<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR95279_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidieregeling verplaatsing grondgebonden agrarische bedrijven Noord-Brabant</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Noord-Brabant</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-12-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Noord-Brabant</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.brabant.nl/loket/provinciale-bladen.aspx?qvi=43174">Provinciaal Blad, 2013, 21</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieregeling verplaatsing grondgebonden agrarische bedrijven Noord-Brabant</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Subsidieverordening Landelijk Gebied</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedeputeerde staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-02-26</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-03-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-03-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>S0259574</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>agrarische sector, natuur en landschap, subsidies, financieel kader</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling treedt in werking na publicatie in het Publicatieblad van de Europese Unie.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Subsidieregeling verplaatsing grondgebonden agrarische bedrijven Noord-Brabant</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant</vet></al><al>Gelet op het bepaalde in:</al><al>de titels 4.2 en 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht;</al><al>artikel 2 van de Subsidieverordening inrichting landelijk gebied 2007;</al><al>hoofdstuk 3 van het Provinciaal Meerjaren Programma Landelijk Gebied 2007 –
                        2013;</al><al>de Verordening (EG) nr. 1857/2006 van de commissie van 15 december 2006
                        betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op
                        staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen die landbouwproducten
                        produceren, en tot wijziging van de Verordening (EG) nr. 70/2001 (PB L 385
                        van 16 december 2006).</al><al>Besluiten:</al><al>vast te stellen de navolgende nadere regels voor subsidiëring van de
                        verplaatsing van grondgebonden agrarische bedrijven in de provincie
                        Noord-Brabant:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel><vet>Artikel 1 Begripsbepalingen</vet></titel></kop><al>In deze nadere regels wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a)"><al> aankoopplan: een door Gedeputeerde Staten vastgesteld document
                                waarin de strategie is neergelegd voor de verwerving van grond in
                                een begrensd gebied.</al></li><li nr="b)"><al> aanvrager: de eigenaar(s) dan wel de eigenaar(s) en de
                                gebruiksgerechtigde(n) gezamenlijk van een grondgebonden agrarisch
                                bedrijf en de cultuurgrond, die schriftelijk te kennen hebben
                                gegeven in aanmerking te willen komen voor subsidie uit de
                                onderhavige subsidieregeling.</al></li><li nr="c)"><al> agrarisch bedrijf: een bedrijf gericht op het voortbrengen van
                                producten door middel van het telen van gewassen of het houden van
                                dieren; een bedrijfsmatig karakter wordt geacht aanwezig te zijn
                                indien voor de uitoefening van de agrarische activiteiten een
                                vergunning is verleend op grond van artikel 8.1 van de Wet
                                milieubeheer of als de uitoefening van deze activiteiten valt onder
                                de regels voor niet-vergunningplichtige inrichtingen op grond van
                                artikel 8.40 van deze wet;</al></li><li nr="d)"><al> BBL: het bureau beheer landbouwgronden als bedoeld in artikel 28
                                van de Wet agrarisch grondverkeer;</al></li><li nr="e)"><al> bedrijfsgebouw: een gebouw dat in het kader van de normale
                                bedrijfsvoering bij het grondgebonden agrarisch bedrijf in gebruik
                                is;</al></li><li nr="f)"><al> bedrijfskavel: een aaneengesloten stuk grond waarop de
                                bedrijfsgebouwen en de eventuele bedrijfswoning van het
                                grondgebonden agrarisch bedrijf staan;</al></li><li nr="g)"><al> Bedrijfswoning: de woning die ten dienste staat van het
                                grondgebonden agrarisch bedrijf;</al></li><li nr="h)"><al> bestaand inundatiegebied: een in een reconstructieplan als zodanig
                                aangewezen gebied;</al></li><li nr="i)"><al> bouwvergunning: vergunning verleend krachtens artikel 40, eerste
                                lid, van de Woningwet;</al></li><li nr="j)"><al> cultuurgrond: de oppervlakte onbebouwde grond als bedoeld onder m),
                                die in het kader van de normale bedrijfsvoering bij het
                                grondgebonden agrarisch bedrijf in gebruik is;</al></li><li nr="k)"><al> EHS: een in een reconstructieplan als “Ecologische hoofdstructuur
                                (EHS)” en in een gebiedsplan als “Natuur (EHS)” aangewezen
                                gebied;</al></li><li nr="l)"><al> gebiedsplan: een door Provinciale Staten van Noord-Brabant
                                vastgesteld gebiedsplan voor de revitalisering van het landelijk
                                gebied in West-Brabant;</al></li><li nr="m)"><al> grondgebonden agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf waarvan de
                                productie geheel of in overwegend mate afhankelijk is van het
                                voortbrengend vermogen van onbebouwde grond in de directe omgeving
                                van het bedrijf. Grondgebonden bedrijven zijn in ieder geval:
                                akkerbouw-, fruitteelt- en vollegrondstuinbouwbedrijven en
                                boomteeltbedrijven, waarvan de bomen rechtstreeks in de grond zijn
                                geplant; melkveebedrijven zijn doorgaans ook grondgebonden;</al></li><li nr="n)"><al> in te richten waterbergingsgebied: een in een reconstructie- of
                                gebiedsplan als zodanig aangewezen gebied;</al></li><li nr="o)"><al> Landinrichtingsgebied: gebied waarvoor een Landinrichtingsplan is
                                vastgesteld danwel wordt voorbereid waarbij van het voornemen tot
                                voorbereiding met overeenkomstige toepassing van artikel 3:12,
                                eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kennis is
                                gegeven;</al></li><li nr="p)"><al> Landinrichtingsplan: door Gedeputeerde Staten op grond van artikel
                                17 van de Wet inrichting landelijk gebied vastgesteld
                                inrichtingsplan danwel op grond van artikel 33 van de
                                Landinrichtingswet (oud) vastgesteld landinrichtingsprogramma
                                respectievelijk landinrichtingsplan;</al></li><li nr="q)"><al> milieuvergunning: vergunning verleend krachtens artikel 8.1, eerste
                                lid, van de Wet milieubeheer;</al></li><li nr="r)"><al> Natuurdoel: een natuurdoel zoals aangegeven in een
                                natuurgebiedsplan;</al></li><li nr="s)"><al> Natuur- en groengebieden buiten EHS: een in een gebiedsplan als
                                zodanig aangewezen gebied;</al></li><li nr="t)"><al> Natuurgebiedsplan: een door Gedeputeerde Staten krachtens de
                                Subsidieregeling natuurbeheer 2000 of de Subsidieregeling
                                natuurbeheer Noord-Brabant vastgesteld natuurgebiedsplan;</al></li><li nr="u)"><al> Nbw-vergunning: vergunning verleend krachtens artikel 16 of artikel
