<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR95339_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-03-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Delft op Zondag 27 februari 2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Delft 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 149 Gemeentewet;Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-02-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-02-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-02-06</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Delft , </al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4
                        januari 2011,nr 3;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al>overwegende dat het gewenst is in aanvulling op de Wet kinderopvang en de
                        Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen nadere eisen te
                        stellen aan de inrichting van peuterspeelzalen; besluit </al><lijst><li nr="1."><al>Met ingang van 1 januari 2011 de Verordening Kinderopvang Gemeente
                                Delft 1992 in te trekken;</al></li><li nr="2."><al>vast te stellen de volgende verordening:</al></li></lijst><al>Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder peuterspeelzaal hetgeen
                            daaronder wordt verstaan in de Wet kinderopvang en Beleidsregels
                            kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Groepspeelruimte</titel></kop><al>In een peuterspeelzaal is voor ieder kind minimaal 3,5 m<sup>2</sup>
                            bruto-oppervlakte aan groepsspeelruimte beschikbaar.</al><al>Elke ruimte is ingericht in overeenstemming met het aantal en de
                            leeftijd van de op te vangen kinderen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Buitenspeelruimte</titel></kop><al>De peuterspeelzaal beschikt over aangrenzende buitenspeelruimte.</al><al>De buitenspeelruimte voldoet aan de volgende eisen:</al><al>voor kinderen toegankelijk en veilig bereikbaar;</al><al>een oppervlakte van minimaal 3 m<sup>2</sup> bruto-oppervlakte
                            speelruimte per aanwezig kind;</al><al>ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te vangen
                            kinderen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanwijzing toezichthouders</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders zien toe op de naleving van de bij deze
                            verordening gestelde regels.</al><al>Burgemeester en wethouders wijzen de directeur van de GGD aan als
                            toezichthouder.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Onderzoek door de toezichthouder</titel></kop><al>De toezichthouder onderzoekt na een aanvraag als bedoeld in artikel 2.2,
                            eerste lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen
                            of de instandhouding redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming
                            met de voorschriften uit deze verordening.</al><al>Onverminderd het eerste lid onderzoekt de toezichthouder periodiek
                            (jaarlijks als het moet, minder vaak als het niet nodig is) of de
                            exploitatie van een peuterspeelzaal plaatsvindt in overeenstemming met
                            de voorschriften uit deze verordening.</al><al>Naast het onderzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan de
                            toezichthouder incidenteel onderzoek verrichten naar de naleving van de
                            bij deze verordening gestelde voorschriften.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vastleggen onderzoeksresultaten</titel></kop><al>De toezichthouder legt zijn oordeel naar aanleiding van een onderzoek
                            bij een peuterspeelzaal vast in een inspectierapport. </al><al>Indien de toezichthouder oordeelt dat door de houder de bij of krachtens
                            artikel 2 en 3 gegeven voorschriften niet zijn of zullen worden
                            nageleefd, vermeldt hij dat in het rapport. </al><al>Alvorens het rapport vast te stellen, stelt de toezichthouder de houder
                            in de gelegenheid van het ontwerprapport kennis te nemen en daarover
                            zijn zienswijze kenbaar te maken. De toezichthouder vermeldt de
                            zienswijze van de houder in een bijlage bij het rapport. </al><al>De toezichthouder zendt het inspectierapport onverwijld aan de houder,
                            die een afschrift daarvan zo spoedig mogelijk ter inzage legt op een
                            voor ouders en personeel toegankelijke plaats. </al><al>De toezichthouder maakt het inspectierapport uiterlijk drie weken na de
                            vaststelling daarvan openbaar. </al><al>De toezichthouder stelt burgemeester en wethouders in kennis van de
                            vaststelling van het rapport. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen artikel 2 en 3 buiten toepassing laten
                            of daarvan</al><al>afwijken, voorzover toepassing gelet op het belang van kwalitatief
                            verantwoorde opvang voor kinderen in een peuterspeelzaal leidt tot een
                            onbillijkheid van overwegende aard. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Binnen twaalf maanden na inwerkingtreding van deze verordening voldoet
                            de houder van een peuterspeelzaal aan de voorschriften uit deze
                            verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Intrekking voorgaande regeling en inwerkingtreding</titel></kop><al>De Verordening Kinderopvang Delft 1992 wordt ingetrokken.</al><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgend op haar
