<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR95265_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Noord-Brabant</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-12-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Noord-Brabant</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.brabant.nl/loket/provinciale-bladen.aspx?qvi=43174">Provinciaal Blad, 2013, 21</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht, titel 4.2 en 4.3</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant, art. 2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedeputeerde staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-02-26</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-04-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>1218808</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>agrarische sector, reconstructie, subsidies, financieel kader</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden</al><al>Gedeputeerde staten van Noord-Brabant</al><al>Gelet op het bepaalde in:</al><al>-de titels 4.2 en 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht</al><al>-artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant,
                        vastgesteld door Provinciale Staten op 30 september 2005 (Provinciaal blad
                        van Noord-Brabant nummer 138/05)</al><al>Besluiten:</al><al>vast te stellen de navolgende beleidsregels voor de subisidiëring van de
                        sanering van glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden en daarbij te
                        bepalen dat de hoofdstukken II, III en IV, alsmede de artikelen 9, 10 en 12
                        van de Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant niet van
                        toepassing zijn;</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel><vet>Artikel 1 Begripsbepalingen</vet></titel></kop><lijst><li nr="a)"><al> Glasopstanden: constructie van staand glas of een staande
                                constructie van met glas overeenkomend materiaal.</al></li><li nr="b)"><al> Glastuinbouw: teelt van groenten, klein fruit of siergewassen onder
                                glasopstanden, met inbegrip van de teelt van uitgangsmateriaal.</al></li><li nr="c)"><al> Glastuinbouwkavel: oppervlakte aaneensluitende grond, waarop
                                volgens het ter plaatse geldende bestemmingsplan glasopstanden met
                                een oppervlakte van tenminste 5.000 m2 kunnen worden gebouwd voor de
                                glastuinbouw.</al></li><li nr="d)"><al> Glastuinbouwbedrijf: een op een glastuinbouwkavel aanwezige
                                productie-eenheid, bestaande uit een of meer gebouwen of gedeelten
                                daarvan die uitsluitend of hoofdzakelijk dienen voor de uitoefening
                                van de glastuinbouw en waarvan de glasopstanden een oppervlakte van
                                tenminste 5.000 m2 hebben.</al></li><li nr="e)"><al> Sanering van een glastuinbouwbedrijf: de beëindiging van een
                                glastuinbouwbedrijf en de sloop van de glasopstanden en de overige
                                bedrijfsgebouwen en de daarbij behorende fundamenten en ondergrondse
                                voorzieningen, het afvoeren van alle materialen, het egaliseren van
                                het terrein, alsmede het, voorzover nodig, wegnemen van de
                                bodemverontreiniging.</al></li><li nr="f)"><al> Voormalig glastuinbouwbedrijf: een glastuinbouwbedrijf waarvan de
                                bedrijfsmatige activiteiten zijn gestaakt.</al></li><li nr="g)"><al> Sanering van een voormalig glastuinbouwbedrijf: de sloop van de
                                glasopstanden en de overige bedrijfsgebouwen en de daarbij behorende
                                fundamenten en ondergrondse voorzieningen, het afvoeren van alle
                                materialen en het egaliseren van het terrein, van een voormalig
                                glastuinbouwbedrijf, alsmede het, voorzover nodig, wegnemen van de
                                bodemverontreiniging..</al></li><li nr="h)"><al> Bouwvergunning: vergunning verleend krachtens artikel 40, eerste
                                lid, van de Woningwet.</al></li><li nr="i)"><al> Milieuvergunning: vergunning verleend krachtens artikel 8.1, eerste
                                lid, van de Wet milieubeheer.</al></li><li nr="j)"><al> GHS-natuur: de Groene hoofdstructuur-natuur als bedoeld in het
                                Streekplan Noord-Brabant 2002 “Brabant in Balans” (hoofdstuk 3.4.2);
                                voor de begrenzing op detailniveau is bepalend de “Groene
                                Hoofdstructuur 2003” die is opgenomen in de CD-ROM “Digitale atlas
                                revitalisering landelijk gebied (RLG) 2005”, uitgegeven door de
                                Provincie Noord-Brabant.</al></li><li nr="k)"><al> GHS-landbouw: de Groene hoofdstuctuur-landbouw als bedoeld in het
                                Streekplan Noord-Brabant 2002 “Brabant in Balans” (hoofdstuk 3.4.2);
                                voor de begrenzing op detailniveau is bepalend de “Groene
                                Hoofdstructuur 2003” die is opgenomen in de CD-ROM “Digitale atlas
                                revitalisering landelijk gebied (RLG) 2005”, uitgegeven door de
                                Provincie Noord-Brabant.</al></li><li nr="l)"><al> AHS-landschap: de Agrarische hoofdstructuur-landschap als bedoeld
                                in het Streekplan Noord-Brabant 2002 “Brabant in Balans” (hoofdstuk
                                3.4.2); voor de begrenzing op detailniveau is bepalend de “Groene
                                Hoofdstructuur 2003” die is opgenomen in de CD-ROM “Digitale atlas
                                revitalisering landelijk gebied (RLG) 2005”, uitgegeven door de
                                Provincie Noord-Brabant.</al></li><li nr="m)"><al> EHS: de ecologische hoofdstructuur, zoals die is geïntroduceerd in
                                het Natuurbeleidsplan van het Rijk (1990) en voortgezet in de
                                rijksnota “Natuur voor mensen, mensen voor natuur” (2000); voor de
                                begrenzing op detailniveau in de Provincie Noord-Brabant zijn de
                                door ons college krachtens de Subsidieregeling Natuurbeheer 2000
                                vastgestelde Natuurgebiedsplannen van Noord-Brabant bepalend; de
                                beheersgebieden blijven voor de onderhavige regeling buiten
                                beschouwing.</al></li><li nr="n)"><al> BBL: het bureau beheer landbouwgronden als bedoeld in artikel 28
                                van de Wet agrarisch grondverkeer.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 2 Subsidiabele activiteit</vet></titel></kop><al>Gedeputeerde Staten verstrekken op aanvraag van een belanghebbende subsidie
                        voor de sanering van een glastuinbouwbedrijf of een voormalig
                        glastuinbouwbedrijf dat:</al><lijst><li nr="a)"><al> geheel of in hoofdzaak ligt in de GHS-landbouw of de AHS-landschap,
                                danwel</al></li><li nr="b)"><al> geheel of in hoofdzaak ligt in de AHS-landbouw en zodanig wordt
                                omsloten door de GHS-natuur, de GHS-landbouw of de AHS-landschap dat
                                als gevolg daarvan een rendabele bedrijfsvoering onmogelijk is of op
                                termijn onmogelijk moet worden geacht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 3 Voorwaarden voor subsidie</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De subsidie wordt slechts volledig verstrekt indien: </al><lijst><li nr="a)"><al> alle bedrijfsmatige activiteiten in het kader van de
                                    glastuinbouw op de betrokken glastuinbouwkavel zijn
                                    beëindigd;</al></li><li nr="b)"><al> alle glasopstanden en de daarbij behorende bedrijfsgebouwen en
                                    vaste installaties van de betrokken kavel zijn verwijderd,
                                    behoudens het bepaalde in het tweede lid van dit artikel, op een
                                    wijze die verantwoord is uit een oogpunt van milieuzorg;</al></li><li nr="c)"><al> de fundamenten en de ondergrondse voorzieningen van de
                                    glastuinbouwkavel zijn verwijderd en afgevoerd, op een wijze die
                                    verantwoord is uit een oogpunt van milieuzorg, en de kavel is
                                    geëgaliseerd;</al></li><li nr="d)"><al> de subsidie-ontvanger meewerkt aan de verlening van een
                                    passende andere bestemming aan de glastuinbouwkavel door het
                                    gemeentebestuur en in afwachting van de aanpassing van het
                                    bestemmingsplan geen bouwwerken zal oprichten op de
                                    glastuinbouwkavel, behoudens het bepaalde in lid 2 van dit
                                    artikel, en ter verzekering hiervan met de Provincie
                                    Noord-Brabant een overeenkomst heeft gesloten volgens het in
                                    bijlage 5 opgenomen model;</al></li><li nr="e)"><al> na de indiening van het verzoek om subsidieverlening geen
                                    aanvragen om een bouwvergunning ten dienste van het (voormalige)
                                    glastuinbouwbedrijf zijn ingediend en ten tijde van de indiening
                                    van het verzoek om subsidieverlening aanhangige bouwaanvragen,
                                    danwel nog niet gebruikte bouwvergunningen, zijn
                                    ingetrokken;</al></li><li nr="f)"><al> bodemverontreiniging op de kavel, indien aanwezig, is
                                    teruggebracht tot een niveau dat in verband met het te
                                    verwachten grondgebruik aanvaardbaar kan worden geacht;</al></li><li nr="g)"><al> de milieuvergunning, indien verleend, voor de uitoefening van
                                    het glastuinbouwbedrijf op de betrokken kavel is ingetrokken,
                                    danwel zodanig is gewijzigd dat de uitoefening van het
                                    glastuinbouwedrijf niet langer mogelijk is;</al></li><li nr="h)"><al> de tot het (voormalige) glastuinbouwbedrijf behorende
                                    oppervlakte landbouwgrond, met uitzondering van het erfperceel,
                                    waarvan de oppervlakte ten hoogste een hectare bedraagt,
                                    voorzover die in de EHS is gelegen, in eigendom is overgedragen
                                    aan BBL, dan wel is onttrokken aan pacht (beëindiging
                                    pachtovereenkomst) ingeval de betrokken grond eigendom is van
                                    Staatsbosbeheer of een particuliere
                                    natuurbeschermingsorganisatie, een en ander behoudens het
                                    bepaalde in lid 3 van dit artikel;</al></li><li nr="i)"><al> bij de aanvraag tot subsidieverlening, ten behoeve van BBL,
                                    melding is gedaan van de tot het bedrijf behorende oppervlakte
                                    landbouwgrond.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het behoud van glasopstanden of gebouwen, danwel het terugbouwen van
                            glasopstanden of gebouwen op de glastuinbouwkavel, is toegestaan tot een
                            oppervlakte van ten hoogste 200 m2, mits er een woning aanwezig is op of
                            bij de betrokken kavel en de afstand tot deze woning niet meer dan 25
                            meter bedraagt. Het behoud van gebouwen waarover het gemeentebestuur
                            heeft verklaard dat sloop daarvan niet zal worden toegestaan is eveneens
                            toegestaan, evenals het behoud van (voormalige) bedrijfsruimten die
                            onlosmakelijk zijn verbonden met het woonhuis en daarmee architektonisch
                            een geheel vormen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De in het eerste lid, onder h) genoemde voorwaarde geldt niet indien
                            voor de bedoelde landbouwgronden ten tijde van de subsidieverlening een
                            beheers- of inrichtingssubsidie wordt verstrekt met toepassing van de
                            Subsidieregeling natuurbeheer 2000 .</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 4 Uitsluiting van subsidie</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Geen subsidie wordt verstekt: </al><lijst><li nr="a)"><al> met uitvoering van de in lid 1 onder b) van artikel 3 bedoelde
                                    activiteiten is begonnen voordat de beschikking over de
                                    verlening van subsidie is verzonden naar de aanvrager;</al></li><li nr="b)"><al> de glastuinbouwkavel is aangekocht door of in eigendom is van
                                    een overheidslichaam;</al></li><li nr="c)"><al> op de glastuinbouwkavel woningbouw is toegestaan volgens een
                                    geldend bestemmingsplan als bedoeld in artikel 10 van de Wet op
                                    de Ruimtelijke Ordening, of volgens een geldend besluit als
                                    bedoeld in artikel 19 van deze wet;</al></li><li nr="d)"><al> het te saneren (voormalige) glastuinbouwbedrijf is ingebracht
                                    bij een verzoek om provinciale planologische medewerking aan een
                                    verbeterproject in het buitengebied, als bedoeld in paragraaf
                                    3.6.2 van het Streekplan Noord-Brabant 2002 “Brabant in Balans”,
                                    en op het verzoek positief is beslist door Gedeputeerde Staten;
                                    e) de tot het glastuinbouwbedrijf behorende oppervlakte
