<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR94947_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Toeslagenverordening Wet investeren in jongeren</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ten Boer</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-07-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ten Boer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Noorderkrant 09-06-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Toeslagenverordening Wet investeren in jongeren</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet investeren in jongeren, art. 12 lid 1 en art. 35</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-05-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-02-28</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Toeslagenverordening Wet investeren in jongeren
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsbepalingen</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de wet of de WIJ: de Wet investeren in jongeren (Staatsblad
                                    2009, nummer 282);</al></li>
              <li nr="b."><al>alleenstaande: de ongehuwde die geen tot zijn last komende
                                    kinderen heeft en geen gezamenlijke huishouding voert met een
                                    ander tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of
                                    een bloedverwant in de tweede graad indien één van de
                                    bloedverwanten in de tweede graad zorgbehoeftig is;</al></li>
              <li nr="c."><al>alleenstaande ouder: de ongehuwde die de volledige zorg heeft
                                    voor een of meer tot zijn last komende kinderen en geen
                                    gezamenlijke huishouding voert met een ander tenzij het betreft
                                    een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de
                                    tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de
                                    tweede graad sprake is van zorgbehoefte; </al></li>
              <li nr="d."><al>woningdelende: de alleenstaande of de alleenstaande ouder die
                                    met een of meerdere anderen zijn hoofdverblijf heeft in dezelfde
                                    woning en met geen van hen een gezamenlijke huishouding
                                    voert;</al></li>
              <li nr="e."><al>gehuwde: een persoon die gehuwd is;</al></li>
              <li nr="f."><al>kind: het in Nederland woonachtige eigen kind, stiefkind of
                                    pleegkind;</al></li>
              <li nr="g."><al>ten laste komend kind: het kind, jonger dan 18 jaar, voor wie de
                                    alleenstaande ouder of de gehuwde aanspraak op kinderbijslag kan
                                    maken;</al></li>
              <li nr="h."><al>zorgbehoeftige: woningdelende die, indien hij niet tezamen met
                                    een andere persoon de woning zou bewonen, zou zijn aangewezen op
                                    beroepsmatige verpleging of verzorging in een daartoe bestemde
                                    inrichting;</al></li>
              <li nr="i."><al>woning: een woning, een woonwagen en een woonschip;</al></li>
              <li nr="j."><al>netto minimumloon: basisnorm voor gehuwden als bedoeld in
                                    artikel 28 eerste lid, onder d, van de wet;</al></li>
              <li nr="k."><al>schoolverlater: de persoon die een aanvraag om een
                                    werkleeraanbod doet binnen zes maanden na het beëindigen van
                                    onderwijs of een beroepsopleiding waarvoor aanspraak bestond op
                                    studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000
                                    of een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en schoolkosten op
                                    grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming
                                    onderwijsbijdrage en schoolkosten. Het aanmerken als
                                    schoolverlater eindigt zes maanden na het beëindigen van
                                    voornoemd onderwijs of beroepsopleiding;</al></li>
              <li nr="l."><al>thuisloze: persoon die zijn vaste woon- of verblijfplaats heeft
                                    in een instelling bedoeld voor de opvang van thuislozen;</al></li>
              <li nr="m."><al>dakloze: persoon zonder vaste woon- of verblijfplaats die de
                                    nacht doorgaans buiten doorbrengt of in een instelling bedoeld
                                    voor de opvang van daklozen;</al></li>
              <li nr="n."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Ten Boer; </al></li>
              <li nr="o."><al>toeslag: een toeslag als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van
                                    deze verordening.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Als gehuwd of als echtgenoot wordt ook aangemerkt de ongehuwde die met
                            een ander een gezamenlijke huishouding voert, behalve als het gaat om
                            een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede
                            graad als één van de bloedverwanten in de tweede graad
                            verzorgingsbehoeftig is.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Als ongehuwd wordt ook aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft
                            van de persoon met wie hij gehuwd is.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun
                            hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te
                            dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de
                            kosten van de huishouding dan wel anderszins.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien
                            de belanghebbenden hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>zij met elkaar gehuwd zijn geweest of in de periode van twee
                                    jaar voorafgaande aan de aanvraag van een werkleeraanbod, voor
                                    de verlening van bijstand of in het kader van de wet als
                                    gehuwden zijn aangemerkt;</al></li>
              <li nr="b."><al>uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft
                                    plaatsgevonden van een kind van de een door de ander;</al></li>
              <li nr="c."><al>zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de
