<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR95309_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening provinciale omgevingscommissie provincie Noord-Brabant</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Noord-Brabant</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-10-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Noord-Brabant</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.brabant.nl/loket/provinciale-bladen.aspx?qvi=55151">Provinciaal Blad, 2015, 118</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening provinciale omgevingscommissie provincie Noord-Brabant</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet ruimtelijke ordening</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet milieubeheer</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de waterhuishouding</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Provinciewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-07-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-10-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-06-02</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2025-02-12</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 1, 3, 4, 5, 6, 7, 11, 12, 13, 14</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Statenvoorstel 35/15</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>omgeving</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling treedt met terugwerkende kracht in werking op 2 juni 2015.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening provinciale omgevingscommissie provincie Noord-Brabant</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;</vet></al><al><vet>BESLUITEN GEZAMENLIJK (ieder voor zover het hun bevoegdheid betreft) de
                            navolgende verordening vast te stellen:</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel><vet>Artikel 1 Instelling</vet></titel></kop><al>Er is een provinciale omgevingscommissie provincie Noord-Brabant, hierna te
                        noemen de commissie. Deze commissie fungeert als commissie bedoeld in
                        artikel 9.1 van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.41 van de Wet
                        milieubeheer.</al></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 2 Taak en bevoegdheden</vet></titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie wordt vooraf door Provinciale Staten en Gedeputeerde
                                Staten gehoord over visies, plannen, verordeningen en maatregelen
                                die van wezenlijke betekenis zijn voor het provinciale beleid inzake
                                de fysieke leefomgeving.</al></li><li nr="2."><al>De commissie is bevoegd Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten
                                uit eigen beweging van advies te dienen omtrent wezenlijke
                                vraagstukken betreffende het provinciale beleid inzake de fysieke
                                leefomgeving.</al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>De commissie doet jaarlijks verslag aan Provinciale Staten en
                                Gedeputeerde Staten van haar bevindingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 3 Samenstelling</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De commissie bestaat uit ten hoogste tien leden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Bij de benoeming van de leden wordt zorg gedragen voor een evenwichtige
                            spreiding van de leden over het academische werkveld, het publieke
                            werkveld en het private werkveld op het gebied ruimte &amp;
                            omgeving.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Personen die deel uitmaken van of werkzaam zijn onder het provinciaal
                            bestuur kunnen geen lid van de commissie zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 4 Voorzitter</vet></titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Gedeputeerde Staten benoemen de voorzitter na consultatie van het
                                presidium van Provinciale Staten. Voorafgaand aan de benoeming horen
                                zij ook de commissie.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter wordt benoemd voor de duur van vier jaar. De
                                voorzitter kan eenmalig voor de duur van drie jaar worden
                                herbenoemd.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter wordt bij verhindering vervangen door een van de leden
                                van de agendacommissie als bedoeld in artikel 5.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 5 Agendacommissie</vet></titel></kop><al>[Vervallen.]</al></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 6 Secretaris</vet></titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Gedeputeerde Staten benoemen een secretaris van de commissie en een
                                plaatsvervangende secretaris, al dan niet afkomstig uit de
                                provinciale organisatie.</al></li><li nr="2."><al>Gedeputeerde Staten voorzien in het secretariaat van de
                                commissie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 7 Subcommissies, deskundigen en toelichting</vet></titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie kan voor de voorbereiding van bepaalde onderwerpen
                                subcommissies instellen. De subcommissies worden gevormd uit de
                                leden van de commissie.</al></li><li nr="2."><al>De commissie kan deskundigen aanwijzen die aan de vergadering van de
                                commissie deelnemen. Deze deskundigen hebben geen stemrecht.</al></li><li nr="3."><al>De commissie kan leden van Provinciale Staten en van Gedeputeerde
                                Staten en personen werkzaam onder het provinciaal bestuur uitnodigen
                                ter vergadering toelichting en informatie verstrekken.</al></li><li nr="4."><al>De commissie kan ten behoeve van de advisering deskundigen
                                inschakelen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 8 Vergaderfrequentie</vet></titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie vergadert zo vaak de agendacommissie dat nodig
                                oordeelt.</al></li><li nr="2."><al>Indien tenminste drie leden van de commissie de agendacommissie
                                daarom schriftelijk en met opgaaf van redenen hebben verzocht, wordt
                                binnen een maand na indiening van het verzoek een vergadering
                                gehouden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 9 Openbaarheid vergaderingen</vet></titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergaderingen van de commissie zijn openbaar.</al></li><li nr="2."><al>De commissie besluit dat een vergadering of een gedeelte daarvan
                                niet openbaar is in gevallen waarin de in artikel 10 van de Wet
                                openbaarheid van bestuur genoemde belangen op de in dat artikel
                                bedoelde wijze kunnen worden geschaad.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in het tweede lid, worden de deuren
                                gesloten wanneer tenminste twee leden van de commissie daarom
                                verzoeken of de voorzitter het nodig oordeelt. De commissie besluit
                                vervolgens of zij met gesloten deuren zal beraadslagen.</al></li><li nr="4."><al>Provinciale Staten of Gedeputeerde Staten kunnen bij hun verzoek om
                                advies de commissie vragen om het desbetreffende onderwerp met
                                gesloten deuren te behandelen. Nadat de deuren zijn gesloten,
                                besluit de commissie vervolgens of met gesloten deuren wordt
                                beraadslaagd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 10 Advisering</vet></titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie kan alleen adviseren in die gevallen waarbij een derde
                                of meer van de zitting hebbende leden aanwezig is.</al></li><li nr="2."><al>Indien minder dan een derde van de zitting hebbende leden aanwezig
                                is, kan de commissie besluiten over de aangereikte onderwerpen
                                advies uit te brengen op basis van een schriftelijke
                                raadpleging.</al></li><li nr="3."><al>De agendacommissie kan de commissie verzoeken advies uit te brengen
                                op basis van een schriftelijke dan wel elektronische raadpleging van
                                de leden.</al></li><li nr="4."><al>De adviezen van de commissie worden ondertekend door de voorzitter
                                of namens deze door de secretaris of plaatsvervangende
                                secretaris.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 11 Nadere regels</vet></titel></kop><al>[Vervallen.]</al></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 12 Intrekking</vet></titel></kop><al>[Vervallen.]</al></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 13 Overgangsrecht</vet></titel></kop><al>[Vervallen.]</al></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 14 Inwerkingtreding</vet></titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2008.</al></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 15 Citeertitel</vet></titel></kop><al>Deze regeling wordt aangehaald als: Verordening provinciale
                        omgevingscommissie provincie Noord-Brabant.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>’s-Hertogenbosch, 11 maart 2008</ondertekening><ondertekening>Gedeputeerde Staten voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de voorzitter de secretaris</ondertekening><ondertekening>J.R.H. Maij-Weggen drs. W.G.H.M. Rutten</ondertekening><ondertekening>’s-Hertogenbosch, 23 mei 2008</ondertekening><ondertekening>Provinciale Staten voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de voorzitter de griffier</ondertekening><ondertekening>J.R.H. Maij-Weggen mw.drs. E.M.W.J. Wöltgens</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>