                                    landbouwgrond, voorzover deze in de EHS is gelegen, na de datum
                                    waarop deze regeling wordt bekendgemaakt, anders dan door
                                    eigendomsoverdracht aan BBL, danwel door onttrekking aan pacht
                                    ingeval de betrokken grond eigendom is van Staatsbosbeheer of
                                    een particuliere natuurbeschermingsorganisatie, is verkleind,
                                    tenzij voor het gedeelte waarmee de oppervlakte is verkleind ten
                                    tijde van de subsidieverlening op grond van de onderhavige
                                    regeling een beheers- of inrichtingssubsidie wordt verstrekt met
                                    toepassing van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 .</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien voor de sanering van een (voormalig) glastuinbouwbedrijf
                            eveneens een geldelijke bijdrage is of wordt verstrekt door een of meer
                            andere partijen, dan wordt op grond van deze regeling slechts een
                            zodanig bedrag aan subsidie verleend dat de som van de subsidie en de
                            andere geldelijke bijdrage(n) niet meer bedraagt dan het op grond van
                            artikel 5 vast te stellen bedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 5 Hoogte van de subsidie</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De hoogte van de subsidie wordt bepaald aan de hand van de leeftijd en
                            de oppervlakte van de te slopen glasopstanden, alsmede van de
                            oppervlakte van de ondergrond, als volgt:</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien op een glastuinbouwkavel glasopstanden van verschillende
                            leeftijden voorkomen, dan wordt de subsidie voor deze glasopstanden
                            afzonderlijk berekend.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Bij de bepaling van de leeftijd van de glasopstanden wordt als
                            begindatum genomen de datum waarop de bouwvergunning is verleend. Indien
                            er sinds deze datum meer dan een half jaar is verstreken voordat met de
                            bouwwerkzaamheden is begonnen, dan geldt de datum waarop blijkens
                            bescheiden van de subsidie-ontvanger feitelijk is begonnen met de bouw.
                            Is de datum van verlening van de bouwvergunning niet meer te achterhalen
                            en ontbreken bescheiden over de feitelijke aanvang van de bouw, dan
                            wordt aangenomen dat de leeftijd 20 jaar of ouder is.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Bij de bepaling van de leeftijd van de glasopstanden wordt als
                            einddatum genomen de datum waarop de aanvraagperiode als bedoeld in
                            artikel 6, eerste lid, waarbinnen de betrokken subsidie-aanvraag is
                            ingediend, een aanvang heeft genomen.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Op de oppervlakte van de glasopstanden wordt in mindering gebracht de
                            oppervlakte van glasopstanden of gebouwen die met toepassing van artikel
                            3, tweede lid, worden behouden;</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Bij de bepaling van de oppervlakte van de ondergrond wordt uitgegaan
                            van 125% van de oppervlakte van de glasopstanden, waarbij de in het
                            vorige artikellid bedoelde oppervlakte buiten beschouwing wordt
                            gelaten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 6 Openstelling, subsidieplafond</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde Staten stellen de periode vast waarin een subsidie als
                            bedoeld in artikel 2 kan worden aangevraagd; zij bepalen gelijktijdig
                            het subsidieplafond voor deze aanvraagperiode.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen besluiten om een of meer vervolgperioden aan
                            te wijzen, waarbij zij telkens gelijktijdig de hoogte van het
                            subsidieplafond voor elk van die perioden aangeven en afwijkende
                            subsidiebedragen kunnen vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De openstelling, het subsidieplafond en, indien van toepassing,
                            afwijkende subsidiebedragen maken Gedeputeerde Staten openbaar bekend in
                            een of meer dag- of vakbladen en in het Provinciaal Blad van
                            Noord-Brabant.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 7 Prioritering</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Indien door toewijzing van alle subsidieaanvragen die zijn ingediend in
                            een aanvraagperiode het subsidieplafond zou worden overschreden, dan
                            stellen Gedeputeerde Staten een rangorde vast met toepassing van bijlage
                            1.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De subsidies worden in dit geval slechts verstrekt ten behoeve van de
                            (voormalige) glastuinbouwbedrijven waarvan de sanering de hoogste
                            prioriteit heeft, totdat het voor de aanvraagperiode vastgestelde
                            plafond is bereikt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 8 Subsidieverlening</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De aanvraag tot subsidieverlening wordt op een daartoe vastgesteld
                            formulier, vergezeld van de daarin aangegeven documenten, ingediend bij
                            het college van Gedeputeerde Staten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien de aanvraag onvolledig is, stellen Gedeputeerde Staten de
                            aanvrager in de gelegenheid om binnen twee weken na kennisgeving hiervan
                            de aanvraag aan te vullen met de ontbrekende gegevens.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Gedeputeerde Staten nemen binnen 12 weken na ontvangst van de aanvraag
                            of, indien deze onvolledig was, binnen 12 weken na ontvangst van de
                            ontbrekende gegevens, een beslissing over de subsidieverlening.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De termijn voor het nemen van de beslissing kan door Gedeputeerde
                            Staten worden verlengd met ten hoogste 12 weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 9 Verplichtingen van de subsidie-ontvanger</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De subsidie-ontvanger zorgt ervoor dat uiterlijk binnen een jaar na de
                            verlening van de subsidie wordt voldaan aan de in artikel 3, eerste lid,
                            genoemde voorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien niet binnen de in het eerste lid genoemde termijn is voldaan aan
                            één van de in artikel 3, eerste lid, genoemde voorwaarden, dan wordt het
                            subsidiebedrag dat voortvloeit uit de toepassing van artikel 5 gekort
                            met 10%. Indien aan twee of meer van deze voorwaarden niet tijdig is
                            voldaan, dan bedraagt het kortingspercentage 20%.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien niet binnen de in het eerste lid genoemde termijn is voldaan aan
                            de in artikel 3, eerste lid, genoemde voorwaarden, dan dient de
                            subsidie-ontvanger er voorts voor te zorgen dat binnen een termijn van
                            zes maanden alsnog aan de in artikel 3, eerste lid, genoemde voorwaarden
                            wordt voldaan.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De subsidie-ontvanger is verplicht mee te werken aan fysieke en
                            administratieve controle door de door Gedeputeerde Staten aangewezen
                            toezichthouders.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 10 Subsidievaststelling</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De aanvraag tot subsidievaststelling wordt op een daartoe vastgesteld
                            formulier, vergezeld van de daarin aangegeven documenten, ingediend bij
                            het college van Gedeputeerde Staten, binnen drie maanden nadat is
                            voldaan aan de in artikel 3 genoemde voorwaarden doch uiterlijk op de
                            laatste dag van de termijn als bedoeld in artikel 9, derde lid.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien de aanvraag onvolledig is, stellen Gedeputeerde Staten de
                            aanvrager in de gelegenheid om binnen twee weken na kennisgeving hiervan
                            de aanvraag aan te vullen met de ontbrekende gegevens.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Gedeputeerde Staten nemen binnen 8 weken na ontvangst van een
                            ontvankelijke aanvraag of, indien deze onvolledig was, binnen 8 weken na
                            de datum van ontvangst van de ontbrekende gegevens, een beslissing over
                            de subsidievaststelling.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen het subsidiebedrag dat voortvloeit uit de
                            toepassing van artikel 5, op nihil vaststellen, indien na het
                            verstrijken van de in artikel 9, derde lid, bedoelde termijn niet is
                            voldaan aan een of meer van de de in artikel 3, eerste lid, genoemde
                            voorwaarden.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 11 Bevoorschotting, intrekking en
                            terugvordering</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen de subsidie-ontvanger een voorschot betalen
                            van maximaal 50% van het bij de subsidieverlening bepaalde
                            subsidiebedrag. Het voorschot wordt op verzoek van de subsidie-ontvanger
                            verstrekt na de voltooiing van de in artikel 3, eerste lid, onder b) en
                            c) bedoelde werkzaamheden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Een beschikking tot subsidieverlening of -vaststelling wordt
                            ingetrokken indien binnen vijf jaren nadat deze is genomen, voor de
                            glastuinbouwkavel een bestemmingsplan of een besluit als bedoeld in
                            artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening tot stand komt op basis
                            waarvan woningbouw is toegelaten, tenzij de subsidieontvanger de kavel
                            heeft vervreemd en ten genoege van Gedeputeerde Staten aannemelijk kan
                            maken: </al><lijst><li nr="a)"><al> dat hij noch zijn wederpartij op het tijdstip waarop de
                                    vervreemding plaatsvond op de hoogte waren of konden zijn van
                                    het feit dat een zodanig bestemmingsplan of besluit werd of zou
                                    worden voorbereid, alsmede</al></li><li nr="b)"><al> dat de voorwaarden waaronder de vervreemding heeft
                                    plaatsgevonden zodanig zijn dat daaruit blijkt dat daarbij geen
                                    rol heeft gespeeld de verwachting dat het gemeentebestuur nadien
                                    zou kunnen besluiten een zodanig bestemmingsplan of besluit te
                                    gaan voorbereiden of vaststellen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien de beschikking tot subsidieverlening of -vaststelling is
                            ingetrokken of ten nadele van de subsidie-ontvanger is gewijzigd,
                            betaalt de ontvanger de subsidiebedragen en voorschotten terug op eerste
                            vordering van Gedeputeerde Staten, vermeerderd met de wettelijke rente
                            over de periode van de datum van uitbetaling van de subsidie tot het
                            tijdstip van voldoening.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 12 Hardheidsclausule</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde Staten zijn bevoegd om af te wijken van deze beleidsregels
                            in gevallen waarin de onverkorte toepassing daarvan voor een of meer
                            belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden
                            onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen
                            doelen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In de in het eerste lid bedoelde gevallen alsmede in gevallen die niet
                            zijn voorzien in deze beleidsregels beslissen Gedeputeerde Staten naar
                            redelijkheid en billijkheid.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 13 Bekendmaking en inwerkingtreding</vet></titel></kop><al>Deze beleidsregels worden bekendgemaakt door publicatie in een of meer dag-
                        of vakbladen en in het Provinciaal Blad van Noord-Brabant. Zij treden in
                        werking op de dag na de datum van de publicatie in het Provinciaal
                        Blad.</al></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 14 Citeertitel</vet></titel></kop><al>Deze beleidsregels worden aangehaald als: “Subsidieregeling sanering
                        glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden”.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>’s Hertogenbosch, 22 augustus 2006</ondertekening><ondertekening>Gedeputeerde Staten voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de voorzitter de secretaris</ondertekening><ondertekening>J.R.H. Maij-Weggen drs. W.G.H.M. Rutten</ondertekening><ondertekening>Nummer : 1219233</ondertekening><ondertekening>Uitgegeven, 23 augustus 2006</ondertekening><ondertekening>De secretaris van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, drs. W.G.H.M.
