<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>9464_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Besluit maatschappelijke ondersteuning 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Deventer</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-01-05</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2009-12-17</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Besluit maatschappelijke ondersteuning 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><dcterms:issued>2009-12-15</dcterms:issued><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>12.15</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Besluit maatschappelijke ondersteuning 2007</intitule><regeling><aanhef><preambule><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Wijziging Besluit per 1 januari 2010:</label></kop><structuurtekst><al><vet>Artikel II Overgangsrecht </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Personen met een geldige indicatie van voor 1 januari 2010 behouden de indicatie in klassen, als bedoeld in artikel 11 van de Verordening voorzieningen maatschappelijke voorzieningen gemeente Deventer 2007, tot einde indicatie of tot de ingangsdatum van de herindicatie. Het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Deventer 2007, zoals vastgesteld op 19 december 2007, blijft onverminderd van toepassing.</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Personen met een geldige indicatie van voor 1 januari 2010 behouden het PGB gebaseerd op de soort huishoudelijke hulp, het daar aan gekoppelde tarief 2009 en het midden van de klasse waarvoor ze zijn geïndiceerd tot einde indicatie of tot de ingangsdatum van de herindicatie. Het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Deventer 2007, zoals vastgesteld op 19 december 2007, blijft onverminderd van toepassing. Het tarief van het PGB zal gedurende de looptijd van de indicatie niet worden geïndexeerd.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Begrips- en algemene bepalingen </titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 1.1 Begripsbepalingen <vet></vet></al><al>Artikel 1.2 Vaststellen inkomen <vet></vet></al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Regels rond verstrekking PGB en financiële tegemoetkoming </titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.1 Aanvraag <vet></vet></al><al>Artikel 2.2 Keuzevrijheid <vet></vet></al><al>Artikel 2.3 Natura </al><al>Artikel 2.4 Het PGB <vet></vet></al><al>Artikel 2.5 De financiële tegemoetkoming <vet></vet></al><al>Artikel 2.6 Intrekken of wijziging beschikking <vet></vet></al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Eigen bijdrage, eigen aandeel, omvang eigen bijdrage, </titel></kop><structuurtekst><al><vet>maximale periode, kostprijs, wijziging burgerlijke staat</vet></al><al><vet>en besparingsbijdrage</vet><vet></vet><vet></vet></al><al>Artikel 3.1 Eigen bijdragen, eigen aandeel <vet></vet></al><al>Artikel 3.2 Omvang eigen bijdrage </al><al>Artikel 3.3 Maximale periode, kostprijs en wijziging burgerlijke staat <vet></vet></al><al>Artikel 3.4 Besparingsbijdrage <vet></vet></al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Het voeren van een huishouden, onderdeel huishoudelijke hulp </titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4.1 Het PGB </al><al>Artikel 4.2 Omvang PGB <vet></vet></al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Het voeren van een huishouden, onderdeel woonvoorzieningen </titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5.1 Typen woonvoorzieningen <vet></vet></al><al>Artikel 5.2 Offerte <vet></vet></al><al>Artikel 5.3 Rechthebbende op het PGB of financiële tegemoetkoming <vet></vet></al><al>Artikel 5.4 Vorm van verstrekking <vet></vet></al><al>Artikel 5.5 Rangorde <vet></vet></al><al>Artikel 5.6 Kostenposten woningaanpassingen <vet></vet></al><al>Artikel 5.7 Extra bouw en grondkosten </al><al>Artikel 5.8 Aanvang van werkzaamheden <vet></vet></al><al>Artikel 5.9 Afschrijving <vet></vet></al><al>Artikel 5.10 Weigering woonvoorziening <vet></vet></al><al>Artikel 5.11 Bezoekbaar maken woning <vet></vet></al><al>Artikel 5.12 Extra voorwaarden bij bewoning woonwagen <vet></vet></al><al>Artikel 5.13 Extra voorwaarden bij bewoning woonschip </al><al>Artikel 5.14 Verhuizing en inrichting </al><al>Artikel 5.15 Tijdelijke huisvesting <vet></vet></al><al>Artikel 5.16 Huurderving <vet></vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.17</nr><titel>Instandhoudingkosten </titel></kop><al>Artikel 5.18 Natura <vet></vet></al><al>Artikel 5.19 Woningsanering CARA/COPD <vet></vet></al><al>Artikel 5.20 Vast rolstoeltapijt <vet></vet></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel </titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 6.1 Typen vervoersvoorzieningen <vet></vet></al><al>Artikel 6.2 Vorm van verstrekking <vet></vet></al><al>Artikel 6.3 Algemeen gebruikelijk <vet></vet></al><al>Artikel 6.4 Vergoedingen vervoersvoorzieningen <vet></vet></al><al>Artikel 6.5 Aanschaf auto en bruikleenauto <vet></vet></al><al>Artikel 6.6 Aanpassing eigen auto <vet></vet></al><al>Artikel 6.7 Compensatieregeling kort vervoer <vet></vet></al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Verplaatsen in en rond de woning </titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 7.1 Rolstoel <vet></vet></al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Advisering en samenhangende afstemming </titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 8.1 Samenhangende afstemming <vet></vet></al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Overige (slot)bepalingen </titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 9.1 Overige (slot)bepalingen <vet></vet></al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>Bijlagen</label></kop><structuurtekst><al>Bijlage 1 Maximum aantal m<sup>2</sup> waarvoor een financiële tegemoetkoming wordt verleend <vet></vet></al><al>Bijlage 2 Maximale vergoeding van kosten van instandhouding <vet></vet></al><al>Bijlage 3 Norminkomen verschillende leefvormen en bijbehorende inkomensgrenzen </al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><tussenkop><vet></vet></tussenkop><al>Hoofdstuk 1 Begrips- en algemene bepalingen </al><tussenkop>Artikel 1.1 Begripsbepalingen</tussenkop><al>1 In dit besluit wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Gemaximeerde vergoeding: een bijdrage in de kosten van een voorziening die tot een vastgesteld maximum wordt verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>Peiljaar: het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarin aan een persoon maatschappelijke ondersteuning is verleend;</al></li><li nr="c."><al>PGB: persoonsgebonden budget; </al></li><li nr="d."><al>Norminkomen: het norminkomen zoals bedoeld in bijlage 3 bij dit besluit.</al></li><li nr="e."><al>Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning;</al></li><li nr="f."><al>Verordening: de verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Deventer 2010.