                                    huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract;</al></li>
              <li nr="d."><al>zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een
                                    gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt
                                    met de gezamenlijke huishouding bedoeld in het vierde lid.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6.</lidnr>
            <al>Als niet rechthebbende partner word beschouwd de echtgenoot die geen
                            recht heeft op een inkomensvoorziening op grond van deze wet.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>7.</lidnr>
            <al>Vermogen is de optelsom van de vermogensbestanddelen als bedoeld in
                            paragraaf 3.4 van de Wet werk en bijstand.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Toepassing en bereik</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De bepalingen van deze verordening gelden alleen voor jongeren van 21
                            jaar of ouder doch jonger dan 27 jaar. In geval van gehuwden gelden de
                            bepalingen van deze verordening alleen indien de gehuwden beiden 21 jaar
                            of ouder doch jonger dan 27 jaar zijn.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al> Een toeslag volgens deze verordening kan alleen worden gegeven als er
                            recht bestaat op een inkomensvoorziening op grond van de WIJ.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Toeslagen alleenstaande of alleenstaande ouder</titel>
          </kop>
          <al>In de daarvoor in deze verordening aangewezen gevallen wordt de WIJ-norm,
                        als bedoeld in artikel 26, onderdeel b, en artikel 27, onderdeel b, van de
                        wet, verhoogd met een toeslag indien de alleenstaande of de alleenstaande
                        ouder hogere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin
                        de WIJ-norm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen
                        van deze kosten met een ander.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Toeslag niet woningdelende alleenstaande en alleenstaande
                            ouder</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De toeslag voor de alleenstaande van 23 jaar of ouder en de
                            alleenstaande ouder van 21 jaar of ouder met zijn ten laste komende
                            kind(eren), in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft,
                            bedraagt 20% van het netto minimumloon.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De toeslag voor de 22 jarige alleenstaande bedraagt 10% van het netto
                            minimumloon.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De toeslag voor de alleenstaande van 21 jaar bedraagt nihil.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Toeslag woningdelende alleenstaande en alleenstaande ouder</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De toeslag voor de woningdelende alleenstaande die 23 jaar of ouder is
                            en de alleenstaande ouder die 21 jaar of ouder is, bedraagt 12% van het
                            netto minimumloon.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De toeslag bedraagt voor de woningdelende alleenstaande van 21 en 22
                            jaar nihil.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De toeslag voor de woningdelende die verzorgingsbehoeftig is en voor de
                            woningdelende die de verzorgingsbehoeftige verzorgt, bedraagt 20% van
                            het netto minimumloon.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Toeslag dak- en thuisloze</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De toeslag voor de alleenstaande die 23 jaar of ouder is of de
                            alleenstaande ouder die 21 jaar of ouder is en die dak- of thuisloos is,
                            bedraagt 12% van het netto minimumloon.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De toeslag als bedoeld in artikel 3 eerste lid bedraagt voor de dak- of
                            thuisloze alleenstaande van 21 of 22 jaar nihil.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Verlaging norm gehuwden bij medebewoning</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De verlaging op grond van artikel 31 van de wet bedraagt 1% van het
                            netto minimumloon indien de gehuwden beiden een inkomensvoorziening op
                            grond van de wet ontvangen. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Als een van de gehuwden een inkomensvoorziening op grond van de wet
                            ontvangt, bedraagt de verlaging 0,5% van het netto minimumloon. </al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Toeslag schoolverlater</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>In afwijking van het bepaalde in de artikelen 3, 4, 5 en 6 komt een
                            alleenstaande schoolverlater gedurende een periode van zes maanden na
                            beëindiging van de opleiding niet voor een toeslag in aanmerking.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De toeslag voor de alleenstaande ouder die schoolverlater is, bedraagt
                            12%.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Uitvoering</titel>
          </kop>
          <al>Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van deze
                        verordening.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Citeertitel</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening wordt aangehaald als: Toeslagenverordening Wet investeren
                        in jongeren.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juli 2010.</al>
          <al/>
          <al/>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <nota-toelichting>
        <al>
          <vet>ALGEMENE TOELICHTING </vet>
        </al>
        <al>Artikel 12 van de WIJ - in samenhang met artikel 35 WIJ - draagt de
                        gemeenteraad op een verordening vast te stellen waarin het door de gemeente
                        gevoerde beleid ten aanzien van de verhoging of verlaging van de WIJ-normen
                        wordt vastgelegd. De WIJ maakt alleen onderscheid naar leefvorm. De
                        onderscheiden leefvormen zijn die van alleenstaande, alleenstaande ouder en
                        gehuwden/samenwonenden. De wet gaat voor de groep cliënten van 21 jaar en
                        ouder uit van de landelijke basisnorm van 50% van het netto minimumloon voor
                        een alleenstaande en van 70% voor een alleenstaande ouder.