                        Rutten</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel><vet>Bijlage 1: Bepaling rangorde als bedoeld in artikel 5 van de
                            Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare
                            gebieden</vet></titel></kop><al>1) Voor de bepaling van de rangorde worden de te saneren (voormalige)
                    glastuinbouwbedrijven in twee groepen verdeeld, namelijk:</al><al>a) de (voormalige) glastuinbouwbedrijven die geheel of met meer dan de helft van
                    de te saneren oppervlakte in de GHS-landbouw liggen, danwel in de AHS-landschap
                    of de AHS-landbouw liggen en zodanig worden omsloten door de GHS-natuur of de
                    GHS-landbouw dat als gevolg daarvan een rendabele bedrijfsvoering onmogelijk is
                    of op termijn onmogelijk moet worden geacht;</al><al>b) de (voormalige) glastuinbouwbedrijven die geheel of hoofdzakelijk in de
                    AHS-landschap liggen, danwel in de AHS-landbouw liggen en zodanig worden
                    omsloten door de AHS-landschap dat als gevolg daarvan een rendabele
                    bedrijfsvoering onmogelijk is of op termijn onmogelijk moet worden geacht.</al><al>2) Bedrijven uit groep a) hebben voorrang op bedrijven uit groep b).</al><al>3) Binnen een groep wordt de rangorde bepaald door middel van een gewogen
                    loting, waarbij aan bedrijven die beschikken over een realistisch plan tot
                    verplaatsing naar een de vestigings- of doorgroeigebied voor de glastuinbouw,
                    aangewezen op grond van het Streekplan Noord-Brabant 2002, of naar een
                    Nederlands glastuinbouwgebied buiten de provincie Noord-Brabant, twee maal
                    zoveel gewicht toekomt als aan andere bedrijven.</al><al>4) Tot een realistisch verplaatsingsplan behoort in ieder geval een koop- of
                    optieovereenkomst betreffende de grond waarnaar het bedrijf zal worden
                    verplaatst; de ruimte voor glasopstanden op de nieuwe locatie moet tenminste
                    even groot zijn als die op de te verlaten locatie.</al><al>Toelichting</al><al>Met de saneringsregeling voor (voormalige) glastuinbouwbedrijven in kwetsbare
                    gebieden beoogt de provincie twee doelen te dienen: in de eerste plaats een
                    verbetering van de kwaliteit van natuur, milieu, waterhuishouding en landschap
                    en in de tweede plaats een bijdrage aan de ruimtelijke concentratie van de
                    glastuinbouw waardoor een verbetering van de ruimtelijk-economische structuur
                    van de glastuinbouw wordt bereikt. Bij de eerste doelstelling past dat voorrang
                    wordt gegeven aan bedrijven die zich in de meest kwetsbare zone bevinden die
                    door deze regeling wordt bestreken, te weten de Groene hoofdstuctuur- landbouw.
                    In verband met de tweede doelstelling wordt aan zich verplaatsende bedrijven een
                    hogere rangorde toegekend dan aan andere bedrijven, meestal stoppende bedrijven.
                    Voor de toekenning van deze hogere rangorde is de methode van een gewogen loting
                    gekozen, omdat het ongewenst zou zijn stoppende bedrijven geheel uit te sluiten
                    van de regeling.</al></bijlage><bijlage><kop><titel><vet>Bijlage 2</vet></titel></kop><al>AANVRAAGFORMULIER</al><al>subsidieverlening op grond van artikel 8 van de Subsidieregeling sanering
                    glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden</al><al>Ondergetekende,</al><al>Gegevens aanvrager:</al><al>Naam en voorletters : ………………………………………………………... Adres : ………………………………………………………...
                    Postcode en Plaats : …………………………………...…………………… Telefoonnummer(s) :
                    …………………………………...…………………… E-mailadres : …………………………………...……………………</al><al>Giro/bankrekeningnummer : ………………………………………………………... BTW-nummer :
                    ………………………………………………………...</al><al>verzoekt hierbij in verband met de sanering van een (voormalig)
                    glastuinbouw-bedrijf om subsidie op grond van artikel 8 van de Subsidieregeling
                    sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden.</al><al>Gegevens glastuinbouwlocatie:</al><al>Adres : …………………………………...…………………… Postcode en Plaats : …………………………………...……………………
                    Naam bedrijf : …………………………………...…………………… Rechtsvorm (v.o.f./maatschap/B.V.) :
                    …………………………………...……………………</al><al>Hoedanigheid aanvrager (vennoot/directeur/eigenaar) :
                    …………………………………...……………………</al><al>Kadastrale aanduiding glastuinbouwlocatie:</al><al>Kadastrale gemeente Sectie Perceelsnummer Oppervlakte in ha</al><al>Bijlagen</al><al>In verband met deze aanvraag heeft ondergetekende bijgevoegd:</al><al>1.Een kadastraal uittreksel en uittreksel uit de Kadastrale Kaart. Het gaat
                    hierbij om een actueel kadastraal bericht (subject) ten bewijze van eigendom van
                    het bedrijf en een kadastrale kaart waarop de (bedrijfs)gebouwen zijn
                    aangegeven;</al><al>2.Een situatieschets van de bedrijfsgebouwen (bij voorkeur schaal 1:1000) met
                    daarop aangegeven de ligging en aanduiding van de bedrijfsgebouwen);</al><al>3.Een uittreksel uit het geldende bestemmingsplan (of wijziging art. 11 WRO of
                    vrijstelling art. 19 WRO), bestaande uit de plankaart en relevante voorschriften
                    (artikel 3, eerste lid onder d) Subsidieregeling);</al><al>4.Indien van toepassing: een kopie van de subsidiebeschikking op grond van de
                    Subsidieregeling Natuurbeheer 2000 (artikel 3, derde lid Subsidieregeling).</al><al>Ondertekening</al><al>Ondergetekende(n) verklaart (verklaren) dat geen andere geldelijke bijdragen
                    zijn of zullen worden aangevraagd, danwel ontvangen, voor de sanering van het
                    (voormalige) glastuinbouwbedrijf (hieronder mede te rekenen de aankoop door een
                    particuliere partij in het kader van de ontwikkeling van een woningbouwlocatie
                    of een bedrijventerrein).</al><al>Ik (wij) verkla(a)r(en) dit formulier en de bijlagen naar waarheid te hebben
                    ingevuld c.q. toegevoegd.</al><al>Datum ………...……………..</al><al>Handtekening ………...……………..</al><al>Datum ………...……………..</al><al>Handtekening ………...……………..</al><al>Datum ………...……………..</al><al>Handtekening ………...……………..</al><al>Datum ………...……………..</al><al>Handtekening ………...……………..</al><al>Indien u deel uitmaakt van een samenwerkingsverband dan dienen ook de andere
                    vennoten/maten te ondertekenen.</al><al>Datum ………...……………..</al><al>Naam ….……...……………..</al><al>Handtekening ………...……………..</al><al>Datum ………...……………..</al><al>Naam ….……...……………..</al><al>Handtekening ………...……………..</al><al>Datum ………...……………..</al><al>Naam ….……...……………..</al><al>Handtekening ………...……………..</al><al>Indien eigenaar en gebruiker van de aangeboden locatie(s) niet dezelfde
                    (rechts)perso(o)n(en) zijn dan dienen zij gezamenlijk het verzoek in te dienen
                    en te ondertekenen.</al><al>Datum ………...……………..</al><al>Naam ….……...……………..</al><al>Handtekening ………...……………..</al><al>Datum ………...……………..</al><al>Naam ….……...……………..</al><al>Handtekening ………...……………..</al><al>Datum ………...……………..</al><al>Naam ….……...……………..</al><al>Handtekening ………...……………..</al><al>In te vullen door de Provincie Noord-Brabant</al><al>Datum/tijdstip ontvangst : …………………………………...…………………… Paraaf :
                    …………………………………...…………………… Aanvraagnummer : …………………………………...…………………… Opmerkingen :
                    …………………………………...……………………</al></bijlage><bijlage><kop><titel><vet>Bijlage 3</vet></titel></kop><al>AANVRAAGFORMULIER</al><al>subsidievaststelling op grond van artikel 10 van de Subsidieregeling sanering
                    glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden</al><al>Ondergetekende,</al><al>Naam en voorletters : ………………………………………………………... Adres : ………………………………………………………...
