<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR95572_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Waterverordening waterschap Rivierenland</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Noord-Brabant</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Noord-Brabant</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.brabant.nl/loket/provinciale-bladen.aspx?qvi=50370">Provinciaal Blad, 2014, 103</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Waterverordening waterschap Rivierenland</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Waterwet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Provinciewet, art. 145</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-07-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-09-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Art. 1.1, 4.1, 4.2, 4.3, deel 2 en 3 van bijlage 1</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Statenvoorstel 38/14</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>water</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening is vastgesteld door de Provinciale Staten van Gelderland, Zuid-Holland, Utrecht en Noord-Brabant. De datum inwerkingtreding van de wijziging van deze verordening is gekoppeld aan de datum van het laatst uitgegeven Provinciaal Blad. Dit betreft het Provinciaal Blad van de provincie Utrecht, dat is gepubliceerd op 15 september 2014 (<extref doc="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2014-2180.html">Jaargang 2014, nr. 2180</extref></al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-42070</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-42071</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Waterverordening waterschap Rivierenland</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Provinciale Staten van Gelderland, Utrecht, Zuid-Holland en
                            Noord-Brabant</vet></al><al>Op voorstel van Gedeputeerde Staten van Gelderland, Utrecht, Zuid-Holland en
                        Noord-Brabant;</al><al>Gelet op de Waterwet en artikel 145 van de Provinciewet;</al><al>Overwegende dat het in verband met de nieuwe Waterwet noodzakelijk is om de
                        regelgeving voor Waterschap Rivierenland met betrekking tot het waterbeheer
                        geheel te herzien;</al><al>BESLUITEN</al><al>Ieder voor zover het hun bevoegdheid betreft, de volgende verordening vast
                        te stellen:</al><al><vet>Waterverordening waterschap Rivierenland</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 1 Begripsbepalingen, toepassingsbereik, toedeling beheer en
                            toedeling aanwijzing </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1.1 Begripsbepalingen </titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr=""><al>algemeen bestuur</al><al>: algemeen bestuur van het waterschap;</al></li><li nr=""><al>beheerplan</al><al>: plan als bedoeld in artikel 4.6 van de wet;</al></li><li nr=""><al>buitengebied</al><al>: gebied van een gemeente buiten de bebouwde kom, bedoeld in
                                    artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr=""><al>dagelijks bestuur</al><al>: college van dijkgraaf en heemraden van het waterschap;</al></li><li nr=""><al>Gedeputeerde Staten</al><al>: Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland, tenzij anders
                                    is bepaald;</al></li><li nr=""><al>Minister</al><al>: Minister van Verkeer en Waterstaat;</al></li><li nr=""><al>normprofiel</al><al>: een in de legger vastgelegd maatgevend dwarsprofiel voor delen
                                    van waterkeringen die qua vorm, afmeting, ondergrond en
                                    belasting vergelijkbaar zijn;</al></li><li nr=""><al>peilbesluit</al><al>: besluit als bedoeld in artikel 5.2 van de wet;</al></li><li nr=""><al>profiel van vrije ruimte</al><al>: ruimte ter weerszijden van en boven een primaire en regionale
                                    waterkering die naar het oordeel van de beheerder benodigd is
                                    ten behoeve van een toekomstige versterking van de
                                    waterkering;</al></li><li nr=""><al>projectplan</al><al>: plan als bedoeld in artikel 5.4 van de wet;</al></li><li nr=""><al>regionale waterkering</al><al>: een waterkering, niet zijnde een primaire waterkering als
                                    bedoeld in de wet, die beveiliging biedt tegen overstroming en
                                    als zodanig is aangewezen in deze verordening;</al></li><li nr=""><al>reglement</al><al>: Reglement voor het waterschap Rivierenland;</al></li><li nr=""><al>waterschap</al><al>: waterschap Rivierenland;</al></li><li nr=""><al>wet</al><al>: Waterwet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.2 Toepassingsbereik </titel></kop><al>Deze verordening is van toepassing op het gebied van het waterschap,
                            bedoeld in artikel 2, van het reglement.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.3 Toedeling beheer </titel></kop><al>Het waterschap is belast met het beheer van het watersysteem dat behoort
                            tot de taak van het waterschap, zoals omschreven in artikel 4 van het
                            reglement.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.4 Toedeling aanwijzing </titel></kop><al>Voor de toepassing van artikel 3.12 van de wet wordt het toezicht
                            uitgeoefend door Gedeputeerde Staten van de provincie op wiens
                            grondgebied het besluit, bedoeld in artikel 3.12, eerste lid in