</al></li></lijst><al>2 De begripsbepalingen in artikel 1 van de verordening zijn van toepassing op de begrippen die in dit besluit worden gebruikt.</al><tussenkop>Artikel 1.2 Vaststellen inkomen</tussenkop><al>1 Het inkomen van de aanvrager bestaat uit het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde persoon dan wel de gehuwde personen tezamen, en bedraagt:</al><lijst><li nr="a."><al>indien met betrekking tot het peiljaar een aanslag inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld: het verzamelinkomen, bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001, in het peiljaar;</al></li><li nr="b."><al>in de overige gevallen: het belastbaar loon, bedoeld in artikel 9 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, in het peiljaar.</al></li></lijst><al>2 Inkomen dat in het buitenland wordt belast, dan wel is vrijgesteld van belasting op grond van bepalingen van internationaal recht, wordt mede in aanmerking genomen als ware dit aan de Nederlandse belastingwetgeving onderworpen.</al><al>3 In afwijking van het eerste lid vindt op aanvraag van de persoon aan wie maatschappelijke ondersteuning is verleend een voorlopige vaststelling van het bijdrageplichtig inkomen plaats, indien redelijkerwijs te verwachten is dat het inkomen in het lopende jaar tenminste € 1.816,-- lager zal zijn dan het inkomen, bedoeld in het eerste lid. </al><al>4 Indien het vierde lid is toegepast, vindt na afloop van het jaar definitieve vaststelling van het bijdrageplichtig inkomen over dat jaar plaats. Indien daarbij blijkt dat het bijdrageplichtig inkomen minder dan € 1.816,--, lager is geweest dan het inkomen, bedoeld in het eerste lid, vindt definitieve vaststelling plaats overeenkomstig het eerste lid.</al><tussenkop>Hoofdstuk 2 Regels rond verstrekking PGB en financiële tegemoetkoming </tussenkop><tussenkop>Artikel 2.1 Aanvraag </tussenkop><al>Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een PGB of een financiële tegemoetkoming vindt plaats op verzoek van de aanvrager.</al><tussenkop>Artikel 2.2 Keuzevrijheid </tussenkop><al>1 Indien een voorziening wordt toegekend, wordt de aanvrager de mogelijkheid geboden om te kiezen tussen een PGB of een voorziening in natura, tenzij overwegende bezwaren bestaan tegen het verstrekken van een PGB. </al><al>2 Van overwegende bezwaren als bedoeld in het vorige lid is in ieder geval sprake wanneer:</al><lijst><li nr="a."><al>op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een PGB;</al></li><li nr="b."><al>de toekenning van een PGB het in stand houden van een adequate (algemene)</al></li></lijst><al>Wmo-voorziening (waaronder in elk geval het collectief vraagafhankelijk vervoer) ondermijnt. </al><tussenkop>Artikel 2.3 Natura </tussenkop><al>1 De aanvrager van een voorziening in natura is een eigen bijdrage verschuldigd, waarbij de </al><al> hoogte van de eigen bijdrage wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 3.1 van dit besluit. </al><al>2 Indien het college meerdere aanbieders heeft gecontracteerd voor het leveren van een bepaalde voorziening in natura wordt de aanvrager de mogelijkheid geboden om zelf een aanbieder te kiezen.</al><tussenkop>Artikel 2.4 Het PGB </tussenkop><al>1 De budgetontvanger is een eigen bijdrage verschuldigd, waarbij de hoogte van de eigen </al><al> bijdrage wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 3.1 van dit besluit. </al><al>2 Het netto PGB bedraagt het verschil tussen het bruto PGB en de eigen bijdrage. </al><al>3 Een PGB wordt verleend voor een periode die aanvangt op de dag waarop het recht op een</al><al> PGB is ontstaan, voor zover deze dag niet ligt voor de dag waarop het PGB is aangevraagd.</al><al>4 Binnen zes weken na afloop van het kalenderjaar waarin het PGB is verleend wordt het netto </al><al> PGB vastgesteld.</al><al>5 Het college kan de budgethouder per kalendermaand een voorschot op het verstrekte PGB </al><al> geven.</al><al> Daarbij worden de volgende voorschotperiodes gehanteerd:</al><lijst><li nr="a."><al>per jaar, indien het tot een jaarbedrag herleide budget € 2.500,-- of minder bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>per half jaar, indien het tot een jaarbedrag herleide budget € 5.000,-- of minder, maar meer dan € 2.500,00 bedraagt;</al></li><li nr="c."><al>per kwartaal, indien het tot een jaarbedrag herleide budget € 25.000,-- of minder, maar meer dan € 5.000,00 bedraagt;</al></li><li nr="d."><al>per maand, indien het tot een jaarbedrag herleide budget meer dan € 25.000,-- bedraagt.</al></li></lijst><al>6 Indien de periode waarvoor het PGB wordt toegekend in meer dan een kalenderjaar gelegen is, wordt het PGB voor het kalenderjaar volgend op het jaar waarin het werd verleend, geïndexeerd conform het gestelde in artikel 38 van de verordening.</al><al>7 In afwijking van het gestelde in het tweede lid van dit artikel is bij een aantal voorzieningen, zoals opgenomen in de hoofdstukken 5, 6 en 7 van dit besluit, sprake van een gemaximeerde</al><al>PGB.</al><al>8 De beschikking tot verlenen van een PGB bevat ten minste de volgende gegevens:</al><al> a het bruto PGB;</al><al> b de wijze waarop de eigen bijdrage wordt berekend;</al><al> c de wijze waarop het netto PGB wordt berekend;</al><al> d de wijze waarop voorschotten op het netto PGB worden verleend;</al><al> e een programma van eisen, indien noodzakelijk. </al><al>9 Het college vordert onverschuldigde betaalde bedragen van de budgethouder terug of </al><al> verrekent deze met door hem aan de budgethouder terzake van PGB’s verschuldigde </al><al>bedragen.</al><al></al><al></al><al><cursief>Artikel 2.4a Controle en verantwoording PGB</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>De controle van het verstrekte PGB, zoals bedoeld in artikel 6, lid 5 van de verordening, vindt plaats indien bij het college redelijkerwijs het vermoeden bestaat dat het PGB niet is besteed voor het doel waarvoor deze bestemd is. </al></li><li nr="2."><al>De controle als bedoeld in lid 1 vindt plaats:</al></li></lijst><lijst><li nr="a."><al>binnen één jaar na aanschaf van de voorziening;</al></li><li nr="b."><al>binnen één jaar na afloop van ieder kalenderjaar indien het PGB verstrekt is voorhuishoudelijke hulp;</al></li><li nr="3."><al>De besteding van het PGB dient door de budgethouder aan het college verantwoord te worden door (voor zover van toepassing) het inleveren van:</al><lijst><li nr="a."><al>de gespecificeerde nota/factuur of betalingswijs van de aangeschafte voorziening;</al></li><li nr="b."><al>een overzicht van de (salaris)administratie en zorgovereenkomst tussen budgethouder en zorgverlener bij huishoudelijke hulp.</al><al>Het college kan, naast de onder a en b genoemde documenten, om andere noodzakelijke documenten vragen. Dit zal in de beschikking tot toekenning van de voorziening worden opgenomen. </al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Na ontvangst van de in lid 3 van dit artikel genoemde bewijsstukken wordt door het college beoordeeld of er aanleiding bestaat het PGB geheel of gedeeltelijk terug te vorderen of te verrekenen.</al></li><li nr="5."