                    Postcode / Woonplaats : …………………………………...…………………… Giro/bankrekeningnummer :
                    ………………………………………………………...</al><al>verzoekt hierbij in verband met de sanering van een (voormalig)
                    glastuinbouw-bedrijf om vaststelling en betaling van het subsidiebedrag op grond
                    van artikel 10 van de Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in
                    kwetsbare gebieden.</al><al>In verband met deze aanvraag heeft ondergetekende bijgevoegd:</al><al>1.Een kopie van de gemeentelijke sloopvergunning *);</al><al>2.Een verklaring van ondergetekende dat alle sloop- en
                    verwijderingswerkzaamheden als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b) en c)
                    van deze subsidieregeling zijn verricht en dat het perceel is geëgaliseerd
                    *);</al><al>3.Bewijsstukken dat puin en afval in gescheiden fracties (tenminste de fracties
                    gevaarlijke afvalstoffen, asbest en overige afval) zijn gestort op een legale
                    stortplaats (stortbonnen) *);</al><al>4.Een asbestinventarisatierapport opgemaakt door een BRL 5052 gecertificeerd
                    asbestinventarisatiebedrijf, indien een of meer van de gesloopte bouwwerken was
                    gebouwd vóór 1 juli 1993 *);</al><al>5.Indien asbest aanwezig was: een verklaring van een BRL 5050 gecertificeerd
                    astbestverwijderingsbedrijf dat het asbest overeenkomstig de regelgeving voor
                    astbestverwijdering is verwijderd *);</al><al>6.Verklaring van het gemeentebestuur dat na de indiening van de aanvraag om
                    subsidie-verlening geen bouwaanvragen meer zijn ingediend voor de betrokken
                    kavel en dat op dat moment aanhangige bouwaanvragen, alsmede verleende
                    bouwvergunningen waarvan nog geen gebruik was gemaakt, zijn ingetrokken (artikel
                    3, eerste lid, onder e Subsidieregeling);</al><al>7.Indien van toepassing: een kopie van de beschikking tot intrekking of
                    wijziging van de milieuvergunning (artikel 3, eerste lid, onder g
                    Subsidieregeling);</al><al>8.Een rapport verkennend bodemonderzoek volgens NEN 5740, opgemaakt na
                    voltooiing van alle sloop- en verwijderingswerkzaamheden, en indien de locatie
                    verdacht is van asbestverontreiniging een asbestonderzoek volgens NEN 5705 of
                    NEN 5897(artikel 3, eerste lid, onder g Subsidieregeling);</al><al>9.Indien van toepassing: het evaluatierapport betreffende de bodemsanering
                    volgens protocol VKB 6001 of 6002;</al><al>10.Indien van toepassing: bewijsstukken van de verkoop van EHS-grond aan BBL of
                    de beëindiging van de pachtovereenkomst met Staatsbosbeheer of een particuliere
                    natuurbeschermingsinstantie (in artikel 3, eerste lid, onder h
                    Subsidieregeling).</al><al>De met een *) aangeduide onderdelen hoeven niet te worden ingediend indien zij
                    reeds bij de aanvraag om een voorschot zijn aangeleverd.</al><al>Ondertekening</al><al>Met de ondertekening van dit aanvraagformulier verklaart ondergetekende dat de
                    glastuinbouwkavel niet is aangekocht door of in eigendom is van een
                    overheidslichaam (artikel 4, eerste lid, onder b Subsidieregeling).</al><al>Ik (wij) verkla(a)r(en) dit formulier en de bijlagen naar waarheid te hebben
                    ingevuld c.q. toegevoegd.</al><al>Datum ………...……………..</al><al>Handtekening ………...……………..</al><al>Datum ………...……………..</al><al>Handtekening ………...……………..</al><al>Datum ………...……………..</al><al>Handtekening ………...……………..</al><al>Datum ………...……………..</al><al>Handtekening ………...……………..</al><al>Indien u deel uitmaakt van een samenwerkingsverband dan dienen ook de andere
                    vennoten/maten te ondertekenen.</al><al>Datum ………...……………..</al><al>Naam ….……...……………..</al><al>Handtekening ………...……………..</al><al>Datum ………...……………..</al><al>Naam ….……...……………..</al><al>Handtekening ………...……………..</al><al>Datum ………...……………..</al><al>Naam ….……...……………..</al><al>Handtekening ………...……………..</al><al>Indien eigenaar en gebruiker van de aangeboden locatie(s) niet dezelfde
                    (rechts)perso(o)n(en) zijn dan dienen zij gezamenlijk het verzoek in te dienen
                    en te ondertekenen.</al><al>Datum ………...……………..</al><al>Naam ….……...……………..</al><al>Handtekening ………...……………..</al><al>Datum ………...……………..</al><al>Naam ….……...……………..</al><al>Handtekening ………...……………..</al><al>Datum ………...……………..</al><al>Naam ….……...……………..</al><al>Handtekening ………...……………..</al></bijlage><bijlage><kop><titel><vet>Bijlage 4</vet></titel></kop><al>AANVRAAGFORMULIER</al><al>Voorschot op grond van artikel 11 van de Subsidieregeling sanering
                    glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden</al><al>Ondergetekende,</al><al>Naam en voorletters : ………………………………………………………... Adres : ………………………………………………………...
                    Postcode / Woonplaats : …………………………………...…………………… Giro/bankrekeningnummer :
                    ………………………………………………………...</al><al>verzoekt hierbij in verband met de sanering van een (voormalig)
                    glastuinbouw-bedrijf om een voorschot van 50% van het bij subsidieverlening
                    bepaalde subsidiebedrag op grond van artikel 11 van de Subsidieregeling sanering
                    glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden.</al><al>In verband met deze aanvraag heeft ondergetekende bijgevoegd:</al><al>1.Een kopie van de gemeentelijke sloopvergunning;</al><al>2.Bewijsstukken dat puin en afval in gescheiden fracties (tenminste de fracties
                    gevaarlijke afvalstoffen, asbest en overige afval) zijn gestort op een legale
                    stortplaats (stortbonnen);</al><al>3.Een asbestinventarisatierapport opgemaakt door een BRL 5052 gecertificeerd
                    asbestinventarisatiebedrijf, indien een of meer van de gesloopte bouwwerken was
                    gebouwd vóór 1 juli 1993;</al><al>4.Indien asbest aanwezig was: een verklaring van een BRL 5050 gecertificeerd
                    astbest-verwijderingsbedrijf dat het asbest overeenkomstig de regelgeving voor
                    astbestverwijdering is verwijderd.</al><al>Ondertekening</al><al>Met de ondertekening van dit aanvraagformulier verklaart ondergetekende dat alle
                    sloop- en verwijderingswerkzaamheden als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder
                    b) en c) van deze subsidieregeling zijn verricht en dat het perceel is
                    geëgaliseerd.</al><al>Ik (wij) verkla(a)r(en) dit formulier en de bijlagen naar waarheid te hebben
                    ingevuld c.q. toegevoegd.</al><al>Datum ………...……………..</al><al>Handtekening ………...……………..</al><al>Datum ………...……………..</al><al>Handtekening ………...……………..</al><al>Datum ………...……………..</al><al>Handtekening ………...……………..</al><al>Datum ………...……………..</al><al>Handtekening ………...……………..</al><al>Indien u deel uitmaakt van een samenwerkingsverband dan dienen ook de andere
                    vennoten/maten te ondertekenen.</al><al>Datum ………...……………..</al><al>Naam ….……...……………..</al><al>Handtekening ………...……………..</al><al>Datum ………...……………..</al><al>Naam ….……...……………..</al><al>Handtekening ………...……………..</al><al>Datum ………...……………..</al><al>Naam ….……...……………..</al><al>Handtekening ………...……………..</al><al>Indien eigenaar en gebruiker van de aangeboden locatie(s) niet dezelfde
                    (rechts)perso(o)n(en) zijn dan dienen zij gezamenlijk het verzoek in te dienen
                    en te ondertekenen.</al><al>Datum ………...……………..</al><al>Naam ….……...……………..</al><al>Handtekening ………...……………..</al><al>Datum ………...……………..</al><al>Naam ….……...……………..</al><al>Handtekening ………...……………..</al></bijlage><bijlage><kop><titel><vet>Bijlage 5 Subsidieovereenkomst sanering
                        glastuinbouwbedrijf</vet></titel></kop><al>De ondergetekenden:</al><al>1.De Provincie Noord-Brabant, een rechtspersoon naar publiekrecht, gevestigd te
                    ’s-Hertogenbosch aan de Brabantlaan 1, ter zake rechtsgeldig vertegenwoordigd
                    door mevrouw mr. E. M.A. van Sprang - Helmig, hoofd van het bureau Vastgoed van
                    de Directie Ruimtelijke Ontwikkeling en Handhaving, handelend ter uitvoering van
                    het besluit van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant van …[datum besluit
                    subsidieverlening], hierna te noemen: “de Provincie”,</al><al>en</al><al>2.De heer/mevrouw/maatschap/vof/besloten vennootschap met beperkte
                    aansprakelijkheid ……, wonende/gevestigd te … …aan de ……, [ingeval van een
                    rechtspersoon: ter zake rechtsgeldig vertegenwoordigd door ……], hierna te
                    noemen: “de subsidieontvanger”;</al><al>De Provincie en de subsidieontvanger hierna gezamenlijk ook te noemen:
                    “Partijen”.</al><al>Overwegende:</al><al>1.dat Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant bij beschikking van …, nr. …, aan de