                                19d van de Natuurbeschermingswet;</al></li><li nr="v)"><al> reconstructieplan: een door Provinciale Staten van Noord-Brabant op
                                grond van artikel 11 van de Reconstructiewet concentratiegebieden
                                vastgesteld reconstructieplan voor de revitalisering van het
                                landelijk gebied in Oost en Midden-Brabant;</al></li><li nr="w)"><al> ruimte voor beek- en kreekherstel: een in een reconstructie- of
                                gebiedsplan als zodanig aangewezen gebied;</al></li><li nr="x)"><al> verordening: de Verordening (EG) nr. 1857/2006 van de commissie van
                                15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88
                                van het Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote
                                ondernemingen die landbouwproducten produceren, en tot wijziging van
                                de Verordening (EG) nr. 70/2001 (PB L 385 van 16 december
                                2006);</al></li><li nr="y)"><al> voorlopig reserveringsgebied 2016 voor de (regionale) waterberging:
                                een in een reconstructie- of gebiedsplan als zodanig aangewezen
                                gebied;</al></li><li nr="z)"><al> zoekgebied extensivering melkveehouderij: een in een reconstructie-
                                of gebiedsplan als zodanig aangewezen gebied;</al></li><li nr="aa)"><al> zoekgebied RV: een in een gebiedsplan als zodanig aangewezen
                                gebied;</al></li><li nr="bb)"><al> zoekgebied rivierverruiming: een in een reconstructieplan als
                                zodanig aangewezen gebied;</al></li><li nr="cc)"><al> plangebied RV: gebied zoals aangewezen in de door Gedeputeerde
                                Staten in het kader van de totstandkoming van de Structuurvisie voor
                                de Robuuste Verbinding de Beerze op 16 september 2008 vastgestelde
                                Notitie reikwijdte en detailniveau plan-MER.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 2 Subsidiabele activiteiten</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde Staten verstrekken op aanvraag van een belanghebbende
                            subsidie voor de verplaatsing van een grondgebonden agrarisch bedrijf
                            waarvan de cultuurgrond voor tenminste 50% is gelegen in: </al><lijst><li nr="a)"><al> EHS; of</al></li><li nr="b)"><al> een natuur- of groengebied buiten de EHS; of</al></li><li nr="c)"><al> een zoek- of plangebied RV; of</al></li><li nr="d)"><al> een landinrichtingsgebied; of</al></li><li nr="e)"><al> een ruimte voor beek- en kreekherstel; of</al></li><li nr="f)"><al> een bestaand inundatiegebied; of</al></li><li nr="g)"><al> een in te richten waterbergingsgebied; of</al></li><li nr="h)"><al> een voorlopig reserveringsgebied 2016 voor de (regionale)
                                    waterberging; of</al></li><li nr="i)"><al> een zoekgebied rivierverruiming; of</al></li><li nr="j)"><al> een ecologische verbindingszone; of</al></li><li nr="k)"><al> een gebied, anders dan een gebied zoals bedoeld in dit lid
                                    onder a) tot en met j), dat is opgenomen in een
                                    aankoopplan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Voor de begrenzing op detailniveau van het in het eerste lid, onder a)
                            genoemde gebied is bepalend het desbetreffende natuurgebiedsplan; de
                            beheersgebieden blijven voor de onderhavige regeling buiten
                            beschouwing;</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Voor de begrenzing op detailniveau van de in het eerste lid, onder b)
                            tot en met j) genoemde gebieden en zones is bepalend de informatie op de
                            CD-ROM “Digitale atlas revitalisering landelijk gebied (RLG) 2005”,
                            uitgegeven door de Provincie Noord-Brabant.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Voor de begrenzing op detailniveau van de in het eerste lid, onder k)
                            genoemde gebieden is bepalend de informatie in het desbetreffende
                            aankoopplan.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 3 Voorwaarden voor subsidie</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De subsidie als bedoeld in artikel 2 wordt slechts verstrekt indien aan
                            de volgende voorwaarden is voldaan: </al><lijst><li nr="a)"><al> Het grondgebonden agrarisch bedrijf dient te worden verplaatst
                                    zodanig dat de bedrijfskavel en de cultuurgrond niet zijn
                                    gelegen in een gebied als bedoeld in artikel 2, eerste lid.</al></li><li nr="b)"><al> Aanvrager dient de te verlaten cultuurgrond en de bedrijfskavel
                                    met de zich daarop bevindende bedrijfswoning, bedrijfsgebouwen
                                    en installaties in eigendom, vrij van enig zekerheids-,
                                    gebruiks- of ander beperkend of bezwarend recht, aan BBL of de
                                    provincie Noord-Brabant over te dragen op grond van een
                                    overeenkomst van koop, verkoop en eigendomsoverdracht tussen BBL
                                    dan wel de provincie Noord-Brabant en de aanvrager. De
                                    overdracht zal plaatsvinden tegen vergoeding van de waarde in
                                    het economisch verkeer bij voortgezet agrarisch gebruik van de
                                    cultuurgrond en de bedrijfskavel met de zich daarop bevindende
                                    gebouwen en installaties, welke waarde wordt vastgesteld op
                                    basis van een door Gedeputeerde Staten goedgekeurde zakelijke
                                    taxatie.</al></li><li nr="c)"><al> In het geval de cultuurgrond is gelegen in een gebied als
                                    bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder e) tot en met h) dient
                                    het waterschap binnen wiens grondgebied het gebied is gelegen
                                    schriftelijk te hebben verklaard de cultuurgrond voor het
                                    gedeelte dat gelegen is in het desbetreffende gebied, in
                                    eigendom te zullen overnemen van BBL respectievelijk de
                                    provincie tegen vergoeding van de koopsom die door BBL
                                    respectievelijk de provincie aan aanvrager is betaald voor de
                                    desbetreffende gedeelte van de cultuurgronden te zullen
                                    bijdragen in de subsidie naar rato van het gedeelte van de
                                    cultuurgrond dat in het desbetreffende gebied is gelegen.</al></li><li nr="d)"><al> In het geval de cultuurgrond is gelegen in een gebied als
                                    bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder i) dient de staat
                                    schriftelijk te hebben verklaard de cultuurgrond voor het
                                    gedeelte dat gelegen is in het desbetreffende gebied, in
                                    eigendom te zullen overnemen van BBL respectievelijk de
                                    provincie tegen vergoeding van de koopsom die door BBL
                                    respectievelijk de provincie aan aanvrager is betaald voor de
                                    desbetreffende gedeelte van de cultuurgrond en te zullen
                                    bijdragen in de subsidie naar rato van het gedeelte van de
                                    cultuurgrond dat in het desbetreffende gebied is gelegen.</al></li><li nr="e)"><al> In het geval de cultuurgrond is gelegen in een gebied als
                                    bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder j) dient het waterschap
