<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR95169_6</dcterms:identifier><dcterms:title>Grondwaterheffingsverordening provincie Drenthe</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Drenthe</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-12-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Drenthe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal blad, 2014, 3744</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Grondwaterheffingsverordening provincie Drenthe</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="wetten.nl - Wet- en regelgeving - BWBR0025458">Waterwet, </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-09</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 7</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014006981</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Datum ondertekening inwerkingtredingsbesluit: 9-12-2014</al><al>Bron bekendmaking inwerkingtredingsbesluit: Provinciaal blad, 2014, 3744</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Grondwaterheffingsverordening provincie Drenthe</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Inhoud</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1, Aard van de heffing</titel></kop><al>Onder de naam "grondwaterheffing" wordt een directe belasting geheven
                            als bedoeld in artikel 7.7 van de Waterwet, overeenkomstig de navolgende
                            bepalingen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2, Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Waterwet;</al></li><li nr="b."><al>inrichting: een inrichting of werk, bestemd tot het onttrekken
                                    van grondwater.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3, Heffing en invordering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De heffingsambtenaar is de provincieambtenaar die is belast met
                                    de heffing van belasting op grond van deze verordening. De
                                    invorderingsambtenaar is de provincieambtenaar die is belast met
                                    de invordering op grond van deze verordening.</al></li><li nr="2."><al>De Verordening rechtsbescherming is van overeenkomstige
                                    toepassing op de behandeling van bezwaarschriften tegen
                                    besluiten van en klachten over gedragingen van of toe te rekenen
                                    aan de in het eerste lid genoemde ambtenaren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4, Heffingplicht</titel></kop><al>Heffingplichtig is de houder van een inrichting die registratieplichtig
                            èn vergunningplichtig is.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5, Aanmeldingsplicht</titel></kop><al>De heffingplichtige is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het
                            in werking treden van deze verordening gebruikmaakt van een inrichting
                            als bedoeld in artikel 2, dit aan gedeputeerde staten te melden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6, Grondslag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De heffing wordt geheven naar de onttrokken hoeveelheid
                                    grondwater gemeten in kubieke meters conform de hiervoor
                                    verleende vergunning. </al></li><li nr="2."><al>Indien op grond van de vergunningvoorschriften water wordt
                                    geïnfiltreerd, wordt op aanvraag van heffingplichtige het aantal
                                    kubieke meters geïnfiltreerd water in mindering gebracht op de
                                    voor de heffing te hanteren onttrokken hoeveelheid grondwater
                                    als bedoeld in het eerste lid, voor:</al><lijst><li nr="-"><al>90% bij een temperatuurstijging van 0 °C tot 3 °C: van
                                            het geïnfiltreerde water ten opzichte van de onttrokken
                                            hoeveelheid grondwater;</al></li><li nr="-"><al>75% bij een temperatuurstijging van 3 °C tot 6 °C: van
                                            het geïnfiltreerde water ten opzichte van de onttrokken
                                            hoeveelheid grondwater;</al></li><li nr="-"><al>50% bij een temperatuurstijging van 6 °C tot 10 °C: van
                                            het geïnfiltreerde water ten opzichte van de onttrokken
                                            hoeveelheid grondwater;</al></li><li nr="-"><al>25% bij een temperatuurstijging van 10 °C tot 17 °C: van
                                            het geïnfiltreerde water ten opzichte van de onttrokken
                                            hoeveelheid grondwater.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7, Tarief en bedrag van de heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De heffing bedraagt € 1,115 per 100 m3 onttrokken hoeveelheid
                                    grondwater, vastgesteld op grond van artikel 6.</al></li><li nr="2."><al>De heffing wordt jaarlijks op 1 januari, voor het eerst op 1
                                    januari 2011, aangepast op basis van de helft van de wijziging
                                    van de jaarlijkse consumentenprijsindex, reeks alle huishoudens,