                    subsidieontvanger een subsidie hebben verleend voor de sanering van het
                    [voormalige] glastuinbouwbedrijf op de glastuinbouwkavel [adres,
                    perceelsaanduiding, kadastrale aanduiding], hierna te noemen: “de
                    subsidieverlening”;</al><al>2.dat deze subsidie wordt verstrekt overeenkomstig de door Gedeputeerde Staten
                    van Noord-Brabant op 22 augustus 2006 vastgestelde “Subsidieregeling sanering
                    glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden” (Provinciaal blad nr …), hierna te
                    noemen “de saneringsregeling”;</al><al>3.dat de subsidieontvanger overeenkomstig het bepaalde in artikel 3, lid 1, sub
                    d van de saneringsregeling medewerking moet geven aan het verlenen van een
                    passende andere bestemming aan de betrokken glastuinbouwkavel door het
                    gemeentebestuur en in afwachting van de aanpassing van het bestemmingsplan geen
                    bouwwerken mag oprichten op de glastuinbouwkavel;</al><al>4.dat de subsidieontvanger ter verzekering hiervan de onderhavige overeenkomst
                    dient aan te gaan met de Provincie, welke overeenkomst kan worden aangemerkt als
                    een overeenkomst in de zin van artikel 4:36 van de Algemene wet
                    bestuursrecht;</al><al>verklaren het volgende te zijn overeengekomen:</al><al>Artikel 1 Begripsbepalingen</al><al>Op de in deze overeenkomst gebruikte begrippen zijn de omschrijvingen als
                    opgenomen in artikel 1 van de saneringsregeling van overeenkomstige
                    toepassing.</al><al>Artikel 2</al><al>1.De subsidieontvanger zal zo spoedig mogelijk na de ondertekening van deze
                    overeenkomst een verzoek indienen bij het gemeentebestuur om een passende andere
                    bestemming te leggen op de glastuinbouwkavel.</al><al>2.De subsidieontvanger zal voorts alle medewerking verlenen aan de aanpassing
                    van het ter plaatse van de glastuinbouwkavel geldende bestemmingsplan, gericht
                    op de totstandkoming van een passende andere bestemming als bedoeld in lid
                    1.</al><al>Artikel 3</al><al>De subsidieontvanger zal geen bezwaar maken danwel andere rechtsmaatregelen
                    treffen tegen een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 21 van de Wet op
                    de ruimtelijke ordening, een besluit tot herziening, wijziging of verlening van
                    vrijstelling van het ter plaatse van de glastuinbouwkavel geldende
                    bestemmingsplan als bedoeld in artikel 10, 11 respectievelijk 19 van de Wet op
                    de Ruimtelijke Ordening, danwel enig ander besluit in verband met de aanpassing
                    van het ter plaatse van de glastuinbouwkavel geldende bestemmingsplan gericht op
                    de totstandkoming van een passende andere bestemming als bedoeld in artikel 2,
                    lid 1.</al><al>Artikel 4</al><al>De subsidieontvanger zal tot het moment waarop de aanpassing van het ter plaatse
                    van de glastuinbouwkavel geldende bestemmingsplan als bedoeld in lid 1
                    onherroepelijk is, geen initiatieven nemen of doen nemen tot het oprichten van
                    bebouwing op, aan of in de glastuinbouwkavel, anders dan toegestaan onder
                    artikel 3, lid 2, van de saneringsregeling.</al><al>Artikel 5</al><al>1.In het geval van gehele of gedeeltelijke vervreemding danwel ingebruikgeving
                    onder welke titel dan ook van de glastuinbouwkavel waarbij de nieuwe eigenaar
                    respectievelijk gebruiker in de rechten en verplichtingen voortvloeiende uit de
                    subsidieverlening treedt, welke nieuwe eigenaar respectievelijk gebruiker alsdan
                    als de subsidieontvanger wordt aangemerkt, is de subsidieontvanger verplicht er
                    zorg voor te dragen dat de rechten en verplichtingen voortvloeiende uit deze
                    overeenkomst overgaan op de nieuwe eigenaar respectievelijk gebruiker.</al><al>2.Treedt in het geval als bedoeld in lid 1 de nieuwe eigenaar respectievelijk
                    gebruiker niet in de rechten en verplichtingen voortvloeiende uit de
                    subsidieverlening dan is de subsidieontvanger verplicht er zorg voor te dragen
                    dat de rechten en verplichtingen voortvloeiende uit deze overeenkomst mede
                    aanvaard worden door iedere nieuwe eigenaar respectievelijk gebruiker.</al><al>Artikel 6</al><al>Onverminderd het recht van de Provincie op volledige schadevergoeding is de
                    subsidieontvanger bij overtreding van het bepaalde in de artikelen 2, 3, 4 of 5
                    van deze overeenkomst aan de Provincie een direct opeisbare boete verschuldigd
                    van € 25.000,00 (zegge: vijfentwintigduizend euro) per geval, zonder dat enige
                    sommatie of ingebrekestelling is vereist.</al><al>Artikel 7</al><al>1.De rechten en verplichtingen voortvloeiende uit deze overeenkomst komen te
                    vervallen op het moment dat de aanvraag die aan de subsidieverlening ten
                    grondslag ligt door de subsidieontvanger wordt ingetrokken.</al><al>2.Onverminderd het bepaalde in lid 1 doen Partijen uitdrukkelijk afstand van de
                    bevoegdheid respectievelijk het recht om van deze overeenkomst uit welke hoofde
                    ook de ontbinding of vernietiging te verlangen, een en ander onverminderd het
                    recht op schadevergoeding.</al><al>Aldus in tweevoud ondertekend te ’s-Hertogenbosch, respectievelijk … [woonplaats
                    subsidieontvanger]</al><al>Op … ….. 2005, respectievelijk … …. 2005</al><al>Provincie Noord-Brabant,</al><al>namens deze,</al><al>Mevrouw mr. E. M.A. van Sprang Helmig,</al><al>hoofd van het bureau Vastgoed van de</al><al>Directie Ruimtelijke Ontwikkeling en Handhaving,</al><al>…. [naam subsidieontvanger]</al></bijlage><nota-toelichting><al><vet>Toelichting algemeen</vet></al><al>Provinciaal saneringsbeleid voor de glastuinbouw</al><al>Het provinciale glastuinbouwbeleid is vastgelegd in de nota Glastuinbouw,
                    vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 24 augustus 1999. Het beleid is gericht
                    op de ruimtelijke concentratie van glastuinbouwbedrijven, omdat daardoor
                    economische en milieuvoordelen kunnen worden behaald en minder aantrekkelijke
                    kanten van ruimtelijke spreiding, waaronder met name de belasting van natuur en
                    landschap, kunnen worden voorkomen of weggenomen.</al><al>Wat betreft de sanering van glastuinbouwbedrijven is in de nota bepaald dat
                    solitair gelegen bedrijven in gebieden die vanuit het oogpunt van landschaps-,
                    natuur- en cultuurhistorische waarden als kwetsbaar moeten worden aangemerkt
                    moeten worden verplaatst of beëindigd. In het Streekplan Noord-Brabant 2002 zijn
                    de belangrijkste van deze kwetsbare gebieden samengebracht in de groene
                    hoofdstructuur (GHS) en de agrarische hoofdstructuur landschap
                    (AHS-landschap).</al><al>Door middel van de onderhavige subsidieregeling en het geld dat de provincie
                    voor de uitvoering daarvan uittrekt geeft ons college invulling aan het
                    saneringsbeleid voor de glastuinbouw. Dit beleid kan tevens een stimulans zijn
                    voor de verplaatsing van glastuinbouwbedrijven naar duurzame locaties, met name
                    in een van de vestigings- en doorgroeigebieden van onze provincie. Voor de
                    ontwikkeling van deze gebieden heeft de provincie in 2002 samen met de
                    ZLTO/NCB-Ontwikkeling de Tuinbouw Ontwikkelingsmaatschappij (TOM)
                    opgericht.</al><al>Het sanerings- en verplaatsingsbeleid voor de glastuinbouw is een onderdeel van
                    het provinciale beleid voor de revitalisering van het landelijk gebied van
                    Noord-Brabant. De reconstructie- en gebiedsplannen voor de revitalisering zijn
                    op 22 april 2005 vastgesteld door Provinciale Staten. De reconstructieplannen
                    (Oost- en Midden-Brabant) zijn opgesteld op basis van de Reconstructiewet
                    concentratiegebieden; de gebiedsplannen (West-Brabant) op initiatief van het
                    provinciaal bestuur.</al><al>Kwetsbare gebieden: GHS-landbouw en AHS-landschap Deze subsidieregeling richt
                    zich op het wegnemen van solitair gelegen bedrijven in de Groene hoofdstructuur
                    landbouw (GHS-landbouw) en de Agrarische hoofdstructuur landschap
                    (AHS-landschap). Voor de sanering van de glastuinbouwbedrijven in de meest
                    kwetsbare gebieden – de GHS-natuur – is het Ministerie van LNV verantwoordelijk.