                                    en/of de gemeente binnen wiens grondgebied het gebied is
                                    gelegen, schriftelijk te hebben verklaard de cultuurgrond voor
                                    het gedeelte dat gelegen is in het desbetreffende gebied, in
                                    eigendom te zullen overnemen van BBL respectievelijk de
                                    provincie tegen vergoeding van de koopsom die door BBL
                                    respectievelijk de provincie aan aanvrager is betaald voor de
                                    desbetreffende gedeelte van de cultuurgrond en te zullen
                                    bijdragen in de subsidie naar rato van het gedeelte van de
                                    cultuurgrond dat in het desbetreffende gebied is gelegen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Als de verklaring als bedoeld in het eerste lid, onder c), d) of e)
                            ontbreekt wordt de cultuurgrond voor het gedeelte dat gelegen is in het
                            desbetreffende gebied buiten beschouwing gelaten bij de toepassing van
                            deze regeling.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De in het eerste lid, onder b) genoemde voorwaarde geldt niet voor die
                            cultuurgrond met betrekking waartoe aanvrager ten tijde van de afronding
                            van de verplaatsing van het grondgebonden agrarisch bedrijf als bedoeld
                            in het eerste lid, onder a) een overeenkomst ingevolge de
                            Subsidieregeling natuurbeheer 2000 of de Subsidieregeling natuurbeheer
                            Noord-Brabant heeft afgesloten, die leidt tot de verwezenlijking van de
                            voor de desbetreffende cultuurgrond aangegeven natuurdoel(en) en
                            aanvrager zich schriftelijk bereid heeft verklaard mee te werken aan de
                            eventuele door het waterschap binnen wiens grondgebied het gebied is
                            gelegen, noodzakelijk geachte inrichtingsmaatregelen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen in afwijking van het bepaalde in het eerste
                            lid, onder b) bepalen dat de bedrijfskavel met de zich daarop bevindende
                            bedrijfswoning, bedrijfsgebouwen en installaties en maximaal 1 hectare
                            cultuurgrond niet in eigendom hoeven te worden overdragen aan BBL of de
                            provincie Noord-Brabant mits: </al><lijst><li nr="a)"><al> de bedrijfskavel en de desbetreffende cultuurgrond niet is
                                    gelegen in een gebied als bedoeld in artikel 2, eerste lid,
                                    onder a), b), c), e), f) of g), danwel, in het geval de
                                    bedrijfskavel en de desbetreffende cultuurgrond is gelegen in
                                    een gebied als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder h) of i),
                                    handhaving van de eventuele bedrijfswoning passend is in de
                                    doelstellingen zoals verwoord in het reconstructie- of
                                    gebiedsplan dat op het desbetreffende gebied van toepassing is;
                                    en</al></li><li nr="b)"><al> de bedrijfskavel en de desbetreffende cultuurgrond een naar het
                                    oordeel van Gedeputeerde Staten passende niet-agrarische
                                    bestemming krijgt en in afwachting hiervan, geen bouwwerken
                                    zullen worden opgericht op de bedrijfskavel en de cultuurgrond
                                    en ter verzekering hiervan, de aanvrager met de provincie
                                    Noord-Brabant een overeenkomst heeft gesloten volgens het in
                                    bijlage 3 opgenomen model;</al></li><li nr="c)"><al> na de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening voor de
                                    bedrijfskavel en de desbetreffende cultuurgrond geen aanvragen
                                    om een bouwvergunning zijn ingediend en ten tijde van de
                                    indiening van de aanvraag tot subsidieverlening aanhangige
                                    bouwaanvragen, danwel nog niet gebruikte bouwvergunningen zijn
                                    ingetrokken;</al></li><li nr="d)"><al> de zich op de bedrijfskavel bevindende bedrijfsgebouwen en
                                    installaties waaronder begrepen de fundamenten en ondergrondse
                                    voorzieningen worden gesloopt en van de betrokken kavel worden
                                    verwijderd op een wijze die verantwoord is uit een oogpunt van
                                    milieuzorg;</al></li><li nr="e)"><al> bodemverontreiniging op de bedrijfskavel en de desbetreffende
                                    cultuurgrond, indien aanwezig, wordt teruggebracht tot een
                                    niveau dat in verband met het te verwachten grondgebruik
                                    aanvaardbaar kan worden geacht; en</al></li><li nr="f)"><al> de milieuvergunning en de Nbw-vergunning, indien verleend, voor
                                    de uitoefening van het grondgebonden agrarisch bedrijf op de
                                    bedrijfskavel en de desbetreffende cultuurgrond worden
                                    ingetrokken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> In het geval de cultuurgrond is gelegen in een landinrichtingsgebied
                            kunnen Gedeputeerde Staten, in afwijking van het gestelde in het eerste
                            lid, onder b) bepalen dat de cultuurgrond en de bedrijfskavel met de
                            zich daarop bevindende bedrijfswoning, bedrijfsgebouwen en installaties
                            niet in eigendom hoeven te worden overgedragen aan BBL of de provincie
                            indien met de inbreng en toedeling van de cultuurgrond en de
                            bedrijfskavel overeenkomstig het hieromtrent bepaalde in de Wet
                            Inrichting Landelijk Gebied danwel de Reconstructiewet
                            concentratiegebieden de voor de desbetreffende cultuurgrond aangegeven
                            natuurdoel(en) danwel de doelstellingen, die in een reconstructie- of
                            gebiedsplan zijn geformuleerd, worden gerealiseerd.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> In afwijking van het bepaalde in het vierde lid, onder d) kunnen
                            Gedeputeerde Staten toestaan dat bedrijfsgebouwen tot een oppervlakte
                            van ten hoogste 200 m2 worden behouden, mits er een bedrijfswoning
                            aanwezig is op of bij de betrokken bedrijfskavel en de afstand van de te
                            handhaven bedrijfsgebouwen tot deze woning niet meer dan 25 meter
                            bedraagt. Voorts kunnen Gedeputeerde Staten in afwijking van het
                            bepaalde in het vierde lid, onder d), het behoud van (voormalige)
                            bedrijfsgebouwen toestaan die onlosmakelijk zijn verbonden met de
                            bedrijfswoning en daarmee architectonisch een geheel vormen.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> De in het vierde lid, onder d) genoemde voorwaarde geldt niet voor de
                            bedrijfswoning, bedrijfsgebouwen en installaties waarvan het
                            gemeentebestuur heeft verklaard dat sloop daarvan niet zal worden
                            toegestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 4 Uitsluiting of vermindering van subsidie</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Geen subsidie wordt verstrekt indien: </al><lijst><li nr="a)"><al> de cultuurgrond en de bedrijfskavel met de zich daarop
                                    bevindende bedrijfswoning, bedrijfsgebouwen en installaties op