                            hoofdzaak betrekking heeft.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 2 Normen </titel></kop><paragraaf><kop><titel>Titel 2.1 Regionale waterkeringen </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2.1 Aanwijzen regionale waterkeringen </titel></kop><al>Deze titel is van toepassing op de regionale waterkeringen die zijn
                                aangegeven op de als bijlage 1 bij deze verordening behorende
                                kaarten.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.2 Veiligheidsnorm </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Op de als bijlage 1 bij deze verordening behorende kaarten is
                                    voor elke regionale waterkering of voor elk deel daarvan een
                                    veiligheidsnorm aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde Staten stellen een technische leidraad vast voor
                                    het ontwerp van regionale waterkeringen. Deze strekt tot
                                    aanbeveling voor de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Gedeputeerde Staten stellen voorschriften vast voor de door het
                                    dagelijks bestuur te verrichten beoordeling van de veiligheid
                                    van regionale waterkeringen en stellen ten behoeve van die
                                    beoordeling de maatgevende hoogwaterstanden vast.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Voor de toepassing van het tweede en derde lid zijn
                                    Gedeputeerde Staten van Gelderland bevoegd nadat zij advies
                                    hebben ingewonnen van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland,
                                    Utrecht en Noord-Brabant.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Gedeputeerde Staten van Gelderland, Utrecht, Zuid-Holland en
                                    Noord-Brabant stellen voor de regionale waterkeringen die geheel
                                    of grotendeels op hun grondgebied zijn gelegen, na overleg met
                                    het dagelijks bestuur van het waterschap het tijdstip vast
                                    waarop de verschillende regionale waterkeringen voor de eerste
                                    keer moeten voldoen aan de veiligheidsnorm, bedoeld in het
                                    eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Een wijziging van de kaart, bedoeld in artikel 2.1, of een
                                    wijziging van de veiligheidsnorm, bedoeld in het eerste lid,
                                    geschiedt bij besluit of gemeenschappelijk besluit van
                                    Provinciale Staten van de provincie of provincies waarin de
                                    waterkering is gelegen.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> De bekendmaking van een besluit als bedoeld in het zesde lid
                                    geschiedt door plaatsing in het provinciaal blad van elk van de
                                    provincies.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.3 Interprovinciale regionale waterkering </titel></kop><al>Indien een regionale waterkering is gelegen in meer dan één
                                provincie, wordt het toezicht op die waterkering uitgeoefend door
                                Gedeputeerde Staten van de provincie waarin de waterkering in
                                hoofdzaak is gelegen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Titel 2.2 Waterkwantiteit </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2.4 Normen waterkwantiteit </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop
                                    regionale wateren moeten zijn ingericht, geldt voor het gebied
                                    van een gemeente binnen de bebouwde kom, bedoeld in artikel 20a
                                    van de Wegenverkeerswet 1994, dat in een ruimtelijk plan is
                                    bestemd voor de doeleinden bebouwing, hoofdinfrastructuur en
                                    spoorwegen, als norm een gemiddelde overstromingskans van 1/100
                                    per jaar en voor het overige gebied een gemiddelde
                                    overstromingskans van 1/10 per jaar.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop
                                    regionale wateren moeten zijn ingericht, geldt voor het gebied
                                    van een gemeente buiten de bebouwde kom bedoeld in het eerste
                                    lid, met uitzondering van de gebieden genoemd in het vierde en
                                    vijfde lid, als norm een gemiddelde overstromingskans van: </al><lijst><li nr="a"><al>1/100 per jaar voor hoofdinfrastructuur en
                                            spoorwegen;</al></li><li nr="b"><al>1/50 per jaar voor glastuinbouw en hoogwaardige land- en
                                            tuinbouw;</al></li><li nr="c"><al>1/25 per jaar voor akkerbouw;</al></li><li nr="d"><al>1/10 per jaar voor grasland.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Voor de toepassing van het tweede lid is wat betreft het
                                    landgebruik de situatie bepalend zoals vastgelegd in het
                                    Landelijk Grondgebruiksbestand Nederland versie 5 van Wageningen