                    De meeste van de in de GHS-natuur gelegen glastuinbouwbedrijven zijn in de
                    afgelopen jaren reeds aangekocht door de Dienst Landelijk Gebied van LNV.</al><al>Sanering van gespecialiseerde (voormalige) glastuinbouwbedrijven</al><al>Deze subsidieregeling is gericht op gespecialiseerde glastuinbouwbedrijven, dit
                    wil zeggen bedrijven met een glasopstand van tenminste 5.000 m2. De verspreide
                    aanwezigheid van deze bedrijven doet duidelijk afbreuk aan de natuurlijke,
                    landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten in de GHS en de
                    AHS-landschap. Bovendien vertegenwoordigen bedrijven met minder dan 5.000 m2 aan
                    glas in het algemeen nauwelijks of geen economische waarde.</al><al>Om de afbraak van kassen met een oppervlak van minder dan 5.000 m2 toch
                    enigszins te stimuleren hebben wij in onze modelverordening voor de sloop van
                    agrarische en overige bebouwing in het buitengebied (zie hierna) een
                    subsidiemogelijkheid opgenomen voor deze kleinere kassen.</al><al>Actieve glastuinbouwbedrijven zijn gelijkgeschakeld met voormalige
                    glastuinbouwbedrijven, omdat het er uiteindelijk om gaat dat de glasopstanden
                    met de bijbehorende bebouwing uit het landschap verdwijnen.</al><al>Tenderprocedure, prioritering</al><al>De onderhavige subsidieregeling wordt opengesteld door middel van een
                    tenderprocedure. Daarin wordt gedurende een bepaalde tijd (bijvoorbeeld een
                    maand) de mogelijkheid geboden om subsidieaanvragen in te dienen, waarna alle
                    aanvragen worden gerangschikt naar de ligging in meer of minder kwetsbaar gebied
                    (respectievelijk GHS-landbouw en AHS-landschap). Vervolgens worden de aanvragen
                    per gebied geprioriteerd door middel van een gewogen loting, waarbij een hogere
                    prioriteit wordt toegekend aan de bedrijven die beschikken over een serieus plan
                    voor verplaatsing naar een concentratiegebied voor de glastuinbouw in de
                    provincie Noord-Brabant of elders in Nederland. De aanvraag met de hoogste
                    prioriteit wordt als eerste ingewilligd, vervolgens de tweede, enzovoort. Deze
                    toekenning gaat door totdat het budget voor de betreffende aanvraagperiode
                    volledig vergeven is; zie de artikelen 6 en 7, alsmede bijlage 1.</al><al>Op deze wijze wordt absolute voorrang verleend aan de sanering van (voormalige)
                    bedrijven die de grootste ecologische bijdrage leveren en relatieve voorrang aan
                    bedrijfsbeëindingen die gepaard gaan met verplaatsing. Het laatste is bedoeld om
                    een extra impuls te geven aan de ruimtelijke concentratie van de
                    glastuinbouw.</al><al>Financiële middelen</al><al>De budgetten die voor deze regeling beschikbaar worden gesteld zijn afkomstig
                    uit de verbrede inzet van de aanpak ruimte voor ruimte. In deze verbrede inzet
                    wordt extra woningbouw mogelijk gemaakt in ruil voor een financiële bijdrage aan
                    de beëindiging en de sloop van glastuinbouwbedrijven en de sloop van andere
                    bebouwing in het buitengebied van Noord-Brabant. De bestemmingswinsten uit de
                    kavelontwikkeling van de woningen worden aangewend voor de onderhavige
                    subsidieregeling en voor de door gemeenten open te stellen subsidieverordening
                    sloop ongewenste bebouwing buitengebied. Over de aanpak ruimte voor ruimte
                    (verbreed) zijn landelijke afspraken gemaakt in het zogeheten Pact van
                    Brakkenstein . Op 27 juni 2006 heeft ons college beleidsregels vastgelegd in de
                    Beleidsnota verbrede inzet van de aanpak ruimte voor ruimte.</al><al>Vooruitlopend op de inkomsten uit de verbrede inzet van de aanpak ruimte voor
                    ruimte stelt de provincie voorlopig een bedrag van € 11 miljoen ter beschikking
                    voor de sanering van de glastuinbouw. Door middel van het subsidieplafond
                    besluiten Gedeputeerde Staten of dit bedrag ineens dan wel in tranches wordt
                    uitgegeven (zie artikel 6).</al><al>Europese aspecten</al><al>Subsidiëring van bedrijfsbeëindiging en afbraak van glastuinbouwbedrijven komt
                    niet voor medefinanciering door de Europese Unie in aanmerking. In het bijzonder
                    de steunmaatregelen voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie en
                    Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) , waarop het Nederlandse
                    Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP) is gebaseerd, voorzien niet in
                    medefinanciering van saneringsmaatregelen in de glastuinbouw. De subsidies
                    moeten wel voldoen aan de EU-bepalingen over staatssteun, in het bijzonder de
                    communautaire richtsnoeren voor staatssteun in de landbouwsector . Bij
                    beschikking van 7 december 2005, inzake Steunmaatregel nr. N 491/2005, heeft de
                    Europese Commissie besloten geen bezwaar te maken tegen de onderhavige
                    subsidieregeling.</al><al>Aankoopprojecten naast subsidieregeling</al><al>Sinds het jaar 2000 is de provincie betrokken bij het project Glasnat, bij
                    Sprang-Capelle in de gemeente Waalwijk. In dit project wordt een bestaand
                    glastuinbouwgebied en de omgeving daarvan opnieuw ingericht. De netto
                    glasopstand wordt hierbij vergroot van 17 ha tot 30 ha en in het omliggende
                    gebied worden vijf glastuinbouwbedrijven aangekocht en gesaneerd, drie op kosten
                    van het Ministerie van LNV en twee op kosten van de provincie. Het gaat er
                    vooral om het glastuinbouwgebied waterhuishoudkundig te scheiden van het
                    omliggende gebied, zodat het grondwaterpeil in het omliggende gebied kan worden
                    verhoogd ten gunste van de natuur.</al><al>In de toekomst dienen zich mogelijk nog andere gebieden aan waarin een
                    projectmatige aanpak van de ontwikkeling en de sanering van
                    glastuinbouwbedrijven door middel van aan- en verkoop van bedrijven en grond een
                    duidelijke meerwaarde heeft. In dit verband is reeds de situatie te Helenaveen,
                    gemeente Deurne, bekend, waarin een projectmatige aanpak nuttig kan zijn om
                    tegelijk met de herstructurering van de glastuinbouw een aantal andere doelen
                    van de revitalisering van het landelijk gebied te dienen, met name de
                    bevordering van de leefbaarheid en het behoud van cultuurhistorische
                    waarden.</al><al>De provincie blijft bereid om (ook in financiële zin) mee te werken aan
                    dergelijke projecten en heeft daarvoor gelden gereserveerd.</al><al>Glastuinbouwbedrijven die voor sanering in aanmerking komen en zich in een
                    projectgebied bevinden hebben de keuze om mee te doen met het project of gebruik
                    te maken van de onderhavige subsidieregeling.</al><al>RSG 2002 en Rbv als voorbeelden</al><al>Voor de regeling hebben onder meer model gestaan de Regeling
                    Structuurverbetering Glastuinbouw 2002 (RSG 2002) en de Regeling beëindiging
                    Veehouderijtakken (Rbv) .</al><al>De RSG 2002 heeft tot doel de vernieuwing en verbetering van de bestaande
                    structuur en verkaveling van individuele glastuinbouwbedrijven te
                    bewerkstelligen. Hiertoe voorziet de RGS 2002 onder meer in subsidie voor
                    afbraak van verouderde glasopstanden en bedrijfsgebouwen op kavels, waarvan de
                    glastuinbouwbestemming wordt gehandhaafd. De onderhavige subsidieregeling heeft
                    een geheel ander oogmerk, namelijk de sanering van glastuinbouwbedrijven in
                    kwetsbare gebieden, waarbij de glastuinbouwbestemming wordt geschrapt. Van
                    samenloop van beide subsidies kan dan ook geen sprake zijn.</al><al>Aan de Rbv is onder meer ontleend dat subsidie is uitgesloten indien
                    woningbouwmogelijkheden aanwezig zijn op de glastuinbouwkavel die wordt
                    gesaneerd, of indien daar naderhand woningbouwmogelijkheden ontstaan (zie
                    artikel 4 , eerste lid, onder b, en artikel 11, lid 2). Door zelf een woning te
                    bouwen of de grond als woningbouwperceel te verkopen is de betrokken glastuinder
                    immers in voldoende mate in staat om de saneringskosten zelf te kunnen
                    dragen.</al><al>Andere provinciale subsidieregelingen voor bedrijfsbeëindiging en sloop van
                    gebouwen in het buitengebied</al><al>Naast de onderhavige subsideregeling kent de provincie nog drie andere
                    regelingen die voorzien in de bedrijfsbeëindiging en/of de sloop van gebouwen in
                    het buitengebied, namelijk de:</al><al>-Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</al><al>-Beëindigingsregeling Intensieve Veehouderij (BIV)</al><al>-Model gemeentelijke subsidieverordening sloop ongewenste bebouwing</al><al>De VIV voorziet in de aankoop van intensieve veehouderijen in
                    extensiveringsgebieden die zich willen verplaatsen naar een duurzame locatie
                    elders in Nederland. Extensiveringsgebieden zijn aangewezen in de
                    reconstructieplannen en gebiedsplannen voor het landelijk gebied. Bij de aankoop
                    verplicht de veehouder zich tot sloop van de betrokken bedrijfsgebouwen. In de
                    aankoopsom zijn bijdragen in de sloop- en de verplaatsingskosten begrepen.
                    Vermoedelijk wordt dit laatste element in een afzonderlijke subsidieregeling
                    ondergebracht, dit vanwege de staatssteunaspecten. De regeling wordt
                    gefinancierd uit de algemene middelen van de provincie, met uitzondering van de
                    sloopbijdrage, die wordt bekostigd uit de opbrengsten die worden verkregen uit
                    de aanpak ruimte voor ruimte.</al><al>De BIV zal door de provincie naar verwachting in 2007 worden opengesteld. Deze
                    regeling voorziet in subsidie van het waardeverlies en de sloopkosten van
                    intensieve veehouderijen die in extensieveringsgebieden in of rondom
                    natuurgebieden zijn gelegen, maar niet elders zullen worden voortgezet. Ook deze
                    zal worden gefinancierd uit de algemene middelen van de provincie.</al><al>De model-subsidieverordening sloop ongewenste bebouwing buitengebied kan door
                    gemeenten worden opengesteld. Gemeenten waarin op 31 december van een jaar
                    minstens 30 ruimte voor ruimtekavels in ontwikkeling waren kunnen in het daarop
                    volgende jaar in aanmerking komen voor een financiële bijdrage voor de subsidies
                    die zij op grond van de verordening uitbetalen. De verordening voorziet in
                    subsidies voor de sloop van gebouwen in door de gemeente aan te wijzen gebieden
                    die vanuit het oogpunt van natuur en landschap als waardevol kunnen worden
                    aangemerkt. De gemeenten kunnen eveneens de categorieën van gebouwen aanwijzen
                    waarvoor de regeling zal gelden.</al><al>De drie genoemde regelingen zijn, evenals de onderhavige subsidieregeling,
                    uitvoeringsinstrumenten van het provinciale beleid voor de revitalisering van
                    het landelijk gebied van Noord-Brabant.</al><al><vet>Toelichting per artikel</vet></al><al><vet>Artikel 1</vet></al><al>De onderdelen a) en b) zijn ontleend aan de RSG 2002.</al><al>De onderdelen c) en d) bevatten zodanige definities dat alleen positief bestemde
                    glastuinbouwbedrijven voor een saneringssubsidie in aanmerking komen en dat
                    bedrijven met een glasopstand van minder dan 5.000 m2 buiten de regeling
                    vallen.</al><al>De onderdelen f) en g) zijn opgenomen omdat de regeling zowel ziet op
                    glastuinbouwbedrijven die nog actief zijn als op reeds gestaakte bedrijven</al><al>De onderdelen j), k), en l) bevatten de gebieden waarin de regeling van
                    toepassing is. In het Streekplan Noord-Brabant 2002 zijn deze gebieden
                    vastgesteld op een schaal van 1:100.000. Deze schaal is te grof om te worden
                    toegepast in een subsidieregeling als de onderhavige. Vandaar dat aanknoping is
                    gezocht bij de zogeheten werkkaart “Groene Hoofdstructuur 2003”, die is
                    opgenomen in de CD ROM “Digitale atlas revitalisering landelijk gebied (RLG)
                    2005”. De uit 2002 daterende versie van deze kaart, op schaal 1:25.000, heeft
                    ten grondslag gelegen aan de de GHS en de AHS-landschap zoals die in het
                    streekplan 2002 zijn begrensd.</al><al>De benaming “werkkaart” is passend in het kader van het provinciaal planologisch
                    toezicht. In dat kader is de begrenzing van de GHS en de AHS-landschap op
                    detailniveau voorbehouden aan de gemeenten, bij de vaststelling van hun
                    bestemmingsplannen, en is de kaart niet meer dan een (belangrijk) hulpmiddel. In
                    het kader van de onderhavige subsidieregeling hebben wij aan de werkkaart een
                    harde juridische betekenis verleend, om daarmee de nodige rechtszekerheid te
                    scheppen.</al><al>In de kaart “Groene Hoofdstructuur 2003” zijn aanpassingen opgenomen naar
                    aanleiding van de vaststelling van de natuurgebiedsplannen in het kader van het
                    provinciale natuurbeleid en naar aanleiding van de vaststelling van de concept-
                    reconstructie- en gebiedsplannen voor de revitalisering van het landelijk
                    gebied. In de natuurgebiedsplannen is de Ecologische hoofdstructuur (EHS)
                    begrensd, die overeenkomt met de GHS-natuur (afgezien van de beheersgebieden).
