<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR94951_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening werkleeraanbod Wet investeren in jongeren</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ten Boer</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-07-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ten Boer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Noorderkrant 09-06-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening werkleeraanbod Wet investeren in jongeren</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Art. 147 lid 1 Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Art. 12 lid 1 sub a Wet investeren in jongeren</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-05-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-02-28</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening werkleeraanbod Wet investeren in jongeren
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>1:</nr>
            <titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1 </nr>
              <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
            </kop>
            <al/>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de wet: de Wet investeren in jongeren;</al></li>
              <li nr="b."><al>algemeen geaccepteerde arbeid: alle arbeid, niet zijnde arbeid
                                    in het kader van de Wet sociale werkvoorziening, die algemeen
                                    maatschappelijk aanvaard is en niet indruist tegen de openbare
                                    orde of goede zeden; </al></li>
              <li nr="c."><al>startkwalificatie: een diploma van een opleiding als bedoeld in
                                    artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, van de Wet
                                    educatie en beroepsonderwijs of een diploma hoger algemeen
                                    voortgezet onderwijs of voorbereidend wetenschappelijk onderwijs
                                    als bedoeld in artikel 7 onderscheidenlijk 8 van de Wet op het
                                    voortgezet onderwijs;</al></li>
              <li nr="d."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Ten Boer.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>2:</nr>
            <titel>BELEID EN FINANCIËN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Opdracht college</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college biedt jongeren die recht hebben op een
                                            werkleeraanbod, algemeen geaccepteerde arbeid,
                                            ondersteuning bij de arbeidsinschakeling of een
                                            voorziening gericht op arbeidsinschakeling aan. </al></li>
              <li nr="2."><al>Het college kan het werkleeraanbod ook invullen met een
                                            combinatie van algemeen geaccepteerde arbeid,
                                            ondersteuning bij de arbeidsinschakeling dan wel één of
                                            meerdere voorzieningen. </al></li>
              <li nr="3."><al>In afwijking van het tweede lid kan een werkleeraanbod
                                            ook bestaan uit een voorbereidingsperiode op een
                                            zelfstandig beroep of bedrijf, als bedoeld in artikel
                                            17, zesde lid van de wet. </al></li>
              <li nr="4."><al>Het college stemt het werkleeraanbod af op de
                                            omstandigheden, krachten en bekwaamheden van de jongere,
                                            wiens recht op een werkleeraanbod is vastgesteld. Bij de
                                            invulling van het werkleeraanbod onderzoekt het college
                                            de mogelijkheden en omstandigheden van de jongere. Zij
                                            beziet daarbij tevens in hoeverre de wensen van de
                                            jongere bij de invulling van het werkleeraanbod kunnen
                                            worden betrokken. </al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Aanspraak op ondersteuning</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Jongeren die recht hebben op een werkleeraanbod komen in
                                            aanmerking voor ondersteuning bij de arbeidsinschakeling
                                            en op de naar het oordeel van het college noodzakelijk
                                            geachte en beschikbare voorzieningen gericht op
                                            arbeidsinschakeling.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college doet een werkleeraanbod dat past binnen de
                                            criteria die gesteld zijn in deze verordening.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Programmabegroting</titel>
            </kop>
            <al>Ter nadere uitvoering van deze verordening stelt de raad
                                    jaarlijks in de programmabegroting beleidsdoelen vast.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Arbeidsinschakeling</titel>
            </kop>
            <al>Het college biedt jongeren die recht hebben op een
                                    werkleeraanbod en naar het oordeel van het college direct inzetbaar zijn op de arbeidsmarkt in beginsel
                                    algemeen geaccepteerde arbeid of ondersteuning bij de arbeidsinschakeling aan.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>De voorzieningen</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Onverminderd artikel 5, kan het college jongeren die
                                            recht hebben op een werkleeraanbod, één of meer van de
                                            volgende voorzieningen aanbieden:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>sociale activering, arbeidsactivering en
                                            –toeleiding;</al></li>
                  <li nr="b."><al>werkstages;</al></li>
                  <li nr="c."><al>detacheringsbanen;</al></li>
                  <li nr="d."><al>loonkostensubsidies;</al></li>
                  <li nr="e."><al>werkgeversarrangement;</al></li>
                  <li nr="f."><al>vrijwilligerswerk;</al></li>
                  <li nr="g."><al>scholing en opleiding;</al></li>
                  <li nr="h."><al>persoonsgebonden re-integratiebudget;</al></li>
                  <li nr="i."><al>voorzieningen gericht op nazorg;</al></li>
                  <li nr="j."><al>diagnose-instrumenten;</al></li>
                  <li nr="k."><al>ondersteuning bij een beroep op maatschappelijke opvang
                                            of participatie en medische</al><al> zorg;</al></li>
                  <li nr="l."><al>work-first faciliteiten</al></li>
                  <li nr="m."><al>ondersteunende instrumenten, waaronder kinderopvang en
                                            schuldhulpverlening.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Onverminderd het eerste lid kan het college een of meer
                                            voorzieningen uit paragraaf 2 van de
                                            Re-integratieverordening Wet werk en bijstand aanbieden,
                                            met uitzondering van een participatieplaats als bedoeld
                                            in artikel 9 van de Re-integratieverordening Wet werk en
                                            de inkomstenvrijlating als bedoeld in artikel 19 van de
                                            Re-integratieverordening.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Inzet van de voorzieningen</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Bij de inzet van voorzieningen kiest het college voor
                                            voorzieningen die beschikbaar, adequaat en toereikend
                                            zijn voor het doel dat wordt beoogd. </al></li>
              <li nr="2."><al>Het doel van de inzet van voorzieningen is het
                                            bevorderen van duurzame arbeidsparticipatie van jongeren
                                            door het opdoen van werkervaring, het aanleren van