><al>Voor een PGB voor huishoudelijke hulp geldt, dat over 1,5% van het bedrag, met een minimum van € 250,00 en tot een maximum van € 1.250,00 per jaar, geen verantwoording hoeft te worden afgelegd. </al></li></lijst><al></al><al></al><tussenkop>Artikel 2.5 De financiële tegemoetkoming</tussenkop><al>1 De ontvanger van een financiële tegemoetkoming is een eigen aandeel verschuldigd afgestemd op het inkomen, waarbij de hoogte van het eigen aandeel wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 3.1 van dit besluit. </al><al>2 De netto financiële tegemoetkoming bedraagt het verschil tussen de bruto financiële tegemoetkoming en het eigen aandeel. </al><al>3 Het college betaalt de netto financiële tegemoetkoming uit aan de ontvanger van de tegemoetkoming, voor zover niet anders in dit besluit is bepaald.</al><al>4 De uitbetaling van de financiële tegemoetkoming kan, indien dat tussen aanvrager en college wordt overeengekomen, ook direct aan de leverancier plaatsvinden.</al><al>5 In afwijking van het gestelde in het tweede lid van dit artikel is bij een aantal voorzieningen, zoals opgenomen in de hoofdstukken 5, 6 en 7 van dit besluit, sprake van een gemaximeerde</al><al> financiële tegemoetkoming.</al><al>6 In een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming wordt vermeld op welke</al><al> kosten de tegemoetkoming betrekking heeft. In een besluit tot verlening van een periodieke</al><al> financiële tegemoetkoming wordt tevens vermeld: de geldingsduur, de uitkeringsmaatstaf, bij </al><al> een woningvoorziening een programma van eisen alsmede de voorschriften waaraan de </al><al> belanghebbende dient te voldoen alvorens tot uitbetaling van de tegemoetkoming kan worden </al><al> overgegaan. Indien de geldingsduur niet in de beschikking is vermeld, wordt uitgegaan van een </al><al> verlening voor onbepaalde tijd.</al><tussenkop>Artikel 2.6 Intrekken of wijziging beschikking </tussenkop><al>Naast de in artikel 35 van de verordening genoemde gevallen kan de beschikking worden </al><al>ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>met ingang van de dag gelegen na de dag waarop de budgetontvanger dan wel de ontvanger van een financiële tegemoetkoming overlijdt dan wel niet langer staat ingeschreven in het Gemeentelijke Basis Administratie van de gemeente Deventer;</al></li><li nr="b."><al>met ingang van de dag waarop de budgetontvanger langer dan twee maanden verblijft in een instelling als bedoeld in de AWBZ of de Zorgverzekeringswet;</al></li><li nr="c."><al>met ingang van de dag vanaf welke de budgetontvanger dan wel de ontvanger van voorziening in natura of financiële tegemoetkoming schriftelijk heeft aangegeven geen prijs meer te stellen op de verstrekte voorziening</al></li></lijst><tussenkop></tussenkop><tussenkop kopopmaak="cur">Hoofdstuk 3 Wijziging burgerlijke staat</tussenkop><tussenkop kopopmaak="cur">Artikel 3.1 Wijziging burgerlijke staat</tussenkop><al> Voor de toepassing van artikel 7, lid 7 van de verordening en artikel 1.2 van dit besluit wordt een wijziging in de burgerlijke staat van de ongehuwde persoon of gehuwde persoon en het bereiken van een van een van belang zijnde leeftijd van een van deze personen in aanmerking genomen met ingang van de datum waarop die wijziging plaatsvindt</al><tussenkop></tussenkop><tussenkop kopopmaak="cur">Artikel 3.2 Omvang eigen bijdrage </tussenkop><al>[vervallen]</al><tussenkop></tussenkop><tussenkop kopopmaak="cur">Artikel 3.3 Maximale periode, kostprijs en wijziging burgerlijke staat </tussenkop><al>[vervallen]</al><tussenkop></tussenkop><tussenkop kopopmaak="cur">Artikel 3.4 Besparingsbijdrage</tussenkop><al>[vervallen]</al><al></al><tussenkop>Hoofdstuk 4 Het voeren van een huishouden, onderdeel huishoudelijke hulp</tussenkop><tussenkop>Artikel 4.1 Het PGB</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De huishoudelijke hulp wordt, met inachtneming van het bepaalde in artikel 6 van de wet, in natura of in de vorm van een persoongebonden budget, waaronder een vergoeding voor een arbeidsverhouding als bedoeld in artikel 5, lid 2 lid, van de Wet op de Loonbelasting 1964, verleend. </al></li><li nr="2."><al>Personen die op of na 1 januari 2010 ge(her)ïndiceerd worden voor huishoudelijke hulp krijgen een bedrag per uur uitbetaald gebaseerd op de soort huishoudelijke hulp en het aantal uren en minuten waarvoor zij zijn geïndiceerd. </al></li><li nr="3."><al>Er wordt per geïndiceerd uur een bedrag beschikbaar gesteld. De hoogte van het uurbedrag is afhankelijk van de keuze uit één van de volgende vier categorieën PGB: </al></li><li nr=""><al>a huishoudelijke hulp: persoonsgebonden budget, Normaal (HH1 en HH2): € 12,50</al></li><li nr=""><al>b huishoudelijke hulp: persoonsgebonden budget, Service (HH1 en HH2): € 15,50</al></li><li nr=""><al>c huishoudelijke hulp: persoongebonden budget, Organisatie (HH1): € 19,50</al></li><li nr=""><al>d huishoudelijke hulp: persoongebonden budget, Organisatie (HH2): € 21,50</al></li><li nr="4."><al>Wanneer een aanvrager langer dan zes weken in het buitenland verblijft en daar zorgverleners inhuurt die niet onder de Nederlandse sociale en belastingwetgeving vallen, is deze verplicht om dat aan het college te melden. Het college zal het persoongebonden budget dan voor die periode, in afwijking van lid 1 onder a tot en met c, verlagen met voor dat land geldende 'aanvaardbaarheidspercentage', volgens onderstaande tabel:</al></li></lijst><al></al><al></al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"></colspec><colspec colname="colB"></colspec><tbody><row><entry><al><vet>Land</vet></al></entry><entry><al><vet>Aanvaardbaarheidspercentage</vet></al></entry></row><row><entry><al>Aruba</al></entry><entry><al>40%</al></entry></row><row><entry><al>Marokko</al></entry><entry><al>60%</al></entry></row><row><entry><al>Nederlandse Antillen</al></entry><entry><al>48%</al></entry></row><row><entry><al>Portugal</al></entry><entry><al>29%</al></entry></row><row><entry><al>Spanje</al></entry><entry><al>13%</al></entry></row><row><entry><al>Suriname</al></entry><entry><al>52%</al></entry></row><row><entry><al>Turkije</al></entry><entry><al>60%</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al></al><al>Voor zover een land niet voorkomt in de hierboven genoemde tabel sluit het college aan bij de aanvaardbaarheidspercentages zoals deze door het Zorgkantoor in het kader van de PGB’s Awbz wordt gehanteerd.</al><al></al><tussenkop>Artikel 4.2 Omvang PGB</tussenkop><lijst><li nr="a"><al>De omvang van de toe te kennen huishoudelijke hulp wordt uitgedrukt in uren of delen van uren, afgerond naar decimalen, per week voor personen die op of na 1 januari 2010 worden ge(her)ïndiceerd.</al></li><li nr="b"><al>Het tweede lid vervalt.</al><al></al></li></lijst><tussenkop>Hoofdstuk 5 Het voeren van een huishouden, onderdeel woonvoorzieningen</tussenkop><tussenkop>Artikel 5.1 Typen woonvoorzieningen</tussenkop><al>Het college verstrekt een PGB of financiële tegemoetkoming ten behoeve van de volgende woonvoorziening:</al><lijst><li nr="a."