<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR95263_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidieregeling natuur- en milieueducatie Noord-Brabant</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Noord-Brabant</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-12-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Noord-Brabant</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.brabant.nl/loket/provinciale-bladen.aspx?qvi=42533">Provinciaal Blad, 2012, 297</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieregeling natuur- en milieueducatie Noord-Brabant</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Provinciewet, art. 105 , 143, 152</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant, art. 2, 15</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedeputeerde staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-12-20</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-12-20</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>S0255183</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>natuur en landschap, subsidies, financieel kader</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de (ingetrokken) beleidsregel Communicatie en Educatie Ecologie.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Subsidieregeling natuur- en milieueducatie Noord-Brabant</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;</vet></al><al/><al>Gelet op artikel 105, 143 en 152 van de Provinciewet;</al><al/><al>Gelet op artikel 2 en 15 van de Algemene subsidieverordening Provincie
                        Noord-Brabant; </al><al/><al>Overwegende dat natuur- en milieueducatie bijdraagt aan de verhoging van
                        betrokkenheid bij en zorg voor natuur en milieu, aan het begrip voor
                        provinciaal ecologiebeleid en daarmee samenhangende maatregelen en aan
                        gezondheid en kwaliteit van leven via verhoging van omgevingsbewustzijn en
                        zelfbewustzijn;</al><al/><al>Overwegende dat Gedeputeerde Staten natuur- en milieueducatie willen
                        stimuleren en daarom op 20 december 2005 de Beleidsregel subsidie
                        Communicatie en Educatie Ecologie hebben vastgesteld;</al><al/><al>Overwegende dat de Beleidsregel subsidie Communicatie en Educatie Ecologie
                        op diverse punten aangepast dient te worden, onder andere met betrekking tot
                        de te bereiken doelgroepen, de beoordelingscriteria en andere actuele punten
                        en dat het gelet op het grote aantal wijzigingen gewenst is een integrale
                        nieuwe subsidieregeling op te stellen;</al><al/><al><vet>Besluiten vast te stellen de volgende regeling: </vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel><vet>Artikel 1 Begripsbepalingen</vet></titel></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> beleving: direct contact met de natuur of de
                                milieuproblematiek;</al></li><li nr="b."><al> biodiversiteit: verscheidenheid aan gebiedseigen plant- en
                                diersoorten;</al></li><li nr="c."><al> bouwsel: klein bouwwerk waaronder vogelkijkhutten en open
                                schuilhutten die gericht zijn op natuurobservatie of natuurbeleving
                                én kennisoverdracht door educatief materiaal of
                                informatiemateriaal;</al></li><li nr="d."><al> de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor
                                vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EG) Nr.
                                1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de
                                toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op
                                de-minimissteun, Pb EG L 379/05 van 28 december 2006, met inbegrip
                                van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen;</al></li><li nr="e."><al> handelingsperspectief: inzicht in de wijze waarop eigen handelen in
                                het dagelijks leven invloed heeft op natuur en milieu;</al></li><li nr="f."><al> natuur en milieu: ecologische leefomgeving, daarbij inbegrepen
                                landschap, bodem, water, lucht, energie, klimaat, dierenwelzijn,
                                duurzame ontwikkeling en biodiversiteit;</al></li><li nr="g."><al> natuur- en milieueducatie: educatie of communicatie die leidt tot
                                vergroting van ervaringen, kennis, inzicht en vaardigheden op het
                                gebied van natuur en milieu;</al></li><li nr="h."><al> provincie: provincie Noord-Brabant;</al></li><li nr="i."><al> witte vlek: gemeente in Noord-Brabant die geen structureel contract
                                heeft met een voorziening voor natuur- en milieueducatie. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 2 Doelgroep</vet></titel></kop><al>Subsidie kan worden aangevraagd door rechtspersonen.</al><al/></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 3 Subsidiabele activiteiten</vet></titel></kop><al>Subsidie kan worden verleend voor projecten gericht op natuur- en
                        milieueducatie.</al><al/></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 4 Weigeringsgronden</vet></titel></kop><al>Subsidie wordt geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al> de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 2000;</al></li><li nr="b."><al> de aanvraag betrekking heeft op een project waarvoor eerder