                                    over het voorgaande jaar gepubliceerd door het Centraal Bureau
                                    voor de Statistiek.</al></li><li nr="3."><al>De gewijzigde heffing wordt berekend door de geldende heffing op
                                    de wijzigingsdatum te vermenigvuldigen met de helft van het
                                    indexcijfer van het voorgaande kalenderjaar.</al></li><li nr="4."><al>Bij de bepaling van de heffing wordt het heffingenbedrag naar
                                    beneden afgerond op hele euro's.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8, Tijdstip van verschuldigdheid en wijze van
                                heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De heffing wordt verschuldigd op het moment waarop het
                                    grondwater wordt onttrokken.</al></li><li nr="2."><al>De in een tijdvak verschuldigd geworden heffing moet op aangifte
                                    worden voldaan.</al></li><li nr="3."><al>De verstrekte gegevens kunnen mede worden aangewend voor het
                                    grondwaterbeheer. De aangifte kan worden aangemerkt als een
                                    opgave als bedoeld in artikel 10.38, eerste lid, van de
                                    Provinciale omgevingsverordening. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9, Heffingtijdvak</titel></kop><al>Het heffingtijdvak waarover de heffing moet worden voldaan is het
                            kalenderkwartaal.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10, Voorlopige betaling</titel></kop><al>De heffingplichtige doet op vordering van de ambtenaar belast met de
                            invordering in de tweede en derde maand van een kalenderkwartaal een
                            voorlopige betaling ter grootte van 30% van de over het vorige
                            kalenderkwartaal verschuldigde heffing of ter grootte van een lager
                            percentage indien de ambtenaar belast met de invordering daarvoor
                            toestemming heeft verleend.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11, Aangiftebiljet en formulier voor voorlopige
                                betaling</titel></kop><al>Het formulier van het aangiftebiljet en het formulier voor voorlopige
                            betalingen worden bij afzonderlijk besluit van provinciale staten
                            vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12, Verzoek om uitreiking van een aangiftebiljet</titel></kop><al>De heffingplichtige, aan wie niet reeds een aangiftebiljet is
                            uitgereikt, is gehouden voor het tijdvak waarop de heffing moet worden
                            betaald bij de ambtenaar belast met de heffing schriftelijk een verzoek
                            in te dienen om uitreiking van een aangiftebiljet.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13</titel></kop><al>Gedeputeerde staten kunnen bepalen dat voor de terpostbezorging of de
                            uitreiking van aanslagbiljetten ingevolge artikel 8, eerste lid, van de
                            Invorderingswet 1990, voor de comptabele een andere provinciale
                            ambtenaar in de plaats treedt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14, Nakoming verplichtingen</titel></kop><al>De verplichtingen als bedoeld in de artikelen 47, 50 en 51 van de
                            Algemene wet inzake rijksbelastingen en in de artikelen 58 en 61 van de
                            Invorderingswet 1990 jegens gedeputeerde staten gelden mede jegens de
                            door gedeputeerde staten aangewezen ambtenaren der provinciale
                            belastingen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15, Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de grondwaterheffing wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16, Rente</titel></kop><al>In geval op de voet van artikel 25 van de Invorderingswet 1990 uitstel
                            van betaling is verleend, wordt geen invorderingsrente in rekening
                            gebracht indien voor alle op 1 kennisgeving vermelde gevorderde bedragen
                            gerekend over de volledige looptijd van het genoten uitstel in totaal
                            een bedrag van € 45,-- niet te boven gaat.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17, Intrekking en overgangsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Verordening op de heffing en invordering van de
                                    grondwaterbelasting 1994 wordt ingetrokken.</al></li><li nr="2."><al>De Verordening op de heffing en invordering van de
                                    grondwaterbelasting 1994 blijft van kracht over het tijdvak
                                    waarvoor zij heeft gegolden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18, Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als:
                            Grondwaterheffingsverordening provincie Drenthe. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19, Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 22 december 2009.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>