><al>een voorziening voor verhuizing en inrichting;</al></li><li nr="b."><al>een voorziening van bouwkundige of woontechnische aard in of aan een woning, waaronder</al></li></lijst><al> een uitraasruimte;</al><lijst><li nr="c."><al>een voorziening van niet-bouwkundige en niet-woontechnische aard in of aan een woning;</al></li><li nr="d."><al>een voorziening voor onderhoud, keuring en reparatie van een liftinstallatie in een woning;</al></li><li nr="e."><al>een voorziening voor tijdelijke huisvesting;</al></li><li nr="f."><al>een voorziening voor huurderving.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 5.2 Offerte </tussenkop><al>Voor zover in dit hoofdstuk geen bedragen worden genoemd wordt de financiële tegemoetkoming minus het eigen aandeel of de PGB minus de eigen bijdrage voor woonvoorzieningen vastgesteld als tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in door het college geaccepteerde offerte.</al><tussenkop>Artikel 5.3 Rechthebbende op het PGB of financiële tegemoetkoming </tussenkop><lijst><li nr="1"><al>Het PGB of de financiële tegemoetkoming ten behoeve van een voorziening genoemd in artikel 5.1 kan slechts worden verleend ten behoeve van een aanvrager en wordt, behoudens het bepaalde in lid 2 en de artikelen 5.11, 5.14 lid 2 en 5.16, verleend aan de aanvrager.</al></li><li nr="2"><al>Indien de aanvrager niet de eigenaar is van de woning wordt de financiële tegemoetkoming ten behoeve van een voorziening genoemd in artikel 5.1 onderdeel b, in afwijking van lid 1, verleend aan de eigenaar van de woning waarin de aanvrager verblijft.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 5.4 Vorm van verstrekking </tussenkop><lijst><li nr="1"><al>De voorzieningen genoemd in artikel 5.1 onderdeel a, b, d, e en f worden in de vorm van een financiële tegemoetkoming verleend.</al></li><li nr="2"><al>De voorzieningen genoemd in artikel 5.1 onderdeel c wordt, met inachtneming van het bepaalde in artikel 6 van de wet, in natura of in de vorm van een PGB verleend.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 5.5 Rangorde</tussenkop><al>De verlening van de voorziening genoemd in artikel 5.1 onderdeel a, zonodig in combinatie</al><al>met andere in artikel 5.1 genoemde voorzieningen, heeft voorrang indien deze voorziening of</al><al>deze combinatie de goedkoopste adequate oplossing is.</al><tussenkop>Artikel 5.6 Kostenposten woningaanpassingen</tussenkop><al>De volgende kostenposten voor een voorziening genoemd in artikel 5.1. onderdeel b komen voor een financiële tegemoetkoming in aanmerking:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanneemsom (hierin begrepen de loon en materiaalkosten) voor het treffen van de voorziening. Indien de voorziening in zelfwerkzaamheid wordt getroffen, dan vervalt de post loonkosten en worden alleen de materiaalkosten als tegemoetkoming aangemerkt;</al></li><li nr="b."><al>de risicoverrekening van loon en materiaalkosten, met inachtneming van de Risicoregeling woning en utiliteitsbouw 1991;</al></li><li nr="c."><al>het architectenhonorarium, echter uitsluitend in die gevallen dat de aanneemsom méér bedraagt dan € 1000, --- en het noodzakelijk is dat een architect voor de woningaanpassing wordt ingeschakeld. Het betreft dan veelal de ingrijpender woningaanpassingen. Het architectenhonorarium komt voor vergoeding in aanmerking indien het niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald in SR1997 van de BNA en tot ten hoogste 10% van de aanneemsom;</al></li><li nr="d."><al>de kosten voor het toezicht op de uitvoering, indien de aanneemsom meer bedraagt dan € 996,43 en het toezicht noodzakelijk is, tot een maximum van 2% van de aanneemsom. In afwijking van het vorige geldt voor woningbouwverenigingen de afspraken die zijn gemaakt in de daartoe vastgestelde convenant tussen de gemeente en de woningbouwcoöperatie;</al></li><li nr="e."><al>de leges voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de voorziening;</al></li><li nr="f."><al>de verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare omzetbelasting;</al></li><li nr="g."><al>renteverlies in verband met het verrichten van noodzakelijke betaling aan derden, tot de datum van gereedmelding, voor zover dit verband houdt met de bouw dan wel het treffen van voorzieningen;</al></li><li nr="h."><al>de prijs van bouwrijpe grond, indien noodzakelijk (zie bijlage I). Indien noodzakelijk worden de hiervoor te maken extra notariskosten vergoed tot een maximum van € 750,50;</al></li><li nr="i."><al>de door het college (schriftelijk) goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien konden worden;</al></li><li nr="j."><al>de kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing;</al></li><li nr="k."><al>de kosten van heraansluiting op de openbare nutsvoorziening;</al></li><li nr="l."><al>de administratiekosten die verhuurder maakt ten behoeve van het treffen van een woonvoorziening, voor zover de kosten onder a t/m k méér dan € 1000,-- bedragen. In dat geval komt 10% van die kosten voor vergoeding in aanmerking, met een maximum van € 350,--. </al></li></lijst><al>In afwijking van het vorige geldt voor woningbouwverenigingen de afspraken die zijn gemaakt in de daartoe vastgestelde convenant tussen de gemeente en de woningbouwcoöperatie;</al><al>m.de kosten van bodemonderzoek indien dit noodzakelijk is en voor zover dit dient plaats te vinden voor rekening van degene die recht heeft op de financiële tegemoetkoming in de kosten van woninguitbreiding of sanering.</al><tussenkop>Artikel 5.7 Extra bouw en grondkosten</tussenkop><al>1 Voor zover een woningaanpassing gerealiseerd wordt door uitbreiding van een bestaande woning </al><al>of vorm krijgt door uitbreiding van een nieuw te bouwen woning, verstrekt het college een financiële tegemoetkoming in de extra kosten. </al><al>2 Een financiële tegemoetkoming in de extra grondkosten wordt bij een bestaande woning alleen </al><al> verstrekt, indien uitbreiding of aanbouw op eigen grond niet mogelijk is. Bij een nieuw te </al><al> bouwen woning waarvoor de perceeloppervlakte groter is dan 250 m², wordt geen financiële </al><al> tegemoetkoming verleend.</al><lijst><li nr="3"><al>Het totale aantal extra m<sup>2 </sup>grond dat noodzakelijk is, wordt vermenigvuldigd met € 143,00 en is afgeleid van de grondprijs.</al></li><li nr="4"><al>Het aantal m<sup>2 </sup>dat voor een financiële tegemoetkoming in aanmerking komt, is per vertrek aan een maximum gebonden, zoals opgenomen in de bij dit besluit behorende bijlage 1.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 5.8 Aanvang van werkzaamheden </tussenkop><al>Het college verleent slechts een PGB of financiële tegemoetkoming indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet reeds een begin met de werkzaamheden waarop de financiële tegemoetkoming betrekking heeft, is gemaakt zonder toestemming van het college;</al></li><li nr="b."><al>door het college aangewezen personen toegang is verstrekt tot de woonruimte waar de woningaanpassing wordt verricht;</al></li><li nr="c."