structuren verband houdende zaken af te
                                            breken, te verplaatsen of in enig opzicht te
                                            wijzigen;</al></li><li nr="c."><al>zich met een metaaldetector te bevinden op beschermde
                                            monumenten en op de terreinen, die door de raad zijn
                                            aangewezen als terreinen met een
                                            metaaldetectorverbod.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien:</al><lijst><li nr="a."><al>in het vigerende bestemmingsplan bepalingen zijn
                                            opgenomen omtrent de archeologische monumentenzorg;</al></li><li nr="b."><al>in een besluit over een ruimtelijke procedure als
                                            bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening door het college
                                            voorschriften zijn opgenomen omtrent de archeologische
                                            monumentenzorg;</al></li><li nr="c."><al>het college nadere regels stelt met betrekking tot de
                                            uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een
                                            verstoring van een beschermd monument of van een
                                            archeologisch waardevol gebied, als aangegeven op de
                                            gemeentelijke beleidskaart met thema “Cultuurhistorie en
                                            Archeologie” uit de Milieutoets bij bestemmingsplannen,
                                            waarop archeologische en cultuurhistorische monumenten
                                            en waardevolle gebieden zijn aangegeven;</al></li><li nr="d."><al>een bureauonderzoek en eventueel een archeologisch
                                            onderzoeksrapport is overgelegd (indien nader
                                            archeologisch onderzoek door het college wordt geëist),
                                            waarin de archeologische waarde van het terrein en/of de
                                            wateren in voldoende mate is vastgesteld en waaruit
                                            blijkt dat:</al><lijst><li nr="•"><al>in het geheel geen archeologische waarden aanwezig
                                            zijn;</al></li><li nr="•"><al>de aanwezige archeologische waarden door de verstoring
                                            niet onevenredig worden geschaad; of:</al></li><li nr="•"><al>het behoud van de archeologische waarden in voldoende
                                            mate kan worden gewaarborgd.</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17:</nr><titel>Opgravingen en begeleiding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien binnen het grondgebied van de gemeente Stede Broec
                                    inventariserend veld onderzoek en/of definitief opgravend
                                    onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van het doen van
                                    opgravingen in de zin van artikel 1, sub h van de Monumentenwet
                                    1988, dient, onverminderd de bepalingen van deze wet:</al><lijst><li nr="a."><al>het college een programma van eisen vast te stellen, als
                                            bedoeld in artikel 1, onder m van deze verordening,
                                            waarbij nadere regels worden gesteld ten aanzien van het
                                            onderzoek;</al></li><li nr="b."><al>de verstoorder, voorafgaand aan het onderzoek, een plan
                                            van aanpak als bedoeld in artikel 1, onder n van deze
                                            verordening ter goedkeuring aan het college te
                                            overleggen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In de nadere regels neemt het college bepalingen op met
                                    betrekking tot het toezicht op de feitelijke uitvoering van het
                                    plan van aanpak. Tijdens het onderzoek dienen aanwijzingen van
                                    het college in acht te worden genomen.</al></li><li nr="3."><al>Om te kunnen beoordelen of het plan van aanpak voldoet aan het
                                    programma van eisen en eventuele nader gestelde regels, vraagt
                                    het college advies aan een deskundige, zoals omschreven in de
                                    Wet op de Archeologische Monumentenzorg.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6:</nr><titel>De bescherming van gemeentelijke dorpsgezichten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18:</nr><titel>Aanwijzing tot beschermd dorpsgezicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad kan op voordracht van het college een deel of delen van
                                    de gemeente aanwijzen als beschermd gemeentelijk stads- of
                                    dorpsgezicht.</al></li><li nr="2."><al>Voordat de raad over de aanwijzing een besluit neemt, dient het
                                    college het advies van de Erfgoedcommissie over deze aanwijzing
                                    aan de raad te overleggen.</al></li><li nr="3."><al>De aanwijzing kan geen stads- of dorpsgezicht betreffen, dat is
                                    aangewezen op grond van artikel 35 van de Monumentenwet 1988 of artikel 8 van
                                    de Monumentenverordening Noord-Holland 2005.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19:</nr><titel>Termijnen advies en aanwijzingsbesluit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Erfgoedcommissie adviseert schriftelijk binnen 8 weken na
                                    verzending van het adviesverzoek van het college.</al></li><li nr="2."><al>De raad beslist binnen 16 weken na ontvangst van het advies van
                                    de Erfgoedcommissie, maar in ieder geval binnen 24 weken na de