                    In de reconstructie- en gebiedsplannen is de grens van de regionale natuur- en
                    landschapseenheden (RNLE) nader bepaald, en daarmee eveneens de begrenzing van
                    de AHS-landschap, subzone RNLE-landschapsdeel.</al><al>Onderdeel m): De EHS omvat bestaande bos- en natuurgebieden, te ontwikkelen bos-
                    en natuurgebieden, ecologische verbindingszones en beheersgebieden. In de
                    beheersgebieden blijft de uitoefening van landbouwactiviteiten voorop staan.
                    Voor de onderhavige subsidieregeling zijn alleen de bestaande en te ontwikkelen
                    bos- en natuurgebieden en de ecologische verbindingszones van belang. Ons
                    college heeft deze gebieden en zones op 2 juli 2002 begrensd in 11
                    natuurgebiedsplannen, op een schaal van 1:25.000. Nadien is deze begrenzing
                    jaarlijks aangepast. De natuurdoeltypen die in deze plannen zijn aangegeven zijn
                    bepalend voor de subsidiemogelijkheden op grond van de Subsidieregeling
                    natuurbeheer 2000 .</al><al><vet>Artikel 2</vet></al><al>Dit artikel bevat de basisbepaling: subsidie kan worden verleend voor de
                    sanering van glastuinbouwbedrijven en voormalige glastuinbouwbedrijven in de
                    GHS-landbouw of de AHS-landschap, danwel (voormalige) bedrijven in de
                    AHS-landbouw die door hun ligging ten opzichte van de GHS-natuur, de
                    GHS-landbouw en de AHS-landschap op slot staan. Voor het laatste geval moet
                    worden gedacht aan bedrijven die aan twee of drie zijden worden omringd door de
                    GHS of de AHS-landschap en in andere richtingen niet of nauwelijks kunnen
                    uitbreiden, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van bebouwing.</al><al><vet>Artikel 3</vet></al><al>Lid 1, onder b) en c): Het slopen en verwijderen van de daarbij vrijkomende
                    materialen moet op milieuverantwoorde wijze gebeuren. Om aannemelijk te maken
                    dat aan dit vereiste is voldaan, moeten bij de indiening van het verzoek om
                    subsidievaststelling worden overgelegd:</al><al>? een kopie van de gemeentelijke sloopvergunning;</al><al>? een asbestinventarisatierapport van een BRL 5052 gecertificeerd
                    asbestinventarisatiebedrijf, indien de te slopen bouwwerken vóór 1 juli 1993
                    zijn gebouwd;</al><al>? indien asbest aanwezig was, bewijsstukken waaruit blijkt dat dit
                    overeenkomstig de regelgeving voor asbestverwijdering is verwijderd door een BRL
                    5050 gecertificeerd astbestverwijderingsbedrijf;</al><al>? bewijsstukken waaruit blijkt dat puin en afval op een legale stortplaats in
                    gescheiden fracties zijn gestort (stortbonnen).</al><al>De sloopvergunning is geregeld in de gemeentelijke bouwverordening. In deze
                    verordening staan ook bepalingen omtrent asbestverwijdering, die zijn gebaseerd
                    op het Asbestverwijderingsbesluit (AmvB van 28 mei 1993, Stb 290, nadien enkele
                    malen gewijzigd). De onderhavige regeling voegt inhoudelijk niets toe aan deze
                    bepalingen. Door echter een aantal documenten te vereisen waaruit blijkt dat bij
                    het slopen en verwijderen van afval aandacht is besteed aan het milieu, wordt
                    een extra waarborg gegeven dat de betreffende bepalingen juist worden toegepast.
                    Deze waarborg is naar verwachting effectief, omdat de sanctie is gelegen in het
                    niet uitkeren van de subsidie of een voorschot.</al><al>Overigens moet bij de sloop van kassen, voorzover van toepassing, ook worden
                    voldaan aan de Regeling sloop tuinbouwkassen met asbesthoudende voegkit
                    (Minister van VROM, 20 december 2000, Stcrt 250).</al><al>Lid 1, onder d): Ter bevordering van gewenste en voorkoming van ongewenste
                    ruimtelijke ontwikkelingen is het nodig dat op de gesaneerde glastuinbouwkavel
                    een passende andere bestemming komt te rusten. Dit betekent in ieder geval dat
                    de glastuinbouwbestemming, of de bouwmogelijkheden voor de glastuinbouw moeten
                    worden geschrapt. Daarvoor in de plaats moet een andere bestemming worden
                    gegeven aan de kavel, doorgaans een (burger)woonbestemming of een agrarische
                    bestemming, waarbij het van de plaatselijke omstandigheden afhangt of en zo ja
                    welke bouwmogelijkheden kunnen worden geschapen ten dienste van deze bestemming.
                    Eventuele bouwmogelijkheden kunnen overigens slechts beperkt zijn, omdat er
                    anders immers slechts sprake zou zijn van vervanging van kassen door andere
                    bebouwing, hetgeen afbreuk zou doen aan de landschappelijke doelstelling van de
                    subsidie. Een agrarisch bouwblok moet dan ook in het algemeen uitgesloten worden
                    geacht.</al><al>De subsidieontvanger zal actief moeten meewerken aan de totstandkoming van een
                    passende andere bestemming, door de indiening van een daartoe strekkend verzoek
                    bij het gemeentebestuur. Het ligt voor de hand dat in afwachting van de
                    aanpassing van het bestemmingsplan niet wordt gebouwd op de glastuinbouwkavel.
                    Om een en ander te verzekeren wordt van de subsidieontvanger verlangd dat hij
                    een subsidieovereenkomst sluit met de provincie (zie bijlage 5).</al><al>Een bepaling, gericht op de totstandkoming van een passende bestemming na de
                    sloop van stallen, is eveneens opgenomen in de ruimte voor ruimteregeling van
                    het Streekplan Noord-Brabant 2002 (paragraaf 3.6.2) en uitgewerkt artikel 8 van
                    de “Beleidsregel Ruimte voor Ruimte 2006” (vastgesteld door ons college op 20
                    december 2005).</al><al>Lid 1, onder f): In artikel 13 van de Wet bodembescherming (Wbb) is de algemene
                    zorgplicht tot het voorkomen en ongedaan maken van bodemverontreiniging
                    neergelegd. Ook los van deze bepaling spreekt vanzelf dat de grond van het te
                    saneren glastuinbouwbedrijf schoon moet worden opgeleverd. Dit wil zeggen:
                    schoon genoeg voor het in de toekomst te verwachten gebruik. Het in de toekomst
                    te verwachten gebruik zal moeten worden gedekt door de nieuwe bestemming (zie
                    toelichting bij vorig artikelonderdeel). Vaak zal het om gebruik als tuin bij
                    een burgerwoning gaan, of om agrarisch gebruik.</al><al>Uit een verkennend bodemonderzoek overeenkomstig de NEN 5740 - aangevuld met een
                    asbestonderzoek volgens NEN 5705 of NEN 5897 indien de locatie verdacht is van
                    asbestverontreiniging - zal moeten blijken of er sprake is van niet aanvaardbare
                    bodemverontreiniging. Indien dit het geval is, dan moet de bodem, eventueel na
                    andere onderzoeken, volgens een saneringsplan worden gesaneerd. Het
                    saneringsplan moet voldoen aan het bepaalde in titel 6.3 van de Provinciale
                    Milieuverordening Noord-Brabant.</al><al>In voorkomende gevallen (ernstige verontreiniging door bijvoorbeeld zware
                    metalen, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAKs), olie of asbest)
                    dient de voorgenomen sanering te worden gemeld bij Gedeputeerde Staten, op grond
                    van artikel 28 Wbb indien de verontreiniging is ontstaan vóór 1 januari 1987 en
                    op grond van van artikel 27 Wbb indien de verontreiniging later is ontstaan. Bij
                    de melding moet onder meer een saneringsplan worden overgelegd, waarmee ons
                    college moet instemmen.</al><al>In sommige gevallen kan de saneringsplicht overigens ook voortvloeien uit de
                    milieuvergunning, zelfs nadat deze is ingetrokken. In die gevallen zijn
                    burgemeester en wethouders het bevoegde gezag voor minder ernstige
                    verontreinigingen en is ons college het bevoegde gezag voor gevallen van
                    ernstige verontreiniging.</al><al>Indien bodemsanering noodzakelijk was en deze is uitgevoerd, dan dient daarvan
                    een evaluatierapport te worden opgesteld volgens het VKB Protocol 6001 of 6002
                    of een daarmee vergelijkbaar evaluatierapport dat voldoet aan het bepaalde in
                    artikel 6.7.2 van de Provinciale Milieuverordening Noord-Brabant. Aan de hand
                    van dit rapport zal ons college beoordelen – al dan niet in het kader van de Wbb
                    - of het te beogen resultaat is bereikt.</al><al>Lid 1, onder g): Als er een milieuvergunning geldt voor het glastuinbouwbedrijf,
                    dan moet deze worden ingetrokken op de voet van artikel 8:26 van de Wet
                    milieubeheer. De milieuvergunningen voor de meeste glastuinbouwbedrijven zijn
                    overigens per 1 april 2002 vervallen als gevolg van de inwerkingtreding van het
                    Besluit glastuinbouw (AmvB van 21 februari 2002, Stcrt nr. 109, nadien
                    gewijzigd). Dat de milieuvergunning is ingetrokken of niet (meer) van kracht is
                    moet blijken uit een intrekkingsbesluit, respectievelijk een verklaring van
                    burgemeester en wethouders.</al><al>Lid 1, onder h): Deze bepaling is ontleend aan de Rbv. Zij beoogt een stimulans
                    te geven aan de realisering van de EHS. Volgens de artikelen 94 t/m 97 van de
                    Subsidieregeling natuurbeheer 2000 is BBL verplicht om aangeboden grond te
                    verwerven tegen de getaxeerde waarde.</al><al>Lid 1, onder i): Ook deze bepaling is ontleend aan de Rbv. Zij beoogt BBL de
                    kans te geven om landbouwgronden buiten de EHS aan te kopen; zulke gronden
                    kunnen dan onder meer worden ingezet als ruilgrond.</al><al>Lid 2: Zoals hiervoor is vermeld bij lid 1, onder d), zal veelal een bestemming
                    tot burgerbewoning als passend moeten worden beschouwd na de sanering van het
                    glastuinbouwbedrijf. Voor deze bestemming worden in bestemmingsplannen
                    buitengebied doorgaans bijgebouwen toegestaan tot 200 m2 indien er sprake is van
                    substantiële sloop op het betrokken perceel. Lid 2 sluit aan bij deze praktijk.