                                    Universiteit en Researchcentrum met inachtneming van de
                                    navolgende conversietabel: </al><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><tbody><row><entry><al><vet>norm waterkwantiteit</vet></al></entry><entry><al><vet>legenda-eenheden Landelijk
                                                  Grondgebruiksbestand Nederland versie 5</vet></al></entry></row><row><entry><al>1/10 per jaar voor grasland</al></entry><entry><al>grasland, grasland in bebouwd gebied,
                                                  maïs</al></entry></row><row><entry><al>1/25 per jaar voor akkerbouw</al></entry><entry><al>aardappelen, bieten, granen, overige
                                                  landbouwgewassen</al></entry></row><row><entry><al>1//50 per jaar voor glastuinbouw en
                                                  hoogwaardige land- en tuinbouw</al></entry><entry><al>boomgaard, glastuinbouw, bollen</al></entry></row><row><entry><al>1/100 per jaar voor hoofdinfrastructuur en
                                                  spoorwegen</al></entry><entry><al>hoofdwegen &amp; spoorwegen</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Titel 2.3 Meten en beoordelen </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2.5 Verslag toetsing watersysteem </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het dagelijks bestuur brengt, vanwege de zorg die op hem rust
                                    voor de handhaving van de veiligheidsnorm, bedoeld in artikel
                                    2.2, eerste lid, periodiek verslag uit over de algemene
                                    waterstaatkundige toestand van de regionale waterkeringen onder
                                    zijn beheer aan Gedeputeerde Staten van de provincie waarin de
                                    regionale waterkeringen in hoofdzaak zijn gelegen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het verslag, bedoeld in het eerste lid, bevat een beoordeling
                                    van de veiligheid. Die beoordeling geschiedt onder meer in het
                                    licht van de veiligheidsnorm, technische leidraad en
                                    voorschriften bedoeld in artikel 2.2 en de legger bedoeld in
                                    artikel 4.1.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het dagelijks bestuur brengt, vanwege de zorg die op hem rust
                                    voor de handhaving van de normen, bedoeld in artikel 2.4,
                                    periodiek verslag uit over de algemene waterstaatkundige
                                    toestand van de regionale wateren onder zijn beheer aan
                                    Gedeputeerde Staten van de provincie waarin deze regionale
                                    wateren in hoofdzaak zijn gelegen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Het verslag, bedoeld in het derde lid, bevat een beoordeling
                                    van de regionale wateren met het oog op de bergings- en
                                    afvoercapaciteit waarop de regionale wateren moeten zijn
                                    ingericht. Die beoordeling geschiedt onder meer in het licht van
                                    de normen en voorschriften bedoeld in artikel 2.4.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Indien de beoordeling daartoe aanleiding geeft, bevatten de
                                    verslagen bedoeld in het eerste en derde lid een omschrijving
                                    van de voorzieningen die op een daarbij aan te geven termijn
                                    nodig worden geacht.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Gedeputeerde Staten van Gelderland, Utrecht, Zuid-Holland en
                                    Noord-Brabant stellen, na overleg met het dagelijks bestuur,
                                    vast voor welk tijdstip de verslagen, bedoeld in het eerste en
                                    derde lid, voor de eerste maal worden uitgebracht en met welke
                                    frequentie de verslagen daarna worden uitgebracht. </al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 3 Beheerplannen </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3.1 Inhoud </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het beheerplan bevat, naast het bepaalde in artikel 4.6 van de wet,
                                ten minste: </al><lijst><li nr="a"><al> de beschrijving van de bestaande toestand van het
                                        watersysteem waarover het beheer zich uitstrekt;</al></li><li nr="b"><al> het beleid inzake het beheer van de watersystemen gericht
                                        op de aan de watersystemen toegekende functies en
                                        doelstellingen;</al></li><li nr="c"><al>de beschrijving van de maatregelen met prioriteitstelling en
                                        fasering, zodat de gestelde doelen zijn te realiseren;</al></li><li nr="d"><al>een raming van de kosten van de, gedurende de planperiode,
                                        te nemen maatregelen, inzicht in de dekking van de kosten en
                                        een indicatie van het verloop van de op te leggen omslagen
                                        dan wel heffingen in de planperiode, en</al></li><li nr="e"><al>de resultaten voor het buitengebied van het gewenste grond?