                        Gehuwden/samenwonenden ontvangen ieder de basisnorm van 50% van het
                        minimumloon. Dit veronderstelt dat wanneer de algemene bestaanskosten geheel
                        met een ander gedeeld kunnen worden, de basisnorm van 50% toereikend is.
                        Wanneer de algemene bestaanskosten niet of niet volledig gedeeld kunnen
                        worden, kan deze basisnorm aangevuld worden met een toeslag van maximaal
                        20%. Daarbij is wettelijk geregeld dat de alleenstaande (ouder) die in het
                        geheel geen kosten kan delen, de maximale toeslag van 20% krijgt.</al>
        <al>Aldus zijn er de volgende groepen te onderscheiden:</al>
        <table>
          <tgroup cols="3">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="75*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="13*"/>
            <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="12*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>basisnorm</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>toeslag</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>gehuwden/samenwonenden</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>100%</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>nihil </al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>alleenwonende alleenstaanden van 23 jaar of ouder</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>50%</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>20% </al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>alleenwonende alleenstaande ouders van 21 jaar of ouder
                                        </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>70%</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>20% </al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>alleenstaanden die 23 jaar of ouder zijn en op een of
                                            andere manier de noodzakelijke bestaanskosten kunnen
                                            delen</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>50%</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>12% </al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>alleenstaanden die 22 jaar zijn en op een of andere
                                            manier de noodzakelijke bestaanskosten kunnen delen</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>50%</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>10%</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>alleenstaanden die 21 jaar zijn en op een of andere
                                            manier de noodzakelijke bestaanskosten kunnen delen</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>50%</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>nihil</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>alleenstaande ouders van 21 jaar en ouder die op een of
                                            andere manier de noodzakelijke bestaanskosten kunnen
                                            delen </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>70%</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>12% </al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>dak- en/of thuisloze alleenstaanden van 23 jaar of
                                            ouder</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>50%</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>12%</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>dak- en/of thuisloze alleenstaanden van 21 of 22
                                            jaar</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>50%</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>nihil</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>dak- en/of thuisloze alleenstaande ouders</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>50%</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>12%</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>alleenstaande ouders die schoolverlater zijn</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>50%</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>12%</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>alleenstaanden die schoolverlater zijn</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>50%</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>nihil</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al/>
        <al>
          <vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</vet>
        </al>
        <al>
          <vet> Algemene bepalingen</vet>
        </al>
        <al/>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>lid 1</titel>
          </kop>
          <al>De begripsomschrijvingen en de daarbij behorende toelichting zijn nagenoeg