                                            vaardigheden en kennis, het opdoen van werkritme,
                                            maatschappelijke participatie dan wel op andere wijze
                                            vergroten van persoonlijke en maatschappelijke
                                            zelfredzaamheid. </al></li>
              <li nr="3."><al>Het college vult de voorziening bedoeld in het eerste
                                            lid voor de jongere die niet beschikt over een
                                            startkwalificatie in met scholing of opleiding die de
                                            toegang tot de arbeidsmarkt bevordert, tenzij naar het
                                            oordeel van het college een dergelijke scholing of
                                            opleiding de krachten of bekwaamheden van de jongere te
                                            boven gaat of onvoldoende bijdraagt aan vergroting van
                                            de kans op arbeidsinschakeling van de jongere.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Nadere regels</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking
                                            tot:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de mate waarin verschillende doelgroepen in aanmerking
                                            komen voor een voorziening;</al></li>
              <li nr="b."><al>de voorwaarden waaronder de verschillende voorzieningen
                                            worden verstrekt;</al></li>
              <li nr="c."><al>de geldbedragen die gemoeid zijn met de verschillende
                                            voorzieningen;</al></li>
              <li nr="d."><al>de procedures die gelden voor de verstrekking van de
                                            voorziening. </al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Combinatie arbeid en zorg</titel>
            </kop>
            <al>Onverminderd artikel 17, vierde lid, van de wet, betrekt het
                                    college bij de invulling van het werkleeraanbod de
                                    beschikbaarheid van passende kinderopvang, het belang van
                                    voldoende scholing en de belastbaarheid van de jongere.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Gehandicapten</titel>
            </kop>
            <al>Onverminderd artikel 17, tweede lid, van de wet, stemt het
                                    college het werkleeraanbod af op de medische beperkingen van de
                                    jongere en draagt zorg voor passende voorzieningen ter
                                    ondersteuning bij de arbeidsinschakeling.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>Uitvoering door derden</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan in verband met de invulling en uitvoering van
                                    het werkleeraanbod afspraken maken met derden, waaronder
                                    werkgevers en re-integratiebedrijven, alsmede subsidies
                                    verstrekken. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>Verplichtingen van de jongere</titel>
            </kop>
            <al>Een jongere die gebruik maakt van een voorziening is gehouden te
                                    voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de
                                    Wet structuur uitvoering werk en inkomen, deze verordening,
                                    alsmede aan de verplichtingen die het college aan de aangeboden
                                    voorziening heeft verbonden.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13</nr>
              <titel>Intrekking werkleeraanbod</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan het werkleeraanbod intrekken of herzien, indien
                                    wijziging optreedt in de omstandigheden, krachten of
                                    bekwaamheden van de jongere dan wel indien de jongere niet
                                    voldoet aan een of meer op hem rustende verplichtingen als
                                    bedoeld in hoofdstuk 5 van de wet en hem dit te verwijten valt.
                                </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14</nr>
              <titel>Budgetplafond</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college kan een of meer budgetplafonds vaststellen
                                            voor de verschillende voorzieningen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college kan een plafond instellen voor het aantal
                                            personen dat in aanmerking komt voor een specifieke
                                            voorziening.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>3:</nr>
            <titel>SUBSIDIE EN VERGOEDINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15</nr>
              <titel>Subsidies</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college kan subsidie verlenen aan werkgevers die met
                                            een jongere een arbeidsovereenkomst sluiten, als
                                            tegemoetkoming in de loonkosten en in de kosten van
                                            voorbereiding op een beoogd dienstverband met de
                                            jongere.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college kan nadere regels stellen over de duur van
                                            de subsidie, de hoogte, en de verplichtingen die aan de
                                            subsidie worden verbonden.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het college kan een subsidieplafond vaststellen. </al></li>
              <li nr="4."><al>Op de subsidies bedoeld in dit artikel is de Algemene
                                            subsidieverordening van toepassing. </al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>16</nr>
              <titel>Vergoedingen</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan aan een jongere die ten behoeve van de
                                    uitvoering van een werkleeraanbod noodzakelijke kosten maakt,
                                    een vergoeding voor die kosten verstrekken.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOODFSTUK</label>
            <nr>4:</nr>
            <titel>SLOTBEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>17</nr>
              <titel>Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet,
                                            beslist het college.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de
                                            bepalingen in deze verordening, als toepassing daarvan
                                            tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>18</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening
                                    werkleeraanbod Wet investeren in jongeren.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>19</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2010.</al>
            <al/>
            <al/>
            <al/>
            <al/>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <nota-toelichting>
        <al>
          <vet>ALGEMENE TOELICHTING</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Duurzame arbeidsparticipatie</vet>
        </al>
        <al>Voor jongeren in de leeftijd van 16 tot 27 jaar ontstaat
                                            onder de voorwaarden die in de WIJ zijn genoemd, een
                                            individueel recht op een werkleeraanbod. Dat is meer dan
                                            een recht op een eenmalige voorziening. Zo nodig is het
                                            een recht op een reeks voorzieningen gericht op de
                                            kortste weg naar duurzame arbeidsparticipatie. Langs
                                            welke route die weg verloopt, is een individueel gegeven
                                            dat wordt bepaald door de afstand van de jongere tot de
                                            arbeidsmarkt en de beschikbaarheid van voorzieningen.