                                        en oppervlaktewaterregiem voor de aan het oppervlaktewater
                                        en het freatisch grondwater toegekende functies.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het beheerplan is voorzien van een toelichting, waarin ten minste
                                is opgenomen: </al><lijst><li nr="f"><al>de aan het plan ten grondslag liggende afwegingen en
                                        uitkomsten van de eventueel uitgevoerde onderzoeken,
                                        en,</al></li><li nr="g"><al>een overzicht van de strategische doelstellingen in het
                                        regionaal waterplan, die worden gerealiseerd door het
                                        uitvoeren van de in het eerste lid, onder c, genoemde
                                        maatregelen. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.2 Voorbereiding </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het dagelijks bestuur raadpleegt, bij de voorbereiding van het
                                beheerplan, de dagelijks besturen van de aangrenzende
                                waterbeheerders, Gedeputeerde Staten van de betrokken provincies, de
                                colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten waarbinnen
                                de watersystemen of onderdelen daarvan zijn gelegen en de ten
                                aanzien van grensvormende of grensoverschrijdende wateren bevoegde
                                Duitse autoriteiten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Op de voorbereiding van het beheerplan is afdeling 3.4 van de
                                Algemene wet bestuursrecht van toepassing met dien verstande dat
                                naast belanghebbenden ook de ingezetenen van het beheersgebied van
                                het waterschap hun zienswijze over het ontwerp naar voren kunnen
                                brengen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> In afwijking van het tweede lid kan bij een herziening van het
                                beheerplan dat op een onderdeel van het beheersgebied van het
                                waterschap betrekking heeft, de kring van belanghebbenden en
                                ingezetenen beperkt worden tot dat onderdeel van het beheersgebied.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.3 Goedkeuring </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Indien het beheerplan in zijn geheel wordt herzien, wordt het
                                beheerplan ter goedkeuring gestuurd naar Gedeputeerde Staten van
                                Gelderland, Utrecht, Zuid-Holland en Noord-Brabant. Indien het een
                                herziening van beperkte strekking betreft, wordt de herziening ter
                                goedkeuring gestuurd naar Gedeputeerde Staten van de provincie
                                waarop de herziening van het beheerplan in hoofdzaak betrekking
                                heeft. Als bijlagen voegt het dagelijks bestuur toe het verslag van
                                het bij de voorbereiding gevoerde overleg, de ingediende zienswijzen
                                en de beschouwingen van het algemeen bestuur daarover.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het dagelijks bestuur stuurt het beheerplan binnen vier weken na de
                                goedkeuring aan de ingevolge artikel 3.2 geraadpleegde
                                bestuursorganen en aan de Minister.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.4 Voortgangsrapportage uitvoering beheerplan </titel></kop><al>Het dagelijks bestuur rapporteert tenminste een maal per jaar aan
                            Gedeputeerde Staten van Gelderland, Utrecht, Zuid-Holland en
                            Noord-Brabant over de voortgang van de uitvoering van het beheerplan, de
                            mate waarin de gestelde doelen worden bereikt, de redenen van eventuele
                            afwijkingen en de voorgestelde maatregelen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 4 Aanleg en beheer van waterstaatswerken </titel></kop><paragraaf><kop><titel>Titel 4.1 Legger </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4.1 Legger waterstaatswerken </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De legger, bedoeld in artikel 5.1 van de wet bevat naast het
                                    bepaalde in het eerste lid van dat artikel in ieder geval: </al><lijst><li nr="a"><al>het lengte- en dwarsprofiel van de primaire en regionale
                                            waterkeringen;</al></li><li nr="b"><al>het dwarsprofiel van de oppervlaktewaterlichamen onder