                        onveranderd uit de Wet investeren in jongeren overgenomen en hier in deze
                        verordening opgenomen.</al>
          <al>
            <vet>b.</vet>
            <vet> Alleenstaande</vet>
          </al>
          <al>De omschrijving van het begrip alleenstaande komt overeen met de
                        omschrijving die de wet hanteert. Degene die geen gezamenlijke huishouding
                        voert met een ander, kan worden aangemerkt als alleenstaande. Een
                        alleenstaande kan volgens deze definitie dus alleenwonend zijn, maar ook
                        niet alleenwonend, c.q. woningdelend zijn. Onder sub d wordt een toelichting
                        gegeven op het in deze verordening voorkomende begrip woningdelende. </al>
          <al>
            <vet>c</vet>. <vet> Alleenstaande ouder</vet></al>
          <al>Alleen degene die als alleenstaande de volledige zorg heeft voor een of meer
                        tot zijn last komende kinderen (kind jonger dan 18 jaar), kan als
                        alleenstaande ouder worden aangemerkt. Dit betekent dat de co-ouder die niet
                        de volledige, doch slechts de gedeeltelijk zorg voor een of meer kinderen
                        heeft, noch als alleenstaande ouder, noch als alleenstaande kan worden
                        aangemerkt. In overeenstemming met de wijze waarop in het kader van de Wet
                        werk en bijstand de co-ouderregeling wordt toegepast, stelt het college vast
                        welke landelijke norm op de betrokken co-ouder van toepassing is. De
                        definitie voor een alleenstaande ouder maakt nog geen onderscheid in
                        alleenwonend zijn, dan wel niet-alleenwonend, c.q. woningdelende zijn. Voor
                        de uitleg over dit nadere onderscheid wordt verwezen naar de onder d gegeven
                        toelichting over het begrip woningdelende.</al>
          <al>
            <vet>d.</vet>
            <vet> Woningdelend</vet>e</al>
          <al>Een woningdelende in deze verordening is de alleenstaande of de
                        alleenstaande ouder die tezamen met één of meerdere anderen zijn
                        hoofdverblijf heeft in dezelfde woning, maar met geen van die anderen een
                        gezamenlijke huishouding voert. Hieronder vallen de
                        kamerhuurder/onderhuurder, de verhuurder, de kostgever, het lid van een
                        woonvereniging, de kostganger, maar ook de woningdelende kraker. </al>
          <al>
            <vet>h. </vet>
            <vet> Zorgbehoeftigheid</vet>
          </al>
          <al>Zorgbehoeftigheid wordt aangenomen als er sprake is van een zodanige
                        handicap, ziekte of gebrek, dat niet-inwoning zou leiden tot het inroepen
                        van beroepsmatige verpleging of tot opname in een inrichting ter verpleging
                        of verzorging. Bij twijfel hierover kan een advies worden gevraagd bij de
                        Hulpverleningsdienst. </al>
          <al>
            <vet>k. </vet>
            <vet> Schoolverlater</vet>
          </al>
          <al>Het begrip schoolverlater is af te leiden uit artikel 33 WIJ. Een
                        schoolverlater is een jongere die recent de deelname aan onderwijs of een
                        beroepsopleiding heeft beëindigd. Onder beëindigen wordt verstaan: datum
                        uitschrijving bij de onderwijsinstelling of een eerdere datum waarop
                        diploma/bul is uitgereikt. Degene die een werkleeraanbod vraagt wordt
                        gedurende zes maanden na beëindiging van de opleiding als schoolverlater
                        aangemerkt. </al>
          <al>
            <vet>l.</vet>
            <vet> Thuisloze</vet>
          </al>
          <al>Thuisloos is de persoon die niet duurzaam bij familie of vrienden woont en
                        voor huisvesting is aangewezen op sociale pensions. De thuisloze beschikt
                        derhalve wel structureel over onderdak.</al>
          <al>
            <vet>m</vet>.<vet> Dakloze</vet></al>
          <al>Dakloos is de persoon die niet over een eigen woning of structureel onderdak
                        beschikt en daarnaast niet duurzaam bij familie of vrienden woont. De
                        dakloze verblijft op wisselende adressen en maakt daarbij (incidenteel)
                        gebruik van de nachtopvang.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>lid 2</titel>
          </kop>