                                    adviesaanvraag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20:</nr><titel>Mededeling aanwijzingsbesluit</titel></kop><al>De aanwijzing als bedoeld in artikel 18, eerste lid, wordt medegedeeld
                            aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend
                            staan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21:</nr><titel>Registratie op de gemeentelijke lijst beschermde
                                dorpsgezichten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad registreert het beschermde dorpsgezicht op de
                                    gemeentelijke lijst beschermde dorpsgezichen.</al></li><li nr="2."><al>De gemeentelijke lijst bevat de plaatselijke aanduiding, de
                                    datum van de aanwijzing, de op een kaart aangegeven
                                    gebiedsbegrenzing en een beschrijving van kadastrale aanduiding
                                    en een beschrijving van het gebied met de daarin begrepen
                                    cultuurhistorische waarden.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22:</nr><titel>Intrekken van de aanwijzing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad trekt een aanwijzing van een beschermd dorpsgezicht niet
                                    in en voert een dorpsgezicht niet af van de lijst beschermde
                                    dorpsgezichten dan na de Erfgoedcommissie te hebben
                                    gehoord.</al></li><li nr="2."><al>Indien de raad de aanwijzing intrekt, is artikel 19 van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="3."><al>De aanwijzing wordt geacht te zijn ingetrokken indien toepassing
                                    wordt gegeven aan artikel 35 van de Monumentenwet 1988 of aan
                                    artikel 8 van de Monumentenverordening Noord-Holland 2005.</al></li><li nr="4."><al>De intrekking wordt op de gemeentelijke lijst beschermde
                                    dorpsgezichten geregistreerd, onder vermelding van de datum van
                                    intrekking van de aanwijzing.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23:</nr><titel>Bestemmingsplan</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ter bescherming van een op de lijst geplaatst dorpsgezicht stelt
                                    de raad een bestemmingsplan vast als bedoeld in de Wet
                                    ruimtelijke ordening.</al></li><li nr="2."><al>Bij het besluit tot aanwijzing bepaalt de gemeenteraad in
                                    hoeverre een geldend bestemmingsplan als beschermend plan in de
                                    zin van het eerste lid kan worden aangemerkt.</al></li><li nr="3."><al>Voorzover in een gebied dat is aangewezen als beschermd
                                    gemeentelijk dorpsgezicht nog geen bestemmingplan als bedoeld in
                                    dit artikel van kracht is, is het verboden bouwwerken en andere
                                    werken te plaatsen, op te richten, te verplaatsen of in enig
                                    opzicht te wijzigen zonder schriftelijke vergunning van het
                                    bevoegd gezag.</al></li><li nr="4."><al>Op de behandeling van aanvragen om vergunning zijn de artikelen
                                    11 en 12 van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="5."><al>Geen vergunning als bedoeld in het derde lid is vereist voor
                                    bouwwerken, waarvoor op grond van de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht (WABO), of het op grond van de WABO vastgestelde
                                    Besluit Omgevingsrecht geen bouwvergunning is vereist.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24:</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden bouwwerken die gelegen zijn in een beschermd
                                    gemeentelijk dorpsgezicht te beschadigen of vernielen.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden in een beschermd dorpsgezicht zonder
                                    schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag of in strijd met
                                    de bij zodanige vergunning gestelde voorschriften:</al><lijst><li nr="a."><al>bouwwerken te verstoren, te plaatsen, op te richten, af
                                            te breken, te verplaatsen of in enig opzicht te
                                            wijzigen;</al></li><li nr="b."><al>bouwwerken te herstellen, te gebruiken of te laten
                                            gebruiken op een wijze, waardoor het dorpsgezicht wordt
                                            ontsierd of in gevaar gebracht;</al></li><li nr="c."><al>onroerende zaken, geen bouwwerk zijnde, hieronder
                                            begrepen straten, wegen, pleinen, wateren, bomen,
                                            erfafscheidingen – niet zijnde een bouwwerk – en
                                            straatmeubilair te wijzigen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Op de behandeling van aanvragen om vergunning zijn de artikelen
                                    11 en 12 van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="4."><al>De vergunning kan, ingeval van afbraak als bedoeld in het tweede
                                    lid, worden geweigerd indien een vergunning op grond van de Wet
                                    algemene bepalingen omgevingsrecht kan worden verleend voor een
                                    nieuw op te richten bouwwerk, doch deze nog niet is
                                    aangevraagd.</al></li><li nr="5."><al>De vergunning kan, ingeval van afbraak als bedoeld in het tweede
                                    lid, worden aangehouden indien de vergunning op grond van de Wet
                                    algemene bepalingen omgevingsrecht voor een nieuw op te richten
                                    bouwwerk is aangevraagd, doch op die aanvraag nog niet is
                                    beslist. De aanhouding duurt totdat onherroepelijk op die