                                subsidie is verleend op basis van de Beleidsregel subsidie
                                Communicatie en Educatie Ecologie of deze subsidieregeling.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 5 Subsidievereisten </vet></titel></kop><al>Om voor subsidie als bedoeld in artikel 3 in aanmerking te komen, wordt
                        voldaan aan de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a."><al> het project is gericht op beleving of aanbieden van
                                handelingsperspectief;</al></li><li nr="b."><al> het project heeft betrekking op ten minste een van de volgende
                                doelgroepen: </al><lijst><li nr="1e."><al> personen in de leeftijd van 4 tot en met 18 jaar;</al></li><li nr="2e."><al> personen ouder dan 18 jaar met leefstijl Buitenstaanders of
                                        Pragmatici als bedoeld in bijlage I;</al></li><li nr="3e."><al> personen die wonen in een witte vlek.</al></li></lijst></li><li nr="c."><al> het project heeft aantoonbare meerwaarde ten opzichte van bestaande
                                activiteiten;</al></li><li nr="d."><al> het project voorziet aantoonbaar in een educatieve of
                                communicatieve behoefte;</al></li><li nr="e."><al> bestaande producten en ervaringen elders zijn aantoonbaar
                                onderzocht en gebruikt bij de projectopzet;</al></li><li nr="f."><al> het project wordt uitgevoerd in samenwerking met ten minste één
                                andere rechtspersoon;</al></li><li nr="g."><al> het project kan uiterlijk 31 december 2012 afgerond worden;</al></li><li nr="h."><al> indien sprake is van staatssteun wordt voldaan aan de voorwaarden
                                voor de-minimissteun.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 6 Subsidiabele kosten</vet></titel></kop><al>Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel, komen de
                        volgende werkelijk gemaakte kosten voor subsidie in aanmerking:</al><lijst><li nr="a."><al> kosten voor aanschaf of huur van educatief materiaal of
                                informatiemateriaal waaronder informatiepanelen;</al></li><li nr="b."><al> kosten voor aanschaf of huur van apparatuur of software die
                                specifiek voor het betreffende project in gebruik genomen wordt en
                                daarvoor onmisbaar is;</al></li><li nr="c."><al> kopieer- en drukkosten;</al></li><li nr="d."><al> verzendkosten;</al></li><li nr="e."><al> kosten voor reclame;</al></li><li nr="f."><al> kosten voor zaalhuur;</al></li><li nr="g."><al> kosten voor verzekeringen;</al></li><li nr="h."><al> aanlegkosten voor bouwsels;</al></li><li nr="i."><al> kosten voor bekendmaking en verspreiding projectresultaten;</al></li><li nr="j."><al> kosten voor het laten opstellen van een accountantsverklaring,
                                indien een dergelijke verklaring in het kader van de
                                eindverantwoording verplicht is;</al></li><li nr="k."><al> loonkosten voor beroepskrachten tot een maximum van gemiddeld € 93
                                per uur inclusief sociale lasten en kosten van overhead;</al></li><li nr="l."><al> blijk van waardering voor inzet vrijwilligers tot een maximum van €
                                50 per vrijwilliger per kalenderjaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 7 Niet subsidiabele kosten</vet></titel></kop><al>De volgende kosten komen niet voor subsidie in aanmerking:</al><lijst><li nr="a."><al> bouwkosten voor bouwwerken, niet zijnde bouwsels;</al></li><li nr="b."><al> verbouwingskosten;</al></li><li nr="c."><al> aanlegkosten voor natuurspeeltuinen, natuurleerterreinen en
                                wandelpaden;</al></li><li nr="d."><al> kosten voor het uitvoeren van algemeen onderzoek op het gebied van
                                natuur- en milieueducatie;</al></li><li nr="e."><al> reiskosten;</al></li><li nr="f."><al> loonkosten voor gemeentepersoneel;</al></li><li nr="g."><al> exploitatiekosten anders dan in artikel 6, onder k, bedoeld;</al></li><li nr="h."><al> kosten gemaakt vóór de datum van de subsidieverlening. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 8 Vereisten subsidieaanvraag </vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een subsidieaanvraag voldoet aan de volgende vereisten: </al><lijst><li nr="a."><al> voor de aanvraag wordt gebruik gemaakt van een door
                                    Gedeputeerde Staten vastgesteld aanvraagformulier;</al></li><li nr="b."><al> de aanvraag bevat een begroting;</al></li><li nr="c."><al> de aanvraag bevat een kopie van het uittreksel van de Kamer van
                                    Koophandel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Uit de begroting als bedoeld in het eerste lid, onder b, blijkt: </al><lijst><li nr="a."><al> het totaal van voorziene inkomsten en uitgaven voor het
                                    project, uitgesplitst per kalenderjaar;</al></li><li nr="b."><al> de opbouw van de voorziene inkomsten, uitgesplitst naar eigen
                                    bijdrage, bijdragen derden, subsidie provincie en overige
                                    inkomsten;</al></li><li nr="c."><al> welke bijdragen van derden reeds zijn toegekend en welke nog in
                                    aanvraag zijn;</al></li><li nr="d."><al> welk deel van de gevraagde subsidie betrekking heeft op welk