                            bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening ruimte- en
                            inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Delft 2011.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 24 februari
                            2010.</ondertekening><ondertekening>mr. drs. G.A.A. Verkerk, burgemeester.</ondertekening><ondertekening>R.H. van Luyk, griffier.</ondertekening><ondertekening>Bekendgemaakt 27 februari 2011.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting </titel></kop><al>Op 1 augustus 2010 treedt de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen
                            peuterspeelzalen (hierna: de Wet) in werking. Het doel van deze Wet is
                            om jonge kinderen in peuterspeelzalen en kindercentra een veilig en
                            stimulerende omgeving te bieden. </al><al>Eén van de onderliggende doelstellingen van de nieuwe Wet is de
                            regelgeving over peuterspeelzalen te harmoniseren met de
                            kinderdagopvang. Hierdoor ontstaat een landelijk kwaliteitskader voor
                            zowel de peuterspeelzalen als de kinderdagopvang met minimum
                            kwaliteitseisen. In de Wet zijn dan ook een aantal minimale eisen voor
                            de peuterspeelzalen vastgelegd en is tevens aan de minister de
                            bevoegdheid gegeven aanvullende regelgeving voor de kwaliteit in een
                            Algemene maatregel van Bestuur vast te leggen (AmvB). Van deze
                            bevoegdheid is tot op heden geen gebruik gemaakt omdat de partijen een
                            convenant hebben afgesloten waarin de kwaliteitseisen voor de houders
                            van peuterspeelzalen nader zijn uitgewerkt 1. </al><al>De eisen in het convenant hebben als uitgangpunt gediend voor de
                            Beleidsregels kwaliteit peuterspeelzalen (hierna: Beleidsregels) van de
                            minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).<sup/>Echter, in
                            deze Beleidsregels zijn geen eisen opgenomen ten aanzien van ruimte en
                            inrichting van de peuterspeelzalen. Bij het opstellen van de
                            modelverordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen is
                            aangesloten bij het convenant en de Beleidsregels kwaliteitseisen
                            kinderopvang.</al><al>Het onderhavige model is in overleg met diverse deskundigen op het
                            gebied van peuterspeelzaalwerk en kinderopvang en de brancheorganisaties
                            tot stand gekomen. </al><al><cursief>Ruimte en inrichting</cursief></al><al>Kwalitatief verantwoorde opvang voor kinderen kan niet zonder het
                            stellen van kwaliteitseisen. Eisen inzake ruimte en inrichting vormen
                            hier een essentieel onderdeel van. De eerste levensjaren van een kind
                            zijn belangrijk voor de ontwikkeling van de cognitieve, de
                            sociaal-emotionele en de motorische vaardigheden. De opvoeding door de
                            ouders legt daarvoor de basis, maar ook de rest van de omgeving waarin
                            het kind opgroeit is van belang. Veel kinderen brengen enkele uren per
                            dag door in peuterspeelzalen en andere kindercentra. Ze moeten daar
                            veilig kunnen spelen en voldoende ruimte hebben. </al><al>Bestaande eisen over veiligheid en gezondheid die algemeen geldend zijn
                            en volgen uit andere wet- en regelgeving zoals bouwvoorschriften,
                            brandveiligheidsvoorschriften, eisen aan speeltoestellen, keukenhygiëne
                            en dergelijke. </al><al><cursief>Toezicht</cursief></al><al>In dit hoofdstuk is het kader voor het toezicht beschreven. Op de
                            handhaving, zijn de algemene handhavingsbevoegdheden uit de Awb van
                            toepassing. </al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>Deze bepaling spreekt voor zich.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Groepspeelruimte</titel></kop><al>In dit artikel wordt bepaald dat voor elk kind 3,5m² bruto oppervlak
                            speelruimte aanwezig moet zijn. Speelruimtes dienen passend te zijn
                            ingericht voor spelen en rusten. Bij de inrichting van de binnenruimte
                            dient rekening te worden gehouden met zowel het aantal kinderen dat van
                            een ruimte gebruik maakt als de leeftijd van de kinderen. Het gaat om
                            het totale aantal vierkante meters die beschikbaar zijn in de
                            groepsruimten. Dus de lengte vermenigvuldigd met de breedte van de
                            ruimtes waar de kinderen spelen. </al><al>Daarnaast is de houder van een peuterspeelzaal gehouden aan de eisen die
                            zijn vastgelegd in het Bouwbesluit 2003. Het Bouwbesluit bevat
                            bouwtechnische voorschriften waaraan alle bouwwerken minimaal moeten
                            voldoen. Peuterspeelzalen vallen onder de categorie ’bijeenkomstfunctie
                            voor kinderopvang’. De eisen uit het Bouwbesluit hebben betrekking op
                            veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu.