                                    aanvraag is beslist.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7:</nr><titel>Aanwijzing van beeldbepalende en/of karakteristieke panden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25:</nr><titel>De aanwijzing tot beeldbepalend of karakteristiek pand</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad kan op voordracht van het college panden aanwijzen als
                                    beeldbepalend pand, indien gelegen binnen een beschermd
                                    dorpsgezicht, of als karakteristiek pand, indien niet binnen een
                                    beschermd dorpsgezicht gelegen.</al></li><li nr="2."><al>Voordat de raad over de aanwijzing een besluit neemt, dient het
                                    college het advies van de Erfgoedcommissie over deze aanwijzing
                                    aan de raad te overleggen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26:</nr><titel>Termijnen advies en aanwijzingsbesluit</titel></kop><al>De Erfgoedcommissie adviseert schriftelijk binnen 8 weken na verzending
                            van het adviesverzoek van het college. De raad beslist binnen 16 weken
                            na ontvangst van het advies van de Erfgoedcommissie, maar in ieder geval
                            binnen 24 weken na de adviesaanvraag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27:</nr><titel>Mededeling aanwijzingsbesluit</titel></kop><al>De aanwijzing als bedoeld in artikel 25, eerste lid, wordt medegedeeld
                            aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend
                            staan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28:</nr><titel>Registratie op de gemeentelijke lijst beeldbepalende en
                                karakteristieke panden</titel></kop><al>De raad registreert het beeldbepalende of karakteristieke pand op de
                            gemeentelijke lijst beeldbepalende en karakteristieke panden. De
                            gemeentelijke lijst bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van de
                            aanwijzing, de kadastrale aanduiding en een beschrijving van het
                            beeldbepalende of karakteristieke pand.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29:</nr><titel>Intrekken van de aanwijzing</titel></kop><al>De raad trekt een aanwijzing van een beeldbepalend of karakteristiek
                            pand niet in en voert het pand niet af van de lijst beeldbepalende en
                            karakteristieke panden dan na de Erfgoedcommissie te hebben gehoord.
                            Indien de raad de aanwijzing intrekt, is artikel 26 van overeenkomstige
                            toepassing. De intrekking wordt op de gemeentelijke lijst beeldbepalende
                            en karakteristieke panden geregistreerd, onder vermelding van de datum
                            van intrekking van de aanwijzing.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8:</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30:</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt
                                    of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen
                                    laste behoort te blijven, kent het college hem op zijn aanvraag
                                    een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe, indien de
                                    schade in relatie staat tot:</al><lijst><li nr="a."><al>de weigering van het bevoegd gezag een vergunning als bedoeld
                                    in artikel 10 te verlenen;</al></li><li nr="b."><al>de voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een
                                    vergunning als bedoeld in artikel 10;</al></li><li nr="c."><al>de door het college nader te stellen regels als bedoeld in
                                    artikel 10, derde lid;</al></li><li nr="d."><al>de door het college nader te stellen regels als bedoeld in
                                    artikel 16, tweede lid, onder d;</al></li><li nr="e."><al>een aanwijzing als bedoeld in artikel 17, tweede lid, tweede
                                    volzin.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31:</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Degene, die handelt in strijd met de artikelen 10, 16, 17 en 24 van deze
                            verordening, wordt gestraft met een geldboete van de tweede
                            categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32:</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                    krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het
                                    college aangewezen ambtenaren.</al></li><li nr="2."><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij
                                    of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het
                                    college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9:</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33:</nr><titel>Intrekken oude regeling</titel></kop><al>De Erfgoedverordening Stede Broec 2009, vastgesteld op 11 juni 2009,
                            wordt ingetrokken op de datum waarop artikel 35 toepassing vindt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34:</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van
                            deze verordening, worden afgehandeld met inachtneming van de
                            Erfgoedverordening Stede Broec 2009.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35:</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na
                            bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36:</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Erfgoedverordening Stede Broec
                            2011.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad
                        van de gemeente Stede Broec, gehouden op 3 maart 2011.</al></slotformulering><ondertekening>
          De raadsgriffier, De voorzitter,
        </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>