                                    kalenderjaar;</al></li><li nr="e."><al> waaruit de voorziene uitgaven bestaan, uitgesplitst naar inzet
                                    eigen uren, uren inhuur en overige kosten;</al></li><li nr="f."><al> welke uitgaven subsidiabele kosten betreffen als bedoeld in
                                    artikel 6.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Subsidieaanvragen kunnen ingediend worden voor de volgende tenders: </al><lijst><li nr="a."><al> 1 maart 2010 tot en met 31 juli 2010;</al></li><li nr="b."><al> 1 augustus 2010 tot en met 30 november 2010;</al></li><li nr="c."><al> 1 maart 2011 tot en met 31 juli 2011;</al></li><li nr="d."><al> 1 augustus 2011 tot en met 30 november 2011;</al></li><li nr="e."><al> 1 januari 2012 tot en met 31 december 2012.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Subsidieaanvragen voor de tender als genoemd in het derde lid, onder a,
                            worden ingediend gedurende het tijdvak 1 maart 2010 tot en met 31 mei
                            2010.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Subsidieaanvragen voor de tender als genoemd in het derde lid, onder b,
                            worden ingediend gedurende het tijdvak 1 augustus 2010 tot en met 30
                            september 2010.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Subsidieaanvragen voor de tender als genoemd in het derde lid, onder d,
                            worden ingediend gedurende het tijdvak 1 maart 2011 tot en met 31 mei
                            2011.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> Subsidieaanvragen voor de tender als genoemd in het derde lid, onder e,
                            worden ingediend gedurende het tijdvak 1 januari 2012 tot en met 31
                            december 2012.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 9 Subsidieplafond</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de tender 1 maart
                            2010 tot en met 31 juli 2010 vast op € 195.765.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de tender 1
                            augustus 2010 tot en met 30 november 2010 vast op € 0. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de tender 1 maart
                            2011 tot en met 31 juli 2011 vast op € 0. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de tender 1
                            augustus 2011 tot en met 30 november 2011vast op € 0.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de tender 1
                            januari 2012 tot en met 31 december 2012 vast op € 0.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 10 Subsidiehoogte </vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Indien het project gericht is op inwoners van één gemeente, bedraagt de
                            hoogte van de subsidie 25% van de totale subsidiabele projectkosten, met
                            een maximum van € 50.000 per aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien het project gericht is op inwoners van meerdere gemeenten,
                            bedraagt de hoogte van de subsidie 80% van de totale subsidiabele
                            projectkosten, met een maximum van € 50.000 per aanvraag.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 11 Afwegingscriteria subsidieaanvragen</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Indien de subsidieaanvragen het vastgestelde subsidieplafond, genoemd
                            in artikel 9 te boven gaan, maken Gedeputeerde Staten voor het bepalen
                            van de volgorde van behandeling een afweging tussen de verschillende
                            aanvragen op basis van de volgende afwegingscriteria: </al><lijst><li nr="a."><al> mate waarin het project meerwaarde heeft ten opzichte van
                                    bestaande projecten, te waarderen met maximaal 10 punten;</al></li><li nr="b."><al> verwachte effectiviteit van het project op de deelnemers, te
                                    waarderen met maximaal 10 punten;</al></li><li nr="c."><al> bereik in relatie tot de kosten, te waarderen met maximaal 10
                                    punten;</al></li><li nr="d."><al> waarschijnlijkheid dat het project na afloop van de subsidie
                                    voortgezet wordt, te waarderen met maximaal 10 punten;</al></li><li nr="e."><al> mate waarin het initiatief bij de eindgebruiker ligt, te
                                    waarderen met maximaal 10 punten;</al></li><li nr="f."><al> mate waarin het project past binnen de landelijk vastgestelde
                                    prioritaire thema’s in het kader van de rijksnota “Kiezen, leren
                                    en meedoen”, te waarderen met maximaal 10 punten;</al></li><li nr="g."><al> overdraagbaarheid van de resultaten, te waarderen met maximaal
                                    10 punten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien aanvragen na weging als bedoeld in het eerste lid, gelijk
                            scoren, worden deze aanvragen gehonoreerd op basis van volgorde van
                            ontvangst.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Voor de toepassing van het tweede lid geldt als datum van ontvangst de
                            datum waarop de aanvraag volledig is.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 12 Subsidieverlening </vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde Staten beslissen binnen 8 weken na de uiterste