                                    de datum waarop de aanvraag tot subsidieverlening is ingediend
                                    in eigendom is overgedragen aan een BBL danwel de
                                    provincie.</al></li><li nr="b)"><al> de cultuurgrond, voorzover deze is gelegen in een gebied als
                                    bedoeld in artikel 2, eerste lid, na de datum waarop deze
                                    regeling wordt bekendgemaakt, is verkleind, anders dan door
                                    eigendomsoverdracht aan BBL, een waterschap, de staat of de
                                    provincie, dan wel door beëindiging van pacht voorzover de
                                    betrokken grond eigendom is van Staatsbosbeheer of een
                                    particuliere natuurbeschermingsorganisatie, tenzij de
                                    doelstellingen die in een reconstructie- of gebiedsplan zijn
                                    geformuleerd voor het gedeelte waarmee de oppervlakte is
                                    verkleind ten tijde van de subsidieverlening duurzaam zijn
                                    gerealiseerd.</al></li><li nr="c)"><al> de oppervlakte van de cultuurgrond gelegen in één of meerdere
                                    gebieden als bedoeld in artikel 2, eerste lid minder is dan 10
                                    hectare;</al></li><li nr="d)"><al> op de bedrijfskavel of (delen van) de cultuurgrond woningbouw
                                    is toegestaan volgens een geldend bestemmingsplan als bedoeld in
                                    artikel 10 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, of volgens een
                                    geldend besluit als bedoeld in artikel 19 van deze wet;</al></li><li nr="e)"><al> Het grondgebonden agrarisch bedrijf is ingebracht bij een
                                    verzoek om provinciale planologische medewerking aan: </al><lijst><li nr="i."><al> de uitvoering van een verbeterproject in het
                                            buitengebied, of</al></li><li nr="ii. "><al> de realisatie van één of meer ruimte voor
                                            ruimtewoningen,</al></li><li nr="iii."><al> de ontwikkeling van een nieuw landgoed of een nieuwe
                                            buitenplaats,</al></li><li nr=""><al>een en ander als bedoeld in paragraaf 3.6.2 van het
                                            Streekplan Noord-Brabant 2002 “Brabant in balans”, en
                                            mede op grond daarvan positief op dit verzoek is beslist
                                            door Gedeputeerde Staten;</al></li></lijst></li><li nr="f)"><al> de cultuurgrond is gelegen in een gebied als bedoeld in artikel
                                    2, eerste lid, onder c, en de cultuurgrond en de bedrijfskavel
                                    met de zich daarop bevindende bedrijfswoning, bedrijfsgebouwen
                                    en installaties niet vóór de peildatum voor het opmaken van het
                                    plan van toedeling in het kader van een wettelijke
                                    herverkaveling als bedoeld in hoofdstuk 8, titel 3 van de Wet
                                    inrichting landelijk gebied danwel hoofdstuk 7 van de
                                    Landinrichtingswet (oud), in eigendom zijn overgedragen aan BBL
                                    danwel de provincie, zulks onverminderd het bepaalde in artikel
                                    3, vijfde lid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Als in het kader van de verplaatsing van het grondgebonden agrarisch
                            bedrijf of de sloop van de zich op de bedrijfskavel bevindende
                            bedrijfswoning, bedrijfsgebouwen, en/of installaties een vergoeding
                            wordt verstrekt door een of meer andere overheidslichamen, wordt op
                            grond van deze regeling slechts een zodanig bedrag aan subsidie verleend
                            dat de som van de door het andere overheidslichaam of overheidslichamen
                            verstrekte of te verstrekken vergoeding(en) en de op grond van deze
                            regeling te verstrekken subsidie niet meer bedraagt dan het uit de
                            toepassing van artikel 5 voortvloeiende bedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 5 Hoogte van de subsidie</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt: </al><lijst><li nr="a."><al> 100% van de notariskosten en makelaarskosten verbonden aan het
                                    verkrijgen van de vervangende bedrijfskavel en 100% van de
                                    accountantskosten verbonden aan de goedkeurende verklaring
                                    betreffende de investeringskosten als bedoeld in het eerste lid,
                                    onder b. onder i, onder 2. van dit artikel;</al></li><li nr="b."><al> 40%, tot een maximum van € 400.000, van het positieve verschil
                                    tussen: </al><lijst><li nr="i."><al> het totaal van de volgende bedragen: </al><lijst><li nr="1."><al> de koopsom die verschuldigd is voor de
                                                  vervangende bedrijfskavel en de zich daarop
                                                  bevindende bedrijfswoning, bedrijfsgebouwen en
                                                  installaties;</al></li><li nr="2."><al> de werkelijk gemaakte kosten van investeringen
                                                  van oprichting, modernisering, vervanging en/of
                                                  uitbreiding van de vervangende bedrijfsgebouwen op
                                                  de vervangende bedrijfskavel dan wel in de zich
                                                  daarop bevindende bedrijfsgebouwen en installaties
                                                  op basis van een bij de aanvraag tot
                                                  subsidieverlening ingediend en door Gedeputeerde
                                                  Staten goedgekeurd investeringsplan, mits voorzien
                                                  van een goedkeurende verklaring van een accountant
                                                  als bedoeld in artikel 2:393 van het Burgerlijk
                                                  Wetboek;</al></li></lijst></li><li nr="ii."><al> en de waarde in het economisch verkeer bij voortgezet
                                            agrarisch gebruik van de te verlaten bedrijfskavel met
                                            de zich daarop bevindende bedrijfswoning,
                                            bedijfsgebouwen en installaties</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De waarde in het economisch verkeer bij voortgezet agrarisch gebruik
                            van de te verlaten bedrijfskavel met de zich daarop bevindende gebouwen
                            en installaties wordt vastgesteld op basis van een door Gedeputeerde
                            Staten goedgekeurde zakelijke taxatie.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De subsidie bedoeld in artikel 2, eerste lid bedraagt nooit meer dan
                            25% van het bedrag van de koopsom die BBL of de provincie op grond van
                            de overeenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid onder b) is
                            verschuldigd aan de aanvrager, eventueel vermeerderd met de waarde in
                            het economisch verkeer bij voortgezet agrarisch gebruik van de
                            cultuurgrond en bedrijfskavel met de zich daarop bevindende
                            bedrijfswoning, bedrijfsgebouwen en installaties die bij toepassing van
                            het bepaalde in artikel 3, tweede, derde of vierde lid, niet aan BBL
                            respectievelijk de provincie in eigendom zijn overgedragen. Het bepaalde