><al>aan de onder b. genoemde personen inzicht wordt geboden in bescheiden en tekeningen, welke betrekking hebben op de woningaanpassing.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 5.9 Afschrijving </tussenkop><al>1 De woningeigenaar die een voorziening genoemd in artikel 5.1 onderdeel b heeft ontvangen dat gelijk is aan of meer is dan € 25.000,-- en die binnen een periode van 10 jaar na de datum van gereedmelding van de werkzaamheden de woning verkoopt, is gehouden de gemeente een deel van de voorziening terug te betalen.</al><al>2 De hoogte van het terug te betalen bedrag als bedoeld in lid 1 is gelijk aan het bedrag van</al><al>de voorziening na aftrek van € 25.000,--, verminderd met 10 procent per jaar.</al><al>3 Lid 1 is niet van toepassing indien de woning wordt verkocht aan de aanvrager ten behoeve van wie de voorziening is verleend of een andere aanvrager aan wie op grond van de verordening een vergelijkbare voorziening zou zijn toegekend.</al><al>4 De woningeigenaar als bedoeld in lid 1 is verplicht om binnen een maand na het passeren</al><al>van de akte het college hiervan schriftelijk op de hoogte te stellen.</al><tussenkop>Artikel 5.10 Weigering woonvoorziening </tussenkop><al>1 Het college weigert een voorziening genoemd in artikel 5.1 onderdelen b en c indien;</al><lijst><li nr="a."><al>de kosten van de voorziening gelijk zijn aan of meer bedragen dan € 45.378,00, tenzij weigering van die voorziening gelet op het belang dat de wet beoogt te beschermen zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.</al></li><li nr="b."><al>binnen vijf jaar de woonvoorziening voor sloop dan wel renovatie in aanmerking komt.</al></li></lijst><al>2 In afwijking van het bepaalde in lid 1, kan het college, indien de woonvoorziening in aanmerking komt voor sloop dan wel renovatie, een financiële tegemoetkoming van maximaal € 1.500,-- in de aanpassingskosten verstrekken. </al><tussenkop>Artikel 5.11 Bezoekbaar maken woning</tussenkop><al>1 Het bedrag dat als maximum verstrekt wordt voor het bezoekbaar maken als genoemd in artikel 19 lid 2 tot en met 5 van de verordening, bedraagt € 2.500,--.</al><al>2 Geen vergoeding wordt toegekend indien een nieuwe aanvraag voor een vergoeding voor </al><al> het bezoekbaar maken als genoemd in artikel 19 lid 2 tot en met 5 van de verordening</al><al> plaatsvindt binnen 7 jaar na de laatste vergoeding.</al><tussenkop>Artikel 5.12 Extra voorwaarden bij bewoning woonwagen </tussenkop><al>1 Indien de aanvrager een woonwagen bewoont, verstrekt het college een financiële tegemoetkoming ten behoeve van een voorziening genoemd in artikel 5.1 slechts, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de technische levensduur van de woonwagen nog minimaal vijf jaar is;</al></li><li nr="b."><al>de standplaats niet binnen vijf jaar voor opheffing in aanmerking komt.</al></li></lijst><al>2 In afwijking van het bepaalde in lid 1 kan het college, indien de technische levensduur van de woonwagen minder dan vijf jaar is of de standplaats van de woonwagen binnen vijf jaar voor opheffing in aanmerking komt, een financiële tegemoetkoming van maximaal </al><al>€ 2.500,-- in de aanpassingskosten verstrekken. </al><tussenkop>Artikel 5.13 Extra voorwaarden bij bewoning woonschip </tussenkop><al>1 Indien de aanvrager een woonschip bewoont, verstrekt het college een financiële voorziening ten behoeve van een voorziening genoemd in artikel 5.1 slechts, indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de technische levensduur van het woonschip nog minimaal vijf jaar is;</al></li><li nr="b."><al>het woonschip nog minimaal vijf jaar op de ligplaats mag blijven liggen.</al></li></lijst><al>2 In afwijking van het gestelde in lid 1 kan het college, indien de technische levensduur van het woonschip minder dan vijf jaar is of het woonschip niet tenminste nog vijf jaar op de ligplaats mag liggen, een financiële tegemoetkoming van maximaal € 2.500,-- in de aanpassingskosten verstrekken. </al><tussenkop>Artikel 5.14 Verhuizing en inrichting</tussenkop><al>1 Het college verstrekt een financiële tegemoetkoming ten behoeve van een voorziening genoemd in artikel 5.1 onderdeel a verlenen aan de aanvrager.</al><al>2 In afwijking van artikel 5.3 lid 1, verstrekt het college een financiële tegemoetkoming ten behoeve van een voorziening genoemd in artikel 5.1 onderdeel a aan een persoon, die op verzoek van de gemeente, ten behoeve van een aanvrager de woning ontruimt.</al><al>3 De hoogte van het bedrag als bedoeld in lid 1 en lid 2 is maximaal € 2.500,00.</al><tussenkop>Artikel 5.15 Tijdelijke huisvesting</tussenkop><al>1 Het college verstrekt voor de duur van maximaal zes maanden een financiële tegemoetkoming ten behoeve van een voorziening genoemd in artikel 5.1 onderdeel e indien:</al><al>a een aanvrager in verband met aanpassing van zijn huidige of een nog te</al><al>betrekken woning heeft voorzien in noodzakelijke tijdelijke huisvesting; en</al><al>b de kosten voor deze huisvesting noodzakelijk zijn.</al><al>2 De voorziening genoemd in artikel 5.1 onderdeel e per maand kan het bedrag genoemd in</al><al>artikel 13 lid 1 onderdeel a van de Wet op de huurtoeslag niet te boven gaan.</al><tussenkop>Artikel 5.16 Huurderving </tussenkop><al>1 In afwijking van artikel 5.3 lid 1, verstrekt het college voor de duur van maximaal zes maanden een financiële tegemoetkoming ten behoeve van een voorziening genoemd in artikel 5.1 onderdeel f aan de eigenaar van een woning teneinde deze woning ter beschikking of opnieuw ter beschikking van een aanvrager te laten komen.</al><al>2 Het college verstrekt geen financiële tegemoetkoming ten behoeve van een voorziening genoemd in artikel 5.1 onderdeel f over de eerste maand van huurderving.</al><al>3 De financiële tegemoetkoming ten behoeve van de voorziening genoemd in artikel 5.1 onderdeel f per maand kan het bedrag genoemd in artikel 13 lid 1 onderdeel a van de Wet op de huurtoeslag niet te boven gaan.</al><tussenkop>Artikel 5.17 Instandhoudingkosten voorzieningen genoemd in bijlage 2</tussenkop><al>Het college verstrekt een financiële tegemoetkoming voor alleen de werkelijk gemaakte kosten van instandhouding (keuring, onderhoud en reparatie) tot het maximumbedrag dat bij de verschillende onderdelen in bijlage 2 van dit besluit staat vermeld. </al><tussenkop>Artikel 5.18 Natura </tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Woonvoorzieningen die uitsluitend in natura kunnen worden verstrekt zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>tilliften;</al></li><li nr="b."><al>badliften;</al></li><li nr="c."><al>douche/toiletstoelen;</al></li><li nr="d."><al>douchestretchers;</al></li><li nr="e."><al>badtransferplanken;</al></li><li nr="f."><al>traplift.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien een woonvoorziening in natura in eigendom wordt verstrekt, bedraagt de financiële tegemoetkoming ten hoogste 100% van de werkelijke kosten.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 5.19 Woningsanering CARA/COPD</tussenkop><al>1 Het college verstrekt een financiële tegemoetkoming voor een woningsanering met betrekking </al><al> tot CARA of COPD (= Chronic Obstructive Pulmonary Disease). </al><al>2 De volgende bedragen worden gehanteerd:</al><lijst><li nr="a."