          <al>De ongehuwde die met een ander een gezamenlijke huishouding voert, wordt als
                        gehuwd aangemerkt. Dit betekent dat zij bij de vaststelling van het recht op
                        uitkering en de hoogte van de uitkering worden behandeld als waren zij
                        gehuwd. Bloedverwanten in de eerste graad (ouder - kind) vallen niet onder
                        het begrip gezamenlijke huishouding; bloedverwanten in de tweede graad
                        (bijvoorbeeld grootouder - kleinkind en broer - zus) kunnen daar wel onder
                        vallen. Bloedverwanten in de tweede graad vallen niet onder het begrip
                        gezamenlijke huishouding als één van de bloedverwanten verzorgingsbehoeftig
                        is. De wetgever beoogt hiermee een alleenstaande (ouder) met een inwonende
                        verzorgingsbehoeftige broer of zus voor de Wet investeren in jongeren een
                        alleenstaande of alleenstaande ouder te laten blijven. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>lid 4</titel>
          </kop>
          <al>Dit lid geeft een nadere aanduiding van het begrip "gezamenlijke
                        huishouding". Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
                        gesteld ten aanzien van hetgeen wordt verstaan onder "het blijk geven zorg
                        te dragen voor een ander". Wanneer twee betrokkenen voor het eerst ongehuwd
                        gaan samenwonen, maar zij geven aan nog in onzekerheid te verkeren over het
                        karakter van hun relatie, is het mogelijk een zogenaamde
                        kennismakingsperiode toe te staan. Achterliggende gedachte daarbij is dat,
                        ondanks wederzijdse verzorging, nog niet kan worden gesproken van het
                        hoofdverblijf hebben in dezelfde woning. Gedurende deze periode van maximaal
                        drie maanden, en alleen in de situatie dat beiden gedurende die periode de
                        eigen woning aanhouden, kan de uitkering volgens de ”oude” situatie worden
                        gecontinueerd. Daarna zal de uitkering aan de gezinssituatie worden
                        aangepast.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>lid 5</titel>
          </kop>
          <al>In een viertal situaties wordt in ieder geval geacht sprake te zijn van een
                        gezamenlijke huishouding. Hebben twee personen in dezelfde woning het
                        hoofdverblijf en doet zich een dergelijke situatie voor, dan worden zij
                        zonder nadere bewijsvoering en zonder de mogelijkheid van tegenbewijs geacht
                        een gezamenlijke huishouding te voeren. </al>
          <al>Onder punt d wordt verwezen naar de situatie waarin betrokkenen elders staan
                        geregistreerd als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking
                        overeenkomt met de omschrijving in artikel 1, vierde lid. Bij algemene
                        maatregel van bestuur (Besluit aanwijzing registraties gezamenlijke
                        huishouding) is vastgesteld welke registraties, en gedurende welk tijdvak,
                        ertoe leiden dat de betrokkenen, indien zij gezamenlijk gehuisvest zijn,
                        worden geacht een gezamenlijke huishouding te voeren. Bij de toepassing van
                        de bepaling in onderdeel d dient het college rekening te houden met de
                        ontstane jurisprudentie over het wel of niet onverkort mogen toepassen van
                        het onweerlegbare rechtsvermoeden in dit soort situaties. Als de registratie
                        het gevolg is van een besluit waartegen de betrokkene wegens het ontbreken
                        van een rechtstreeks belang geen rechtsmiddel heeft kunnen aanwenden, kan
                        het college aan de registratie niet een onweerlegbaar rechtsvermoeden
                        ontlenen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
          </kop>
          <al>In de wet is bepaald dat het toeslagstelsel niet kan gelden voor personen in
                        de leeftijdscategorie 18 tot 21 jaar. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
          </kop>
          <al>Artikel 3 van de verordening bevat de grondslag om een toeslag toe te kennen
                        aan een alleenstaande of alleenstaande ouder in verband met het niet of niet
                        geheel kunnen delen van de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. In
                        dit artikel is de hoogte van de toeslag nog niet geregeld. Die zijn