                            in het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de vaststelling
                            van de waarde in het economisch verkeer bij voortgezet agrarisch gebruik
                            van de desbetreffende cultuurgrond en bedrijfskavel met de zich daarop
                            bevindende bedrijfswoning, bedrijfsgebouwen en installaties.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 6 Openstelling, subsidieplafonds</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde Staten nemen vóór ieder begrotingsjaar een besluit over de
                            openstelling van de regeling voor dat begrotingsjaar. Gedeputeerde
                            Staten stellen daarbij voor het desbetreffende begrotingsjaar het
                            subsidieplafond vast voor de verstrekking van subsidies als bedoeld in
                            artikel 2, eerste lid. Bij een besluit tot openstelling kunnen zij
                            tevens voor het desbetreffende begrotingsjaar één of meer van de in
                            artikel 1, eerste lid, onder a) tot en met j) genoemde gebieden en zones
                            uitsluiten van toepassing van de regeling. Daarnaast kunnen zij voor het
                            desbetreffende begrotingsjaar afwijkende subsidiebedragen
                            vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Bij de vaststelling van een subsidieplafond kunnen Gedeputeerde Staten
                            aangeven dat zij bij de verstrekking van subsidies als bedoeld in
                            artikel 2, eerste lid onderscheid maken in de navolgende twee
                            categorieën waarbij zij aangeven hoe het subsidieplafond over deze
                            categorieën wordt verdeeld: </al><lijst><li nr="a."><al> Verplaatsing van grondgebonden agrarische bedrijven waarvan de
                                    cultuurgrond overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, eerste
                                    lid voor ten minste 50% is gelegen in een gebied als bedoeld in
                                    artikel 2, eerste lid dat is opgenomen in een aankoopplan;</al></li><li nr="b."><al> Verplaatsing van grondgebonden agrarische bedrijven waarvan de
                                    cultuurgrond overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, eerste
                                    lid voor ten minste 50% is gelegen in een gebied als bedoeld in
                                    artikel 2, eerste lid dat niet is opgenomen in een
                                    aankoopplan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De besluiten tot openstelling, de subsidieplafonds en, indien van
                            toepassing, het onderscheid in categorieën, de uitsluiting van gebieden
                            en zones en afwijkende subsidiebedragen, maken Gedeputeerde Staten
                            openbaar bekend via het internet, in een of meer dag- of vakbladen, of
                            huis-aan-huisbladen en in het Provinciaal Blad van Noord-Brabant.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 7 Prioritering</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, worden
                            behandeld op volgorde van binnenkomst. Indien door toewijzing van een
                            aanvraag om subsidie het voor het betreffende begrotingsjaar
                            vastgestelde subsidieplafond zou worden overschreden, dan wordt deze
                            aanvraag afgewezen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien de aanvrager dit desgevraagd als zijn wens te kennen geeft, dan
                            wordt een op grond van het voorgaande artikellid afgewezen aanvraag
                            geacht te zijn binnengekomen op 1 januari van het volgende
                            begrotingsjaar.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien Gedeputeerde Staten toepassing hebben gegeven aan het bepaalde
                            in artikel 6, tweede lid en door toewijzing van een aanvraag om subsidie
                            het voor die categorie geldende bedrag binnen het subsidieplafond wordt
                            overschreden en er in het laatste kwartaal van desbetreffend
                            begrotingsjaar nog budget is binnen het bedrag binnen het
                            subsidieplafond dat voor de andere categorie geldt, wordt de aanvraag
                            toegewezen voor zover die budgetruimte dat toelaat. Zou door toewijzing
                            van de aanvraag het bedrag binnen het subsidieplafond dat voor de andere
                            categorie geldt, worden overschreden, dan wordt deze aanvraag alsnog
                            afgewezen. Het bepaalde in het tweede lid is alsdan van overeenkomstige
                            toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Indien de toewijzing van alle op 1 januari van een begrotingsjaar
                            binnengekomen aanvragen zou leiden tot de overschrijding van het voor
                            dat jaar vastgestelde subsidieplafond, dan wordt door middel van loting
                            bepaald welke aanvragen worden afgewezen wegens overschrijding van de
                            plafond.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Op aanvragen die op grond van het vorige artikellid zijn afgewezen is
                            het bepaalde in het tweede lid van dit artikel van overeenkomstige
                            toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 8 Subsidieverlening</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De aanvraag tot subsidieverlening wordt op een daartoe vastgesteld
                            formulier, vergezeld van de daarin aangegeven documenten, ingediend bij
                            Gedeputeerde Staten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien de aanvraag onvolledig is, stellen Gedeputeerde Staten de
                            aanvrager in de gelegenheid om binnen twee weken na kennisgeving hiervan
                            de aanvraag aan te vullen met de ontbrekende gegevens.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Gedeputeerde Staten nemen binnen 12 weken na ontvangst van de
                            ontvankelijke aanvraag of, indien deze onvolledig was, binnen 12 weken
                            na ontvangst van de ontbrekende gegevens, een beslissing over de
                            subsidieverlening.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Ingeval artikel 7, lid 3 van toepassing is of kan worden houden
                            Gedeputeerde Staten de besluitvorming over de aanvraag aan tot het
                            laatste kwartaal van het begrotingsjaar en informeren de aanvrager
                            hierover schriftelijk.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> De termijn voor het nemen van de beslissing kan door Gedeputeerde
                            Staten worden verlengd met ten hoogste 12 weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 9 Verplichtingen van de subsidie-ontvanger</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De subsidie-ontvanger zorgt ervoor dat uiterlijk binnen 24 maanden na
                            de verlening van de subsidie wordt voldaan aan de in artikel 3, eerste
                            lid, en, indien hieraan toepassing is gegeven, de in artikel 3, vierde
                            lid genoemde voorwaarden, voor zover niet al eerder aan een voorwaarde
                            dient te zijn voldaan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen de termijn als bedoeld in het eerste lid
                            éénmalig verlengen indien aanvrager de verplaatsing niet binnen die
                            termijn kan afronden als gevolg van het niet tijdig kunnen beschikken
                            over de voor verplaatsing benodigde vergunningen, vrijstellingen,
                            ontheffingen en andere publiekrechtelijke instemmingen en zulks niet is