                                            Onder duurzame arbeidsparticipatie wordt verstaan de
                                            arbeidsinschakeling waarbij jongeren gedurende langere
                                            tijd en op eigen kracht aan het arbeidsproces kunnen
                                            deelnemen en arbeid verrichten dat past bij hun kennis
                                            en vaardigheden of deze kennis en vaardigheden bevordert
                                            (Kamerstukken II 2008-2009, 31 775, nr. 7, p. 11). Tot
                                            dat punt is bereikt is de gemeente verplicht de jongere
                                            (bij herhaling) een werkleeraanbod te doen gericht op
                                            arbeidsinschakeling. Er is nadrukkelijk voor gekozen om
                                            niet bij voorbaat te bepalen hoe lang de algemeen
                                            geaccepteerde arbeid zou moeten duren voordat over
                                            ‘duurzame arbeidsparticipatie’ kan worden gesproken
                                            (Handelingen TK 2008-2009, nr. 76, p. 6006). De jongere
                                            dient op het punt gebracht te worden dat hij geen
                                            ondersteuning van het college meer nodig heeft. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Inhoud werkleeraanbod</vet>
        </al>
        <al>Het begrip ‘werkleeraanbod’ moet ruim worden uitgelegd.
                                            Het werkleeraanbod kan allerlei vormen hebben, variërend
                                            van een ‘echte’ baan tot vakgerichte scholing of een
                                            combinatie van beide. Een werkleeraanbod kan ook bestaan
                                            uit voorzieningen die nodig worden geacht op weg naar
                                            arbeidsinschakeling, zoals een sollicitatietraining, een
                                            cursus gericht op de ontwikkeling van
                                            werknemersvaardigheden, een stageplaats,
                                            schuldhulpverlening, sociale activering, nazorg en
                                            gesubsidieerde arbeid. Afgezien van participatieplaatsen
                                            kan het gehele instrumentarium dat gemeenten hebben
                                            ontwikkeld voor de re-integratie in het kader van de
                                            WWB, ook op jongeren toegepast worden.
                                            Participatieplaatsen zijn uitgezonderd. Bij jongeren zal
                                            de situatie waarin de afstand tot de arbeidsmarkt
                                            dusdanig groot is dat die alleen met de maximale drie
                                            jaar additionele arbeid te overbruggen is zich niet in
                                            die mate voordoen dat de regering participatieplaatsen
                                            in de vorm van artikel 10a WWB noodzakelijk acht. Ook
                                            uitgezonderd is het reguliere onderwijs dat door het
                                            Rijk wordt bekostigd (zie ook artikel 23, eerste lid,
                                            onderdeel a WIJ). Het college kan de jongere weliswaar
                                            adviseren een dergelijke vorm van onderwijs te volgen of
                                            weer te gaan volgen als dit zinvol wordt geacht, maar
                                            het is geen voorziening die de gemeente kan inzetten om
                                            vorm te geven aan het werkleeraanbod. Een premie voor de
                                            arbeidsinschakeling past niet bij het uitgangspunt dat
                                            jongeren die daartoe in staat zijn moeten leren of
                                            werken. Daarom is er geen aanleiding om werken en/of
                                            leren te belonen met een financiële vrijlating van
                                            inkomsten uit deeltijdarbeid of van een premie in
                                            verband met arbeidsinschakeling bij de
                                            inkomensvoorziening. Dat geldt evenzeer voor een
                                            onkostenvergoeding voor vrijwilligerswerk, tenzij deze
                                            bestemd is voor aantoonbaar gemaakte kosten.</al>
        <al>Het college bepaalt de inhoud van het werkleeraanbod.
                                            Dat geldt ook voor de vraag of het accent komt te liggen
                                            op werken of leren. Gelet op de duurzame
                                            arbeidsparticipatie als einddoel, zal werken de hoogste
                                            prioriteit hebben als de jongere daartoe in staat is.
                                            Zijn er echter belemmeringen op de weg daar naartoe, dan
                                            kunnen allerlei voorzieningen worden ingezet om dat
                                            einddoel te bereiken. Van belang daarbij is dat de
                                            startkwalificatie binnen het werkleeraanbod een ijkpunt
                                            vormt, omdat deze in belangrijke mate kan bijdragen aan
                                            duurzame arbeidsparticipatie. Het is aan de gemeenten
                                            overgelaten om te beoordelen in hoeverre de jongere in
                                            staat moet worden gesteld een dergelijke kwalificatie te
                                            behalen of anderszins scholing te ontvangen die de
                                            toegang tot de arbeidsmarkt bevordert.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Maatwerk</vet>
        </al>
        <al>Uitgangspunt is dat maatwerk wordt geleverd: dat het
                                            werkleeraanbod wordt afgestemd op de omstandigheden,
                                            krachten en capaciteiten van de jongere (artikel 18,
                                            eerste lid WIJ). De wensen van jongeren worden betrokken
                                            bij het vormgeven van het werkleeraanbod (artikel 14,
                                            eerste lid WIJ). Het college is verplicht die wensen
                                            vast te leggen in de rapportage die ten grondslag ligt
                                            aan het werkleeraanbod en dient daarbij tevens aan te