                                            zijn beheer; en</al></li><li nr="c"><al>een omschrijving van de ondersteunende kunstwerken en de
                                            bijzondere constructies die deel uitmaken van de
                                            primaire en regionale waterkering, alsmede van de
                                            oppervlaktewaterlichamen in zijn beheer.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Bij het dwarsprofiel, bedoeld in het eerste lid, onder a, is
                                    tevens het profiel van vrije ruimte aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het eerste lid is niet van toepassing op regionale
                                    waterkeringen die als “handhaven huidig profiel” zijn aangegeven
                                    op de als bijlage 1 bij deze verordening behorende kaarten.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Voor de regionale waterkeringen, bedoeld in het derde lid,
                                    wordt het lengte- en dwarsprofiel aan de hand van normprofielen
                                    in de legger vastgelegd. Voorafgaand aan de daartoe te volgen
                                    procedure vindt daarover overleg plaats met Gedeputeerde
                                    Staten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.2 Vrijstelling verplichtingen inhoud legger
                                </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Regionale waterkering Kapiteldijk-Duffeltdijk en C-wateren
                                    zoals deze zijn opgenomen in de legger van het waterschap worden
                                    vrijgesteld van de leggerplicht, bedoeld in artikel 5.1 van de
                                    wet, met betrekking tot vorm, afmeting en constructie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Bergingsgebieden worden vrijgesteld van de leggerplicht,
                                    bedoeld in artikel 5.1. van de wet, met betrekking tot vorm en
                                    constructie. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.3 Tijdelijke vrijstelling leggerplicht
                                    waterkeringen </titel></kop><al>Artikel 5.1, eerste lid, van de wet, is tot één jaar na afronding
                                van de dijkverbetering van de Diefdijklinie, doch uiterlijk 1
                                januari 2017 niet van toepassing op de primaire waterkering de
                                Diefdijklinie. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.4 Procedure </titel></kop><al>Op de voorbereiding van de legger, bedoeld in artikel 5.1 van de
                                wet, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van
                                toepassing indien de legger niet wordt gecombineerd met de legger,
                                bedoeld in artikel 78, tweede lid, van de Waterschapswet.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Titel 4.2 Peilbesluiten </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4.5 Aanwijzing verplichte peilbesluiten </titel></kop><al>Het algemeen bestuur stelt één of meer peilbesluiten vast voor de
                                oppervlaktewaterlichamen in de gebieden die zijn aangegeven op de
                                als bijlage 2 bij deze verordening behorende kaart.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.6 Inhoud peilbesluit </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het peilbesluit bevat naast het bepaalde in het tweede lid van
                                    artikel 5.2 van de wet een kaart met de begrenzing van het
                                    gebied waarbinnen de oppervlaktewaterlichamen zijn gelegen en
                                    waarop het peilbesluit betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het peilbesluit gaat vergezeld van een toelichting waarin ten
                                    minste zijn opgenomen: </al><lijst><li nr="a"><al>de aan het besluit ten grondslag liggende afwegingen en
                                            uitkomsten van verrichte onderzoeken;</al></li><li nr="b"><al>een aanduiding van de veranderingen van de waterstanden
                                            ten opzichte van de bestaande situatie, en</al></li><li nr="c"><al>een aanduiding van de gevolgen van de te handhaven
                                            waterstanden voor de diverse belangen. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.7 Openbare voorbereiding </titel></kop><al>Op de voorbereiding van het peilbesluit is afdeling 3.4 van de
                                Algemene wet bestuursrecht van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.8 Herziening </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een peilbesluit wordt ten minste eens in de tien jaren
                                    herzien.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen op verzoek van het algemeen bestuur