><al>voor zeil of linoleum € 15,- per m2, inclusief egalisatiekosten;</al></li><li nr="b."><al>gordijnen: € 15,- per meter voor rolgordijnen of een andere soort gladde gordijnen.</al></li></lijst><al>3 De financiële tegemoetkoming wordt alleen verstrekt in die gevallen dat de betreffende te </al><al> vervangen stoffering nog niet is afgeschreven. Indien een artikel is afgeschreven (in de regel </al><al> na 8 jaar) wordt geen financiële tegemoetkoming verleend. Hierbij wordt voor de hoogte van de </al><al> vergoeding als volgt rekening gehouden met de reeds verlopen afschrijvingsperiode. De </al><al> vergoeding bedraagt een percentage van de kosten, afhankelijk van de afschrijvingsperiode: </al><lijst><li nr="a."><al>100% indien het artikel nieuwer is dan twee jaar;</al></li><li nr="b."><al>75% indien het artikel tussen de twee en vier jaar oud is;</al></li><li nr="c."><al>50% indien het artikel tussen de vier en zes jaar oud is;</al></li><li nr="d."><al>25% indien het artikel tussen de zes en acht jaar oud is. </al></li></lijst><al>4 Indien het artikel acht jaar of ouder is, wordt geen vergoeding verstrekt. Hetzelfde geldt bij </al><al> verhuizing, omdat bij verhuizing de woning opnieuw moet worden ingericht en dan rekening </al><al> kan worden gehouden met de ondervonden klachten. </al><tussenkop>Artikel 5.20 Vast rolstoeltapijt</tussenkop><al>1.Het college verstrekt een financiële tegemoetkoming voor vervanging van de vloerbedekking door een rolstoelvast tapijt, indien het gebruik van de rolstoel deze vervanging dringend noodzakelijk maakt. De tegemoetkoming bedraagt maximaal € 15,-- per m2.</al><al>2 De leden 3 en 4 van artikel 5.19 zijn van overeenkomstige toepassing.</al><tussenkop>Hoofdstuk 6 Het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel</tussenkop><tussenkop>Artikel 6.1 Typen vervoersvoorzieningen</tussenkop><al>Het college kan een PGB of een financiële tegemoetkoming ten behoeve van de volgende (vervoers)voorzieningen verstrekken:</al><lijst><li nr="a."><al>vervoer per eigen auto;</al></li><li nr="b."><al>vervoer per taxi;</al></li><li nr="c."><al>vervoer per rolstoeltaxi;</al></li><li nr="d."><al>een aanpassing van een eigen auto;</al></li><li nr="e."><al>een (al dan niet aangepaste) auto;</al></li><li nr="f."><al>een al dan niet aangepaste gesloten buitenwagen;</al></li><li nr="g."><al>een bruikleenauto;</al></li><li nr="h."><al>een scootermobiel;</al></li><li nr="i."><al>een training voor het gebruik van een scootermobiel of een gesloten buitenwagen;</al></li><li nr="j."><al>een ander vervoermiddel dan de vervoermiddelen genoemd in de onderdelen e, f en h.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 6.2 Vorm van verstrekking </tussenkop><al>1 De voorzieningen genoemd in artikel 6.1 onderdelen a tot en met d worden in de vorm van </al><al> een financiële tegemoetkoming verleend.</al><al>2 De voorziening genoemd in artikel 6.1. onderdeel g. wordt in natura verstrekt. </al><al>3 De voorzieningen genoemd in artikel 6.1 onderdelen e, f, h, i, en j worden, met</al><al> inachtneming van het bepaalde in artikel 6 van de wet, in natura of in de vorm van een </al><al> PGB verleend.</al><tussenkop>Artikel 6.3 Algemeen gebruikelijk Bij een inkomen boven 1,5 maal het norminkomen worden de voorzieningen genoemd in artikel 6.1 onderdelen a, b en e, met uitzondering van de eventuele autoaanpassing (d), niet verleend, omdat deze met dit inkomen algemeen gebruikelijk zijn. De aanvrager heeft in dit geval tevens geen aanspraak op gebruikmaking van Collectief Vraagafhankelijk Vervoer.</tussenkop><tussenkop>Artikel 6.4 Vergoedingen vervoersvoorzieningen </tussenkop><lijst><li nr="1"><al>Het college verstrekt een financiële tegemoetkoming ten behoeve van het gebruik van een voorziening genoemd in artikel 6.1 onderdeel a (eigen auto) van maximaal € 900,-- per jaar (per maand: € 75,--)(= maximaal 2000 leefkilometers x € 0,45);</al></li><li nr="2"><al>Het college verstrekt een financiële tegemoetkoming ten behoeve van het gebruik van een voorziening genoemd in artikel 6.1 onderdeel b (taxi) van maximaal € 900<cursief>,-- </cursief>per jaar (per maand € 75,--)(= maximaal 2000 leefkilometers x € 0,45);</al></li><li nr="3"><al>Het college verstrekt een financiële tegemoetkoming ten behoeve van het gebruik van een voorziening genoemd in artikel 6.1 onderdeel c (rolstoeltaxi) van maximaal € 1.360,-- per jaar (per maand € 113,--)(= maximaal 2000 leefkilometers x € 0,68);</al></li><li nr="4"><al>Het college verstrekt een financiële tegemoetkoming ten behoeve van het gebruik van een voorziening genoemd in artikel 6.1 onderdeel g (bruikleenauto) van maximaal <cursief>€ </cursief>580,-- per jaar (per maand € 49,--)(= maximaal 2000 leefkilometers x € 0,29).</al></li></lijst><al>5 Voor de onderdelen f, h, i, en j van artikel 6.1 genoemde voorzieningen wordt door het </al><al>college met inachtneming van het bepaalde in artikel 6 van de wet, in natura of in de vorm van een PGB verstrekt op basis van:</al><lijst><li nr="a."><al>ten hoogste 100% van de tegenwaarde van de in de betreffende situatie goedkoopst</al><al> adequate voorziening, indien nodig verhoogd met een bedrag voor </al><al> instandhoudingkosten (keuring, onderhoud en reparatie), gebaseerd op het gemiddelde </al><al> bedrag voor instandhoudingkosten over het jaar voorafgaand aan het laatste volle </al><al> kalenderjaar voor de toekenning van de voorziening.</al></li><li nr="b."><al>de tegenwaarde van de maximale huurprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst</al><al> adequate voorziening, indien nodig verhoogd met een bedrag voor </al><al> instandhoudingkosten (keuring, onderhoud en reparatie), zoals dat door het college aan de </al><al> leverancier wordt betaald.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 6.5 Aanschaf auto en bruikleenauto</tussenkop><al>Het college verstrekt, met inachtneming van het bepaalde in artikel 6 van de wet, een voorziening in natura of in de vorm van de PGB voor de aanschaf van een (eigen) auto (genoemd in artikel 6.1 onderdeel e Bmo), dan wel een bruikleenauto als bedoeld in artikel 6.1 onderdeel g Bmo. Daarbij wordt uitgegaan van een aanschafwaarde die niet hoger is dan de maximale aanschafwaarde van een referentieauto, hetgeen inhoudt dat er een normbedrag gehanteerd wordt voor de verstrekking van een bruikleenauto. Het normbedrag voor een referentieauto bedraagt voor 2006 € 16.880,--. Dit bedrag is afhankelijk van de beperking(en) van de persoon en de omstandigheden van het gezin. Dit normbedrag is inclusief de als algemeen gebruikelijk geachte faciliteiten in een auto en exclusief de individuele aanpassingen. Daarbij wordt rekening gehouden met rij- en onderhoudskosten van € 0,18 per kilometer met een maximum van 2000 km per jaar.