                        </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Buitenspeelruimte</titel></kop><al>Dit artikel geeft aan dat de buitenspeelruimte voor kinderen die gebruik
                            maken van de peuterspeelzaal aangrenzend aan de peuterspeelzaal dient te
                            zijn gesitueerd. Evenals de binnenruimte dient de buitenruimte voor spel
                            geschikt te zijn en ingericht in overeenstemming met de behoeften en
                            mogelijkheden van de kinderen. Ook voor de buitenspeelruimte geldt dat
                            bij de inrichting rekening dient te worden gehouden met het aantal
                            kinderen en de leeftijd van de kinderen die gebruik maken van de ruimte.
                            De speelruimte bestaat per aanwezig kind uit minimaal 3m² bruto
                            oppervlakte. Met aanwezig kind wordt gedoeld op in de peuterspeelzaal
                            aanwezige kinderen, niet noodzakelijkerwijs buitenspelend. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanwijzing toezichthouders</titel></kop><al>Dit artikel maakt burgemeester en wethouders (hierna B&amp;W)
                            verantwoordelijk voor de naleving van deze verordening. B&amp;W wijzen
                            de directeur van de GGD aan als toezichthouder. Dit is in
                            overeenstemming met het systeem van de wet. De directeur van de GGD
                            oefent aldus het toezicht uit onder het gezag van de burgemeester en
                            wethouders. Afdeling 5.2. van de Algemene wet bestuursrecht bevat een
                            algemene regeling van de bevoegdheden van toezichthouders, zoals het
                            recht op het betreden van plaatsen, op het vorderen van inlichtingen en
                            het inzien van schriftelijke stukken. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Onderzoek door de toezichthouder</titel></kop><al>In dit artikel worden drie soorten van onderzoek onderscheiden. In de
                            eerste plaats onderzoekt de toezichthouder naar aanleiding van een
                            aanvraag voor de exploitatie van een peuterspeelzaal of aan de
                            voorschriften uit deze verordening zal worden voldaan. Daarnaast voert
                            de toezichthouder jaarlijks regulier onderzoek uit bij bestaande
                            peuterspeelzalen. Voorts beschikt de toezichthouder op grond van lid 3
                            over de mogelijkheid om incidenteel onderzoek te verrichten naar de
                            naleving van de voorschriften uit deze verordening. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vastleggen onderzoeksresultaten</titel></kop><al>De resultaten van het onderzoek uit artikel 5 worden door de
                            toezichthouder schriftelijk vastgelegd in een inspectierapport. De
                            toezichthouder zendt het ontwerpinspectierapport aan de houder van de
                            peuterspeelzaal. De houder wordt hiermee in de mogelijkheid gesteld om
                            een reactie te geven op de inhoud van het rapport. De toezichthouder
                            dient de reactie van de houder als bijlage bij het rapport te voegen. De
                            houder zorgt er voor dat zowel ouders van kinderen in de peuterspeelzaal
                            als het personeel inzage hebben in het inspectierapport van de
                            toezichthouder. Uiterlijk 3 weken na ontvangst maakt de toezichthouder
                            het inspectierapport openbaar. Het ligt voor de hand dat de
                            toezichthouder voor de openbaarmaking een breed toegankelijk medium
                            kiest. Gedacht kan worden aan de mogelijkheden die het internet biedt.
                            Van deze vaststelling worden burgemeester en wethouders door de houder
                            op de hoogte gebracht. In de praktijk zal het veelal betekenen dat de
                            toezichthouder het inspectierapport naar burgemeester en wethouders
                            toezendt. </al></divisie><divisie><kop><titel>Artikelen 7</titel></kop><al>Het opnemen van een hardheidsclausule in deze verordening opent de
                            mogelijkheid voor burgemeester en wethouders om, in gevallen waarin
                            toepassing van een artikel van de verordening een onbillijkheid van
                            overwegende aard zou opleveren, artikel 2 en 3 buiten toepassing te
                            laten of daarvan af te wijken. Het afwijkende besluit van burgemeester
                            en wethouders moet altijd binnen de doelstellingen van de verordening
                            passen. De toepassing van de hardheidsclausule moet beperkt blijven tot
                            individuele gevallen. Het gebruik van dit artikel is slechts in
                            uitzonderlijke gevallen mogelijk.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>De overgangsbepaling is opgenomen om houders van bestaande
                            peuterspeelzalen de tijd en gelegenheid te bieden om aan de
                            voorschriften zoals gesteld in de verordening te voldoen. Indien er
                            binnen een gemeente al een verordening bestaat met eisen aan ruimte- en
                            inrichting van peuterspeelzalen, dan is het niet nodig om deze
                            overgangsbepaling op te nemen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>en 10</titel></kop><al>Deze bepalingen spreken voor zich. </al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>