                                            geven op welke wijze die wensen bij het werkleeraanbod
                                            betrokken zijn.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Werken en leren niet direct mogelijk</vet>
        </al>
        <al>Wanneer het doen van een werkleeraanbod bestaande uit
                                            werken en/of leren niet direct mogelijk is, dient een
                                            aanbod gedaan te worden dat op termijn perspectief biedt
                                            op arbeidsinschakeling. Dat kan betekenen dat
                                            voorzieningen worden ingezet in de vorm van zorg- of
                                            hulpverlening, waarbij ook aandacht kan worden besteed
                                            aan belemmerende factoren, zoals psychische, sociale en
                                            cognitieve problemen. Het werkleeraanbod omvat immers
                                            het geheel van re-integratievoorzieningen, dat gericht
                                            is op duurzame arbeidsparticipatie. Is de jongere naar
                                            het oordeel van het college in het geheel niet in staat
                                            dat om redenen van lichamelijk, sociale of psychische
                                            aard uitvoering wordt gegeven aan een werkleeraanbod,
                                            dan kan daarvan vooralsnog worden afgezien (artikel 17,
                                            tweede lid WIJ). Zorgtaken kunnen worden aangemerkt als
                                            reden van sociale aard, voor zover daarmee geen rekening
                                            kan worden gehouden door middel van een voorziening. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Beleid werkleeraanbod in verordening</vet>
        </al>
        <al>Om recht te doen aan de beleidsruimte die gemeenten
                                            nodig hebben om door maatwerk invulling te geven aan de
                                            gemeentelijke verantwoordelijkheid, worden aan de
                                            vormgeving van het werkleeraanbod en de mate waarin
                                            gemeente daartoe voorzieningen kan inzetten, geen
                                            wettelijke eisen gesteld. Gezien de verantwoordelijkheid
                                            die de gemeenteraad in het kader van dit wetsvoorstel
                                            heeft, en mede met het oog op de rechtszekerheid, is
                                            bepaald dat het gemeentelijke beleid in de verordening
                                            moet worden vastgelegd. De jongere moet uit de
                                            verordening kunnen afleiden welke voorzieningen het
                                            college kan inzetten om het doel, de duurzame
                                            arbeidsparticipatie, te bereiken. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Relatie met re-integratieverordening WWB</vet>
        </al>
        <al>Het instrumentarium dat reeds beschikbaar is voor de
                                            re-integratie in het kader van de WWB kan, uitgezonderd
                                            participatieplaatsen en vrijlating van inkomsten uit
                                            arbeid, tevens worden ingezet voor de vormgeving van het
                                            werkleeraanbod. Om die reden is in de verordening in
                                            artikel 6 verwezen naar de Re-integratieverordening
                                            WWB.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Staatssteun</vet>
        </al>
        <al>De Europese regelgeving over staatssteun kan een
                                            beperking van de mogelijkheden voor het gemeentelijke
                                            beleid met betrekking tot. het werkleeraanbod opleveren.
                                            Van belang is dat per 1 januari 2009 de Europese
                                            vrijstellingsverordening werkgelegenheidssteun (nr.
                                            2204/2002) is komen te vervallen en vervangen door de
                                            Algemene groepsvrijstellingsverordening (nr. 800/2008).
                                            Daarnaast is de de-minimisverordening (Verordening (EG)
                                            nr. 69/2001) van toepassing. De vraag die dan opkomt is
                                            of bij het toekennen van subsidies (in de vorm van
                                            loonkostensubsidies of detacheringsbanen) sprake is van
                                            staatssteun. In dat geval is de gemeente namelijk
                                            gehouden om die activiteiten te melden bij de Europese
                                            commissie en gelden er allerlei voorwaarden en
                                            (informatie)verplichtingen.</al>
        <al>In de eerste plaats geldt dat subsidies/steun aan
                                            organisaties die geen economische activiteiten
                                            verrichten (bijvoorbeeld bepaalde welzijnsinstellingen),
                                            geen staatssteun in de zin van Europese regelgeving
                                            betreffen.</al>
        <al>In de tweede plaats zijn subsidies met een
                                                <vet>generiek</vet> karakter niet aan te merken als
                                            staatssteun. Generiek wil zeggen, dat <cursief>niet op
                                                voorhand</cursief> bepaalde bedrijven of groepen van
                                            bedrijven of sectoren expliciet in de verordening worden
                                            uitgesloten van subsidiëring. </al>
        <al>De redactie van de artikelen over gesubsidieerd werk in
                                            deze verordening en de Re-integratieverordening Wet werk
                                            en bijstand is zodanig, dat sprake is van een generieke
                                            regeling. </al>
        <al>Mede gelet op de stand van zaken in de jurisprudentie op
                                            dit punt, kan worden aangenomen dat de Verordening
                                            Werkleeraanbod WIJ slechts generieke regelingen bevat op
                                            het gebied van subsidies aan organisaties.</al>
        <al>Mocht onverhoopt in een enkel geval toch sprake zijn van