                            indieningsdatum zoals bedoeld in artikel 8, vierde tot en met zevende
                            lid, op de subsidieaanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De termijn als bedoeld in het eerste lid kan eenmalig verdaagd worden
                            met een termijn van maximaal 8 weken. </al><al/></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 13 Verplichtingen van de
                            subsidie-ontvanger</vet></titel></kop><al>Aan de subsidie-ontvanger kunnen in ieder geval de volgende verplichtingen
                        worden opgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al> indien de aanvrager een positief exploitatiesaldo over het
                                gesubsidieerde project heeft, wordt de subsidie terugbetaald naar
                                verhouding van het provinciale subsidie-aandeel in de totale
                                subsidie-inkomsten;</al></li><li nr="b."><al> bij de uitvoering van het project wordt gebruik gemaakt van
                                ervaringen elders en reeds bestaande producten;</al></li><li nr="c."><al> het product wordt aan anderen ter beschikking gesteld;</al></li><li nr="d."><al> tussentijds worden voortgangsrapportages ingediend;</al></li><li nr="e."><al> bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt voor het
                                financieel verslag en het activiteitenverslag gebruik gemaakt van
                                een vastgesteld format;</al></li><li nr="f."><al> het activiteitenverslag wordt aan anderen ter beschikking
                                gesteld;</al></li><li nr="g."><al> het product of informatie hierover wordt opgenomen in een database
                                of website;</al></li><li nr="h."><al> het project is uiterlijk op 31 december 2012 afgerond.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 14 Bevoorschotting en betaling</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De verleende subsidie kan op verzoek van de subsidieaanvrager voor
                            maximaal 80% van het subsidiebedrag door Gedeputeerde Staten worden
                            bevoorschot.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Na vaststelling van de subsidie wordt het restantsubsidiebedrag
                            betaald.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 15 Hardheidsclausule</vet></titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen in individuele gevallen bepalingen in deze
                        regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing
                        gelet op het belang van het stimuleren van projecten gericht op natuur- en
                        milieueducatie zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 16 Inwerkingtreding </vet></titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
                        uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.</al><al/></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 17 Citeertitel</vet></titel></kop><al>Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling natuur- en
                        milieueducatie Noord-Brabant.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>'s-Hertogenbosch, 9 februari 2010</ondertekening><ondertekening>Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,</ondertekening><ondertekening>de voorzitter prof. dr. W.B.H.J van de Donk </ondertekening><ondertekening>de secretaris drs. W.G.H.M. Rutten</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel><vet>Bijlage I behorende bij artikel 5, onder b, onderdeel
                        2:</vet></titel></kop><al><vet>Leefstijlen <sup>1 )</sup></vet></al><al/><al><onderstreept><vet>Buitenstaanders (Moderne Burgerij,
                            Gemaksgeoriënteerden)</vet></onderstreept></al><al/><al>Sleutelbegrippen: ongeïnteresseerd, negatief t.a.v. verantwoordelijkheid,
                    wantrouwig, vermaak, op zoek naar leiderschap Benaderen door: direct
                    confronteren, noodzaak maar ook gemak laten zien, amuseren % van de bevolking
                    Nederland: 32,7 Brabant: 42,7</al><al/><al><onderstreept><vet>Pragmatici (Postmoderne Hedonisten, Opwaarts
                        Mobielen)</vet></onderstreept></al><al/><al>Sleutelbegrippen: materialisme, eigen belang, betrokken maar ‘op afstand’,
                    selectief maar wél geïnformeerd. Benaderen door: kernachtig informeren,
                    overtuigen % van de bevolking Nederland: 24,6 Noord-Brabant: 23,8</al><al/><al><onderstreept><vet>Plichtsgetrouwen' (Traditionele
                        Burgerij)</vet></onderstreept></al><al/><al>Sleutelbegrippen: traditioneel, lokaal denkend, gezagsgetrouw, lokale media.
                    Benaderen door: dichtbij te brengen, concreet, persoonlijke context, persoonlijk
                    contact % van de bevolking Nederland: 12,8 Noord-Brabant: 9,5</al><al/><al><onderstreept><vet>Verantwoordelijken (Postmaterialisten, Nieuwe Conservatieven,
                            Kosmopolieten)</vet></onderstreept></al><al/><al>Sleutelbegrippen: algemeen belang, betrokkenheid, interactie,
                    maatschappijkritiek Benaderen door: internet, open uitnodiging, informeren en
                    toelichten % van de bevolking Nederland: 29,8 Noord-Brabant: 24</al><al/><al/><al><sup>1 )</sup> Deze indeling in leefstijlen is gebaseerd op het Mentality-model
                    van bureau Motivaction</al><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>