                    Indien een passende andere bestemming het gewenst maakt dat een groter gedeelte
                    van de gebouwen wordt gehandhaafd, dan kan de hardheidsclausule (artikel 12)
                    uitkomst bieden.</al><al>In sommige situaties zal er behoefte bestaan aan het behoud van een zeker
                    oppervlakte aan gebouwen of glasopstanden, maar op een andere plek dan de
                    bestaande. Voor die situaties voorziet dit artikellid in de mogelijkheid dat tot
                    een oppervlakte van 200 m2 wordt teruggebouwd. Uiteraard moet dit wel gebeuren
                    in overeenstemming met het bestemmingsplan dat ten tijde van het terugbouwen van
                    kracht is.</al><al>Lid 3: De in lid 1, onder h) opgenomen verplichting om EHS-gronden te verkopen
                    aan BBL of pachtvrij te maken ten gunste van Staatsbosbeheer of een particuliere
                    natuurbeschermingsorganisatie geldt niet indien de tuinder deze gronden beheert
                    met gebruikmaking van een beheers- of inrichtingssubsidie op grond van de
                    Subsidieregeling natuurbeheer 2000. In de natuurgebiedsplannen is aangegeven
                    waar dit particuliere natuurbeheer mogelijk is. Op deze wijze wordt recht gedaan
                    aan het particuliere natuurbeheer.</al><al><vet>Artikel 4</vet></al><al>Lid 1, onder b): Zoals vermeld in het algemene gedeelte van deze toelichting is
                    dit onderdeel ontleend aan de Rbv. Indien er sprake is van bestemming die
                    (extra) woningbouw toelaat op de glastuinbouwkavel, dan kunnen de
                    saneringskosten worden gedekt uit de (bestemmings)winst die wordt behaald door
                    de ontwikkeling van de woning(en).</al><al>Lid 2, onder d): indien het (voormalige) glastuinbouwbedrijf wordt gesaneerd in
                    ruil voor de bouw van woningen of bedrijfsopstallen in het kader van een
                    verbeterproject in het buitengebied (paragraaf 3.6.2. Streekplan Noord-Brabant
                    2002), dan moeten de verleende bouwmogelijkheden als een voldoende stimulans
                    voor de sanering worden gezien. Indien de sanering van het (voormalige)
                    glastuinbouwbedrijf daarnaast ook nog zou worden gesubsidieerd, dan zou dat een
                    overdreven extra stimulans zijn. De eigenaar van het (voormalige)
                    glastuinbouwbedrijf heeft in dergelijke gevallen de keuze tussen ofwel het
                    verkrijgen van provinciale planologische medewerking aan de bouw van woningen of
                    bedrijfsopstallen buiten de reguliere toetsingskaders, ofwel het verkrijgen van
                    subsidie.</al><al>Lid 1, onder e) is ontleend aan de Rbv. Deze bepaling beoogt ontwijking van de
                    verkoopplicht van EHS-gronden aan BBL danwel de verplichting tot het pachtvrij
                    maken van de gronden te voorkomen.</al><al>Lid 2: Deze bepaling beoogt dubbele subsidiëring te voorkomen. Bij de aanvraag
                    dient een verklaring te worden overgelegd over andere geldelijke bijdragen.
                    Onder de verstrekking van een geldelijke bijdrage valt ook de verwerving van het
                    (voormalige) glastuinbouwbedrijf in het kader van de ontwikkeling van een
                    woningbouwlocatie of een bedrijventerrein door een particuliere partij. Indien
                    de gemeente de locatie verwerft voor dit doel, dan vervalt de
                    subsidiemogelijkheid; zie het eerste lid, onder b) van artikel 4.</al><al><vet>Artikel 5</vet></al><al>Lid 1: De subsidiebedragen zijn afhankelijk van de oppervlakte en de leeftijd
                    van de glasopstand en van de oppervlakte van de ondergrond. Aan de bepaling van
                    de bedragen heeft een onderzoek van de Tuinbouwontwikkelingsmaat-schappij (TOM)
                    ten grondslag gelegen , waaruit blijkt dat de genoemde factoren een goede
                    indicatie geven van het waardeverlies dat optreedt bij het saneren van een
                    (voormalig) glastuinbouwbedrijf. Wat betreft de subsidie voor de grond is
                    uitgegaan van het waardeverschil tussen de glastuinbouwbestem-ming en een
                    agrarische bestemming zonder bebouwing en is rekening gehouden met de
                    verkoopbaarheid van (een gedeelte van) het perceel van circa 1 ha voor gebruik
                    bij een burgerwoning.</al><al>Voor alle duidelijkheid zij vermeld dat de hoogte van de subsidie wordt bepaald
                    aan de hand van het glas en de grond, maar dat uiteraard alle bedrijfsgebouwen
                    ten dienste van het glastuinbouwbedrijf moeten worden gesloopt.</al><al>Lid 6: Het waardeverlies als gevolg van het wegvallen van de
                    glastuinbouwbestemming geldt voor de grond die feitelijk voor de glastuinbouw
                    wordt gebruikt. In de praktijk is de oppervlakte van deze grond ¼ groter dan de
                    netto-glasoppervlakte. Vandaar dat de voor subsidie in aanmerking te nemen
                    grondoppervlakte is gesteld op 125% van de glasoppervlakte. Uit deze bepaling
                    vloeit tevens voort dat het verlies van als zodanig bestemde, maar feitelijk
                    onbebouwd gebleven glastuinbouwgrond niet wordt gesubsidieerd.</al><al>Artikel 6 en 7: In deze bepalingen is de tenderprocedure neergelegd; deze is in
                    het algemene gedeelte van de toelichting ter sprake gekomen.</al><al>Artikel 9, tweede lid: In dit artikellid is de sanctie bepaald op overschrijding
                    van de termijn, genoemd in het eerste lid. Deze bepaling is ontleend aan de
                    Beleidsregels uitvoering Regeling beëindiging veehouderijtakken (Minister van
                    LNV, 15 juli 2004, Stcrt 136). In de ministeriële beleidsregels is ook
                    aangegeven welke sancties worden toegepast indien de subsidie-aanvrager in het
                    geheel niet voldoet aan een of meer voorwaarden van de Rbv. Vooralsnog acht ons
                    college het niet nodig gelijksoortige beleidsregels vast te stellen. Indien dit
                    toch nodig mocht blijken, dan zullen beleidsregels omtrent sancties in een
                    afzonderlijk document worden vastgelegd.</al><al><vet>Artikel 11</vet></al><al>Lid 1: Het voorschot wordt pas uitbetaald na de voltooiing van alle sloop- en
                    verwijderingswerkzaamheden op milieuverantwoorde wijze. Voor de verstrekking van
                    het voorschot zullen dan ook de documenten moeten worden overgelegd waaruit
                    blijkt dat de sloop op een milieuverantwoorde manier heeft plaatsgevonden. Zie
                    hiervoor de toelichting bij artikel 3, lid 1, onder b) en c).</al><al>Lid 2: Deze bepaling is ontleend aan de Rbv, zoals vermeld in het algemene
                    gedeelte van de toelichting. Zij is het complement van artikel 4, eerste lid,
                    onder c). Indien er na de sanering (extra) woningbouwmogelijkheden ontstaan op
                    de glastuinbouwkavel, dan kunnen de saneringskosten worden terugbetaald uit de
                    (bestemmings)winst die wordt behaald door de ontwikkeling van de
                    woning(en).</al><al><vet>Artikel 12</vet></al><al>Lid 1: Deze bepaling is ontleend aan artikel 4:84 van de Algemene wet
                    bestuursrecht. Zij is voor het gemak van de lezer opgenomen; strikt genomen is
                    zij overbodig naast de wettelijke regeling. De bepaling biedt een grondslag voor
                    de vermijding of verzachting van onbedoelde effecten die in de
                    uitvoeringspraktijk zouden kunnen optreden bij een strikte toepassing van de
                    regeling.</al><al>Lid 2: In het tweede lid is bepaald dat naar redelijkheid en billijkheid moet
                    worden besloten indien wordt afgeweken van de beleidsregels, of indien een
                    beslissing moet worden genomen over een onderwerp dat onmiskenbaar tot het
                    domein van de beleidsregels behoort, maar daarin niet met zoveel woorden is
                    geregeld.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>