                            te wijten aan aanvrager.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De subsidie-ontvanger is verplicht mee te werken aan fysieke en
                            administratieve controle door de door Gedeputeerde Staten aangewezen
                            toezichthouders.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 10 Subsidievaststelling</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De aanvraag tot subsidievaststelling wordt op een daartoe vastgesteld
                            formulier, vergezeld van de daarin aangegeven documenten, ingediend bij
                            Gedeputeerde Staten, binnen drie maanden nadat is voldaan aan de in
                            artikel 3 genoemde voorwaarden doch uiterlijk binnen drie maanden na
                            afloop van de termijn als bedoeld in artikel 9, eerste lid
                            respectievelijk de verlengde termijn als bedoeld in artikel 9, tweede
                            lid.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien de aanvraag onvolledig is, stellen Gedeputeerde Staten de
                            aanvrager in de gelegenheid om binnen twee weken na kennisgeving hiervan
                            de aanvraag aan te vullen met de ontbrekende gegevens.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Gedeputeerde Staten nemen binnen 8 weken na ontvangst van een
                            ontvankelijke aanvraag of, indien deze onvolledig was, binnen 8 weken na
                            de datum van ontvangst van de ontbrekende gegevens, een beslissing over
                            de subsidievaststelling.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen het subsidiebedrag dat voortvloeit uit de
                            toepassing van artikel 5, op nihil vaststellen, indien na het
                            verstrijken van de in artikel 9, eerste lid, of, indien van toepassing,
                            de in artikel 9, tweede lid bedoelde termijn niet is voldaan aan een of
                            meer van de in artikel 3, eerste lid, danwel, indien hieraan toepassing
                            is gegeven, de in artikel 3, vierde lid genoemde voorwaarden.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 11 Bevoorschotting, intrekking en
                            terugvordering</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen de subsidie-ontvanger op diens verzoek een
                            voorschot betalen van maximaal 50% van het bij de subsidieverlening als
                            bedoeld in artikel 8 bepaalde subsidiebedrag. Het voorschot wordt niet
                            eerder betaald dan op moment van de inwerkingtreding van de overeenkomst
                            betreffende de verwerving van een vervangende bedrijfskavel en de zich
                            daarop bevindende bedrijfswoning, bedrijfsgebouwen en installaties.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Een beschikking tot subsidieverlening of -vaststelling wordt
                            ingetrokken indien binnen vijf jaren nadat deze is genomen, voor de
                            bedrijfskavel en/of de cultuurgrond die overeenkomstig het bepaalde in
                            artikel 3, derde, vierde of vijfde lid in eigendom van aanvrager is
                            gebleven, een bestemmingsplan of een besluit als bedoeld in artikel 19
                            van de Wet op de Ruimtelijke Ordening tot stand komt op basis waarvan
                            woningbouw is toegelaten, tenzij de subsidie-ontvanger deze
                            bedrijfskavel en/of deze cultuurgrond heeft vervreemd en ten genoege van
                            Gedeputeerde Staten aannemelijk kan maken: </al><lijst><li nr="a)"><al> dat hij noch zijn wederpartij op het tijdstip waarop de
                                    vervreemding plaatsvond op de hoogte waren of konden zijn van
                                    het feit dat een zodanig bestemmingsplan of besluit werd of zou
                                    worden voorbereid, alsmede:</al></li><li nr="b)"><al> dat de voorwaarden waaronder de vervreemding heeft
                                    plaatsgevonden zodanig zijn dat daaruit blijkt dat daarbij geen
                                    rol heeft gespeeld de verwachting dat het gemeentebestuur nadien
                                    zou kunnen besluiten een zodanig bestemmingsplan of besluit te
                                    gaan voorbereiden of vaststellen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien de beschikking tot subsidieverlening of -vaststelling is
                            ingetrokken of ten nadele van de subsidie-ontvanger is gewijzigd,
                            betaalt de subsidie-ontvanger de subsidiebedragen en voorschotten terug
                            op eerste vordering van Gedeputeerde Staten, vermeerderd met de
                            wettelijke rente over de periode van de datum van uitbetaling van de
                            subsidie tot het tijdstip van voldoening.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 12 Hardheidsclausule</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde Staten zijn bevoegd om af te wijken van deze nadere regels
                            in gevallen waarin de onverkorte toepassing daarvan voor een of meer
                            belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden
                            onevenredig zijn in verhouding tot de met de nadere regels te dienen
                            doelen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In de in het eerste lid bedoelde gevallen, alsmede in gevallen die niet
                            zijn voorzien in deze nadere regels, beslissen Gedeputeerde Staten naar
                            redelijkheid en billijkheid.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 13 Bekendmaking en inwerkingtreding</vet></titel></kop><al>Deze nadere regels worden bekendgemaakt door publicatie op het internet, in
                        een of meer dag- of vakbladen, of huis-aan-huisbladen, en in het Provinciaal
                        Blad van Noord-Brabant. Zij treden in werking op de dag na de datum van de
                        publicatie van de informatie betreffende deze nadere regels als bedoeld in
                        artikel 20 van de Verordening in het Publicatieblad van de Europese
                        Unie.</al></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 14 Citeertitel</vet></titel></kop><al>Deze nadere regels worden aangehaald als: “Subsidieregeling verplaatsing
                        grondgebonden agrarische bedrijven Noord-Brabant”.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>’s-Hertogenbosch, 24 juli 2007 Gedeputeerde Staten voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de voorzitter J.R.H. Maij-Weggen</ondertekening><ondertekening>de secretaris drs. W.G.H.M. Rutten</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlagen:</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1. <extref doc="http://www.brabant.nl/layouts/SISHtmlDocument.aspx?docid=25406&amp;doctype=pdf" struct="INTERNET">aanvraagformulier subsidieverlening met
                                toelichting</extref></al></li><li nr=""><al>2. <extref doc="http://www.brabant.nl/layouts/SISHtmlDocument.aspx?docid=25406&amp;doctype=pdf" struct="INTERNET">supplement verplaatsing grondgebonden agrarische
                                bedrijven bij aanvraagformulier subsidieverlening</extref></al></li><li nr=""><al>3. <extref doc="http://www.brabant.nl/layouts/SISHtmlDocument.aspx?docid=25406&amp;doctype=pdf" struct="INTERNET">model subsidieovereenkomst verplaatsing
                                grondgebonden agrarisch bedrijf</extref></al></li></lijst><al/></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting algemeen</titel></kop><al>De regeling verplaatsing grondgebonden agrarische bedrijven (VGAB) heeft tot
                    doel te bevorderen dat overheden gronden kunnen aankopen ten behoeve van de
                    realisatie van de beleidsdoelen voor natuur, water, landbouw en landinrichting.