                                            een niet-generieke subsidie, dan zal de gemeente ervoor
                                            kiezen de groepsvrijstellingsverordening dan wel de
                                            de-minimis-verordening toe te passen. Volgens de
                                            Handreiking Wet investeren in jongeren van Stimulansz,
                                            opgesteld in opdracht van het Ministerie van Sociale
                                            Zaken en Werkgelegenheid (juni 2009), is dan evenmin een
                                            aanmelding noodzakelijk, mits men uiteraard aan de
                                            gestelde voorwaarden voldoet.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 1 Begripsbepalingen</vet>
        </al>
        <al>Begrippen die in de verordening worden gebruikt hebben
                                            dezelfde betekenis als in de WIJ. Daarom worden bepaalde
                                            begrippen, zoals ‘werkleeraanbod’, ‘arbeidsinschakeling’
                                            en ‘jongere’, niet opnieuw gedefinieerd. Wel
                                            gedefinieerd zijn de begrippen ‘startkwalificatie’ en
                                            ‘algemeen geaccepteerde arbeid’, omdat deze in de WIJ
                                            niet nader zijn omschreven. Het begrip
                                            ‘startkwalificatie’ is afkomstig uit de Wet educatie en
                                            beroepsonderwijs en wordt wel in de WWB gedefinieerd
                                            (art. 6, eerste lid, onderdeel d WWB). Een jongere heeft
                                            een startkwalificatie als hij of zij een van de volgende
                                            diploma’s heeft behaald: het diploma MBO niveau 2, het
                                            diploma HAVO of het diploma VWO. De omschrijving van
                                            ‘algemeen geaccepteerde arbeid’ is afkomstig uit de nota
                                            naar aanleiding van het verslag (Kamerstukken II
                                            2008-2009, 31 775, nr. 7, p.28).</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 2 Opdracht college</vet>
        </al>
        <al>In het eerste lid is de opdracht aan het college
                                            verwoord, zoals deze voortvloeit uit de artikelen 11,
                                            eerste lid en 13, eerste lid, WIJ. Hoewel deze opdracht
                                            ook uit het samenstel van deze bepalingen en artikel 5,
                                            eerste lid, WIJ kan worden afgeleid, is er uit een
                                            oogpunt van duidelijkheid voor gekozen de opdracht aan
                                            het college nader te omschrijven. </al>
        <al>In het tweede lid is tevens verduidelijkt dat het
                                            werkleeraanbod ook samengesteld kan zijn uit een
                                            combinatie van algemeen geaccepteerde arbeid,
                                            ondersteuning bij arbeidsinschakeling en één of meerdere
                                            voorzieningen. Onder voorziening wordt verstaan een
                                            instrument dat wordt ingezet om de jongere dichterbij de
                                            arbeidsmarkt te brengen. Dit kan zoals gezegd allerlei
                                            vormen hebben, variërend van schuldhulpverlening tot
                                            training van werknemersvaardigheden.</al>
        <al>In het derde lid is vastgelegd dat een werkleeraanbod
                                            ook kan bestaan uit ondersteuning bij een traject
                                            gericht op werk in zelfstandig beroep of bedrijf. Dit
                                            volgt reeds uit artikel 17, zesde lid, WIJ. Uit een
                                            oogpunt van herkenbaarheid en consistentie, alsmede
                                            gelet op het belang dat gehecht wordt aan het begeleiden
                                            van jongeren naar zelfstandig werk, is deze bepaling
                                            opgenomen. Aangetekend moet daarbij worden dat het een
                                            zogenaamde ‘kan’-bepaling is: het college bepaalt of het
                                            zinvol is de jongere een aanbod te doen gericht op
                                            ondersteuning richting zelfstandig bedrijf of beroep.
                                            Ter zake kan beleid worden geformuleerd.</al>
        <al>Het vierde lid vormt een herhaling van artikel 17,
                                            eerste lid, WIJ. Wederom uit een oogpunt van
                                            herkenbaarheid en consistentie, alsmede gelet op het
                                            belang van maatwerk bij het vaststellen van het
                                            werkleeraanbod, is dit artikel opgenomen. Toegevoegd is
                                            de gemeentelijke onderzoeksplicht en de plicht om de
                                            wensen van de jongere bij de invulling te betrekken. Met
                                            het oog op motivering en kansbenutting zal het college
                                            daarmee rekening dienen te houden. Daarmee is niet
                                            gezegd dat de jongere recht heeft op een bepaalde
                                            specifieke voorziening en deze kan opeisen. De
                                            uiteindelijke invulling van de aard en de samenstelling
                                            van het aanbod is voorbehouden aan het college.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 3 Aanspraak op ondersteuning</vet>
        </al>
        <al>Als spiegelbeeld van de opdracht van het college, zoals
                                            verwoord in artikel 2, eerste lid, komen jongeren die
                                            recht hebben op een werkleeraanbod in aanmerking voor
                                            ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en
                                            voorzieningen. Dit vloeit reeds voort uit artikel 13,
                                            eerste lid, WIJ maar is omwille van de herkenbaarheid en
                                            eenduidigheid hier nader geconcretiseerd. Wat de vorm
                                            van de ondersteuning is, bepaalt het college zelf (bijv.
