<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR95344_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening wegen Noord-Brabant 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Noord-Brabant</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-03-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Noord-Brabant</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal Blad, 2012,
                72</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening wegen Noord-Brabant 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Provinciewet, art. 105, 143 en 150</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wegenwet, art. 57</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wegenverkeerswet 1994, art. 2a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-03-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-03-14</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-11-05</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Art. 7a</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Statenvoorstel 70/11</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>verkeer en vervoer, wegen, financieel kader</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening wegen Noord-Brabant 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Provinciale Staten van Noord-Brabant,</vet></al><al>Gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten van 24 november 2009 met nummer
                        1606366;</al><al>Gelet op artikel 105, artikel 143 en artikel 150 van de Provinciewet;</al><al>Gelet op artikel 57 van de Wegenwet;</al><al>Gelet op artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994;</al><al>Gezien het advies van de commissie Economie, mobiliteit en grote
                        stedenbeleid van 15 januari 2010 met nummer 1631398;</al><al>Overwegende dat Provinciale Staten het ter uitvoering van de zorgplicht voor
                        provinciale wegen noodzakelijk achten om regels te stellen in het belang van
                        de bescherming en instandhouding van de wegen waarvan het onderhoud
                        ingevolge artikel 15 van de Wegenwet bij de provincie berust;</al><al>Overwegende dat Provinciale Staten het tevens noodzakelijk achten om regels
                        te stellen ter bescherming van de in artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994
                        genoemde belangen;</al><al>Overwegende dat bij koninklijke boodschap van 18 oktober 2006 een voorstel
                        van wet is ingediend, kamerstuknummer 30844, inhoudende regels inzake een
                        vergunningstelsel met betrekking tot activiteiten die van invloed zijn op de
                        fysieke leefomgeving en inzake handhaving van regelingen op het gebied van
                        de fysieke leefomgeving;</al><al>Besluiten vast te stellen de volgende regeling:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel><vet>Artikel 1 Begripsbepalingen</vet></titel></kop><al>In deze verordening en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan
                        onder:</al><lijst><li nr="a."><al> activiteit: handeling waarmee de weg op enigerlei wijze anders dan
                                voor verkeersdoeleinden wordt gebruikt, zonder dat sprake is van het
                                veranderen van de weg;</al></li><li nr="b."><al> Awb: Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="c."><al> gedenkteken: niet aard- en nagelvast voorwerp zonder
                                verkeersfunctie op de weg dat dient ter nagedachtenis aan één of
                                meerdere dodelijke slachtoffers van een verkeersongeval dat op de
                                weg heeft plaatsgevonden;</al></li><li nr="d."><al> Gedeputeerde Staten: het college van Gedeputeerde Staten van de
                                provincie Noord-Brabant;</al></li><li nr="e."><al> Provinciale Staten: het college van Provinciale Staten van de
                                provincie Noord-Brabant;</al></li><li nr="f."><al> provincie: provincie Noord-Brabant;</al></li><li nr="g."><al> stof: voorwerp in niet vaste vorm of verschijningswijze die niet
                                tot de weg of daartoe behorende verkeersvoorzieningen behoort;</al></li><li nr="h."><al> veranderen van de weg: uitvoeren, oprichten, hebben, instandhouden,
                                onderhouden, wijzigen of verwijderen van de weg;</al></li><li nr="i."><al> voorwerp: zaak die niet tot de weg of daartoe behorende
                                verkeersvoorzieningen behoort;</al></li><li nr="j."><al> weg: openbare weg waarvan het onderhoud ingevolge artikel 15 van de
                                Wegenwet bij de provincie berust, waarvoor de provincie de belangen
                                ingevolge artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994 beschermt en
                                waartoe in ieder geval behoren rijbanen, fiets- en voetpaden,
                                parkeer-, carpool- bus-, en halteplaatsen, vlucht- en andere
                                stroken, bermen, glooiingen, grondkeringen, bermsloten, alsmede de
                                tot de weg behorende verkeersvoorzieningen;</al></li><li nr="k."><al> zorgplicht voor wegen: wettelijke verplichting om wegen te
                                onderhouden als bedoeld in artikel 15 van de Wegenwet en de belangen
                                te beschermen als bedoeld in artikel 2 van de Wegenverkeerswet
                                1994.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Delegatiebepaling</titel></kop><al>Door Gedeputeerde Staten kunnen nadere regels gesteld worden voor:</al><lijst><li nr="a."><al> het veranderen van de weg;</al></li><li nr="b."><al> het gebruiken van de weg.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Verbodsbepaling gedragingen buiten de weg</titel></kop><al>Het is verboden zich buiten de weg zodanig te gedragen dat daardoor de
                        belangen die deze verordening beschermt in het geding komen.</al></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 4 Verbodsbepaling veranderen van de weg</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het is verboden zonder vergunning van Gedeputeerde Staten de weg te