</al><tussenkop>Artikel 6.6 Aanpassing eigen auto </tussenkop><al>Het college verstrekt een financiële tegemoetkoming ten behoeve van een aanpassing van een eigen auto genoemd in artikel 6.1 onderdeel d in de meerkosten ten opzichte van de gebruikelijke kosten overeenkomstig het programma van eisen behorende bij de indicatiestelling. Hierbij wordt uitgegaan van een vervoermiddel met een levensduur van maximaal 12 jaar. Voor aanpassingen aan een vervoermiddel geldt een afschrijvingstermijn van minimaal 5 jaar.</al><tussenkop>Artikel 6.7 Compensatieregeling kort vervoer </tussenkop><al>Het college kan voor de in artikel 6.1 onderdeel j genoemde voorziening een PGB verstrekken indien er sprake is van een situatie waarbij de aanvrager een uiterst beperkte mobiliteit heeft en hierdoor een indicatie heeft voor kort vervoer (scootermobiel e.d.), maar vanwege een bijkomende problematiek geen passende vervoersvoorziening kan worden verstrekt. Bij de bepaling van de hoogte van het bedrag wordt rekening gehouden met de mate van vervoersbehoefte van de aanvrager en diens echtgeno(o)t(e)</al><tussenkop>Hoofdstuk 7 Verplaatsen in en rond de woning.</tussenkop><tussenkop>Artikel 7.1 Rolstoel </tussenkop><al>1 Het college kan de volgende rolstoelvoorzieningen verstrekken:</al><lijst><li nr="a."><al>een rolstoel voor verplaatsing binnen, dan wel voor verplaatsing binnen en buiten de woonruimte, dan wel een aanpassing daaraan;</al></li><li nr="b."><al>accessoires;</al></li><li nr="c."><al>een training voor het gebruik van een elektrische rolstoel;</al></li><li nr="d."><al>een sportrolstoel voor recreatieve sportbeoefening.</al></li></lijst><al>2 De voorzieningen genoemd in lid 1 onderdelen a tot en met b worden, met inachtneming van</al><al> het bepaalde in artikel 6 van de wet, in natura of in de vorm van een PGB verstrekt. </al><al>3 Voor de voorzieningen genoemd in lid 1 onderdelen a en b wordt door het college, met </al><al>inachtneming van het bepaalde in artikel 6 van de wet in natura of in de vorm van een PGB verstrekt op basis van:</al><al>a.ten hoogste 100% van de tegenwaarde van de in de betreffende situatie goedkoopst</al><al>a. adequate voorziening, verhoogd met het gemiddelde bedrag voor </al><al>a. instandhoudingkosten (onderhoud en reparatie), voor vergelijkbare rolstoelen in het een na </al><al>vorige volledige kalenderjaar; </al><al>b.de tegenwaarde van de maximale huurprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst</al><al>b. adequate voorziening, verhoogd met het gemiddelde bedrag voor </al><al>b. instandhoudingkosten (onderhoud en reparatie), voor vergelijkbare rolstoelen in het een na </al><al>vorige volledige kalenderjaar, zoals dat door het college aan de leverancier wordt betaald.</al><al>4 De voorziening genoemd in lid 1 onderdeel d (sportrolstoel) wordt uitsluitend verstrekt als </al><al> PGB. Het bedrag van het PGB bedraagt maximaal 2.750,--, welk bedrag </al><al> bedoeld is als tegemoetkoming in aanschaf en onderhoud van een sportrolstoel voor een </al><al> periode van drie jaar. </al><tussenkop>Hoofdstuk 8 Advisering en samenhangende afstemming</tussenkop><tussenkop>Artikel 8.1 Samenhangende afstemming</tussenkop><al>Om de verkrijging van individuele voorzieningen samenhangend af te stemmen op de situatie van de aanvrager wordt bij het onderzoek inzake het advies zoals bedoeld in artikel 33 van de verordening indien van toepassing aandacht besteed aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de algemene gezondheidstoestand van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>de beperkingen die de aanvrager in zijn functioneren ondervindt, als gevolg van ziekte of gebrek;</al></li><li nr="c."><al>de woning en de woonomgeving van de aanvrager;</al></li><li nr="d."><al>het psychisch en sociaal functioneren van de aanvrager;</al></li><li nr="e."><al>de sociale omstandigheden van de aanvrager;</al></li><li nr="f."><al>de samenloop met ondersteuning vanuit de AWBZ;</al></li><li nr="g."><al>het aanwezig zijn van ondersteuning of hulpmiddelen die krachtens andere wet- of regelgeving zijn verstrekt.</al></li></lijst><al>Bij de besluitvorming en de motivering van het besluit wordt door het college bij deze bevindingen aangesloten.</al><tussenkop></tussenkop><tussenkop kopopmaak="cur">Hoofdstuk 9 Overige (slot)bepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 9.1 Overige (slot)bepalingen</tussenkop><lijst><li nr="1"><al>Het college wijzigt de in het kader van dit besluit geldende bedragen conform het gestelde in artikel 38 van de verordening. Indien de bedragen genoemd in het (landelijk) Besluit maatschappelijke ondersteuning worden gewijzigd, worden daarmee de bedragen die daarmee verband houden in dit besluit eveneens geacht gewijzigd te zijn.</al></li><li nr="2"><al>Voor zover van toepassing zijn alle in dit besluit genoemde bedragen inclusief BTW, tenzij anders is vermeld. </al></li><li nr="3"><al>Dit besluit kan worden aangehaald als “Besluit maatschappelijke ondersteuning Deventer” en treedt in werking op 1 januari 2007.</al><al></al></li></lijst><tussenkop>BIJLAGE 1 Maximum aantal m2 waarvoor een financiële tegemoetkoming wordt verleend, aangegeven per vertrek in een zelfstandige woning ingevolge artikel 5.6 Besluit maatschappelijke ondersteuning </tussenkop><table><tgroup cols="3"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="33*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="30*"></colspec><colspec colnum="3" colname="col3" colwidth="36*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Soort vertrek </vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Aantal m</vet><vet><sup>2 </sup></vet><vet>aanbouw nieuw vertrek</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Aantal m</vet><vet><sup>2</sup></vet><vet> uitbreiding bestaand </vet></al><al><vet>vertrek </vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Woonkamer </al></entry><entry colname="col2"><al>30 m<sup>2</sup></al></entry><entry colname="col3"><al>6 m<sup>2</sup></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Keuken</al></entry><entry colname="col2"><al>10 m<sup>2</sup></al></entry><entry colname="col3"><al>4 m<sup>2</sup></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Eenpersoons slaapkamer</al></entry><entry colname="col2"><al>10 m<sup>2</sup></al></entry><entry colname="col3"><al>4 m<sup>2</sup></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tweepersoons slaapkamer</al></entry><entry colname="col2"><al>18 m<sup>2</sup></al></entry><entry colname="col3"><al>4 m<sup>2</sup></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Toiletruimte </al></entry><entry colname="col2"><al>2 m<sup>2</sup></al></entry><entry colname="col3"><al>1 m<sup>2</sup></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Badkamer wastafelruimte</al></entry><entry colname="col2"><al>2 m<sup>2</sup></al></entry><entry colname="col3"><al>1 m<sup>2</sup></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Badkamer doucheruimte </al></entry><entry colname="col2"><al>3 m<sup>2</sup></al></entry><entry colname="col3"><al>2 m<sup>2</sup></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Entree/gang/hal </al></entry><entry colname="col2"><al>5 m<sup>2</sup></al></entry><entry colname="col3"><al>2 m<sup>2</sup></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Berging </al></entry><entry colname="col2"><al>6 m<sup>2</sup></al></entry><entry colname="col3"><al>4 m<sup>2</sup></al></entry></row><row><entry colname="col1" namest="col1" nameend="col3"><al>Het aantal m<sup>2 </sup>op eigen terrein dat ten hoogste voor een financiële tegemoetkoming in aanmerking komt is 20 m<sup>2</sup>. </al></entry></row><row><entry colname="col1" namest="col1" nameend="col3"><al>Indien de aanleg van een verhard terras, direct aansluitend aan de woonruimte, of de aanpassing van een bestaand terras noodzakelijk is, kan in de kosten daarvan een financiële tegemoetkoming worden verstrekt. Voor de financiële tegemoetkoming geldt een maximum oppervlakte van 6 m<sup>2</sup><sup></sup>en een maximumprijs van € 28,00 per m<sup>2</sup>.