                                            Kamerstukken II 2008-2009, 31 775, nr. 3, p. 22). </al>
        <al>Voor de duidelijkheid is verder nog bepaald dat het om
                                            jongeren moet gaan die recht op een werkleeraanbod
                                            hebben. Dat is niet iedere ‘jongere’ in de zin van de
                                            WIJ (zie artikel 2, eerste lid, WIJ), want daaronder
                                            wordt verstaan de jongere in de leeftijd van 16 tot 27
                                            jaar. Artikel 13, eerste lid, WIJ kadert de doelgroep
                                            af.</al>
        <al>In het tweede lid wordt expliciet de koppeling gelegd
                                            tussen de algemene aanspraak van de jongere en de
                                            criteria die gesteld zijn voor het aanbieden van een
                                            werkleeraanbod. Daarbij wordt verwezen naar de
                                            verordening (en het beleidsplan waarin die criteria zijn
                                            uitgewerkt, als gekozen wordt voor de zogenaamde
                                            procedurele variant genoemd in artikel 4).</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 4 Programmabegroting </vet>
        </al>
        <al>In de jaarlijkse programmabegroting wordt het
                                            beleidsplan van de raad op het gebied van re-integratie
                                            in het kader van de wij vastgelegd. Aandacht moet worden
                                            besteed aan een evenwichtige aanpak van de verschillende
                                            doelgroepen met bijbehorende verdeling van de
                                            beschikbare middelen. Buiten de programmabegroting om
                                            kan de raad in verband met maatschappelijke, sociale,
                                            economische en arbeidsmarkt ontwikkelingen afzonderlijke
                                            beleidsplannen vaststellen. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 5 Arbeidsinschakeling</vet>
        </al>
        <al>Het staat het college vrij om bij het werkleeraanbod aan
                                            de jongere een keuze te maken tussen het aanbieden van
                                            algemeen geaccepteerde arbeid, ondersteuning bij de
                                            arbeidsinschakeling en een voorziening gericht op
                                            arbeidsinschakeling. Deze zijn nevengeschikt. De kortste
                                            weg naar duurzame arbeidsparticipatie is echter het doel
                                            van het in te zetten werkleeraanbod. In dat verband kan
                                            de gemeenteraad als beleidslijn opnemen dat jongeren die
                                            direct inzetbaar zijn op de arbeidsmarkt in beginsel
                                            algemeen geaccepteerde arbeid wordt aangeboden, of
                                            ondersteuning bij de arbeidsinschakeling, als
                                            bijvoorbeeld arbeid niet direct beschikbaar is. Het
                                            blijft uiteraard een kwestie van maatwerk of daar in het
                                            concrete geval ook toe besloten wordt. De woorden ‘in
                                            beginsel’ moeten in die context worden gelezen. Bij het
                                            maken van een keuze voor een bepaald werkleeraanbod
                                            wordt de betreffende jongere de kans geboden zijn of
                                            haar wensen kenbaar te maken.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 6 De voorzieningen</vet>
        </al>
        <al>Naast het aanbieden van algemeen geaccepteerde arbeid en
                                            ondersteuning bij de arbeidsinschakeling kan het college
                                            voorzieningen aanbieden. Die voorzieningen zijn primair
                                            bedoeld voor jongeren die niet direct inzetbaar zijn op
                                            de arbeidsmarkt, maar kan in een krimpende arbeidsmarkt
                                            ook worden aangeboden aan jongeren zonder direct
                                            aanwijsbare belemmeringen. </al>
        <al>In dit artikel zijn de voorzieningen opgesomd die het
                                            college ter beschikking staan. Deze voorzieningen komen
                                            grotendeels overeen met de WWB voorzieningen, zoals
                                            beschreven in de re-integratieverordening. De verdere
                                            vertaling van deze voorzieningen in concrete
                                            instrumenten en afspraken zijn neergelegd in de
                                            zogeheten ‘Productenmap Re-integratie, inburgering en
                                            volwassenen educatie’, die periodiek wordt
                                            geactualiseerd. Het college kan niet gedwongen worden om
                                            in een concreet geval een specifieke voorziening aan te
                                            bieden. Het staat het college in beginsel vrij om het
                                            werkleeraanbod zelf invulling te geven en daarbij ook te
                                            betrekken de mate waarin voorzieningen noodzakelijk
                                            geacht worden en feitelijk beschikbaar zijn. In dit
                                            artikel wordt onder diagnose-instrumenten (onderdeel j)
                                            ook de Groningen@Work aanpak verstaan. </al>
        <al>Onder het werkleeraanbod vallen ook de voorzieningen die
                                            in het kader van het Actieplan Jeugdwerkloosheid (2009
                                            e.v.) en de daaruit voortvloeiende sectorconvenanten en
                                            samenwerkingsovereenkosten worden afgesloten, zoals
                                            bijvoorbeeld: arbeidsfitbanen, traineebanen en
                                            werkleerbanen.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 7 Inzet van de voorzieningen </vet>
        </al>
        <al>In het eerste lid is het maatwerkprincipe gerelateerd
                                            aan de inzet van voorzieningen. De voorzieningen die
                                            worden ingezet moeten een adequaat en toereikend middel
                                            zijn om het doel te bereiken.</al>
        <al>In het tweede lid is het doel van de inzet van
                                            voorzieningen verwoord. Afhankelijk van de aard van de
                                            voorziening zal sprake zijn van één van de aangegeven
                                            (tussen)doelen, met als eindbestemming de duurzame
                                            arbeidsparticipatie. </al>
        <al>Derde lid: het behoort tot de gemeentelijke
                                            beleidsvrijheid om te bepalen of het werkleeraanbod
                                            wordt ingevuld door werken of leren of een combinatie
                                            van beide. Gelet op het belang dat door de wetgever
                                            wordt gehecht aan het behalen van een startkwalificatie,
                                            is het denkbaar dat het beleid luidt dat een voorziening
                                            ingevuld wordt met scholing of opleiding die de toegang
                                            tot de arbeidsmarkt bevordert als de jongere daarover
                                            niet beschikt. Dit kan een opleiding zijn die tot een
                                            startkwalificatie leidt, maar ook een andere scholing of