                                    eenmalig voor ten hoogste vijf jaren vrijstelling verlenen van
                                    de verplichting, genoemd in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien het peilbesluit betrekking heeft op het grondgebied van
                                    meerdere provincies, dan wordt de vrijstelling verleend door
                                    Gedeputeerde Staten van de provincie, waarop het peilbesluit in
                                    hoofdzaak betrekking heeft. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Titel 4.3 Projectprocedure voor waterstaatswerken </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4.9 Projectprocedure </titel></kop><al>Gedeputeerde Staten van de provincie waarbinnen het te realiseren
                                project in hoofdzaak is gelegen kunnen, op verzoek van het dagelijks
                                bestuur van het waterschap, paragraaf 2 van hoofdstuk 5 van de wet
                                van toepassing verklaren op:</al><lijst><li nr="a"><al>projectplannen tot de aanleg of wijziging van
                                        bergingsgebieden in regionale watersystemen;</al></li><li nr="b"><al>projectplannen tot aanleg of wijziging van regionale
                                        waterkeringen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.10 Toezending projectplan </titel></kop><al>Een projectplan, dat betrekking heeft op een primaire of regionale
                                waterkering die onderdeel uitmaakt van een dijkring die tevens is
                                gelegen op het grondgebied van een andere provincie of provincies,
                                wordt door het dagelijks bestuur tevens toegezonden aan Gedeputeerde
                                Staten van die provincie of provincies.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 5 Grondwater </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5.1 Verstrekken gegevens </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het dagelijks bestuur verstrekt aan Gedeputeerde Staten van de
                                provincie of de provincies waarin de onttrekking van grondwater of
                                het infiltreren van water plaatsvindt: </al><lijst><li nr="a"><al>de gegevens die op grond van artikel 6.11 van het
                                        Waterbesluit worden verkregen, en</al></li><li nr="b"><al>een overzicht van de vergunningen en meldingen op basis
                                        waarvan het onttrekken van grondwater of het infiltreren van
                                        water plaatsvindt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De opgave, bedoeld in het eerste lid, wordt uiterlijk op 31 mei van
                                elk jaar of, bij beëindiging van de onttrekking, binnen vier maanden
                                na die beëindiging verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen nadere regels stellen aangaande de wijze
                                waarop de gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden aangeleverd.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.2 Melden, meten en registreren </titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur kan de vrijstellingsmogelijkheid, bedoeld
                                    in artikel 6.11, vijfde lid, van het Waterbesluit niet toepassen
                                    voor onttrekkingen of infiltraties van meer dan 12.000 m³ per
                                    jaar en voor tijdelijke onttrekkingen of infiltraties van in
                                    totaal meer dan 12.000 m³.</al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid geldt tevens voor permanente onttrekkingen van
                                    grondwater of permanente infiltraties van water voor andere
                                    doeleinden dan genoemd in artikel 6.4 van de wet, welke zijn
                                    gelegen binnen een gebied dat krachtens artikel 1.2, tweede lid,
                                    onder a, van de Wet milieubeheer in de Provinciale
                                    milieuverordening Zuid-Holland is aangewezen en waarvoor regels
                                    zijn gesteld ter bescherming van het grondwater met het oog op
                                    de waterwinning. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.3 Vergunningplicht </titel></kop><al>Het algemeen bestuur regelt bij verordening dat het verboden is zonder
                            vergunning permanent grondwater te onttrekken of water te infiltreren
                            voor andere doeleinden dan genoemd in artikel 6.4, eerste lid, onder a
                            en b, van de wet binnen een gebied dat krachtens artikel 1.2, tweede