                            veranderen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het eerste lid is niet van toepassing op het veranderen van de weg door
                            of in opdracht van de provincie tijdens het uitvoeren van de zorgplicht
                            voor wegen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Gedeputeerde Staten worden door het bevoegd gezag in de gelegenheid
                            gesteld advies uit te brengen voor zover op grond van artikel 2.2,
                            eerste lid, onder d en e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
                            een omgevingsvergunning vereist is.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Voor het veranderen van de weg door het plaatsen van borden op de weg
                            buiten de bebouwde kom, gaat deze verordening boven de
                            Landschapsverordening Noord-Brabant 2002.[Deze verordening is inmiddels
                            ingetrokken]</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 5 Verbodsbepaling gebruiken van de weg</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het is verboden zonder vergunning van Gedeputeerde Staten de weg te
                            gebruiken voor activiteiten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het is verboden zonder vergunning van Gedeputeerde Staten de weg te
                            gebruiken voor het storten, plaatsen, aanbrengen of hebben van
                            voorwerpen of stoffen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het eerste en tweede lid is niet van toepassing voor: </al><lijst><li nr="a."><al> de provincie tijdens het uitvoeren van de zorgplicht voor
                                    wegen;</al></li><li nr="b."><al> gedenktekens, mits deze door aanwezigheid, grootte, plaats of
                                    vormgeving de belangen die deze verordening beschermt niet in
                                    het geding brengen;</al></li><li nr="c."><al> voorwerpen en stoffen die kortstondig op de weg aanwezig zijn
                                    in verband met laad- en loswerkzaamheden, mits deze voorwerpen
                                    of stoffen niet schadelijk, gevaarlijk of hinderlijk zijn of
                                    anderszins de belangen beschadigen die deze verordening
                                    beschermt;</al></li><li nr="d."><al> voor zover toestemming is verleend op grond van de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de wegenverkeerswetgeving of artikel 4
                                    van deze verordening.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 6 Voorschriften en beperkingen</vet></titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen aan een vergunning als bedoeld in de artikelen 4
                        en 5 voorschriften en beperkingen verbinden.</al></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 7 Intrekken of wijzigen van vergunningen</vet></titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen een vergunning intrekken of wijzigen indien:</al><lijst><li nr="a."><al> ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn
                                verstrekt;</al></li><li nr="b."><al> een verandering in omstandigheden of inzichten dit
                                rechtvaardigt;</al></li><li nr="c."><al> de voorschriften of beperkingen verbonden aan een vergunning niet
                                worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al> van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen de gestelde
                                termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen 12
                                maanden;</al></li><li nr="e."><al> de houder van de vergunning dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 7a</vet></titel></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Awb is niet van toepassing op vergunningen bedoeld
                        in de artikelen 4, 5, 6 en 7 van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 8 Sancties</vet></titel></kop><al>Overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3, 4 en 5 wordt
                        gestraft met een hechtenis van ten hoogste 3 maanden of een geldboete van de
                        tweede categorie, als bedoeld in artikel 23 van het Wetboek van
                        Strafrecht.</al></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 9 Toezicht en opsporing</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, zijn met
                            het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening de bij besluit van Gedeputeerde Staten aan te wijzen
                            personen belast.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan
                            door plaatsing in het Provinciaal Blad.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 10 Intrekking</vet></titel></kop><al>De Wegenverordening Noord-Brabant 2006 wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 11 Overgangsrecht</vet></titel></kop><al>Vergunningen die Gedeputeerde Staten hebben verleend op grond van de
                        Wegenverordening Noord-Brabant 2006 worden geacht te zijn verleend op grond
                        van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 12 Inwerkingtreding</vet></titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 maart 2010, met
                        uitzondering van artikel 4, derde lid, dat in werking treedt, nadat het bij
                        koninklijke boodschap van 18 oktober 2006 ingediende voorstel van Wet
                        algemene bepalingen omgevingsrecht, kamerstuknummer 30844, tot wet is
                        verheven.</al></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 13 Citeertitel</vet></titel></kop><al>Deze regeling wordt aangehaald als: Verordening wegen Noord-Brabant
                        2010.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>’s-Hertogenbosch, 5 februari 2010</ondertekening><ondertekening>Provinciale Staten voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de voorzitter prof. dr. W.B.H.J. van de Donk</ondertekening><ondertekening>de griffier mw. drs. E.M.W.J. Wöltgens</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>