                                            opleiding die de jongere dichterbij het perspectief van
                                            duurzame arbeidsinschakeling brengt. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 8 Nadere regels</vet>
        </al>
        <al>Het beleidskader en de hoofdlijnen zijn geregeld in de
                                            verordening. Dat is meer statisch en langjarig van
                                            karakter en is een opdracht aan de gemeenteraad. De
                                            vertaalslag naar uitvoeringsbeleid is vaak ook
                                            noodzakelijk. Dat is meer dynamisch van aard, en laat
                                            zich moeilijk regelen in de verordening. Daarom wordt
                                            het college de bevoegdheid gegeven om nadere regels te
                                            stellen. Hierbij wordt gedoeld op onder andere het
                                            Uitvoeringsbesluit WWB/WIJ. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 9 Combinatie arbeid en zorg</vet>
        </al>
        <al>Bij de vormgeving van het werkleeraanbod in de WIJ is
                                            speciale aandacht besteed aan alleenstaande ouders,
                                            vanwege hun zorgtaken en mogelijk verminderde
                                            belastbaarheid. Daarom geldt voor alleenstaande ouders
                                            met een ten laste komend kind jonger dan vijf jaar, dat
                                            het werkleeraanbod desgevraagd wordt ingevuld door
                                            middel van scholing of opleiding die de toegang tot de
                                            arbeidsmarkt bevordert, tenzij een dergelijke scholing
                                            de krachten of bekwaamheden van de jongere te boven gaat
                                            (artikel 17, vierde lid, WIJ). Daaraan wordt in artikel
                                            7 van deze verordening toegevoegd dat het college bij de
                                            invulling van het werkleeraanbod de situatie van de
                                            alleenstaande ouder betrekt, ongeacht de leeftijd van
                                            het kind. Eventuele. kosten voor kinderopvang die niet
                                            toereikend door voorliggende voorzieningen worden
                                            gecompenseerd, kunnen op grond van artikel 16 worden
                                            vergoed en ten laste van het participatiebudget worden
                                            gebracht.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 10 Gehandicapten</vet>
        </al>
        <al>De gehandicapte jongeren nemen eveneens een bijzondere
                                            positie in binnen de WIJ. Voor deze groep jongeren met
                                            een medische beperking is het van belang dat het aanbod
                                            aansluit bij hun mogelijkheden. Het uitgangspunt van
                                            maatwerk bij het werkleerrecht zal vooral voor deze
                                            groep een cruciale rol spelen. Aan de hand van de
                                            individuele situatie zal het college beoordelen welk
                                            aanbod past bij de jongere met inachtneming van
                                            zijn/haar mogelijkheden en beperkingen. Voor de groep
                                            jongeren die weinig perspectief heeft op
                                            arbeidsinschakeling behoort sociale activering tot
                                            mogelijkheden. Is arbeidsinschakeling in het geheel
                                            (nog) niet aan de orde, dan brengt artikel 17, tweede
                                            lid, WIJ met zich mee dat (tijdelijk) geen
                                            werkleeraanbod wordt gedaan. Er bestaat gedurende die
                                            periode wel aanspraak op inkomensvoorziening. Zodra de
                                            belemmeringen zijn opgeheven, dient een gericht
                                            werkleeraanbod te worden gedaan. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 11 Uitvoering door derden</vet>
        </al>
        <al>In artikel 11, vierde lid van de WIJ is bepaald dat het
                                            college de uitvoering van de WIJ, behoudens het
                                            vaststellen van de rechten en plichten en de daarvoor
                                            noodzakelijke beoordeling van zijn omstandigheden, door
                                            derden kan laten verrichten. De genoemde vaststelling
                                            kan wel worden gemandateerd aan bestuursorganen. Er zijn
                                            in de WIJ geen wettelijke belemmeringen opgeworpen om de
                                            feitelijke werkzaamheden met betrekking tot de
                                            uitvoering van het werkleeraanbod of de inrichting van
                                            het werkleeraanbod in handen te stellen van derden,
                                            zoals opleidingsinstituten en re-integratiebedrijven.
                                            Het college kan nadere afspraken maken met deze derden. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 12 Verplichtingen van de jongere</vet>
        </al>
        <al>In de WIJ is vastgelegd welke verplichtingen verbonden
                                            zijn aan het recht op een werkleeraanbod (zie de
                                            artikelen 44 en 45 WIJ). Daaraan is toegevoegd dat de
                                            jongere de verplichtingen dient na te komen die
                                            voortvloeien uit de verordening of die in concreto aan
                                            een voorziening zijn verbonden. Dit kunnen
                                            verplichtingen van uiteenlopende aard zijn, die een
                                            concretisering vormen van de in de WIJ opgenomen
                                            verplichtingen. Zo kan bepaald worden dat een jongere
                                            gedurende het traject op gezette tijden met de consulent
                                            de voortgang bespreekt. Komt de jongere die
                                            verplichtingen niet na, dan vormt dat een grond voor
                                            verlaging van de inkomensvoorziening. Dat is geregeld in
                                            de maatregelenverordening WIJ.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 13 Intrekking werkleeraanbod</vet>
        </al>
        <al>Dit artikel vormt een herhaling van artikel 21 WIJ. Daar
                                            waar het recht op werkleeraanbod wordt toegekend en
                                            ingevuld, kan dit ook worden ingetrokken, onder de
                                            voorwaarden, genoemd in artikel 21 WIJ. Met betrekking
                                            tot intrekking van het werkleeraanbod in verband met
                                            schending van de verplichtingen verbonden aan het
                                            werkleeraanbod, wordt het aan het college overgelaten om
                                            te bepalen onder welke voorwaarden daartoe kan worden
                                            besloten. Het intrekken van het werkleeraanbod dient met
                                            terughoudendheid plaats te vinden, zoals reeds in de
                                            Algemene toelichting is opgemerkt. Uitgangspunt van de
                                            wetgever is daarbij geweest dat bij schending van
                                            verplichtingen primair een maatregel aangewezen is en
                                            pas in tweede instantie intrekking van het