                            lid, onder a, van de Wet milieubeheer in de Provinciale
                            milieuverordening Zuid-Holland is aangewezen en waarvoor regels zijn
                            gesteld ter bescherming van het grondwater met het oog op de
                            waterwinning.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 6 Overgangs- en slotbepalingen </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6.1 Intrekken verordeningen </titel></kop><al>De Verordening waterbeheer Rivierenland en de Verordening waterkering
                            West-Nederland, voor zover deze betrekking heeft op het gebied van het
                            waterschap, worden ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.2 Overgangsrecht </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De voor de datum van inwerkingtreding van deze verordening geldende
                                besluiten die op grond van de verordeningen, genoemd in artikel 6.1
                                zijn genomen, blijven van kracht zolang het bevoegde bestuursorgaan
                                niet anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Op procedures op grond van de verordeningen, genoemd in artikel
                                6.1, die zijn aangevangen voor de datum van inwerkingtreding van
                                deze verordening, blijft het op dat moment geldende recht van
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De verplichting tot het aangeven van het profiel van vrije ruimte,
                                bedoeld in artikel 4.1, tweede lid, in de legger, geldt vanaf 1
                                januari 2013. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 6.3 Aanbrengen doorlopende nummering, aanpassing
                                    aanhalingen</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Voor de plaatsing in het Provinciaal Blad stellen Gedeputeerde
                                Staten de nummering van de artikelen van deze verordening opnieuw
                                vast en brengen zij de in deze verordening voorkomende aanhalingen
                                van de artikelen met de nieuwe nummering in overeenstemming.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Voor de plaatsing in het Provinciaal Blad brengen Gedeputeerde
                                Staten de in deze verordening voorkomende aanhalingen van de
                                artikelen van de wet, het Waterbesluit en de Waterregeling met de
                                nieuwe nummering van de wet, het Waterbesluit en de Waterregeling in
                                overeenstemming.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.4 Inwerkingtreding </titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 29
                            januari 2009, houdende regels met betrekking tot het beheer en gebruik
                            van watersystemen (Waterwet), in werking treedt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.5 Citeertitel </titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Waterverordening waterschap
                            Rivierenland.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>’s-Hertogenbosch, 20 november 2009</ondertekening><ondertekening>Provinciale Staten voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de voorzitter prof. dr. W.B.H.J. van de Donk</ondertekening><ondertekening>de griffier mw. drs. E.M.W.J. Wöltgens</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlagen </titel></kop><divisie><kop><titel>Bijlage 1: Kaarten regionale waterkeringen en de bijbehorende
                            normering:</titel></kop><al>Download Kaart regionale waterkeringen als bedoeld in artikel 2.1 en 2.2 in
                        pdf-formaat: * <extref doc="http://www.brabant.nl/politiek-en-bestuur/gedeputeerde-staten/bestuursinformatie/provinciale-bladen.aspx?qvi=31483" struct="INTERNET">Kaart regionale waterkeringen als bedoeld in artikel
                            2.1 en 2.2 van de Waterverordening waterschap Rivierenland: deel
                            1</extref> * <extref doc="/cvdr/images/Noord-Brabant/i243284.pdf">Kaart regionale waterkeringen als bedoeld in artikel 2.1 en 2.2 van de Waterverordening waterschap Rivierenland: deel 2</extref> * <extref doc="/cvdr/images/Noord-Brabant/i243285.pdf">Kaart regionale waterkeringen als bedoeld in artikel 2.1 en 2.2 van de Waterverordening waterschap Rivierenland: deel 3</extref></al></divisie><divisie><kop><titel>Bijlage 2: Kaart peilbesluiten</titel></kop><al>Download <extref doc="http://www.brabant.nl/politiek-en-bestuur/gedeputeerde-staten/bestuursinformatie/provinciale-bladen.aspx?qvi=31487" struct="INTERNET">Kaart peilbesluiten</extref> als bedoeld in artikel
                        4.2 in pdf-formaat.</al></divisie></bijlage></regeling></body></cvdr>