                    Met deze regeling wordt het voor bedrijven beter mogelijk een vervangend bedrijf
                    te verwerven en daar de bedrijfsvoering voort te zetten.</al><al><vet>Provinciaal ruimtelijk beleid voor natuur en water, programma landelijk
                    gebied</vet></al><al>De VGAB is een van de uitvoeringsinstrumenten van het provinciale ruimtelijke
                    beleid voor natuur en water. Voor dit beleid zijn de zeven reconstructieplannen
                    voor Oost- en Midden-Brabant en de twee gebiedsplannen voor West-Brabant
                    leidend. Deze plannen zijn op 22 april 2005 vastgesteld door Provinciale Staten
                    van Noord-Brabant. Wat de natuur betreft staat de versnelde totstandkoming van
                    de EHS centraal; deze moet volgens de plannen in 2011 zijn afgerond in plaats
                    van in 2018, zoals het Rijk wil. Voor de waterhuishouding voorzien de plannen
                    onder meer in de inrichting van waterbergingsgebieden en in het herstel van
                    beken en kreken in hun natuurlijke toestand. De VGAB maakt tevens deel uit van
                    het provinciale programma voor de revitalisering van het landelijk gebied
                    (Programma Landelijk Gebied, PLG), gericht op de uitvoering van de
                    reconstructie- en gebiedsplannen. In de eerstkomende jaren geldt hiervoor het
                    Provinciaal Meerjarenprogramma Landelijk Gebied 2007 – 2013, zoals vastgesteld
                    door Provinciale Staten op 15 december 2006.</al><al><vet>Gebiedscategorieën</vet></al><al>De gebieden waarop de VGAB van toepassing is bestaan blijkens artikel 2, eerste
                    lid, hoofdzakelijk uit categorieën met een natuurdoelstelling (EHS, enkele
                    natuur- en groengebieden daarbuiten in West-Brabant, zoekgebied robuuste
                    ecologische verbindingszones) en een doelstelling voor waterberging (bestaand
                    inundatiegebied, in te richten waterbergingsgebied, voorlopig reserveringsgebied
                    (regionale) waterberging, zoekgebied rivierverruiming). Daarnaast is de regeling
                    van toepassing op gebieden met een gemengde doelstelling voor water en natuur
                    (beek- en kreekherstel). De aankoopplannen zijn niet openbaar. De provincie
                    stelt op verzoek van (potentiële) aanvragers een kaart met daarop de ligging van
                    de relevante gebieden in aankoopplannen beschikbaar.</al><al><vet>Grondgebonden agrarische bedrijven</vet></al><al>Aangezien de hoofddoelstelling van de VGAB is om de grondverwerving ten behoeve
                    van natuur, water, landbouw en landinrichting te bevorderen, komen alleen
                    grondgebonden agrarische bedrijven met meer dan 50% van hun areaal en voor
                    tenminste 10 hectare in een relevante gebiedscategorie in aanmerking voor
                    subsidie. De definitie van een grondgebonden agrarische bedrijf is te vinden in
                    artikel 1, onder m), van de regeling. Zij is gelijkluidend aan de desbetreffende
                    definitie uit de reconstructie- en gebiedsplannen.</al><al><vet>Subsidiebedragen</vet></al><al>De (grondslagen voor de) subsidiebedragen genoemd in artikel 5 zijn gebaseerd op
                    de vrijstellingsverordening 1857-2006:</al><lijst><li nr="•"><al> 40%, tot een maximum van € 400.000, van het totaal van de volgende
                            kosten: </al><lijst><li nr=""><al>ohet eventuele positieve verschil tussen enerzijds de aankoopsom
                                    van een vervangende bedrijfslocatie en -gebouwen en anderzijds
                                    de representatieve marktwaarde van de te verlaten
                                    bedrijfslocatie en –gebouwen.</al></li><li nr=""><al>ode eventuele investeringen in oprichting, modernisering,
                                    vervanging en/of uitbreiding van de vervangende
                                    bedrijfsgebouwen. </al></li></lijst></li><li nr="•"><al> Notaris- en makelaarskosten verbonden aan het verkrijgen van een
                            vervangend bedrijf. De totale subsidie bedraagt nooit meer dan 25% van
                            de totale aankoopsom van het te verlaten bedrijf (grond plus
                            bedrijfslocatie, inclusief de eventuele percelen die onder particulier
                            natuurbeheer worden gebracht).</al></li></lijst><al><vet>Subsidieplafonds, prioritering</vet></al><al>Gedeputeerde Staten stellen volgens artikel 6 per begrotingsjaar een
                    subsidieplafond vast. Om prioriteit te kunnen geven aan gebieden waarvoor een
                    aankoopplan in uitvoering is, maken GS daarbij onderscheid tussen die gebieden
                    en de rest van de provincie. Subsidieaanvragen worden toegekend volgens het
                    principe ‘die het eerst komt, het eerst maalt’, totdat het (deel)plafond voor
                    het betreffende jaar is bereikt. Mocht een deelplafond worden overschreden en is
                    er in het laatste kwartaal van een kalenderjaar nog budget binnen het andere
                    deelplafond, dan wordt de aanvraag toch toegekend. Aanvragen die op deze wijze
                    worden afgewezen komen als eerste aan de beurt in het volgende jaar. Mocht het
                    subsidieplafond voor dit volgende jaar direct worden overschreden door
                    toekenning van de aanvragen die zijn doorgeschoven, dan wordt door middel van
                    loting bepaald welke aanvragen afvallen. Deze aanvragen schuiven door naar het
                    daarop volgende jaar. Op deze wijze kunnen het gehele jaar door subsidies worden
                    aangevraagd en toegekend, voorzover de subsidieplafonds dat toelaten. Voor deze
                    werkwijze is gekozen omdat de VGAB moet kunnen dienen als een instrument ter
                    ondersteuning van de reguliere aankoopprocessen van DLG/BBL en de provincie, die
                    gedurende het gehele jaar plaatsvinden.</al><al><vet>Europese aspecten</vet></al><al>Deze regeling valt binnen de kaders zoals de Europese Commissie die heeft
                    gesteld in verordening 1857/2006 inzake staatssteun voor kleine en middelgrote
                    ondernemingen die landbouwproducten produceren.</al><al><vet>Andere provinciale subsidieregelingen voor verplaatsing of beëindiging van
                    agrarische bedrijven en sloop van gebouwen in het buitengebied</vet></al><al>Naast de VGAB kent de provincie nog vier andere regelingen die voorzien in de
                    verplaatsing of beëindiging van agrarische bedrijven en/of de sloop van gebouwen
                    in het buitengebied, namelijk de:</al><lijst><li nr="="><al> VIV: Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij, bestaande uit de
                            Beleidsregeling VIV en de Subsidieregeling VIV ;</al></li><li nr="="><al> BIV: Beëindigingsregeling Intensieve Veehouderij;</al></li><li nr="="><al> SanGlas: Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare
                            gebieden</al></li><li nr="="><al> Model gemeentelijke subsidieverordening sloop ongewenste bebouwing
                            (SOBB)</al></li></lijst><al>De beleidsregeling VIV voorziet in de aankoop door de Provincie Noord-Brabant
                    van intensieve veehouderijen in extensiveringsgebieden die zich willen
                    verplaatsen naar een duurzame locatie elders in Nederland. Bij de verkoop
                    verplicht de veehouder zich tot sloop van de bedrijfsgebouwen op de te verlaten
                    locatie. De subsidieregeling VIV voorziet in de vergoeding van kosten die
                    samenhangen met de verwerving en inrichting van de nieuwe locatie (advies-,