                                            werkleeraanbod en daarmee tevens van de
                                            inkomensvoorziening aan de orde komt. Het opleggen van
                                            een maatregel is derhalve regel, het intrekken van het
                                            werkleeraanbod uitzondering. Intrekking is in wezen
                                            slechts aan de orde als er een situatie is ontstaan dat
                                            niet langer kan worden gevergd dat het werkleeraanbod
                                            wordt voortgezet en een andere invulling (via
                                            gedeeltelijke herziening) evenmin soelaas biedt. Gedacht
                                            kan worden aan herhaalde misdragingen jegens andere
                                            jongeren of begeleiders op de werk/leerplek of
                                            veelvuldig verzuim. Daarbij kunnen bijvoorbeeld ook een
                                            rol spelen de positie van gemotiveerde jongeren die
                                            wachten op een werk/leerplek, de staat van de
                                            arbeidsmarkt en de kosten van de voorziening. Het
                                            verdient aanbeveling als het college bij de invulling
                                            van het gemeentelijk beleid met deze kaders rekening
                                            houdt en slechts tot intrekking besluit nadat de
                                            individuele situatie zorgvuldig afgewogen is.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 14 Budgetplafonds</vet>
        </al>
        <al>De gemeente kan een verdeling maken van de beschikbare
                                            middelen over de verschillende voorzieningen. Dit kan in
                                            het beleidsplan of de begroting gebeuren. Het uitgeput
                                            zijn van begrotingsposten kan echter nooit een reden
                                            zijn om geen werkleeraanbod te doen. De verplichting
                                            daartoe is immers vastgelegd in artikel 13, eerste lid
                                            WIJ. Wel kan de invulling van het werkleeraanbod
                                            beïnvloed worden door budgettaire beperkingen. Zijn er
                                            vanwege die beperkingen voor bepaalde voorzieningen geen
                                            middelen meer dan dient te worden nagegaan welke andere
                                            instrumenten beschikbaar zijn. Dit houdt dus in dat er
                                            geen algemeen plafond ingesteld kan worden. Wat wel kan
                                            is dat per voorziening een plafond wordt ingebouwd. Dit
                                            laat de mogelijkheid open dat er naar een ander
                                            instrument wordt uitgeweken om tot duurzame
                                            arbeidsparticipatie te komen. </al>
        <al>Bij dit artikel wordt uitgegaan van de bevoegdheid van
                                            het college om plafonds in te stellen. Een mogelijkheid
                                            is dat bij de vaststelling van de plafonds wordt
                                            verwezen naar de bedragen die in de programmabegroting
                                            voor de verschillende voorzieningen worden
                                            gereserveerd.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 15 Subsidies</vet>
        </al>
        <al>Het werkleeraanbod kan worden ingevuld met
                                            gesubsidieerde arbeid. Dit wordt ook als een voorziening
                                            aangemerkt. Voor het verstrekken van een subsidie is een
                                            wettelijke grondslag vereist (art. 4:23, eerste lid
                                            Awb). Om die reden is een specifiek artikel opgenomen
                                            dat deze grondslag biedt. In het eerste lid worden
                                            loonkostensubsidies en subsidies ter voorbereiding van
                                            een dienstverband van een grondslag voorzien. Op grond
                                            van het tweede lid kan het college nadere regels stellen
                                            over hoogte, duur en de voorwaarden van de subsidiëring.
                                            De gemeente kan, om de financiële risico’s te beheersen,
                                            subsidieplafonds vaststellen. </al>
        <al>Om subsidies te kunnen weigeren bij ontbrekende middelen
                                            is het een vereiste dat een dergelijk plafond is
                                            ingesteld, zie ook art. 4:24 e.v. Awb. In lid 3 is de
                                            college bevoegdheid daartoe vastgesteld. Een
                                            mogelijkheid is dat bij de vaststelling van de plafonds
                                            wordt verwezen naar de bedragen die in de begroting voor
                                            de verschillende soorten subsidie worden gereserveerd.
                                            Een subsidieplafond dient wel bekendgemaakt te worden
                                            vóór de periode waarvoor deze geldt (art. 4:27 lid 1
                                            Awb).</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 16 Vergoedingen</vet>
        </al>
        <al>Kosten die voor de jongere verbonden zijn aan het
                                            uitvoeren van het werkleeraanbod kunnen worden vergoed
                                            op grond van dit artikel. Gedacht kan bijvoorbeeld
                                            worden aan kosten van kinderopvang, voor zover de
                                            voorliggende voorziening (Wet Kinderopvang) daarin
                                            onvoldoende voorziet. Ook noodzakelijke reiskosten en
                                            andere kosten, bijvoorbeeld voor verplichte kleding of
                                            schoeisel, kunnen voor vergoeding in aanmerking komen,
                                            mits de kosten aantoonbaar en noodzakelijk zijn en er
                                            geen andere voorzieningen zijn. Deze ‘flankerende’
                                            kosten kunnen ten laste worden gebracht van het
                                            participatiebudget.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 17 Onvoorziene omstandigheden en
                                                hardheidsclausule</vet>
        </al>
        <al>In de bevoegdheidsverdeling tussen gemeenteraad en
                                            college past het dat de gemeenteraad beleidskaders
                                            vaststelt. Dat is in deze verordening uitgewerkt. Het
                                            college is belast met de uitvoering van dat beleid en op
                                            sommige onderdelen, met de nadere uitwerking daarvan.
                                            Doen zich situaties voor waarin niet is voorzien of
                                            waarin onverkorte toepassing van de gestelde bepalingen
                                            onverhoopt tot onbillijkheden van overwegende aard
                                            leidt, dan is het aan het college om besluiten te nemen
                                            waarin recht wordt gedaan aan enerzijds het belang van
                                            handhaving van het gemeentelijk beleid en anderzijds het
                                            individuele belang van de jongere. Dat kan onder
                                            omstandigheden betekenen dat besluiten worden genomen
                                            die afwijken van deze verordening. </al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>