                        opgenomen in de artikelen 4 tot en met 8 van deze verordening.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
          </kop>
          <al>Artikel 30, eerste lid, in verbinding met artikel 35, tweede lid, sub a WIJ
                        schrijft in ieder geval voor dat de niet-woningdelende alleenstaande ouder
                        recht heeft op een maximale toeslag. Voor een niet-woningdelende
                        alleenstaande van 21 of 22 jaar kan op grond van artikel 34 WIJ de toeslag
                        lager worden vastgesteld. In het eerste lid van dit artikel is de hoogte van
                        de toeslag geregeld voor de alleenstaande van 23 jaar en ouder en de
                        alleenstaande ouder van 21 jaar of ouder. De in het eerste lid genoemde
                        personen hebben recht op de maximale toeslag van 20% van het netto
                        minimumloon. Voor de 22-jarige alleenstaande bedraagt de toeslag 10% en de
                        alleenstaande van 21 jaar ontvangt geen toeslag. De keuzes voor een
                        alleenstaande komen overeen met de toeslagen die voorheen op grond van de
                        Verordening toeslagen en verlagingen Wet Werk en Bijstand van toepassing
                        waren. </al>
          <al>Een en ander wordt als volgt nader toegelicht. Voor personen jonger dan 23
                        jaar gelden leeftijdsgerelateerde minimumjeugdlonen. Om
                        werkloosheidsvaleffecten te voorkomen, dient er een juiste afstemming te
                        zijn tussen de verdiencapaciteit van jongeren en de WIJ-normen. Artikel 34
                        WIJ biedt, als gezegd, het college de mogelijkheid om de toeslag voor
                        alleenstaanden van 21 of 22 jaar lager vast te stellen als hij van oordeel
                        is dat, gezien de hoogte van het minimumjeugdloon, de hoogte van deze
                        toeslag een belemmering kan vormen voor de aanvaarding van de arbeid.
                        Teneinde dit te voorkomen worden de toeslagen voor 21- en 22-jarige
                        alleenstaanden, al of niet woningdelend, afwijkend vastgesteld. </al>
          <al>Het komt voor dat de niet-rechthebbende partner een inkomen van minder dan
                        de helft van de gehuwdennorm ontvangt en geen beroep wil doen op bijstand.
                        Daarnaast is de situatie denkbaar dat de ene partner op grond van artikel 42
                        van de wet geen recht op een inkomensvoorziening heeft (denk bijvoorbeeld
                        aan het weigeren van een werkleeraanbod), en de andere partner in aanmerking
                        komt voor een WIJ-norm als alleenstaande of alleenstaande ouder. Het
                        gezamenlijk inkomen kan dan (veel) minder bedragen dan de gehuwdennorm. In
                        deze situaties bestaat er, met een beroep op de jurisprudentie die onder de
                        WWB is gevormd (CRvB 4 maart 2004, LJN: AF6326) en mede gelet op het
                        individualiseringsbeginsel aanleiding om een toeslag te verstrekken. De
                        toeslag bedraagt dan het verschil tussen de gehuwdennorm en het gezamenlijk
                        netto inkomen van beide partners inclusief de WIJ-norm voor de rechthebbende
                        partner zonder toeslag, doch maximaal 20% van het netto minimumloon. </al>
          <al>In situaties waarin een partneruitkering als gevolg van een opgelegde
                        administratieve maatregel tijdelijk lager is geworden, wordt deze maatregel
                        niet gecompenseerd door meer toeslag te verstrekken. Kort gezegd: een
                        maatregel wordt niet gecompenseerd.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
          </kop>
          <al>In dit artikel is de toeslag geregeld ingeval van woningdeling. Het
                        gezamenlijk bewonen van een woning levert schaalvoordelen op. Deze
                        schaalvoordelen treden op omdat de woonlasten kunnen worden gedeeld. De
                        kosten van huur, heffingen, belastingen, verzekeringen, vastrecht
                        nutsbedrijven en dergelijke zijn voor personen die een woning delen lager,
                        omdat deze kosten per woning slechts eenmaal in rekening worden gebracht. Of
                        de kosten ook daadwerkelijk gedeeld worden is in deze niet relevant. Van
                        belang is of de kosten gedeeld kunnen worden. Ook in geval van kamerhuurders
                        en kostgangers is het uitgangspunt dat kosten gedeeld kunnen worden die op