                    sloop- en verhuiskosten). De VIV-regelingen worden gefinancierd uit de algemene
                    middelen van de provincie.</al><al>De BIV voorziet in subsidie van een gedeelte van het waardeverlies en van de
                    sloopkosten van intensieve veehouderijen die in extensiveringsgebieden in of
                    rondom voor verzuring gevoelige natuurgebieden zijn gelegen, maar niet elders
                    zullen worden voortgezet.</al><al>De regeling SanGlas is in 2006 voor de eerste maal opengesteld. Zij voorziet in
                    subsidie voor de beëindiging en sloop van (voormalige) glastuinbouwbedrijven,
                    gelegen in de Groene hoofdstuctuur landbouw en in de Agrarische hoofdstructuur
                    landschap, zoals aangeduid in het Streekplan Noord-Brabant 2002.</al><al>De modelregeling SOBB kan door gemeenten worden opengesteld. Gemeenten waarin op
                    31 december van een jaar minstens 30 ruimte voor ruimtekavels in ontwikkeling
                    waren kunnen in het daarop volgende jaar in aanmerking komen voor een financiële
                    bijdrage voor de subsidies die zij op grond van de verordening uitbetalen. De
                    verordening voorziet in subsidies voor de sloop van gebouwen in door de gemeente
                    aan te wijzen gebieden die vanuit het oogpunt van natuur en landschap als
                    waardevol kunnen worden aangemerkt. De gemeenten kunnen eveneens de categorieën
                    van gebouwen aanwijzen waarvoor de regeling zal gelden.</al><tussenkop><vet>Artikel 1</vet></tussenkop><al>Dit artikel geeft de definities van de in deze regeling gehanteerde specifieke
                    begrippen.</al><tussenkop><vet>Artikel 2</vet></tussenkop><al>Dit artikel geeft aan in welke gebieden een bedrijf gronden (minimaal de helft
                    van de bedrijfsoppervlakte) moet hebben liggen om in aanmerking te kunnen komen
                    voor subsidie. Het gaat om alle gebieden waar, op basis van de reconstructie- of
                    gebiedsplannen, dusdanige functieverandering is voorzien, dat verwerving van
                    gronden voor die functieverandering noodzakelijk is. Bij het openstellen van de
                    regeling bepalen GS nader of al deze gebieden relevant zijn of een selectie
                    daarbinnen. Bij de openstelling geven GS ook aan in welke
                    landinrichtingsprojecten de regeling kan worden ingezet.</al><tussenkop><vet>Artikel 3</vet></tussenkop><al>Dit artikel formuleert de subsidievoorwaarden. Centraal hierbij is dat het
                    gehele te verlaten bedrijf (cultuurgrond, bedrijfskavel en de gebouwen daarop)
                    wordt verkocht aan BBL of de provincie. Uitzonderingen hierop zijn mogelijk in
                    het kader van particulier natuurbeheer en in landinrichtingsgebieden. Ook is het
                    onder voorwaarden mogelijk de bedrijfswoning te behouden. Dit als dat past
                    binnen de beleidsdoelen voor het gebied waar de woning ligt, de overige gebouwen
                    worden gesloopt en het perceel met de woning een passende, niet-agrische,
                    bestemming krijgt. GS beoordelen de mogelijkheid hiertoe van geval tot geval.
                    Dit artikel regelt ook dat gronden die nodig zijn voor de realisatie van
                    waterdoelen of ecologische verbindignszones alleen meetellen voor de regeling
                    als het desbetreffende waterschap, de desbetreffende gemeente of Rijkswaterstaat
                    bereid is die gronden aan te kopen en het proportionele deel van de subsidie op
                    basis van deze regeling te financieren.</al><tussenkop><vet>Artikel 4</vet></tussenkop><al>Dit artikel geeft de uitsluitings- of verminderingsgronden van de regeling. De
                    subsidieaanvraag moet zijn ingediend voordat het de cultuurgronden,
                    bedrijfskavel en gebouwen aan BBL of de provincie worden geleverd
                    (aktepassering). Verder komt een bedrijf niet in aanmerking voor subsidie als,
                    na publicatie van deze regeling, een deel van het bedrijf is verkocht of
                    anderszins afgestoten, tenzij die verkoop ertoe heeft geleid dat de voor die
                    percelen relevante beleidsdoelen zijn gerealiseerd. Tenslotte regelt dit artikel
                    dat er geen stapeling mogelijk is met andere financiële regelingen of
                    planologische faciliteiten.</al><tussenkop><vet>Artikel 5</vet></tussenkop><al>Dit artikel bepaalt de hoogte van de subsidie. De eerste component betreft
                    betreft een deel van de verplaatsingskosten, namelijk de werkelijk gemaakte
                    notaris- en makelaarskosten. Kosten van onderzoek, advies en dergelijke komen
                    niet voor subsidiéring in aanmerking. Tweede component een subsidie van 40% op
                    de vergroting, modernisering en dergelijke die gepaard gaat met de verplaatsing.
                    Referentiepunt is de waarde bij voorgezet agrarisch gebruik van de te verlaten
                    bedrijfskavel en bedrijfsgebouwen. Is de som van a) de aankoopsom van de
                    vervangende bedrijfskavel en bedrijfsgebouwen en b) de investeringen in
                    modernisering, vergroting of oprichting van bedrijfsgouwen of installaties hoger
                    dan de referentiewaarde, dan is 40% subsidie over dat verschil mogelijk. De
                    totale subsidie bedraagt nooit meer dan 25% van de waarde bij voortgezet
                    agrarisch gebruik van de te verlaten cultuurgronden, bedrijfskavel, en de zich
                    daarop bevindende gebouwen. Ook bedraagt de totale subsidie nooit meer dan €
                    400.000.</al><tussenkop><vet>Artikel 6</vet></tussenkop><al>Dit artikel beschrijft de openstelling. Jaarlijks stellen Gedeputeerde staten
                    subsidieplafonds vast, één voor gebieden waarvoor een aankoopplan is
                    vastgesteld, één voor de rest van de provincie. In het openstellingsbesluit
                    geven GS ook aan of de regeling van kracht is voor alle in artikel 2 genoemde
                    gebiedscategorieën en in welke landinrichtingsgebieden de regeling van kracht is
                    met het oog op verbetering van de landbouwstructuur.</al><tussenkop><vet>Artikel 7</vet></tussenkop><al>Dit artikel beschrijft de prioritering. Subsidieaanvragen worden toegekend
                    volgens het principe ‘die het eerst komt, het eerst maalt’, totdat het
                    (deel)plafond voor het betreffende jaar is bereikt. Mocht een deelplafond worden
                    overschreden en is er in het laatste kwartaal van een kalenderjaar nog budget
                    binnen het andere deelplafond, dan wordt de aanvraag toch toegekend. Aanvragen
                    die op deze wijze worden afgewezen komen als eerste aan de beurt in het volgende
                    jaar. Mocht het subsidieplafond voor dit volgende jaar direct worden
                    overschreden door toekenning van de aanvragen die zijn doorgeschoven, dan wordt
                    door middel van loting bepaald welke aanvragen afvallen. Deze aanvragen schuiven
                    door naar het daarop volgende jaar. Op deze wijze kunnen het gehele jaar door
                    subsidies worden aangevraagd en toegekend, voorzover de subsidieplafonds dat
                    toelaten.</al><tussenkop><vet>Artikel 8 tot en met 11</vet></tussenkop><al>Deze artikelen regelen de procedures van subsidieaanvraag, bevoorschotting,
                    subsidieverleningverlening en -vaststelling.</al><tussenkop><vet>Artikel 12 tot en met 14</vet></tussenkop><al>Deze artikelen regelen de inwerkingtreding en toepassing van de regeling.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>