</al></entry></row><row><entry colname="col1" namest="col1" nameend="col3"><al>Indien de aanleg van een verhard pad tussen de openbare weg en de hoofdingang tot een woonruimte, of tussen een tweede ingang en een berging en/of tuinpoort noodzakelijk is, kan in de kosten daarvan een financiële tegemoetkoming worden verstrekt. Dit geldt zowel bij de aanleg van een nieuw pad als bij de aanpassing van een bestaand pad. Voor de financiële tegemoetkoming geldt een maximum oppervlakte van 20 m<sup>2</sup><sup></sup>en een maximumprijs van € 43,00 per m<sup>2</sup>.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>BIJLAGE 2 Maximale vergoeding van kosten van instandhouding (onderhoud, keuring en reparatie) ingevolge artikel 5.18 Besluit maatschappelijke ondersteuning </tussenkop><al>Alleen de werkelijk gemaakte kosten (met een maximum van de in de tabel genoemde bedragen) van keuring, onderhoud en reparatie aan de hieronder genoemde onderdelen komen in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming.</al><lijst><li nr="a."><al>stoelliften (liftinstituut spreekt van traplift); </al></li><li nr="b."><al>rolstoel- of sta-plateauliften (liftinstituut spreekt van hefplateaulift voor personen); </al></li><li nr="c."><al>woonhuisliften (met kooi) </al></li><li nr="d."><al>staplateaulift of hefplateauliften (liftinstituut spreekt van hefplateau voor personen zonder schacht tot maximaal 1.80 meter hoogte)</al></li><li nr="e."><al>balansliften (worden niet meer gemaakt);</al></li><li nr="f."><al>de mechanische inrichting voor het verstellen van een in hoogte verstelbaar keukenblok, bad of wastafel; </al></li><li nr="g."><al>electromechanische openings- en sluitingsmechanisme van deuren;</al></li></lijst><al>De maximale vergoeding van kosten voor keuring en onderhoud van diverse soorten liften in woningen en trappenhuizen bedraagt exclusief 19% BTW en exclusief voorrijkosten:</al><al></al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="colA"></colspec><colspec colname="colB"></colspec><colspec colname="colC"></colspec><colspec colname="colD"></colspec><colspec colname="colE"></colspec><tbody><row><entry><al>Keuring van liften</al></entry><entry><al>Begin keuring</al></entry><entry><al>Kosten excl. BTW</al></entry><entry><al>Frequentie periodieke</al></entry><entry><al>Kosten excl. BTW</al></entry></row><row><entry><al>Traplift</al></entry><entry><al>ja</al></entry><entry><al> € 126,15</al></entry><entry><al>1 x per 4 jr.</al></entry><entry><al> € 79,50</al></entry></row><row><entry><al>Hefplateaulift</al></entry><entry><al>ja</al></entry><entry><al> € 219,20</al></entry><entry><al>1 x per 1,5 jr.</al></entry><entry><al> € 105,15</al></entry></row><row><entry><al>Woonhuisliften</al></entry><entry><al>ja</al></entry><entry><al> € 219,20</al></entry><entry><al>1 x per 1,5 jr.</al></entry><entry><al> € 105,15</al></entry></row><row><entry><al>Platformlift</al></entry><entry><al>ja</al></entry><entry><al> € 219,20</al></entry><entry><al>1 x per 1,5 jr.</al></entry><entry><al> € 105,15</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop></tussenkop><al>Gebaseerd op Tarieven 2006 voor veiligheidskeuringen uitgevoerd door het Liftinstituut.</al><tussenkop>Onderhoud van Frequentie periodiek onderhoud Kosten excl. BTW</tussenkop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"></colspec><colspec colname="colB"></colspec><colspec colname="colC"></colspec><tbody><row><entry><al>Onderhoud van</al></entry><entry><al>Frequentie periodiek onderhoud</al></entry><entry><al>Kosten excl. BTW</al></entry></row><row><entry><al>Stoelliften</al></entry><entry><al>1 x per jaar</al></entry><entry><al></al></entry></row><row><entry><al>Rolstoelplateauliften</al></entry><entry><al>1 x per jaar</al></entry><entry><al></al></entry></row><row><entry><al>Sta-plateauliften</al></entry><entry><al>1 x per jaar</al></entry><entry><al></al></entry></row><row><entry><al>Woonhuisliften</al></entry><entry><al>2 x per jaar</al></entry><entry><al></al></entry></row><row><entry><al>Hefplateauliften</al></entry><entry><al>2 x per jaar</al></entry><entry><al></al></entry></row><row><entry><al>Balansliften</al></entry><entry><al>1 x per jaar</al></entry><entry><al></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al></al><al>Maximale toeslagen op bovengenoemde tarieven:</al><lijst><li nr="-"><al>50% voor installaties geplaatst buiten de woning;</al></li><li nr="-"><al>50% voor installaties die meer dan 1 verdieping overbruggen;</al></li><li nr="-"><al>50% voor installaties, uitgevoerd met elektrisch aangedreven plateaus en/of afrijdbeveiliging resp. elektrisch wegklapbare raildelen.</al></li></lijst><tussenkop>Bijlage 3 Norminkomen verschillende leefvormen en bijbehorende inkomensgrenzen</tussenkop><al>Het norminkomen voor de verschillende leefvormen en de bijbehorende inkomensgrenzen bedragen als volgt:</al><al></al><al></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"></colspec><colspec colname="colB"></colspec><colspec colname="colC"></colspec><tbody><row><entry><al>Leefvorm</al></entry><entry><al>Norminkomen</al></entry><entry><al>Inkomensgrens</al></entry></row><row><entry><al>Gehuwden beiden tot 65 jaar</al></entry><entry><al>€ 16.490,88</al></entry><entry><al>€ 24.736,32</al></entry></row><row><entry><al>Alleenstaande ouder tot 65 jaar</al></entry><entry><al>€ 15.140,28</al></entry><entry><al>€ 22.710,42</al></entry></row><row><entry><al>Alleenstaanden tot 65 jaar</al></entry><entry><al>€ 12.797,04</al></entry><entry><al>€ 19.195,56</al></entry></row><row><entry><al>Gehuwden, één partner 65 jaar of ouder</al></entry><entry><al>€ 14.995,20</al></entry><entry><al>€ 22.492,80</al></entry></row><row><entry><al>Gehuwden beide 65 jaar of ouder</al></entry><entry><al>€ 14.603,52</al></entry><entry><al>€ 21.905,28</al></entry></row><row><entry><al>Alleenstaande ouder 65 jaar of ouder</al></entry><entry><al>€ 14.076,00</al></entry><entry><al>€ 21.114,00</al></entry></row><row><entry><al>Alleenstaande 65 jaar of ouder</al></entry><entry><al>€ 11.378,52</al></entry><entry><al>€ 17.067,78</al></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage></regeling></body></cvdr>