                        de woning drukken, doordat ze doorberekend kunnen worden in de
                        kamerhuurprijs en de kostprijs. Daardoor zullen de algemeen noodzakelijke
                        bestaanskosten van een kamerhuurder en een kostganger lager zijn dan die van
                        een alleenwonende alleenstaande (ouder). Deze schaalvoordelen worden
                        berekend op 8%. Indien er op enigerlei wijze sprake is van het kunnen delen
                        van kosten, wordt de toeslag als gevolg van de optredende schaalvoordelen
                        vastgesteld op 12% van het netto minimumloon. De toeslag voor de
                        woningdelende alleenstaande van 21 en 22 jaar is in deze gevallen op nihil
                        gesteld. </al>
          <al>Indien de woning wordt gedeeld met een verzorgingsbehoeftige kan gesteld
                        worden dat er in verband met de verzorgingsbehoeftigheid hogere algemeen
                        noodzakelijke kosten van het bestaan zijn, waarvan het niet redelijk is dat
                        deze evenredig worden gedeeld met de andere medebewoner. Te denken valt
                        daarbij aan extra verwarming, grotere woning in verband met een rolstoel,
                        hogere verwarmingskosten en extra kosten die niet altijd (geheel) door
                        voorliggende voorzieningen worden gedekt. Een toeslag van 20% voor zowel de
                        verzorgingsbehoeftige als de verzorger ligt dan in de rede. Dit is geregeld
                        in het derde lid. Indien er meerdere verzorgers zijn, leidt dat niet tot
                        meerdere hogere toeslagen. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
          </kop>
          <al>Dak- en thuislozen ontvangen een toeslag van 12%. Dit vanuit de gedachte dat
                        zij alhoewel niet in de gebruikelijke vorm, toch enige woonlasten hebben.
                        Hierbij valt te denken aan een al dan niet langdurig verblijf in een
                        opvanghuis of het regelmatig gebruiken van een slaaphuis.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
          </kop>
          <al>In dit artikel is toepassing gegeven aan het bepaalde in artikel 31 van de
                        wet. Het betreft de situatie dat gehuwden lagere bestaanskosten hebben
                        vanwege het bewonen van de woning met een of meer huurders, onderhuurders of
                        kostgangers. Omdat een dergelijke verlaging van de norm ook onder de WWB is
                        opgenomen moet we dit ook onder de WIJ gelden.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
          </kop>
          <al>Voor de duur van maximaal zes maanden na beëindiging van onderwijs of
                        beroepsopleiding waarvoor aanspraak bestond op studiefinanciering of een
                        tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
                        schoolkosten (Wtos) ontvangt de schoolverlater geen of een lagere toeslag.
                        De jongere stemde tijdens de studieperiode de bestedingen af op zijn
                        doorgaans beperkte inkomen (veelal uit studiefinanciering). Als hij zijn
                        studie beëindigt nemen zijn noodzakelijke kosten van bestaan niet
                        onmiddellijk toe. Daarom stelt het college de toeslag voor de alleenstaande
                        schoolverlater op nihil. Indien tussentijds het werkleeraanbod wordt
                        beëindigd als gevolg van werkaanvaarding, heeft dit geen invloed op de
                        termijn van zes maanden. De periode van werk telt dus als uitkeringsperiode
                        mee voor het bepalen van de datum waarop de schoolverlaterstermijn is
                        verstreken. Vanwege de hoogte van de norm studiefinanciering voor
                        alleenstaande ouders, wordt de toeslag voor deze groep onafhankelijk van de
                        woonsituatie, bepaald op 12%. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
          </kop>
          <al>Artikel 11 van de wet schrijft voor dat het college verantwoordelijk is voor
                        het verstrekken van een inkomensvoorziening. Bij deze uitvoering dient het
                        college rekening te houden met het verstrekken van een toeslag op grond van
                        deze verordening.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikelen 10 en 11 </vet>
          </al>
          <al>Deze artikelen behoeven geen nadere toelichting.</al>
        </divisie>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>